{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Belanghebbende stelt voorts dat de Ontvanger te lang heeft gewacht met het aansprakelijk stellen van belanghebbende omdat het tot november 2015 heeft het geduurd voor er beslag werd gelegd bij derden terwijl er vanaf augustus 2014 al niet werd betaald en in mei 2016 het WKA onderzoek was gestart. De omstandigheid dat de Ontvanger door middel van het leggen van derdenbeslagen bij de hoofdopdrachtgevers en bij belanghebbende heeft getracht de belastingschulden te innen alvorens tot aansprakelijkstelling over te gaan acht het Hof redelijk en niet in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het Hof wijst er nog op dat belanghebbende in 2016 steeds heeft getalmd met en uiteindelijk geen medewerking heeft verleend aan het WKA-onderzoek. Voor zover dat een vertraging heeft meegebracht voordat belanghebbende aansprakelijk werd gesteld, kan die vertraging niet voor rekening van de Ontvanger komen. Het geven van een beschikking aansprakelijkstelling is bovendien niet aan een termijn gebonden. Belanghebbende heeft niet gesteld dat zij in haar procespositie is geschaad en dat is het Hof ook niet gebleken.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">j)</span>Is een bedrag van de belastingschuld middels invordering door derden voldaan? Hoeveel bedraagt de belastingschuld thans en dient in verband daarmee de aansprakelijkstelling te worden verminderd?</div>\n<p class=\"lf-p\">5.24.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Ontvanger heeft een afboekingsoverzicht overgelegd waarin is vermeld voor welke naheffingsaanslagen belanghebbende aansprakelijk is gesteld en welke bedragen aan belasting, rente en kosten door middel van de betaling van € 350.000 zijn afgeboekt. Daaruit blijkt dat belanghebbende, met uitzondering van een bedrag aan belasting van € 9.011 dat is afgeboekt op de naheffingsaanslag A.01.4080 inzake loonheffingen over augustus 2014, niet aansprakelijk is gesteld voor naheffingsaanslagen waarop het bedrag van € 350.000 is afgeboekt. Belanghebbende heeft geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden aangenomen dat de toerekening van de betalingen in strijd met artikel 7 van de IW 1990 heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welk bedrag van de belastingschuld door middel van invordering bij derden is voldaan is niet van belang voor de onderhavige procedure waarbij het vaststellen van de beschikking aansprakelijkstelling in geding is en niet de uitwinning van deze beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van de aansprakelijkheid van een inlener en doorlener is de maximale verschuldigde loonbelasting en sociale verzekeringspremies ter zake van het werk. Op grond van artikel 27 van de Wet op de loonbelasting 1964 is de werkgever verplicht om op het tijdstip waarop het loon aan de werknemer wordt uitbetaald de verschuldigde toonheffingen in te houden. De aansprakelijkheid voor de loonheffingen van de inlener en doorlener ontstaat op datzelfde tijdstip en primair ook tot hetzelfde bedrag. Op grond van artikel 13 van de Wet op omzetbelasting 1968 wordt omzetbelasting verschuldigd in gevallen waarin ingevolge de artikelen 34b tot en met 35 van die wet een factuur moet worden uitgereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is op het tijdstip van de uitreiking of, indien deze niet tijdig plaatsvindt het tijdstip waarop zij uiterlijk had moeten geschieden. In andere gevallen op het tijdstip waarop de levering of dienst wordt verricht. De aansprakelijkheid voor de omzetbelasting van de inlener ontstaat op datzelfde tijdstip en primair ook tot hetzelfde bedrag. Op grond van de in artikel 34.8.1 en 35.1 Leidraad Invordering 2008 jo. artikel 9 van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 neergelegde regeling wordt de aansprakelijkstelling berekend. De invordering van een beschikking aansprakelijkstelling zelf wordt beperkt tot de hoogte van de openstaande loonbelasting en sociale verzekeringspremieschuld van de uitlener.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inlener, in dit geval de doorlener, kan dus wel aansprakelijk worden gesteld voor een bedrag dat hoger is dan de nog openstaande schuld van de uitlener, maar de inlener kan op basis van de aansprakelijkheid niet voor meer worden uitgewonnen. dan de openstaande schuld van de uitlener. Voor het hiervoor in 5.24 vermelde bedrag van € 9.011 kan de aansprakelijkstelling bij belanghebbende niet worden uitgewonnen omdat deze niet meer behoort tot de openstaande schuld van uitlener [Y] BV maar dat heeft geen gevolgen voor de hoogte van de beschikking aansprakelijkstelling zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slotsom 5.26.</p>\n<p class=\"lf-p\">De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proceskosten, griffierecht en schadevergoeding 6.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Evenmin is er aanleiding de vergoeding van het griffierecht te gelasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belanghebbende heeft een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb gedaan, maar heeft dat verzoek niet met feiten en/of omstandigheden onderbouwd. Het verzoek is niet gesubstantieerd zodat het reeds daarom wordt verworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslissing Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitspraak is vastgesteld door B.G. van Zadelhoff, H.A.J. Kroon en G.J. van Leijenhorst, in tegenwoordigheid van de griffier Y. Postema. De beslissing is op 19 mei 2020 in het openbaar uitgesproken. De uitspraak is bij afwezigheid van mr. Zadelhoff ondertekend door mr. Kroon. aangetekend aan partijen verzonden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting rechtsmiddelverwijzing Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Digitaal procederen Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per post procederen Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.</p></div>", "next": 0}