{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Nog afgezien van het feit dat [verweerder] zich in 2009 nog niet bij de Staat had gemeld met een vermoeden dat hij illegaal was geadopteerd, is het hof met de Staat van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat het vernietigde dossier informatie bevatte over de afstamming van [verweerder] . Zoals hierboven al overwogen wijst immers alles erop dat de illegale adoptie van [verweerder] langs afzonderlijke kanalen tot stand is gekomen, zonder betrokkenheid van de Staat en zonder betrokkenheid van de personen die veelvuldig voorkwamen op de documenten van andere illegale adopties. De Staat hoefde er daarom geen rekening mee te houden dat [verweerder] nog behoefte zou hebben aan inzage en hoefde niet om die reden af te zien van reguliere vernietiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daaraan doet niet af dat documenten die verband houden met formele adopties tot 1991 voor 30 jaar en sindsdien voor onbepaalde tijd worden bewaard. Het gaat in dit geval om documenten die betrekking hebben op de adoptie van een specifiek kind en daarvan is hier geen sprake.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.58. [verweerder] voert aan dat aannemelijk is dat het dossier informatie bevatte die relevant was voor de omstandigheden waaronder individuen zoals [verweerder] illegaal waren geadopteerd, zoals bijvoorbeeld de briefwisseling tussen de consul-generaal te [plaats 2] , de ambassadeur te Brasília en het Ministerie van BZ in 1978 (3.11-3.13). Uit deze briefwisseling blijkt dat de illegale adopties in [plaats 2] toenamen in de jaren voor zijn eigen adoptie, welke formaliteiten de juridische ouders moesten doorlopen en hoe het consulaat hen daarbij behulpzaam was, aldus [verweerder] , en in de brief wordt bovendien een concreet geval van illegale adoptie besproken. [verweerder] miskent hiermee dat vernietiging alleen onrechtmatig is jegens hem indien aannemelijk is dat het dossier informatie bevatte over zijn afstamming en/of de omstandigheden waaronder hij is geadopteerd. Zoals hierboven is overwogen zijn daar geen aanwijzingen voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.59.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het hof het goed begrijpt vraagt [verweerder] zich ook nog af of het dossier daadwerkelijk is vernietigd, nu een pv van vernietiging ontbreekt. Hij plaatst vraagtekens bij de vermelde vernietigingscode en stelt dat als die code volgens de Staat niet juist is terwijl de code wel op het stuk staat, de Staat had moeten aangeven welke code dan wel juist is. Verder merkt hij op dat in de Tweede Kamer is verklaard dat er na 2000 geen adoptiedossiers meer zijn vernietigd. Namens de Staat is ter zitting uitgelegd dat die laatste uitspraak zag op individuele adoptiedossiers, niet op algemene postdossiers als de onderhavige. Het hof heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de stelling van de Staat dat het dossier waarover het in de discussie gaat in 2009 is vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.60.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenmin is onrechtmatig dat de Staat in 2011 niet het rapport van de RvdK aan [verweerder] heeft gegeven toen [verweerder] in dat jaar om bijstand vroeg (stelling van [verweerder] ter zitting in hoger beroep). Zoals de Staat terecht heeft opgemerkt was het verzoek in 2011 een verzoek om consulaire bijstand, dus een verzoek om hulp in Brazilië en bestond er toen dus geen aanleiding om het RvdK-dossier te geven. Verder heeft de Staat verklaard dat de RvdK niet verplicht was, en ook niet bevoegd, om op eigen initiatief het rapport aan [verweerder] te geven, zelfs niet als [verweerder] in de jaren tachtig formeel was geadopteerd. De Staat heeft uitgelegd dat de RvdK niet zelf personen daarmee benadert, omdat niet iedereen met zoiets wil worden geconfronteerd. Het hof acht dit een plausibele uitleg, die overigens ook niet is weersproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.61.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook in dit opzicht heeft de Staat dus niet onrechtmatig gehandeld jegens [verweerder] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie 6.62.</p>\n<p class=\"lf-p\">De conclusie luidt dat geen sprake is van een schending van het recht van [verweerder] op afstammingskennis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ná illegale adoptie [verweerder] : schending doorlopende informatieverplichting?</p>\n<p class=\"lf-p\">6.63.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals hierboven al is overwogen doemt uit het dossier met enige regelmaat het beeld op van een terughoudende en formele overheid. Dat geldt ook waar het gaat om de reactie van de Staat op de verzoeken om bijstand en informatie vanaf 2011. Het hof acht op zich begrijpelijk dat [verweerder] de vraag stelt waarom vertegenwoordigers van de Staat niet in een vroeg stadium om de tafel zijn gaan zitten met hem om met hem samen te bekijken welke stukken nog beschikbaar waren en in welke richting eventueel nog verder gezocht zou kunnen worden. Dat neemt niet weg dat er onvoldoende grond is om de Staat onrechtmatig handelen te verwijten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.64.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is dat voor zover de Staat beschikte over relevante informatie met het oog op het recht van [verweerder] op afstammingskennis, de Staat deze informatie in beginsel diende te delen. Dit betreft een doorlopende informatieverplichting op grond van artikel 8 EVRM. Daarbij geldt dat niet van de Staat kan verwacht dat hij in alle gevallen direct weet of hij over relevante informatie beschikt en zo ja welke informatie en waar deze informatie is opgeslagen. Dat geldt met name nu het om feiten van lang geleden gaat. Op de Staat rust wel een inspanningsverplichting om de gevraagde informatie, voor zover nog aanwezig, boven water te krijgen als daarom wordt gevraagd. Naar het oordeel van het hof heeft de Staat niet in strijd met deze inspanningsplicht gehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het lang heeft geduurd voordat beschikbare informatie werd gegeven doet daaraan niet af; zoals de rechtbank terecht heeft overwogen wisten de ambtenaren die de zoektocht hebben uitgevoerd niet precies waar het over ging en betrof het grotendeels zeer oude informatie. Dat de Staat verweer heeft gevoerd in het exhibitie-incident is niet onrechtmatig en dat geldt ook voor het (aanvankelijk) weglakken van passages in het kader van de WOB-verzoeken. Niet althans onvoldoende gemotiveerd betwist is dat de Staat bij de afhandeling van de WOB-verzoeken heeft gehandeld conform de daarvoor geldende wettelijke voorschriften en bovendien merkt de Staat terecht op dat de procedures onder de WOB de geëigende plek zijn (geweest) om daarover in debat te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van toezeggingen door de Minister tot verstrekking van bepaalde stukken is verder onvoldoende gebleken 6.65.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anders dan [verweerder] aanvoert is niet gebleken van onrechtmatig achterhouden van informatie. [verweerder] verwijst naar een brief van het Ministerie van BZ van 23 mei 2011, waarin het Ministerie op de vraag van [verweerder] wat de functie van [A] was, heeft geantwoord dat zij dat niet wisten, dit terwijl in een interne mail van destijds stond dat [A] emigratie ambtenaar was, “vermoedelijk gedetacheerd vanuit Sociale Zaken” (zie onder 3.41). Namens de Staat is er zitting uitgelegd dat dit laatste informatie was die op informele wijze tot het Ministerie was gekomen. Dergelijke informatie uit informele kanalen, bijvoorbeeld iets dat op een receptie is gehoord, mag niet langs formele weg gedeeld mag worden; daar moet je heel voorzichtig mee zijn, aldus de Staat. Het hof acht dit een plausibele verklaring. Niet aannemelijk is dat er bewust informatie voor [verweerder] verborgen is gehouden. Van onrechtmatig handelen is geen sprake.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.66. [verweerder] verwijt de Staat ook nog misleidende stellingen te hebben ingenomen: de Staat zou de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken aan de ambassadeur van 2 juni 1978 (zie 3.13) bij conclusie van antwoord hebben gepresenteerd alsof die tegen de stellingen van [verweerder] pleitte of daarvoor niet relevant was, terwijl nadien is gebleken dat in de – aanvankelijk weggelakte – passage nu juist iets stond wat de stelling van [verweerder] ondersteunde, namelijk dat er een aanwijzing was gegeven om geen maatregelen te nemen tegen de illegale adopties. Het hof volgt [verweerder] niet in deze uitleg. Uit de passage blijkt dat de Minister van oordeel was dat er van de kant van de administratie geen maatregelen genomen konden worden tegen de valse Braziliaanse akten, en wel vanwege de bewijskracht van dergelijke akten. Dat is niet in tegenspraak met wat de Staat bij zijn conclusie van antwoord heeft aangevoerd, namelijk dat de Minister in deze brief had opgemerkt dat het tegen de beginselen van de rechtstaat zou ingaan als geen bewijskracht zou worden toegekend aan Braziliaanse geboorteakten (zie conclusie van antwoord 7.7.).</p>\n<p class=\"lf-p\">6.67.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenals de rechtbank is het hof dus van oordeel dat geen sprake is van een onrechtmatige schending van de doorlopende informatieverplichting. Ook de incidentele grief 1 van [verweerder] heeft dus geen succes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie en proceskosten 6.68.</p>\n<p class=\"lf-p\">De conclusie is dat het hoger beroep van de Staat slaagt en dat het hoger beroep van [verweerder] niet slaagt. Omwille van de leesbaarheid zal het hof het gehele eindvonnis vernietigen en alsnog rechtdoende alle vorderingen afwijzen. Het hof zal [verweerder] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van de procedure bij de rechtbank – met uitzondering van de kosten in het incident (zie hieronder) – en in de kosten van het hoger beroep, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Ook zal [verweerder] worden veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen de Staat op grond van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis onverschuldigd aan hem heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der betaling tot aan de dag van algehele voldoening. De veroordelingen zullen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zoals gevorderd door de Staat. De Staat zal worden veroordeeld in de kosten van het incident (begroot op 1 punt x tarief € 461,-; zie vonnis 5.10).</p>\n<p class=\"lf-p\">6.69.</p>\n<p class=\"lf-p\">De proceskosten in (principaal en incidenteel) hoger beroep worden begroot op: appeldagvaarding € 103,33 griffierecht € 783,00 salaris advocaat € 3.642,00 (3 punten × tarief II) nakosten € 178,00 (plus verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.706,33 7Beslissing Het hof: vernietigt het eindvonnis van de rechtbank Den Haag van 24 november 2021; wijst alle vorderingen van [verweerder] af; veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure, in eerste aanleg aan de kant van de Staat begroot op € 639,- aan griffierecht en op € 1.844,00 aan salaris advocaat en in hoger beroep aan de zijde van de Staat begroot op € 4.706,33 vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan; bepaalt dat als [verweerder] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [verweerder] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft voldaan; veroordeelt [verweerder] tot terugbetaling van hetgeen de Staat op grond van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis onverschuldigd aan hem heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der betaling tot aan de dag van algehele voldoening; veroordeelt de Staat in de kosten van het incident, aan de kant van [verweerder] begroot op € 461,-, vermeerderd met de wettelijke rente als de Staat deze kosten niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan; verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit arrest is gewezen door mr. E.M. Dousma-Valk, mr. S.A. Boele en mr. E. Bauw en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2024 in aanwezigheid van de griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Formeel is geen sprake van “adopties”; de adoptieregels zijn juist geheel omzeild en de betrokken kinderen zijn net als [verweerder] niet formeel geadopteerd (ook niet door middel van valse papieren), maar als eigen biologische kind aangegeven. Net als partijen zal het hof deze term echter wel gebruiken, omdat een beter passende (korte) aanduiding niet voorhanden is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kenbaar uit productie 44.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel van productie 77.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opgenomen in prod. 76 (COIA-rapport), p. 64.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NI:RBDHA:2017:6711.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:GHDHA:2018:3107.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 26 maart 2013, zaaknummer 21794/08, Zorica Jovanovic t. Servië.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hof Den Haag 12 juli 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1248.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hof Den Haag 12 september 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1716.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 7 juli 1989, zaaknummer 10454183, Gaskin t. Verenigd Koninkrijk, EHRM 13 februari 2003, zaaknummer 42326/98. Odièvre t. Frankrijk en EHRM 20 december 2007, zaaknummer 23890/02, Phinikaridou t. Cyprus.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1337, Valkenhorst: het recht van een kind om te weten van wie het afstamt vloeit voort uit het aan artikel 8 EVRM en artikel 7 IVRK ten grondslag liggende algemeen persoonlijkheidsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 13 juni 1979, zaaknummer 6833/74, Marckx t. België en EHRM 9 oktober 1979, zaaknummer 6289/73, Airey t. Ierland.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 16 juli 2014, zaaknummer 37359/09, Häsmäläinen t. Finland, EHRM 7 juli 1989, zaaknummer 10454/83, Gaskin t. Verenigd Koninkrijk en EHRM 19 oktober 2005, zaaknummer 32555/96, Roche t. Verenigd Koninkrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 26 maart 1985, zaaknummer 8978/80. X en Y t. Nederland en EHRM 11 juli 2002, zaaknummer 28957/95, Goodwin t. Verenigd Koninkrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 26 maart 2013, zaaknummer 21794/08, Zorica Jovanovic t. Servië.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie Memorie van Antwoord onder 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 8 juli 1987, no. 9749/82, W. t. VK.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nota naar aanleiding van het eindverslag, Kamerstukken II 1987-1988, 20046, nr. 9, p. 2-3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie voetnoten 4 en 12.</p></div>", "next": 0}