{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Aankopen vanaf september 2011 zouden zo bezien nooit kunnen bijdragen aan de bonus voor [naam 6] voor 2011. Dat zou mogelijk slechts anders zijn als de aankopen bewerkt hout zouden betreffen, waarvoor de lead time veel korter is, maar tussen partijen is niet in geschil dat de marges daarop erg gering zijn. En dat hiervan in relevante (over)mate sprake is geweest, of van overmatige productie (bewerking van reeds ingekocht hout), terwijl hout reeds in de gewenste bewerking voorradig was, stelt Lionex trouwens ook niet. Dat [naam 6] onzakelijk voorraad is gaan inkopen met het oog op een bonus in 2012 stelt Lionex niet concreet en het komt het hof ook niet aannemelijk voor. De door Lionex bedoelde truc werkt naar zijn aard niet op lange termijn, zeker niet wanneer de voorraad, bij gebreke van voldoende financiering – zoals in 2012 – voor allesbepalende liquiditeitsproblemen zorgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.23 In de tweede plaats valt zonder toelichting, die ontbreekt, niet in te zien waarom [Y c.s.] zich zou hebben bekreund om de bonus van [naam 6] voor 2011, laat staan waarom zij met hem zouden hebben samengespannen – met alle risico’s van dien – om Lionex met het oog daarop in fatale liquiditeitsproblemen te doen brengen. Voor zover Lionex mocht bedoelen dat voor [Y c.s.] voorzienbaar was dat de samenspanning met [naam 6] het risico in zich borg dat deze er minder moeite mee zou hebben om voor Lionex een suboptimaal voorraadbeheer te voeren, dan presenteert zij daarmee een te ver verwijderd verband om het gewraakte handelen van [naam 6] op dit punt tot die samenspanning van [Y c.s.] met [naam 6] te rekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.24 Lionex voert nog aan dat zij in 2009 – toen onder leiding van [naam 6] en [appellant 4] – in staat was gebleken om de voorraad in lijn te brengen met de toen sterk dalende markt (en daarmee dalende verkopen) die toen inzette. Daarmee is echter nog niet aannemelijk gemaakt dat dit beleid is geweest dat [naam 6] bewust niet heeft gevolgd in 2011-2012, laat staan – nog steeds – dat de afwijking van dat (gestelde) beleid deel uitmaakte van de samenzwering van ook [Y c.s.] met [naam 6] . Bij dit oordeel betrekt het hof de volgende – door Lionex niet voldoende weersproken – argumenten van [X c.s.] :a. De houthandel kent lead times van 6-9 maanden. Klanten willen daar niet op wachten en uit voorraad kopen. Lionex moet dus een voorraad aanhouden om succesvol te kunnen opereren. Die voorraad moet bovendien voldoende divers en in die zin compleet zijn, omdat klanten die niet alle gewenste maten ineens bij één aanbieder kunnen kopen, (vaak) hun gehele order elders zullen plaatsen. b. Voorraad wordt ingekocht op basis van feilbare prognoses. Bij de inkopen in 2011 zijn de marktomstandigheden in 2012 te positief ingeschat. Niet alleen door [naam 6] , maar ook – en [naam 6] mede door haar – door Lionex’ groepsvennootschap en tevens belangrijkste klant [bedrijf 1] . c. Afbouw van een voorraad moet met beleid geschieden. Een in verhouding tot een (scherp) dalende markt hoge voorraad kan dus niet zomaar/onder alle omstandigheden in gelijke tred worden afgebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.25 Aan het voorgaande doet niet af dat [naam 6] in een bericht aan [appellant 4] van eind november 2011 voorspelde dat de markt ‘volledig onderuit’ zou gaan. Weliswaar ging volgens de door Lionex gepresenteerde cijfers de voorraad nog enigszins omhoog in de maand daarna, maar dat biedt onvoldoende aanknopingspunt voor het oordeel dat sprake was van bewust onzakelijk beleid. Het hiervoor in 10.24 onder b vermelde argument zou dan hooguit niet opgaan, op dat moment, voor de maand december 2011, maar dat doet aan de andere argumenten van [X c.s.] niet af, en na december 2011 ging de voorraad bovendien omlaag. Ook de lichte (tijdelijke) stijging van de voorraad in de periode maart-mei 2012 bewijst geen onzakelijk voorraadbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.26 Voorraadbeheer vanaf medio 2012. Lionex verwijt [naam 6] ook nog – en zij rekent dit ook tot de samenzwering – dat hij de eenmaal bestaande hoge voorraad in 2012 niet snel genoeg heeft afgebouwd. Ook hier stelt het hof voorop dat Lionex, om de hiervoor genoemde redenen, onvoldoende heeft toegelicht dat deze gestelde handelwijze van [naam 6] onderdeel uitmaakte van de gestelde samenzwering met [X c.s.] 10.27 Verder geldt, ten overvloede, het volgende. Concreet voert Lionex aan dat [naam 5] begin juni 2012 met [naam 6] heeft afgesproken dat Lionex tijdelijk minder zou inkopen en oude voorraden zou verkopen, en dat [naam 6] zich daaraan niet heeft gehouden. Lionex stelt dat dit blijkt uit haar omzet- en voorraadcijfers, maar geeft geen verdere toelichting. De door Lionex zelf gepresenteerde voorraadcijfers (hiervoor, 3.16) laten in elk geval (juist) een scherpe daling zien vanaf juni 2012. Tegenover de gemotiveerde betwisting van [X c.s.] die inhoudt dat [naam 6] de voorraad conform instructie heeft afgebouwd, heeft Lionex haar tegengestelde stelling onvoldoende onderbouwd. [X c.s.] benoemt wel dat [naam 6] in het belang van Lionex ‘in eerste instantie’ heeft ‘geprobeerd’ de (door [naam 5] opgelegde) maatregelen te ‘mitigeren’, maar weerspreekt dat hiermee sprake was van voorraadmanipulatie in de door Lionex bedoelde zin. Ook die betwisting heeft Lionex niet voldoende concreet weerlegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.28 Lionex voert nog aan dat er vanuit [naam 5] helemaal geen ‘inkoopverbod’ heeft gegolden: vanaf 23 augustus 2012 waren inkopen volgens haar weliswaar aan toestemming van [naam 5] onderworpen, maar [naam 5] heeft die toestemming ook meermalen gegeven. Ook voert Lionex aan dat er geen instructie was om (specifieke) inkopen te annuleren. Voor zover Lionex hiermee bedoelt aan te voeren dat [naam 6] te weinig of verkeerd heeft ingekocht, en dat dit ook tot de agreement met [Y c.s.] moet worden gerekend, heeft zij ook dat onvoldoende toegelicht. De instructie van [naam 5] was duidelijk dat de voorraad moest worden teruggebracht, zo nodig door het annuleren van inkopen, en dat heeft [naam 6] bewerkstelligd (ultimo 2012 tot het gewenste/geïnstrueerde niveau).</p>\n<p class=\"lf-p\">10.29 Omleiding van inkopen naar Blue Roots. Lionex verwijt [X c.s.] voorts dat [naam 6] c.s. eind 2012/begin 2013 bepaalde aanvoer van voorraad (waaronder Jammes, Shared Wood, Barth, Ab Timber en Tropica Bois) die bestemd was voor Lionex heeft omgeleid naar Blue Roots. Het hof oordeelt als volgt. De inkoop op naam van Lionex werd dus geannuleerd, en Blue Roots kocht de desbetreffende voorraad – die al onderweg was – deels in. Lionex werd op deze wijze gevrijwaard van kosten die anders aan de annulering zouden (kunnen) zijn verbonden. Gelet op de herhaalde instructie van [naam 5] om de voorraad (verder) af te bouwen en zo nodig inkopen te annuleren, had het op de weg van Lionex gelegen om toe te lichten dat deze transacties haar, ondanks het voordeel van het niet hoeven betalen van annuleringskosten, concreet – direct of indirect – hebben benadeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij komt dat [X c.s.] onweersproken of althans onvoldoende gemotiveerd weersproken heeft aangevoerd – wat betreft de leveranties van Jammes, Shared Wood en Barth ook nog onder verwijzing naar de getuigenverklaring van [naam 17] in de Maleisische procedure die dit bevestigt – dat Lionex door geldgebrek niet in staat was om de desbetreffende leveringen af te nemen. Overigens, als zou worden aangenomen dat Lionex die middelen desnoods wel had kunnen vrijmaken, dan heeft Lionex nog steeds niet (voldoende) toegelicht – gelet op het nijpende liquiditeitstekort waarmee zij toen sowieso kampte, de andere (betalings-)problemen die een dergelijke keuze dan dus noodzakelijk zou hebben meegebracht, en de instructie van [naam 5] om bestellingen zo nodig te annuleren – dat het afnemen van die bestellingen voor Lionex op dat moment een betere keus zou zijn geweest dan het annuleren ervan (en dat [naam 6] c.s. en/of [Y c.s.] dat wist of hierin roekeloos onverschillig waren).Voor zover Lionex heeft bedoeld te stellen dat zij door het overnemen van deze inkopen schade heeft geleden doordat Blue Roots met dat overnemen sneller met haar heeft kunnen concurreren, heeft zij dat in het licht van het voorgaande onvoldoende onderbouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het onder aanvoering van [naam 5] annuleren van houtinkopen heeft Lionex immers de kans voor lief genomen dat een concurrent van haar die inkopen zou overnemen en haar daarmee zou kunnen beconcurreren. Ten aanzien van de omstandigheid dat met deze omleidingen bedrijfsvertrouwelijke informatie van Lionex werd gebruikt geldt dat, indien dit concrete gebruik al onrechtmatig zou zijn – [X c.s.] betwist dit –, dat in deze specifieke context geen schade veroorzaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.30 Dumping Lionex, aankoop Blue Roots. Lionex stelt voorts dat zij in april 2013 – toen [naam 6] al uit dienst was – een deel van haar voorraad tegen afbraakprijzen heeft moeten verkopen aan IKN. Zij verwijst hierbij naar notulen van de directievergadering van [appellant 5] van 3 april 2013, maar die handelen over overname van Lionex-hout van de ‘Maleisische droger’ en dat is niet IKN (niet droger maar producent, gevestigd in Jakarta, Indonesië) maar Minho (droger, gevestigd in Johor, Maleisië). Wat hiervan zij, dit verwijt bouwt voort op het verwijt dat, kort gezegd, [Y c.s.] verantwoordelijk is voor de – in april 2013 tot dumping noodzakende – liquiditeitsproblemen van Lionex vanaf medio 2012 mede door een te hoge voorraadopbouw vanaf 2011, en dat verwijt is hiervoor (10.16-10.25) al ongegrond bevonden. Wat de voorraadverkoop door Lionex aan Kayu Gedong betreft, in diezelfde periode, geldt hetzelfde. Voor zover Lionex mocht bedoelen dat [naam 6] c.s. concreet heeft gestuurd – via de toen nog voor Lionex werkzame [naam 9] – op die laatstbedoelde verkoop, met het oog op aankoop door Blue Roots, geldt dat [X c.s.] dat gemotiveerd heeft weerlegd, en Lionex haar stellingen – als die zo zijn bedoeld – daartegenover niet nader en daarmee onvoldoende heeft onderbouwd. En ook hier geldt weer dat van betrokkenheid van [Y c.s.] niet is gebleken (anders dan in de vorm van kennisneming achteraf), noch dat Lionex bruikbare alternatieven voorhanden had.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.31 De conclusie moet luiden dat Lionex onvoldoende heeft onderbouwd dat het voorraadbeleid van [naam 6] schade heeft toegebracht aan Lionex en moet worden toegerekend aan de agreement met [Y c.s.] Bankrelatie 10.32 Opzetten HSBC tegen Lionex. Lionex verwijt [X c.s.] dat (onderdeel van haar samenzwering met [naam 6] c.s. was dat) [naam 6] de relatie van Lionex met HSBC heeft gemanipuleerd c.q. gefrustreerd: in de eerste plaats door aan te sturen op de e-mail van HSBC aan hem van 10 augustus 2012 (hiervoor, 3.60). In deze e-mail confronteert HSBC [naam 6] kort gezegd met de consequenties van het eventueel niet tijdig aflossen van het exportkrediet (op 15 augustus 2012). Volgens Lionex heeft [naam 6] deze e-mail laten sturen om zijn mededirecteur [naam 5] op oneigenlijke wijze onder druk te zetten en is dat absurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.33 Aan deze e-mail was daags ervoor een verzoek voorafgegaan van [naam 16] (controller Indofin, de uiteindelijke aandeelhouder van Lionex) om na te gaan wat de consequenties zouden zijn van een eventuele (tijdelijke) default op de aflossing van dit krediet. Naar het hof begrijpt heeft [naam 6] deze vraag bij HSBC ter sprake gebracht. Voor zover het betoog van Lionex ertoe strekt dat ook dit ter sprake brengen verwijtbaar is aan [naam 6] en toerekenbaar is aan de samenzwering met [Y c.s.] , geldt het volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.34 Het hof stelt voorop dat Lionex tegenover de betwisting van [X c.s.] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de hier aan de orde zijnde gedragingen van [naam 6] zijn toe te rekenen aan de samenzwering van [Y c.s.] met [naam 6] . Het enkele feit dat [naam 6] de e-mail van HSBC doorstuurde aan [appellant 4] (met het commentaar ‘Als je een goede relatie hebt met hsbc dan sturen ze dit soort mails [wel, hof]’) maakt dit niet anders. Dit is immers achteraf, en uit niets blijkt dat [naam 6] zijn handelwijze vooraf met [appellant 4] of anderszins met [Y c.s.] had afgestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.35 Overigens geldt het volgende. Nadat [naam 16] [naam 6] had gevraagd om na te gaan wat de eventuele gevolgen van een default zouden zijn, schreef [naam 6] onder meer aan [naam 16] ‘Om de gevolgen te kunnen inschatten zal ik HSBC moeten benaderen (dan wel een deel uit de LOO halen). Wat moet ik HSBC aangeven waarom SI [hof: [bedrijf 1] ] haar facturen niet betaalt aan Lionex?’ [naam 16] antwoordde daarop, voor zover van belang (nog steeds op 9 augustus 2012): ‘kijk vooralsnog wat je uit de LOO kunt halen en wacht nog even om HSBC hierover te benaderen’. Daags erna rapporteert [naam 9] aan [naam 6] over de gevolgen van een default: samengevat opeising van het krediet, executiemaatregelen en het aanspreken van [holding 1] onder de letter of awareness. [naam 6] stuurt dit door aan [naam 16] met de mededeling, voor zover van belang ‘Als bestuurder van Lionex kan ik een default niet supporten.’ [naam 16] stuurt deze berichten vervolgens door aan [naam] jr., met de mededeling, voor zover van belang (nog steeds op 10 augustus 2012): ‘Ik zal [naam 6] [ [naam 6] ] straks nog even bellen om alles door te spreken, maar als ik alles zo lees, lijkt het niet te lukken.’ Volgens [X c.s.] heeft de aandeelhouder vervolgens aangedrongen op een reactie van HSBC zelf. Desgevraagd heeft [X c.s.] op de mondelinge behandeling in het hoger beroep gesteld dat dit telefonisch zal zijn gegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.36 Tegen de achtergrond van de hiervoor beschreven e-mailcorrespondentie heeft Lionex naar het oordeel van het hof niet voldoende gemotiveerd weersproken dat [naam 6] de instructie kreeg, of althans begreep en mocht begrijpen dat de bedoeling was, dat hij de eventuele gevolgen van een default rechtstreeks met HSBC zou bespreken. [naam 6] had [naam 16] immers daags voor zijn gesprek met HSBC geschreven dat hij voor het antwoord op de gestelde vraag HSBC moest benaderen, dan wel een deel uit de ‘LOO’ moest halen, waarmee volgens de schriftelijke verklaring van [naam] jr. vermoedelijk de leningsovereenkomst wordt bedoeld. [naam 16] vraagt [naam 6] daarop om ‘vooralsnog’ te kijken wat hij uit de LOO kan halen en ‘nog even [te] wacht[en]’ om HSBC hierover te benaderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verzoek laat zich aldus lezen dat volgens (ook) [naam 16] HSBC zal moeten worden benaderd, of dat dit althans een reële mogelijkheid is, als de LOO geen soelaas biedt. In de daaropvolgende e-mailcorrespondentie tussen [naam 16] en [naam] jr. is te lezen dat het volgens [naam 16] ‘niet [lijkt] te lukken’ en dat hij [naam 6] zal gaan bellen. Tussen partijen is niet in geschil dat er (inderdaad) geen reële mogelijkheid was voor Lionex om op eigen kracht het krediet tijdig af te lossen, en dat de leningsovereenkomst met HSBC verder geen ruimte bood. Lionex stelt niet dat toen al (de mogelijkheid van) een lening van [bedrijf 4] op tafel lag, of althans dat daarover met [naam 6] was gesproken (in een e-mail aan [naam 16] en [naam 5] van 14 augustus 2012, vier dagen later dus, schrijft [naam 6] dat [naam 16] hem ‘gisteren’ had aangegeven dat de aandeelhouder bereid was om 50% van het tekort te betalen (de uiteindelijke € 1 miljoen)).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen die achtergrond komt het niet onaannemelijk voor dat toen – op 10 augustus dus, toen de lening nog niet in beeld was – aan [naam 6] is medegedeeld, of dat deze het aldus heeft mogen begrijpen, dat hij de mogelijkheid van een default dan toch maar met HSBC moest gaan bespreken. Dat is ook wat [X c.s.] aanvoert. De enkele weerspreking die Lionex daartegenover heeft gesteld (onder verwijzing naar de schriftelijke verklaring van [naam] jr.) is onvoldoende. Met name heeft Lionex niet concreet gesteld wat er volgens haar dan wél is besproken of gezegd, of als er geen verdere communicatie meer was: waarom niet, nu [naam 16] juist aan [naam] jr. had geschreven dat hij [naam 6] nog even ging bellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.37 De omstandigheid dat [naam 9] intussen – na de e-mailwisseling tussen [naam 16] en [naam 6] op 9 augustus 2012 – intern had gerapporteerd over wat volgens hem de gevolgen van een default zouden zijn, maakt het voorgaande niet anders. [naam 6] zal zich hebben gerealiseerd dat op basis van de kredietdocumentatie genoegzaam kon worden vastgesteld waartoe de bank tegenover Lionex gerechtigd was in het geval van een eventuele default (daarover rapporteerde [naam 9] later), maar [naam 6] schreef [naam 16] desondanks dat hij HSBC zou moeten benaderen om de gevolgen van een eventuele default te kunnen inschatten. Mogelijk had hij daarbij op het oog dat hetgeen waartoe de bank tegenover Lionex (ultiem) gerechtigd was, niet noodzakelijk ook in de praktijk als eerste zou gebeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.38 In relatie tot haar stelling dat het van verstandig ondernemerschap getuigt om de gevolgen van een mogelijke default te onderzoeken ‘zonder de bank daarin te betrekken’ heeft Lionex in eerste aanleg nog verwezen naar de situatie in 2009, toen [naam 6] volgens Lionex precies dezelfde vraag had uitgezocht voor [appellant 4] (die toen directeur van [holding 1] was). In de e-mail aan [appellant 4] van 15 april 2009 waarnaar Lionex verwijst, rapporteert [naam 6] onder meer ‘Zoals gisteren besproken heb ik zowel bij RBS en HSBC laten inventariseren wat de gevolgen zijn van het niet op tijd kunnen terugbetalen van onze ECR faciliteit voor 15 mei.’ En hij vermeldt dan binnen welke termijn die banken de plicht hebben – kennelijk onder de exportkredietregeling die zij ten behoeve van de EXIM-bank uitvoerden – om de lening als non performing aan te melden, en dat er bij HSBC een verlengingsvoorstel ligt waarop nog niet is beslist. In deze rapportage is niet te lezen dat [naam 6] toen onderzoek had gedaan naar de gevolgen van een eventuele default ‘zonder de bank daarin te betrekken’; integendeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.39 Zelfs als er niet een instructie aan [naam 6] was om ook bij de bank de gevolgen van een eventuele default te onderzoeken, ziet het hof tegen de hiervoor weergegeven achtergrond niet dat sprake was van (opzettelijk) schadeveroorzakend handelen. Toen het krediet moest worden afgelost wás Lionex niet zelf in staat om dit te doen. Daarvoor heeft [bedrijf 4] uiteindelijk een lening van € 1 miljoen verschaft, naast het (tijdelijke) krediet van (omgerekend) € 1 miljoen van HSBC zelf, maar dat lag op 10 augustus 2012 allemaal nog niet op tafel. Dat Lionex het niet zelf kon , was bekend voordat [naam 6] HSBC benaderde; Lionex stelt althans niet het tegendeel. Lionex maakt tegen deze achtergrond niet duidelijk wat [naam 6] dan wel had moeten bespreken met HSBC, of althans dat het absurd was van [naam 6] – gegeven de vraag van [naam 16] , en het vooralsnog ontbreken van een toezegging vanuit de concernleiding om de benodigde aflossing voor zover nodig te financieren – om het scenario van een eventuele default bij HSBC ter sprake te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.40 Lionex heeft verder onvoldoende onderbouwd, tegenover de betwisting van [X c.s.] , dat [naam 6] HSBC op het idee heeft gebracht om kritisch te zijn op de schuld van [bedrijf 1] aan Lionex (als dekking voor het krediet). [X c.s.] heeft onweersproken aangevoerd dat HSBC de doorlopende omvangrijke schuld van [bedrijf 1] aan Lionex uit de reguliere (verplichte) rapportages van Lionex kon afleiden. Ook heeft [X c.s.] aangevoerd dat HSBC al bij eerdere gelegenheden kritische vragen daarover had gesteld, maar dat [naam 6] die had weten te pareren en dat HSBC het er toen voorlopig bij liet omdat Lionex het exportkrediet (al dan niet met hulp) tijdig bleef aflossen. Tegenover deze stellingname, en trouwens ook gegeven de expliciete vraag van HSBC aan Lionex ( [naam 6] ) in haar e-mail van 8 augustus 2012 om zo veel als mogelijk bij [bedrijf 1] te incasseren, heeft Lionex onvoldoende onderbouwd dat HSBC vóór 10 augustus 2012 überhaupt nooit commentaar had gehad op de vordering van Lionex op [bedrijf 1] dan wel dat [naam 6] haar het commentaar van 10 augustus 2012, dan wel eerder commentaar, had ingefluisterd. [naam 6] heeft er wél de hand in gehad, met de bedoeling om [naam 5] en/of de aandeelhouder onder druk te zetten, dat HSBC hem haar commentaar op die positie van [bedrijf 1] schriftelijk bevestigde, in haar waarschuwende e-mail van 10 augustus 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kan echter worden verklaard door de enkele wens van [naam 6] , in het belang van Lionex, dat het krediet tijdig werd afgelost, en de kennelijk acute dreiging dat dit niet zou gebeuren. Dat Lionex door (het aansturen op) die enkele e-mail schade heeft geleden, acht het hof niet aannemelijk. Lionex heeft ook niet toegelicht waarom het door [naam 6] in voorkomend geval onder druk zetten van de aandeelhouder van Lionex om (meer) financiering te verstrekken of om het betalingsgedrag van [bedrijf 1] te verbeteren, naar Maleisisch recht onrechtmatig kan zijn ten aanzien van Lionex.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.41 Aanvullend geldt nog het volgende. Lionex heeft gewezen op de hiervoor al aangestipte e-mailcorrespondentie van HSBC van 8 augustus 2012, waarin HSBC volgens Lionex berichtte positief te staan tegenover een uitbreiding van de kredietfaciliteit, wat er volgens Lionex op duidt dat HSBC toen nog wél vertrouwen had in Lionex. Lionex suggereert dat die positieve houding de das om is gedaan door de door haar aan [naam 6] verweten gedragingen van 10 augustus 2012, c.q. het in een kwaad daglicht stellen van [bedrijf 1] en het laten schrijven van een zorgelijk ogende e-mail daarover. De e-mails van 8 augustus 2012 heeft [X c.s.] in eerste aanleg in het geding gebracht ten betoge dat hieruit juist blijkt dat [naam 6] loyaal was aan Lionex: hij spande zich in voor tijdelijke verruiming van de kredietfaciliteit met het oog op de aanstaande aflossingsverplichting ten aanzien van het exportkrediet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook heeft [X c.s.] erop gewezen dat uit deze e-mails (al) blijkt dat de bank aandringt op betaling door [bedrijf 1] . De e-mails spreken over een tijdelijke verruiming van RM 3,5 miljoen (ECR) + RM 0,5 miljoen OD (dit laatste staat naar het hof aanneemt voor overdraft; het gaat in elk geval over tijdelijk extra krediet). Dit is echter ook (nagenoeg) wat HSBC heeft gefourneerd: op 14 augustus 2012 bericht [naam 6] aan [naam 16] en [naam 5] dat HSBC 50% van het tekort van RM 7,9 miljoen tijdelijk bijlegt. Uit deze gang van zaken is dus niet de door Lionex gestelde wijziging van vertrouwen van HSBC in Lionex over de periode 8-10 augustus 2012 af te leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.42 HSBC paaien voor Blue Roots. Lionex vermeldt dat [naam 6] in een gesprek met HSBC op 14 augustus 2012 een balletje heeft opgegooid om een deel van de business van de beoogde nieuwe concurrent van Lionex, te kunnen leveragen (50%). Volgens Lionex was [naam 6] hier bezig geweest om financiering voor Blue Roots te regelen. Volgens [X c.s.] daarentegen is [naam 6] in het bewuste gesprek omzichtig te werk gegaan, heeft hij niets verteld over een mogelijk vertrek bij Lionex, noch iets prijsgegeven van de plannen van de nieuwe onderneming. [naam 6] heeft volgens [X c.s.] in algemene termen gesproken over de financiering van startups in de houthandel; de startup in kwestie, zo hield [naam 6] volgens [X c.s.] aan de bank voor, was een mogelijke samenwerkingspartner van Lionex.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.43 Begin september 2012 hebben [appellant 1] en [appellant 4] op introductie van [naam 6] een kennismakingsgesprek gehad met de contactpersoon van [naam 6] bij HSBC. Ook hier werd volgens [X c.s.] geen melding gemaakt van het mogelijk aanstaande vertrek van [naam 6] bij Lionex en/of de betrokkenheid van [naam 6] bij de beoogde nieuwe onderneming van [appellant 1] en [appellant 4] , maar werd slechts melding gemaakt van mogelijke samenwerkingsplannen met Lionex. [X c.s.] wijst hierbij mede op de e-mail van de contactpersoon van [naam 6] bij HSBC van 7 september 2012 aan [naam 6] , waarin die contactpersoon vraagt wat ook alweer de naam was van de groep met wie samenwerking werd gezocht (‘you were looking to JV [door [X c.s.] uitgelegd als: joint venture] with’). Lionex heeft in eerste aanleg ook naar deze e-mail verwezen, maar juist ten betoge dat hieruit blijkt dat [naam 6] zichzelf – niet Lionex – wél al bekend had gemaakt als (toekomstig) partner in de nieuwe houtonderneming, waarvoor financiering werd gezocht. Kennelijk las Lionex het ‘you’ in de hiervoor bedoelde e-mail van HSBC als ‘ [naam 6] persoonlijk/privé’ en leest [X c.s.] het als ‘Lionex’.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.44 Het hof oordeelt hierover als volgt. Het komt het hof niet aannemelijk voor dat [naam 6] in zijn gesprek met HSBC op 14 augustus 2012 bezig is geweest om een krediet voor Blue Roots te regelen zoals Lionex stelt en/of dat dat hij hierbij heeft gesproken over zijn (mogelijke) vertrek bij Lionex en/of aansluiting bij (het dan nog: toekomstige) Blue Roots. Het gesprek op die dag strekte er in de eerste plaats toe om de aflossing van het EXIM-krediet van Lionex rond te krijgen. Deze context maakt onaannemelijk dat [naam 6] toen tegelijkertijd of op dezelfde dag zijn (mogelijke) vertrek bij Lionex aankondigde. Ook van het gesprek van [appellant 1] en [appellant 4] met HSBC begin september 2012 heeft Lionex naar het oordeel van het hof niet voldoende onderbouwd of aannemelijk gemaakt, tegenover de gemotiveerde betwisting van [X c.s.] , dat het (beoogde) vertrek van [naam 6] bij Lionex en/of zijn toetreding tot (het latere) Blue Roots toen is besproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.45 Overigens maakt het voorgaande voor het beoordelen van de schade van Lionex niet uit. Lionex stelt niet dat HSBC naar aanleiding van de gewraakte gesprekken van 14 augustus en begin september 2012 maar vóór de hierna te bespreken aankondiging van HSBC van 23 januari 2013 tot geleidelijke halvering van het krediet, enigerlei maatregel heeft genomen die schadelijk was of kon zijn voor Lionex. In het hierna te bespreken gesprek van medio december 2012 heeft [naam 6] zijn (aanstaande) vertrek bij Lionex en – naar het hof begrijpt – zijn aansluiting bij Blue Roots, en financiering van Blue Roots, besproken. Als dat schadelijk is geweest voor Lionex in de zin dat het heeft bijgedragen aan eerst de halvering (aangekondigd op 23 januari 2013) en later de intrekking van het krediet, dan valt niet in te zien dat de gesprekken die daaraan vooraf gingen, zelfs indien die de door Lionex gestelde inhoud hadden, toegevoegde betekenis (in de zin van oorzakelijk verband) hadden. Andersom geldt hetzelfde: als het gesprek van medio december 2012 niet op zichzelf beschouwd schadelijk was voor Lionex, dan valt niet in te zien dat de eerdere gesprekken, indien die de door Lionex gestelde inhoud hadden, dat wél waren.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.46 Aankondiging overstap [naam 6] naar Blue Roots. Medio december 2012 heeft [naam 6] aan HSBC verteld dat hij Lionex zou gaan verlaten en – naar het hof begrijpt – dat hij bij Blue Roots zou gaan instappen, en heeft hij gesproken over financiering van Blue Roots. Volgens Lionex heeft dit haar relatie met HSBC (verder) beschadigd. Meer concreet heeft dit volgens Lionex gezorgd voor de geleidelijke halvering en vervolgens, toen niet werd afgelost, tot intrekking van het krediet.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.47 Het hof oordeelt hierover als volgt. In zijn e-mail van 23 januari 2013 heeft [naam 6] aan [naam 5] gerapporteerd dat HSBC het krediet geleidelijk wilde terugschroeven tot de helft, met als reden de slechte economische situatie in Europa en het feit dat Lionex tweemaal met de hakken over de sloot was gegaan met de afwikkeling van het EXIM-krediet. HSBC zelf heeft in haar e-mails van 20 februari 2013 en 7 maart 2013 aangekondigd dat zij het krediet per 13 april 2013 zou halveren in verband met de ‘painfully slow ECR liquidation’, respectievelijk de ‘slow liquidation of Lionex EXIM bills’ en zorgen over ‘extended receivable days under Lionex’ related/holding companies’ Dit betreft dus de benarde liquiditeitspositie waarin Lionex verkeerde. Die liquiditeitspositie was zelfs zodanig benard geweest, dat [naam 6] – met wetenschap van [naam 5] en Weij, terwijl hij hen had geschreven dat dit niet zijn voorkeur had – HSBC had verzocht om in te stemmen met een kasrondje met [bedrijf 1] om ‘aflossing’ van het krediet zogenaamd mogelijk te maken (waarmee het kredietcomité van HSBC niet had ingestemd).</p>\n<p class=\"lf-p\">10.48 Deze gang van zaken en correspondentie maken voorshands aannemelijk dat de geleidelijke halvering en later intrekking van het krediet voor ten minste een (zeer) belangrijk deel verband hield met de slechte liquiditeitspositie van Lionex en de ongunstige marktomstandigheden (in Europa). Tot en met 23 januari 2013 (toen de halvering werd aangekondigd) zal die slechte liquiditeitspositie hoogstens in zeer beperkte mate (verder) kunnen zijn verslechterd als gevolg van de concurrerende activiteiten van Blue Roots, die toen net pas van start was gegaan. Toch acht het hof voorshands niet uit te sluiten dat het gewraakte beleid van HSBC mede het gevolg is geweest van het (aangekondigde) vertrek van [naam 6] of [naam 6] c.s. bij Lionex en zijn of hun (aangekondigde) overstap naar Blue Roots. Die overstap zou immers maken dat Lionex een bekwame, ervaren en ingewerkte bestuurder, met een over een lange periode opgebouwd netwerk aan zakelijke relaties, al dan niet samen met een aantal belangrijke (andere) werknemers, zou verliezen aan een (beginnende) concurrent. In het algemeen, naar algemene ervaringsregels, is van zo’n overstap te verwachten dat er omzet en daarmee marge zogezegd meeverhuist.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.49 Als dit inderdaad heeft meegespeeld bij het handelen van HSBC ten aanzien van Lionex, en zou worden aangenomen dat Lionex hierdoor uiteindelijk een slechter resultaat heeft geboekt dan wanneer [naam 6] (c.s.) niet bij haar zou zijn vertrokken ten gunste van Blue Roots, dan is daarmee nog niet gezegd dat dit nadeel kwalificeert als schade die [Y c.s.] moet vergoeden. Dit zal er immers onder meer van afhangen of dit nadeel niet óók zou zijn geleden als het gewraakte onrechtmatig handelen niet zou hebben plaatsgevonden. Het gaat, met andere woorden, wederom om de scenario’s die zich zonder de gewraakte samenzwering zouden hebben kunnen ontvouwen, en de waarschijnlijkheid ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.50 Lionex stelt zich op het standpunt dat zonder de samenzwering, [naam 6] c.s. gewoon bij haar werkzaam zouden zijn gebleven. Er zijn echter ook scenario’s zonder samenzwering denkbaar waarin dit toch niet het geval zou zijn geweest. Zoals hiervoor (10.11) reeds opgemerkt heeft de rechtbank aannemelijk geoordeeld dat [naam 6] c.s. Lionex ook zónder de gewraakte samenzwering zouden hebben verlaten, op ongeveer hetzelfde moment als waarop dit in werkelijkheid is gebeurd. Denkbaar in dat scenario is dat [naam 6] c.s. evengoed in de houthandel werkzaam zouden zijn gebleven, en Lionex evengoed concurrentie zouden zijn gaan aandoen. Meer specifiek acht het hof op zichzelf ook denkbaar dat [naam 6] met [Y c.s.] een concurrerende houtonderneming zou hebben opgezet, maar dan op niet-onrechtmatige wijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.51 Deze mogelijke alternatieve scenario’s en de waarschijnlijkheid ervan zijn van belang om te kunnen beoordelen of schade is geleden, of [Y c.s.] wist dat dit zou gebeuren door de uitvoering van (de onrechtmatige elementen van) de agreement of te dien aanzien roekeloze onverschilligheid aan de dag heeft gelegd, en zo ja hoe hoog die schade dan is. Over dit onderwerp – de mogelijke alternatieve scenario’s en de waarschijnlijkheid ervan – acht het hof zich vooralsnog onvoldoende voorgelicht. Het hof zal partijen opdragen om zich hierover nader uit te laten: dit komt hierna in hoofdstuk 11 aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.52 Leveringen aan [bedrijf 1] . Een thema dat Lionex in haar grieven ook onder het kopje ‘bankrelatie’ aansnijdt en dat het hof hier zal bespreken – maar zonder te impliceren dat dit thema (exclusief) in dit ‘hokje’ thuishoort (hiervoor, 10.12-10.14) – is dat [naam 6] Lionex leveringen heeft doen uitvoeren aan [bedrijf 1] die deze, naar (huidig) zeggen van Lionex, niet wilde of had besteld, en in elk geval niet betaalde. Ook hierdoor stelt Lionex schade te hebben geleden. Het gaat haar hierbij niet om eventuele onverhaalbaarheid van haar vorderingen op [bedrijf 1] of andere eventuele schade in die relatie – dergelijke schade legt zij althans niet ten grondslag aan haar vorderingen op [X c.s.] –, maar om het oplopen van de (niet op korte termijn verhaalbare) vordering van Lionex op [bedrijf 1] als zodanig. [bedrijf 1] betaalde niet, vanwege haar eigen liquiditeitsproblemen en omdat zij de leveringen niet wilde en meende niet te hebben besteld. Het liquiditeitsprobleem van Lionex liep daardoor op en HSBC had ook een probleem met die feitelijke financiering door Lionex van [bedrijf 1] , aldus Lionex.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.53 Het hof oordeelt hierover als volgt. Ter onderbouwing van haar grieven op dit onderdeel verwijst Lionex naar e-mails van [naam 24] aan [naam 6] van 26 oktober en 1 november 2012:E-mail van [naam 24] aan [naam 6] van 26 oktober 2012: \"ER IS NOOIT OVER CONTAINER NUMMER 9 GESPROKEN! Alleen op dat moment was het onderwerp container 7 en 8 van de reeks. Bovendien deelde lij mede dat ie ze toch ging sturen waarbij [bedrijf 1] je informeerde deze niet te kunnen betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu zijn minimaal 2 containers kwalitatief afgekeurd, en willen we dat je deze terugneemt. De situatie nu is dat we geen boeidelen nodig hebben, dus GA ZE OOK NIET PRODUCEREN, IK NEEM ZE NIET AF. In het jaar 2013 zullen we ons beraden over eventueel nieuwe verschepingen boeidelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien wil ik ALLES vastleggen, want mondeling overleg zonder goede verslaglegging van hetgeen er besproken is werkt niet... Het mondt altijd uit in oeverloos discussieren over wat er wel en niet afgesproken is. Hierheb ik inmiddels voorbeelden te over van en daar heb ik simpelweg `schoon genoeg' van..... Zelfs als het vastligt, blijkt er toch containers gewoon 4 weken eerder oo het water gezet te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">E-mail van [naam 24] aan [naam 6] van 1 november 2012: \"Dear [naam 6] , According to the information we received from your office, you shipped with invoice 012/10/4703 (Contract [bedrijf 1] 61/09/2011) However, with the email from [naam 25] dated October 10, [bedrijf 1] cancelled most of the outstanding contracts due to circumstances well known. The above mentioned contract was one of them. Seems to be a lack of internal communication within Lionex???</p>\n<p class=\"lf-p\">What to do with this container?</p>\n<p class=\"lf-p\">Please do take notice of the email dated October 10 in order NOT TO SHIP all other contracts being cancelled..\"</p>\n<p class=\"lf-p\">10.54 [X c.s.] heeft toegelicht dat hooguit incidenteel goederen eerder zijn geleverd dan overeengekomen, als dit opportuun was om bijvoorbeeld een container af te vullen, en dat die leveringen bovendien financieel eigendom bleven van Lionex (‘loods 1196’). Ook kwamen ‘ongevraagde’ leveringen van hout volgens [X c.s.] voor als [bedrijf 1] in zodanig laat stadium haar contracten annuleerde dat Lionex hiermee geen rekening kon houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.55 Wat betreft de hiervoor aangehaalde e-mail van 26 oktober 2012 betreft heeft [X c.s.] aangevoerd dat hieruit blijkt dat één container (nr. 9) op een eerder tijdstip is geleverd dan overeengekomen (wel besteld maar geen afroep c.q. ‘preadvies’). Volgens [X c.s.] heeft Lionex deze container teruggenomen. Verder waren twee containers kwalitatief onder de maat en heeft [bedrijf 1] aangegeven (voorlopig) geen boeidelen te willen. Volgens [X c.s.] had [naam 6] aangeboden om vervangende partijen (boeidelen, daarom ging het volgens [X c.s.] ) te verzenden, en wees [bedrijf 1] dat aanbod dus af. [naam 6] schreef dat [bedrijf 1] schriftelijk akkoord had gegeven op de verschepingen, en dat weersprak [bedrijf 1] vervolgens niet. Dat [naam 6] in dit verband onjuist of onzakelijk heeft gehandeld, heeft Lionex daarom onvoldoende onderbouwd. De e-mail van 1 november 2012 gaat klaarblijkelijk over één container die volgens [bedrijf 1] op 10 oktober 2012 was geannuleerd, maar toch verzonden. [bedrijf 1] vraagt wat met deze container moet gebeuren, en verzoekt de overige (geannuleerde) bestellingen niet te verzenden. Hoe dit verder is afgelopen vermeldt Lionex niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.56 Tegen deze achtergrond heeft Lionex onvoldoende onderbouwd dat [naam 6] [bedrijf 1] opzettelijk en op onzakelijke gronden opscheepte met (noemenswaardige) hoeveelheden ongevraagd hout, laat staan dat dit onderdeel uitmaakte van de samenzwering met [X c.s.] Bij dit alles moet ook nog worden bedacht dat het gewraakte handelen slechts tot de door Lionex gestelde schade zou hebben kunnen leiden indien Lionex het hout dat naar zeggen van [bedrijf 1] ongevraagd was geleverd, bij gebreke daarvan daadwerkelijk (op korte termijn) te gelde had kunnen maken. Dat hiervan sprake was, stelt of onderbouwt Lionex niet. Gelet op de hoge voorraad, de slechte markt én het eigen belang dat [naam 6] had met het tijdig aflossen van het EXIM-krediet (hiervoor, 10.20) komt het hof dit ook niet aannemelijk voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.57 Het hof kan uit de memorie van grieven of overige processtukken van Lionex in het hoger beroep niet afleiden dat zij in het hoger beroep nog het verwijt aan [naam 6] (en [Y c.s.] ) handhaaft dat [naam 6] überhaupt op krediet aan [bedrijf 1] is blijven leveren, dat wil zeggen ook wél bestelde en afgeroepen partijen, ondanks de door Lionex gestelde wetenschap van [naam 6] dat [bedrijf 1] die niet kon betalen. Voor zover het hof dat verkeerd ziet geldt dat [X c.s.] dit verwijt gemotiveerd heeft weersproken (onder meer memorie van antwoord, 765-766), en Lionex haar verwijt tegen deze achtergrond onvoldoende heeft onderbouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leveranciers 10.58 Volgens Lionex is zij ook benadeeld doordat [naam 6] c.s., met instemming of althans medeweten van [Y c.s.] en daarmee als onderdeel van de samenzwering, haar leveranciers heeft benaderd om hen ertoe te bewegen over te stappen naar Blue Roots. In een aantal gevallen zijn leveranciers volgens Lionex ook overgestapt, maar die gevallen zijn volgens haar niet beslissend voor haar schade. Elke benadering van leveranciers door [naam 6] c.s. met het oog op overstap naar Blue Roots is volgens Lionex reeds beschadigend geweest voor de vertrouwens- en daarmee handelsrelaties tussen die leveranciers en haar. Uiteindelijk kwam zij door toedoen van [naam 6] c.s., en toerekenbaar aan [X c.s.] , geheel zonder leveranciers te zitten – aldus Lionex. Het hof overweegt hierover als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.59 Geen (exclusieve) long term supply agreements . In de eerste plaats heeft Lionex (ook) in hoger beroep niet voldoende gemotiveerd weersproken dat op de houtmarkt geen long term supply agreements worden gesloten; er zijn en waren – op de markt waarop Lionex actief was – geen exclusieve leveranciersrelaties. Van het pogen om leveranciersrelaties werkelijk (exclusief) van Lionex over te nemen kan dan ook geen sprake zijn geweest. Wel is Blue Roots klant geworden van leveranciers van wie ook Lionex klant was. Mogelijk heeft Blue Roots ook nog andere Lionex-leveranciers hiervoor – maar zonder succes – benaderd. Het hof acht echter niet aannemelijk, zoals het hierna nader zal toelichten, dat Lionex hierdoor enige schade heeft geleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.60 Omleiden van inkopen naar Blue Roots. Zoals het hof hiervoor al heeft aangestipt, heeft [naam 6] een aantal concrete bestellingen van Lionex bij leveranciers geannuleerd of doen annuleren, en gedeeltelijk door Blue Roots doen afnemen. Ten aanzien van deze concrete bestellingen is niet aannemelijk geworden dat Lionex hierdoor rechtstreeks is benadeeld (hiervoor, 10.29). Ook is niet aannemelijk geworden dat deze gang van zaken de reputatie van Lionex bij de desbetreffende leveranciers of tussenpersonen (verder) heeft verslechterd. Lionex had bij verschillende leveranciers een minder goede reputatie opgebouwd wegens slecht betaalgedrag; in dit geval echter werd aan leveranciers een oplossing aangedragen door concrete bestellingen die Lionex genoodzaakt was te annuleren onder te brengen bij andere (tussen)handelaren (onder wie Blue Roots). Dat deze werkwijze in het algemeen ongebruikelijk was heeft Lionex, tegenover de gemotiveerde betwisting van [X c.s.] , onvoldoende onderbouwd. Het hof acht verder niet aannemelijk dat [naam 6] bij deze transacties heeft nagestreefd of bewerkstelligd dat Lionex bij de desbetreffende leveranciers of tussenpersonen (toch) in een slechter daglicht kwam te staan (dat wil zeggen: slechter dan eventueel voortvloeide uit de (noodzakelijke) annulering), laat staan dat [Y c.s.] daarmee iets te maken zou hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.61 IKN. Een belangrijke leverancier van Lionex was IKN. Zij hield voor Lionex gedroogd hout in voorraad, en bewerkte het (ook wel produceren genoemd). IKN was voor haar omzet geheel of vrijwel geheel afhankelijk van Lionex. IKN had een aanzienlijke schuld aan Lionex en verkeerde, door de afnemende opdrachten van Lionex, in liquiditeitsproblemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.62 Lionex verwijt [X c.s.] samengevat de volgende gedragingen – al dan niet feitelijk uitgevoerd door [naam 6] c.s. – met betrekking tot IKN: [naam 6] heeft in juni 2012 een investeringsplan of business case van Lionex met betrekking tot IKN met [Y c.s.] gedeeld en heeft daarna met IKN onderhandeld over participatie door de [appellant 7] . [appellant 4] heeft IKN hierover ook nog benaderd op 22 november 2012. [Y c.s.] heeft [naam 15] weggekaapt bij DWP en hem zelf in dienst genomen, met voortzetting van de detachering bij IKN. Doel hiervan was om controle te krijgen over de schuld van IKN aan Lionex en het hout van Lionex bij IKN, en om Lionex die controle te ontnemen. [naam 6] c.s. en [X c.s.] hebben hiermee een corporate opportunity benut die eigenlijk aan Lionex toekwam. [naam 6] schreef, in samenspraak met [appellant 4] , aan Lionex gerichte concept-e-mails voor IKN. [naam 6] souffleerde IKN bij het vragen van juridisch advies over de eigendomssituatie van Lionex’ voorraden, waarmee beoogd lijkt te zijn om te bezien of de voorraad van Lionex kon worden overgeheveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.63 Het hof oordeelt hierover als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.64 Ad a (vertrouwelijke informatie/investeren in IKN). [X c.s.] betwist dat [naam 6] informatie van Lionex heeft gedeeld; het gaat om een ‘investment plan’ en/of een ‘production plan’ (zie productie 26 Lionex) die volgens [X c.s.] afkomstig zijn van IKN, niet Lionex. Wat hiervan zij, vast staat dat Lionex noch [Y c.s.] uiteindelijk heeft geïnvesteerd in (participatie in) IKN. Lionex was hiertoe financieel niet in staat, en het verwijt van Lionex dat dit op zichzelf weer is te wijten aan de samenzwering heeft het hof hiervoor (10.16-10.31) al verworpen. Dat Lionex op dit onderdeel direct of indirect enige overige schade heeft geleden heeft Lionex niet of althans onvoldoende toegelicht en acht het hof ook niet aannemelijk. Overigens heeft [X c.s.] toegelicht dat het niet het oogmerk van [Y c.s.] was om in het vaarwater van [naam 1] te komen, dat zij niet in een situatie wilde komen waarin zij tegen hem (Lionex) moest opbieden (wat ook niet is gebeurd), en dat zij in juni 2012 al tot de conclusie kwam dat een participatie in IKN op dat moment niet opportuun was, en in januari 2013 nog steeds niet, wat zij toen ook aan IKN heeft gemeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.65 Ad b (wegkapen [naam 15] ). Eind 2012 heeft [naam 5] [naam 6] opdracht gegeven om te snijden in de salariskosten van Lionex, en daarbij ook aangedrongen op vertrek van [naam 15] . Zijn kosten zouden volgens [naam 5] door IKN moeten worden gedragen. [naam 15] is daarop, na overleg met en tussen [naam 6] , IKN en [Y c.s.] , op kosten van Blue Roots, bij Wood Trading in dienst getreden en bij IKN gedetacheerd gebleven. [holding 1] ontsloeg [naam 15] uit zijn concurrentie- en geheimhoudingsbeding (dit laatste slechts voor zolang hij voor IKN werkzaam zou zijn). [holding 1] werd onkundig gehouden van het dienstverband met Wood Trading; zij veronderstelde dat [naam 15] in dienst ging bij IKN.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.66 Tussen partijen is niet in geschil dat de indiensttreding van [naam 15] bij Wood Trading aan de zijde van [Y c.s.] was ingegeven door de wens om invloed bij IKN te krijgen en tevens om die van Lionex te elimineren. Het door [naam 6] geheimhouden hiervan voor Lionex’ aandeelhoudster [holding 1] en kennelijk ook voor zijn medebestuurder bij Lionex [naam 5] , terwijl hij nog bij Lionex in dienst (en haar bestuurder) was, kan op grond van zijn fiduciary duty naar Maleisich recht zonder meer als onrechtmatig worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.67 Het hof acht echter niet aannemelijk dat Lionex hierdoor direct of indirect enige schade heeft geleden. [X c.s.] stelt dat Blue Roots met het aantrekken van [naam 15] onder meer chicanes van [naam 1] , zoals ervaren met Lionex Brazilië, wilde voorkomen. [naam 15] heeft verklaard dat hij zijn overstap naar Blue Roots niet aan [holding 1] heeft gemeld uit vrees dat Lionex zou beslissen om haar hout niet langer bij IKN te laten bewerken, en dat dit het voortbestaan van IKN in gevaar zou brengen. Het bedienen van Lionex vanuit IKN bleef volgens hem gewoon mogelijk, ook wanneer IKN Blue Roots als klant erbij zou krijgen. Weliswaar heeft [appellant 1] op 12 december 2012 aan [appellant 3] en [appellant 2] geschreven dat [naam 15] werd aangetrokken ‘om te zorgen dat de familie [naam] in ieder geval niemand in Maleisië / Indonesië met kennis van zaken heeft die hun business kan doorzetten en kunnen zij geen druk op [naam 12] [ [naam 12] , hof] uitoefenen via [naam 15] [ [naam 15] , hof]’, dit maakt nog niet aannemelijk dat Lionex daadwerkelijk schade heeft geleden door de overstap van [naam 15] naar Blue Roots. [X c.s.] heeft onweersproken of althans onvoldoende gemotiveerd weersproken aangevoerd dat IKN Lionex tegen de gebruikelijke tarieven is blijven bedienen, terwijl [naam 15] bij Lionex van de loonlijst af was.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.68 Lionex heeft overigens onvoldoende uitgewerkt wat op dit punt het scenario zou zijn geweest als de samenzwering zou worden weggedacht. Als dan, zoals Lionex stelt, [naam 6] c.s. nog bij haar in dienst was (zoals in werkelijkheid ook nog het geval was in november 2012), dan blijft staan dat [appellant 3] erop aandrong dat [naam 15] van de loonlijst afging. De samenzwering weggedacht, zouden er nog geen (uitgewerkte) plannen voor Blue Roots zijn en zou [naam 15] daar dus ook niet op de loonlijst hebben kunnen komen. Maar het is niet duidelijk dat in dat geval IKN [naam 15] in dienst zou hebben genomen, dan wel Lionex hem (toch) op de loonlijst zou hebben gehouden. Lionex heeft onvoldoende uitgewerkt dat zij er in het alternatieve scenario waarin [naam 15] niet bij Blue Roots op de loonlijst kwam, in relatie tot IKN beter af zou zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.69 Ad c (adviseren e-mails) en d (souffleren/eigendomssituatie). Lionex vermeldt dat [naam 6] op 29 mei 2013 een concept-e-mail voor IKN, gericht aan Lionex, heeft geschreven. Wat aan die mail zelf onjuist of aan het concipiëren ervan door [naam 6] schadelijk is, vermeldt Lionex niet. Of het schrijven van dat concept ten aanzien van Lionex onrechtmatig was, kan in het midden blijven. Het hof acht namelijk niet aannemelijk dat hierdoor direct of indirect enige schade is geleden. Op 31 mei 2013 heeft IKN juridisch advies gevraagd over de eigendomssituatie van bepaalde voorraden. Volgens Lionex was [naam 6] bij die adviesaanvraag betrokken. Volgens Lionex was beoogd om te bezien of haar voorraad kon worden ‘overgeheveld’. Dit blijkt volgens haar uit notulen van een MT-vergadering van Blue Roots van 20 juni 2013 die vermelden: ‘Ook wordt gekeken welke “oude” voorraad van Lionex nog bij IKN staat die eventueel tegen voordelige voorwaarden overgenomen kan worden.’ Wat volgens Lionex onrechtmatig hieraan is, heeft zij niet duidelijk gemaakt. [X c.s.] heeft in elk geval aangevoerd dat het Blue Roots er slechts om te doen was om te onderzoeken of zij met medewerking van Lionex voorraad van Lionex zou kunnen overnemen. Die uitleg komt het hof aannemelijk voor, mede tegen de achtergrond van het advies (van 31 mei 2013), dat zich bezwaarlijk anders laat lezen dan dat de voorraden waarop de adviesaanvraag zich richtte eigendom waren van Lionex.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.70 Overige leveranciers. Lionex maakte gebruik van verschillende soorten leveranciers, zoals leveranciers van onbewerkt/ongedroogd hout, met wie rechtstreeks dan wel via tussenpersonen zaken werd gedaan, drogers (zoals Minho), producenten (zoals IKN en Kayu Gedong), maar ook (andere) (tussen)handelaren in bewerkt hout. Voor geen van deze categorieën leveranciers heeft Lionex aannemelijk gemaakt dat er (feitelijk of juridisch) exclusieve relaties bestonden die Blue Roots zou hebben kunnen ‘overnemen’ (zie ook hiervoor, 10.59). Het kan er dus hoogstens om gaan dat leveranciers zijn benaderd om tevens Blue Roots (niet uitsluitend c.q. niet met uitsluiting van Lionex) te gaan beleveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.71 Lionex maakt er met name een punt van dat [naam 6] c.s. in hoedanigheid van werknemer c.q. vertegenwoordiger van Lionex leveranciers van Lionex heeft benaderd met het oog op het verwerven van leveringen voor of een leveranciersrelatie met Blue Roots. Dat is volgens Lionex naar zijn aard beschadigend voor haar vertrouwensrelaties met haar leveranciers, en daarmee haar bedrijfsdebiet. Verder is volgens Lionex gebruik gemaakt van vertrouwelijke informatie van Lionex, waarbij dient te worden gedacht aan in- en verkoopprijzen en modellen, wat Blue Roots volgens Lionex een (onrechtmatige) voorsprong gaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.72 [X c.s.] betwist dat [naam 6] c.s. leveranciers hebben benaderd tijdens hun dienstverbanden met Lionex. [X c.s.] doelt hierbij naar het hof begrijpt op andere leveranciers dan IKN en HSBC, met wie [naam 6] tijdens zijn dienstverband met Lionex wel (ook) als vertegenwoordiger van Blue Roots is opgetreden. Ter zake van de hiervoor (10.29) besproken overgenomen inkoopcontracten heeft [naam 6] klaarblijkelijk wel rechtstreeks bemoeienis gehad met de betrokken agenten ( [namen] ), maar uit de overgelegde stukken blijkt niet dat hij zich daarbij ook heeft gepresenteerd als vertegenwoordiger van of belanghebbende bij Blue Roots. Voor het overige heeft Lionex niet concreet gemaakt dat [naam 6] c.s. tijdens hun dienstverbanden leveranciers hebben benaderd als vertegenwoordigers van Blue Roots en het hof acht dit ook niet aannemelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">En voor zover dit anders mocht zijn, acht het hof niet aannemelijk dat Lionex hierdoor direct of indirect schade heeft geleden, gelet op de transparantie van de houtmarkt, de niet-exclusiviteit van leveranciersrelaties, de beperkte financiële slagkracht van Lionex en de door [naam 5] opgelegde inkoopbeperkingen, een en ander zoals [X c.s.] heeft toegelicht. Dit geldt ook voor zover [naam 6] c.s. na hun dienstverbanden namens Blue Roots leveranciers hebben benaderd (en gecontracteerd). [naam 6] heeft tot het eind van zijn dienstverband aankopen gedaan en/of hout laten produceren (naar het hof begrijpt: voor zover [naam 5] hem dat toestond) en Lionex maakt niet concreet, en het blijkt ook niet anderszins, dat hierbij of nadien te hoge prijzen zijn betaald of – gegeven de gelimiteerde slagkracht van Lionex – kansen zijn gemist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof acht dit ook niet aannemelijk. De argumenten van Lionex over vertrouwelijke bedrijfsinformatie zoals modellen en verkoopprijzen lijken eerder klant- dan leveranciersrelaties te raken, zodat die hier onbesproken kunnen blijven (zie hierover hierna, 10.101 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Corporate opportunities 10.73 Concreet heeft Lionex [X c.s.] verwijten gemaakt ten aanzien van het toespelen van de volgende corporate opportunities aan [X c.s.] (buiten de hiervoor besproken/verweten handelingen): houtmerk Tergao, uptick Amerikaanse markt, levering van mouldings aan V-Wood. Deze kwesties spelen in de periode september-november 2012. [X c.s.] voert onder meer aan dat dit in die periode geen reële corporate opportunities voor Lionex waren omdat zij vanaf medio 2012 en dus ook toen niet de financiële slagkracht had om hierin te investeren. Tegenover dit verweer heeft Lionex niet of althans onvoldoende onderbouwd dat dit anders was. De stelling van Lionex dat dat tekort aan financiële slagkracht evengoed is veroorzaakt door de samenzwering, heeft het hof hiervoor (10.16-10.31) reeds verworpen. Overigens onderschrijft het hof ook het door [X c.s.] gevoerde verweer dat de gestelde corporate opportunity uptick Amerikaanse markt (het aantrekken van de Amerikaanse markt) te algemeen is om als corporate opportunity (voor Lionex) te kunnen worden geïndividualiseerd. Bovendien heeft [naam 6] deze opportunity helemaal niet aan Lionex onthouden, aangezien hij daarvan (ook) melding heeft gemaakt in de RvC-vergaderingen van DWP van 5 juni 2011 en 14 november 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.74 In algemene zin stelt Lionex verder dat [naam 6] zich vanaf zijn commitment aan de nieuwe onderneming – volgens Lionex vanaf medio 2010, maar in elk geval vanaf februari 2012 – onvoldoende heeft ingespannen ten voordele van zijn werkgever en bestuurde vennootschap Lionex, waaronder het niet of verminderd actief opzoeken en zo mogelijk verzilveren van corporate opportunities, en dat zij ook in die zin is benadeeld. Ook hierin volgt het hof Lionex niet. Zoals het hof hiervoor (10.20) heeft overwogen had [naam 6] er geen belang bij om Lionex slecht te laten presteren, ook niet toen de plannen voor Blue Roots vanaf medio 2012 vastere vorm kregen, en Blue Roots uiteindelijk werd opgericht. Tot aan die periode waren er in elk geval geen concrete corporate opportunities voor Blue Roots om binnen te halen (zodat er in die zin ook geen conflicterend belang was voor [naam 6] ): Blue Roots bestond nog niet en de plannen ervoor waren nog onvoldoende concreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfs in september-november 2012 bleken de hiervoor genoemde – in de woorden van Lionex – corporate opportunities Tergao en mouldings voor V-Wood nog te prematuur voor Blue Roots: [naam 6] presenteerde die als opties voor (het latere) Blue Roots, maar [appellant 1] en [appellant 4] hielden de boot af. Voor zover er vanaf medio 2012 corporate opportunities in andere vorm dan concrete verkopen waren (zie daarover hierna, 10.101 e.v.), geldt het verweer van [X c.s.] dat Lionex daarvoor toen niet meer de financiële slagkracht had (zonder dat dit aan [Y c.s.] is toe te rekenen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Werknemers 10.75 De samenzwering heeft volgens Lionex in de eerste plaats meegebracht dat niet alleen [naam 6] maar alle werknemers van Lionex in de aanloop naar de oprichting van Blue Roots niet meer in het belang van Lionex hebben gehandeld. Voor de werknemers die mee overgingen naar Blue Roots geldt dit zeker vanaf de momenten waarop zij hiervoor werden benaderd, maar ook daarvoor al en voor andere werknemers zal de samenzwering binnen Lionex een negatieve weerslag hebben gehad, aldus Lionex. In de tweede plaats hebben de door de samenzwering beïnvloede gedragingen van de Lionex-werknemers volgens Lionex impact gehad op niet alleen (eigen) productiviteit, maar veel breder de bedrijfsvoering van Lionex: bijvoorbeeld klant- en leverancierrelaties en het vertrouwen c.q. wantrouwen van de bank. De werknemers waren met andere woorden degenen die direct of indirect, ter uitvoering van de samenzwering, Lionex te gronde richtten. Met het vertrek van [naam 6] c.s. en [naam 15] , nog steeds als onderdeel van de samenzwering, werd Lionex uiteindelijk geheel ontdaan van haar in- en verkoopapparaat en was zij volgens Lionex niet meer te redden. De samenzwering weggedacht zouden volgens Lionex haar werknemers gewoon steeds in haar belang zijn blijven werken, zouden zij ook niet bij haar zijn weggegaan, en zou al deze schade niet zijn geleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.76 [X c.s.] betwist deze grondslagen. Volgens haar heeft [naam 6] c.s. gedurende hun dienstverbanden met Lionex niet in het nadeel van Lionex gehandeld. Na hun dienstverbanden, in dienst bij Blue Roots, stond het [naam 6] c.s. vrij om Lionex te beconcurreren. [naam 15] heeft sowieso niets in het nadeel van Lionex gedaan. En voor zover er toch onregelmatigheden mochten hebben plaatsgevonden bij de overgang van [naam 6] c.s. en [naam 15] naar Blue Roots maakte dit geen onderdeel uit van de agreement met [Y c.s.] en was zijn opzet daarop ook niet gericht, aldus, steeds, [X c.s.] 10.77 De rechtbank heeft over (schadeveroorzakend handelen in relatie tot) werknemers in de tussenvonnissen I en II samengevat als volgt geoordeeld: [Y c.s.] heeft onrechtmatig gehandeld doordat onderdeel van de samenzwering met [naam 6] en [naam 8] was dat personeel van Lionex zou overstappen naar de nieuwe houtonderneming, waardoor Lionex opzettelijk is benadeeld (tussenvonnis I, rov. 4.40-4.43, tussenvonnis II, rov. 2.18).</p>\n<p class=\"lf-p\">Die benadeling geldt alleen niet voor [naam 15] , die weliswaar voor Blue Roots ging werken, maar die gedetacheerd bleef bij IKN zodat dit niet nadelig was voor Lionex (voorlopig oordeel in tussenvonnis I, rov. 4.44, waarvan de rechtbank nadien niet is teruggekomen).</p>\n<p class=\"lf-p\">10.78 In het eindvonnis heeft rechtbank over deze post uiteindelijk als volgt geoordeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de gestelde samenzwering wordt weggedacht zou dat niet wegnemen, gegeven het straffe aandeelhoudersbeleid, de financiële problemen waarin Lionex daardoor verkeerde, en de frustratie daarover die zich bij met name [naam 6] , [naam 8] en [naam 9] ontwikkelde, dat [naam 6] c.s. Lionex zouden hebben verlaten, ongeveer ook op hetzelfde moment als in werkelijkheid is gebeurd (eindvonnis, rov. 2.16-2.21).</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra administratieve kosten voor het aantrekken van interim management en een nieuwe directeur zouden daarom ook toen zijn gemaakt wanneer de gestelde samenzwering wordt weggedacht, en in die situatie zouden ook omzet- en margedaling niet anders zijn geweest. Ook overige schade op deze post (omzetverlies, hogere inkoopprijzen) is daarom niet toewijsbaar (eindvonnis, rov. 2.21-2.22).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel is aannemelijk dat [naam 6] c.s. zich vanaf 2012 verminderd heeft ingezet voor Lionex, in verband met het opzetten van de concurrerende onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 23 augustus 2012 stelde [naam 5] het inkoopverbod in; vanaf die datum is er geen causaal verband meer tussen de verminderde inzet van [naam 6] c.s. en de gestelde schade (eindvonnis, rov. 2.23-2.24).</p>\n<p class=\"lf-p\">De schade is schattenderwijs gelijk aan 25% van de salariskosten van [naam 6] c.s. over 2012 tot 23 augustus 2012, schattenderwijs begroot op MYR 600.000 (eindvonnis, rov. 2.25-2.26).</p>\n<p class=\"lf-p\">10.79 Beide partijen hebben bezwaren geformuleerd tegen deze oordelen van de rechtbank. Het hof oordeelt hierover als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.80 Feitelijke betrokkenheid [naam 6] c.s. De plannen van [appellant 4] en [naam 6] , en later ook [naam 8] , hielden in elk geval in dat [naam 6] c.s. zouden overstappen naar Blue Roots. De overstap van [naam 6] en [naam 8] kan zonder meer als uitvoering van die plannen worden aangemerkt. Het hof acht verder aannemelijk dat [naam 6] en [naam 8] de overstap van [naam 11] , [naam 11] en [naam 9] hebben bevorderd, al was het maar doordat hun eigen overstap als zodanig reeds die van [naam 11] , [naam 11] en [naam 9] bevorderde, en dat op dit alles ook de opzet van [appellant 4] gericht was.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.81 [naam 6] is van aanvang af betrokken geweest bij de plannen en begrotingen voor de nieuwe houtonderneming, en heeft hierover diverse communicatie gehad met [Y c.s.] Ontmoetingen, telefoongesprekken, e-mails, diners, in en buiten Maleisië. Na de oprichting van Blue Roots heeft [naam 6] zich ook, gedurende zijn dienstverband met Lionex, ‘op de achtergrond’ met de onderneming van Blue Roots bemoeid.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.82 [naam 8] heeft als getuige in de Maleisische procedure verklaard dat hij pas in september 2012 bij de nieuwe houtonderneming (het latere Blue Roots) betrokken is geraakt. Ter onderbouwing van haar stelling dat dit echter al rond september 2011 moet zijn geweest verwijst Lionex naar een voorstel van [naam 6] aan [appellant 4] van 10 september 2011 om [naam 8] bij de plannen te betrekken en naar het Sinco 3-memo van 12 september 2011 dat vermeldt dat in fase twee van de plannen [naam 6] instroomt en dat een aantal mensen met hem meekomen zoals zijn ‘tweede man’ ( [naam 8] ). Hiermee heeft Lionex naar het oordeel van het hof niet aannemelijk gemaakt dat [naam 8] eerder dan in september 2012 bij de plannen betrokken is geraakt. Het voorstel van 10 september 2011 was immers (alleen maar) een voorstel, en Lionex heeft onvoldoende toegelicht dat de vermelding van de komst van [naam 8] in het Sinco 3-memo noodzakelijk betekent dat [naam 8] al was gecommitteerd of benaderd, in plaats van dat het alleen maar een plan of verwachting was dat dit zou gebeuren. [naam 8] is wel gedurende zijn dienstverband met Lionex werkzaam geweest ten behoeve van Blue Roots (vanaf september 2012): hij heeft vergunningen geregeld voor het kantoor voor Blue Roots en hij heeft Blue Roots uiteindelijk ook zelf opgericht. Hij zal hierover, en over de verdere plannen, ook overleg hebben gehad met [naam 6] en [Y c.s.] 10.83 [naam 11] heeft als getuige in de Maleisische procedure verklaard dat ze bij Lionex is opgestapt naar aanleiding van een gesprek met [naam 8] waarin deze mededeelde ontslag te nemen en een eigen onderneming op te zetten. Het hof heeft geen aanleiding om aan de getrouwheid van deze getuigenverklaring twijfelen. Gelet op het hiervoor met betrekking tot [naam 8] overwogene zal het door [naam 11] bedoelde gesprek met [naam 8] niet eerder dan september 2012 kunnen zijn geweest. Ter onderbouwing van haar stelling dat dit wel eerder moet zijn geweest verwijst Lionex naar een budget (begroting) van [naam 6] voor Blue Roots van 14 augustus 2012 waarin een salaris voor [naam 11] (al) is opgenomen. Die (enkele) begroting maakt echter niet aannemelijk dat [naam 11] toen al voor Blue Roots was gecommitteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Contra-indicatie voor de stelling van Lionex dat haar naam/salaris in die begroting erop wijst dat ze toen al bij Blue Roots was betrokken, is dat in die begroting ook namen en salarissen voor andere Lionex-werknemers zijn opgenomen die niet naar Blue Roots zijn overgestapt. Dat onderbouwt de stelling van [X c.s.] dat die begroting alleen maar tot uitdrukking bracht wat [naam 6] op dit punt verwachtte (of hoopte), niet wat toen al geregeld was. [naam 11] is wel nog gedurende haar dienstverband met Lionex werkzaam geweest voor Blue Roots: zij heeft op haar laatste werkdag allerlei bestanden van Lionex gekopieerd om mee te nemen naar Blue Roots, en aan te nemen is dat zij hierover ook overleg heeft gehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.84 [naam 11] en [naam 9]: salarissen voor hen stonden ook in de begroting voor Blue Roots van 14 augustus 2012, maar ook dat maakt niet aannemelijk, tegenover de betwisting van [X c.s.] , dat ze toen al op enigerlei wijze daadwerkelijk bij de plannen betrokken of daarvoor benaderd waren. [naam 11] heeft wel op 3 januari 2013 geholpen met het inrichten van het kantoor van Blue Roots. [naam 9] heeft als getuige verklaard dat hij vanaf januari 2013 werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van Blue Roots. Verder heeft Lionex-werkneemster Kayatri verklaard dat [naam 11] begin januari 2013 aan haar heeft verteld en laten zien dat hij samen met [naam 9] een harde schijf had gekocht om daarop informatie van Lionex op te slaan ten behoeve van Blue Roots. Deze verklaring van Kayatri heeft [X c.s.] in de onderhavige procedure in zoverre niet (voldoende) gemotiveerd betwist, zodat het hof in zoverre van de juistheid ervan uitgaat. [naam 11] en [naam 9] waren ook gekopieerd in e-mailcorrespondentie tussen [naam 8] en [naam 15] van 20 februari 2013 over de productieplanning van IKN. Lionex heeft echter niet voldoende gemotiveerd weersproken dat de mededeling van [naam 15] dat de productie voor de komende weken was gebaseerd op spoedeisende contracten die [naam 6] elke dag aan het sluiten was, betrekking had op contracten ten behoeve van Lionex (niet Blue Roots): het ging dus niet om een productieplanning voor Blue Roots.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.85 Uit het voorgaande volgt dat [naam 6] c.s. allen tijdens dienstverband met Lionex activiteiten hebben ontplooid ten behoeve van concurrent Blue Roots. Of specifiek alle concrete activiteiten van [naam 6] c.s. in dit verband kunnen worden toegerekend aan de samenzwering van [Y c.s.] is daarmee niet gezegd: dit wordt per onderwerp apart besproken. Lionex maakt er ook nog melding van dat volgens het KPMG-rapport onderzoek van e-mailcorrespondentie lijkt te suggereren (appears to suggest) dat er zo vroeg als in augustus 2012 discussie was over gedetailleerde productieplanning van Blue Roots tussen [naam 6] , [naam 8] , [naam 11] , [naam 11] en [naam 9] . Tegenover de gemotiveerde betwisting van [X c.s.] echter, die mede inhoudt dat (gedetailleerde) productieplanning helemaal niet aan de orde kan zijn als er nog geen bestellingen zijn geplaatst of gepland (en dat dat toen totaal nog niet speelde voor (het latere) Blue Roots), levert die passage in het rapport echter geen bewijs van die gesuggereerde communicatie op.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.86 Schade. Schade die in verband met het voorgaande denkbaar is, is dat verminderde arbeidsinspanning ten behoeve van Lionex als zodanig tot lagere productiviteit in termen van lagere opbrengsten en/of hogere kosten heeft geleid. Voor zover de hiervoor besproken activiteiten van [naam 6] c.s. al in (niet gecompenseerde) werktijd hebben plaatsgevonden, acht het hof niet aannemelijk dat die enkele tijdsbesteding voor resultaatsverlies heeft gezorgd. Het hof wil best aannemen dat er meer overleggen en afstemmingen hebben plaatsgevonden dan in deze procedure is gedocumenteerd, daar staat evenwel tegenover dat er vanaf in elk geval medio 2012 beduidend minder werk te doen was voor Lionex, vanwege de liquiditeitsproblemen waarmee zij kampte en die onweersproken maakte dat Lionex(veel) minder kon kopen en verkopen. Het hof acht niet aannemelijk dat de enkele werktijd van [naam 6] c.s. die eventueel verloren is gegaan aan Blue Roots, als zodanig schade heeft veroorzaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.87 Schade kan ook zijn geleden door de inhoud van de activiteiten van [naam 6] c.s. Voor zover die activiteiten zien op de hiervoor besproken en hierna te bespreken onderwerpen voorraad, bankrelatie, leveranciers, corporate opportunities, bedrijfsgeheimen en klanten, besprak en bespreekt het hof de aan- of afwezigheid van schade in het kader van die onderwerpen; voor zover [naam 6] c.s. hierin instrumenteel is geweest, is dit bij de bespreking verdisconteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.88 Het hof acht niet aannemelijk dat de activiteiten van [naam 6] c.s. los van de hiervoor bedoelde onderwerpen, tot (andere) schade voor Lionex hebben geleid. Met name acht het hof niet aannemelijk dat [naam 6] c.s. buiten de hiervoor bedoelde onderwerpen (zoals hiervoor besproken en hierna te bespreken) hun taken voor Lionex hebben verzaakt of hebben veroorzaakt dat andere Lionex-werknemers dat deden. [naam 6] c.s. hadden er geen belang bij dat Lionex slecht presteerde, afgezien van hun belang om uiteindelijk voor Blue Roots omzet te genereren (vanaf 1 januari 2013), desnoods ten koste van Lionex (zie hierover hierna, 10.101). Voor [naam 6] zelf is dit hiervoor uitgebreid toegelicht; voor de anderen geldt niet anders.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.89 Schade kan ook zijn geleden door het overstappen van [naam 6] c.s. naar Blue Roots als zodanig, of althans het vertrek van [naam 6] c.s. als zodanig (in correlatie met die overstap), en de (extra) kosten voor interim management en het werven van een nieuwe directeur die in dat verband eventueel zijn gemaakt, en eventueel omzetverlies en eventuele hogere inkoopprijzen die in dat verband eventueel zijn gerealiseerd. Zoals hiervoor (10.78) weergegeven, heeft de rechtbank aannemelijk geoordeeld dat ook zonder de samenzwering, [naam 6] c.s. bij Lionex zouden zijn vertrokken en dat zij dat ook ongeveer op hetzelfde moment zouden hebben gedaan als waarop dit in werkelijkheid is gebeurd. Het hof acht echter vooralsnog niet uitgesloten dat, de gewraakte samenzwering weggedacht, [naam 6] c.s. Lionex (vooralsnog) niet zouden hebben verlaten op (of vóór) ongeveer de momenten waarop zij dat in werkelijkheid hebben gedaan. Als aangekondigd zal het hof partijen opdragen om zich (nader) uit te laten over de scenario’s die zich zonder de gewraakte samenzwering zouden hebben kunnen ontvouwen, en de waarschijnlijkheid ervan (met inachtneming van de overwegingen in dit arrest, zie hierna, hoofdstuk 11).</p>\n<p class=\"lf-p\">10.90 [naam 15] . De stellingen van Lionex met betrekking tot [naam 15] en de schade die hij volgens Lionex heeft veroorzaakt, of het handelen van [Y c.s.] en/of [naam 6] c.s. te zijnen aanzien, zijn hiervoor (10.65-10.68) reeds besproken en verworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsinformatie 10.91 Meenemen van bedrijfsgeheimen. [naam 6] c.s. heeft een grote hoeveelheid bedrijfsinformatie van Lionex meegenomen naar Blue Roots. Dit is tussen partijen niet in geschil. Deze bedrijfsinformatie was, naar haar aard, gedeeltelijk ook vertrouwelijk van aard. Voor zover [X c.s.] bedoeld heeft te stellen dat de bedrijfsinformatie in het geheel niet vertrouwelijk was, heeft zij dit standpunt, gelet op bijvoorbeeld de opsomming die Lionex daarvan in randnummer 24.7.4 van haar memorie van grieven heeft gegeven, onvoldoende toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.92 Lionex meent dat het meenemen van deze (vertrouwelijke) bedrijfsinformatie door [naam 6] c.s. onderdeel was van de samenzwering met [Y c.s.] Zij stelt niet dat [X c.s.] er precies van op de hoogte was welke concrete bedrijfsinformatie werd meegenomen naar Blue Roots; haar stellingen strekken ertoe dat [X c.s.] wist of moest weten, en er (daardoor) mee instemde, dát er relevante vertrouwelijke bedrijfsinformatie verhuisde naar Blue Roots, en dat dit aldus onderdeel was van de samenzwering. Lionex voert hiertoe het volgende aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">De grote hoeveelheid vertrouwelijke Lionex-bedrijfsinformatie die bij Blue Roots is aangetroffen maakt aannemelijk dat deze verwerving door Blue Roots onderdeel was van de samenzwering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sprake was van losse acties is onaannemelijk, en wordt ook weersproken door de verklaring van Kayatri die ertoe strekt dat een en ander werd afgestemd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overnemen door Blue Roots van oorspronkelijk voor Lionex bestemde leveranties, waarvan [X c.s.] destijds op de hoogte werd gehouden, was – ook voor [X c.s.] kenbaar – niet mogelijk zonder gebruik te maken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie van Lionex.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de snelle opstart van Blue Roots moest [X c.s.] afleiden dat gebruik werd gemaakt van vertrouwelijke bedrijfsinformatie van Lionex.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.93 [X c.s.] betwist dat het overhevelen van vertrouwelijke bedrijfsinformatie onderdeel uitmaakte van de agreement of dat zij er überhaupt van wist. Voor de stellingen van Lionex die strekken tot het tegendeel bestaat volgens haar geen bewijs. Ter weerlegging van die stellingen wijst [X c.s.] bovendien op het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">De Lionex-klantenlijst die op de computer van [appellant 4] is aangetroffen bevat niet alleen geen vertrouwelijke informatie, maar is bovendien pas aan [appellant 4] toegezonden ná de [naam order] Order die Lionex heeft verkregen ter voorbereiding van de Maleisische schadevergoedingsprocedure tegen [naam 6] en een aantal anderen. Deze informatie-uitwisseling was dus niet ter uitvoering van de agreement.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de diverse plannen voor Blue Roots noch in enige correspondentie van of met [Y c.s.] , is iets aangetroffen over het meenemen van bedrijfsgeheimen naar Blue Roots, of iets wat dat suggereert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het overnemen van de inkoopcontracten die Lionex niet kon en niet wilde nakomen (zie hiervoor, 10.60) was natuurlijk bedrijfsinformatie van Lionex nodig (de details van die contracten), die is vanzelfsprekend ook gedeeld. Daargelaten of [Y c.s.] dit uit de e-mail van 19 december 2012 moest afleiden, was daar niets onoorbaars aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In zijn e-mail aan [appellant 4] van 2 augustus 2013 heeft [appellant 1] onder meer geschreven dat het klip en klaar moest zijn dat zij als aandeelhouder c.q. geldverstrekker niets te maken hebben met het hacken van computers van Lionex en dat soort zaken. Dat wijst er ook op dat [Y c.s.] niet op de hoogte was van het door [naam 6] c.s. meenemen van bedrijfsgeheimen naar Blue Roots (aldus ook de rechtbank in tussenvonnis II, 2.25). [appellant 4] heeft verklaard dat hij destijds, omdat hij geen enkel probleem met Lionex of de familie [naam] wilde hebben, tegen [naam 8] had gezegd dat hij een ‘clean cut’ wilde en dat [naam 8] op geen enkele manier documenten, computergegevens of wat dan ook mee mocht nemen van Lionex naar Blue Roots. [naam 8] antwoordde daarop: ‘No Sir, I will burn down the office.’ Dat was uiteraard niet letterlijk bedoeld, maar gaf voor [appellant 4] aan dat [naam 8] zijn boodschap had begrepen: alles achterlaten, niets meenemen. [appellant 4] was daarom ook met stomheid geslagen toen tijdens de uitvoering van de [naam order] Order bleek dat er diverse documenten en bestanden van Lionex werden gevonden op het kantoor van Blue Roots. Ook [appellant 1] heeft verklaard dat hij er niets van wist en dat hij verrast en verontwaardigd was toen bij de uitvoering van de [naam order] Order bleek dat er bedrijfsinformatie was meegenomen van Lionex.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.94 Het hof oordeelt hierover als volgt. Het doel van de agreement was onder meer om de ‘Maleisië business’ van [naam 6] in Blue Roots onder te brengen (hiervoor, 3.49). De plannen voorzagen erin dat [naam 6] met een belangrijk deel van het personeel van Lionex naar de nieuwe onderneming zou overstappen (‘overzetten’ van de oude Lionex-organisatie (hiervoor, 3.69)). Ook was voor [Y c.s.] volstrekt duidelijk dat de oprichting en het in bedrijf gaan van Blue Roots gepaard ging met onregelmatigheden: in het bijzonder dat in elk geval [naam 6] gedurende zijn dienstverband Lionex-werknemer [naam 8] had geworven voor de nieuwe houtonderneming en dat [naam 6] en [naam 8] gedurende hun dienstverband met Lionex inhoudelijke bemoeienis hadden met deze (toekomstige) concurrerende onderneming, en daarvoor, al dan niet op de achtergrond, activiteiten ontplooiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijze waarop Blue Roots werd opgericht en ingericht was dus zonder meer onregelmatig en ongeoorloofd, en [Y c.s.] was hiermee bekend. In dit verband kan ook gewezen worden op de communicatielijn tussen [naam 6] en [appellant 4] zoals die blijkt uit hun whatsappgeschiedenis 2013: daarin deelt [naam 6] informatie over Lionex met [appellant 4] waarvan bezwaarlijk kan worden gezegd dat deze niet mede bedrijfsgeheimen of althans vertrouwelijke elementen bevatte, zoals de mededeling dat HSBC het krediet aan Lionex inperkte (9 januari 2013, 18:18 uur), dat Lionex geen sapeli voor de komende maanden had besteld (in tegenstelling tot Blue Roots) (11 januari 2013, 18:51 uur), de beschrijving van de hele gang van zaken rond de overname van het management over Lionex (eind februari 2013).</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze context moest voor [Y c.s.] duidelijk zijn dat er in algemene zin het risico bestond dat [naam 6] en [naam 8] – die dus het gebruikmaken van ongeoorloofde middelen niet schuwden, en waarbij [naam 6] ook al vertrouwelijke informatie deelde – al dan niet met hulp van overige Lionex-werknemers, rond hun overstap naar Blue Roots enigerlei (overige) bedrijfsinformatie van Lionex, waaronder bedrijfsgeheimen, zouden meenemen. Ook hierin is [Y c.s.] roekeloos onverschillig geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.95 [appellant 4] voorzag dit risico volgens zijn verklaring ook (hiervoor, 10.93 (slot)). Hij zegt [naam 8] te hebben aangezegd zich van dit een en ander te onthouden. Het hof kan [appellant 4] er echter niet in volgen dat het brisant en daarmee vrijblijvend voorkomende antwoord dat [naam 8] daarop naar zeggen van [appellant 4] gaf (‘No Sir, I will burn down the office’), [appellant 4] kon en mocht geruststellen. Deze uitwisseling met [naam 8] waarover [appellant 4] verklaart en waarop [X c.s.] zich beroept, kan [Y c.s.] dus niet disculperen. Los hiervan is gesteld noch gebleken dat het hier bedoelde risico destijds voorwerp van gesprek is geweest – in de zin dat het meenemen van bedrijfsgeheimen niet de bedoeling was – tussen [X c.s.] , [naam 6] en [naam 8] . Bij die stand van zaken moet het oordeel luiden dat het evidente risico van het meenemen van bedrijfsgeheimen, en daarmee ook de verwezenlijking ervan, onderdeel was van de samenzwering.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.96 Of [Y c.s.] bedacht moest zijn op het meenemen van bedrijfsgeheimen in de (aanzienlijke) omvang waarin dit uiteindelijk is gebeurd, kan in het midden blijven. Het gaat er uiteindelijk om of Lionex schade heeft geleden door het meenemen van bedrijfsgeheimen. Het hof gaat ervan uit dat er geen bedrijfsgeheimen zijn ‘meegenomen’ in de zin dat originele gegevensdragers van die geheimen zijn meegenomen of geen kopieën zijn achtergelaten (hierna, 10.97 e.v.). Slechts van belang is daarom in hoeverre de bedrijfsgeheimen in het nadeel van Lionex zijn gebruikt. Het hof acht aannemelijk dat Blue Roots bedrijfsgeheimen van Lionex in haar voordeel heeft kunnen gebruiken en heeft gebruikt bij onder meer verkopen: bijvoorbeeld prijslijsten en/of in het verleden gehanteerde prijzen en/of kortingen en/of specificaties en/of tekeningen en/of bestelde aantallen en/of (andere) bijzonderheden in relatie tot individuele klanten. Het meenemen van in elk geval deze bedrijfsgeheimen rekent het hof tot de samenzwering. Voor zover verkopen van Blue Roots nadelig zijn geweest voor Lionex is aannemelijk dat het gebruik van de bedrijfsgeheimen van Lionex daaraan heeft bijgedragen (zie ook hierna, 10.110).</p>\n<p class=\"lf-p\">10.97 Verwijderen van bedrijfsinformatie. Lionex verwijt [X c.s.] dat (onderdeel van de samenzwering is dat) [naam 6] c.s. bedrijfsinformatie van Lionex heeft gewist. Zij beroept zich hiervoor in de eerste plaats op de verklaring van [naam 17] hierover Deze verklaring komt samengevat op het volgende neer. Van de door [naam 6] c.s. bij hun vertrek ingeleverde laptops, startte die van [naam 6] niet op, en waren die van [naam 9] , [naam 11] en [naam 11] leeg. Dit maakte [naam 17] het werk bijzonder lastig. Hij was niet op de hoogte van de status van alle lopende zaken en kon claims van leveranciers, afnemers en anderen ook niet nakijken. Regelmatig werd hij door klanten geconfronteerd met door [naam 6] gemaakte afspraken waarvan hij het bestaan niet wist of kon controleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hem werd verteld dat alle e-mails waren verdwenen als gevolg van een computervirus. [naam 17] heeft [naam 9] , die hiervoor verantwoordelijk was, gevraagd hoe het zat met toegang tot de mailbox van [naam 6] . [naam 9] heeft toen gezegd dat het technisch niet meer mogelijk was. Uit nader onderzoek is gebleken dat Windows opnieuw was geïnstalleerd op de laptops van [naam 11] , [naam 11] en [naam 9] en in een aantal gevallen was ook CCleaner geïnstalleerd (een wisprogramma). Deze laptops waren alle drie voor het laatst opgestart drie dagen voorafgaand aan het vertrek van [naam 9] . [naam 17] leidt daaruit af dat [naam 9] de laatste dagen heeft gebruikt om nog eens goed te kijken of alle sporen waren gewist. [naam 17] heeft zelf de laptop van [naam 8] in gebruik genomen en daarbij onbewust zelf sporen vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.98 Uit de feiten zoals die zich hebben voorgedaan in 2013 blijkt volgens Lionex bovendien genoegzaam dat de samenzweerders er alles aan hebben gedaan om hun sporen te wissen. Lionex wijst in het bijzonder op een e-mail van [appellant 4] van 16 februari 2013, waarin deze expliciet aan [naam 6] vraagt ‘Je weet zeker dat alle sporen zijn uitgewist ingeval ze ineens een Hofmann team sturen?’, waarop [naam 6] antwoordt ‘Ja tuurlijk’. Het is volgens Lionex daarom aannemelijk dat [naam 6] c.s., ter uitvoering van de samenzwering, e-mails heeft gewist.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.99 [X c.s.] betwist dat bedrijfsinformatie is gewist, althans dat dit onderdeel uitmaakte van de agreement. Zij wijst onder meer op het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen eigentijds bewijs (e-mails, etc.) voorhanden van de door [naam 17] gestelde problemen, alleen de achteraf door [naam 17] en [naam 19] hierover opgestelde verklaringen. Dat maakt al ongeloofwaardig dat die problemen zich in werkelijkheid hebben voorgedaan. [naam 17] en [naam 19] hebben de later door hen gestelde problemen destijds – toen [naam 17] het bestuur van [naam 6] en later [naam 19] dat van [naam 17] overnam – niet bij [naam 6] aan de orde gesteld, terwijl er in die periode gewoon normaal contact was tussen [naam 6] , [naam 17] en [naam 19] inzake de bedrijfsvoering van Lionex. [naam 6] heeft wel enkele e-mails van zijn Lionex-account gewist die gingen over zijn activiteiten voor Blue Roots, slechts daarover ging ook de e-mailcorrespondentie tussen hem en [appellant 4] op 16 februari 2013. Dit betrof dus niet de bedrijfsvoering van Lionex. De betreffende e-mails heeft KPMG later overigens weer teruggevonden. Overige e-mails zijn niet gewist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het KPMG-onderzoek blijkt niet dat e-mails zijn gewist (afgezien van de hiervoor bedoelde – weer teruggevonden – e-mails van [naam 6] inzake Blue Roots); in tegendeel, het rapport bespreekt juist vele e-mails van [naam 6] c.s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het rapport van Digital Investigation blijkt evenmin dat e-mails (of andere informatie) zijn gewist, slechts dat ‘mogelijk’ is dat dit is gebeurd. [naam 9] weerspreekt dat [naam 17] hem ooit naar ontbrekende informatie heeft gevraagd of hem heeft aangesproken op een leeggemaakte laptop of ontoegankelijke e-mails, en hij betwist ook informatie te hebben gewist. [naam 26] , die per 1 mei 2013 bij Lionex was begonnen als operations manager, heeft verklaard dat hij zich er niet van bewust was dat er relevante correspondentie met cliënten of andere zakelijke informatie ontbrak. Al zulke informatie was volgens hem beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.100 Het hof oordeelt hierover als volgt. Tegenover de gemotiveerde betwisting van [X c.s.] (hiervoor) heeft Lionex onvoldoende onderbouwd dat [naam 6] c.s. relevante bedrijfsinformatie van Lionex heeft verwijderd of dat het nieuwe management na het vertrek van [naam 6] c.s. problemen heeft ondervonden bij het verkrijgen van toegang tot bedrijfsinformatie. En voor zover dit laatste anders zou zijn, had het op de weg van dat nieuwe management gelegen om hierover contact op te nemen met [naam 6] , wat – dit is tussen partijen niet in geschil – niet is gebeurd. Ten overvloede overweegt het hof dat het ook helemaal niet voor de hand lag voor [naam 6] c.s. om bedrijfsinformatie van Lionex te verwijderen, zodat [Y c.s.] daarop ook niet bedacht hoefde te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klanten 10.101 Lionex stelt schade te hebben geleden doordat [naam 6] c.s. – nog tijdens dienstverband met haar – ten behoeve van Blue Roots verkoopcontracten met en aanvragen van (mogelijke) klanten bij haar hebben weggekaapt, maar ook los daarvan haar klanten hebben benaderd en al dan niet hebben gecontracteerd voor nieuwe bestellingen. Blue Roots heeft zodoende die (mogelijke) klanten overgenomen, of althans bij Lionex weggejaagd – aldus Lionex. Dit alles rekent zij mede tot de samenzwering van [X c.s.] met [naam 6] c.s.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.101 [X c.s.] betwist dat [naam 6] c.s. gedurende hun dienstverbanden met Lionex klanten hebben benaderd ten behoeve van Blue Roots, terwijl hen dat na hun dienstverbanden met Lionex vrijstond. Verder is volgens [X c.s.] nooit sprake geweest van het ‘overnemen’ van klanten. Als Blue Roots klanten bediende die Lionex in het verleden ook had bediend, dan stond niets eraan in de weg dat Lionex dat in de toekomst weer zou gaan doen, althans niet Blue Roots. Klanten konden hoogstens worden gedeeld, aldus [X c.s.] , niet overgenomen. Wat er volgens [X c.s.] in veel gevallen overigens wél concreet aan in de weg heeft gestaan dat Lionex haar klanten bleef bedienen, is dat zij door liquiditeitsproblemen en het door de concernleiding afgedwongen bezuinigingsbeleid, geen courante voorraad meer aanhield. Er was in veel gevallen dus niets te verkopen, aldus [X c.s.] 10.101 De rechtbank heeft hierover samengevat als volgt geoordeeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overnemen van klanten van Lionex door Blue Roots behoorde tot de samenzwering; het benaderen van Lionex-klanten door [naam 6] ná zijn uitdiensttreding bij Lionex is c.q. was niet onrechtmatig; [naam 6] heeft gedurende zijn dienstverband geen concrete Lionex-verkoopcontracten omgezet naar Blue Roots;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aannemelijk is wel dat [naam 6] gedurende zijn dienstverband op enigerlei wijze bezig is geweest met het benaderen van klanten ten behoeve van Blue Roots;</p>\n<p class=\"lf-p\">Mogelijk zijn Lionex-klanten Somex, Sabi, Omniplex, Arduini Legnami, PBM Import Roudier Sylvaco en/of International Timber Trading overgenomen door Blue Roots (in tussenvonnis II, rov. 2.40 is dit als vaststaand aangenomen; in eindvonnis rov. 2.28 slechts nog veronderstellenderwijs), andere niet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als al deze klanten zijn overgenomen bedraagt de schade voor Lionex echter niet méér dan die waartoe [naam 6] c.s. in de Maleisische procedure reeds, voor dezelfde post, zijn veroordeeld, en welke schade Lionex ook vergoed heeft gekregen. In het midden kan daarom blijven óf deze klanten zijn overgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.104 Beide partijen hebben bezwaren aangevoerd tegen deze oordelen van de rechtbank. Het hof oordeelt hierover als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.104 Bediende Lionex-klanten. Het hof stelt voorop dat Lionex tegenover de gemotiveerde betwisting van [X c.s.] , niet dan wel onvoldoende heeft onderbouwd dat [naam 6] c.s. ten behoeve van Blue Roots klanten heeft benaderd tijdens hun dienstverband met Lionex. Tijdens zijn dienstverband met Lionex heeft [naam 6] wel achter de schermen bemoeienis gehad met de operatie van Blue Roots, en daarmee ook direct of indirect met het verkopen aan (Lionex-)klanten, maar waar het hier om gaat is dat onvoldoende is onderbouwd dat [naam 6] c.s. tijdens eigen dienstverband ook openlijk richting klanten hebben gepitcht of verkocht ten behoeve en in naam van Blue Roots. De enkele omstandigheid dat de samenwerking tussen [Y c.s.] , [naam 6] en [naam 8] (mede) tot doel had dat [naam 6] zijn ‘Maleisië business’ zou meenemen naar de nieuwe onderneming en dat erover werd gesproken dat [naam 6] ‘de grote accounts af[gaat]’ om handel te genereren duidt hier niet noodzakelijk op, en [X c.s.] heeft gemotiveerd betwist dat hiervan sprake is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens [X c.s.] gingen deze plannen allemaal over de situatie nadat [naam 6] bij Blue Roots in dienst zou zijn getreden, althans bij Lionex weg zou zijn, sterker: volgens [X c.s.] heeft [naam 6] bedongen dat hij na zijn vertrek bij Lionex een overgangsperiode van drie maanden in acht zou nemen voordat hij (ten behoeve van Blue Roots) in de markt actief zou worden, en is tot 1 juni 2013 zijn komst naar Blue Roots ook niet buiten kleine kring bekend gemaakt. [X c.s.] verwijst hiervoor naar MT-notulen van Wood Trading van 3 juni 2013, waarin is beschreven dat [naam 6] in de week van 17-23 juni 2013 in Nederland zal zijn en tijdens dit bezoek een select aantal (grote) klanten zal inlichten over zijn betrokkenheid bij Blue Roots. ‘Alhoewel de tamtam zijn werk wel zal doen, is het niet de bedoeling nu al grote ruchtbaarheid te geven aan [ [naam 6] ]s nieuwe werkzaamheden’, aldus deze notulen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lionex heeft daartegenover geen enkel concreet bewijs gepresenteerd waaruit blijkt dat iets anders de bedoeling was, of dat het anders is gebeurd. De door Lionex gestelde schade vanwege het (enkele) feit dat [naam 6] c.s. in hoedanigheid van Lionex-werknemer of althans tijdens dienstverband met Lionex zelf klanten zou hebben benaderd en behoeve van Blue Roots en de vertrouwensbreuk tussen Lionex en haar klanten die daardoor zou zijn ontstaan, heeft zich in werkelijkheid niet voorgedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.104 Voor zover het gaat om het na uitdiensttreding bij Lionex benaderen van klanten namens Blue Roots, geldt het volgende. Het hof onderschrijft, bij gebreke van voldoende gemotiveerde weerlegging door Lionex, het standpunt van [X c.s.] dat van werkelijk ‘overnemen’ van klanten geen sprake kan zijn geweest, in zoverre dat klanten zich in de praktijk niet door exclusieve contracten laten (lieten) binden (en dat Blue Roots Lionex-klanten niet op die manier aan zich heeft gebonden). [X c.s.] heeft ook een concreet voorbeeld gegeven van een Lionex-klant (Omniplex) die een uitvraag deed aan 65 mogelijke leveranciers, onder wie Blue Roots én Lionex, welke uitvraag volgens [X c.s.] illustratief is voor de houtmarkt. Dit neemt niet weg dat men een leverancier bij een klant wel kan verdringen: wanneer men een klant voor een concrete transactie bedient, die zich bij gebreke daarvan door een andere leverancier had laten bedienen, dan brengt men die andere leverancier voor die concrete transactie nadeel toe. In een vrije markt is hiermee normaalgesproken niets mis: dit heet (vrije) concurrentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.104 Ook is juist, dit is tussen partijen niet in geschil, dat het een werknemer onder Maleisisch recht in beginsel vrij staat om na uitdiensttreding zijn voormalig werkgever te beconcurreren (en bij klanten te verdringen). Dit zou daarom ook voor [naam 6] c.s. gelden na uitdiensttreding bij Lionex. Dit geldt ook voor zover in het arbeidscontract een postcontractueel concurrentiebeding was opgenomen (zoals bij [naam 6] ). Tussen partijen is niet in geschil dat zo’n beding naar het toepasselijke Maleisische recht niet geldig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.104 In het geval van [naam 6] c.s. speelt echter een aantal bijzonderheden die maken dat deze uitgangspunten in zijn geval niet ongeclausuleerd opgaan. In de eerste plaats heeft [naam 6] tijdens zijn dienstverband niet alleen de organisatie van Blue Roots, die de concurrentie met Lionex is aangegaan, op onrechtmatige wijze voorbereid, maar ook – achter de schermen, maar daarmee niet minder onrechtmatig – aan haar exploitatie bijgedragen. Op het moment dat [naam 6] bij Lionex uit dienst trad en in zoverre vrij werd om Lionex te gaan beconcurreren, was deze organisatie dus per direct beschikbaar, en al een eind op streek met het aanleggen van voorraad. Het creëren van deze onrechtmatige concurrentiepositie is (wezenlijk) onderdeel van de samenzwering. Nadeel dat is ontstaan door de snellere/heviger concurrentie die Blue Roots Lionex heeft kunnen aandoen bij de gratie van de aldus gecreëerde voorsprong, kwalificeert daarom in beginsel als schade ten gevolge van deze samenzwering.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.104 De hiervoor genoemde overgangsperiode die [naam 6] in acht heeft genomen na zijn vertrek bij Lionex, om (buiten kleine kring) open naar buiten te treden ten behoeve van Blue Roots, komt niet (zonder meer) in ‘aftrek’ op de hier bedoelde onrechtmatige voorsprong. In de eerste plaats geldt, zoals [X c.s.] zelf erkent, dat klanten (doorgaans) niet goed kunnen worden bediend zolang er geen (bijpassende) voorraad is, en neemt het aanleggen van die voorraad de nodige tijd in beslag (volgens [X c.s.] normaliter totaal 6-9 maanden). De voorsprong zit mede in de start van het opbouwen van voorraad, en daarvoor was (nog) niet nodig dat [naam 6] de markt (richting klanten) betrad. Los daarvan was [naam 6] ook gedurende de overgangsperiode (en zoals hiervoor al aangegeven: ook daarvóór) wel op de achtergrond betrokken bij de exploitatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.104 In de tweede plaats is er niet alleen op onrechtmatige wijze een concurrentiepositie gecreëerd in termen van organisatie (personeel/voorraad/huisvesting/kapitaal), maar ook met de bedrijfsgeheimen van Lionex waarover Blue Roots zich de beschikking heeft verschaft. Aannemelijk is dat deze informatie – waaronder prijslijsten en/of in het verleden gehanteerde prijzen en/of kortingen en/of specificaties en/of tekeningen en/of bestelde aantallen en/of (andere) bijzonderheden – Blue Roots behulpzaam is geweest bij haar verkopen, in het bijzonder aan klanten die ook door Lionex werden bediend. Zoals hiervoor (10.94-10.96) overwogen rekent het hof het verkrijgen van bedrijfsgeheimen van Lionex door Blue Roots tot de samenzwering. Hiertoe behoren in elk geval de bedrijfsgeheimen van Lionex die Blue Roots behulpzaam konden zijn bij haar verkopen aan Lionex-klanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.104 Om te kunnen beoordelen of Lionex schade heeft geleden door deze gang van zaken en zo ja hoeveel, is wederom (vgl. hiervoor, 10.89) inzicht nodig in de scenario’s die zich zonder samenzwering zouden hebben kunnen ontvouwen, en de waarschijnlijkheid ervan. Voordat het hof hierover verder oordeelt, zal het partijen opdragen om zich hierover (nader) uit te laten (hierna, hoofdstuk 11).</p>\n<p class=\"lf-p\">10.104 Niet bediende Lionex-klanten. Lionex stelt ook schade te hebben geleden door het enkele feit dat [naam 6] c.s. haar klanten heeft benaderd, ongeacht het resultaat daarvan c.q. of Blue Roots die klanten vervolgens ook heeft gecontracteerd. Zoals hiervoor (10.105) overwogen heeft Lionex niet aannemelijk gemaakt dat [naam 6] c.s. in zijn hoedanigheid van Lionex-werknemer of anderszins tijdens dienstverband met Lionex, zelf ten behoeve van Blue Roots Lionex-klanten heeft benaderd. Als [naam 6] c.s. ten behoeve van Blue Roots (en dus, zie hiervoor, ná het dienstverband met Lionex) zonder succes Lionex-klanten heeft benaderd, dan ziet het hof niet in dat en hoe dit tot schade voor Lionex zou hebben kunnen leiden. Dat zou natuurlijk anders zijn als die benadering bijvoorbeeld (mede) een kwaadspreken over Lionex of iets dergelijks inhield, maar daarover heeft Lionex niets gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">11Schadevergoedingszaak: schadebepaling Zoals hiervoor reeds overwogen, heeft het hof behoefte aan nadere voorlichting van partijen over de scenario’s die zich hadden kunnen ontvouwen als [Y c.s.] niet onrechtmatig zouden hebben gehandeld, en de waarschijnlijkheid daarvan, met name waar het gaat om de volgende vragen, zowel voor [naam 6] c.s. gezamenlijk als uitgesplitst per persoon:- Zou [naam 6] c.s. of sommigen van hen bij Lionex zijn vertrokken ?- Zo ja (ongeveer) wanneer?- Zo ja, zou [naam 6] c.s. of sommigen van hen Lionex dan ook, al dan niet in samenwerking met [Y c.s.], maar dan op niet-onrechtmatige wijze, concurrentie hebben aangedaan?- Welke vorm zou die naar Maleisisch recht niet-onrechtmatige concurrentie hebben aangenomen en wat zouden de gevolgen daarvan zijn geweest voor Lionex? Voor het antwoord op deze vragen is niet slechts van belang wat naar Maleisisch recht – als het gaat om het plannen maken over, voorbereiden en opzetten van een concurrerende onderneming door/met een bestuurder/werknemer – in z’n totaliteit ongeoorloofd is, maar evengoed wat in dit opzicht wél geoorloofd is c.q. zou zijn geweest. Het hof zal de zaak voor dit doel naar de rol verwijzen voor akte door beide partijen. Bij antwoordakte zullen partijen op elkaars aktes mogen reageren.</p>\n<p class=\"lf-p\">12Beslissing Het hof:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwijst de zaak naar de rol van 1 april 2025 voor akte van beide partijen voor het hiervoor in hoofdstuk 11 vermelde doel; op de rol van vier weken nadien mogen partijen bij akte op elkaars aktes reageren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Houdt iedere verdere beslissing aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit arrest is gewezen door mr. J.W. Frieling, mr. H.M.H. Speyart van Woerden en mr. A.F.J.A. Leijten en is ondertekend en uitgesproken door mr. J.E.H.M. Pinckaers, rolraadsheer, ter openbare terechtzitting van 4 maart 2025 in aanwezigheid van de griffier. [2010] 5 CLJ.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het begin van de hier relevante periode heette Wood Trading nog […] Trading B.V. Het hof duidt die vennootschap ook in die eerste periode aan als Wood Trading.</p>\n<p class=\"lf-p\">In navolging van partijen duidt het hof sommige in Maleisië werkzame personen naar lokaal gebruik aan met hun voornaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rapport [naam 13] (Lionex productie 401), p. 17.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indexcijfers export Maleisië-NL en wereld, en omzet Lionex tot en met 2011, zijn ontleend aan het rapport [naam 13] (Lionex productie 401), de tabel op p. 39. De indexcijfers omzet Lionex 2012 en 2013 zijn berekend o.b.v. de omzetcijfers 2007, 2012 en 2013 zoals hiervoor weergegeven in 3.13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rapport [naam 13] (Lionex productie 401), p. 32.</p>\n<p class=\"lf-p\">Graders zijn houtkeurders.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBROT:2016:7258.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBROT:2017:8895.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBROT:2018:7827.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBROT:2020:5928.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1 lid 3 Rome II en artikel 10:3 BW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie o.a. conclusie AG Vlas van 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:194, voor HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1139 (echtscheidingsafwikkeling naar Marokkaans recht), randnummer 2.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie dezelfde conclusie. [2001] UKHL 47, r.o. 55. [1995] UKHL 16, r.o. 73.</p>\n<p class=\"lf-p\">OBG Ltd and another v. Allan and others (2007) UKHL 21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hamzah bin Abdul Majid v. Mohd Jalani bin Datuk Hj Mohd Sidek &amp; Ors (2014) MLJU 1858.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wu Yang v. Zhejiang Jinyi [2006] SLR 451 en WT v. Chow Cho Tai [2019] 1 LNS 2039.</p>\n<p class=\"lf-p\">Total Network SL v Her Majesty’s Revenue and Customs [2008] UKHL 19, rov. 94.</p></div>", "next": 0}