{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Tevens werd op 7 augustus 2012 bij verdachte [verdachte] een grotere hoeveelheid munitie in beslaggenomen.  6 patronen van het kaliber 7,65 mm. Van het merk S&amp;B. (312161)  200 patronen .22 Short van het merk Winchester. (312164)  100 patronen van het kaliber .22 Long Rifle. (312165/312166) Deze munitie is geschikt om met voornoemde vuurwapens verschoten te worden. De munitie is geschikt om met voornoemde vuurwapens verschoten te worden. De munitie is van diverse merken zoals o.a.: Winchester, Federal en Sellier &amp; Ballot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4e van de WWM. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2, lid 2, categorie III van de WWM.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarstelling:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorhanden hebben van het bovenomschreven pistool, kogelgeweer, geluiddemper en de munitie, is strafbaar gesteld in artikel 13 lid 1 c.q. artikel 26, lid 1, in verband met artikel 55, lid 1 c.q. lid 3 onder a van de Wet Wapens en Munitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdachte heeft bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven dat hij samenwoont met iemand die toegang heeft tot de slaapkamer, maar niet tot de wapens. Verdachte heeft verklaard dat hij de kast gebruikt waarin het geweer is aangetroffen. Het nachtkastje waarin het pistool is aangetroffen, staat aan de linkerzijde van het bed, gezien vanuit het bed. Verdachte heeft verklaard dat hij aan deze zijde slaapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep op 22 april 2021 verklaard dat hij het eens is met zijn veroordeling door de rechtbank wat betreft de wapens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegingen Het standpunt van de advocaten-generaal De advocaten-generaal hebben zich – naar het hof begrijpt – op het standpunt gesteld dat de feiten 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de verdediging Namens de verdachte is bij pleidooi naar voren gebracht dat hij de twee wapens in zijn bezit had. Hij wist van de wapens af en heeft deze voorhanden gehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oordeel van het hof Uit de bewijsmiddelen volgt dat de wapens en munitie zijn aangetroffen in de woning van verdachte, te weten in een kast en nachtkastje aan de zijde van het bed waar verdachte slaapt. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij de kast in gebruik had waarin het geweer werd aangetroffen. Uit de verklaring van verdachte volgt dat geen ander dan hijzelf toegang had tot de kast waarin het kogelgeweer is aangetroffen. Evenmin is gebleken dat een ander dan hijzelf toegang tot de aangetroffen wapens en munitie had.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof acht de feiten 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen, in dier voege dat verdachte het pistool, het kogelgeweer met de vuurdemper en de munitie voorhanden heeft gehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte deze voorwerpen samen met een ander of anderen voorhanden heeft gehad, zal het hof verdachte partieel vrijspreken van het onder feit 4 en 5 aan hem tenlastegelegde medeplegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op: feitelijk leiding geven aan het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder 3 subsidiair bewezenverklaarde levert op: feitelijk leiding geven aan het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder 4 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder 5 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op te leggen sanctie Het standpunt van de advocaten-generaal De advocaten-generaal hebben gevorderd dat aan verdachte, ter zake het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 tenlastegelegde, een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, en een beroepsverbod voor de duur van 5 jaren, inhoudende een ontzegging van het recht om bestuurder en leidinggevende te zijn van een onderneming in de land- en tuinbouwsector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het hof – bij eventuele bewezenverklaring van één of meer feiten – bij bepalen van de straf rekening dient te houden met de forse overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM. De verdediging heeft geconcludeerd tot oplegging van een voorwaardelijke straf en/of een taakstraf, gelet op de financiële en maatschappelijke gevolgen voor verdachte. Verdachte heeft immers reeds 2,5 miljoen euro aan privévermogen verloren, vreest voor het verlies van zijn baan als freelance adviseur wegens imagoschade en verkeert in een zakelijk isolement, nu derden niet langer bereid zijn om in de start van een nieuw bedrijf van verdachte te investeren. Verdachte wordt bovendien privé aansprakelijk gesteld door schuldeisers van de rechtspersoon. Voorts ondervinden de verdachte en zijn gezin een isolement binnen de dorpsgemeenschap waarin zij woonachtig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oordeel van het hof Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof overweegt, grotendeels overeenkomstig de rechtbank, als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte heeft gedurende drie jaar, als directeur, feitelijk leiding gegeven aan het medeplegen van valsheid in geschrift binnen diens onderneming [bedrijf 1] . Ook heeft verdachte twee vuurwapens, een geluidsdemper en 306 patronen voorhanden gehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met behulp van geraffineerde afroommodules werden de salarissen van Poolse pluksters, die werkzaam waren bij [bedrijf 1] , op verschillende wijzen afgeroomd. Vanaf 2011 waren er drie afroommodules ingebouwd in het tijdregistratiesysteem: de klokophaalpercentagemodule (welke vanaf juni 2011 naar 90 procent en in twee gevallen zelfs naar 85 procent is ingesteld), de correctiefactor van 30 tot 40 procent op de negatieve plukprestatie zelf en module die ervoor zorgde dat de pauzetijden automatisch waren verwerkt in het tijdregistratiesysteem terwijl de daadwerkelijk genoten pauzetijden korter waren. Door invoering van deze modules bij enkel ‘Polenprofiel 13’ werden de Poolse pluksters stelselmatig gekort in hun uren en kwamen de daadwerkelijke gewerkte uren niet overeen met hetgeen vermeldt stond op de salarisstroken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof acht het zeer wel mogelijk dat niet alleen de salarisstroken van de in de tenlastelegging genoemde Poolse pluksters in de jaren 2009 tot en met 2012 werden vervalst, maar dat dit op een veel grotere schaal plaatsvond. Binnen [bedrijf 1] paste het gebruik van de afroommodules namelijk binnen de normale bedrijfsvoering, waardoor iedere Poolse plukster – in ieder geval na invoering van de klokkingen en de afroommodules in 2011 tot het uitschakelen daarvan in augustus 2012 – in meer of mindere mate is getroffen door het afromen van de door haar gewerkte uren. Ook delen van de bedrijfsadministratie, gebaseerd op deze afgeroomde uren, werden door de werking van deze afroommodules vals.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het stelselmatig karakter van de door verdachte gepleegde feiten en de duur van de periode waarin hij deze gepleegd heeft, is het hof van oordeel dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Het hof slaat in dit verband tevens acht op het feit dat de verdachte, noch bij de opsporingsdienst, noch ter terechtzitting in eerste aanleg dan wel in hoger beroep, inzicht heeft getoond in de laakbaarheid van zijn handelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof voorts nog gelet op: de inhoud van het verdachte betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 16 februari 2021, waaruit volgt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten; de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die ter terechtzitting naar voren zijn gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof maakt voorts melding van de verklaringen van enkele slachtoffers, zoals die ter terechtzitting in hoger beroep zijn afgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Redelijke termijn Het hof heeft zich tevens rekenschap gegeven van de redelijke termijn. Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkómen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de onderhavige zaak is de redelijke termijn aangevangen op 28 januari 2013, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld. De rechtbank heeft op 10 november 2016 vonnis gewezen. In eerste aanleg is derhalve sprake van een schending van de redelijke termijn met een periode van ongeveer één jaar en negenenhalf maanden. Verdachte heeft op 23 november 2016 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst dit arrest op 27 mei 2021. In hoger beroep is aldus tevens sprake van een termijnoverschrijding, nu de behandeling in hoger beroep niet is afgerond met een eindarrest binnen twee jaar na het instellen van het hoger beroep. Deze overschrijding van de redelijke termijn bedraagt ruim twee jaar en zes maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze overschrijding is deels gelegen in de omstandigheid dat de zaak op 19 maart 2020 werd aangehouden vanwege de toen recente uitbraak van het coronavirus. Vervolgens hebben de landelijke maatregelen in verband met het coronavirus het inplannen en het behandelen van strafzaken bemoeilijkt. De zaak is op 18 november 2020 opnieuw aangehouden vanwege organisatorische redenen van de zijde van het hof. De totale overschrijding van de redelijke termijn bedraagt daarmee ongeveer vier jaar en drieënhalf maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof zal aan deze overschrijding consequenties verbinden. Zonder schending van de redelijke termijn zou een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van voorarrest, passend zijn geweest. Nu de redelijke termijn is geschonden, zal worden volstaan met het opleggen van de hierna aan te geven straf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde, komt het hof tot oplegging van een aanzienlijk lagere straf dan de straf die is geëist door de advocaten-generaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schadevergoedingsmaatregel Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht dient te worden opgelegd, primair ten bedrage van € 71.680,89 en subsidiair ten bedrage van € 54.596,05. Deze maatregel dient hoofdelijk te worden opgelegd, aldus het Openbaar Ministerie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de schadevergoedingsmaatregel niet kan worden opgelegd, primair gelet op de bepleite vrijspraak en subsidiair onder verwijzing naar jurisprudentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oordeel van het hof Het hof overweegt als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">In eerste aanleg hebben zich geen slachtoffers gevoegd als benadeelde partij als gevolg van een omissie aan de zijde van de ondersteuning van de slachtoffers. Het Openbaar Ministerie acht het wenselijk dat toch aan de ex-werknemers van [bedrijf 1] een schadevergoeding wordt verstrekt op basis van artikel 36f Wetboek van Strafrecht. Op 24 juli 2020 is aan alle procespartijen een overzicht van de schade per ex-werknemer ter beschikking gesteld. In september 2020 is een nadere schriftelijke onderbouwing hiervan overgelegd aan alle procespartijen. Op 26 april 2021 zijn namens de slachtoffers voornoemde stukken en een aanvullende verklaring afgelegd en is een schriftelijke onderbouwing overgelegd door mr. Lamyae Ramdani, advocaat namens een aantal slachtoffers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu het niet indienen van vorderingen door de benadeelde partijen in eerste aanleg het gevolg was van een omissie, is het hof van oordeel dat het thans vorderen van de oplegging van de maatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht om op deze wijze alsnog de door de ex-werknemers van [bedrijf 1] geleden schade vergoed te krijgen, niet tot doel heeft om de wettelijke beperking dat een benadeelde partij zich niet voor het eerst in hoger beroep kan voegen met een (aanvullende) vordering tot schadevergoeding te omzeilen. Het wettelijk systeem staat er derhalve niet aan in de weg om in casu een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het hof is voorts van oordeel dat de verdediging tijdig op de hoogte zijn gebracht van het voornemen van het Openbaar Ministerie om oplegging van genoemde maatregel te vorderen en de onderbouwing hiervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de gevorderde schadevergoedingsmaatregel overweegt het hof als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdachte is vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van/feitelijk leiding geven aan het medeplegen van mensenhandel. Het hof veroordeelt verdachte wel voor het meermalen feitelijk leidinggeven aan het medeplegen van valsheid in geschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof constateert dat het vastgestelde schadebedrag voor de ex-werknemers is gebaseerd op het ontnemingsdossier, en dan met name op de lijsten van gewerkte uren en verloonde uren, zoals die zijn gebruikt in het rapport Wederrechtelijk Verkregen Voordeel. Door de raadsman zijn lijsten in het geding gebracht waarin de verloonde uren overeenkomstig de salarisspecificaties zijn opgenomen. Tevens zijn overgelegd de lijsten van de geplukte kilo’s per dag. Zonder grondig nader onderzoek is de daadwerkelijk geleden schade als gevolg van de valsheid in geschrift dan ook niet evident vast te stellen. Het hof overweegt overeenkomstig hetgeen in de wet is opgenomen met betrekking tot de vorderingen benadeelde partij dat het vaststellen van de schade een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Het hof zal de vordering ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht reeds hierom afwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inbeslaggenomen goederen Tijdens het onderzoek is een hoeveelheid geld inbeslaggenomen. Het hof, evenals de rechtbank, zal geen beslissing nemen over dit inbeslaggenomen geldbedrag, omdat het heeft geconstateerd dat er conservatoir beslag in de zin van artikel 94a Wetboek van Strafvordering op is gelegd. Uit de wet en de jurisprudentie volgt dat op een zodanig beslag geen beslissing bij einduitspraak in de strafzaak mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de overige inbeslaggenomen goederen rust klassiek beslag in de zin van artikel 94 Wetboek van Strafvordering. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de officier van justitie dienaangaande naar voren gebracht dat het beslag op deze goederen gehandhaafd dient te blijven in verband met de waarheidsvinding met betrekking tot de nog te behandelen ontnemingsvordering. De verdediging heeft zich in eerste aanleg hiertegen niet verzet. In hoger beroep is van de zijde van de advocaten-generaal geen standpunt omtrent de inbeslaggenomen goederen ingenomen. De verdediging heeft in hoger beroep verwezen naar een e-mailbericht van 13 juli 2016, pagina 83 van zijn pleitnota in eerste aanleg, waarin de verdediging verzoekt om teruggave van het volledige beslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof zal, net als de rechtbank, op dit gedeelte van het beslag evenmin een beslissing nemen, omdat deze goederen nog dienstbaar kunnen zijn aan de eventuele behandeling van de ontnemingsvordering in hoger beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLISSING Het hof:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de verdachte voorts tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst af de vordering van het Openbaar Ministerie tot oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewezen door: mr. A.M.G. Smit, voorzitter, mr. A.R. Hartmann en mr. A.C. Bosch, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. L.G. Gersen en mr. A.E.M. de Ridder, griffiers, en op 27 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mr. A.C. Bosch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het hof spreekt over ‘Poolse medewerkers’ bedoelt het de in de tenlastelegging genoemde personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hiernavolgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het proces-verbaal van Inspectie SZW, directie Opsporing, recherche kantoor Arnhem, onderzoeksnaam Lagos, proces-verbaalnummer 6640/2010/000167, afgesloten d.d. 25 juli 2013, bestaande uit 29 ordners, voorzien van de doorlopend genummerde pagina’s 1 tot en met 4836.</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0789 (AMB-025-01) en relaas p-v d,d, 25 juli 2013, p. 0007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v d.d. 25 juli 2013, p. 0012 en 0013, p. 0012 en 0013;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uittreksel Kamer van Koophandel [bedrijf 1] , p. 4117 (D-031-01) en p. 4125 (D-031-1A); Uittreksel Kamer van Koophandel [bedrijf 2] , p. 4129 (D-031-02);</p>\n<p class=\"lf-p\">Uittreksel Kamer van Koophandel PCP Property B.V., p. 4137 (D-031-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte, zoals afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 21 maart 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 28 januari 2013, p. 1272.</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 14 augustus 2012, p. 1557 (V-008-06).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1571 en 1578 (V-008-08).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1600 (V-009-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0715 (AMB-025-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0715 (AMB-025-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 13 augustus 2012, p. 1550 (V-008-05).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1544 (V-008-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1569 en 1571 (V-008-08).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 13 augustus 2012, p. 1550 en 1552 (V-008-05).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 januari 2013, p. 1611 en 1612 (V-009-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1607 (V-009-02).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 januari 2013, p. 1610 (V-009-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1601 (V-009-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 7 augustus 2012, p. 1561 (V-008-07).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0743 en 0744 (AMB-025-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0744 (AMB-025-01); “Overzicht afspraken pauzetijden en e-mails”, p. 4076 tot en met 4078 (D-028-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0745 (AMB-025-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsregels oogstmedewerkers, p. 4281 (D-034-38).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0750 en 0751 (AMB-025-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1601 (V-009-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 januari 2013, p. 1615 en 1616 (V-009-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1544 en 1545 (V-008-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0754 (AMB-025-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1545 en 1546 (V-008-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 17 augustus 2012, p. 1564 (V-008-07).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1569 en 1570 (V008-08).</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1602 (V-009-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie Meterik, p. 4206 (D-034-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie Haagweg, p. 4274 (D-034-31).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie Donkstraat, p. 4277 (D-034-34).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie Hamweg, p. 4280 (D-034-37).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0776 (AMB-025-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 7 november 2018, p. 2-3; verklaring [medeverdachte 1] ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1578 (V-008-08).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor van getuige [getuige] d.d. 30 januari 2013, p. 1098 (G-021-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 12 2010 op naam van [champignonplukster 9] , p. 3393 (D-008-08).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 12 2010 op naam van [champignonplukster 17] , p. 3415 (D-013-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 4 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4753 (D-043-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 5 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4754 (D-043-02).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 6 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4755 (D-043-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 7 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4756 (D-043-04).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 8 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4757 (D-043-05).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 9 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4758 (D-043-06).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 10 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4759 (D-043-07).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 5 2012 op naam van [champignonplukster 18] , p. 4336 (D-034-67).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 1 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4788 (D-043-36).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 2 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4789 (D-043-37).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 3 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4790 (D-043-38).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 4 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4791 (D-043-39).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 5 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4792 (D-043-40).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 6 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4793 (D-043-41).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 7 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4794 (D-043-42).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor getuige [champignonplukster 9] d.d. 7 juni 2011, p. 0963 en 0964 (G-012-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor getuige [champignonplukster 5] d.d. 11 mei 2011, p. 0899, 0900 en 0904 (G-007-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor getuige [champignonplukster 13] d.d. 28 juni 2012, p. 1063 (G-019-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1569 en 1570 (V-008-08).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0222 en 0259.</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 3 2009 op naam van [champignonplukster 12] , p. 3117 (D-004-09).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 4 2009 op naam van [champignonplukster 16] , p. 3470 (D-019-04).</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisspecificatie 10 2009 op naam van [champignonplukster 13] , p. 3139 (D-005-12).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor getuige [champignonplukster 12] d.d. 2 april 2012, p. 1.003 en 1.005 (G-015-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor getuige [champignonplukster 16] d.d. 27 september 2012, p. 1202, 1207 en 1209 (G-031-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor getuige [champignonplukster 13] d.d. 28 juni 2012, p. 1063 (G-019-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0261 tot en met 0264. Document ‘Kilo’s per verpakking 23-2-09 / 22-3-09 (per 3)’, p. 4337 en 4338 (D-034-68). Document ‘Uren van projecten 23-2-09 / 22-3-2009 per 3)’, p. 4339 (D-034-69). Salarisspecificatie periode 3 2009 op naam van [champignonplukster 12] , p. 3117 (D-004-09). Document ‘Totaal periode 3-2009’, p. 3118 (D-004-09A). Handgeschreven dagboekaantekeningen, p. 3087 tot en met 3091 (D-004-07-20 tot en met D004-07-24).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0266 en 0267. Document ‘Kilo’s per verpakking 23-3-09 / 19-4-09 (per 4)’, p. 4342 en 4343 (D-034-71). Salarisspecificatie periode 4 2009 op naam van [champignonplukster 16] , p. 3470 (D-019-04).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0264 en 0265. Document ‘Kilo’s per verpakking 7-9-09 / 4-10-09 (per 10)’, p. 4340 en 4341 (D-034-70). Handgeschreven dagboekaantekeningen, p. 3157 (D-005-27A). Document ‘Uitwerking aantekeningen [champignonplukster 13] salarisperiode 10 2009’, p. 3159 (D-005-27B). Salarisspecificatie periode 10 2009 op naam van [champignonplukster 13] , p. 3470 (D-005-12).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0216 en 0217.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0216 en 0217.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0219, 0220 en 0222.</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0770 (AMB-025-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1570 en 1578 (V-008-08).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1546 (V-008-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas proces-verbaal, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0252 tot en met 0254.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0222 en 0223.</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor getuige [medeverdachte 1] d.d. 7 augustus 2012, p. 1073 (G-020-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1546 (V-008-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1600 (V-009-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 januari 2013, p. 1611 (V-009-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van getuige [medeverdachte 1] , zoals afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting bij de rechtbank van 24 februari 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1568 (V-008-08).</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 13 augustus 2012, p. 1550 (V-008-05).</p>\n<p class=\"lf-p\">P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 7 november 2018, p. 2-3; verklaring [medeverdachte 1] ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 7 augustus 2012, p. 1077 (G-021-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 28 januari 2013, p. 1091 (G-021-02).</p>\n<p class=\"lf-p\">Document ‘Aanpassing tijdregistratie t.b.v. [verdachte] / [bedrijf 1] ’ d.d. 11 juni 2009, p. 3085 (D-030-03).</p>\n<p class=\"lf-p\">E-mailbericht d.d. 17 mei 2012 van [verdachte] aan [medeverdachte 3] , p. 4061 (D-027-25).</p>\n<p class=\"lf-p\">E-mailbericht d.d. 19 mei 2012 van [verdachte] aan [medewerker 2] , p. 4063 (D-027-26).</p>\n<p class=\"lf-p\">E-mailbericht d.d. 19 mei 2012 van [verdachte] aan [medewerker 3] , p. 4071 (D-027-27).</p>\n<p class=\"lf-p\">E-mailbericht d.d. 3 juni 2012 van [verdachte] aan [medeverdachte 1] , p. 4073 (D-027-28).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring [verdachte] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot doorzoeking pand III (Haagweg 5 te Horst) d.d. 9 augustus 2012, p. 2637 tot en met 2639 (IBN-003-01); Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv) d.d. 7 augustus 2012, p. 2656 tot en met 2658 (IBN-003-06).</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal omschrijving wapens en munitie d.d. 6 september 2012, p. 4357 tot en met 4364 (D-036-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 28 januari 2013, p. 1269 (V-001-01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring [verdachte] ter terechtzitting in hoger beroep op 22 april 2021.</p></div>", "next": 0}