{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">[verdachte] en [medeverdachte 2] hebben naar het oordeel van het hof aan deze door [verdachte rechtspersoon 2] gepleegde feiten feitelijke leiding gegeven. Hierbij stelt het hof voorop dat het persoonlijke en zakelijke leven van [verdachte] en [medeverdachte 2] dusdanig met elkaar is verweven, dat zij feitelijk fungeren als één economische eenheid, te weten als “het concern” van [verdachte] en [medeverdachte 2] . Het hof verwijst in dat kader naar hetgeen is overwogen onder A.3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder is uit het procesdossier en het onderzoek ter terechtzittingen gebleken dat [verdachte] vanaf de oprichting van [verdachte rechtspersoon 2] in 1989 tot heden enig bestuurder van [verdachte rechtspersoon 2] is geweest. [verdachte] heeft verklaard dat zij de baas is van [verdachte rechtspersoon 2] , dat zij sinds het begin alles beslist en de administratie voert. [verdachte] was verantwoordelijk voor het (laten) opmaken van de facturen, zowel voor [verdachte rechtspersoon 2] als voor [bedrijf 4] , en was gerechtigd tot de bankrekeningen van [verdachte rechtspersoon 2] en [bedrijf 4] . Dit maakt dat zij volledig op de hoogte was van de winstverschuiving van [verdachte rechtspersoon 2] naar [bedrijf 4] . Dat [verdachte] zich daarnaast ook actief bemoeide met aangiften vennootschapsbelasting 2010 tot en met 2013 en 2015 blijkt tevens uit de hiervoor genoemde verklaringen van belastingadviseur [getuige 1] en werkneemster [getuige 1] . Verder was [verdachte] ten tijde van het indienen van de aangiften vennootschapsbelasting 2010 en 2011 enig aandeelhouder van [verdachte rechtspersoon 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 22 januari 2013 tot heden, aldus ten tijde van het indienen van de aangiften vennootschapsbelasting 2013 en 2015, is [verdachte rechtspersoon 4] enig aandeelhouder van [verdachte rechtspersoon 2] . [medeverdachte 2] was ten tijde van het indienen van de aangiften vennootschapsbelasting 2013 en 2015 directeur-grootaandeelhouder van [verdachte rechtspersoon 4] . Hoewel niet is gebleken dat [medeverdachte 2] zich actief bemoeide met de aangiften vennootschapsbelasting van [verdachte rechtspersoon 2] , is het hof niettemin van oordeel dat hij als feitelijke leidinggever dient te worden aangemerkt. De onjuistheid en/of onvolledigheid in de aangiften vennootschapsbelasting komt materieel bezien neer op het ten onrechte verschuiven van winst, toebehorende aan [verdachte rechtspersoon 2] , naar [bedrijf 4] . [bedrijf 4] was de eenmanszaak van [medeverdachte 2] , hij was gemachtigd tot de bankrekeningen van [bedrijf 4] en had – via [verdachte] – inzicht in de bankrekening(en) van [bedrijf 4] , zie hiervoor hetgeen is overwogen onder A.3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij op de hoogte was van de financiële gang van zaken en resultaten van [verdachte rechtspersoon 2] . Die werden hem medegedeeld door [betrokkene 2] en [verdachte] . [medeverdachte 2] was dus vanaf beide kanten op de hoogte van de financiën, maar heeft niets gedaan om te voorkomen dat door [verdachte rechtspersoon 2] onjuiste en/of onvolledige aangiften vennootschapsbelasting zouden worden ingediend. Gelet op het oordeel van het hof dat [verdachte] en [medeverdachte 2] opereerden als een “concern”, was hij daartoe wel bevoegd en redelijkerwijs ook gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">C.3.2. Geen sprake van onjuiste belastingaangiften Het hof stelt vast dat de belastingkamer van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 10 december 2025 uitspraak heeft gedaan in de fiscale zaak betreffende de aan [verdachte rechtspersoon 2] opgelegde navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2005 tot en met 2015. In deze uitspraak is ten aanzien van de door de verdachte opgeworpen verweren het volgende overwogen en geoordeeld, waar met “belanghebbende” de vennootschap [verdachte rechtspersoon 2] wordt bedoeld: “e. Nieuw feit (…) 4.5.6. Het hof acht aannemelijk dat de inspecteur ten tijde van het vaststellen van de aanslagen VPB 2005 tot en met 2015 geen aanknopingspunt had voor de veronderstelling dat belanghebbende en [bedrijf 4] gelieerde partijen waren en dat [bedrijf 4] door belanghebbende werd gebruikt om door belanghebbende behaalde winst af te romen (zie hierna 4.7.3). Ook had de inspecteur daarmee toen niet redelijkerwijs bekend kunnen zijn. Aannemelijk is dat er voor de inspecteur eerst na de inzage in de stukken en bevindingen uit het strafrechtelijk onderzoeksdossier aanknopingspunten bestonden voor die veronderstelling. Het hof acht daarbij van belang dat belanghebbende de inspecteur bij brief van 3 april 2007 heeft bericht dat [bedrijf 4] eigendom is van [medeverdachte 2] en dat dit geen gelieerde vennootschap is.27 Het hof is verder van oordeel dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan door naar aanleiding van de bevindingen uit de onderzoeken in 2008 en 2011 geen nader onderzoek in te stellen naar de relatie tussen belanghebbende en [bedrijf 4] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook was de inspecteur niet gehouden het douanedossier, waarin zich volgens belanghebbende het controlerapport van 8 september 2003 bevindt, te raadplegen (…). Het nieuwe feit, dat [bedrijf 4] ten opzichte van belanghebbende geen onafhankelijke derde was en dat [bedrijf 4] door belanghebbende werd gebruikt om door belanghebbende behaalde winst af te romen (het hof beoordeelt dit hierna in 4.7.4 tot en met 4.7.5), levert grond op voor navordering van de via [bedrijf 4] afgeroomde winsten. (…) f. Verlengde navorderingstermijn (…) 4.6.5. Het hof stelt vast dat de in de navorderingsaanslagen VPB 2005 tot en met 2011 begrepen winst betrekking heeft op de ABC-transacties. Niet in geschil is dat belanghebbende in de jaren 2005 tot en met 2011 geen goederen rechtstreeks fysiek aan [bedrijf 4] heeft verzonden en dat belanghebbende de goederen betreffende die transacties rechtstreeks fysiek naar de uiteindelijke afnemers heeft verzonden. [verdachte] heeft ter zitting van het hof van 25 september 2025 verklaard dat de uiteindelijke afnemers meestal klanten van [medeverdachte 2] waren. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat [medeverdachte 2] , gelet op de specifieke handel, naar buiten toe “het gezicht” van belanghebbende is. [verdachte] heeft immers verklaard dat [medeverdachte 2] de “legend” was in de handel in legermaterieel (…).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat volgt ook uit de door de inspecteur overgelegde historische, met de zogenoemde waybackmachine gemaakte, printscreens van de website van belanghebbende.30 De omstandigheden dat [medeverdachte 2] naar buiten toe “het gezicht” van belanghebbende is, dat bij transacties die belanghebbende rechtstreeks met de uiteindelijke afnemers sloot, die afnemers op de bankrekeningen van [bedrijf 4] dan wel op de gezamenlijke bankrekening van [verdachte] en [medeverdachte 2] in Hong Kong betaalden (zie 4.7.4.2) en dat [bedrijf 4] geen realiteitswaarde toekomt (zie 4.7.5), rechtvaardigen de conclusie dat de uiteindelijke afnemers economisch een transactie verrichten met [medeverdachte 2] , als vertegenwoordiger van belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">De door de uiteindelijke afnemers ter zake van die transacties verrichte betalingen aan [bedrijf 4] komen economisch bezien derhalve toe aan belanghebbende. De ABC-transacties zijn economisch bezien dus - parallel met de betreffende goederenbewegingen - transacties tussen belanghebbende en de uiteindelijke afnemers. De uiteindelijke afnemers hebben echter geen betalingen verricht aan belanghebbende, maar hebben de bedragen gestort op één van de door [bedrijf 4] , [medeverdachte 2] en/of [verdachte] gehouden bankrekeningen in Hong Kong (…). Door de wijze waarop belanghebbende zich aldus heeft laten betalen voor de aan de uiteindelijke afnemers geleverde goederen, zijn bedragen buiten het zicht van de Nederlandse fiscus gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan die conclusie doet niet af dat belanghebbende zich - als onderdeel van die ABC-transacties - door [bedrijf 4] bedragen heeft laten uitbetalen in Nederland. Belanghebbende heeft die betalingen immers jegens de Nederlandse fiscus voorgewend als een at arm’s length-prijs die door [bedrijf 4] aan belanghebbende is voldaan, ervan uitgaande dat zij onafhankelijke derden van elkaar zijn. Zoals het hof hierna zal oordelen (zie 4.7.4 tot en met 4.7.4.7) zijn belanghebbende en [bedrijf 4] echter geen onafhankelijke derden. Het hof is van oordeel dat de aan [bedrijf 4] toegerekende winst is opgekomen in Hong Kong (…) 4.7.4. Het hof oordeelt ten aanzien van de realiteitswaarde van [bedrijf 4] als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.4.1. Belanghebbende is opgericht in 1989 (…). In 1994 heeft [medeverdachte 2] in Hong Kong [bedrijf 4] opgericht, zijnde een vehikel zonder rechtspersoonlijkheid (…). [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij altijd actief is geweest in de surplushandel - de handel in legeronderdelen -, dat hij die werkzaamheden vóór de oprichting van [bedrijf 4] samen met [verdachte] vanuit belanghebbende heeft verricht en dat er na de oprichting van [bedrijf 4] feitelijk niets in zijn werkzaamheden is veranderd (…).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.4.2. Het hof neemt verder in aanmerking dat [bedrijf 4] in Hong Kong nooit eigen ruimte ter beschikking heeft gehad en vanaf medio 2014 niet meer over een eigen bankrekening beschikt (…). Weliswaar beschikte [bedrijf 4] tot medio 2014 over twee eigen bankrekeningen in Hong Kong , maar deze zijn door toedoen van de Standard Chartered Bank in Hong Kong medio 2014 beëindigd. Indien [bedrijf 4] een eenmanszaak van [medeverdachte 2] zou zijn geweest, had het naar het oordeel van het hof voor de hand gelegen dat [medeverdachte 2] op zijn naam een bankrekening in Hong Kong had geopend, indien een bankrekening op naam van [bedrijf 4] niet meer tot de mogelijkheden behoorde. In plaats daarvan heeft [medeverdachte 2] medio 2014 samen met [verdachte] een gezamenlijke bankrekening in Hong Kong geopend, zijn betalingen van en aan [bedrijf 4] via die gezamenlijke bankrekening gedaan en is - zoals [verdachte] ter zitting van het hof van 25 september 2025 heeft verklaard - nooit bijgehouden welke betalingen betrekking hebben op [medeverdachte 2] , [verdachte] respectievelijk [bedrijf 4] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Behalve een registratie van [bedrijf 4] in de ‘Business Registration Office’, een vestigingsadres ten kantore van [bedrijf 18] , twee bankrekeningen van [bedrijf 4] tot medio 2014 en een gezamenlijke bankrekening van [verdachte] en [medeverdachte 2] vanaf medio 2014 zijn er in Hong Kong geen feitelijke aanknopingspunten voor ondernemingsactiviteiten. Genoemde aanknopingspunten zijn onvoldoende voor het oordeel dat [medeverdachte 2] in de onderhavige jaren in Hong Kong een onderneming uitoefent.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.4.3. Het hof heeft reeds aannemelijk geacht dat [medeverdachte 2] naar buiten toe “het gezicht” van belanghebbende is (zie 4.6.5). Belanghebbende heeft verklaard dat [medeverdachte 2] altijd belangrijk voor haar is geweest, gelet op zijn kennis en zijn klantenkring en dat haar klanten het liefst enkel met [medeverdachte 2] - als bemiddelaar of handelspartner - handel dreven.34 [verdachte] heeft ter zitting van het hof van 25 september 2025 verklaard dat de uiteindelijke afnemers meestal klanten van [medeverdachte 2] waren en dat zelfs [bedrijf 19] uit Taiwan - het bedrijf van de zwager van [verdachte] - altijd zaken deed met [medeverdachte 2] in persoon en niet met [verdachte] (…). [verdachte] heeft verklaard dat in de administratie van belanghebbende in de jaren 2005 tot en met 2015 107 transacties met [bedrijf 4] zijn verwerkt.35 Deze transacties betreffen ABC-transacties (zie 4.6.5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet in geschil is dat belanghebbende in de jaren 2005 tot en met 2015 geen goederen rechtstreeks fysiek aan [bedrijf 4] heeft verzonden en dat belanghebbende de goederen betreffende die 107 transacties rechtstreeks fysiek naar de uiteindelijke afnemers heeft verzonden. [verdachte] heeft ter zitting van het hof van 25 september 2025 desgevraagd verklaard dat bij transacties die belanghebbende rechtstreeks met de uiteindelijke afnemers sloot, die afnemers op de bankrekeningen van [bedrijf 4] dan wel op de gezamenlijke bankrekening van [verdachte] en [medeverdachte 2] in Hong Kong betaalden en de financiële afwikkeling tussen [bedrijf 4] en belanghebbende in rekening-courant werd verwerkt. In het licht van hetgeen in 4.7.4.2 is geoordeeld, rechtvaardigt dit de conclusie dat belanghebbende zich met [bedrijf 4] vereenzelvigde en dat de uiteindelijke afnemers belanghebbende en [bedrijf 4] ook vereenzelvigden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.4.4. Verder heeft de inspecteur onweersproken gesteld dat belanghebbende haar vordering op [bedrijf 4] in rekening-courant, naar aanleiding van de ABC-transacties (zie 4.7.4.3), aan het eind van elk kwartaal omzette in een vordering op [bedrijf 12] , de rechtsvoorganger van [verdachte rechtspersoon 1] en later in een vordering op [verdachte rechtspersoon 1] .36 Belanghebbende heeft geen verklaring gegeven voor de omzetting van de vordering en voor de vervlechting met [verdachte rechtspersoon 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.4.5. Ook acht het hof van belang dat [verdachte] en [medeverdachte 2] op 1 november 2012 de Partnership Agreement hebben gesloten (…). Uit deze agreement volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 2] al sinds 1994 samenwerkten op het gebied van handel in onderdelen van voertuigen, dat zij hun samenwerking in 2012 wilden intensiveren en dat [verdachte] zich toen in [bedrijf 4] mocht inkopen als gelijkwaardige partner van [medeverdachte 2] voor een bedrag van $ 25.000. Het hof acht daarom aannemelijk dat er al sinds 1994 verwevenheid was tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] . Gelet op de kennis en klantenkring van [medeverdachte 2] (zie 4.7.4.3) en de daaraan toe te rekenen winsten acht het hof het volstrekt niet zakelijk dat [verdachte] zich voor een bedrag van slechts $ 25.000 mocht inkopen in de zeer lucratieve onderneming van [medeverdachte 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.4.6. Verder neemt het hof in aanmerking dat [verdachte] niet alleen de facturen van belanghebbende opmaakte, maar ook die van [bedrijf 4] . [verdachte] heeft namelijk ter zitting van het hof van 25 september 2025 verklaard dat zij vanaf 2012 in opdracht van [medeverdachte 2] de facturen van [bedrijf 4] opmaakte. In die hoedanigheid had [verdachte] dus inzage in de prijsstelling van [bedrijf 4] . Verder heeft [verdachte] in opdracht van [medeverdachte 2] namens [bedrijf 4] e-mails verzonden en zich daarbij gepresenteerd als manager van [bedrijf 4] .37 Anderzijds deed [medeverdachte 2] soms de inkoop van belanghebbende (…). Het hof acht het ondenkbaar dat, ware belanghebbende en [bedrijf 4] onafhankelijke derden, aan [verdachte] en [medeverdachte 2] dergelijke wederzijdse, kruislingse bevoegdheden zouden zijn toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.4.7. Verder neemt het hof in aanmerking dat [verdachte] op 22 januari 2013 alle aandelen in belanghebbende heeft overgedragen aan (een vennootschap van) [medeverdachte 2] . Het dossier biedt geen enkel inzicht in de reden van de aandelenoverdracht en de overdrachtsprijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.5. Gelet op al het vorenstaande is het hof van oordeel dat aan [bedrijf 4] geen realiteitswaarde toekomt. Naar het oordeel van het hof moeten de transacties en winsten van [bedrijf 4] worden toegerekend aan belanghebbende. De stelling van belanghebbende, dat zij en [bedrijf 4] twee afzonderlijke entiteiten zijn die at arm’s length zaken met elkaar doen, acht het hof dus niet aannemelijk. Het rapport [naam 2] (…), waarin is onderzocht of de transacties tussen belanghebbende met [bedrijf 4] tegen onzakelijke prijzen zijn geschied, kan niet tot een ander oordeel leiden. Dit rapport gaat immers uit van de – onjuiste - veronderstelling dat belanghebbende en [bedrijf 4] onafhankelijke derden zijn. (…) 5. Beslissing Het hof: (…)</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vermindert de navorderingsaanslag VPB 2010 naar een belastbaar bedrag van € 107.082;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vermindert de navorderingsaanslag VPB 2011 naar een belastbaar bedrag van € 573.561;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vermindert de navorderingsaanslag VPB 2012 naar een belastbaar bedrag van € 529.660;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vermindert de navorderingsaanslag VPB 2013 naar een belastbaar bedrag van € 313.074; (…)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vermindert de navorderingsaanslag VPB 2015 naar een belastbaar bedrag van € 140.410; (…) Onder vermelding van de volgende voetnoten:</div>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 27: Bijlage 21 bij het nader stuk van belanghebbende in eerste aanleg van 23 november 2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 30: Bijlage 48 bij het nader stuk van de inspecteur van 19 juni 2025.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 34: Pleitnota in hoger beroep, punt 56 op pagina 15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 35: “Analyse van [verdachte] (…)”, gevoegd bij het nader stuk van belanghebbende van 9 september 2025, pagina 8. De facturen van die 107 transacties zijn in bijlage BS bij dat nader stuk gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 36: De inspecteur heeft daarbij verwezen naar bijlage 45 bij het verweerschrift in hoger beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 37: Hogerberoepschrift punt 6.18.1.3.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof maakt uit het bovenstaande op dat – mede bezien de door de verdachte benoemde fiscaalrechtelijke aspecten – sprake is geweest van het doen van onjuiste en/of onvolledige aangiften vennootschapsbelasting 2010 tot en met 2013 en 2015 door [verdachte rechtspersoon 2] , terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig (vennootschaps)belasting werd geheven. [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben naar het oordeel van het hof feitelijke leiding gegeven aan die gedragingen, zie hiervoor hetgeen is overwogen onder C.3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">C.3.3. Geen sprake van opzet Het hof stelt voorop dat indien een verdachte ten tijde van het doen van de aangiften – naar objectieve maatstaven gemeten – redelijkerwijs kon en mocht menen dat deze aangiften juist en volledig waren, het (voorwaardelijk) opzet aan het tenlastegelegde feit komt te ontvallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betoog van de verdachte komt erop neer dat het fiscaal bezien verdedigbaar was om een deel van de winst ter zake van de ABC-transacties waarbij [verdachte rechtspersoon 2] en [bedrijf 4] betrokken waren, aan [bedrijf 4] toe te rekenen. Dit betoog vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen en hetgeen is overwogen onder A.3.3. Naar het oordeel van het hof is hiermee door [verdachte rechtspersoon 2] geen standpunt ingenomen waarvan het redelijkerwijs kon en mocht menen dat daarmee aangiften vennootschapsbelasting werden gedaan op een wijze die juist en volledig was. De reden hiervoor is dat [verdachte] en [medeverdachte 2] met hun zienswijze voorbij gaan aan een essentieel deel van het feitenbestand, te weten dat [verdachte rechtspersoon 2] en [bedrijf 4] niet als onafhankelijke derden kunnen worden gezien. [verdachte rechtspersoon 2] was zich er ten tijde van het indienen van de onderhavige aangiften vennootschapsbelasting bovendien van bewust of had zich in ieder geval bewust moeten zijn dat hiervan geen sprake was.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wetenschap van [verdachte] en [medeverdachte 2] moet in dat kader aan [verdachte rechtspersoon 2] worden toegerekend. Aan de door de verdachte ingebrachte rapporten van [naam 2] en [bedrijf 20] kan geen waarde worden toegedicht, aangezien deze rapporten uitgaan van de onjuiste veronderstelling dat [verdachte rechtspersoon 2] en [bedrijf 4] onafhankelijke derden zijn en als zodanig ook als onafhankelijke derden handel hebben gedreven met elkaar. Het verweer van de verdachte faalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">C.4. Conclusie Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 2] feitelijke leiding hebben gegeven aan het doen van onjuiste en/of onvolledige aangiften vennootschapsbelasting door [verdachte rechtspersoon 2] , terwijl het feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven (feit 5, primair), zoals hiervoor in de bewezenverklaring is vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder feit 1 (primair) bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Medeplegen van witwassen, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte hieraan feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder feit 2 (primair) bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Witwassen, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte hieraan feitelijk leiding heeft gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder feit 3 (primair) bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte hieraan feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder feit 5 (primair) bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en/of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte hieraan feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op te leggen straf Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. In het bijzonder is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het feitelijke leidinggeven aan (het medeplegen van) witwassen (feiten 1 en 2), valsheid in geschrift (feit 3) en het doen van onjuiste en/of onvolledige aangiften vennootschapsbelasting (feit 5). De verdachte was samen met [medeverdachte 2] actief in de handel in legeronderdelen. Bij die handel is belastingfraude gepleegd die eruit bestond dat vennootschapsbelasting in Nederland is ontdoken door (handels-)winsten te verschuiven van Nederland naar Hong Kong . Dit patroon van belastingfraude heeft zich in ieder geval vanaf het jaar 1998 voorgedaan. De niet-afgedragen vennootschapsbelasting is dermate vermengd geraakt met het overige (legale) vermogen van de verdachte dat het niet meer te individualiseren valt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een zeker moment is de verdachte, via de tot haar concern behorende vennootschappen, met haar deels op frauduleuze wijze verkregen vermogen omvangrijke en risicovolle leningen gaan verstrekken. De verdachte heeft daarbij gebruik gemaakt van in Hong Kong gevestigde vennootschappen en zogenoemde ‘declarations of trust’, met de bedoeling de daadwerkelijke oorsprong van de uitgeleende gelden te verhullen. In dat kader zijn voorts valse leningsovereenkomsten opgemaakt, die jegens de Belastingdienst zijn gebruikt als ware echt en onvervalst. Door aldus te handelen heeft de verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming, zoals de in de onderhavige zaak aan de orde zijnde overeenkomsten van geldlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast heeft de verdachte het vertrouwen dat de Belastingdienst in de correctheid van aangiften vennootschapsbelasting moet kunnen hebben, ernstig geschaad. Bovendien wordt met het witwassen van criminele gelden, waaraan de verdachte zich eveneens schuldig heeft gemaakt, getracht om illegaal verkregen geld in het legale circuit te brengen. Dat vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat zij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 12 september 2025, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder heeft het hof rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Het hof stelt vast dat deze redelijke termijn is aangevangen op 10 oktober 2017, zijnde de datum van inverzekeringstelling. Het vonnis van de rechtbank dateert van 23 december 2021, zodat in eerste aanleg sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namens de verdachte is op 24 december 2021 hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis. Nu het hof op 16 april 2026 arrest wijst is tevens sprake van een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep met ruim twee jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het verhandelde ter terechtzitting is onder meer naar voren gekomen dat de verdachte is geconfronteerd met omvangrijke beslagen en strenge schorsingsvoorwaarden. De verdachte heeft verklaard dat haar ondernemingen ‘haar leven’ zijn en dat zij moeite heeft die ondernemingen, gelet op de beslagen en de schorsingsvoorwaarden, draaiende te houden. Desondanks lukt het de verdachte om met haar ondernemingen omzet te genereren en heeft zij geen schulden hoeven maken. Verder heeft het hof acht geslagen op het feit dat de verdachte bijna 70 jaar is, maar – zoals het hof tijdens het onderzoek ter terechtzittingen zelf heeft kunnen vaststellen – zowel fysiek als mentaal nog in goede gezondheid verkeert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof acht de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden. Daarbij heeft het hof mede de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van fraude, in aanmerking genomen. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zal het hof de op te leggen gevangenisstraf met 6 maanden verminderen. Concluderend wordt aan de verdachte aldus een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden opgelegd. Daarbij zal worden bevolen dat de tijd die door de verdachte in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van die gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv, aan de orde is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 47, 51, 57, 225 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder feit 4 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair en feit 5 primair tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden; beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit arrest is gewezen door: mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter, mr. C.A. van Roosmalen en mr. A.M.F. Geerling, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. A.S. van Middelkoop, griffier, en op 16 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. Geerling en mr. Van Middelkoop zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen .</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I Feit 1: [verdachte rechtspersoon 3] , verder te noemen ‘ de BV ’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 juli 2007 tot en met 29 september 2011, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand juli 2007 tot en met de maand september 2011 in de gemeente [plaats in Nederland] , althans in Nederland en/of in Duitsland en/of in Hong Kong en/of in Taiwan , (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) van (een) voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op (een) voorwerp(en) waren/was en/of (het/ze) voorhanden had(den) en/of (telkens) (een) voorwerp(en) heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, immers heeft/hebben de BV en/of (een of meer van) haar mededader(s) - zakelijk weergegeven - = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot (maximaal) EUR 6.150.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld geleend van [verdachte rechtspersoon 1] ten behoeve van het verlenen van een financiering aan [bedrijf 2] (bijlage nr. 1391C 214/260, pag. 00032871, 00030177, 00032083, 00032089, SF0000028, SF0000029, SF0000034, SF0000035, SF0020046, SF0020047, SF0021269, SF0021270, SF0030017, SF0030018 proces-verbaal) en/of = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot EUR 6.150.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld uitgeleend aan [bedrijf 2] (bijlage nr. 308, pag. 00030177 proces-verbaal en bijlage nr. 1660 3/12, pag. 00036013 proces-verbaal) en/of = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot (maximaal) USD 13.500.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld geleend van [verdachte rechtspersoon 1] ten behoeve van het verlenen van financiering aan [bedrijf 1] (bijlage nr. 1391C 209/260, pag. 00032866 proces-verbaal) en/of = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot USD 13.500.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld uitgeleend aan [bedrijf 1] (bijlage nr. 1659(A), pag. 00036001 en 00036006 proces-verbaal) en/of = een bedrag aan geld groot EUR 17.699.994,56 of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld (door de BV geheel of ten dele ontvangen als terugbetaling door [bedrijf 2] en/of [bedrijf 1] van voornoemde, althans een of meer lening(en)), overgeboekt vanaf de bankrekening van de BV naar de bankrekening van [verdachte rechtspersoon 1] (bijlage nr. 1391AA 11/41, pag. 00032622 proces-verbaal),</p>\n<p class=\"lf-p\">terwijl de BV en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die/dat voorwerp(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf, hebbende zij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat strafbare feit(en) en/of (telkens) feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 juli 2007 tot en met 29 september 2011, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand juli 2007 tot en met de maand september 2011 in de gemeente [plaats in Nederland] , althans in Nederland en/of in Duitsland en/of in Hong Kong en/of in Taiwan , (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) van (een) voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op (een) voorwerp(en) waren/was en/of (het/ze) voorhanden had(den) en/of (telkens) (een) voorwerp(en) heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, immers heeft/hebben zij, de verdachte, en/of (een of meer van) haar mededader(s) - zakelijk weergegeven -: = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot (maximaal) EUR 6.150.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld geleend van [verdachte rechtspersoon 1] ten behoeve van het verlenen van een financiering aan [bedrijf 2] (bijlage nr. 1391C 214/260, pag. 00032871, 00030177, 00032083, 00032089, SF0000028, SF0000029, SF0000034, SF0000035, SF0020046, SF0020047, SF0021269, SF0021270, SF0030017, SF0030018 proces-verbaal) en/of = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot EUR 6.150.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld uitgeleend aan [bedrijf 2] (bijlage nr. 308, pag. 00030177 proces-verbaal en bijlage nr. 1660 3/12, pag. 00036013 proces-verbaal) en/of = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot (maximaal) USD 13.500.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld geleend van [verdachte rechtspersoon 1] ten behoeve van het verlenen van financiering aan [bedrijf 1] (bijlage nr. 1391C 209/260, pag. 00032866 proces-verbaal) en/of = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot USD 13.500.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld uitgeleend aan [bedrijf 1] (bijlage nr. 1659(A), pag. 00036001 en 00036006 proces-verbaal) en/of = een bedrag aan geld groot EUR 17.699.994,56 of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld (door [verdachte rechtspersoon 3] geheel of ten dele ontvangen als terugbetaling door [bedrijf 2] en/of [bedrijf 1] van voornoemde, althans een of meer lening(en)), overgeboekt vanaf de bankrekening van [verdachte rechtspersoon 3] naar de bankrekening van [verdachte rechtspersoon 1] (bijlage nr. 1391AA 11/41, pag. 00032622 proces-verbaal),</p>\n<p class=\"lf-p\">terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die/dat voorwerp(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 2: [verdachte rechtspersoon 1] , verder te noemen ‘ de Limited ’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 24 oktober 2014 tot en met 26 mei 2017 in de gemeente [plaats in Nederland] , althans in Nederland en/of in Duitsland en/of in Hong Kong en/of in Taiwan , (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) van (een) voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op (een) voorwerp(en) waren/was en/of (het/ze) voorhanden had(den) en/of (telkens) (een) voorwerp(en) heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) - zakelijk weergegeven - = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot (maximaal) EUR 4.500.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld uitgeleend aan [bedrijf 3] ten behoeve van het verlenen van financiering aan [bedrijf 3] (SF0022094, SF0022113, SF0022114, SF0022115, SRD00034067), terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die/dat voorwerp(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf, hebbende zij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat strafbare feit(en) en/of (telkens) feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 24 oktober 2014 tot en met 26 mei 2017 in de gemeente [plaats in Nederland] , althans in Nederland en/of in Duitsland en/of in Hong Kong en/of in Taiwan , (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) van (een) voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op (een) voorwerp(en) waren/was en/of (het/ze) voorhanden had(den) en/of (telkens) (een) voorwerp(en) heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) - zakelijk weergegeven - = een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot (maximaal) EUR 4.500.000,- of daaromtrent, althans een of meer bedrag(en) aan geld uitgeleend aan [bedrijf 3] ten behoeve van het verlenen van financiering aan [bedrijf 3] (SF0022094, SF0022113, SF0022114, SF0022115, SRD00034067) terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die/dat voorwerp(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 3: [verdachte rechtspersoon 1] , verder te noemen ‘ de Limited ’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 juli 2007 tot en met 7 november 2008, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand juli 2007 tot en met de maand november 2008 in Hong Kong en/of te Taipei ( Taiwan ) en/of (elders) in Taiwan en/of in Nederland en/of in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, = een leningsovereenkomst tussen enerzijds [naam betrokkene] en anderzijds de Limited , gedateerd 15 juli 2007 en ondertekend op 7 november 2008, ter zake - zakelijk weergegeven - (onder meer) de verstrekking van een lening door [naam betrokkene] aan de Limited tot een maximum bedrag groot EUR 6.150.000,- voor de financiering van [bedrijf 2] en/of haar hotelprojecten in Kalkar onder de in die leningsovereenkomst vermelde voorwaarden (bijlage nr. 1391C 211/260, 227/260 en 228/260, pag. 00032868, 00032884, 00032885 proces-verbaal), en/of = een leningsovereenkomst tussen enerzijds [naam betrokkene] en anderzijds de Limited , gedateerd 15 juli 2007 en ondertekend op 7 november 2008, ter zake - zakelijk weergegeven - (onder meer) de verstrekking van een lening door [naam betrokkene] aan de Limited tot een maximum bedrag groot USD 13.500,000,- voor de financiering van [bedrijf 1] , vestiging Meppen, haar hotelproject in Duitsland, onder de in die leningsovereenkomst vermelde voorwaarden (bijlage nr. D1391C 211/260, 212/260 en 213/260, pag. 00032868, 00032869 en 00032870 proces-verbaal), en/of = een leningsovereenkomst tussen enerzijds [naam betrokkene] en anderzijds de Limited , gedateerd 15 november 2007 en ondertekend 7 november 2008, ter zake - zakelijk weergegeven - (onder meer) de verstrekking van een lening door [naam betrokkene] aan de Limited tot een maximum bedrag groot EUR 5.000.000,- voor de financiering van onroerend goed - en/of bouwprojecten in Duitsland en/of in Nederland, onder de in die leningsovereenkomst vermelde voorwaarden (bijlage nr. 1391C 229/260 en 230/260, pag. 00032886 en 00032887 proces-verbaal), zijnde die leningsovereenkomst(en) voornoemd (telkens) (een) geschrift(en) die/dat bestemd zijn/is om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft/hebben de Limited en/of (een of meer van) haar mededader(s) alstoen aldaar (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid genoemde leningsovereenkomst(en) (telkens) (mede) ondertekend, althans (namens de Limited ) (telkens) mede doen of laten ondertekenen door [betrokkene 3] , (telkens) ter bevestiging van de juistheid van het daarin gestelde,</p>\n<p class=\"lf-p\">terwijl in die leningsovereenkomst(en) voornoemd (telkens) valselijk en/of in strijd niet de waarheid was opgenomen - zakelijk weergegeven - dat de/het in die leningsovereenkomst(en) vermelde leningsbedrag(en) (telkens) verstrekt waren/was en/of verstrekt zoud(en) worden door [naam betrokkene] aan haar/ de Limited , zulks terwijl in werkelijkheid (telkens) geen sprake was van (een) door [naam betrokkene] verstrekte en/of te verstrekken lening(en) aan haar/ de Limited , zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door een ander of anderen te doen gebruiken, hebbende zij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat strafbare feit(en) en/of (telkens) feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 juli 2007 tot en met 7 november 2008, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand juli 2007 tot en met de maand november 2008 in Hong Kong en/of te Taipei ( Taiwan ) en/of (elders) in Taiwan en/of in Nederland en/of in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, = een leningsovereenkomst tussen enerzijds [naam betrokkene] en anderzijds [verdachte rechtspersoon 1] , verder te noemen de Limited , gedateerd 15 juli 2007 en ondertekend op 7 november 2008, ter zake - zakelijk weergegeven - (onder meer) de verstrekking van een lening door [naam betrokkene] aan de Limited tot een maximum bedrag groot EUR 6.150.000,- voor de financiering van [bedrijf 2] en/of haar hotelprojecten in Kalkar onder de in die leningsovereenkomst vermelde voorwaarden (bijlage nr. 1391C 211/260, 227/260 en 228/260, pag. 00032868, 00032884, 00032885 proces-verbaal) en/of = een leningsovereenkomst tussen enerzijds [naam betrokkene] en anderzijds de Limited , gedateerd 15 juli 2007 en ondertekend op 7 november 2008, ter zake - zakelijk weergegeven - (onder meer) de verstrekking van een lening door [naam betrokkene] aan de Limited tot een maximum bedrag groot USD 13.500.000,- voor de financiering van [bedrijf 1] , vestiging Meppen, haar hotelproject in Duitsland, onder de in die leningsovereenkomst vermelde voorwaarden (bijlage nr. D1391C 211/260, 212/260 en 213/260, pag. 00032868, 00032869 en 00032870 proces-verbaal) en/of = een leningsovereenkomst tussen enerzijds [naam betrokkene] en anderzijds de Limited , gedateerd 15 november 2007 en ondertekend 7 november 2008, ter zake - zakelijk weergegeven - (onder meer) de verstrekking van een lening door [naam betrokkene] aan de Limited tot een maximum bedrag groot EUR 5.000.000,- voor de financiering van onroerend goed- en/of bouwprojecten in Duitsland en/of in Nederland, onder de in die leningsovereenkomst vermelde voorwaarden (bijlage nr. 1391C 229/260 en 230/260, pag. 00032886 en 00032887 proces-verbaal), zijnde die leningsovereenkomst(en) voornoemd (telkens) (een) geschrift(en) die/dat bestemd zijn/is om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) alstoen aldaar (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid genoemde leningsovereenkomst(en) (telkens) (mede) ondertekend, althans (namens de Limited ) (telkens) mede doen of laten ondertekenen door [betrokkene 3] , (telkens) ter bevestiging van de juistheid van het daarin gestelde,</p>\n<p class=\"lf-p\">terwijl in die leningsovereenkomst(en) voornoemd (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was opgenomen - zakelijk weergegeven - dat de/het in die leningsovereenkomst(en) vermelde leningsbedrag(en) (telkens) verstrekt waren/was en/of verstrekt zoud(en) worden door [naam betrokkene] aan de Limited , zulks terwijl in werkelijkheid (telkens) geen sprake was van (een) door [naam betrokkene] verstrekte en/of te verstrekken lening(en) aan de Limited , zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door een ander of anderen te doen gebruiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 4: [verdachte rechtspersoon 2] , verder te noemen ‘ de B.V. ’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 april 2010 tot en met 16 januari 2013, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand april 2010 tot en met de maand januari 2013 in de gemeente [plaats in Nederland] , althans in Nederland en/of in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een deel van) de (bedrijfs-)administratie van de B.V. - zijnde (dat deel van) die (bedrijfs-)administratie voornoemd (telkens) een (samenstel van) geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, hebbende de B.V. en/of (een of meer van) haar mededader(s) toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - in (dat deel van) die (bedrijfs-)administratie voornoemd opgenomen en/of verwerkt, althans doen of laten opnemen en/of verwerken = een factuur van de B.V. , gericht aan [bedrijf 4] , gedateerd op 17 juli 2012 (Variant 1, bijlage nr. 1334 1/13, pag. 00032483 proces-verbaal), ter zake verkoop van goederen door de B.V. aan [bedrijf 4] tegen een (totale) factuurprijs van EUR 275.223,-, zulks terwijl een verkoop van goederen zoals op die factuur vermeld in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden, in elk geval niet heeft plaatsgevonden aan [bedrijf 4] en/of = een factuur van de B.V. , gericht aan [bedrijf 6] , gedateerd op 14 maart 2012 (Variant 3, bijlage nr. 1344 2/9, pag. 00032521 proces-verbaal), ter zake verkoop van goederen door de B.V. aan [bedrijf 6] tegen een (totale) factuurprijs van USD 37.425,-, zulks terwijl een verkoop van goederen tegen de prijs zoals op die factuur vermeld in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden (immers was in werkelijkheid sprake van een hogere verkoopprijs) en/of = twee, althans een factu(u)r(en) van [bedrijf 4] , gericht aan de B.V. , (respectievelijk) gedateerd op 15 april 2010 en/of 28 december 2010 (Variant 4, bijlage nrs. 1043A 2/3 en 1345 2/2, pag. 00032067 en 00032530 proces-verbaal), (telkens) ter verrekening van (respectievelijk) USD 29.700,- en/of USD 48.800,-, in elk geval (telkens) ter verrekening van (een deel van) de verkoopprijs inzake verkoop en/of levering van goederen door de B.V. namens [bedrijf 4] aan [bedrijf 21] en/of [bedrijf 22] mc. (VS), zulks terwijl in werkelijkheid (telkens) geen sprake was van een verkoop van die goederen door de B.V. namens [bedrijf 4] , althans terwijl de B.V. inzake de verkoop van die goederen in werkelijkheid (telkens) geen te verrekenen schuld had aan [bedrijf 4] en/of</p>\n<p class=\"lf-p\">= een factuur van de B.V. , gericht aan [bedrijf 7] , gedateerd op 16 januari 2013 (Variant 5, bijlage nr. 1333 2/3, pag. 00032481 proces-verbaal), ter zake verkoop en/of levering van goederen door de B.V. aan [bedrijf 7] voornoemd tegen een verkoopprijs van totaal USD 15.115,-, zulks terwijl een verkoop van goederen tegen de prijs zoals op die factuur vermeld in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden (immers was in werkelijkheid sprake van een hogere verkoopprijs) en/of = drie, althans een of meer factu(u)r(en) van de B.V. , gericht aan [bedrijf 4] , (respectievelijk) gedateerd op 17 maart 2011 en/of 14 april 2011 en/of 15 november 2011 (Variant 6, bijlage nrs. 1043B 1/6, 1043B 2/6 en 1043B 5/6, pag. 00032069, 00032070 en 00032073 proces-verbaal) (telkens) ter zake het in rekening brengen door de B.V. aan [bedrijf 4] van een deel van de inkoopprijs van de/het op die factu(u)r(en) voornoemd vermelde goed(eren) in verband met een Joint Venture tussen de B.V. en [bedrijf 4] voornoemd, zulks terwijl in werkelijkheid (telkens) geen sprake was van een Joint Venture tussen de B.V. en [bedrijf 4] , althans terwijl [bedrijf 4] in werkelijkheid (telkens) geen aandeel had in de inkoop van de/het op die factu(u)r(en) voornoemd vermelde goed(eren), en/of = drie, althans een of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 4] , gericht aan de B.V. , (respectievelijk) gedateerd op 9 november 2011 en/of 9 november 2011 en/of 16 december 2011 (Variant 6, bijlage nrs. 1043B 3/6, 1043B 4/6 en 1043B 6/6, pag. 00032071, 00032072 en 00032074 proces-verbaal) (telkens) ter zake het in rekening brengen door [bedrijf 4] aan de B.V. van een deel van de verkoopprijs van de/het op die factu(u)r(en) vermelde goed(eren) in verband met een Joint Venture tussen de B.V. en [bedrijf 4] voornoemd, zulks terwijl in werkelijkheid (telkens) geen sprake was van een Joint Venture tussen de B.V. en [bedrijf 4] , althans terwijl [bedrijf 4] in werkelijkheid (telkens) geen aandeel had in de verkoop van de/het gefactureerde goed(eren), zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende zij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat feit(en) en/of feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 april 2010 tot en met 16 januari 2013, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand april 2010 tot en met de maand januari 2013 in de gemeente [plaats in Nederland] , althans in Nederland en/of in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een deel van) de (bedrijfs-)administratie van [verdachte rechtspersoon 2] , verder te noemen de B.V. - zijnde (dat deel van) die (bedrijfs-)administratie voornoemd (telkens) een (samenstel van) geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, hebbende zij, verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - in (dat deel van) die (bedrijfs-)administratie voornoemd opgenomen en/of verwerkt, althans doen of laten opnemen en/of verwerken = een factuur van de B.V. , gericht aan [bedrijf 4] , gedateerd op 17 juli 2012 (Variant 1, bijlage nr. 1334 1/13, pag. 00032483 proces-verbaal), ter zake verkoop van goederen door de B.V. aan [bedrijf 4] tegen een (totale) factuurprijs van EUR 275.223,-, zulks terwijl een verkoop van goederen zoals op die factuur vermeld in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden, in elk geval niet heeft plaatsgevonden aan [bedrijf 4] en/of = een factuur van de B.V. , gericht aan [bedrijf 6] , gedateerd op 14 maart 2012 (Variant 3, bijlage nr. 1344 2/9, pag. 00032521 proces-verbaal), ter zake verkoop van goederen door de B.V. aan [bedrijf 6] tegen een (totale) factuurprijs van USD 37.425,-, zulks terwijl een verkoop van goederen tegen de prijs zoals op die factuur vermeld in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden (immers was in werkelijkheid sprake van een hogere verkoopprijs) en/of = twee, althans een factu(u)r(en) van [bedrijf 4] , gericht aan de B.V. , (respectievelijk) gedateerd op 15 april 2010 en/of 28 december 2010 (Variant 4, bijlage nrs. 1043A 2/3 en 1345 2/2, pag. 00032067 en 00032530 proces-verbaal), (telkens) ter verrekening van (respectievelijk) USD 29.700,- en/of USD 48.800,-, in elk geval (telkens) ter verrekening van (een deel van) de verkoopprijs inzake verkoop en/of levering van goederen door de B.V. namens [bedrijf 4] aan [bedrijf 21] en/of [bedrijf 22] mc. (VS), zulks terwijl in werkelijkheid (telkens) geen sprake was van een verkoop van die goederen door de B.V. namens [bedrijf 4] , althans terwijl de B.V. inzake de verkoop van die goederen in werkelijkheid (telkens) geen te verrekenen schuld had aan [bedrijf 4] en/of</p>\n<p class=\"lf-p\">= een factuur van de B.V. , gericht aan [bedrijf 7] , gedateerd op 16 januari 2013 (Variant 5, bijlage nr. 1333 2/3, pag. 00032481 proces-verbaal), ter zake verkoop en/of levering van goederen door de B.V. aan [bedrijf 7] voornoemd tegen een verkoopprijs van totaal USD 15.115,-, zulks terwijl een verkoop van goederen tegen de prijs zoals op die factuur vermeld in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden (immers was in werkelijkheid sprake van een hogere verkoopprijs) en/of = drie, althans een of meer factu(u)r(en) van de B.V. , gericht aan [bedrijf 4] , (respectievelijk) gedateerd op 17 maart 2011 en/of 14 april 2011 en/of 15 november 2011 (Variant 6, bijlage nrs. 1043B 1/6, 1043B 2/6 en 1043B 5/6, pag. 00032069, 00032070 en 00032073 proces-verbaal) (telkens) ter zake het in rekening brengen door de B.V. aan [bedrijf 4] van een deel van de inkoopprijs van de/het op die factu(u)r(en) voornoemd vermelde goed(eren) in verband met een Joint Venture tussen de B.V. en [bedrijf 4] voornoemd, zulks terwijl in werkelijkheid (telkens) geen sprake was van een Joint Venture tussen de B.V. en [bedrijf 4] , althans terwijl [bedrijf 4] in werkelijkheid (telkens) geen aandeel had in de inkoop van de/het op die factu(u)r(en) voornoemd vermelde goed(eren), en/of = drie, althans een of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 4] , gericht aan de B.V. , (respectievelijk) gedateerd op 9 november 2011 en/of 9 november 2011 en/of 16 december 2011 (Variant 6, bijlage nrs. 1043B 3/6, 1043B 4/6 en 1043B 6/6, pag. 00032071, 00032072 en 00032074 proces-verbaal), (telkens) ter zake het in rekening brengen door [bedrijf 4] aan de B.V. van een deel van de verkoopprijs van de/het op die factu(u)r(en) vermelde goed(eren) in verband met een Joint Venture tussen de B.V. en [bedrijf 4] voornoemd, zulks terwijl in werkelijkheid (telkens) geen sprake was van een Joint Venture tussen de B.V. en [bedrijf 4] , althans terwijl [bedrijf 4] in werkelijkheid (telkens) geen aandeel had in de verkoop van de/het gefactureerde goed(eren), zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 5: [verdachte rechtspersoon 2] , verder te noemen ‘ de BV ’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 29 november 2016 in de gemeente(n) [plaats in Nederland] en/of Uden en/of Venlo en/of Apeldoorn, en/of te Dieren in de gemeente Rheden (bijlage nr. 1514, pag. 00034747 proces-verbaal) en/of (elders) in Nederland en/of in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de vennootschapsbelasting ten name van de BV over het/de jaar/jaren 2010 en/of 2011 en/of 2012 en/of 2013 en/of 2015 (digitale bijlagen nrs. 1643E t/m 1643H, 1643J, 891J (pag. 00031650 proces-verbaal), 891L (pag. 00031657 proces-verbaal), 891N (pag. 00031664 proces-verbaal) en 891P (pag. 00031670 proces-verbaal)) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft/hebbende BV en/of (een of meer van) haar mededader(s) (telkens) opzettelijk – zakelijk weergegeven - op de bij de bevoegde inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingediende en/of ingeleverde aangifte(n) voor de vennootschapsbelasting ten name van de BV * over het jaar 2010 een negatieve belastbare winst groot EUR 163.746,- (rubriek 585) en/of een negatief belastbaar bedrag groot EUR 163.746,- (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden en/of * over het jaar 2011 een negatieve belastbare winst groot EUR 2.237,- (rubriek 585) en/of een negatief belastbaar bedrag groot EUR 2.237,- (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden en/of * over het jaar 2012 een negatieve belastbare winst groot EUR 286.941,- (rubriek 585) en/of een negatief belastbaar bedrag groot EUR 286.941,- (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden en/of * over het jaar 2013 een belastbare winst groot EUR 204.617,- (rubriek 585) en/of een belastbaar bedrag groot nihil (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden en/of * over het jaar 2015 een belastbare winst groot EUR 110.821,- (rubriek 585) en/of een belastbaar bedrag groot nihil (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden, althans in die aangifte(n) voor de vennootschapsbelasting ten name van de BV voornoemd (telkens) een te laag, althans onjuist bedrag aan belastbare winst en/of een te laag, althans onjuist belastbaar bedrag vermeld, althans doen of laten vermelden, terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven,</p>\n<p class=\"lf-p\">hebbende zij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat strafbare feit(en) en/of (telkens) feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidiair althans, indien hel vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 29 november 2016 in de gemeente(n) [plaats in Nederland] en/of Uden en/of Venlo en/of Apeldoorn, en/of te Dieren in de gemeente Rheden (bijlage nr. 1514, pag. 00034747 proces-verbaal) en/of (elders) in Nederland en/of in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de vennootschapsbelasting ten name van [verdachte rechtspersoon 2] , verder te noemen de BV over het/de jaar/jaren 2010 en/of 2011 en/of 2012 en/of 2013 en/of 2015 (digitale bijlagen nrs. 1643E t/m 1643H en 1643J) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) (telkens) opzettelijk - zakelijk weergegeven- op de bij de bevoegde inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingediende en/of ingeleverde aangifte(n) voor de vennootschapsbelasting ten name van de BV * over het jaar 2010 een negatieve belastbare winst groot EUR 163.746,- (rubriek 585) en/of een negatief belastbaar bedrag groot EUR 163.746,- (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden en/of * over het jaar 2011 een negatieve belastbare winst groot EUR 2.237,- (rubriek 585) en/of een negatief belastbaar bedrag groot EUR 2.237,- (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden en/of * over het jaar 2012 een negatieve belastbare winst groot EUR 286.941,- (rubriek 585) en/of een negatief belastbaar bedrag groot EUR 286.941,- (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden en/of * over het jaar 2013 een belastbare winst groot EUR 204.611,- (rubriek 585) en/of een belastbaar bedrag groot nihil (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden en/of * over het jaar 2015 een belastbare winst groot EUR 110.821,- (rubriek 585) en/of een belastbaar bedrag groot nihil (rubriek 585) vermeld en/of doen of laten vermelden, althans in die aangifte(n) voor de vennootschapsbelasting ten name van de BV voornoemd (telkens) een te laag, althans onjuist bedrag aan belastbare winst en/of een te laag, althans onjuist belastbaar bedrag vermeld, althans doen of laten vermelden, terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 17 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI2315, r.o. 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 17 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI2315, r.o. 3.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 17 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI2315, r.o. 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.1.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, r.o. 3.6.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.5.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.4.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.4.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.4.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, r.o. 3.6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.3.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, r.o. 3.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.6.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie recentelijk Hoge Raad 30 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:116, r.o. 2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1660, pg. 36013.</p>\n<p class=\"lf-p\">SFO-PV288, pg. 30017.</p>\n<p class=\"lf-p\">SFOD282A, pg. 22115.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof heeft voor de weergave van het standpunt van de advocaat-generaal aansluiting gezocht bij het schriftelijk requisitoir van de advocaat-generaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit beoordelingskader volgt uit de gezamenlijkheid van de volgende arresten: HR 27 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4094, HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0787, HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2471, HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:194 en HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 2.7 van het Overzichtsproces-verbaal I (OPV-I), pg. 60084 t/m 60094.</p>\n<p class=\"lf-p\">G1137, pg. 40058 en G1658, pg. 40337.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 7 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2774, r.o. 3.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1361, pg. 10523.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1303, pg. 10502.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1207, pg. 10141.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1207, pg. 10139 en V1371, pg. 10265.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 10 november 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV877, PV843 en PV1017.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1361, pg. 10522 en 10523.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1361, pg. 10523.</p>\n<p class=\"lf-p\">G1137, pg. 40058 en G1658, pg. 40337, zie ook G1404, pg. 40408.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1622B, pg. 35843.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1622B, pg. 355843 en 35844.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV1412, pg. 20420 en 20421 en D1391D, pg. 32962.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1208, pg. 10152, V1291, pg. 10194 en V1371, pg. 10256.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo heeft [verdachte] in 2016 op vragen van de Belastingdienst / Douane geantwoord dat [bedrijf 4] een “relatie” en een “goede klant” van [verdachte rechtspersoon 2] is (D908). Hierbij werd niet verteld dat [verdachte] en [medeverdachte 2] op zakelijk en persoonlijk vlak sterk verweven zijn en gezamenlijk volledige beheersing hebben over de beide ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">O-PV, pg. 60024 t/m 60049.</p>\n<p class=\"lf-p\">G1406, pg. 40166 en 40167.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1303, pg. 10505.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1207, pg. 10142.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1334 en D1593.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1331, pg. 10236 en 10237.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1207, pg. 10142.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1207, pg. 10142.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV1412, pg. 20421.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV1412, pg. 20417 en 20418.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV1412, pg. 20148.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1581, pg. 10568.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1412, pg. 20421.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1276, pg. 10177.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV1412, pg. 20421.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1291, pg. 10195.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1276, pg. 10178.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1276, pg. 10178 en V1291, pg. 10195.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1581, pg. 10568.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1276, pg. 10178.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1303, pg. 10504.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1276, pg. 10177 en 10178 en V1303, pg. 10504.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1362, pg. 10248.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV1403, pg. 20393 en D1397.</p>\n<p class=\"lf-p\">O-PV, pg. 60049.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV1611, pg. 20575 en D1622, pg. 35841.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0578.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1354, pg. 10516 en 10517.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1207, pg. 10139 en de verklaring van [verdachte] ter terechtzittingen van de rechtbank op 9 en 10 november 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV843, pg. 20261 en 20265.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV843, pg. 20265, D1391C/223 en 224, pg. 32880 en 32881 en D1590, pg. 35801 t/m 35804.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV1412, pg. 20425 en 20429.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV843, pg. 20265.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof heeft voor de weergave van het standpunt van de advocaat-generaal aansluiting gezocht bij het schriftelijk requisitoir van de advocaat-generaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">O-PV, pg. 60060.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV842, PV1020 en PV899.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1391C/116 t/m 120, pg. 32773 t/m 32777 en D1391C/225, pg. 32882.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV842.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1391C/223, pg. 32880 en D1391C/224, pg. 32881.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1590, pg. 35801 t/m 35804.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1580, pg. 35400 t/m 35402.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof heeft voor de weergave van het standpunt van de advocaat-generaal aansluiting gezocht bij het schriftelijk requisitoir van de advocaat-generaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1514, pg. 34747, 34748, 34759 t/m 34762, 34764 en 34765.</p>\n<p class=\"lf-p\">G1583A, pg. 40283.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1584, pg. 10302.</p>\n<p class=\"lf-p\">G1130, pg. 40291.</p>\n<p class=\"lf-p\">O-PV, pg. 60024 t/m 60049.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1276, pg. 10176 en V1331, pg. 10237.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1295, pg. 10214.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV846.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV842.</p>\n<p class=\"lf-p\">V1581, pg. 10569.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:GHSHE:2025:3548.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 3 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2542.</p></div>", "next": 0}