{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 december 2010 in/op het Nederlands-Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten en/of Curaçao en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen en/of in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander meermalen telkens, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of een vervalst geschrift, te weten, valse en/of vervalste Financial Statements, van de vennootschap [medeverdachte, bedrijf 2] betreffende de jaren 2004 en 2005 en 2007 en 2008 en 2009, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren die geschriften echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik, telkens, enig nadeel kon ontstaan, bestaande dat gebruikmaken hierin, dat hij, verdachte, en zijn mededader die geschriften hebben verstrekt aan de Inspecteur der Belastingen ter opgave en onderbouwing van de door [medeverdachte, bedrijf2] in de kalenderjaren 2004 en 2005 en 2007 en 2008 en 2009 genoten winst en ter vaststelling van de te heffen winstbelasting en/of van de daarop gebaseerde aanslag Winstbelasting (Profit Tax) voor [medeverdachte, bedrijf2] over de jaren 2004 en 2005 en 2007 en 2008 en 2009 en bestaande de valsheid hierin dat, valselijk, in strijd met de waarheid, zakelijk weergegeven, in voormelde financiële overzichten telkens, een te laag bedrag “bruto inkomen” (gross income) en een te laag bedrag “resultaat voor winstbelasting” (profit/loss before taxes), te weten de volgende, onjuiste en/of valse, bedragen betreffende het jaar 2004 bruto inkomen (gross income) 15.406.686 en resultaat voor winstbelasting (profit/(loss) before taxes)” 508.852; en/of betreffende het jaar 2005 bruto inkomen (gross income) 14.603.382 en resultaat voor winstbelasting (profit/(loss) before taxes)” 564.091; en/of betreffende het jaar 2007 bruto inkomen (gross income) 13.980.995 en resultaat voor winstbelasting (profit/(loss) before taxes)” 258.957; en/of betreffende het jaar 2008 bruto inkomen (gross income) 17.448.067 en resultaat voor winstbelasting (profit/(loss) before taxes)” 286.537; en/of betreffende het jaar 2009 bruto inkomen (gross income) 10.143.542 en resultaat voor winstbelasting (profit/(loss) before taxes)” 196.352; waren vermeld en/of opgenomen en/of geschreven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 6 primair hij in de periode van 16 februari 2004 tot en met 7 juli 2009 op het Nederlands-Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen, tezamen en in vereniging met [medeverdachte, bedrijf 2] telkens opzettelijk (al dan niet binnen de gestelde termijn), terwijl [medeverdachte, bedrijf 2] ingevolge de Algemene landsverordening Landsbelastingen verplicht was tot het binnen een gestelde termijn doen van aangifte belasting op de bedrijfsomzetten, aangiften belasting op de bedrijfsomzetten (Turnover Tax) ten name van [medeverdachte, bedrijf2] ([bedrijf van verdachte]) (CRIB-nummer [nummer]) betreffende de aangiftetijdvakken januari 2004 en februari 2004 en maart 2004 en april 2004 en mei 2004 en juni 2004 en juli 2004 en augustus 2004 en september 2004 en oktober 2004 en november 2004 en december 2004 en januari 2005 en februari 2005 en maart 2005 en april 2005 en mei 2005 en juni 2005 en juli 2005 en augustus 2005 en september 2005 en oktober 2005 en november 2005 en december 2005 en januari 2006 en februari 2006 en maart 2006 en april 2006 en mei 2006 en juni 2006 en juli 2006 en augustus 2006 en september 2006 en oktober 2006 en november 2006 en december 2006 en januari 2007 en februari 2007 en maart 2007 en april 2007 en mei 2007 en juni 2007 en juli 2007 en augustus 2007 en september 2007 en oktober 2007 en november 2007 en december 2007 en januari 2008 en februari 2008 en maart 2008 en april 2008 en mei 2008 en juni 2008 en juli 2008 en augustus 2008 en september 2008 en oktober 2008 en november 2008 en december 2008 en januari 2009 en februari 2009 en maart 2009 en april 2009 en mei 2009 en juni 2009 onjuist heeft gedaan, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst op Sint Maarten ingeleverde aangiftebiljetten op de bedrijfsomzetten (Turnover Tax) telkens een te laag bedrag aan bedrag omzet (Amount turnover) en Bedrag aan Belasting (Amount Tax) en belastbare bedrijfsomzet (Taxable turnover) en totale bedrijfsomzet (Total turnover) en een te laag belastbaar) bedrag opgegeven, terwijl daarvan telkens het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel voor de Nederlandse Antillen of voor het Eilandgebied en/of het land Sint Maarten kon ontstaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 7 primair hij op of omstreeks 31 december 2010 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met [medeverdachte, bedrijf 3], opzettelijk (al dan niet binnen de gestelde termijn), terwijl [medeverdachte, bedrijf 3], ingevolge de Algemene landsverordening Landsbelastingen, verplicht was tot het binnen een gestelde termijn doen van aangifte Winstbelasting, een aangifte Winstbelasting (Profit Tax), ten name van [medeverdachte, bedrijf 3], betreffende (een gedeelte van) het aangiftetijdvak en kalenderjaar 2009, onjuist heeft gedaan, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader opzettelijk op het bij de Inspecteur der Belastingen of de Belastingdienst op Sint Maarten ingeleverde aangiftebiljet Winstbelasting (Profit Tax) een te laag bedrag aan aan te geven winstbelasting (amount to be declared) en te betalen winstbelasting (Profit Tax to be paid) en belastbare winst (Nederlandse Antillen) (Taxable Profit NA) opgegeven, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn, dat nadeel voor de Nederlandse Antillen of voor het Eilandgebied en/of het land Sint Maarten kon ontstaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 8 primair hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 in/op het Nederlands-Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten en/of Curaçao en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen en/of in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, Financial Statements van de vennootschap [medeverdachte, bedrijf 3] betreffende het jaar 2009, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en vervalst hebbende hij, verdachte, en zijn mededader, valselijk in strijd met de waarheid, zakelijk weergegeven, in voormeld financiële overzicht een te laag bedrag “bruto inkomen” (gross income) en een te laag bedrag “resultaat voor winstbelasting” (profit/loss before taxes), te weten de volgende, onjuiste en valse, bedragen: bruto inkomen (gross income) 10.620.994 en resultaat voor winstbelasting (profit/ loss before taxes) 309.894; vermeld zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik, telkens, enig nadeel kon ontstaan; en hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 in/op het Nederlands-Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten en/of Sint Maarten en/of Curaçao en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift, te weten, valse Financial Statements van de vennootschap [medeverdachte, bedrijf 3] betreffende het jaar 2009, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dat geschrift echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik, telkens, enig nadeel kon ontstaan, bestaande dat gebruikmaken hierin, dat hij, verdachte, en zijn mededader dat geschrift hebben verstrekt aan de Inspecteur der Belastingen ter opgave en onderbouwing van de door [medeverdachte, bedrijf 3] in het kalenderjaar 2009 genoten winst en ter vaststelling van de te heffen winstbelasting en van de (daarop gebaseerde) aanslag Winstbelasting (Profit Tax) voor [medeverdachte, bedrijf 3] over het jaar 2009, en bestaande de valsheid hierin dat, valselijk, in strijd met de waarheid, zakelijk weergegeven, in voormelde financieel overzicht een te laag bedrag “bruto inkomen” (gross income) en een te laag bedrag “resultaat voor winstbelasting” (profit/loss before taxes), te weten de volgende, onjuiste en valse, bedragen, bruto inkomen (gross income) 10.620.994 en resultaat voor winstbelasting (profit/</p>\n<p class=\"lf-p\">loss before taxes) 309.894; waren vermeld en/of opgenomen en/of geschreven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 9 primair hij in de periode van 14 augustus 2009 tot en met 11 juli 2011 op het Nederlands-Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen en/of in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met [medeverdachte, bedrijf 3] opzettelijk (al dan niet binnen de gestelde termijn), terwijl [medeverdachte, bedrijf 3] ingevolge de Algemene landsverordening Landsbelastingen verplicht was tot het binnen een gestelde termijn doen van aangiften belasting op de bedrijfsomzetten, aangiften belasting op de bedrijfsomzetten (Turnover Tax) ten name van [medeverdachte, bedrijf 3] ([bedrijf van verdachte]) (CRIB-nummer [nummer]) betreffende de aangiftetijdvakken juli 2009 en augustus 2009 en september 2009 en oktober 2009 en november 2009 en december 2009 en januari 2010 en februari 2010 en maart 2010 en april 2010 en mei 2010 en juni 2010 en juli 2010 en augustus 2010 en september 2010 en oktober 2010 en november 2010 en december 2010 en januari 2011 en februari 2011 en maart 2011 en april 2011 en mei 2011 en juni 2011 onjuist en onvolledig heeft gedaan immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader telkens opzettelijk, op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst op Sint Maarten ingeleverde aangiftebiljet op de bedrijfsomzetten (Turnover Tax), telkens, een te laag bedrag aan omzet (Amount turnover) en Bedrag aan Belasting (Amount Tax) en belastbare bedrijfsomzet (Taxable turnover) en/of totale bedrijfsomzet (Total turnover) en een te laag belastbaar bedrag opgegeven, terwijl daarvan telkens het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel voor de Nederlandse Antillen of voor het Eilandgebied en/of het land Sint Maarten kon ontstaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 10 primair hij in de periode vanaf 23 januari 2006 tot en met 9 december 2010 op het eiland Curaçao en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen, tezamen en in vereniging met [medeverdachte, bedrijf 1] opzettelijk (al dan niet binnen de gestelde termijn), terwijl [medeverdachte, bedrijf 1], ingevolge de Algemene landsverordening Landsbelastingen, verplicht was tot het binnen een gestelde termijn doen van aangiften Winstbelasting, aangiften Winstbelasting, ten name van [medeverdachte, bedrijf 1], betreffende de aangiftetijdvakken en kalenderjaren 2004 en 2005 en 2006 en 2007 en 2008 en 2009 onjuist en onvolledig heeft gedaan, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader, telkens, opzettelijk, op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst op Curaçao ingeleverde aangiftebiljet Winstbelasting, een te laag bedrag aan verschuldigde winstbelasting en te betalen winstbelasting en aan te geven winstbelasting en belastbare winst (Nederlandse Antillen) opgegeven, terwijl daarvan telkens het gevolg zou kunnen zijn, dat nadeel voor de Nederlandse Antillen of voor het Eilandgebied en/of het land Curaçao kon ontstaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 11 primair hij in de periode vanaf 1 januari 2005 tot en met 10 september 2010 op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander jaarrekeningen van de vennootschap [medeverdachte, bedrijf 1] betreffende de jaren 2004 en 2005 en 2007 en 2008 en 2009, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, hebbende hij, verdachte, en zijn mededader, telkens, valselijk in strijd met de waarheid, zakelijk weergegeven, in voormelde jaarrekeningen een te laag bedrag “Opbrengst loten e.d.” en een te laag bedrag “Resultaat voor winstbelasting” en een te laag “fiscaal resultaat”, te weten de volgende, onjuiste en/of valse, bedragen betreffende, achtereenvolgend, het jaar 2004: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting -/- 31.723 en opbrengst loten e.d. 21.792.552 en fiscaal resultaat over 2004 -/- 48.771; en/of het jaar 2005: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting 229.854 en opbrengst loten e.d. 23.129.311 en fiscaal resultaat over 2005 137.174; en/of het jaar 2007: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting 559.965 en opbrengst loten e.d. 24.403.432 en fiscaal resultaat over 2007 571.015; en/of het jaar 2008: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting 466.403 en opbrengst loten e.d. 25.625.941 en fiscaal resultaat over 2008 469.568; en/of het jaar 2009: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting 463.642 en opbrengst loten e.d. 23.459.510 en fiscaal resultaat over 2009 496.394; vermeld, zulks, telkens, met het oogmerk om dat geschrift als echt en/of onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik, telkens, enig nadeel kon ontstaan; en hij in de periode vanaf 1 januari 2005 tot en met 10 september 2010 op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander telkens, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of een vervalst geschrift, te weten, een valse en/of vervalste jaarrekening van de vennootschap [medeverdachte, bedrijf 1] betreffende de jaren 2004 en 2005 en 2007 en 2008 en 2009, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren die geschriften echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik, telkens, enig nadeel kon ontstaan, bestaande dat gebruikmaken hierin, dat hij, verdachte, en zijn, mededader die geschriften hebben verstrekt aan de Inspecteur der Belastingen in Curaçao ter opgave en/of onderbouwing van de door [medeverdachte, bedrijf 1] in de kalenderjaren 2004 en 2005 en 2007 en 2008 en 2009 genoten winst en ter vaststelling van de te heffen winstbelasting en/of van de (daarop gebaseerde) aanslag Winstbelasting voor [medeverdachte, bedrijf 1] over de jaren 2004 en 2005 en 2007 en 2008 en 2009, en bestaande de valsheid hierin dat, valselijk, in strijd met de waarheid, zakelijk weergegeven, in voormelde jaarrekeningen telkens een te laag bedrag “Opbrengst loten e.d.” en een te laag bedrag “Resultaat voor winstbelasting” en een te laag “fiscaal resultaat”, te weten de volgende, onjuiste en/of valse, bedragen betreffende, achtereenvolgend,</p>\n<p class=\"lf-p\">het jaar 2004: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting -/- 31.723 en opbrengst loten e.d. 21.792.552 en fiscaal resultaat over 2004 -/- 48.771; en/of het jaar 2005: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting 229.854 en opbrengst loten e.d. 23.129.311 en fiscaal resultaat over 2005 137.174; en/of het jaar 2007: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting 559.965 en opbrengst loten e.d. 24.403.432 en fiscaal resultaat over 2007 571.015; en/of het jaar 2008: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting 466.403 en opbrengst loten e.d. 25.625.941 en fiscaal resultaat over 2008 469.568; en/of het jaar 2009: resultaat boekjaar/ resultaat voor winstbelasting 463.642 en opbrengst loten e.d. 23.459.510 en fiscaal resultaat over 2009 496.394 waren vermeld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 12 primair hij in de periode van 13 februari 2004 tot en met 15 oktober 2013 op het eiland Curaçao en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen, tezamen en in vereniging met [medeverdachte, bedrijf 1] opzettelijk (al dan niet binnen de gestelde termijn), terwijl [medeverdachte, bedrijf 1] ingevolge de Algemene landsverordening Landsbelastingen verplicht was tot het binnen een gestelde termijn doen van aangiften omzetbelasting, een aangifte omzetbelasting (aangiftebiljet voor het voldoen van omzetbelasting) ten name van [medeverdachte, bedrijf 1] ([bedrijf van verdachte]) (CRIB-nummer [nummer]) betreffende het aangiftetijdvak januari 2004 en februari 2004 en maart 2004 en april 2004 en mei 2004 en juni 2004 en juli 2004 en augustus 2004 en september 2004 en oktober 2004 en november 2004 en december 2004 en januari 2005 en februari 2005 en maart 2005 en april 2005 en mei 2005 en juni 2005 en juli 2005 en augustus 2005 en september 2005 en oktober 2005 en november 2005 en december 2005 en januari 2006 en februari 2006 en maart 2006 en april 2006 en mei 2006 en juni 2006 en juli 2006 en augustus 2006 en september 2006 en oktober 2006 en november 2006 en december 2006 en januari 2007 en februari 2007 en maart 2007 en april 2007 en mei 2007 en juni 2007 en juli 2007 en augustus 2007 en september 2007 en oktober 2007 en november 2007 en december 2007 en januari 2008 en februari 2008 en maart 2008 en april 2008 en mei 2008 en juni 2008 en juli 2008 en augustus 2008 en september 2008 en oktober 2008 en november 2008 en december 2008 en januari 2009 en februari 2009 en maart 2009 en april 2009 en mei 2009 en juni 2009 en juli 2009 en augustus 2009 en september 2009 en oktober 2009 en november 2009 en december 2009 en januari 2010 en februari 2010 en maart 2010 en april 2010 en mei 2010 en juni 2010 en juli 2010 en augustus 2010 en september 2010 en oktober 2010 en november 2010 en december 2010 januari 2011 en februari 2011 en maart 2011 en april 2011 en mei 2011 en juni 2011 en januari 2013 en februari 2013 en maart 2013 en april 2013 en mei 2013 en juni 2013 en juli 2013 en augustus 2013 en september 2013 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader telkens, opzettelijk, op het bij de Inspecteur der Belastingen of de Belastingdienst in Curaçao ingeleverde aangiftebiljet voor de omzetbelasting, telkens, een te laag bedrag aan belaste prestaties en saldo te betalen omzetbelasting opgegeven, terwijl daarvan telkens het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel voor de Nederlandse Antillen of voor het Eilandgebied en/of het land Curaçao kon ontstaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 13 primair hij in de periode vanaf 25 augustus 2006 tot en met 28 december 2010 op het eiland Curaçao en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen, opzettelijk (al dan niet binnen de gestelde termijn), als degene, die ingevolge de Algemene landsverordening Landsbelastingen, verplicht was tot het binnen een gestelde termijn doen van aangifte(n) Inkomstenbelasting aangiften Inkomstenbelasting, Premies A.O.V./A.W.W./A.V.B.Z., op een Aangiftebiljet A, ten name van [verdachte] (id-nr [nummer]), betreffende de aangiftetijdvakken 2004 en 2005 en 2006 en 2007 en 2008, onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft hij, verdachte, telkens opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst op Curaçao ingeleverde aangiftebiljet Inkomstenbelasting Premies A.O.V./A.W.W./A.V.B.Z., een te laag persoonlijk inkomen en/of een te laag belastbaar inkomen opgegeven en/of vermeld terwijl daarvan telkens het gevolg zou kunnen zijn, dat nadeel voor de Nederlandse Antillen of voor het Eilandgebied en/of het land Curaçao kon ontstaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 14 hij op of omstreeks 11 april 2011, op het eiland Curaçao, een schriftelijke verklaring, betreffende “beroep op de inkeerregeling namens de heer [verdachte]”, gericht aan de inspecteur van belastingen en gedateerd 11 april 2011 en/of voorzien van zijn, verdachtes, handtekening, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, hebbende hij, verdachte valselijk, in strijd met de waarheid, zakelijk weergegeven, in die verklaring opgenomen de volgende passage: “In de periode voorafgaand aan het huidige kalenderjaar ben ik gerechtigd geweest tot inkomsten uit buitenlandse- en binnenlandse vermogensbestanddelen. Daarvan heb ik geen of onjuiste melding gemaakt in mijn aangiften inkomstenbelasting. Ik ben nu bereid volledige openheid te geven over de onderstaande rubrieken en verzoek daarbij om toepassing van de inkeerregeling van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen en de Landsbelastingen en de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943”, en onder de rubriek “Buitenlandse bankrekening(en)” en de, achtereenvolgende, kopjes: “Naam van de bank Rekeningnummer Land Huidig saldo Genoten inkomsten”, de volgende gegevens: “WIB [rekeningnummer] SxM $ 4.806.181 4.806.181” en “WIB [rekeningnummer] SxM $ 698.429 698.429” en “First Car Bank SxM Fls. ± 1.000.000 1.000.000”; en onder de rubriek: “Andere buitenlandse vermogensbestanddelen” geen vermelding, oftewel blanco, en onder de rubriek: “Binnenlandse vermogensbestanddelen” geen vermelding, oftewel blanco; en onder de rubriek: “Ondertekening” de volgende passage: “Hierbij verklaar ik dat ik deze gegevens juist en volledig, stellig en zonder voorbehoud verstrek.” en die verklaring heeft voorzien van zijn handtekening, zulks met het oogmerk om die verklaring als echt en/of onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan; en hij op of omstreeks 12 april 2011, op het eiland Curaçao, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalst geschrift, te weten een valse of vervalste schriftelijke verklaring, betreffende “beroep op de inkeerregeling namens de heer [verdachte]”, gericht aan de inspecteur van belastingen en gedateerd 11 april 2011 en/of voorzien van zijn, verdachtes, handtekening, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen als ware dat geschrift echt en onvervalst, terwijl uit voormeld gebruik enig nadeel kon ontstaan, bestaande dat gebruik maken hierin dat hij, verdachte, dat geschrift heeft laten bezorgen bij en onder de aandacht gebracht van de inspecteur van belastingen en bestaande de valsheid hierin dat het geschrift was voorzien van de volgende passage:</p>\n<p class=\"lf-p\">“In de periode voorafgaand aan het huidige kalenderjaar ben ik gerechtigd geweest tot inkomsten uit buitenlandse- en binnenlandse vermogensbestanddelen. Daarvan heb ik geen of onjuiste melding gemaakt in mijn aangiften inkomstenbelasting. Ik ben nu bereid volledige openheid te geven over de onderstaande rubrieken en verzoek daarbij om toepassing van de inkeerregeling van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen en de Landsbelastingen en de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943”, en onder de rubriek “Buitenlandse bankrekening(en)” en de, achtereenvolgende, kopjes: “Naam van de bank Rekeningnummer Land Huidig saldo Genoten inkomsten”, de volgende gegevens: “WIB [rekeningnummer] SxM $ 4.806.181 4.806.181” en “WIB [rekeningnummer] SxM $ 698.429 698.429” en “First Car Bank SxM Fls. ± 1.000.000 1.000.000”; en onder de rubriek: “Andere buitenlandse vermogensbestanddelen” geen vermelding, oftewel blanco, en onder de rubriek: “Binnenlandse vermogensbestanddelen” geen vermelding, oftewel blanco; en onder de rubriek: “Ondertekening” de volgende passage: “Hierbij verklaar ik dat ik deze gegevens juist en volledig, stellig en zonder voorbehoud verstrek.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 15 primair hij in de periode van 1 juli 2009 tot en met 12 juli 2011 op het Nederlands-Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen en/of in Sint Maarten en/of op het eiland Curaçao tezamen en in vereniging met zijn mededader zogenaamde Daily Sales Reports en/of Summary Daily Sales Reports, onder meer een Summary Daily Sales Report en/of Daily Sailes Report, gedateerd 27 mei 2011 (Game dat: 05/26/2011)(bijlage D/162A) en een Summary Daily Sales Report en/of Daily Sailes Report, gedateerd 3 juni 2011 (Game dat: 06/01/2011)(bijlage D/168A)en een Summary Daily Sales Report en/of Daily Sailes Report, gedateerd 17 juni 2011 (Game dat: 06/16/2011)(bijlage D/182A), zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst hebbende hij, verdachte, en zijn mededader telkens valselijk in strijd met de waarheid, zakelijk weergegeven, in die Summary Daily Sales Reports en/of Daily Sailes Reports, bedragen aan omzet (sales) en commissie (commissions) en ontvangsten (received) welke ten opzichte van de werkelijke omzet en/of commissie en/of ontvangsten van de streetseller(s) met 15% was/waren verlaagd, vermeld, zulks, telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en/of onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik telkens enig nadeel kon ontstaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 16 dat hij in de periode van 1 januari 2004 tot en met 11 november 2013 in het Nederlands-Antilliaanse gedeelte van het eiland Sint Maarten en/of Curaçao en/of in de (voormalige) Nederlandse Antillen en/of in Sint Maarten en/of de Verenigde Staten van Amerika, heeft deelgenomen aan een vereniging (periode 1 januari 2004 tot en met 19 juni 2008) en (vervolgens) aan een organisatie (periode 20 juni 2008 tot en met 11 november 2013), te weten een samenwerkingsverband bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte, bedrijf 2] en/of [medeverdachte, bedrijf 3] en/of [medeverdachte, bedrijf 1] en/of [bedrijf] en/of [bedrijf] en/of [bedrijf] en/of [bedrijf], welke vereniging en/of organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het plegen van valsheid in geschrift en het plegen van witwassen en het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften voor de omzetbelasting en winstbelasting en inkomstenbelasting en belasting op bedrijfsomzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennelijke vergissingen in de tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring (cursief) verbeterd. De verdachte is daardoor in zijn verdediging niet geschaad.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Kwalificatie Het bewezenverklaarde levert volgens de wettelijke regeling de volgende strafbare feiten op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 1 overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930, strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 2 A primair een gewoonte maken van witwassen strafbaar gesteld in artikel 435a en artikel 435b Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen voor wat betreft periode 21 juni 2008 tot en met 14 november 2011) respectievelijk artikel 2:404 en artikel 2:405 Wetboek van Strafrecht voor wat betreft periode 15 november 2011 tot en met 11 november 2013; en B primair een gewoonte maken van witwassen, strafbaar gesteld in artikel 1, 2 en 3 Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld voor wat betreft de periode 1 januari 2004 tot en met 20 juni 2004, respectievelijk artikel 435a en artikel 435b Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen voor wat betreft de periode 21 juni 2008 tot en met 14 november 2011 respectievelijk artikel 2:404 en artikel 2:405 Wetboek van Strafrecht voor wat betreft periode 15 november 2011 tot en met 11 november 2013;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 4 primair, 6 primair, 7 primair, 9 primair, 10 primair, 12 primair telkens medeplegen van opzettelijk onjuist of onvolledig doen van bij landsverordening verplichte aangifte, terwijl van de handeling of het nalaten het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld in artikel 49 lid 1 en 2 Algemene landsverordening Landsbelastingen jo 49 lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 5 A primair, 8 primair, 11 primair telkens medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, meermalen gepleegd strafbaar gesteld in artikel 230 lid 1 jo 49 lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 13 primair opzettelijk onjuist of onvolledig doen van bij landsverordening verplichte aangifte, terwijl van de handeling of het nalaten het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld artikel 49 lid 1 en 2 Algemene landsverordening Landsbelastingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 14 valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, strafbaar gesteld bij artikel 230 lid 1 Wetboek van Strafrecht Feit 15 primair medeplegen van valsheid in geschrift strafbaar gesteld in artikel 230 lid 1 jo 49 lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 16 Deelnemen aan een vereniging en een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, strafbaar gesteld in artikel 146 Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen voor wat betreft de periode 1 januari 2004 tot en met 14 november 2011 en artikel 2:79 Wetboek van Strafrecht voor wat betreft de periode van 15 november 2011 tot en met 11 november 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">8Strafbaarheid 8A. Rechtvaardigingsgronden Het bewezenverklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">8B. Schulduitsluitingsgronden De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">9Oplegging van straf of maatregel Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat aanvankelijk als witwasonderzoek werd opgestart bleek gaandeweg een onderzoek te worden naar grootschalige belastingontduiking. De verdienste van het onderzoek is in het bijzonder geweest dat de grootschaligheid van die belastingontduiking in kaart gebracht is en daarmee ook de grootschaligheid van het illegale loterijcircuit in Curaçao en Sint Maarten. Ook is daardoor in kaart gebracht op welke wijze verdachte vermogen heeft weten op te bouwen als vrucht van die belastingontduiking en op welke wijze hij dat vermogen aan het oog van de fiscus heeft onttrokken en onttrokken gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met belastingontduiking gaan veelal gepaard andere delicten zoals valsheid in geschrift (gedane aangiften zijn onvolledig, jaarcijfers geven een onvolledig beeld) en witwassen (vermogen wordt in het buitenland ondergebracht om het aan het zicht van de fiscus te onttrekken). Zo is het ook in de zaak van verdachte gegaan. Jarenlang heeft hij - samen met zijn bedrijven en daardoor in georganiseerd verband - omzetten verzwegen, onjuiste belastingaangiften gedaan en jaarstukken/commissieoverzichten vervalst. De fiscus en daardoor de betrokken landen is door dit handelen groot nadeel toegebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het zover komt zal uiteindelijk de belastingrechter moeten bepalen welk bedrag alsnog voldaan zal moeten worden door verdachte en zijn bedrijven aan inkomstenbelasting, winstbelasting, belasting op de bedrijfsomzetten en omzetbelasting. Voor de straftoemeting is niettemin van belang de omvang van het nadeel te benoemen omdat die omvang van invloed is en behoort te zijn op de hoogte van het op te leggen sanctiepakket. Een concreet en voor het geschetste doel bruikbaar handvat is te vinden in de berekeningen van het fiscaal nadeel in het onderzoeksdossier. Voor de verschillende vennootschappen en voor verdachte privé worden daarin de volgende bedragen aan fiscaal nadeel genoemd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Naam soort belasting belastingnadeel [medeverdachte, bedrijf 2] omzetbelasting USD 618.901 [medeverdachte, bedrijf 2] winstbelasting USD 3.488.696 [medeverdachte, bedrijf 3] omzetbelasting USD 289.483 [medeverdachte, bedrijf 3] winstbelasting USD 314.098 [medeverdachte, bedrijf 1] winstbelasting NAf 9.233.016 [medeverdachte, bedrijf 1] omzetbelasting (2004-2011) NAf 6.411.738 [medeverdachte, bedrijf 1] omzetbelasting (2013) NAf 543.070 Verdachte inkomstenbelasting NAf 25.187.981 Volledig omgerekend naar Antilliaanse guldens levert dit op een belastingnadeel van NAf 49.761.701,-, derhalve, afgerond, 50 miljoen gulden. Het voormalige Land de Nederlandse Antillen alsmede de landen Curaçao en Sint Maarten zijn dus gezamenlijk benadeeld voor dit bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De genoemde bedragen zijn schattingen. Verantwoorde schattingen, maar het blijven schattingen. Zelfs echter indien de schattingen er in totaal enige miljoenen naast zouden zitten (in het voordeel of het nadeel van verdachte) blijven deze bruikbaar voor het doel van de straftoemeting. Het gaat dan immers in het perspectief van deze zaak om relatief geringe verschillen. De verdediging heeft de hoogte van het fiscaal nadeel wel betwist, maar tegenover de hiervoor opgenomen schatting geen concrete, alternatieve, berekening gesteld. Dat maakt dat het Gerecht die schattingen tot uitgangspunt voor straftoemeting blijft nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het gerecht vormen de schattingen echter tevens de bovengrens. Bestraffing moet plaats vinden op basis van het uitgangspunt van feitelijke benadeling van 50 miljoen gulden. De officier van justitie lijkt uit te gaan van een hogere benadeling op het punt van de belastinginkomsten omdat nog wel meer inkomen/omzet is verkregen dan dat/die waarop de genoemde schattingen zijn gebaseerd. Voldoende concrete gegevens daarover ontbreken echter. Ook lijkt de officier van justitie te redeneren dat alle in beslag genomen gelden en tegoeden alsmede eventueel (nog) niet in beslag genoemde andere vermogensbestanddelen van verdachte hoe dan ook voorwerp zijn geweest van witwassen en om die reden integraal als voor deze strafzaak relevant nadeel zijn aan te merken. Het Gerecht volgt deze redenering niet omdat het de zaak, hoezeer witwassen daarvan onderdeel uitmaakt, in essentie ziet als een zaak van belastingfraude. Kortom: een fiscale benadeling van 50 miljoen gulden is en blijft uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belastingontduiking is uit zichzelf reeds een ernstig delict. In het bijzonder geldt dat deze een klap in het gezicht is van de vele, goedwillende, burgers die, hoe moeilijk dat soms ook is, hun belastingaangifte wél correct indienen en bijgevolg belasting moeten betalen. Daarnaast getuigt belastingontduiking van gebrek aan maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. Hoe zou de overheid – die verdachte dan wel zegt niet te vertrouwen, maar die er wel is en die ook hij nodig heeft – naar behoren kunnen functioneren zonder belastingheffing en dus zonder een goede belastingmoraal bij de belastingplichtigen?</p>\n<p class=\"lf-p\">De gepleegde belastingontduiking is gepaard gegaan met valsheid in geschrift en het buiten het zicht houden van de fiscus van de verzwegen omzetten, witwassen derhalve. Deze feiten maken de belastingontduiking ernstiger dan deze uit zichzelf al is en maken deze om die reden ook strafwaardiger. Met name het, in het buitenland, buiten het zicht van de fiscus houden van bank- en beleggingstegoeden maakt het voor de fiscus, die feitelijk slechts over beperkte onderzoekscapaciteit beschikt, buitengewoon lastig om te kunnen vaststellen dat gedane aangiften onvolledig zijn. Het profiteren van die feitelijke omstandigheid is extra verwijtbaar. Daarbij komt dat witwassen het normale economische verkeer ontwricht en op de juistheid van belastingaangiften en jaarstukken in datzelfde economisch verkeer vertrouwd moet kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra verwijtbaar is voorts nog dat verdachte, toen hij inkeerde, gepoogd heeft dat te doen voor een koopje: het tarief van 10% was al buitengewoon gunstig en toch heeft hij het leeuwendeel van zijn vermogen niet opgegeven. Zelfs in die situatie en op dat tijdstip heeft hij de inspecteur dus nog op het verkeerde been willen zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geschetste aspecten van de onderhavige zaak maken dat, vooral ook gelet op de buitengewoon grote omvang van de belastingontduiking, eigenlijk niet anders dan met gevangenisstraf kan worden gereageerd. Een extra argument voor gevangenisstraf is voorts dat dit vonnis aan alle andere bestaande belastingontduikers in Curaçao en Sint Maarten het signaal wil geven dat gevangenisstraf een reële dreiging is bij dit type delict en dus dat zij maar beter ten spoedigste tijdig en juist kunnen inkeren om te voorkomen dat ze zich geconfronteerd gaan zien met strafvervolging en oplegging van gevangenisstraf. Het beoogt ook aan potentiele belastingontduikers het signaal te geven dat zij maar beter kunnen afzien van belastingontduiking. Er is namelijk voldoende reden te vrezen dat [verdachte] en zijn vennootschappen niet de enigen zijn die zich aan belastingontduiking hebben schuldig gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vraag is vervolgens of die gevangenisstraf geheel of gedeeltelijk in voorwaardelijke vorm moet worden opgelegd. Dat is voor het Gerecht een langdurig punt van overweging geweest. Uiteindelijk is gekozen voor een geheel voorwaardelijke oplegging en wel op grond van het onderling verband tussen de volgende factoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn veel woorden gewijd aan het illegaal karakter van de loterijen die verdachte organiseerde. Het bestaan van illegale loterijen is echter een publiek geheim en een situatie die tot op heden onuitroeibaar is gebleken. Het illegale karakter van de loterijen weegt daarom slechts in zeer beperkte zin mee in de strafoplegging. Evenmin weegt, anders dan zeer beperkt, ten nadele van verdachte mee dat sprake was van concurrentievervalsing door illegale loterijen te organiseren en daaruit ontvangen inkomsten te verzwijgen. Triest maar waar lijkt toch te zijn dat, mogelijk niet alle, maar wel veel concurrenten handelen zoals verdachte heeft gedaan. De concurrentie werd dus niet of nauwelijks vervalst, zoals wel vaak het geval is bij belastingontduiking in andere bedrijfstakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingwetgeving kent voorts als uitgangspunt dat op onvolledige aangiften in beginsel fiscaal wordt gereageerd, namelijk door middel van naheffingsaanslagen en boeteoplegging, derhalve uitsluitend financieel. Dat geldt ook in gevallen waarin het verzwegen vermogen in het buitenland is ondergebracht. Deze omstandigheid pleit er voor het sanctiepakket in belangrijke mate mede te laten bepalen door een vorm van financiële genoegdoening, die recht doet aan de buitengewoon grote omvang van de belastingontduiking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor die insteek pleit ook het gegeven dat het Gerecht geen geval hier te lande bekend is waarin de strafrechter een belastingplichtige heeft veroordeeld voor belastingontduiking (al dan niet gepaard gaande met aan dit delict wel haast per definitie inherente valsheid in geschrift en witwassen). Hoewel in het Nederlandse deel van het Koninkrijk voor een zaak als deze, gelet op het feit dat ernstige belastingdelicten al sedert jaar en dag voor de strafrechter gebracht worden, vrijwel zeker (ook) onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou worden opgelegd geldt dat oplegging daarvan hier te lande minder voor de hand liggend is juist omdat die traditie niet bestaat. Door de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen wordt bovendien het niet voor misverstand vatbare signaal afgegeven dat belastingfraude, in de toekomst, wel degelijk kan leiden tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Tot terughoudendheid noopt ook dat het openbaar ministerie weliswaar gevangenisstraf heeft geëist, maar daartoe eigenlijk slechts is gekomen omdat niet tot een financieel bevredigende oplossing kon worden gekomen in de tussen partijen gevoerde onderhandelingen daarover.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafoplegging dient onder andere ertoe genoegdoening te verschaffen aan de benadeelde. In dit geval dus de overheid, die immers benadeeld is door de belastingontduiking. Die genoegdoening kan in deze zaak worden verschaft omdat veel geld onder beslag ligt. Via verbeurdverklaring kan het in deze zaak tot uitgangspunt genomen benadelingsbedrag van NAf 50 miljoen daardoor terechtkomen bij de benadeelde. Dat is een aan voormeld uitgangspunt recht doende situatie. Het Gerecht realiseert zich dat de fiscus zijn eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden houdt. De fiscus heeft zich echter tot nu toe afwachtend opgesteld en kennelijk eerst de uitkomst van deze strafzaak willen afwachten. Mede daarom gaat het Gerecht ervan uit dat de fiscus bij zijn naheffingsbeleid rekening houdt met de hiervoor uiteengezette benadering van het Gerecht zodat voorkomen wordt dat verdachte in deze zaak via verbeurdverklaring een bedrag gelijk aan de tot uitgangspunt genomen benadeling van 50 miljoen gulden kwijt raakt terwijl hij en zijn vennootschappen later ook nog eens 50 miljoen gulden aan naheffingsaanslagen zouden moeten voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Gerecht realiseert zich ook dat via een ontnemingsprocedure gekomen kan worden tot vaststelling van wederrechtelijk verkregen voordeel, maar tekent daarbij aan dat voor de ontnemingsrechter ongetwijfeld mede beslissend zal zijn het gegeven dat via verbeurdverklaring in de strafzaak reeds tot een belangrijke feitelijke ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is gekomen. De gemaakte kanttekeningen zijn daarom geen reden een andere benadering te kiezen. Bovendien is het zo dat uitstel van beslissing (via fiscus of ontnemingsprocedure) ernstig afbreuk zou doen aan de noodzaak om nu en niet later duidelijk te maken welke sancties passen bij de geconstateerde feiten. Daarom kiest het Gerecht nu voor forse financiële sanctionering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die financiële sanctionering vindt het Gerecht in verbeurdverklaring van een groot deel van de beslagen en niet beslagen tegoeden. Dat deel wordt hierna gespecificeerd, maar samengevat komt het erop neer het merendeel van de beslagen (inclusief twee niet beslagen) tegoeden en contante middelen verbeurd zal worden verklaard. In totaal wordt aldus verbeurd verklaard een bedrag van NAf 72.598.645,-. Op die manier vloeit naar de overheid wat aan deze onthouden is (50 miljoen gulden) vermeerderd met een ongetwijfeld als boete gevoelde (en bedoelde) verbeurdverklaring ter hoogte van nagenoeg 50% van het tot uitgangspunt genomen benadelingsbedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet verbeurd worden verklaard de resterende beslagen tegoeden ter waarde van ruim 17 miljoen gulden. De genoemde uitzondering op de verbeurdverklaring is als volgt te specificeren: tegoeden ten name van verdachte, [familielid verdachte] en [bedrijf] ter waarde van NAf 7.470.333 tegoeden ten name van [medeverdachte, bedrijf 1] en [medeverdachte, bedrijf 2] ter waarde van NAf 9.798.107 ad a Voldoende aannemelijk is dat in het beslagen vermogen ook wel enige component zit met uitsluitend een legale herkomst. Niet gereconstrueerd is en vermoedelijk zal ook niet te reconstrueren zijn hoe groot die legale component is. Verdachte heeft echter niet nagelaten te beklemtonen dat zijn huidige bedrijfsvoering uitsluitend legaal is maar daarin wel verlies wordt geleden. Met andere woorden: de illegale component in die bedrijfsvoering was de component die zorgde voor de vermogensvorming. Gelet op de wel beschikbare, hiervoor reeds betrouwbaar geachte, schattingen van het fiscale nadeel wordt de omvang van die legale component beperkt ingeschat, te weten gemeld bedrag van NAf 7.419.056. ad b Voor verbeurdverklaring van de ten name van de twee genoemde werkmaatschappijen van verdachte geregistreerde tegoeden wordt afgezien omdat verdachte zelf al voldoende is getroffen door de hiervoor genoemde verbeurdverklaring van de hem toebehorende tegoeden in combinatie met de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, de aangetroffen tegoeden van de werkmaatschappijen (relatief) beperkt van omvang zijn, deze normaal werkkapitaal lijken te vormen voor de betrokken bedrijven en van belang is dat dit vonnis geen belemmering vormt voor de voortgang van de normale – tegenwoordig uitsluitend legale – bedrijfsactiviteiten van die werkmaatschappijen. Het aspect van behoud van werkgelegenheid mag zwaar wegen omdat de straf die verdachte wordt opgelegd niet tevens moet zijn een straf voor zoveel anderen die van hem afhankelijk waren en zijn. ad a en b Een bevel tot opheffing van de nu besproken beslagen zal achterwege moeten blijven omdat op de tegoeden in kwestie conservatoir beslag rust en een oordeel over beëindiging van het beslag om die reden thans niet aan de rechter is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van belang is nog dat het Gerecht bij deze beslissing over de verbeurdverklaring uitdrukkelijk rekening heeft gehouden met de draagkracht van verdachte – verdachte is tot betaling in staat - en ervoor heeft gewaakt dat verdachte onevenredig in zijn inkomen en vermogen wordt getroffen: de sanctie is zwaar te noemen, maar verhindert verdachte niet zijn bedrijfsuitoefening voort te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdachte heeft in deze zaak erkend dat hij, jaren lang, inkomsten buiten het zicht van de fiscus heeft gehouden. In zijn visie was dat logisch: het ging immers, zo zegt hij om ‘door hem zelf verdiend geld’ en ‘niemand wil belasting betalen’. Dat gedrag en die uitlatingen rechtvaardigen bepaaldelijk de vrees dat verdachte in de toekomst in dezelfde fout kan vervallen. Natuurlijk, ter zitting heeft verdachte doen weten het verkeerde van zijn handelen in te zien, maar bij het Gerecht is de vrees voor herhaling bepaaldelijk niet weggenomen. Een hardnekkige gewoonte onvoldoende belasting te betalen moet eerst maar eens feitelijk worden omgezet in een hardnekkige gewoonte wel voldoende belasting te betalen voordat het Gerecht wil blind varen op de, hoe oprecht wellicht ook, gedane uitlatingen van verdachte over zijn herziene belastingmoraal. Ook dit pleit ervoor om de gevangenisstraf een voorwaardelijk karakter te geven. Het feit dat hem gedurende de proeftijd een gevangenisstraf boven het hoofd hangt beoogt verdachte te sterken in zijn voornemen juiste belastingaangiften te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 12 juli 2011, toen huiszoekingen plaats vonden, moest verdachte er rekening mee houden dat hij vervolgd zou worden. Vandaag, een kleine vijf jaar later, weet verdachte waaraan hij toe is. Al die tijd heeft hij onder de dreiging van strafvervolging moeten leven. Hoe belastend dat voor verdachte ook is geweest, de redelijke termijn van berechting is niet overschreden. Het politie-onderzoek is in eerste instantie afgerond op 3 september 2013 (datum overzichtsproces-verbaal Bientu), derhalve ruim twee jaar na de huiszoekingen. Gelet op de, noodzakelijke, omvang van het onderzoek is die termijn alleszins acceptabel te noemen. Op 29 mei 2015 is vervolgens gedagvaard. Die tussenliggende periode is gebruikt voor onderhandelingen over het afzien van strafvervolging. Als die periode lang genoemd moet worden geldt dat geen aanwijzingen bestaan dat eventuele nodeloze vertraging uitsluitend op het conto van het openbaar ministerie geschreven moet worden. Na dagvaarding is de zaak afgewikkeld met een voortvarendheid die normaal is, gegeven het feit dat eerst preliminaire verweren gevoerd zijn, vervolgens een regiezitting nodig was en pas daarna aan de inhoudelijke behandeling kon worden toegekomen. Voor strafkorting bestaat daarom geen reden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot. Het Gerecht is niet vergeten dat ook nog vuurwapenbezit bewezen is verklaard. In andere zaken pleegt daarvoor onvoorwaardelijke gevangenisstraf te worden opgelegd. Toch is in dat feit geen reden gelegen om de gekozen afdoening van deze strafzaak alsnog aan te passen. De zaak van verdachte, in zijn totaliteit beschouwd, is zozeer afwijkend van de gemiddelde gevallen van vuurwapenbezit, ook op het punt van de financiële component in het sanctiepakket, dat met de conform voorgaande overwegingen op te leggen straf ook aan de strafwaardigheid van het vuurwapenbezit voldoende recht gedaan is.</p>\n<p class=\"lf-p\">10Beslag Door het openbaar ministerie is een beslaglijst overgelegd. Deze telt 35 pagina’s en is als bijlage 3 aan dit vonnis gehecht. De inhoud ervan geldt als hier herhaald en ingelast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de eerste 32 pagina’s van de beslaglijst is telkens in de rechter kolom weergegeven welke beslissing thans door het Gerecht ten aanzien van de daar vermelde goederen is genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laatste twee pagina’s bevatten niet een dergelijke besliskolom. Op die pagina’s zijn bankrekeningen vermeld. Deze zijn genummerd van 1 tot en met 38. Ten aanzien van die nummers geldt het volgende: nummers 8, 9, 22, 34 tot en met 38 (op de originele beslaglijst in rood aangegeven): daarover is eerder al beslist; overige nummers: geen beslissing, deze rekeningen blijven onder conservatoir beslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van alle verbeurd verklaarde voorwerpen geldt telkens dat deze aan veroordeelde toebehoren en geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de bewezen verklaarde strafbare feiten zijn verkregen dan wel dat het voorwerpen betreft met betrekking tot welke het strafbare feit is begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbeurd worden ook verklaard de (op de beslaglijst vermelde) tegoeden van [bedrijf] bij Banco di Caribe respectievelijk RBTT/RBC Royal Bank. Die tegoeden zijn niet in beslag genomen. In verband met het bepaalde in artikel 1:71 Wetboek van Strafrecht Curaçao wordt de waarde van die tegoeden bepaald op NAf 3.082.740,94 (Banco di Caribe) respectievelijk NAf 2.346.567,71 (RBTT/RBC Royal Bank).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van alle voorwerpen waarvan de onttrekking aan het verkeer wordt uitgesproken geldt telkens dat het gaat om voorwerpen die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit zijn verkregen dan wel het voorwerpen betreft met betrekking tot welke het strafbare feit is begaan, een en ander telkens omdat zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van alle voorwerpen waarvan de teruggave wordt gelast geldt dat het belang van strafvordering zich niet langer tegen die teruggave verzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">11Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:19, 1:62, 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:136, en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle in dit vonnis genoemde wetsbepalingen betreffen telkens de versie zoals deze gold ten tijde van het gepleegde feit.</p>\n<p class=\"lf-p\">12Beslissing Het Gerecht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen dat de verdachte het als feit 3, primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 6 omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek 7 genoemde strafbare feiten opleveren; verklaart de verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt de verdachte wegens de bewezen verklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren; bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de rechter later anders gelast omdat veroordeelde zich binnen de proeftijd, welke bepaald wordt op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart verbeurd de voorwerpen die in rubriek 10 als verbeurd verklaard zijn aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekt aan het verkeer de voorwerpen die in rubriek 10 als onttrokken aan het verkeer zijn aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de voorwerpen die in rubriek 10 als terug te geven voorwerpen zijn aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.P.M. ter Berg en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 1 april 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 19 december 1995, NJ 1996, 249 (Zwolsman) HR 1 juni 1999, NJ 1999, 567 (Karman) Verklaring [adviseur], 30 augustus 2011, ordner 19 (getuigen), p. 001293 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ordner 50, zaaksdossier Passaat, p. 234 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verslag telefoongesprek, ordner 52, Bijlagen Passaat, bijlage 18, p. 456 Pleitnotities mr. Kerckhoffs d.d. 10 maart 2016, p. 19 Verslag telefoongesprek, ordner 52, Bijlagen Passaat, bijlage 15, p. 400 Pleitnota mr. Kerckhoffs d.d. 10 maart 2016, pagina 9 onder 3.24 HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:7, HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4280 en HR 19 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:23 Ordner 21, Dossier Sirocco, Bijlagen, p. 771 De officier van justitie heeft ter zitting van 11 maart 2016 in zijn repliek (p. 14) nuancering aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3 bij pleinota mr. Sulvaran d.d. 23 oktober 2015 HR 16 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:AD2525 (NJ 1996, 527), zoals, bijvoorbeeld, nog eens herhaald in HR 10 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:286 Bijlage 4 pleitnota mr. Sulvaran d.d. 23 oktober 2015 In het bijzonder: de als bijlage 28 bij de pleitnotities van mr. Sulvaran overgelegde brieven van het openbaar ministerie van 16 december 2011 en 14 februari 2012 Dossier beslag 3/4, p. 01082-01083 (ordner 12) Dossier beslag 3/4, p. 01079-01081 (ordner 12) Dossier beslag 1/1, p. 00001-00006 (ordner 12) Dossier beslag 3/4, p. 01084-01085 (ordner 12) Ordner 2, Algemeen dossier, p. 123 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ordner 2, Algemeen dossier, p. 121 - 122 Ordner 2, Algemeen dossier, bijlagen, p. 20 Ordner 2, Algemeen dossier, bijlagen, p. 22 Het verzoek is, zoals de verdediging terecht constateert, niet ondertekend, maar dat het verzoek daadwerkelijk van het openbaar ministerie afkomstig was leidt geen twijfel nu de politie had verzocht een dergelijk verzoek te doen (Ordner 20, Algemeen dossier, bijlagen, p. 17 – 19) en de resultaten van het verzoek bouwsteen zijn geworden voor het verdere onderzoek. De niet-ondertekening wijst aldus veel meer in de richting van een omissie dan in die van afwezigheid van instemming met het verzoek zijdens de officier van justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als afzonderlijk document opgenomen in ordner 87 Beslagdossier, p. 01084 e.v., p. 01133 e.v., p. 01162 e.v., p. 01173 e.v., p. 01183 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslagdossier, p. 01215 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zaaksdossier Passaat, Bijlagen, p. 71 Zaaksdossier Passaat, Bijlagen, p. 314 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 7 pleitnota mr. Sulvaran d.d. 23 oktober 2015 Beslagdossier, RHV VS, p. 000006 Beslagdossier, p. 00108 Beslagdossier, RHV VS, p. 000308 Dossier Moesson Curaçao, deel 1, p. 000251 - 000258 Dossier Marvin SXM, DC 353 en DC 354 HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578 Proces-verbaal terechtzitting 7 maart 2016 (middagdeel), p. 2: “Ik kreeg de impressie dat je die richting (illegaal) moet gaan”</p>\n<p class=\"lf-p\">Ordner 22, zaaksdossier Sirocco, p. 1041 - 1042 Ordner 22, zaaksdossier Sirocco, p. 1043 - 1048 Ordner 22, zaaksdossier Sirocco, p. 1042 Proces-verbaal terechtzitting 7 maart 2016 Ordner 16, p. 130 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ordner 17, p. 506 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ordner 19A, p. 1553 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar wordt afgeweken van de tenlastelegging wordt dat in de bijlage bewijsmiddelen gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie voor deze bedragen ordner 57, proces-verbaal 447 / 165437, p. 23 Zie voor deze en de volgende bedragen ordner 68, overzichtsproces-verbaal 169327, p. 39 in combinatie met het overzichtsproces-verbaal aanvulling 1, nummer 181769, laatste 3 pagina’s van ordner 68</p></div>", "next": 0}