{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">10 Met betrekking tot art. 157 Sr wordt aangenomen dat er gemeen gevaar is zodra meer dan één goed, onverschillig welk, aan de gevolgen van de gevaar veroorzakende gebeurtenis blootstaat. Zie NLR, aant. 9 op art. 157.</p>\n<p class=\"lf-p\">11 Wellicht leverde de vernieling waarmee werd gedreigd, wel gemeen gevaar voor de verlening van diensten op. Maar daarin voorzag art. 285 Sr, waarop de vervolging was gebaseerd, destijds niet. Dit veranderde door toevoeging van het bestanddeel \"gemeen gevaar voor verlening van diensten\" aan art. 285 Sr bij de Wet computercriminaliteit II (Stb. 2006, 300). Vgl. TK 1998-1999, 26 671, nr. 3 (MvT), p. 47 waarin verwezen wordt naar het genoemde arrest.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 Dit tweede lid is toegevoegd bij de Tweede nota van wijziging. Zie TK 1991-1992, 21551, nr. 11, pp. 10 en 24 en nr. 12, p. 2 en 6/7.</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Het onder punt 3 omschreven gedrag is niet als het meermalen medeplegen van het misdrijf van art. 350a Sr aan de verdachte tenlastegelegd. Dat geldt ook voor het in art. 350a lid 3 Sr omschreven misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">14 Zie TK 1990-1991, 21551, nr. 7, p. 5. De strafbaarstelling werd toegevoegd bij de Nota van wijziging en was aanvankelijk vervat in het tweede lid van art. 350a Sr. De Tweede nota van wijziging scherpte de tekst aan en vernummerde de bepaling. Zie TK 1991-1992, 21551, nr. 12, p. 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">15 Ik spreek van een bijkomend argument omdat de tenlastegelegde feiten anterieur zijn aan de onderhavige wetswijziging. Hetgeen in de MvT wordt gesteld, kan gezien worden als een bevestiging van hetgeen daarvoor reeds geldend recht was.</p>\n<p class=\"lf-p\">16 Rapport van de Commissie computercriminaliteit, Informatietechniek &amp; strafrecht, Staatsuitgeverij/ministerie van Justitie 1987, p. 59.</p>\n<p class=\"lf-p\">17 A.w., pp. 59 en 60.</p>\n<p class=\"lf-p\">18 Erg sterk lijkt mij dit argument niet te zijn. Als men zich per ongeluk de toegang verschaft, is van het in de term \"binnendringen\" besloten liggende opzet geen sprake. Een extra drempel is dus niet nodig om het per ongeluk kennisnemen van opgeslagen gegevens straffeloos te doen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">19 A.w., p. 59.</p>\n<p class=\"lf-p\">20 TK 1989-1990, 21 551, nr. 3 (MvT), p. 16, 17.</p>\n<p class=\"lf-p\">21 TK 1990-1991, 21551 nr. 7, p. 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">22 TK 1990-1991, 21551 nr. 6, p. 28. Zie ook p. 10 en p. 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">23 Idem, pp. 28 en 29.</p>\n<p class=\"lf-p\">24 Idem, p. 32.</p>\n<p class=\"lf-p\">25 Idem, pp. 9 en 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">26 Idem, pp. 28, 29.</p>\n<p class=\"lf-p\">27 Dit wordt nog toegelicht met behulp van het volgende voorbeeld. Een zeer geheim staatsdocument in een dichtgeplakte envelop is naar geldend recht beschermd omdat het openscheuren van die envelop zaaksbeschadiging oplevert. Het lezen van een in de trein achtergelaten geheim staatsdocument dat niet in een envelop zit, is niet strafbaar, ook als staat daar levensgroot 'geheim' op. Voorgesteld wordt, aldus de Minister, om de kennisneming van digitale gegevens op dezelfde voet strafbaar te stellen. Alleen de mededeling van de beheerder van het geautomatiseerde werk dat de gegevens niet toegankelijk (\"geheim\") zijn, is voor strafbaarheid onvoldoende. Maar zo gauw er iets meer is (de envelop), is kennisneming wel strafbaar, hoe inadequaat de beveiliging ook is.</p>\n<p class=\"lf-p\">28 TK 1990-1991, 21551, nr. 7, p. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">29 EK 1992-1993, 21551, nr 39a, p. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">30 Eenduidig is de wetsgeschiedenis overigens niet. In de Nota naar aanleiding van het Eindverslag (TK 1991-1992, 21551, nr 11, p. 17) wordt gesteld dat de strafbaarstelling mede omvat \"het binnendringen in een systeem waarbij formeel geen beveiliging wordt doorbroken maar waarvoor wel valse signalen, een valse sleutel of een valse hoedanigheid wordt aangewend\".</p>\n<p class=\"lf-p\">31 A.w., p. 60. In de MvT worden de begrippen niet toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">32 Vgl. A.E. Harteveld en G. Knigge, Taal en teken, DD 1991, p. 121.</p>\n<p class=\"lf-p\">33 Afgaande op onder meer Wikipedia is identificatie de eerste stap in elk autorisatieproces. De tweede stap is authenticatie. De derde stap autorisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">34 Het artikel werd ingevoegd bij de Nota van wijziging. De Tweede nota van wijziging voorzag in een verbeterde redactie.</p>\n<p class=\"lf-p\">35 TK 1987-1988, 20369, nr.3, p. 53 e.v. Verwezen wordt kennelijk naar de p. 69 van het Rapport van de Commissie Franken, alwaar wordt voorgesteld aan art. 326 Sr toe te voegen de zinsnede 'of het verrichten van enige dienst'. Op de specifieke vorm van computerfraude die in art. 50 lid 3 Wet op de telecommunicatievoorzieningen werd strafbaar gesteld, wordt in het rapport niet ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">36 TK 1990-1991, 21551, nr. 7, pp. 4, 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">37 TK 1991-1992, 21551, nr 12, p. 3 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">38 TK 2004-2005, 26671, nr. 7, p. 32 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">39 Zie de Tweede nota van wijziging, TK 2004-2005, 26671, nr. 7, p. 31 e.v. en de MvA aan de Eerste Kamer, EK 2005-2006, 26671, D, p. 1 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">40 In dezelfde zin B.J. Koops, Strafrecht en ICT, 2e druk, Sdu uitgevers, Den Haag 2007, p. 32. Ik laat nog daar dat het Kaderbesluit autonome begrippen kent, zodat een eventueel scherp onderscheid dat naar nationaal recht tussen het doorbreken van een beveiliging en (bijvoorbeeld het onbevoegd gebruik van toegangscodes) zou moeten worden gemaakt, voor de toetsing aan dat Kaderbesluit van weinig betekenis is.</p></div>", "next": 0}