{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">29 Kamerstukken II 1986/87, 19 813, nr. 3 (MvT), p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">30 Kamerstukken II 1986/87, 19 813, nr. 3, p. 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">31 Kamerstukken II 1986/87, 19 813, nr. 3, p. 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">32 Kamerstukken II 1986/87, 19 813, nr. 5 (memorie van antwoord), p. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">33 Wet van 6 mei 1971, Stb. 1971, 289. Kamerstuknummer 10 751 (Voorzieningen met betrekking tot de structuur der naamloze en besloten vennootschap).</p>\n<p class=\"lf-p\">34 Kamerstukken II 1969/70, 10 751, nr. 3, p. 13 l.k.</p>\n<p class=\"lf-p\">35 Kamerstukken II 1969/70, 10 751, nr. 3, p. 13 r.k. - p. 14 l.k.</p>\n<p class=\"lf-p\">36 Kamerstukken II 1970/71, 10 751, nr. 8 (voorlopig Verslag), p. 11, r.k.</p>\n<p class=\"lf-p\">37 Kamerstukken II 1970/71, 10 751, nr. 10 (MvA), p. 13 r.k. - p. 14 l.k.</p>\n<p class=\"lf-p\">38 Toevoeging PJW (vet PJW): Ontwerp-art. 52c luidde: \"Een naamloze vennootschap moet, indien het volgende lid op haar van toepassing is, ten kantore van het handelsregister opgaaf ter inschrijving doen, dat zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet. (...) De verplichting tot het doen van een opgaaf geldt niet voor: a. (...), b. een vennootschap die uitsluitend haar rechtstreekse en middellijke deelnemingen in het kapitaal van andere vennootschappen en rechtspersonen beheert en financiert, mits de arbeiders, in dienst bij deze vennootschappen en rechtspersonen, in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn, en c. een vennootschap die uitsluitend aan een vennootschap, als bedoeld onder b, en aan de daarin genoemde andere vennootschappen en rechtspersonen waarmede zij in een groep is verbonden, diensten ten behoeve van het beheer en de financiering verleent. (...)\"</p>\n<p class=\"lf-p\">39 Toevoeging PJW (vet PJW): Ontwerp-art. 52e luidde: \"In afwijking van het vorige artikel gelden de artikelen 52l en 52m niet voor een vennootschap waarvan ten minste de helft van de aandelen wordt gehouden: a. door een rechtspersoon waarvan de arbeiders in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn, b. volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een aantal van zulke rechtspersonen, of c. volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een of meer van zulke rechtspersonen en een of meer vennootschappen waarop de artikelen 52h-52k en 52n van toepassing zijn. De uitzondering volgens het vorige lid geldt echter niet, indien de arbeiders in dienst van de vennootschap, tezamen met die in dienst van de rechtspersoon of rechtspersonen, in meerderheid in Nederland werkzaam zijn. Voor de toepassing van dit artikel worden onder arbeiders, in dienst van een rechtspersoon, begrepen de arbeiders in dienst van andere rechtspersonen waarmee de rechtspersoon in een groep is verbonden.\"</p>\n<p class=\"lf-p\">40 Wet van 7 december 1983, Stb. 1983, 663. Kamerstuknummer 16 326 (Aanpassing van de wetgeving aan de vierde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht).</p>\n<p class=\"lf-p\">41 Kamerstukken II 1979/80, 16 326, nr. 3, p. 42.</p>\n<p class=\"lf-p\">42 H.K.O. Reimers, 'De concerntoets in de \"Bosal-wetgeving\", WFR 2004/174.</p>\n<p class=\"lf-p\">43 H.K.O. Reimers, 'De concerntoets in de \"Bosal-wetgeving\", WFR 2004/174.</p>\n<p class=\"lf-p\">44 Asser/Van Solinge &amp; Nieuw Weme, Mr. C. Asser's Handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht. 2. Rechtspersonenrecht. Deel II. De naamloze en besloten vennootschap, Deventer: Kluwer 2009, nr. 816.</p>\n<p class=\"lf-p\">45 Q.W.J.C.H. Kok, De fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting, Amersfoort: Sdu 2005, p. 30-31.</p>\n<p class=\"lf-p\">46 Noot in origineel: \"M.P. van Achterberg, De juridische definitie van het economische verschijnsel concern, Kluwer Deventer 1989, blz. 10.\"</p>\n<p class=\"lf-p\">47 Noot in origineel: \"S.M. Bartman, Inleiding concernrecht, Samson H.D. Tjeenk Willink, Alphen aan den Rijn, 1986, blz. 20.\"</p>\n<p class=\"lf-p\">48 Noot in origineel: \"L. Timmerman, Over multinationale ondernemingen en medezeggenschap van werknemers, Kluwer, Deventer 1988, blz. 54. Vgl. ook M.P. van Achterberg, De juridische definitie van het economische verschijnsel concern, Kluwer, Deventer 1989, blz. 82, die meent 'dat het begrip centrale leiding ziet op een zodanige bestuurlijke invloed van de moederonderneming op de dochterondernemingen dat een gemeenschappelijke strategie wordt gevoerd en, mede met het oog daarop, het beleid van die ondernemingen wordt gecoördineerd. Deze bestuurlijke invloed kan alleen worden uitgeoefend indien er een hiërarchische concernorganisatie is waarin de interne organisaties van de dochterondernemingen zijn geïntegreerd.'\"</p>\n<p class=\"lf-p\">49 Noot in origineel: \"L. Timmerman, Over multinationale ondernemingen en medezeggenschap van werknemers, Kluwer, Deventer 1988, blz. 55.\"</p>\n<p class=\"lf-p\">50 S.M. Bartman &amp; A.F.M. Dorresteijn, Van het concern, Deventer: Kluwer 2009, p. 31.</p>\n<p class=\"lf-p\">51 Kamerstukken II 2003/04, 29 210, nr. 8 (Nota van Wijziging), p. 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">52 Kamerstukken II 2003/04, 29 210, nr. 8, p. 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">53 Het commentaar is te raadplegen op: www.nob.net/system/files/Commentaar%20Bosal.pdf.</p>\n<p class=\"lf-p\">54 Kamerstukken II 2003/04, 29 210, nr. 20 (Nader Verslag), p. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">55 Kamerstukken II 2003/04, 29 210, nr. 25 (Nota naar aanleiding van het Nader Verslag), p. 13-14.</p>\n<p class=\"lf-p\">56 Kamerstukken I 2003/04, 29 210, B (Verslag van de Vaste Commissie voor Financiën), p. 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">57 Kamerstukken I 2003/04, 29 210, C (Nota naar aanleiding van het Verslag), p. 25-26.</p>\n<p class=\"lf-p\">58 Geschriften van de Vereniging voor Belastingwetenschap, Fiscale eenheid Vpb. Rapport van de Commissie ter bestudering van de belastingheffing van concerns volgens artikel 15 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (no. 199), Deventer: Kluwer 1995, p. 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">59 P. Kavelaars en R.A.H. Smittenberg, 'Het groepsbegrip in de thincapregeling', WFR 2004/165.</p>\n<p class=\"lf-p\">60 J. van Strien, Renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting (FM 119), Deventer: Kluwer 2007, p. 423.</p>\n<p class=\"lf-p\">61 A.C.P. Bodeldijk en A.W. Hofman, 'Enkele aspecten van de voorgestelde thin-capitalisationwetgeving', MBB 2003/350.</p>\n<p class=\"lf-p\">62 In de in 2011 geldende tekst van art. 10a(4) Wet Vpb worden genoemd: de artt. 10, 10d, 13, 13a, 13b, 13ba, 13c, 13d, 13e, 13j, 13k, 14, 14a, 17a, 20, 28 en 33.</p>\n<p class=\"lf-p\">63 In art. 15ad(3)(c)(2), 15ad(4)a) en 15ad(4)(b) Wet Vpb (vervallen per 1 januari 2007) kwam wel de term 'samenwerkende groep van natuurlijke personen' voor. In art. 15b Wet Vpb (vervallen per 1 december 2005) kwamen de woorden 'internationaal werkzaam concern' en 'tot het concern behorende lichamen' voor (zie voetnoot 25).</p>\n<p class=\"lf-p\">64 Zie onder meer A.C.P. Bodeldijk &amp; A.W. Hofman, 'Enkele aspecten van de voorgestelde thin-capitalisationwetgeving', MBB 2003/350.</p>\n<p class=\"lf-p\">65 Rechtbank Haarlem 7 februari 2008, nr. 07/04201, LJN BC4743, NTFR 2008/439, met noot Van Es, V-N 2008/34.16.</p>\n<p class=\"lf-p\">66 D.J. Prinsen, NDFR; deel vennootschapsbelasting, commentaar op art. 10d Wet Vpb, aantekening 2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">67 Kamerstukken II 2003/04, 29 210, nr. 8 (Nota van Wijziging), p. 16 resp. 19.</p>\n<p class=\"lf-p\">68 Kamerstukken II 2003/04, 29 210, nr. 25 (Nota naar aanleiding van het Nader Verslag), p. 13-14; zie voor uitgebreider citaat onderdeel 7.2 hierboven.</p>\n<p class=\"lf-p\">69 Cursus Belastingrecht, vennootschapsbelasting, onderdeel II.2.2.6.D.c1.</p>\n<p class=\"lf-p\">70 P. Kavelaars &amp; R.A.H. Smittenberg, 'Het groepsbegrip in de thincapregeling', WFR 2004/165.</p>\n<p class=\"lf-p\">71 J. van Strien, Renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting (FM 119), Deventer: Kluwer 2007, p. 423. Geciteerd zonder voetnoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">72 Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 5 juli 2007, nr. CPP2006/2514M, Stcrt. 2007, 135, V-N 2007/34.20.</p>\n<p class=\"lf-p\">73 Cursus Belastingrecht, vennootschapsbelasting, onderdeel II.2.2.6.D.c1.</p>\n<p class=\"lf-p\">74 J. Doornebal, 'De aanwezigheid van een groep voor de thincapregeling van art. 10d Wet VPB 1969', NTFR 2008/239.</p>\n<p class=\"lf-p\">75 J. Doornebal, 'De aanwezigheid van een groep voor de thincapregeling van art. 10d Wet VPB 1969', NTFR 2008/239.</p>\n<p class=\"lf-p\">76 Noot in origineel: \"Kamerstukken II, 2003-2004, 29 210, nr. 8, p. 10. In dezelfde zin: Kamerstukken II, 2003-2004, 29 210: nr. 8, p. 19, nr. 25, p. 13; nr. 25, p. 29; Kamerstukken I 2003-2004, 29 210, C, p. 26; Handelingen EK, 9 december 2003, Bijvoegsel/noot 1, p. 11-513.\"</p>\n<p class=\"lf-p\">77 Zie P.J. Wattel, 'De juridische betekenis van uitlatingen van bewindslieden bij de totstandkoming van (belasting)wetgeving', Fed 1990/335, R.H. Happé, Drie beginselen van fiscale rechtsbescherming, diss. Leiden, Deventer: Kluwer 1996, p. 159, en C. Bruijsten: 'In hoeverre kan vertrouwen worden ontleend aan de wetshistorie?', WFR 2003/956, alsmede HR 7 juli 1993, nr. 28 448, BNB 1993/336, met noot Slot, V-N 1993/2616, herhaald in onder meer HR 8 augustus 2008, nr. 42 946, LJN BD9482, BNB 2008/268, met noot Zwemmer, NTFR 2008/1717, met noot Verstijnen, V-N 2008/40.23.</p>\n<p class=\"lf-p\">78 Rechtbank Haarlem 7 februari 2008, nr. 07/04201, LJN BC4743, NTFR 2008/439, met noot Van Es, V-N 2008/34.16.</p>\n<p class=\"lf-p\">79 Bijlage 1 bij het verweerschrift voor de Rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 Uit de bijlage bij de aangifte Vpb. 2004 blijkt dat de belanghebbende eind 2004 de volgende deelnemingen hield:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>100% in DD GmbH, gevestigd te S;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>100% in EE S.A., gevestigd te T;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>100% in FF Inc., gevestigd te U;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>54% in GG, gevestigd te V.</div>\n<p class=\"lf-p\">81 Zie daarover uw recente arresten HR 7 januari 2011, nr. 09/04375, LJN BO1303, Fed 2011/20, met aantekening Albert, NTFR 2011/122, met noot Post en V-N 2011/3.17 en HR 4 februari 2011, nr. 09/05126, LJN BO2013, Fed 2011/21, NTFR 2011/252, met noot Post, V-N 2011/11.12.</p>\n<p class=\"lf-p\">82 HR 9 april 2010, nr. 08/04160, na conclusie Wattel, LJN BK6053, BNB 2010/291, met noot Marres, Fed 2010/76, met aantekening Geursen, NTFR 2010/1079, met noot Monteiro, V-N 2010/19.21; HR 16 april 2010, nr. 08/03755, na conclusie Wattel, LJN BK6031 en HR 16 april 2010, nr. 08/03753, na conclusie Wattel, LJN BK6025.</p>\n<p class=\"lf-p\">83 HvJ EU 25 februari 2010, nr. C-337/08 (X Holding), na conclusie Kokott, Jur. 2010, p. I-00000, BNB 2010/166, met noot Meussen, V-N 2010/12.19, NTFR 2010/541, met noot Egelie, Fed 2010/51, met aantekening Thomas.</p>\n<p class=\"lf-p\">84 Zie mijn conclusies voor uw eindarrest in de zaak X. Holding BV: HR 7 januari 2011, nr 43484bis, LJN BN0900, BNB 2011/96, met noot Meussen Fed 2010/95, met aantekening Weber, NTFR 2011/74, met noot Egelie, V-N 2011/3.18 en in de bij u aanhangige zaak met nr. 09/05115.</p>\n<p class=\"lf-p\">85 Zie onder meer HvJ EU 18 december 2007, nr. C-101/05 (Skatteverket v A.), Jur. 2007, p. I-11531, Fed 2008/57, met aantekening Smit, NTFR 2008/46, met noot Thomas, V-N 2008/7.14, HvJ EU 12 december 2006, nr. C-446/04 (Test Claimants in the FII Groep Litigation), Jur. 2006, p. I-11753, BNB 2007/130, met noot Wattel, NTFR 2007/125, met noot De Kroon, V-N 2007/5.9 en HvJ EU 10 februari 2011, nrs. C-436/08 en C437/08 (Haribo en Salinen), na conclusie Kokott, LJN BP5262.</p>\n<p class=\"lf-p\">86 HR 7 januari 2011, nr. 09/04375, LJN BO1303, Fed 2011/20, met aantekening Albert, NTFR 2011/122, met noot Post en V-N 2011/3.17.</p>\n<p class=\"lf-p\">87 HR 4 februari 2011, nr. 09/05126, LJN BO2013, Fed 2011/21, NTFR 2011/252, met noot Post, V-N 2011/11.12.</p>\n<p class=\"lf-p\">88 HvJ EU 26 juni 2008, nr. C-284/06 (Burda), na conclusie Mengozzi, Jur. 2008, p. I-04571, NJ 2008/488, met noot Mok, NTFR 2008/1325, met noot Egelie, V-N 2008/35.14, HvJ EU 17 september 2009, nr. C-182/08 (Glaxo Welcome), na conclusie Bot, Jur. 2009, p. I-08591, NJ 2009/560, met noot Mok, NTFR 2009/2107, met noot Egelie, Fed 2009/110, met aantekening Thomas, V-N 2009/47.20, en speciaal voor het derdelandenkapitaalverkeer: HvJ EU 4 juni 2009, gevoegde zaken C-439/07 (België v KBC Bank NV) en C-499/07 (BRB NV v België), r.o. 74, na conclusie Trstenjak, Jur. 2009, p. I-04409, NTFR 2009/1436, met noot Egelie, V-N 2009/35.17.</p>\n<p class=\"lf-p\">89 HR 9 april 2010, nr. 08/04160, na conclusie Wattel, LJN BK6053, BNB 2010/291, met noot Marres, Fed 2010/76, met aantekening Geursen, NTFR 2010/1079, met noot Monteiro, V-N 2010/19.21; HR 16 april 2010, nr. 08/03755, na conclusie Wattel, LJN BK6031 en HR 16 april 2010, nr. 08/03753, na conclusie Wattel, LJN BK6025.</p>\n<p class=\"lf-p\">90 HR 9 april 2010, nr. 08/04160, na conclusie Wattel, LJN BK6053, BNB 2010/291, met noot Marres, FED 2010/76, met aantekening Geursen, NTFR 2010/1079, met noot Monteiro, V-N 2010/19.21.</p>\n<p class=\"lf-p\">91 HR 11 april 2003, nr. 38 281, LJN AF7103, BNB 2003/213, NTFR 2003/649, met noot De Vries, V-N 2003/22.11.</p></div>", "next": 0}