{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">54 De \"oplettende lezertjes\" zullen uit deze woorden opmaken dat de Spaanse regeling voor de thuiskopievergoeding niet, zoals de Nederlandse, slechts van toepassing is op een beperkte categorie voor privé-kopiëren bruikbare dragers (inmiddels vooral: CD-roms en DVD's), maar op alle voorzieningen die voor dit doel in aanmerking komen. Voor alle mij bekende in Europa geldende thuiskopieregelingen geldt eveneens dat die op een veel breder scala aan voorzieningen van toepassing zijn, dan de huidige Nederlandse regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">55 Bonadio en Cantore, EIPR 2011, p. 262, maken uit het Padawan-arrest op dat het HvJ een heffing terzake van kopiëren buiten de privésfeer niet als strijdig met het EU-recht aanmerkt; maar ik zie niet goed waar die mening op berust.</p>\n<p class=\"lf-p\">56 Waarbij wel van beslissend gewicht is of de regeling daadwerkelijk een billijke compensatie ten gunste van de benadeelde makers in het leven roept.</p>\n<p class=\"lf-p\">57 Keus, WPNR 6901, p. 812 e.v.; Prechal, Directives in EC law, 2005, nr. 4.1 (rechtspraak in voetnoot 4); Wissink, Richtlijnconforme interpretatie van burgerlijk recht, diss. 2001, nr. 2.3.1 en 2.3.2.2 (zie met name par. 32).</p>\n<p class=\"lf-p\">58 Prechal, Directives in EC law, 2005, nr. 8.5.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">59 Van een aanzienlijk aantal in dit verband relevante uitspraken van het HvJ, benadert HvJ 5 oktober 2004, zaaknrs. C-397/01 - C-403/01, rov. 107 e.v., volgens mij het dichtst de omstandigheden waar wij ook in de onderhavige zaak rekening mee hebben te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">60 Deze vraag komt uiteraard alleen aan de orde wanneer het Nederlandse recht in die zin zou zijn uit te leggen, dat (ook) bij strijdigheid van de in art. 16c Aw vervatte uitzondering op het reproductieverbod met \"hogere\" regelgeving waardoor die wetsbepaling onverbindend zou zijn, het overblijvende deel van art. 16c Aw er niettemin toe strekt dat een thuiskopievergoeding verschuldigd is die met inachtneming van de mogelijkheid van privé-kopiëren uit niet-geautoriseerde bron moet worden berekend. Wanneer het \"interne\" Nederlandse recht zich tegen deze uitleg zou verzetten, ontvalt aan deze vraag de grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">61 Subonderdeel 3.4 neemt een aparte plaats in. Daarin wordt aangedrongen op het stellen van prejudiciële vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">62 O.a. HR 13 april 2012, rechtspraak.nl LJN BW1999, rov. 4.1.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">63 Bij \"Akte houdende suggestie prejudiciële vragen en wijziging appellanten\" van 1 juli 2010 (alinea 13). Zie voor de (ontbrekende) reactie van de kant van Thuiskopie de pleitnota van 1 juli 2010, slotalinea.</p>\n<p class=\"lf-p\">64 HR 11 september 1996, NJ 1997, 177 m.nt. Maeijer, rov. 3.2; Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein &amp; Wesseling-Van Gent 4, 2009, nr. 52.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij moet wel de extra stap worden genomen, dat BAS Distributie (de in de appelinstantie opgegeven naam) een handelsnaam blijkt te zijn waaronder de in cassatie verschenen B.A.S. Computers en Componenten B.V. zaken doet; maar dat dat inderdaad zo is, is in cassatie niet betwist.</p>\n<p class=\"lf-p\">65 \"Per analogiam\" HR 11 september 2009, NJ 2010, 415 m.nt. H.J. Snijders, rov. 5.5 en 5.6; HR 27 mei 2005, NJ 2006, 598 m.nt. H.J. Snijders, rov. 3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">66 Ook deze Richtlijn heb ik geraadpleegd in de eerder aangehaalde SDU Wettenverzameling Intellectuele Eigendom, 2012 (nr. 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">67 Art. 96 onder b van de Gemeenschapsmerkenverordening (Verordening (EG) nr. 207/2009, SDU Wetteneditie 2012 nr. 45) en art. 81 onder b van de Gemeenschapsmodellenverordening (Verordening (EG) nr. 6/2002, SDU Wettenverzameling 2012 nr. 75) houden beide wel met dergelijke vorderingen rekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">68 Uit HvJ 18 oktober 2011, NJ 2012, 19 m.nt. M.V. Polak valt wel op te maken dat art. 14 van Richtlijn 2004/48/EG niet eng wordt uitgelegd; maar voor het antwoord op de hier aan de orde zijnde vraag vind ik in dat arrest onvoldoende houvast; zie ook de conclusie van A - G Langemeijer in zaaknr. 11/01017, rechtspraak.nl LJN BW0393, alinea 5.8. Een beperkte uitleg blijkt uit Hof Den Haag 29 maart 2011, IER 2011, 45 m.nt. FE (waar echter de verklaring voor recht ten gunste van de wederpartij van de rechthebbende wél onder het bereik van art 1019h Rv. wordt gebracht, zie rov. 8.6).</p></div>", "next": 0}