{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">J. Valkhoff, a.w., p. 30. Bij de overgang van de gulden naar de euro als algemeen betaalmiddel in 2001 konden consumenten hun guldenmunten nog kosteloos inleveren voor euro’s bij de Nederlandse Bank (DNB), vgl. https://www.volkskrant.nl/economie/staat-verdient-415-miljoen-aan-gulden-versterf~b6af4d05/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F. De meeste guldenbankbiljetten kunnen nog tot 2032 voor euro’s worden ingewisseld bij DNB, zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/geldzaken/vraag-en-antwoord/guldens-of-andere-oude-valuta-wisselen-voor-euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. over vermogensrechten in het algemeen Asser/Bartels &amp; Van Mierlo 3-IV 2013/1-2, Pitlo/Reehuis &amp; Heisterkamp, Goederenrecht, 2012, p. 4-5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In vergelijkbare zin s.t. PostNL 82.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie over vorderingen op naam, aan order en aan toonder als vermogensrechten Pitlo/Reehuis &amp; Heisterkamp, Goederenrecht, 2012, p. 16.</p>\n<p class=\"lf-p\">J. Valkhoff, a.w., p. 20. Postzegelverzamelen is weliswaar op zijn retour, maar postzegelhandel bestaat nog steeds.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 3.1 en 4.2.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.1.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.1.4, onder verwijzing naar HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7537, NJ 2007/270 (Unocal c.s./Conoco c.s.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Asser/Hartkamp &amp; Sieburgh 6-IV 2015/47; K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.1.3 en 4.1.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.1.4 met verdere verwijzingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">C.C. van Dam, Aansprakelijkheidsrecht. Deel I. Rechtsbescherming, rechtsmiddel en rechtsherstel, 2015, p. 28 en K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.2.5.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.3.1.3; T. Barkhuysen &amp; M.L. van Emmerik, De eigendomsbescherming van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en het Nederlandse burgerlijk recht: het Straatsburgse perspectief, Preadviezen 2005, p. 56.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.3.1.3. Voor een uiteenzetting van dit brede scala zie T. Barkhuysen &amp; M.L. van Emmerik, a.w., p. 56-57 met verwijzingen en C.C. van Dam, a.w., p. 32.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezocht via HUDOC met gebruikte zoektermen “stamps” en “timbre”, voor het laatst op 8 oktober 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">T. Barkhuysen &amp; M.L. van Emmerik, a.w., pp. 60 en 62.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.2.3.2 en 4.2.3.3. Zie hierover ook C.C. van Dam, a.w., p. 29 en T. Barkhuysen &amp; M.L. van Emmerik, a.w., p. 48.</p>\n<p class=\"lf-p\">Asser/Hartkamp &amp; Sieburgh 6-IV 2015/46. Zie ook K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.2.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.2.3, onder verwijzing naar Asser/Hartkamp &amp; Sieburgh 6-IV 2015/71.</p>\n<p class=\"lf-p\">Asser/Hartkamp &amp; Sieburgh 6-IV 2015/71.</p>\n<p class=\"lf-p\">G.E. van Maanen &amp; S.D. Lindenbergh, in: J. Spier e.a., Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, 2015/34. Zie ook G.E. van Maanen &amp; S.D. Lindenbergh, EVRM en privaatrecht: is alles van waarde weerloos?, Preadviezen 2011. Vgl. J.M. Emaus, Handhaving van EVRM-rechten via het aansprakelijkheidsrecht diss., 2013, p. 109. Zij pleit voor de introductie van de fundamentele rechtsschending als afzonderlijke onrechtmatigheidsrubriek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. plta hb Handelaren onder 3: “Het belang dat PostNL heeft bij het ongeldig verklaren van guldenzegels wordt zonder meer door appellanten onderkend. PostNL heeft belang bij een efficiënte en doelmatige controle en verwerking van de poststukken en zij heeft belang te voorkomen dat opnieuw grootscheepse fraude met onder meer de guldenzegels plaatsvindt.”</p>\n<p class=\"lf-p\">In gelijke zin s.t. PostNL 74 en 82.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 4.1.7. “5. Met dit onderscheid vertroebelt PostNL het zicht op een juiste juridische analyse. Zoals ook prof. mr. A.S. Hartkamp in zijn advies aan PostNL schrijft (productie 76 zijdens PostNL, punt 1, eerste volzin) is een postzegel een betaalmiddel in het verkeer met PostNL. Elke (onderstreping door advocaat [de handelaren]) bezitter van (geldige, waarover later meer) postzegels kan jegens PostNL bij de verzending van het betreffende poststuk naar het aangegeven postadres aanspraak maken op betaling met postzegels (middels het ‘wegplakken’ daarvan op het betreffende poststuk). Sterker nog, er kan jegens PostNL bij de verzendovereenkomst alleen maar bevrijdend in postzegels betaald worden en niet in geld.” “36. De postzegel is een specifiek betaalmiddel, dat zich laat vergelijken met bijvoorbeeld een cadeau- of boekenbon. Zo daar geen uitgiftedatum op staat (zoals ook bij de postzegel het geval is), is die onbeperkt geldig. Een specifieke prestatie is dan niet overeengekomen, de postzegel, net zoals de cadeaubon, is slechts een later te gebruiken betaalmiddel jegens de betreffende uitgever. PostNL is gehouden de postzegel als betaalmiddel te aanvaarden voor een op dat moment te sluiten postdienst jegens een ieder die de postzegel dan wel de cadeaubon aanbiedt. Eerst op het moment van het aanbieden van een voldoende gefrankeerd poststuk aan PostNL, ontstaat voor PostNL de verbintenis tot het leveren van een prestatie, te weten het (tijdig) bezorgen van het poststuk.” “6. De kern is dat dit recht niet enkel is voorbehouden aan de persoon, die de postzegel (rechtstreeks) van PostNL heeft ‘gekocht’ en ontvangen, maar juist aan iedereen die in het bezit is van postzegels en deze op het poststuk kunnen plakken. Met andere woorden, er wordt bij de uitvoering van de overeenkomst tot verzending van een poststuk door PostNL geen onderscheid gemaakt tussen enerzijds bijvoorbeeld de (eerste) koper, die bij de balie door PostNL heeft gestaan om postzegels te kopen om daarmee zijn betalingsverplichting te kunnen voldoen, en anderzijds bijvoorbeeld de hobbyist, die bij wijze van spreken nooit een postkantoor van binnen heeft gezien, maar met (geldige) postzegels uit zijn postzegelverzameling de betalingsverplichting uit deze overeenkomst tot verzending, voldoet.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een verwijzing naar R. Zwitser, Order- en toonderpapieren, Mon BW A28, 2017, nr. 7 (op het voetspoor van A. van Oven, Handelsrecht, 1980, p. 207), waar in één adem worden genoemd spoor- en tramkaartjes, plaatsbewijzen voor concerten, toneelvoorstellingen, bioscopen en postzegels als voorbeelden van papieren die in de praktijk overgedragen worden met de bedoeling een vordering over te dragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 21 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3325.</p>\n<p class=\"lf-p\">BGH 11 oktober 2005, XI ZR 395/04, NJW 2006/54.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. in gelijke zin de “legal opinion” van Hartkamp, prod. 76 PostNL, onder 3, onder verwijzing naar het kortgedingarrest van het hof (ECLI:NL:GHDHA:2013:3527, NJF 2013/430) rov. 2.13, hiervoor weergegeven in 2.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 6.1.4.1, onder verwijzing naar J. Spier e.a. (red.), Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, 2015/42; K.J.O. Jansen, Informatieplichten, 2012, par. 4.2.10, 2012, T. Hartlief, Zorgplichten in het onrechtmatige daadsrecht, in: S.C.J.J. Kortmann e.a. (red.), Onderneming en 10 jaar Nieuw Burgerlijk Recht, 2002, p. 490.</p>\n<p class=\"lf-p\">Asser/Hartkamp &amp; Sieburgh 6-IV 2015/56-57; K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 6.1.4.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 6.1.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Asser/Hartkamp &amp; Sieburgh 6-IV 2015/56.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 6.1.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Asser/Hartkamp &amp; Sieburgh 6-IV 2015/57, zie ook K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 6.1.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.J.O. Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 6.1.16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder verwijzing naar Asser/Hartkamp &amp; Sieburgh 6-II, nr. 32.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zet in rov. 4.6-4.8 van haar vonnis mooi uiteen dat dit voortvloeit uit een beleidsregel van de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat op voorstel van de directeur-generaal der Posterijen, Telegrafie en Telefonie waarin dit onderscheid bewust is gemaakt en met het hanteren van de term “onbepaalde” geldigheidstermijn in plaats van “onbeperkt” uitdrukkelijk de mogelijkheid wordt opengehouden om een aldus bepaalde “onbepaalde” geldigheidstermijn later als nog te kunnen beëindigen. Vgl de hiervoor in vt. 3 geciteerde rov. 4.6 van het rechtbankvonnis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook s.t. PostNL 115. “Koninklijke TNT Post bepaalt welke postzegels verkrijgbaar zijn en welke, niet meer verkrijgbare, postzegels niet meer geldig zijn. Tevens wordt bekend gemaakt gedurende welke periode niet meer geldige, ongebruikte postzegels tegen geldige postzegels kunnen worden ingewisseld.” Deze bepaling is als eerder besproken uit de latere door PostNL gehanteerde algemene voorwaarden verdwenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er staat “bestellen” in de klacht, hetgeen ik lees als “bezorgen”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is mij onduidelijk hoe deze vindplaats dit argument van de Handelaren ondersteunt. Hier staat namelijk: “Voorts staat buiten twijfel dat PostNL aan de (wijze van) frankering voorwaarden mag stellen in haar algemene voorwaarden (de AVP). Ter ondersteuning hiervan wijst PostNL onder meer op de Memorie van Toelichting bij art. 18 lid 2 Postwet 2009, waar het volgende wordt opgemerkt: “Van de verlener van de universele postdienst wordt verwacht dat hij postvervoerdiensten van de universele postdienst doelmatig uitvoert, teneinde de kosten voor de uitvoering van de universele postdienst zo laag mogelijk te houden. Om te kunnen komen tot een doelmatige uitvoering van de postdienst, kan de verlener van de universele postdienst eisen stellen in de algemene voorwaarden” (vindplaats: Kamerstukken II 2005/06, 30 536, nr. 3, p. 40.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde zin s.t. PostNL 127.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen wordt opnieuw naar mvg 54, waar is aangevoerd dat zij er ook na de “verlengingsbeslissing” uit 2001 gerechtvaardigd op hebben mogen vertrouwen dat ingeval van ongeldigverklaring een inruiloptie zou worden geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kan ik niet plaatsen, zodat ik vermoed dat hier bedoeld is te verwijzen naar rov. 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik recapituleer dat de Handelaren in eerste instantie alleen hadden gevorderd wat in rov. 2.8 van het bestreden arrest als primaire vordering is opgenomen. Bij wijziging van eis bij de procedure in eerste aanleg hebben zij een subsidiaire eis toegevoegd waar de beperking is opgenomen dat alleen guldenzegels zouden moeten worden omgeruild die de Handelaren op 28 januari 2013 in hun bezit hadden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie mva PostNL 12, 13, 393-409.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. in overeenkomstige zin s.t. PostNL 65.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik lees hier geen klacht in. Onduidelijk is op grond waarvan het hofoordeel op dit punt vernietigd zou moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gelijke zin s.t. PostNL 60.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recent zijn twee dissertaties verschenen over dit onderwerp: T. van der Linden, Aanvullend verrijkingsrecht, diss., 2019 en M.M.C. van de Moosdijk, Unjust enrichment in European Union Law, diss, 2018. Zie verder Asser/Hartkamp &amp; Sieburgh 2015/461-465 en 479.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gelijke zin s.t. PostNL 167.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/26/waar-blijven-de-jonge-post-zegelaars-10220382-a1560488 : de Koninklijke Nederlandse Bond van Filatelieverenigingen had in 1980 nog 200.000 leden, in 2017 nog 17.000. De in 2017 grootste postzegelvereniging in Nederland (Haarlemmermeer) heeft 269 leden. https://www.philatelink.co.uk/buying-prices-4-w.asp . Ook de ex-verzamelaar Cor in het NRC-artikel uit de vorige voetnoot spaarde o.m. als belegging: “Heel vroeger kocht ik postzegels als belegging. Tien of 25 op een vel. Die hebben we allemaal verkocht of weggeplakt. Het werd helemaal niet[s] meer waard. Het wordt steeds minder waard.”.</p></div>", "next": 0}