{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Blijkens het p-v van de zitting bij de Rechtbank, p.2, is van de kant van de Inspecteur verklaard: ‘De communicatie op papier moet in het Nederlands. Dat blijkt uit de wet. Sommige medewerkers spreken goed Duits en dan kan mondeling in het Duits worden gecommuniceerd.’ Zie onderdeel 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie onderdeel 2.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 1 december 2006, nr. 42 737, ECLI:NL:HR:2006:AZ3370, r.o. 3: ‘De klachten richten zich tegen een door het Hof ten overvloede gegeven overweging. Deze overweging draagt 's Hofs beslissing derhalve niet. Mitsdien kunnen de klachten niet tot cassatie leiden.’ Feteris, Beroep in cassatie in belastingzaken (FM nr. 142) 2014/ 13.4.4.2: ‘ Indien de HR de zaak zelf na cassatie afdoet, moet hij volgens de eerste volzin van art. 29e, lid 2 AWR de zaak beslissen zoals de lagere rechter had behoren te doen. (…) De HR beschikt bij deze afdoening over dezelfde uitspraakbevoegdheden als rechtbanken en hoven (zie de art. 8:70 e.v. en 8:113 e.v. Awb). De beslissing van de HR hoeft overigens niet per se in te houden dat de zaak definitief wordt afgedaan; indien het bezwaar of beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, zal de beslissing als regel luiden dat de zaak wordt teruggewezen naar de inspecteur respectievelijk naar de rechtbank.’ Vgl. HR 22 februari 2008, nr. 43 289, ECLI:NL:HR:2008:BC4811: ‘(...) 3. Ambtshalve aanwezig bevonden grond voor cassatie De Inspecteur heeft bij de in beroep bestreden uitspraak het tegen de aanslag gemaakte bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard. De gedingstukken laten echter geen andere gevolgtrekking toe dan dat de dagtekening van het aanslagbiljet 5 september 2002 is en dat het bezwaarschrift bij de Inspecteur is ingekomen op 16 oktober 2002, dat is binnen de termijn als bedoeld in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het bezwaar is derhalve ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. In verband hiermee had het Hof het beroep gegrond in plaats van ongegrond moeten verklaren en de uitspraak van de Inspecteur moeten vernietigen, om pas daarna te beslissen omtrent het inhoudelijke geschilpunt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Beoordeling van de klachten Met betrekking tot de klacht dat het Hof heeft verzuimd de Inspecteur op te dragen opnieuw op het bezwaar te beslissen, dient het volgende te worden vooropgesteld. Indien de inspecteur de niet-ontvankelijkheid van een bezwaar heeft uitgesproken en de belastingrechter die uitspraak vernietigt - of, zoals in dit geval, diende te vernietigen -, moet de rechter in de regel met toepassing van artikel 8:72, lid 4, Awb de inspecteur opdragen opnieuw op het bezwaar te beslissen. Van die regel kan worden afgeweken indien daartoe goede grond bestaat, bijvoorbeeld indien partijen aandringen op een inhoudelijke beoordeling van het geschil door de rechter, of indien duidelijk is dat de belanghebbende niet wordt benadeeld doordat de rechter zelf in de zaak voorziet (vgl. HR 9 juni 2006, nr. 41 130, BNB 2006/290). (…)’ Rechtbank, r.o. 23: ‘(…) Partijen hebben ter zitting de rechtbank verzocht de zaken inhoudelijk af te doen en niet terug te wijzen voor hernieuwde behandeling van de bezwaarschriften. De rechtbank zal partijen hierin volgen.’ Naar mijn mening is dit bij het Hof niet anders geworden.</div></div>", "next": 0}