{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Zie o.a. F.H.J. Mijnssen, in: F.H.J. Mijnssen &amp; J.M. Bol, De bankgarantie (Preadviezen van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), 1984, p. 6-8; E.L.A. van Emden &amp; E.A.L. van Emden, Bankgarantie (Recht en Praktijk Financieel Recht nr. FR4), 2014, p. 1 en par. 3, 4 en 5; R.I.V.F. Bertrams, 'De bankgarantie als zekerheidsinstrument bij internationaal contracteren', in: B. Wessels &amp; T.H.M. van Wechem, Contracteren in de internationale praktijk,2 2011, p. 13-14; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 116-117.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie o.a. R.I.V.F. Bertrams, 'De bankgarantie als zekerheidsinstrument bij internationaal contracteren', in: B. Wessels &amp; T.H.M. van Wechem, Contracteren in de internationale praktijk, 2011, p. 13; H.A. Kampschreur, 'De bankgarantie', in: M.M. van Rossum &amp; P.H.L.M. Kuypers, Garanties in de rechtspraktijk (Recht en Praktijk nr. CA12), 2015, p. 298; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 116-117.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 116.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 116.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie o.a. E.L.A. van Emden &amp; E.A.L. van Emden, Bankgarantie (Recht en Praktijk Financieel Recht nr. FR4), 2014, p. 27; R.I.V.F. Bertrams, 'De bankgarantie als zekerheidsinstrument bij internationaal contracteren', in: B. Wessels &amp; T.H.M. van Wechem, Contracteren in de internationale praktijk, 2011, p. 13; F.H.J. Mijnssen, in: F.H.J. Mijnssen &amp; J.M. Bol, De bankgarantie (Preadviezen van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), p. 31.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie E.L.A. van Emden &amp; E.A.L. van Emden, Bankgarantie (Recht en Praktijk Financieel Recht nr. FR4), 2014, p. 28.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie F.H.J. Mijnssen, in: F.H.J. Mijnssen &amp; J.M. Bol, De bankgarantie (Preadviezen van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), p. 31; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 116.</p>\n<p class=\"lf-p\">F.H.J. Mijnssen, in: F.H.J. Mijnssen &amp; J.M. Bol, De bankgarantie (Preadviezen van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), p. 43; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 116.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie H.A. Kampschreur, 'De bankgarantie', in: M.M. van Rossum &amp; P.H.L.M. Kuypers, Garanties in de rechtspraktijk (Recht en Praktijk nr. CA12), 2015, p. 297; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 116-117.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie o.a. F.H.J. Mijnssen, in: F.H.J. Mijnssen &amp; J.M. Bol, De bankgarantie (Preadviezen van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), p. 39; E.L.A. van Emden &amp; E.A.L. van Emden, Bankgarantie (Recht en Praktijk Financieel Recht nr. FR4), 2014, p. 8-9; R.I.V.F. Bertrams, 'De bankgarantie als zekerheidsinstrument bij internationaal contracteren', in: B. Wessels &amp; T.H.M. van Wechem, Contracteren in de internationale praktijk, 2011, p. 13; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 117.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600, NJ 2015/351, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (ABN AMRO/Rabobank), rov. 4.2.2 en 4.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie E.L.A. van Emden &amp; E.A.L. van Emden, Bankgarantie (Recht en Praktijk Financieel Recht nr. FR4), 2014, p. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie E.L.A. van Emden &amp; E.A.L. van Emden, Bankgarantie (Recht en Praktijk Financieel Recht nr. FR4), 2014, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600, NJ 2015/351, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (ABN AMRO/Rabobank), rov. 4.2.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie o.a. P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 115.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de conclusie A-G Wesseling-Van Gent onder nr. 2.8 vóór HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2297, NJ 2019/19; JOR 2019/66 (Rabobank/Rollecate) m.nt. R.I.V.F. Bertrams, onder verwijzing naar HR 25 september 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2716, NJ 1998/892 (Haefner/ABN Amro), rov. 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie o.a. S. Kruisinga, ‘Uitleg van bankgaranties. Over Haviltex en strikte conformiteit’, NTBR 2007/53; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 117.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600, NJ 2015/351, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (ABN AMRO/Rabobank), rov. 4.2.1; HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2297, NJ 2019/19; JOR 2019/66 (Rabobank/Rollecate) m.nt. R.I.V.F. Bertrams, rov. 3.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 9 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1749, NJ 1995/639, m.nt. P. van Schilfgaarde (Gesnoteg/MeesPierson), rov. 3.4; HR 26 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO2778, NJ 2004/309, m.nt. P. van Schilfgaarde (Anthea Yachting/ABN AMRO), rov. 3.4.2; HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600, NJ 2015/351, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (ABN AMRO/Rabobank), rov. 4.2.1; HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2297, NJ 2019/19 (Rabobank/Rollecate), rov. 3.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 9 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1749, NJ 1995/639, m.nt. P. van Schilfgaarde (Gesnoteg/MeesPierson), rov. 3.4. De Hoge Raad heeft deze lijn in zijn latere arresten bevestigd, zie onder meer HR 26 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO2778, NJ 2004/309, m.nt. P. van Schilfgaarde (Anthea Yachting/ABN AMRO), rov. 3.4.2; HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600, NJ 2015/351, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (ABN AMRO/Rabobank), rov. 4.2.1 en HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2297, NJ 2019/19 (Rabobank/Rollecate), rov. 3.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. H.A. Kampschreur, 'De bankgarantie', in: M.M. van Rossum &amp; P.H.L.M. Kuypers, Garanties in de rechtspraktijk (Recht en Praktijk nr. CA12), 2015, p. 300; R.I.V.F. Bertrams, Bank Guarantees in International Trade, 2013, p. 81-82; E.L.A. van Emden &amp; E.A.L. van Emden, Bankgarantie (Recht en Praktijk Financieel Recht nr. FR4), 2014, p. 7-8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 26 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO2778, NJ 2004/309, m.nt. P. van Schilfgaarde (Anthea Yachting/ABN AMRO), rov. 3.4.3-3.4.4, herhaald in HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600, NJ 2015/351, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (ABN AMRO/Rabobank), rov. 4.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600, NJ 2015/351, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (ABN AMRO/Rabobank), rov. 4.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600, NJ 2015/351, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (ABN AMRO/Rabobank), rov. 4.2.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. o.a. P.C. Russcher, 'Rechtsmaatregelen tegen misbruik van abstracte bankgaranties (I)', MvO 2020-7, p. 210; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 120; H.A. Kampschreur, 'De bankgarantie', in: M.M. van Rossum &amp; P.H.L.M. Kuypers, Garanties in de rechtspraktijk (Recht en Praktijk nr. CA12), 2015, p. 304; R.I.V.F. Bertrams, 'De bankgarantie als zekerheidsinstrument bij internationaal contracteren', in: B. Wessels &amp; T.H.M. van Wechem, Contracteren in de internationale praktijk, 2011, p. 22-23; F.H.J. Mijnssen, in: F.H.J. Mijnssen &amp; J.M. Bol, De bankgarantie (Preadviezen van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), p. 55.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enigszins anders: E.L.A. van Emden &amp; E.A.L. van Emden, Bankgarantie (Recht en Praktijk Financieel Recht nr. FR4), 2014, p. 44-46, die betogen dat op de bank een plicht kan rusten om (nader) onderzoek te doen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij een concrete en onderbouwde waarschuwing van de opdrachtgever dat de begunstigde een bedrieglijke claim heeft ingesteld, door hen aangeduid als ‘passieve onderzoeksplicht’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie R.I.V.F. Bertrams, 'De bankgarantie als zekerheidsinstrument bij internationaal contracteren', in: B. Wessels &amp; T.H.M. van Wechem, Contracteren in de internationale praktijk, 2011, p. 16-17.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie R.I.V.F. Bertrams, Bank Guarantees in International Trade, 2013, p. 126-130; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 116.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. R.I.V.F. Bertrams, Bank Guarantees in International Trade, 2013, p. 126-130; F.H.J. Mijnssen, in: F.H.J. Mijnssen &amp; J.M. Bol, De bankgarantie (Preadviezen van de Vereeniging ‘Handelsrecht’), p. 31; P.C. Russcher, ‘De abstracte bankgarantie in het burgerlijke recht’, in: TvI 2018/18, p. 116.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. ook R.I.V.F. Bertrams, Bank Guarantees in International Trade, 2013, p. 211;</p>\n<p class=\"lf-p\">R.I.V.F. Bertrams in (nr. 2 van) zijn noot onder Rb. Amsterdam 30 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1521, JOR 2016/249; P.C. Russcher in (nrs. 7-9 van) zijn noot onder het bestreden arrest in JOR 2020/179 onder nr. 7-9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook Rb. Amsterdam 30 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1521, JOR 2016/249, m.nt. R.I.V.F. Bertrams, rov. 4.7.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. Rb. Oost-Brabant 25 november 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:6746, JOR 2016/51 m.nt. R.I.V.F. Bertrams, rov. 4.8, Rb. Leeuwarden (pres.) 28 maart 1996, ECLI:NL:RBLEE:1996:AH5572, KG 1996, 173 waarin het niet protesteren tegen de voorwaarden van de bankgarantie voor rekening van de begunstigen kwam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie R.I.V.F. Bertrams in (nr. 2 van) zijn noot onder Rb. Amsterdam 30 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1521, JOR 2016/249; P.C. Russcher in (nr. 9 van) zijn noot onder het bestreden arrest in JOR 2020/179 onder nr. 7-9. Vgl. ook R.I.V.F. Bertrams, Bank Guarantees in International Trade, 2013, p. 211: “In the absence of a very specific relationship, there is no duty on the part of the bank to draw the beneficiary’s attention to unusual conditions of payment or conditions which are impossible to fulfil”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie daarover uitgebreid mijn conclusie in de zaak 20/01459 onder nr. 3.7-3.13, 4.14 en 4.16.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de woorden van de s.t. van Woningborg, onder 4.4.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In voetnoot 12 van de procesinleiding in cassatie wordt verwezen naar de CvA onder nr. 57 en MvA onder nr. 13, 55, 59, 82 en 84.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie p. 4 van het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 23 maart 2018; de memorie van antwoord van de bank onder nr. 61.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de memorie van antwoord van de bank onder nr. 61.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergelijk in dit kader bijvoorbeeld de rechtspraak van de Hoge Raad over (fiscale en civiele) bestuurdersaansprakelijkheid voor selectieve betaling van schuldeisers in het zicht van een faillissement (HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576, rov. 3.5.2; HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:73, rov. 3.3.). Daarin komt tot uitdrukking dat een betaling door een vennootschap aan een niet gelieerde derde juridisch eerder tot persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder kan leiden, als die bestuurder een persoonlijk belang had bij de betaling. Niet vereist is dat wordt vastgesteld in hoeverre dat persoonlijke belang daadwerkelijk invloed heeft gehad op het verrichten van de betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de conclusie van antwoord van de bank onder § 4.1 en nr. 36 en 73, en de memorie van antwoord van de bank onder nr. 43 en 63.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie Afdeling Arbitrage GIW 22 juli 2008, nr. 16135, Afdeling Arbitrage GIW 15 oktober 2008, nr. 17059.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie RvA Bouw 15 januari 2009, nr. 71391, TBR 2009/109 m.nt. J.J. Storm; RvA Bouw 11 oktober 2010, nr. 32482, BR 2011/27 m.nt. T.B. van Dijk en J.M. Henriquez.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie o.a. de annotatie van J.J. Storm in TBR 2009/109; E.M. Bruggeman, ‘Oplevering van nieuwbouwwoningen’, in: TBR 2008/25; Asser/Van den Berg 7-VI 2017/186b; W.W. Braat, ‘De 5%-regeling: een praktische benadering’, Juridische Berichten voor het Notariaat 2010/49; A. Steneker, ‘95% duidelijkheid over de 5%-regeling’, WPNR 2010/6862, p. 804. Zie voor een overzicht van literatuur en rechtspraak ook H.L. van der Beek, Groene Serie Bijzondere overeenkomsten, art. 7:768 BW, aant. 1.9.1.</p></div>", "next": 0}