{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het hof heeft m.b.t de bewijsmiddelen nog het volgende vooropgesteld: “Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummer(s), wordt/worden – tenzij anders vermeld – bedoeld paginanummer(s) van een proces-verbaal of geschrift uit het eindproces-verbaal Zijdehaai, met onderzoeksnummer 20150054 van de Rijksrecherche, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, bestaande uit een algemeen dossier (AD.00 en AD.01), een persoonsdossier (PD.01, PD.02, PD.03, PD.04 en PD.05) en een zaaksdossier (ZD.01, ZD.02 en ZD.03), met (per dossier) doorgenummerde pagina's.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik neem aan dat het parketnummer en de naam van de verdachte per ongeluk uit het proces-verbaal in de tekst van dit bewijsmiddel zijn overgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwezen wordt naar HR 2 september 1997, NJ 1998/74.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de voetnoot in de schriftuur staat: “Zoals in HR 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1156, zie hierover L.E.M. Schreurs &amp; J.A.M. van der Vleuten, 'De formele zijde van strafuitsluitingsgronden. Over uitdrukkelijk onderbouwde standpunten, uitdrukkelijk voorgedragen verweren en responsieplichten, DD 2020/59.”</p>\n<p class=\"lf-p\">In gelijke zin het reeds door de steller van het middel aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 2 september 1997, NJ 1998/74 maar zie ook recenter HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1115, in het bijzonder rov. 3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. HR 27 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5210, rov. 3.3. en de conclusie van AG Machielse voor HR 14 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4905, onder 3.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">En voor het openbaar ministerie is er de mogelijkheid van art. 552f Sv.</p></div>", "next": 0}