{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Voor de volledigheid merk ik ook op dat Intertrust na het onderzoeksverslag alsnog onderzoek heeft gedaan naar de Bab-lening. De conclusie van dat onderzoek is dat het bestaan daarvan (nog steeds) onvoldoende aannemelijk is. Verweerschrift Intertrust, onder 3.5, en pleitnota Intertrust d.d. 15 december 2020, onder 2.3, en 2.5-2.10. Zie ook het memo dat Intertrust in dit verband heeft opgesteld en overgelegd als Productie 23. Het onderzoek van Intertrust naar de Bab-lening kon overigens bij zowel MHS als Bab niet op veel enthousiasme rekenen, zo maak ik op uit de emailcorrespondentie die Intertrust als Productie 17 heeft overgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verweerschrift Intertrust, onder 2.10-2.12, en pleitnota Intertrust d.d. 15 december 2020, onder 2.1-2.3, 2.11, en 4.3-4.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel van productie 17 van Intertrust.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verweerschrift Intertrust, onder 2.4, en 2.12, en pleitnota Intertrust d.d. 15 december 2020, onder 2.1-2.2, en 2.11.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wisselkoersargument is overigens door Intertrust weersproken met de stelling dat de waarde van aandelen in de emissieakten is vastgesteld op USD 1,4 per 1 EUR en niet op wat de wisselkoers zou zijn op het moment van de emissies (verweerschrift ex art. 2:282 BWC Intertrust, onder 4.2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verweerschrift ex art. 2:282 BWC Intertrust, onder 4.7-4.14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoekschrift spreekt op meerdere plekken (zie bijvoorbeeld onder 9.2) over de verkrijging van aandelen door MHS en over de inbreng van MHS. Ook staat in het middel dat MHS voor haar inbreng minder aandelen had mogen krijgen dan zij heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productie 3 Intertrust.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo staat op p. 42 van het onderzoeksverslag: “De vraag waar de onderzoeker zich voor gesteld heeft gezien, is niet zozeer of de emissiekoers van 1 Euro bij de Emissiebesluiten van 2010 een reële afspiegeling vormde van de werkelijke waarde van PVG 9 (het Hotel), maar of [Intertrust], optredend als bestuurder van de Vennootschappen, zich tevoren op een zorgvuldige wijze van die waarde heeft vergewist en of zij minderheidsaandeelhouder Bab hierover tijdig – dat wil zeggen, voorafgaand aan de uitvoering van de Emissiebesluiten – en adequaat heeft voorgelicht. (…).”</p>\n<p class=\"lf-p\">Instructief is wat de onderzoeker hierover zegt bij de bespreking van de Bab-lening (p. 55): “(…) Vooropgesteld zij dat het geen sinecure is om met enige juridische stelligheid uitspraken te doen over het bestaan van een door Bab verstrekte lening aan PVG 9. Dit vanwege de tijd die inmiddels is verstreken en het volledig ontbreken van enige leningdocumentatie. Dit laatste geldt overigens evenzeer voor de beweerdelijk door MHS aan PVG 9 verstrekte geldlening, welke door haar is ingebracht ter volstorting van de door MHS genomen aandelen in de Vennootschappen bij gelegenheid van de emissies in 2010 (…). Het gaat in het kader van deze enquêteprocedure slechts om de vraag of de omgang door (het bestuur van) de Vennootschappen met de (beweerdelijke) aandeelhoudersleningen aan haar indirecte Duitse deelneming voldoende zorgvuldig is geweest en of zij met name minderheidsaandeelhouder Bab hieromtrent adequaat heeft voorgelicht. (…)”.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:797, NJ 2014/286, m.nt. P. van Schilfgaarde (Cancun).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er bestaat een hoge mate van consensus dat het in een enquêteprocedure ook mogelijk zou moeten zijn om aandeelhouders definitief van elkaar te scheiden. Zie o.a. F. Eikelboom, ‘In de reprise: het definitief scheiden van aandeelhouders en de enquêteprocedure’, Ondernemingsrecht 2014/47.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duidelijk lijkt echter dat (i) het niet erkennen van de Bab-lening, (ii) het weigeren van de vernietiging van de emissiebesluiten en (iii) de grote afwaardering die in 2015 heeft plaatsgevonden (in cassatie verder niet aan de orde) een rol kunnen spelen bij het bepalen van een redelijke uitkoopsom (vgl. ook hiervóór, 4.11).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hof Amsterdam (OK) 27 mei 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BM5928, rov. 3.42-3.47, Ondernemingsrecht 2010/91, m.nt. J. Barneveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productie 27 Intertrust.</p></div>", "next": 0}