{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Zie r.o. 2.20 van het tussenvonnis van 4 mei 2017 van de rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook het oordeel van de rechtbank in r.o. 4.5 van haar tussenvonnis van 4 mei 2017: “De rechtbank overweegt hierover als volgt. Een wezenlijk deel van de bedrijfsvoering van de vennootschappen bestaat uit de verkoop van hun producten en dus uit het vinden van afzetmarkten daarvoor. Het is aan het beleid van de vennootschappen overgelaten welke afzetmarkten zij willen bedienen en hoe zij dat willen doen. Het is de beleidskeuze van de vennootschappen geweest te vertrouwen op de export naar China via Hong Kong. Toen die route via Hong Kong werd beperkt, was het de verantwoordelijkheid van de vennootschappen om certificatie te verkrijgen voor directe levering aan de Chinese markt. Zij hebben zich daarvoor ook ingezet, maar vergeefs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doordat hun dit niet of niet tijdig is gelukt, zijn hun concurrentiepositie en financieringsmogelijkheden aangetast. Daarmee heeft zich een bedrijfsrisico verwezenlijkt. Dat komt in de contractuele verhouding tussen de vennootschappen en de Gemeente naar verkeersopvattingen voor rekening van de vennootschappen. Niet valt in te zien dat dit oordeel anders wordt doordat partijen een periode van 3½ jaar voortgezet gebruik zijn overeengekomen. Dat partijen zich ervan bewust zijn geweest dat gedurende die 3½ jaar de omstandigheden zouden kunnen veranderen, neemt immers niet weg dat de gevolgen daarvan voor de onderneming van de vennootschappen voor hun risico blijven. Feiten en omstandigheden die zouden kunnen leiden tot een ander oordeel, zijn gesteld noch gebleken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande wordt het beroep van de vennootschappen op overmacht verworpen. De conclusie is dat de hiervoor vastgestelde tekortkoming van de vennootschappen aan hen kan worden toegerekend.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de Akte vermeerdering van eis tevens inhoudende akte overlegging producties tbv comparitie van partijen van [verweersters] (nr. 5 in het cassatieprocesdossier). Zie met name randnummer 4 van deze akte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rb. Gelderland (vzr.) 24 januari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:392 (kort geding).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook randnummer 16.3 van de Memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel tevens incident ex artikel 118 Rv van de Gemeente.</p></div>", "next": 0}