{"html": "<div class=\"lf-doc\"><div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>terugwijzing van de zaak naar het hof Den Haag, opdat de zaak wat betreft de genoemde inbeslaggenomen voorwerpen opnieuw wordt berecht en afgedaan;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verwerping van het beroep voor het overige.</div>\n<p class=\"lf-p\">De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Vgl. HR 18 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2646, r.o. 3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. HR 19 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2857, NJ 2002/7 m .nt. De Hullu, r.o. 2, HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7904, NJ 2008/314, r.o. 2, HR 18 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2646, r.o. 3.2 en HR 10 oktober 2023, NJ 2023/318 ECLI:NL:HR:2023:1408, r.o. 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2244, NJ 2019/10, r.o. 2.3. Vgl. HR 7 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO6446, NJ 2011/81 m .nt. Schalken, r.o. 5.3, in welke zaak het eveneens om kinderporno ging en waarin de Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het hof “dat de uit negatieven of dia’s bestaande stroken en de opnamen die op één blad zijn afgedrukt alsook de filmrol en videocassette moeten worden aangemerkt als niet deelbare voorwerpen welke vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer” niet van een verkeerde rechtsopvatting getuigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vlg. P.A. M . Mevis, J.H.J. Verbaan &amp; B.A. Salverda, Onderzoek aan in beslag genomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten, WODC/Erasmus Universiteit Rotterdam 2016, p. 177.</p>\n<p class=\"lf-p\">A-G Harteveld, conclusie voor HR 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2244, NJ 2019/10, randnr. 3.7-3.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 3 juli 2012, nr. 30457/06 (Robathin/Austria), par. 39. Zie ook EHRM 16 oktober 2007, nr. 74336/01 (Wiese rand Bicos Beteiligungen GMBH/Austria), par. 45, EHRM 30 september 2014, nr. 8429/05 (Prezhdarovi/ Bulgaria), par. 41 en EHRM 17 december 2020, nr. 459/18 (Saber/Norway). Dit geldt niet alleen in verband met natuurlijke personen maar ook bij onder meer ondernemingen, aldus bijvoorbeeld EHRM 23 juni 2022, nr. 50805/14 (Naumenko and Sia Rix Shipping/Latvia).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit blijkt bijvoorbeeld uit EHRM 7 juni 2007, nr. 71362/01 (Smirnov/Russia), par. 53-59.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. EHRM 5 april 2022, nr. 54491/14 (Călin/Romania), par. 71-73 over inbeslagneming (voldaan aan het eerste en tweede vereiste), EHRM 27 juni 2017, nr. 27803/16 (Piras/San Marino) over inbeslagneming (klacht “manifestly ill‑founded”), EHRM 26 november 2019, nr. 64863/13 (Yașar/Romania), par. 46-59 over confiscatie van een schip van nota bene een derde om illegale visserij te voorkomen (geen schending), en EHRM 5 juli 2001, nr. 41087/98 (Phillips/The United Kingdom), par. 52, over confiscatie van crimineel vermogen waarin het Hof van belang acht dat de “confiscation order operates in the way of a deterrent to those considering engaging in drug trafficking, and also to deprive a person of profits received from drug trafficking and to remove the value of the proceeds from possible future use in the drugs trade” (geen schending).</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 30 september 2014, nr. 8429/05 (Prezhdarovi/ Bulgaria), par. 49-51.</p>\n<p class=\"lf-p\">D.J. Harris, M . Boyle, E.P. Bates e.a., Law of the European Convention on Human Rights, Oxford: Oxford University Press 2023, p. 862-867.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie o.a. EHRM (GK) 11 januari 2007, nr. 73049/01 (Anheuser-Busch Inc./Portugal), par. 76 en EHRM 9 februari 2021, nr. 23662/08 (Tokel/Turkey), par. 56.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 26 maart 2020, nr. 44229/11 (Pendov/Bulgaria), par. 42, waarin het ging om een server.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM (GK) 22 juni 2004, nr. 31443/96 (Broniowski/Poland).</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 26 maart 2020, nr. 44229/11 (Pendov/Bulgaria), par. 44.</p>\n<p class=\"lf-p\">EHRM 21 december 2021, nr. 58795/15 (Stołkowski/Poland). Vgl. ook EHRM 23 januari 2014, nr. 19336/04 (East West Alliance Limited/Oekraïne), par. 202-204, waarin het gaat om inbeslagneming in het kader van de bewijsgaring van vliegtuigen die tijdens het beslag schade opliepen, en EHRM 17 mei 2016, nr. 38359 (Džinić/Croatia), par. 68-69, waarnaar ook het gerechtshof Den Haag in zijn uitspraak van 14 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:391 verwees (zie onder 7.5), over de confiscatie van onroerend goed als zekerheidsstelling voor de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. EHRM 8 april 2008, nr. 21151/04 (Megadat.Com Srl/Moldova), par. 74 (over nietigverklaring van de vergunning van een internetbedrijf).</p>\n<p class=\"lf-p\">D.A.G. van Toor &amp; D. van Os, ‘Partiële of geschoonde teruggave van gegevensdragers’, TBS&amp;H 2020/5, p. 266. Hierin wordt verwezen naar “ambtelijke versie memorie van toelichting juli 2020, p. 32”. Dit document is thans niet beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II 2022/23, 36327, nr. 3, p. 622.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II 2022/23, 36327, nr. 3, p. 622.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II 2022/23, 36327, nr. 3, p. 1363-1364.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II 2022/23, 36327, nr. 3, p. 1364.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 6 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3309, NJ 2007/279, r.o. 3.4, HR 18 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:471, NJ 2023/165, r.o. 2.6 (t.a.v. art. 552f Sv) en HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1573, NJ 2021/358, r.o. 2.7 (t.a.v. art. 552a Sv).</p>\n<p class=\"lf-p\">G.J. M . Corstens, M .J. Borgers &amp; T. Kooijmans, Het Nederlandse strafprocesrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 961.</p></div>", "next": 0}