{"html": "<div class=\"lf-doc\"><div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">51.</span>Het hof heeft voor wat betreft het vaststellen van de (intellectuele) valsheid van de onder feit 2 ten laste gelegde ANBI-aanvragen van de vier centraal staande goede-doelenstichtingen – welke aanvragen door de verdachte zijn ondertekend en ingediend bij de Belastingdienst – overwogen dat deze valsheid is gelegen in het met ‘ja’ beantwoorden, althans ‘ja’ (doen of laten) aankruisen op de vraag “verrichten de bestuurders hun werkzaamheden, feitelijk en volgens de regelgeving van de instelling, zonder beloning, met uitzondering van een onkostenvergoeding en/of vacatiegeld?”. Het hof verwijst daarvoor naar al hetgeen met betrekking tot het onder feit 1 ten laste gelegde is overwogen. Gelet daarop acht het hof immers bewezen dat de verdachte bestuurswerkzaamheden heeft gedeclareerd tegen commercieel tarief en daarmee tegen een beloning die niet kan worden aangemerkt als een onkostenvergoeding dan wel een verstrekking van vacatiegeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">52.</span>Gelet op de toelichting op het middel geef ik hieronder nogmaals de daaropvolgende overwegingen van het hof weer: “De verdachte was, als bestuurder, gerechtigd tot het ontvangen van onkostenvergoedingen en/of vacatiegelden voor de door hem qualitate qua verrichte bestuurswerkzaamheden. Dat de verdachte ervoor heeft gekozen om alle vergoedingen voor zowel bestuurswerkzaamheden als operationele werkzaamheden aan [bedrijf 1] N.V. te laten uitbetalen (via op naam van deze vennootschap gestelde facturen) doet daar naar het oordeel van het hof niet aan af. De verdachte heeft, als vennoot van [bedrijf 1] N.V., in ieder geval indirect persoonlijk voordeel genoten, aangezien hij heeft gedeeld in de winst(uit)delingen van deze vennootschap, welke winst(uit)deling mede mogelijk werd gemaakt doordat de verdachte zijn omzet inbracht. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat ongeveer 75% van de totale door de verdachte geschreven uren betrekking had op de stichtingen en zijn gegenereerde omzet aldus hoofdzakelijk uit de werkzaamheden ten behoeve van de stichtingen voortvloeide.”</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">53.</span>Op de door het hof uiteengezette gronden heeft het m.i. kunnen aannemen dat de verdachte – in werkelijkheid – voor zijn bestuurswerkzaamheden een beloning heeft ontvangen die een onkostenvergoeding dan wel vacatiegeld te boven gaat. Dat deze beloningen de verdachte op indirecte wijze zijn toegekomen, namelijk middels het ontvangen van winstuitkeringen van [bedrijf 1] N.V. (waarvan de uitbetalingen voor verrichte bestuurswerkzaamheden tegen commercieel tarief ten onrechte onderdeel uitmaakten), doet aan dat oordeel niet af. De indirecte wijze van declareren van een beloning voor bestuurswerkzaamheden maakt immers dat van de ontvangst van een beloning de facto wel degelijk sprake is, waardoor het hof de door de verdachte gecreëerde schijn heeft mogen negeren en heeft kunnen oordelen dat de ANBI-aanvragen intellectueel vals zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">54.</span>Verder kan uit de bewijsvoering naar mijn mening genoegzaam worden afgeleid dat de verdachte opzet heeft gehad op het valselijk opmaken van de ANBI-aanvragen. Hetgeen de stellers van het middel in dat kader naar voren brengen kan m.i. niet tot een ander oordeel leiden, met name gelet op de deskundigheid van de verdachte op het gebied van de fiscale ANBI-regelgeving.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">55.</span>Het middel faalt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Slotsom 56. De middelen falen en kunnen naar mijn inzicht worden afgedaan met een aan artikel 81 lid 1 RO ontleende overweging.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">57.</span>Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, waarmee de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM wordt overschreden. Dit dient tot vermindering van de door het hof opgelegde gevangenisstraf te leiden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">58.</span>Andere ambtshalve gronden die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven, heb ik niet aangetroffen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">59.</span>Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.</div>\n<p class=\"lf-p\">De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Pleitnota, randnummers 114-125.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stellers van het middel wijzen met name op de volgende – aan het hof voorgehouden – passage uit de verklaring van [belastingambtenaar] : “'Het klopt wel dat ik met mensen van TRAFI gesproken heb, ze waren niet bekend met ANBI en dat heb ik toen uitgelegd. Raadsman vraagt of zij aangaven wat het doel van het onderzoek was. Dat is niet besproken maar het leek mij wel duidelijk na de bevindingen die ik had gedaan. Het was mij namelijk niet duidelijk waarvoor bepaalde bedragen werden gedeclareerd aan en betaald door de stichting. Raadsman vraagt of het doel iets anders geweest kan zijn dan verkrijgen van meer duidelijkheid zoals iets strafrechtelijks. Ja, het had niets met de ANBI-status an sich te maken.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een helder overzicht van de problematiek van de uitoefening (en eventueel het misbruik) van controlebevoegdheden in gevallen van concursie c.q. successie van fiscaal toezichtonderzoek en strafvorderlijk opsporingsonderzoek verwijs ik graag naar: G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, bewerkt door M.J. Borgers en T. Kooijmans, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 363-376 (paragraaf IX.15, ‘Gebruik van controlebevoegdheden ten behoeve van de opsporing’), naar: M.J.J.P. Luchtman, Grensoverschrijdende sfeercumulatie. Over de handhavingssamenwerking tussen financiële toezichthouders, fiscale autoriteiten en justitiële autoriteiten in EU-verband (diss. Utrecht), Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2007, p. 133-141, en naar het nog steeds lezenswaardige P.J. Wattel, Fiscaal straf- en strafprocesrecht (Fiscale Studieserie nr. 25), Deventer: Uitgeverij FED 1989, met name p. 319-332, waarin de auteur het verschil tussen de ‘opsporingssfeer’ en de ‘controlesfeer’ bespreekt, vervolgens de (in de eerste druk uit 1985 nog ontbrekende) termen ‘sfeerovergang’ en ‘sfeercumulatie’ munt en de materie – op een hem kenmerkende wijze – voorziet van commentaar. Aangezien het hof het verweer, zoals gezegd, op feitelijke gronden passeert, laat ik het bij deze verwijzingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arrest hof, p. 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arrest hof, p. 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arrest hof, p. 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , dossierpagina’s 517-528.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal beschrijving [stichting 1] , dossierpagina’s 110-117; proces-verbaal beschrijving [stichting 2] , dossierpagina’s 118-125; proces-verbaal beschrijving [stichting 3] , dossierpagina’s 126-132; proces-verbaal [stichting 4] , dossierpagina’s 133-138; uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel betreffende voornoemde vier stichtingen, dossierpagina’s 1175-1194; oprichtingsakten [stichting 2] , dossierpagina’s 875-879, [stichting 3] , dossierpagina’s 887-892, [stichting 4] , dossierpagina’s 898-902.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal aanvangs-proces-verbaal d.d. 11 september 2014, dossierpagina’s 15-31, in het bijzonder dossierpagina 18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Letter of wishes d.d. 18 januari 2005 van [betrokkene 6] aan de besturen van [stichting 1] en [stichting 2] , dossierpagina 1171.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van [betrokkene 7] d.d. 6 november 2012, dossierpagina 1200.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , dossierpagina’s 517-528; proces-verbaal van bevindingen beschrijving [verdachte] , dossierpagina 81.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 1] , dossierpagina 734; proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 16] , dossierpagina 743; processen-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 25] , dossierpagina’s 780 en 791; proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 18] , dossierpagina 824 en proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, derde meervoudige kamer voor strafzaken, tevens fiscale fraudekamer, van 5 juli 2022, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, derde meervoudige kamer voor strafzaken, tevens fiscale fraudekamer, van 5 juli 2022, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Urenverantwoording van [verdachte] , zoals op 11 februari 2013 door de Belastingdienst ontvangen van [bedrijf 1] N.V., dossierpagina 2068.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof begrijpt: N.V. [bedrijf 4] ’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal beschrijving [betrokkene 2] , p. 428-429; proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , dossierpagina’s 589-591; proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 26], dossierpagina’s 698-699; proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 12] , dossierpagina’s 660-661; proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, derde meervoudige kamer voor strafzaken, tevens fiscale fraudekamer, van 5 juli 2022, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal beschrijving [betrokkene 2] , p. 433; proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , dossierpagina’s 608; uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel betreffende [bedrijf 2] B.V., dossierpagina’s 1172-1173.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 27 januari 2009, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 1] , dossierpagina 1641.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 14 mei 2009, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 1] , dossierpagina 1670.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 21 januari 2011, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 1] , dossierpagina 1824.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 19 december 2011, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 1] , dossierpagina 1925.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 30 september 2008, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 3] , dossierpagina 1611.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 16 november 2009, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 3] , dossierpagina 1721.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 3 mei 2010, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 3] , dossierpagina 1754.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 24 oktober 2011, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 3] , dossierpagina 1907.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 5 augustus 2008, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 2] , dossierpagina 1584.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 28 januari 2010, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 2] , dossierpagina 1726.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 15 november 2010, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 2] , dossierpagina 1818.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 22 maart 2011, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 2] , dossierpagina 1869.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 31 maart 2008, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 4] , dossierpagina 1550.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d, 22 juni 2009, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 4] , dossierpagina 1697.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 25 mei 2010, van [bedrijf 1] N.V. aan [stichting 4] , dossierpagina 1793.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 12 juli 2011, van [bedrijf 1] aan [stichting 4] , dossierpagina 1887.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 22 mei 2012, van [bedrijf 1] aan [stichting 4] , dossierpagina 1944.</p>\n<p class=\"lf-p\">Declaratie voor honorarium en verschotten d.d. 16 juli 2012, van [bedrijf 1] aan [stichting 4] , dossierpagina 1949.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvangsproces-verbaal, dossierpagina 19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van ambtshandeling selectie facturen [bedrijf 1] en [bedrijf 2], dossierpagina 155.</p>\n<p class=\"lf-p\">Processen-verbaal van verhoor [verdachte] , dossierpagina’s 526 en 542.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor [verdachte] , dossierpagina 540.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor [verdachte] , dossierpagina’s 564 en 565.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor [verdachte] , dossierpagina 553.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 9] , dossierpagina’s 792-797.</p>\n<p class=\"lf-p\">Urenverantwoording van [verdachte] over de jaren 2008 tot en met september 2009, dossierpagina 2068.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch; derde meervoudige kamer voor strafzaken, tevens fiscale fraudekamer, van 5 juli 2022, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Rapport Deloitte, vide dossierpagina’s 1469, 1299 e.v., in verbinding met dossierpagina 31.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, derde meervoudige kamer voor strafzaken, tevens fiscale fraudekamer, van 5 juli 2022, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van [verdachte] , dossierpagina 551; processen-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , dossierpagina’s 594 en 621; proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 8] , dossierpagina 649.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 9] , dossierpagina’s 797.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , dossierpagina 542.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , dossierpagina 547.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 8] , dossierpagina 640.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , dossierpagina 570.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , dossierpagina’s 603 en 605.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , dossierpagina’s 603 en 612.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , dossierpagina 613.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , dossierpagina 636.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , dossierpagina 541.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 8] , dossierpagina 650.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch op 29 en 30 augustus 2018, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, derde meervoudige kamer voor strafzaken, tevens fiscale fraudekamer, van 5 juli 2022, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">E-mailbericht van [betrokkene 13] d.d. 29 oktober 2004 aan [betrokkene 27] en [betrokkene 28] van [bedrijf 1] N.V., dossierpagina 1994.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brief van [betrokkene 14] en [betrokkene 15] van [bedrijf 1] N.V. d.d. 22 maart 2005 aan de verdachte, dossierpagina’s 1995-1996.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brief van [betrokkene 13] d.d. 6 april 2005 aan de verdachte, dossierpagina’s 1986-1988.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brief van verdachte d.d. 10 april 2005 aan [betrokkene 13] van [bedrijf 1] N.V., dossierpagina’s 1982-1983.</p>\n<p class=\"lf-p\">Notitie van [betrokkene 13] d.d. 10 januari 2006 van [bedrijf 1] N.V., dossierpagina’s 1980-1981.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 16] , dossierpagina 743.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , dossierpagina 593.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 19] , dossierpagina 763.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , dossierpagina 570.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 19] , dossierpagina 760 en 761.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 20] , dossierpagina 668.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 20] , dossierpagina 671.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 41a, eerste lid, sub e, van de Uitvoeringsregeling inkomsten 2001 (versie geldend vanaf 1 januari 2008).</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 41a, eerste lid, sub i, onder 1, van de Uitvoeringsregeling inkomsten 2001 (versie geldend vanaf 1 januari 2008).</p>\n<p class=\"lf-p\">Nota van Toelichting op de Wijziging Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 en Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, Stcrt. 2007, 28, p. 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvangsproces-verbaal, dossierpagina 19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook de Urenverantwoording van [verdachte] over de jaren 2008 tot en met september 2009, dossierpagina 2068.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal beschrijving [stichting 2] , dossierpagina 121, oprichtingsakte [stichting 2], dossierpagina’s 875-879, in het bijzonder dossierpagina 876.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal beschrijving [stichting 4] , dossierpagina 136, oprichtingsakte [stichting 4] , dossierpagina’s 898-902, in het bijzonder dossierpagina 899.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 41a, lid I, onderdeel g Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001; proces-verbaal verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 24 mei 2016 van getuige [belastingambtenaar] , p. 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor rechter-commissaris d.d. 31 augustus 2016 van getuige [betrokkene 22] , p. 2 en proces-verbaal verhoor rechter-commissaris d.d. 13 september 2016 van getuige [betrokkene 23] , p. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor rechter-commissaris d.d. 30 augustus 2016 van getuige [betrokkene 24] , p. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de urenverantwoording van de verdachte volgens het rapport van Deloitte, dossierpagina’s 1469, 1299 e.v., in verbinding met dossierpagina 31, zoals hiervoor overwogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , dossierpagina 572.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, derde meervoudige kamer voor strafzaken, tevens fiscale fraudekamer, van 5 juli 2022, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 41a, eerste lid, sub e, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 41a, eerste lid, sub i, onder 1, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag status Algemeen nut beogende instelling inzake [stichting 1] d.d. 29 juni 2007, dossierpagina’s 2077-2078.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag status Algemeen nut beogende instelling inzake [stichting 2] d.d. 29 juni 2007, dossierpagina’s 2081-2082.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag status Algemeen nut beogende instelling inzake [stichting 3] d.d. 29 juni 2007, dossierpagina’s 2079-2080.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag status Algemeen nut beogende instelling inzake [stichting 4] d.d. 29 juni 2007, dossierpagina’s 2083-2084.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, derde meervoudige kamer voor strafzaken, tevens fiscale fraudekamer, van 5 juli 2022, voor zover inhoudende de verklaring van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 3 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2542.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ‘vervalsen’ wordt een bestaand geschift zodanig gewijzigd dat het daarna vals is; J.P. Cnossen, in: T&amp;C Strafrecht, aant. 18 en 20 bij art. 225 Sr (actueel tot en met 1 oktober 2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">F.C. Bakker, Valsheid in geschrift, Arnhem: Gouda Quint 1985, p. 83-84; E.J. Hofstee, in: Noyon/Langemeijer/Remmelink Strafrecht, aant. 4.3 bij art. 225 Sr (actueel tot en met 14 januari 2017); J.P. Cnossen, in: T&amp;C Strafrecht, aant. 18 bij art. 225 Sr (actueel tot en met 1 oktober 2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">J.P. Cnossen, in: T&amp;C Strafrecht, aant. 18 onder a bij art. 225 Sr (actueel tot en met 1 oktober 2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. E.J. Hofstee, in: Noyon/Langemeijer/Remmelink Strafrecht, aant. 4.3 bij art. 225 Sr (actueel t/m 14 januari 2017).</p>\n<p class=\"lf-p\">H.J. Smidt, Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht (1881-1886), Deel II, Haarlem: H.D. Tjeenk Willink 1891, p. 253.</p>\n<p class=\"lf-p\">Telkens HR 21 april 2020, met als ECLI-nummers: ECLI:NL:HR:2020:571, ECLI:NL:HR:2020:572, ECLI:NL:HR:2020:573, ECLI:NL:HR:2020:575, ECLI:NL:HR:2020:577, ECLI:NL:HR:2020:578, ECLI:NL:HR:2020:580 en ECLI:NL:HR:2020:581.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie voor verdere verwijzingen o.a. E.J. Hofstee, in: Noyon/Langemeijer/Remmelink Strafrecht, aant. 4.1 bij art. 225 Sr (actueel tot en met 14 januari 2017).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een weergave van de relevante jurisprudentie is tevens te vinden in J.P. Cnossen, in: T&amp;C Strafrecht, aant. 18 bij art. 225 Sr (actueel tot en met 1 oktober 2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 22 februari 1977, NJ 1978, 20 en HR 9 oktober 1997, NJ 1980, 47.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot D.A.: HR 16 december 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9608.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe dit arrest moet worden begrepen, is niet duidelijk. Het kan zijn dat bedoeld is dat het enkele nalaten nog geen opzettelijk nalaten oplevert. Het kan ook zijn dat de Hoge Raad van oordeel was dat de bewijsmiddelen gegevens hadden moeten verschaffen over de vraag welke betekenis de kleine kring van professionele gebruikers van het systeem aan de niet-registratie toekenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na verwijzing is de verdachte andermaal veroordeeld, welk arrest eveneens aan de Hoge Raad is voorgelegd, HR 7 februari 2006, NJ 2007, 396, m.nt. D.H. de Jong. De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen weliswaar kon worden afgeleid dat de verdachte opzettelijk gegevens heeft verzwegen, maar niet dat hij opzettelijk de door het Hof vastgestelde rechtsplicht tot het naar waarheid opmaken van een proces-verbaal heeft geschonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2005 is deze Regeling vervangen door het Diergeneesmiddelenregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. in dit verband onderdeel 6.8 van de conclusie van Harteveld van 12 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:952, vóór HR 21 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:76 (Klimop). HR: art. 81.1 RO.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. HR 18 maart 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9271, NJ 1986/770: “De in het eerste middel voorts vervatte klacht betreffende het ontbreken van het bestanddeel ‘opzettelijk’ in de tenlastelegging ziet eraan voorbij dat valselijk opmaken in de zin van art. 225 eerste lid Sr het op die handeling gerichte opzet omvat”. Zie van meer recente datum HR 8 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:801, NJ 2021/230, r.o. 2.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arrest hof, p. 29.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien stond in de oprichtingsakten van de [stichting 2] en de [stichting 4] vermeld dat de bestuursleden geen vergoeding voor de door hen als zodanig verrichte werkzaamheden ontvangen. De verdachte heeft beide stichtingen opgericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arrest hof, p. 30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arrest hof, p. 31.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arrest hof, p. 32.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stellers van het middel verwijzen naar de pleitnotities in hoger beroep, randnummer 76, ondernummers 158-182.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arrest hof, p. 35.</p></div>", "next": 0}