{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt voorop dat de Hoge Raad heeft bepaald dat toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht een executoriale titel oplevert voor het verhaal op de beslagen aandelen (r.o. 3.5.7 van het arrest van 13 november 2015). Nu sprake is van een executoriale titel (om de executie te dulden, vgl. artikel 435 lid 3 Rv) is deze specifieke verklaring voor recht naar het oordeel van de rechtbank vatbaar voor uitvoerbaar bij voorraad verklaring. De rechtbank ziet geen reden om aan de beslissing uitvoerbaarheid bij voorraad te onthouden. In het normale geval dat de beslaglegger (Yukos Capital) de eis in de hoofdzaak tegen de beslagene/beslagdebiteur (Yukos Oil) zou hebben kunnen instellen, zou toewijzing van de vordering uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard met de motivering dat Yukos Capital er recht op en belang bij heeft het aanzienlijke aan haar verschuldigde bedrag daadwerkelijk te ontvangen. De rechtbank ziet in de enkele omstandigheid dat Yukos Oil - buiten toedoen van Yukos Capital - heeft opgehouden te bestaan geen reden om in dit geval (nu de eis in de hoofdzaak is vervolgd tegen de derde-verkrijger van de beslagen aandelen) anders te oordelen over de uitvoerbaarheid bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.57.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook het verzoek om zekerheidstelling zal worden afgewezen. Verkoop van de inbeslaggenomen aandelen kan bovendien eerst plaatsvinden nadat daartoe verlof van deze rechtbank is verkregen (artikel 704 in samenhang met artikel 474g Rv). In die procedure kan eventueel als voorwaarde zekerheidsstelling worden bevolen, waarbij – gezien de te verwachten datum waarop de Hoge Raad uitspraak zal doen – mogelijk ook rekening kan worden gehouden met de uitkomst van de Halloween-procedure. proceskosten 4.58.</p>\n<p class=\"lf-p\">Promneftstroy zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Yukos Capital, voor zover deze zijn gemaakt in de procedure tegen Promneftstroy (dus vanaf de akte wijziging van eis van 30 december 2015). De kosten worden begroot op € 15.424,00 (4 punten van tarief VIII ad € 3.856,00). De explootkosten van de dagvaarding en het griffierecht blijven voor rekening van Yukos Capital nu deze kosten (evenals de beslagkosten) reeds waren gemaakt voordat de procedure werd vervolgd tegen Promneftstroy.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.59.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nakosten en de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zullen worden toegewezen zoals hierna, in de beslissing, zal worden vermeld. in de tussenkomst 4.60.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.54 is overwogen, heeft Promneftstroy haar hiervoor onder 3.3 weergegeven primaire vordering onder (i) op zichzelf terecht ingesteld, maar heeft zij daarbij geen belang meer. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en geoordeeld, zullen ook de hiervoor onder 3.3 weergegeven primaire vorderingen onder (ii) en (iii) en de aldaar weergegeven subsidiaire vordering worden afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.61.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten in de tussenkomst worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. in reconventie 4.62.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu in conventie is geoordeeld dat de vorderingen waarvoor het beslag is gelegd toewijsbaar zijn, is voor opheffing van het conservatoir beslag geen plaats. In het midden kan blijven of Yukos Capital in haar beslagrekest artikel 21 Rv heeft geschonden. Ook indien dat zo zou zijn, kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht. In de omstandigheden van dit geval is niet waarschijnlijk dat het beslagverlof niet zou zijn verleend indien de gegevens zouden zijn vermeld die Promneftstroy in het beslagrekest mist, zodat opheffing van het beslag de rechtbank niet geraden voorkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.63.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering in reconventie zal derhalve worden afgewezen. Promneftstroy zal worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie, aan de zijde van Yukos Capital tot op heden begroot op € 3.856,00 (factor 0,5 x 2 punten van tarief VIII ad € 3.856,00).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.64.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nakosten en de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zullen worden toegewezen zoals hierna, in het dictum, zal worden vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">5De beoordeling in de incidenten 5.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het schorsingsincident is hiervoor onder 3.13 reeds afgedaan. Het bevoegdheidsincident is hiervoor onder 4.1 tot en met 4.5 reeds afgedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in hoofdstuk 5 van de incidentele conclusie van 16 maart 2016 van Promneftstroy vermelde bescheiden zijn de volgende: a. volledig zichtbare afschriften van gepubliceerde en niet gepubliceerde ongeconsolideerde en geconsolideerde jaarstukken van Yukos Capital vanaf 2003 tot en met 16 maart 2016; b. volledig zichtbare afschriften van gepubliceerde en niet gepubliceerde ongeconsolideerde jaarstukken van Yukos Oil vanaf 2003 tot aan faillissement, zoals die zijn opgesteld (i) onder de Russische accountancyregels en (ii) onder de generally accepted accounting principles (GAAP); c. volledig zichtbare afschriften van bankafschriften van Yukos Capital met betrekking tot de betaling van de Yukos Capital leningen aan Yukos Oil en de financiering hiervan met aan Yukos Capital ‘back-to-back’ door andere leden van de Yukos Oil groep geleende en betaalde bedragen; d. volledig zichtbare afschriften van alle leningsovereenkomsten waarin de gestelde Yukos Capital leningen aan Yukos Oil als de te financieren sublening worden aangemerkt en waarin de voorwaarden staan inzake de terugbetaling ervan; e. alle vergunningen en aanvragen daartoe die door de Russische Centrale Bank en/of andere overheidsinstellingen zijn verstrekt en die verband houden met de litigieuze Yukos Capital leningen; f. Het volledige procesdossier van de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van 19 juli 2016 en de daartegen door Yukos Capital – tevergeefs – ingestelde beroepen. g. Het volledige procesdossier van de tweede renvooiprocedure. h. De volledige procesdossiers van de Russische zaken met zaaknummers A40-24173/07-88-97 en A40-24172/07-88-96.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank roept in herinnering (zie hiervoor onder 3.10) dat Promneftstroy haar eis heeft vermeerderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in hoofdstuk 4 van de incidentele conclusie van 3 mei 2017 van Promneftstroy vermelde bescheiden zijn de volgende: a. Documenten waaruit blijkt tegen welke partij Promneftstroy procedeert. b. Bewijs van een rechtsgeldige overgang van de litigieuze leningen, zoals een overeenkomst tussen Yukos Capital en de vennootschap waarop de litigieuze leningen zijn overgegaan en een document waarin mededeling van de crediteurwisseling wordt gedaan aan de leningnemer; c. De akte van fusie of andere documenten waaruit blijkt in welke vennootschap Yukos Capital beweerdelijk is gefuseerd en waar deze vennootschap is gevestigd. d. Documenten waaruit blijkt wie de bestuurders en aandeelhouders zijn van de vennootschap waarin Yukos Capital is gefuseerd, zoals een aandeelhoudersovereenkomst, statuten, aandeelhoudersregister, bestuurdersregister, aanstellingsbesluiten van de bestuurders, ongeconsolideerde en geconsolideerde jaarstukken vanaf 2015 tot en met 3 mei 2017, notulen van bestuursvergaderingen, notulen van aandeelhoudersvergaderingen. e. Bewijs dat de vennootschap waarin Yukos Capital is gefuseerd tot de Yukos Finance Groep behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is met Yukos Capital van oordeel dat de vermeerdering van eis (zie hiervoor onder 5.2, slot) in strijd is met de eisen van een goede procesorde en daarom buiten beschouwing moet worden gelaten. De onderhavige procedure heeft jarenlang geduurd. Vele en zeer omvangrijke processtukken en dito producties zijn ingediend. Daarin zijn, naar moet worden aangenomen, alle redelijkerwijs in aanmerking komende argumenten naar voren gebracht. Niet aanvaardbaar is dat tijdens de afrondende pleidooien het zoeklicht dan nog eens wordt gericht op een niet eerder genoemde procedure die volgens Promneftstroy zelf reeds enkele jaren geleden is afgerond. Promneftstroy licht ook niet voldoende concreet toe waarom zij die procedure niet eerder kon aankaarten. De enkele opmerking dat zij hiermee pas recent bekend is geworden is daarvoor onvoldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de overige hiervoor onder 5.2 vermelde bescheiden overweegt de rechtbank als volgt. Aan Promneftstroy kan worden toegegeven dat het arrest van de Hoge Raad van 13 november 2015 haar in een bijzondere processuele positie heeft geplaatst. Daar staat tegenover dat Promneftstroy reeds in haar eerste processtuk, de van 4 maart 2009 daterende incidentele conclusie tot tussenkomst ex artikel 217 Rv, naar voren heeft gebracht dat zij “stellig van mening” was dat de vordering van Yukos Capital op Yukos Oil niet bestond. Promneftstroy heeft die mening vervolgens gehandhaafd en met argumenten en producties toegelicht en onderbouwd. In die zin is de positie van Promneftstroy door het arrest van de Hoge Raad niet wezenlijk veranderd. Er is dan ook geen aanleiding om Promneftstroy in het kader van het onderhavige incident bijzondere aanspraken toe te kennen. Een deel van de door Promneftstroy verlangde bescheiden is in het voorgaande reeds behandeld en afgedaan. Voor het overige weerlegt Promneftstroy niet voldoende het verweer van Yukos Capital dat zij (van de verlangde bescheiden) alle haar ter beschikking staande bescheiden in het geding heeft gebracht. Promneftstroy maakt voorts, tegenover de gemotiveerde betwisting van Yukos Capital, niet voldoende duidelijk welk rechtmatig belang zij heeft bij de volgens haar nog ontbrekende bescheiden. De vordering zal worden afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de hiervoor onder 5.3 vermelde bescheiden verwijst de rechtbank naar de rolbeslissing van 12 juli 2018 en naar hetgeen hiervoor onder 4.49 en 4.50 is overwogen over de fusie. Promneftstroy maakt, tegenover de gemotiveerde betwisting van Yukos Capital, niet voldoende duidelijk welk rechtmatig belang zij thans nog heeft bij de volgens haar nog ontbrekende bescheiden. De vordering zal worden afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het incident strekkende tot het stellen van zekerheid door Yukos Capital dient nog te worden beslist over de proceskosten; zie hiervoor onder 3.9. Promneftstroy weerlegt niet voldoende het verweer van Yukos Capital dat dit incident onnodig was omdat zij, Yukos Capital, van de aanvang af bereid was tot het stellen van de door Promneftstroy verlangde zekerheid (en daartoe ook daadwerkelijk is overgegaan).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Promneftstroy zal, als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld zowel in de kosten van het in 2016 door haar geopende incident als in de kosten van het in 2017 door haar geopende incident, tot dit vonnis aan de zijde van Yukos Capital in beide gevallen begroot op EUR 543,00. De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals hierna, in de beslissing, zal worden vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6De beslissing De rechtbank: in de incidenten 6.1. wijst de incidentele vorderingen van Promneftstroy af, 6.2. veroordeelt Promneftstroy in de proceskosten van de incidenten, aan de zijde van Yukos Capital begroot op EUR 1.086,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de veertiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling, in conventie 6.3. verklaart Yukos Capital niet-ontvankelijk in haar rechtsvordering jegens Yukos Oil, 6.4. verklaart voor recht dat de vordering van Yukos Capital uit de leningsovereenkomsten zoals omschreven in paragraaf 4 van de dagvaarding tot betaling van USD 355.000.000 plus RUB 79.301.105.902 aan hoofdsom, vermeerderd met de overeengekomen rente en boeterente zoals gespecificeerd in paragraaf 10 van de dagvaarding, toewijsbaar is, 6.5. verklaart voor recht dat Yukos Capital ter voldoening van haar vordering omschreven in 6.4 van dit dictum verhaal kan nemen op de door haar beslagen aandelen in Yukos Finance, 6.6. veroordeelt Promneftstroy in de proceskosten, aan de zijde van Yukos Capital tot op heden begroot op € 15.424,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de veertiende dag na de datum van dit vonnis, in reconventie 6.7. wijst de vordering af, 6.8. veroordeelt Promneftstroy in de proceskosten, aan de zijde van Yukos Capital tot op heden begroot op € 3.856,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de veertiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling, in de tussenkomst 6.9. wijst de vorderingen af, 6.10. compenseert de kosten van het geding in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt, in conventie, in reconventie en in de incidenten 6.11. veroordeelt Promneftstroy in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Promneftstroy niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten vanaf veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening, 6.12. verklaart dit vonnis wat betreft 6.2, 6.4, 6.5, 6.6, 6.8 en 6.11 uitvoerbaar bij voorraad, 6.13. wijst het meer of anders gevorderde af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, mr. C. Bakker en mr. M.E.M. James-Pater, bijgestaan door mr. A.A.J. Wissink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2018.</p></div>", "next": 0}