{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Benadeelde partij [naam bedrijf BVBA] heeft een formulier ingediend met daarop een totale vordering van € 80.000,- voor vergoeding van materiële schade, € 35.000,- voor immateriële schade en € 1.452,- voor advocaatkosten. Uit het dossier blijkt dat de benadeelde partij € 80.000,-heeft ingelegd en de rechtbank zal de vordering toewijzen tot dit bedrag. Zij zal [naam bedrijf BVBA] voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. [naam bedrijf BVBA] heeft niet gesteld en/of onderbouwd dat er sprake is van omstandigheden die maken dat gesproken kan worden van immateriële schade in de zin van artikel 6:106 lid 1 BW. Zij heeft ook een vergoeding voor proceskosten gevorderd van € 1.452,-. De rechtbank zal een vergoeding voor proceskosten toewijzen conform het liquidatietarief IV van de rechtbanken. Dit komt neer op een bedrag van € 1.214,- voor het indienen van de vordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor alle toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen 23, 25, 31, 32, 33, 35, 38, 39, 45 en 52 geldt dat deze worden vermeerderd met de wettelijke rente, dat de rechtbank deze vorderingen hoofdelijk toewijst en dat de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk oplegt. Ook geldt voor de benadeelde partijen 23, 25, 31, 32, 35, 38, 39 en 45 dat verdachte hoofdelijk wordt veroordeeld in de kosten die deze benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">12Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 28, 31, 33, 33a, 36f, 47, 57, 60a, 225, 321, 322, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">13Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewezen verklaarde levert op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 1: medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 2: medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd en medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 3: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd en medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 4: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 5: van het medeplegen van witwassen een gewoonte maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 6: medeplegen van valsheid in geschrift, en valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart het bewezene strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beveelt dat de tijd, die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontzet [verdachte] van de uitoefening van het beroep van statutair bestuurder of feitelijk bestuurder van enige rechtspersoon als bedoeld in artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van 5 (vijf) jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart verbeurd:</p>\n<p class=\"lf-p\">1: 2.130,- EUR, IBG d.d. 10-09-2019 2: 1 STK personenauto, [kenteken] , verkocht, opbrengst: € 10.101,77 3: 1 STK vorderingen, 778,18, [bankrekening] t.n.v. [verdachte] , ABN AMRO bank 4: 1 STK vorderingen, 60.515,80, [bankrekening] t.n.v. [verdachte] , ABN AMRO bank Verklaart de benadeelde partijen [persoon 28] , [persoon 29] , [persoon 19] en [benadeelde partij 9] , [persoon 30] , [persoon 14] en [persoon 22] , [persoon 31] , [persoon 32] en [persoon 33] , [persoon 34] , [persoon 35] , [persoon 18] , [persoon 36] , [persoon 37] , [persoon 38] , [persoon 39] , [persoon 40] , [persoon 41] , [persoon 42] , [persoon 43] , [persoon 44] en [persoon 45] niet-ontvankelijk in hun vorderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat deze benadeelde partijen en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 10] toe tot een bedrag van € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 10] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 10] , aan de Staat € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 11] toe tot een bedrag van € 10.000,- (tienduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (13 januari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 11] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 11] , aan de Staat € 10.000,- (tienduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (13 januari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 11] toe tot een bedrag van € 10.000,- (tienduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 11] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 11] , aan de Staat € 10.000,- (tienduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 2] toe tot een bedrag van € 20.000,- (twintigduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 april 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 2] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 2] , aan de Staat € 20.000,- (twintigduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 april 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 13 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 12] toe tot een bedrag van € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 april 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 12] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 12] , aan de Staat € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 april 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 13] toe tot een bedrag van € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (27 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 13] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 13] , aan de Staat € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (27 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 26] toe tot een bedrag van € 1.030,- (duizend dertig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 26] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 26] , aan de Staat € 1.030,- (duizend dertig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 14] toe tot een bedrag van € 10.000,- (tienduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (25 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 14] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 14] , aan de Staat € 10.000,- (tienduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (25 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 24] toe tot een bedrag van € 5.150,- (vijfduizend honderdvijftig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 24] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 24] , aan de Staat € 5.150,- (vijfduizend honderdvijftig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 15] toe tot een bedrag van € 10.300,-(tienduizend driehonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 15] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 15] , aan de Staat € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 16] toe tot een bedrag van € 2.575,- (tweeduizend vijfhonderdvijfenzeventig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 16] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 16] , aan de Staat € 2.575,- (tweeduizend vijfhonderdvijfenzeventig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 17] toe tot een bedrag van € 7.725,- (zevenduizend zevenhonderdvijfentwintig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (11 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 17] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 17] , aan de Staat € 7.725,- (zevenduizend zevenhonderdvijfentwintig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (11 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 23] toe tot een bedrag van € 2.575,- (tweeduizend vijfhonderdvijfenzeventig) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 mei 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 23] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 23] , aan de Staat € 2.575,- (tweeduizend vijfhonderdvijfenzeventig) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 mei 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 25] toe tot een bedrag van € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 25] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij [persoon 25] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 25] , aan de Staat € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 18] toe tot een bedrag van € 3.000,- (drieduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (25 februari 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 18] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 18] , aan de Staat € 3.000,- (drieduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (25 februari 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 12] toe tot een bedrag van € 20.000,- (twintigduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (18 januari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 12] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 12] aan de Staat € 20.000,- (twintigduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (18 januari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 13 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 10.000,- (tienduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering voor het overige af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat € 10.000,- (tienduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 1] toe tot een bedrag van € 208.100,- (tweehonderdachtduizend en honderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 30.000,- met ingang van 15 december 2018; over een bedrag van € 61.000,- met ingang van 6 februari 2019; over een bedrag van € 33.750,- met ingang van 4 maart 2019; over een bedrag van € 83.350,- met ingang van 7 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering voor het overige af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 1] aan de Staat € 208.100,- (tweehonderdachtduizend en honderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 30.000,- met ingang van 15 december 2018; over een bedrag van € 61.000,- met ingang van 6 februari 2019; over een bedrag van € 33.750,- met ingang van 4 maart 2019; over een bedrag van € 83.350,- met ingang van 7 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 134 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] toe tot een bedrag van € 10.000,- (tienduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 november 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 3] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 3] aan de Staat € 10.000,- (tienduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 november 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] toe tot een bedrag van € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 4] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 614,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering voor het overige af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 4] aan de Staat € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] toe tot een bedrag van € 21.000,- (eenentwintigduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 17 januari 2019; over een bedrag van € 11.000,- met ingang van 17 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 5] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 5] aan de Staat € 21.000,- (eenentwintigduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 17 januari 2019; over een bedrag van € 11.000,- met ingang van 17 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 14 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] toe tot een bedrag van € 4.120,- (vierduizend honderdtwintig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 6] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering voor het overige af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 6] aan de Staat € 4.120,- (vierduizend honderdtwintig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] toe tot een bedrag van € 40.000,- (veertigduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 7] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 7] aan de Staat € 40.000,- (veertigduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 26 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8] toe tot een bedrag van € 30.540,- (dertigduizend vijfhonderdveertig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.090,- met ingang van 28 januari 2016; over een bedrag van € 15.450,- met ingang van 26 februari 2016; over een bedrag van € 10.300,- met ingang van 29 maart 2016; over een bedrag van € 1.700,- met ingang van 7 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 8] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 8] aan de Staat € 30.540,- (dertigduizend vijfhonderdveertig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.090,- met ingang van 28 januari 2016; over een bedrag van € 15.450,- met ingang van 26 februari 2016; over een bedrag van € 10.300,- met ingang van 29 maart 2016; over een bedrag van € 1.700,- met ingang van 7 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam bedrijf BVBA] toe tot een bedrag van € 80.000,- (tachtigduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 april 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [naam bedrijf BVBA] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 1.214,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [naam bedrijf BVBA] aan de Staat € 80.000,- (tachtigduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 52 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.E. van der Pol, voorzitter, mrs. F.J. Lourens en H.J. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.M. Steenbakkers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2024.</p></div>", "next": 0}