{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 22] toe tot een bedrag van € 1.030,- (duizend dertig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 22] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 22] , aan de Staat € 1.030,- (duizend dertig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 36] toe tot een bedrag van € 10.000,- (tienduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (25 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 36] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 36] , aan de Staat € 10.000,- (tienduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (25 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 20] toe tot een bedrag van € 5.150,- (vijfduizend honderdvijftig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 20] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 20] , aan de Staat € 5.150,- (vijfduizend honderdvijftig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 37] toe tot een bedrag van € 10.300,-(tienduizend driehonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 37] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 37] , aan de Staat € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 38] toe tot een bedrag van € 2.575,- (tweeduizend vijfhonderdvijfenzeventig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 38] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 38] , aan de Staat € 2.575,- (tweeduizend vijfhonderdvijfenzeventig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 39] toe tot een bedrag van € 7.725,- (zevenduizend zevenhonderdvijfentwintig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (11 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 39] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 39] , aan de Staat € 7.725,- (zevenduizend zevenhonderdvijfentwintig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (11 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 14] toe tot een bedrag van € 2.575,- (tweeduizend vijfhonderdvijfenzeventig) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 mei 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 14] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 14] , aan de Staat € 2.575,- (tweeduizend vijfhonderdvijfenzeventig) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 mei 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 21] toe tot een bedrag van € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 21] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij [persoon 21] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 21] , aan de Staat € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 juli 2018)tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 40] toe tot een bedrag van € 3.000,- (drieduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (25 februari 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 40] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 40] , aan de Staat € 3.000,- (drieduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (25 februari 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 19] toe tot een bedrag van € 20.000,- (twintigduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (18 januari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 19] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [persoon 19] aan de Staat € 20.000,- (twintigduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (18 januari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 13 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] toe tot een bedrag van € 10.000,- (tienduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 3] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering voor het overige af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 3] aan de Staat € 10.000,- (tienduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 208.100,- (tweehonderdachtduizend en honderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 30.000,- met ingang van 15 december 2018; over een bedrag van € 61.000,- met ingang van 6 februari 2019; over een bedrag van € 33.750,- met ingang van 4 maart 2019; over een bedrag van € 83.350,- met ingang van 7 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering voor het overige af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat € 208.100,- (tweehonderdachtduizend en honderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 30.000,- met ingang van 15 december 2018; over een bedrag van € 61.000,- met ingang van 6 februari 2019; over een bedrag van € 33.750,- met ingang van 4 maart 2019; over een bedrag van € 83.350,- met ingang van 7 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 134 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] toe tot een bedrag van € 10.000,- (tienduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 november 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 5] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 5] aan de Staat € 10.000,- (tienduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 november 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] toe tot een bedrag van € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 6] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 614,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering voor het overige af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 6] aan de Staat € 10.300,- (tienduizend driehonderd euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] toe tot een bedrag van € 21.000,- (eenentwintigduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 17 januari 2019; over een bedrag van € 11.000,- met ingang van 17 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 7] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 7] aan de Staat € 21.000,- (eenentwintigduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 17 januari 2019; over een bedrag van € 11.000,- met ingang van 17 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 14 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 9] toe tot een bedrag van € 4.120,- (vierduizend honderdtwintig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 9] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering voor het overige af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 9] aan de Staat € 4.120,- (vierduizend honderdtwintig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 juni 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 10] toe tot een bedrag van € 40.000,- (veertigduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 10] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 10] aan de Staat € 40.000,- (veertigduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 december 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 26 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 11] toe tot een bedrag van € 30.540,- (dertigduizend vijfhonderdveertig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.090,- met ingang van 28 januari 2016; over een bedrag van € 15.450,- met ingang van 26 februari 2016; over een bedrag van € 10.300,- met ingang van 29 maart 2016; over een bedrag van € 1.700,- met ingang van 7 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 11] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 11] aan de Staat € 30.540,- (dertigduizend vijfhonderdveertig euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.090,- met ingang van 28 januari 2016; over een bedrag van € 15.450,- met ingang van 26 februari 2016; over een bedrag van € 10.300,- met ingang van 29 maart 2016; over een bedrag van € 1.700,- met ingang van 7 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam bedrijf BVBA] toe tot een bedrag van € 80.000,- (tachtigduizend euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (10 april 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [naam bedrijf BVBA] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 1.214,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Legt verdachte hoofdelijk de verplichting op ten behoeve van [naam bedrijf BVBA] aan de Staat € 80.000,- (tachtigduizend euro) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 52 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.E. van der Pol, voorzitter, mrs. F.J. Lourens en H.J. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.M. Steenbakkers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2024.</p></div>", "next": 0}