{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Niet, althans niet voldoende, gesteld of gebleken is dat ICAM een winstoogmerk heeft. De enkele omstandigheid dat ICAM gevorderd heeft dat zij een eventueel resterend surplus aan schadevergoeding zal mogen behouden, kan in dit verband niet als voldoende worden aangemerkt. Die vordering zal immers nog door de rechtbank beoordeeld moeten worden. De enkele omstandigheid dat ICAM met haar procesfinancier een bepaald rendement is overeengekomen, maakt ook niet dat ICAM de commerciële belangen van de procesfinancier tot de hare heeft gemaakt. Het is algemeen aanvaard dat belangenbehartigers die een WAMCA-procedure instellen een procesfinancier inschakelen. Dat de procesfinancier een winstoogmerk heeft, betekent niet dat ICAM dat ook heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaarrekening (artikel 3:305a lid 5 BW) 5.15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de door GGD GHOR en de GGD’en c.s. aangevoerde omstandigheid dat ICAM (nog) geen jaarrekening heeft opgesteld, althans gepubliceerd, wordt voorbijgegaan. Artikel 3:305a lid 5 BW schrijft geen publicatie van de jaarrekening voor. Daarnaast blijkt uit artikel 1018c lid 1 onder d en uit artikel 1018c lid 5 onder a Rv dat het opstellen van een jaarrekening niet behoort tot de ontvankelijkheidseisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie met betrekking tot de ontvankelijkheid van ICAM zelf 5.16.</p>\n<p class=\"lf-p\">ICAM is ontvankelijk. Omdat ICAM de enige eiser is in deze zaak zal zij worden aangewezen als exclusieve belangenbehartiger.De vertegenwoordigde groepen personen (groep A en groep B) zullen worden vastgesteld zoals onder I gevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing over opt-out en opt-in wordt aangehouden, ICAM wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wenselijkheid van opt-out en opt-in gezien de in dit vonnis gegeven beslissingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien wat zal worden overwogen onder 5.21. zal de rechtbank de beslissing over wat de collectieve vordering precies inhoudt (art. 1018 e lid 2 Rv) aanhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inleiding tot de toetsing van de ontvankelijkheid van ICAM in de door haar ingestelde vorderingen 5.17.</p>\n<p class=\"lf-p\">De WAMCA geeft op verschillende plaatsen voorschriften met betrekking tot de ontvankelijkheid van de belangenorganisatie in de door haar ingestelde collectieve vordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allereerst in artikel 3:305a lid 1 BW: de belangen van de andere personen tot bescherming waarvan de collectieve vordering strekt, moeten gelijksoortig oftewel bundelbaar zijn. Voorts in artikel 1018c lid 5 onder b Rv (meerwaarde): inhoudelijke behandeling van de collectieve vordering vindt slechts plaats indien en nadat de rechter heeft beslist dat de eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voeren van deze collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van een individuele vordering doordat de te beantwoorden feitelijke en rechtsvragen in voldoende mate gemeenschappelijk zijn, het aantal personen tot bescherming van wier belangen de vordering strekt voldoende is en, indien de vordering strekt tot schadevergoeding, dat zij alleen dan wel gezamenlijk een voldoende groot financieel belang hebben. Ten slotte in artikel 1018c lid 5 onder c Rv (summierlijke ondeugdelijkheid): inhoudelijke behandeling van de collectieve vordering vindt slechts plaats indien en nadat de rechter heeft beslist dat niet summierlijk van de ondeugdelijkheid van de collectieve vordering blijkt op het moment waarop het geding aanhangig wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierna komen achtereenvolgens aan de orde (i) de gedaagden, (ii) de vorderingen strekkende tot schadevergoeding en (iii) de overige vorderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gedaagden 5.19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft allereerst vordering K.I.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.19.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4 onder 7) AVG definieert “verwerkingsverantwoordelijke” als “een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een andere orgaan die of dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt”. Het voegt daaraan toe dat wanneer de doelstellingen van en de middelen voor deze verwerking in het Unierecht of het lidstatelijke recht worden vastgesteld, daarin kan worden bepaald wie de verwerkingsverantwoordelijke is of volgens welke criteria deze wordt aangewezen. Artikel 4 onder 8) AVG definieert “verwerker” als “een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat ten behoeve van de verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt”.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.19.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Staat betwist dat hij verwerkingsverantwoordelijke is. Volgens ICAM en GGD GHOR is dat wel het geval. GGD GHOR stelt daartoe dat zij CoronIT en HPZone Lite heeft ingericht conform de instructies van de Staat, zodat de Staat als verwerkingsverantwoordelijke moet worden beschouwd. Indien de Staat niet verwerkingsverantwoordelijk is, is hij niet aansprakelijk op grond van de AVG, omdat vast staat dat de Staat zelf de gegevens waarover het in dit geding gaat niet heeft verwerkt. De stelling van ICAM dat zij de aansprakelijkheid ook op onrechtmatige daad baseert leidt niet tot een ander oordeel, omdat als de Staat niet verwerkingsverantwoordelijke is er overigens geen gronden zijn om aan te nemen dat hij toch verantwoordelijkheid draagt voor onvoldoende beveiliging van de door GGD GHOR dan wel de GGD’en verwerkte persoonsgegevens met behulp van CoronIt en HPZone Lite.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de Staat geen verwerkingsverantwoordelijke is, betekent dit dat summierlijk van de ondeugdelijkheid van de collectieve vordering jegens de Staat blijkt (artikel 1018c lid 5 onder c Rv), zodat ICAM in deze vordering niet ontvankelijk is. De rechtbank zal de Staat en GGD GHOR op de voet van artikel 22 Rv bevelen bij akte bewijsstukken in het geding te brengen waaruit blijkt welke opdracht aan GGD GHOR is gegeven met betrekking tot het registreren van burgers ten behoeve van testen, vaccineren en bron- en contactonderzoek met betrekking tot Covid-19. ICAM en GGD GHOR c.s. zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld een antwoordakte te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.19.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">ICAM heeft in de dagvaarding geen omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat uit de op de wet gebaseerde verantwoordelijkheid van de gemeenten (gedaagden sub 33 en 34) en de veiligheidsregio’s (gedaagden sub 31 en 32) voor de bestrijding van infectieziekten ook kan worden afgeleid dat zij verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de AVG zijn voor de met behulp van CoronIT en HPZone Lite verwerkte persoonsgegevens. Vast staat dat zij ook niet zelf met behulp van CoronIT en HPZone Lite persoonsgegevens hebben verwerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De GGD’en c.s. hebben gesteld dat de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Amsterdam-Amstelland (gedaagde sub 6) en de GGD Gooi &amp; Vechtstreek (gedaagde sub 14) geen gegevens verwerkt hebben met CoronIt en HPZone Lite. ICAM heeft dat niet betwist. Dit alles leidt tot het oordeel dat summierlijk van de ondeugdelijkheid van de collectieve vorderingen jegens de veiligheidsregio’s, de gemeenten, de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Amsterdam-Amstelland en de GGD Gooi &amp; Vechtstreek blijkt (artikel 1018c lid 5 onder c Rv), zodat ICAM in deze vorderingen niet-ontvankelijk is. ICAM zal worden veroordeeld in de aan de zijde van deze gedaagden gevallen proceskosten. Voor de door de GGD’en c.s. gevorderde veroordeling van ICAM in de reële proceskosten bestaat geen grond. Dat het ICAM zonder meer duidelijk moest zijn dat zij jegens deze partijen geen enkele vordering kon hebben kan niet worden aangenomen, onder meer omdat de andere GGD’en zich wel bezig hielden met het verwerken van persoonsgegevens in verband met de coronapandemie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.19.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat ICAM jegens de gedaagden sub 6, 14, 31, 32, 33 en 34 niet ontvankelijk is, zal zij worden veroordeeld in de aan hun zijde gevallen proceskosten. Deze gedaagden zijn bijgestaan door dezelfde advocaat en hebben een gezamenlijk griffierecht betaald. De kosten aan de kant van deze partijen worden begroot op 6/29ste deel van EUR 17.233,00 (EUR 8.519,00 aan griffierecht en EUR 8.714,00 aan salaris advocaat (twee punten, tarief VIII)). Dit is EUR 3.565,49. Daarbij komt EUR 178,00 aan nakosten, te vermeerderen zoals in de beslissing is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorderingen strekkende tot schadevergoeding 5.20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft de vorderingen M en N.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van het datalek 5.20.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">ICAM en gedaagden zijn het oneens over de omvang van het datalek. Gedaagden erkennen dat er een datalek is geweest, personen die op rechtmatige wijze toegang hadden tot persoonsgegevens die konden worden geraadpleegd met behulp van CoronIT hebben die persoonsgegevens gefotografeerd, dan wel overgenomen of op andere wijze zich toegeëigend. Volgens gedaagden blijkt uit het politieonderzoek dat dit is gebeurd bij niet meer dan 1.373 personen. Volgens ICAM is er een datalek van veel grotere omvang; het gaat volgens haar om zowel CoronIT als HPZone Lite en voorts om de gegevens van tienduizenden personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">ICAM baseert zich voornamelijk op berichten van RTL, die gebaseerd zijn op contacten met personen die zeggen te beschikken over bij de GGD’en gestolen persoonsgegevens. Of de persoonsgegevens waarover die personen zeggen te beschikken daadwerkelijk afkomstig zijn uit de systemen van de GGD’en is nimmer vastgesteld, omdat RTL, die over een voorbeeldbestand zegt te hebben beschikt, dit heeft gewist.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover ICAM zich baseert op rapporten en dergelijke die hebben gecirculeerd bij GGD GHOR of de GGD’en is daar soms zijdelings sprake van een verondersteld datalek van grote omvang, maar deze bewijsstukken gaan daar niet over en zijn geen weerslag van daarnaar gedaan onderzoek, maar betreffen andere onderwerpen, zoals de uitfasering van HP Zone Lite of het IT assessment. Wat de bron is van de opmerkingen over het datalek en de omvang daarvan kan uit die stukken niet worden afgeleid, in ieder geval is dat niet een eigen onderzoek naar het datalek.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie van een anonieme ambtenaar over de bekendheid van de kwetsbaarheid van de systemen kan relevant zijn voor de vraag of voldoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen om een datalek te voorkomen, maar uit die mededelingen kan niets worden afgeleid over (de omvang van) het daadwerkelijk opgetreden datalek.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het enige onderzoek dat is gedaan naar het datalek is het politieonderzoek, waarin een aantal verdachten naar voren is gekomen. Deze verdachten zijn vervolgd en veroordeeld. Grootschalige diefstal van persoonsgegevens is uit dat onderzoek niet gebleken. Naar ICAM terecht stelt kan daaruit niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat er geen andere datadiefstal heeft plaatsgevonden dan die welke de politie heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaagden hebben er op gewezen dat als er daadwerkelijk gegevens van zoveel mensen buitgemaakt zouden zijn als ICAM stelt, er inmiddels wel veel meer gevallen van misbruik van die persoonsgegevens zouden zijn gebleken. ICAM heeft in haar processtukken de verklaringen opgenomen van zes personen die menen dat nadat zij hun gegevens aan de GGD hadden toevertrouwd, die gegevens bij derden terecht waren gekomen. Ter zitting daarnaar gevraagd kon ICAM niet zeggen of er ook personen zijn die hebben verklaard dat hun BSN door het coronadatalek in verkeerde handen is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel dit alles te denken geeft en bij een groot datalek gevolgen bij een groot aantal personen verwacht zouden mogen worden, zal de rechtbank er hierna bij de bespreking van de vorderingen tot schadevergoeding veronderstellenderwijs van uitgaan dat er behalve de gegevens van personen waarvan in het politieonderzoek is vastgesteld dat die gestolen zijn ook in CoronIT en HPZone Lite geregistreerde persoonsgegevens van een onbekend aantal andere personen in verkeerde handen terecht zijn gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Immateriële schade 5.20.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens ICAM lijden alle personen waarvan gegevens zijn geregistreerd in CoronIT en/of HPZone Lite immateriële schade. Zij allen zijn door het datalek de controle over hun persoonsgegevens verloren. Zij verkeren immers in onzekerheid over wat er met hun persoonsgegevens is gebeurd of zal gebeuren en of hun gegevens wel of niet gestolen zijn. Die vrees levert immateriële schade op. Van iedereen die bij de GGD’en in een van de systemen is geregistreerd zijn volgens ICAM de volgende gegevens vastgelegd: naam, adres, woonplaats, e-mailadres, telefoonnummer, BSN. Omdat alle leden van deze groep in dezelfde situatie verkeren zijn hun vordering volgens ICAM bundelbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaagden bestrijden dit. Zij menen dat er veel individuele omstandigheden zijn die voor de beoordeling van een vordering tot vergoeding van immateriële schade relevant zijn, zodat de vorderingen niet bundelbaar zijn. Zij noemen als relevante omstandigheden die voor de verschillende bij de GGD’en geregistreerde personen verschillen onder meer de volgende omstandigheden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de datadiefstal had betrekking op twee heel verschillende systemen, waarin van uiteenlopende personen verschillende soorten van gegevens zijn opgenomen, die voor heel verschillende doeleinden werden gebruikt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>niet steeds werden per persoon dezelfde gegevens geregistreerd,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de omvang en aard van de door de onderscheiden personen daadwerkelijk geleden schade is in vergaande mate afhankelijk van hun individuele en persoonlijke omstandigheden.</div>\n<p class=\"lf-p\">5.20.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht de omstandigheden waarin de personen in groep A verkeren in vergaande mate vergelijkbaar. Allen weten niet of hun gegevens mogelijk betrokken zijn bij een datalek en allen weten niet welke gegevens van hen in dat geval bij derden terecht gekomen kunnen zijn, die mogelijk misbruikt kunnen worden. Voor de vraag of niet alleen de omstandigheden maar ook de vorderingen van de leden van deze groep zozeer met elkaar overeenstemmen dat deze bundelbaar zijn, zal eerst moeten worden onderzocht of er in dit geval recht kan bestaan op vergoeding van immateriële schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de vraag in welke gevallen bij een schending van de AVG immateriële schadevergoeding kan worden toegekend heeft het HvJ EU een aantal uitspraken gedaan, die hierna zullen worden besproken, voor zover relevant voor deze zaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het HvJ EU heeft in het arrest Östereichische Post onder meer beslist dat de AVG zo moet worden uitgelegd dat een inbreuk op de bepalingen van deze verordening op zich niet volstaat voor de toekenning van een recht op schadevergoeding. Het bestaan van „geleden schade” is een van de voorwaarden voor het recht op vergoeding. Voor het bepalen van de omvang van de schadevergoeding moet de rechter het nationale recht toepassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.13.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het arrest VB/NAP is onder meer beslist dat artikel 82 van de AVG zo moet worden uitgelegd dat de vrees die een betrokkene na een inbreuk op deze verordening koestert voor mogelijk misbruik van zijn persoonsgegevens door derden, op zich „immateriële schade” in de zin van deze bepaling kan vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.14.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het arrest Krankenversicherung Nordrhein is beslist dat artikel 82, lid 1 van de AVG zo moet worden uitgelegd dat het recht op schadevergoeding waarin deze bepaling voorziet, een compensatoire functie vervult, in die zin dat een op die bepaling gebaseerde geldelijke schadevergoeding het mogelijk moet maken de concreet door de inbreuk op deze verordening geleden schade volledig te vergoeden, doch geen afschrikkende of punitieve functie. Tevens is beslist dat dat artikel niet vereist dat de mate van schuld in aanmerking wordt genomen bij de vaststelling van immateriële schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.15.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het arrest MediaMarktSaturn Hagen-Iserlohn heeft het HvJ EU beslist dat artikel 82, lid 1, van de AVG zo moet worden uitgelegd dat de persoon die krachtens die bepaling om schadevergoeding verzoekt, niet alleen moet aantonen dat er bepalingen van die verordening zijn geschonden, maar ook dat hij door die schending materiële of immateriële schade heeft geleden en dat wanneer een document waarin persoonsgegevens zijn opgenomen, is afgegeven aan een onbevoegde derde en vaststaat dat deze daarvan geen kennis heeft genomen, het enkele feit dat de betrokkene vreest dat zijn gegevens in de toekomst verspreid of zelfs misbruikt zullen worden doordat deze mededeling het mogelijk heeft gemaakt om een afschrift van dat document te maken alvorens het werd teruggegeven, geen „immateriële schade” in de zin van dat artikel oplevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit deze rechtspraak kan worden afgeleid dat alleen een immateriële schadevergoeding kan worden toegekend aan personen jegens wie niet alleen een inbreuk op de AVG is gemaakt, maar die door die inbreuk ook daadwerkelijk schade hebben geleden. De vrees die een betrokkene na een inbreuk op de AVG koestert voor mogelijk misbruik van zijn persoonsgegevens door derden, kan „immateriële schade” vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vereist is dus dat de benadeelde aantoont dat er bepalingen van de AVG zijn geschonden. Dat is hier nu juist niet het geval, want volgens ICAM gaat het bij groep A over personen die in onzekerheid verkeren of hun gegevens wel of niet gestolen zijn. Alleen al daarom kunnen deze personen geen schadevergoeding vorderen. Bovendien is de door ICAM gestelde vrees niet de vrees dat derden de persoonsgegevens die zij onrechtmatig hebben verkregen zullen misbruiken, ‘de vrees na een inbreuk’, maar ‘de vrees voor een inbreuk’. Dit is de vrees dat derden mogelijk onrechtmatig persoonsgegevens zouden kunnen hebben verkregen (en die vervolgens zouden kunnen misbruiken). Een dergelijke vrees is te vergelijken met de vrees in de zaak MediaMarktSaturn Hagen-Iserlohn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ging daar om de situatie dat een inbreuk mogelijk zou zijn, maar niet was vastgesteld, zodat het gaat om de vrees dat een inbreuk in de toekomst alsnog kan blijken. Het enkele feit dat de betrokkene vreest dat zijn gegevens in de toekomst verspreid of zelfs misbruikt zullen worden (…) levert echter volgens het HvJ EU in genoemd arrest geen „immateriële schade” in de zin van artikel 82 AVG op. De vrees dat in de toekomst een inbreuk op de AVG blijkt is ook niet “de vrees die een betrokkene na een inbreuk op deze verordening koestert” zoals bedoeld in het arrest VB/NAP. Anders gezegd: voor immateriële schade is vereist dat een inbreuk op de AVG vaststaat. De vrees voor een inbreuk volstaat niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat ICAM haar vordering wat Groep A betreft op die vrees voor een inbreuk baseert, is op grond van de rechtspraak van het HvJ EU uitgesloten dat hiervoor immateriële schadevergoeding kan worden toegekend. De vordering ten behoeve van groep A is dus summierlijk ondeugdelijk en daarom niet ontvankelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materiële schade van groep A 5.20.17.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het arrest Krankenversicherung Nordrhein is beslist dat artikel 82, lid 1 van de AVG zo moet worden uitgelegd dat het recht op schadevergoeding waarin deze bepaling voorziet, een compensatoire functie vervult, in die zin dat een op die bepaling gebaseerde geldelijke schadevergoeding het mogelijk moet maken de concreet door de inbreuk op deze verordening geleden schade volledig te vergoeden. Dat betekent dat ook voor materiële schade is vereist dat een inbreuk op de AVG vaststaat. Zoals hiervoor uiteengezet geldt voor de personen in groep A dat een inbreuk niet vaststaat. De vrees voor een inbreuk volstaat niet. Omdat ICAM ook haar vordering van materiële schade op de vrees voor een inbreuk baseert, is op grond van de rechtspraak van het HvJ EU uitgesloten dat hiervoor schadevergoeding kan worden toegekend. De vordering van materiële schade ten behoeve van groep A is dus summierlijk ondeugdelijk en daarom niet ontvankelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De immateriële en materiële schade van groep B 5.20.18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het politieonderzoek blijkt dat de gegevens van 1.373 personen bij onbevoegden terecht zijn gekomen. Zij hebben inmiddels het aanbod van een financieel gebaar ontvangen. Van de eerste groep die dit heeft ontvangen (1.247 personen) heeft ongeveer 80% het financieel gebaar aanvaard. Van de tweede groep van 126 personen is daarover niets bekend. Volgens GGD GHOR zijn er ook personen geweest die het aanbod niet hebben aanvaard, omdat ze een financiële tegemoetkoming niet nodig vonden. Er moet vanuit worden gegaan dat deze personen de vorderingen van ICAM niet steunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.19.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die de tegemoetkoming hebben geaccepteerd, hebben GGD GHOR, de GGD’en en andere overheidsinstanties (zoals de gemeente of landelijke overheid) finale kwijting verleend. De rechtbank volgt niet de uitleg van ICAM die erop neerkomt dat die kwijting beperkt is tot “de datadiefstal” (door foto’s) uit CoronIT. De tekst van de brief van 25 april 2022 luidt algemeen en kan door de ontvangers daarvan niet anders zijn begrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat ICAM wat de groep van 1.373 bekende benadeelden betreft alleen kan opkomen voor de personen die de tegemoetkoming niet hebben geaccepteerd en dus geen finale kwijting hebben verleend, met uitzondering van de personen die een financiële tegemoetkoming niet nodig vonden. Volgens ICAM bestaat groep B daarnaast uit personen “waarvan vaststaat of zal worden vastgesteld dat hun persoonsgegevens als gevolg van het GGD-datalek door ongeautoriseerde personen zijn ingezien of bij ongeautoriseerde personen in handen zijn gekomen”. Van de eerste groep is de omvang onbekend, maar deze kan niet groter zijn dan 376 personen. Van de tweede groep (“waarvan vaststaat of zal worden vastgesteld dat hun persoonsgegevens als gevolg van het GGD-datalek door ongeautoriseerde personen zijn ingezien of bij ongeautoriseerde personen in handen zijn gekomen”) is de omvang geheel onbekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">ICAM stelt op basis van de berichten van RTL dat het om tienduizenden personen zou gaan. De berichten van RTL kunnen echter niet worden geverifieerd. Uit het feit dat ICAM slechts zes voorbeelden heeft kunnen geven van personen die stellen de gevolgen te hebben ondervonden van het coronadatalek (waarbij de vraag of dat werkelijk zo is niet is onderzocht) moet worden afgeleid dat deze groep, als deze al bestaat, klein tot zeer klein is. De vraag is nu of voldoende personen uit groep B de door ICAM ten behoeve van hen gevoerde actie ondersteunen. ICAM kan dat niet aannemelijk maken, omdat zij bij de aanmelding niet heeft gevraagd of de betrokkene tot groep A of B behoort. Voor groep A is dat geen bezwaar, omdat deze zeer groot is, voor groep B is dat wel van belang omdat deze groep klein of zeer klein is, zodat van belang is te weten of er benadeelden uit deze groep de vordering steunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat betekent dat ICAM in zoverre niet voldoet aan het representativiteitsvereiste; zie hiervoor onder 5.12.4. Hier komt bij dat ICAM niet, althans niet voldoende, toelicht dat en waarom de belangen van deze groep gelijksoortig zijn en al evenmin dat en waarom haar vorderingen meerwaarde hebben in de zin van artikel 1018c lid 5 onder b Rv. De conclusie moet zijn dat ICAM in de vorderingen ten behoeve van groep B niet ontvankelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevolgen van de niet ontvankelijkheid van de schadevergoedingsvorderingen 5.20.21.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het midden kan blijven of, zoals de Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s. aanvoeren, artikel 80 lid 1 AVG in de weg staat aan de door ICAM ingestelde, tot schadevergoeding strekkende vorderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.22.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen aanleiding om de beslissing met betrekking tot de vordering tot vergoeding van immateriële schade aan te houden totdat is beslist in het hoger beroep van het vonnis van deze rechtbank van 25 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6694 (TikTok).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.20.23.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat de vorderingen onder M en N niet ontvankelijk zijn, zijn ook de daarmee verband houdende vorderingen onder P niet ontvankelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige vorderingen 5.21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft de vorderingen K en L.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.21.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het licht van hetgeen hiervoor onder 5.17 is overwogen, kan ICAM op zichzelf in deze vorderingen worden ontvangen. Deze vorderingen zijn per IT-systeem gelijksoortig (bundelbaar), ook al verschillen de systemen onderling en zijn daarin verschillende gegevens opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.21.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op haar niet-ontvankelijkverklaring in haar tot schadevergoeding strekkende vorderingen, zal ICAM echter in de gelegenheid worden gesteld bij akte toe te lichten welk belang zij nog heeft bij de vorderingen K.II tot en met K.IV. De Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s. zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld een antwoordakte te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.21.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar het oordeel van de rechtbank is vordering L niet summierlijk ondeugdelijk, ook niet na de beoordeling door de AP van de getroffen maatregelen. De rechtbank zal ICAM echter op de voet van artikel 22 Rv bevelen bij akte toe te lichten welke van de onder vordering L.1 bedoelde inbreuken thans nog aanwezig zijn en waar dat uit blijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6De beoordeling in het (deels voorwaardelijke) incident 6.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal het verzoek van ICAM om een bevel op de voet van artikel 22 Rv niet honoreren, omdat voor een dergelijk bevel – in elk geval in dit stadium van de procedure – geen aanleiding bestaat. Daarmee wordt toegekomen aan vordering B.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">ICAM is in vordering B niet ontvankelijk op grond van artikel 70 lid 1 Rv voor zover tegen de afwijzende beschikking van het bestuursorgaan bezwaar kon worden gemaakt, administratief beroep kon worden ingesteld of beroep bij een bestuursrechter kon worden ingesteld. Dit lijkt op basis van de voetnoten bij de in de dagvaarding onder 10.2.1 vermelde bescheiden te gelden voor de stukken genummerd 9 tot en met 27. ICAM zal moeten toelichten of dit juist is. Van de overige bescheiden is vermeld dat deze zich in het domein van de Staat c.s. bevinden. Dat volstaat niet; ICAM zal moeten aangeven welk van de gedaagden over deze stukken beschikt en of dit stuk al dan niet in het kader van de Wet open overheid is opgevraagd of opgevraagd kon worden en indien het is opgevraagd met welk resultaat. Gedaagden mogen daarop reageren. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen; iedere beslissing op dit punt wordt aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering C zal worden afgewezen. Gedeeltelijk is dat omdat het gevorderde onderzoek onmogelijk is. Er is geen deskundige die de omvang van het datalek zou kunnen vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeeltelijk is dat omdat de vraagstelling te algemeen is en een deskundigenonderzoek op dit moment te vroeg komt. Zo is wel denkbaar dat onderzoek wordt gedaan naar de vraag of de persoonsgegevens van burgers in de gegeven omstandigheden voldoende waren beschermd. De rechtbank acht een deskundigenbericht op dit punt echter op dit moment niet aangewezen; pas nadat na een inhoudelijke behandeling op dit punt vragen overblijven die door een deskundige kunnen worden beantwoord is daarvoor aanleiding, maar dan op basis van een specifieke vraagstelling, waarover beide partijen zich hebben kunnen uitlaten en die door de rechtbank vervolgens is vastgesteld. Dat onderzoek moet dan worden uitgevoerd door een door de rechtbank benoemde deskundige, nadat beide partijen zich over de benodigde deskundigheid hebben uitgelaten en gelegenheid hebben gehad deskundigen voor te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering D moet worden afgewezen, omdat alleen een daadwerkelijke inbreuk volgens artikel 34 lid 1 AVG aan betrokkenen behoeft te worden medegedeeld en niet dat er een mogelijkheid van een inbreuk is. Voor zover bij het politieonderzoek is gebleken dat daadwerkelijk gegevens zijn gestolen zijn betrokkenen reeds op de hoogte gesteld. Een verplichting om anderen te informeren zoals onder D gevorderd kan niet worden aangenomen. Bovendien zou als deze verplichting in dit geval al zou bestaan op grond van artikel 34 lid 3 onder c AVG de uitgebreide informatie op de website van DDG GHOR (weergegeven onder 3.1) in dit geval volstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering E zal worden afgewezen omdat het verzoek onder A zal worden afgewezen en omdat in de hoofdzaak de tot schadevergoeding strekkende vorderingen niet ontvankelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Tot slot 7.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de aard van hetgeen hiervoor is overwogen en geoordeeld, zal worden bepaald dat reeds thans hoger beroep openstaat van dit vonnis.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">8De beslissing De rechtbank: in de hoofdzaak 8.1. verklaart ICAM ontvankelijk in haar vorderingen onder K en L;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2. wijst ICAM aan als exclusieve belangenbehartiger;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.3. bepaalt dat de nauw omschreven groep van personen voor wie ICAM optreedt wordt vastgesteld zoals gevorderd onder I (weergegeven in 4.1);</p>\n<p class=\"lf-p\">8.4. verklaart ICAM niet-ontvankelijk in haar vorderingen tegen de veiligheidsregio’s (gedaagden sub 31 en 32), de gemeenten (gedaagden sub 33 en 34), de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Amsterdam-Amstelland (gedaagde sub 6) en de GGD Gooi &amp; Vechtstreek (gedaagde sub 14);</p>\n<p class=\"lf-p\">8.5. veroordeelt ICAM in de aan de zijde van de onder 8.4 genoemde gedaagden gevallen proceskosten, voor hen samen tot dit vonnis begroot op EUR 3.743,49, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.6. veroordeelt ICAM, voor het geval zij niet tijdig aan deze veroordeling voldoet, in de extra nakosten van EUR 92,00 plus de kosten van betekening;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.7. veroordeelt ICAM tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over deze proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.8. verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad 8.9. verklaart ICAM niet-ontvankelijk in de vorderingen M, N en P;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.10. beveelt ICAM op de voet van artikel 22 Rv bij akte toe te lichten welk belang zij nog heeft bij de vorderingen K.II tot en met K.IV;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.11. beveelt ICAM op de voet van artikel 22 Rv bij akte toe te lichten welke van de onder vordering L.1 bedoelde inbreuken thans nog aanwezig zijn en waaruit dat blijkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.12. beveelt de Staat en GGD GHOR bij akte bewijsstukken in het geding te brengen waaruit blijkt welke opdracht aan GGD GHOR is gegeven met betrekking tot het registreren van burgers ten behoeve van testen, vaccineren en bron- en contactonderzoek met betrekking tot Covid-19;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.13. stelt elk van partijen in de gelegenheid zich uit te laten over opt-out en opt-in, gezien de in dit vonnis gegeven beslissingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.14. verwijst de zaak voor het hiervoor onder 8.10 tot en met 8.13 bedoelde doel naar de rol van 14 augustus 2024; in het (deels voorwaardelijke) incident 8.15. verwijst de zaak naar de rol van 14 augustus 2024 opdat ICAM zich kan uitlaten zoals omschreven onder 6.2;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.16. wijst de vorderingen C, D en E af; in de hoofdzaak en in het (deels voorwaardelijke) incident 8.17. bepaalt dat elk van partijen op de op 14 augustus 2024 te nemen akten mag reageren bij antwoordakte, 8.18. bepaalt dat reeds thans hoger beroep openstaat van dit vonnis;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.19. verwijst de zaak voor verdere behandeling en beslissing naar de meervoudige kamer;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.20. houdt iedere verdere beslissing aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, rechter, bijgestaan door mr. A.A.J. Wissink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede Kamer, vergaderjaar 2016-2017, 34608, nr. 3, p. 39 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).</p>\n<p class=\"lf-p\">Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede Kamer, vergaderjaar 2016-2017, 34 608, nr. 3, pp. 19-20 HvJ EU 4 mei 2023, ECLI:EU:C:2023:370 (Österreichische Post), zie punt 32 en het dictum.</p>\n<p class=\"lf-p\">HvJ EU 14 december 2023, ECLI:EU:C:2023:986 (VB/NAP).</p>\n<p class=\"lf-p\">HvJ EU 21 december 2023, ECLI:EU:C:2023:1022 (Krankenversicherung Nordrhein).</p>\n<p class=\"lf-p\">HvJ 25 januari 2024, ECLI:EU:C:2024:72 (MediaMarktSaturn Hagen-Iserlohn).</p>\n<p class=\"lf-p\">HvJ EU 21 december 2023, ECLI:EU:C:2023:1022 (Krankenversicherung Nordrhein) Dit is 20% van .1274 + de tweede groep van 126, er vanuit gaand dat geen van hen het financieel gebaar zou hebben geaccepteerd, wat onwaarschijnlijk is en zonder dat in mindering zijn gebracht de personen die het financieel gebaar niet nodig achten en dus ook de vordering niet steunen</p></div>", "next": 0}