{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Ik kan dat niet vertellen. Nee, ik weet het niet. (…) 47. Ik wil nog één keer echt voor alle zekerheid weten, we zijn begonnen te praten over meneer [B] . Weet u nou wel, of weet u nou niet, hoe meneer [B] is overleden? En dan heb ik het over de echtgenoot van mevrouw [eisende partij 10] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee, ik weet het niet. Het schijnt dat het een ander geval is en dat is niet mijn geval.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.140. [getuige 11] is twee keer gehoord als getuige. Hij verklaarde tijdens zijn tweede verhoor op vragen van mr. Vossenberg: “6. Helemaal aan het begin van het verhoor vorige week vroeg mevrouw de rechter aan u of u mevrouw [eisende partij 9] en mevrouw [eisende partij 10] kende. Kunt u ons vertellen hoe u mevrouw [eisende partij 10] kent?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik ken [eisende partij 9] , zij is een dochter van meneer [… 3] . Ik ken geen mevrouw [eisende partij 10] . Ik zal daar ook niet over vertellen wat ik niet weet. Er zijn tien personen die gevangen zijn. Zeven zijn doodgeschoten en drie zijn nog in leven.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.141. In haar conclusie na enquête betoogt [eisende partij 10] dat [getuige 11] de naam [B] abusievelijk in zijn geheugen heeft opgeslagen als ‘ [naam 1] ’. [eisende partij 10] wijst erop dat [getuige 11] heeft verklaard dat de persoon die hij ‘ [naam 1] ’ noemt, de broer was van [naam] . [naam] is de naam van de broer van [B] . Verder wijst [eisende partij 10] erop dat [getuige 11] tijdens zijn verhoor werd begeleid door [kleinzoon] , een kleinzoon van [naam] . [eisende partij 10] brengt een door [kleinzoon] opgestelde lijst met de namen van de zoons van zijn overgrootvader, [grootvader] , en hun kinderen in het geding. Hieruit volgt volgens [eisende partij 10] dat [naam] de oudste zoon was van Bolerang, en [B] de jongste, zoals de persoon die [getuige 11] in zijn verklaring [naam 1] noemt de jongste broer is van [naam] . Op basis van de door [kleinzoon] verstrekt gegevens kan volgens [eisende partij 10] worden aangenomen dat, daar waar [getuige 11] het over ‘ [naam 1] ’ heeft, hij in werkelijkheid over [B] sprak. [eisende partij 10] ziet dit bevestigd door de oorspronkelijke graven van een aantal door [getuige 11] genoemde slachtoffers van het bloedbad in Palampang, in een grafhuis op de begraafplaats van Palampang. Daar bevinden zich graven van [B] , [1] , [… 3] en [2] . [eisende partij 10] wijst verder op de locatie van het secundaire graf van [B] te TMP Taccorong, dichtbij de graven van zijn drie familieleden, in de blokken waarover [getuige 2] heeft verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.142. De rechtbank volgt [eisende partij 10] hierin niet. [getuige 11] is twee maal gehoord en tijdens beide verhoren is hij volstrekt duidelijk en stellig hierover, ook toen hij daar bij herhaling naar werd gevraagd. Ook voert de Staat met juistheid aan dat het noemen van de naam [naam] niet betekent dat [getuige 11] daarmee dús de broer van [B] heeft bedoeld, voor zover al kan worden vastgesteld dat [B] daadwerkelijk een broer had die [naam] heette. Verder is de rechtbank met de Staat van oordeel dat geen argumenten kunnen worden ontleend aan het grafhuis en de locatie van de begraafplaats te Taccorong.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.143. Nu [getuige 11] niets ter zake doends heeft verklaard over de gestelde standrechtelijke executie van [B] en ander bewijs daarvoor ontbreekt, moet de vordering van [eisende partij 10] worden afgewezen. [eisende partij 11] 2.144. stelt dat haar echtgenoot [L] (alias [T] ) in februari 1947 samen met vijf anderen in of bij een rijstveld in Bululohe is geëxecuteerd door Nederlandse militairen. In haar zaak is niet alleen de gestelde toedracht van overlijden in geschil, maar ook de identiteit van [T] . Onduidelijk is of [T] , zoals [eisende partij 11] stelt, een bijnaam van [L] is, of de naam van haar tweede echtgenoot, waarmee zij getrouwd is na de dood van [L] .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.145. Alleen de getuige [getuige 12] heeft verklaard over de gestelde toedracht van overlijden van [L] : “9. U vertelde net dat u hoorde dat [L] was doodgeschoten. Wat gebeurde er toen? Wat deed u toen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadat ik het bericht heb gehoord van het kind dat meneer [L] is doodgeschoten ben ik ernaartoe gegaan om het stoffelijk overschot op te halen en in de tuin te begraven. ( ... ) 19. Weet u door wie [L] is doodgeschoten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet het niet, omdat ik ook niet heb gezien wie hem heeft doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Zijn er mensen die het wel hebben gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee. Ik heb niet gezien wie de schutter was. Ook andere mensen hebben ook niet gezien wie de schutter was. Pas nadat ik het schot heb gehoord heb ik gekeken en toen pas heb ik vastgesteld dat het [L] was die was doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Hebt u die dag mensen met wapens gezien in het dorp?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb niemand gezien en ik heb ook geen geweer of wapens gezien in het dorp. Ik heb alleen maar een schotgeluid gehoord.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>Waren er Nederlanders in het dorp, die dag?</div>\n<p class=\"lf-p\">Op die dag toen het gebeurde heb ik ook geen Nederlanders gezien.“ 2.146. Gezien de (niet geciteerde) gedetailleerde verklaring die [getuige 12] heeft afgelegd over het stoffelijk overschot van [L] dat zij heeft gezien, lijdt het geen twijfel dat zij de overleden [L] heeft gezien zoals zij heeft verklaard. Daaruit volgt dat [L] is doodgeschoten. Uit haar verklaring kan echter niet worden afgeleid dat [L] door Nederlandse militairen is doodgeschoten; zij heeft geen Nederlandse militairen gezien op de dag dat [L] werd doorgeschoten. Gevoegd met het algemeen bekend te achten feit dat in de chaotische periode in 1947-1949 ook dodelijke slachtoffers zijn gevallen als gevolg van andere gewelddadige oorzaken dan misdragingen van Nederlandse militairen, is de gestelde doodsoorzaak van [L] hiermee niet bewezen. De vordering van [eisende partij 11] dient te worden afgewezen. De onduidelijkheid over de alias van [L] kan verder onbesproken blijven, waarbij de rechtbank overigens aantekent dat het de vraag is of deze voldoende is opgehelderd door de afgelegde getuigenverklaring. [eisende partij 12] 2.147. stelt dat haar echtgenoot [J] in maart 1947 in Palampang bij Rilau samen met [H] (de echtgenoot van [eisende partij 6] ) en [I ] (de echtgenoot van [eisende partij 8] ) is geëxecuteerd door Nederlandse militairen. Net als [eisende partij 6] en [eisende partij 8] stelt zij, gezien de slachtofferlijsten van de Sociale Dienst, de maand van overlijden van [J] bij naar februari 1947.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.148. Gezien de algemene overwegingen over waardering van het bewijs en de hiervoor gegeven beoordeling over de algemene bewijsthema’s, moet de door [eisende partij 12] gestelde doodsoorzaak op grond van het in haar zaak bijgebrachte getuigenbewijs worden geleverd. Het enige andere bewijsmiddel is de verklaring die zij heeft afgelegd als partijgetuige. Deze enkele verklaring met beperkte bewijskracht is onvoldoende om de door [eisende partij 12] gestelde doodsoorzaak van haar echtgenoot [J] op te kunnen baseren. In verband met dit laatste is (ten overvloede) nog van belang dat de in de zaak van [eisende partij 6] gehoorde getuige [getuige 10] wel heeft verklaard over de echtgenoot van [eisende partij 6] , [H] , maar niet ook over [J] . Het geschil over de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van genoemde partijgetuigenverklaring kan onbesproken blijven, nu de vordering van [eisende partij 12] reeds hierom moet worden afgewezen. [eisende partij 13] en [eisende partij 14] 2.149. [eisende partij 13] en [eisende partij 14] stellen dat hun echtgenoten [S] en [D ] door Nederlandse militairen zijn gedood tijdens de standrechtelijke executie in [woonplaats 1] op 28 januari 1947. In het tussenvonnis van 11 maart 2015 is als onweersproken vastgesteld dat [S] en [D ] zijn begraven binnen het ommuurd gedeelte van TMP [woonplaats 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.150. De Staat betwist nu alsnog dat [S] en [D ] zijn begraven binnen het ommuurde gedeelte van TMP Suppa , omdat de grafsteen waar [eisende partij 13] op wijst, sporen bevat van enkele letters in rode verf, zodat daar niet uit valt af te leiden van wie de grafsteen is. Ook uit de grafsteen waar [eisende partij 14] op wijst blijkt volgens de Staat op geen enkele wijze aan wie die toebehoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.151. De rechtbank ziet hierin geen grond om terug te komen op haar eerdere vaststelling dat [S] en [D ] zijn begraven in het ommuurde deel van TMP Suppa . Het ommuurd gedeelte van deze begraafplaats is een massagraf. Eerder in deze procedure is vastgesteld dat daarin willekeurig geplaatste en verweerde stenen grafzuilen staan zonder vermelding van de namen van de daar begraven doden en dat het onwaarschijnlijk is dat elke grafsteen precies over de stoffelijk overschot van de bedoelde slachtoffer staat. Cribb heeft vastgesteld dat er een groot aantal grafstenen staat binnen het ommuurd gedeelte van TMP Suppa en dat op een klein aantal daarvan een naam staat, kennelijk recentelijk opgeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.152. Gezien deze eerder vastgestelde feiten en de bevindingen van Cribb over de grafstenen binnen het ommuurd gedeelte van TMP Suppa , kan naar het oordeel van de rechtbank geen doorslaggevende betekenis worden gehecht aan de daar aanwezige grafstenen. De opmerkingen daarover van de Staat vormen daarom geen grond om haar eerdere, op de standpunten van partijen gebaseerde feitenvaststelling als onjuist of anderszins onhoudbaar aan te merken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.153. De Staat voert verder aan dat de getuige [getuige 19] in de zaken van [eisende partij 13] en [eisende partij 14] niets ter zake doends heeft verklaard over het overlijden en de begrafenis van [S] en [D ] . Ook dit leidt niet tot een ander oordeel. Daar staat namelijk tegenover de verklaring van [eisende partij 1] . [eisende partij 1] heeft de massa-executie waarbij ook zijn vader is gedood bijgewoond. Hij heeft als getuige verklaard over wat hij heeft gezien en gehoord toen hij samen met andere kinderen en vrouwen onder een huis zat tijdens de executie: “71. Wat gebeurde er daarna? Wat hebt u gezien?</p>\n<p class=\"lf-p\">Mijn vader zat vooraan en dan is hij geschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">72.</span>En wat gebeurde er daarna?</div>\n<p class=\"lf-p\">Daarna werden ze door mensen gebracht naar de erebegraafplaats.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">73.</span>En die andere mannen die zijn doodgeschoten, zijn die doodgeschoten nadat uw vader was doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Eerst was mijn vader doodgeschoten en daarna de anderen, maar daarnaar ging ik niet kijken want ik ging huilen toen mijn vader, opa en familie doodgeschoten waren. (…) 79. En [D ] , hebt u hem die dag gezien?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb [D ] , man van [eisende partij 14] , niet gezien. Ik hoorde alleen mensen zeggen dat hij ook overleden was. (…) 82. Hebt u de lichamen van de mannen gezien voordat ze echt begraven werden?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb ze niet meer gezien, omdat ik was heel erg verdrietig. Ik ging door en door huilen.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.154. Daarvoor had [eisende partij 1] het volgende verklaard over het begraven van de slachtoffers van deze executie: “46. Hoeveel mensen zijn er tegelijkertijd met uw vader doodgeschoten?</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">208.</span>Het is op 28 januari 1947 en zij werden begraven in de erebegraafplaats Suppa .</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">47.</span>Hoeveel mannen werden doodgeschoten?</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">208.</span>Er zijn drie gaten, dus het wordt gemarkeerd met hout.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">48.</span>Hoe weet u dat het er 208 zijn?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er is iemand die ging tellen. Met bananenbladeren. Ze gebruiken bananenbladeren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">49.</span>Wanneer gebeurde dat tellen met die bananenbladeren?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het is een persoon die niet geschoten was, het is [die persoon] . Hij is degene die ging tellen. (…) 52. Ik wil graag weten over de persoon die aan het tellen was, hebt u gezien dat [die persoon] aan het tellen was?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb dat niet gezien, maar iemand zei dat degene die ging tellen was [die persoon] . Met bananenbladeren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">53.</span>Waar waren de lichamen toen, toen zij werden geteld?</div>\n<p class=\"lf-p\">Toen ze vervoerd werden naar de erebegraafplaats werden ze eentje per eentje geteld.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">54.</span>Hoe werden ze vervoerd naar die erebegraafplaats?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het is ongeveer 100 meter van de plaats van beschietingen. Met Sarong werden ze daar meegenomen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">55.</span>Begrijp ik het goed dat ze gedragen werden met behulp van sarongs?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Ze werden geplaatst in een sarong en dan werden ze gedragen daarin.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">56.</span>Hebt u dat gezien, dat dat gebeurde?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Ik hoorde gewoon van mensen omdat mijn vader was ook dood, dus ik was bang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">57.</span>Waar was u, toen de mannen naar het ereveld werden gedragen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was onder het huis aan het zitten.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.155. Verder heeft de zoon van [eisende partij 14] , [getuige 20] , als getuige verklaard dat hij heeft gezien dat zijn vader werd opgepakt: “5. Waar was u toen uw vader werd opgepakt?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij zijn met z’n drieën. Ik heb één zus en één broer en met mijn moeder. Mijn vader werd opgepakt in Talapedange en wij wisten niet waarom. Dan volgden wij hen van achter, van ver omdat wij waren bang en wij wisten niet waarom hij is opgepakt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Begrijp ik het goed dat u zelf achter uw vader aan bent gelopen om te kijken waar hij naartoe ging, of moest u meelopen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het is mijn eigen initiatief. Niemand heeft dat gevraagd.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Liep u in uw eentje achter uw vader aan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was alleen. Ik volgde hem van achter. Op een gegeven moment gingen ze de rivier oversteken, maar ik niet. Ik bleef achter. Ik klom in de klapperboom en keek van boven, totdat ik ze niet meer kon zien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Hoe werd uw vader meegenomen, werd hij lopend meegenomen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Lopen. Te voet. We worden daarheen gebracht. We moesten lopen. Ze richten ons de weg.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>U zei: “Ze richten ons de weg.” Moest u nou ook mee met de Nederlanders, of liep u zelf er achteraan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik ben ver weg.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>U zag het gebeuren, begrijp ik?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nadat ze gingen de rivier oversteken ging ik naar huis, want ik durf de rivier niet over te steken.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>Was uw vader de enige die werd meegenomen, door de Nederlanders?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn nog twee andere mensen. Ze waren met z’n tweeën. Dus [D ] en zijn oudere broer.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Hoeveel Nederlanders waren er, weet u dat nog?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet niet meer hoeveel er totaal waren, maar er waren er veel.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>U vertelde net dat u naar huis bent gegaan toen u zag dat uw vader de rivier overstak met de Nederlanders en met zijn oudere broer. Wat gebeurde er daarna?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nadat ze de rivier gingen oversteken, zag ik hen niet meer en dan ging ik gewoon naar huis.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>En toen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Drie dagen nadat ze werden meegenomen door de Hollanders is er een bericht dat ze doodgeschoten zijn.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Begrijp ik het goed dat u uw vader voor het laatst hebt gezien toen hij de rivier overstak en werd meegenomen door de Nederlanders?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Dat was de laatste keer dat ik mijn vader zag, toen hij ging de rivier oversteken.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.156. [getuige 20] heeft verder als getuige verklaard dat zijn moeder ongeveer drie dagen daarna gehoord van iemand uit Suppa heeft gehoord dat [D ] was doodgeschoten en dat hij zelf zeven dagen nadat hij is opgepakt de naam van zijn vader heeft gezien op het monument in Suppa .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.157. De rechtbank deelt niet de opvatting van de Staat dat deze twee getuigenverklaringen te summier en onvoldoende concreet zijn om te kunnen bijdragen aan bewijs. De rechtbank ziet in deze getuigenverklaring een bevestiging dat [D ] is gedood tijdens de massa-executie in Suppa op 28 januari 1947.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.158. Gezien het voorgaande staat in rechte vast dat de echtgenoten van [eisende partij 13] en [eisende partij 14] door Nederlandse militairen zijn doodgeschoten tijdens de massa-executie in Suppa op 28 januari 1947. Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van hun vorderingen wordt hierna onder (d) besproken. [eisende partij 15] 2.159. stelt dat haar echtgenoot [N] (hierna: [N] ) begin 1947 door Nederlandse militairen is gedood bij een executieronde bij de brug bij Katimbang.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.160. Vraag 9 aan Cribb had betrekking op de omstandigheden van het overlijden van [N] . Cribb heeft geconcludeerd dat de omstandigheden van de dood van [N] niet vast te stellen zijn op basis van de historische bronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.161. De precieze locatie van de brug waarop [eisende partij 15] doelt is lang onduidelijk geweest. In haar conclusie na enquête heeft [eisende partij 15] deze locatie nader geduid. Het gaat volgens [eisende partij 15] om een grote brug te Katimbang, een plaats in de wijk Paccerekang te Tamalanrea , Makassar. Jalan Katimbang is tegenwoordig de naam van een straat in de wijk Paccerakang. Bontoloe, waar [N] en [eisende partij 15] in 1947 woonden, is (nu) ook een straat die ongeveer vijf kilometer ten noordwesten van Jalan Katimbang ligt. Deze locaties zijn te vinden in het gebied [woonplaats 11] , dat tegenwoordig geheel in Makassar ligt. [eisende partij 15] wijst erop dat het Nederlandse leger/DST na grootschalige zuiveringsacties eind 1946 in Makassar begin 1947 trok naar de meer noordelijk gelegen plaatsen Pangkadjenem en Maros. Jalan Katimbang ligt volgens [eisende partij 15] langs een logische route van Makassar naar Maros.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.162. De Staat heeft naar aanleiding hiervan nader onderzoek laten doen door het NIMH, die concludeert dat de eigentijdse kaart duidelijkheid verschaft over de door [eisende partij 15] genoemde locatie van de gestelde executie van [N] . De bronnen vermelden echter de plaatsnamen Katimbang en Paccerakang niet als locatie van een militaire actie, noch is in militaire rapportages de route vermeld die de Nederlandse militairen namen toen zij zich in noordelijke richting verplaatsten. De stellingen van [eisende partij 15] vinden dus geen steun in de onderzochte bronnen, aldus de Staat, die betwist dat Jalan Katimbang langs een logische route van Makassar naar Maros ligt. De Staat wijst erop dat de weg over de aangeduide brug leidt naar het zuidoosten, terwijl Maros ten noordoosten ligt van Makassar. Ook het NIMH merkt in zijn nader verslag op dat de logische hoofdroute die de Nederlandse militaire eenheden op hun weg van Makassar naar de plaatsen Maros en Pangkadjene zouden nemen, niet loopt langs de door [eisende partij 15] genoemde locatie van de gestelde executie, aldus de Staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.163. De rechtbank laat de vraag of de brug al dan niet op een logische route van Makassar naar Maros lag verder rusten. Dit doet namelijk niet ter zake, aangezien [getuige 21] als getuige heeft verklaard dat de Nederlandse militairen dezelfde weg teruggingen als zij kwamen. Het is daarom zeer de vraag of zij, zoals [eisende partij 15] beredeneert, op doortocht waren toen de gestelde executie plaatsvond. De rechtbank stelt wel vast dat de onduidelijkheid over de gestelde locatie van de executie is opgehelderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.164. De getuige [getuige 21] heeft het volgende verklaard over het overlijden van [N] : “1. U zei net al dat u mevrouw [eisende partij 15] kent. Kende u ook haar echtgenoot, [N] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Hoe kende u [N] ?</div>\n<p class=\"lf-p\">We woonden in hetzelfde dorp.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Weet u nog wanneer u [N] voor het laatst heeft gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat ben ik vergeten. (…)De laatste keer dat ik hem heb gezien werd hij geëxecuteerd. (…)5. (…) Wat kunt u vertellen over de dood van [N] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij is doodgeschoten op de brug.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Welke brug was dat?</div>\n<p class=\"lf-p\">De grote brug, in Paccerakkang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Wij hebben in de stukken staan dat het bij de brug in kampong Katimbang was.</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, in Katimbang, maar in de wijk Paccerakkang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Dus Paccerakkang is weer een deel van Katimbang. Hebben we het dan goed begrepen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, het was in Paccerakkang in Katimbang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Hoe weet u dat [N] daar is gedood?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was daar. Er was opdracht gegeven om de mensen te verzamelen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>Kunt u vertellen wat u toen hebt gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb dat waargenomen omdat ik daar was.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>Hoe kwam u daar zelf terecht?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was met mijn vader mee daarnaartoe genomen. Er waren veel mensen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Kunt u vertellen wat u hebt gezien toen u daar met uw vader was?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er waren veel mensen daarnaartoe gebracht. Ouders, kinderen, ze werden allemaal daarnaartoe gebracht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>Door wie werden al die mensen daarheen gebracht?</div>\n<p class=\"lf-p\">Door het leger.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Wat moesten die mensen daar doen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zodra ze daar waren aangekomen werden er meteen mensen uitgepikt om te worden doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Dus eerst moesten alle mensen bij elkaar komen begrijp ik en toen werden mensen eruit gehaald. Is dat zoals het is gegaan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee, er was geen sprake van uitgekozen worden. Ze werden allemaal doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Wie werden allemaal doodgeschoten? [N] , [persoon 2] , [persoon 3] , [persoon 4] . Het is moeilijk, ik ben wel wat vergeten. Vier personen zijn doodgeschoten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Kunt u ons vertellen hoe dat ging?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ze werden naar de rivier geduwd en vervolgens doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Hoeveel soldaten waren er?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er waren veel soldaten, veel militairen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>Weet u nog hoe die militairen eruitzagen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat kon ik niet goed zien, want ze waren ingesmeerd met houtskool.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Dus zij hadden zwartgemaakte gezichten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Zwart.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Hebt u de uniformen gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, militaire kleding. (…) 23. Weet u nog ongeveer hoeveel militairen er waren?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik kon ze niet tellen, het waren er heel veel.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">24.</span>Weet u waar ze vandaan kwamen voordat ze op deze plek aankwamen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ze kwamen vanuit Paccerakkang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">25.</span>Hebt u ze zien aankomen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, ik heb ze gezien, want ze riepen de mensen naar buiten om uit hun huizen te komen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Waar was u op het moment dat ze aankwamen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was thuis met mijn vader en mijn moeder.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>Wat gebeurde er toen zij aankwamen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Iedereen werd naar de rand van de brug gebracht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>Weet u nog waar u zelf zat op dat moment?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik zat waar iedereen verzameld was, naast de brug.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>Kunt u nog een keer vertellen wat er gebeurde toen u daar aankwam? van het begin tot het eind, toen u daar ging zitten en wat er toen allemaal daarna gebeurde.</div>\n<p class=\"lf-p\">Toen werden er mensen uitgekozen, naar de brug gebracht en geëxecuteerd. (…) 37. Ik wil nog wat meer weten over hoe de executie precies ging. Kunt u vertellen wat er gebeurde nadat de mannen uit de grote groep werden gehaald?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze werden toen doodgeschoten en daarna werd iedereen naar huis gestuurd.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">38.</span>Werd er nog iets gezegd of besproken voordat de mannen werden doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee, ze werden gewoon aangewezen en dan doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">39.</span>Zeiden de militairen nog iets tegen de mensen uit het dorp die daarbij zaten te kijken?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er werd alleen gezegd dat iedereen naar huis werd gestuurd. Het regende.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">40.</span>Dus de Nederlandse militairen hebben de mannen uit de groep gehaald, hebben ze doodgeschoten en hebben toen gezegd dat iedereen weer naar huis moest. Is dat wat er is gebeurd?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Het regende hard.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">41.</span>Wat is er met de lichamen van de doodgeschoten mannen gebeurd?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ze werden meegevoerd door de rivier.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">42.</span>Hoe kwamen ze in de rivier terecht?</div>\n<p class=\"lf-p\">Toen ze werden doodgeschoten werden ze in de rivier geduwd.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">43.</span>Wie duwde de lichamen in de rivier?</div>\n<p class=\"lf-p\">De militairen. Omdat ze werden doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">44.</span>U zegt de militairen duwden de lichamen in de rivier en toen waren de mannen dus al dood. Begrijp ik dat goed?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ze werden eerst geduwd en dan geschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">45.</span>Ik wil heel graag weten hoe het precies is gebeurd. Begrijp ik het goed als u zegt dat ze eerst geduwd waren en toen werden doodgeschoten, toen lagen ze dus in het water terwijl ze werden doodgeschoten? Is het zo gegaan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Ze werden geduwd en geschoten. (…) 47. Wat is er daarna gebeurd? De lichamen waren in het water en wat is er daarna met de lichamen gebeurd?</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat er veel stroming was werden de lijken niet meegenomen, maar ze werden meegevoerd in het water. (…) 52. Wat deed het leger nadat de mannen waren gedood?</p>\n<p class=\"lf-p\">De militairen zelf gingen ook terug.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">53.</span>Hebt u gezien waar ze heen gingen, in welke richting de militairen weggingen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Naar Makassar gingen ze terug.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">54.</span>Gingen ze dezelfde weg terug als de weg waarlangs ze gekomen waren?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">55.</span>Wat hebt u zelf gedaan nadat de mannen waren gedood?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik ging terug en zes mensen die nog leefden werden meegenomen door de militairen. (…) 72. Ik vat het even samen om te kijken of ik het goed heb begrepen. Zoals ik het heb begrepen waren er tien mannen uit de groep gehaald. Daar zijn er vier van doodgeschoten en één van die vier mannen was meneer [N] . De andere zes mannen, was u aan het vertellen, die zijn meegenomen door de militairen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">73.</span>U had eerder ook verteld dat de militairen dezelfde weg weggingen als de weg via welke ze gekomen waren.</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. (…) 79. Wat gebeurde er toen de Nederlandse militairen waren vertrokken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedereen ging terug naar hun eigen huis.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">80.</span>Weet u wat er is gebeurd met de lichamen van de dode mannen nadat de Nederlandse militairen waren vertrokken?</div>\n<p class=\"lf-p\">Die waren er niet, want het regende hard.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">81.</span>Hebt u de lichamen daarna nog gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee, nadat ze werden doodgeschoten vielen ze in de rivier en heb ik ze niet meer gezien.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.165. Tijdens zijn verhoor werd [getuige 21] begeleid door [begeleider] , die tijdens dat verhoor namen heeft genoteerd. Dat is tijdens het verhoor besproken. Het papier met de namen is getoond en is bij de stukken gevoegd. De rechter-commissaris heeft tijdens het verhoor vastgesteld dat het lijstje meer namen vermeldt dan genoemd door [getuige 21] tijdens zijn verhoor. In deze gang van zaken rond het briefje met de namen, ziet de rechtbank grond om de andere namen – dan de naam [N] – buiten beschouwing te laten. Deze namen zijn overigens niet relevant voor het bewijs van de stelling van [eisende partij 15] . Daarvoor komt het erop aan of bewijs is geleverd dat haar echtgenoot [N] op de door haar gestelde wijze is gedood door Nederlandse militairen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.166. De rechtbank volgt de Staat niet in zijn betoog dat met de verklaring van [getuige 21] geen betrouwbaar bewijs is bijgebracht, omdat er niet vanuit kan worden gegaan dat [getuige 21] de naam [N] uit eigen wetenschap heeft genoemd en ook niet dat [getuige 21] uit eigen wetenschap heeft verklaard dat [N] slachtoffer is van een standrechtelijke executie. [getuige 21] is namelijk bevraagd over de dood van de echtgenoot van [eisende partij 15] , [N] . Volgens zijn verklaring kende hij hen allebei en woonde hij in hetzelfde dorp als [N] . De rechtbank ziet geen reden om eraan te twijfelen dat [getuige 21] [N] kende. De rechtbank ziet ook geen reden om eraan te twijfelen dat de gedetailleerde getuigenverklaring die hij heeft afgelegd, ging over [N] . Dat [getuige 21] , in antwoord op de vraag wanneer hij [N] voor het laatst heeft gezien, eerst verklaarde dat hij dat niet meer wist, is geen reden om aan te nemen dat hetgeen hij daarna heeft verklaard over het doodschieten van [N] , niet over [N] gaat. Toen hij werd bevraagd over de dood van [N] heeft hij dat – zoals hiervoor weergegeven – gedetailleerd uiteengezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.167. Het door de Staat benadrukte ontbreken van deze executie in historische bronnen is ook geen reden om deze verklaring van [getuige 21] als onbetrouwbaar ter zijde te stellen. Niet alle misdragingen van Nederlandse militairen zijn immers gedocumenteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.168. De slotsom luidt daarmee dat [eisende partij 15] is geslaagd in het bewijs van de door haar gestelde doodsoorzaak van [eisende partij 15] . Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van haar vorderingen, komt hierna onder (d) aan de orde. [eisende partij 16] 2.169. stelt uiteindelijk dat haar echtgenoot [U] eind 1946, is geëxecuteerd, na door Nederlandse militairen met andere dorpsbewoners te zijn samengedreven in de wijk Kalukuang van Makassar. De Staat heeft opgemerkt dat daar in de nacht van 14 op 15 december 1946 executies hebben plaatsgevonden. Naast de gestelde toedracht van overlijden, staat de huwelijksband met [U] ter discussie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.170. De rechtbank zal eerst het bewijs van de gestelde huwelijksband tussen [eisende partij 16] en [U] beoordelen. Zoals in het tussenvonnis van 27 juli 2016 is overwogen, kan [eisende partij 16] bewijs van haar stelling leveren met alle middelen, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 lid 1 Rv). Dat laatste is, nu het betreft een beweerdelijk in het buitenland gesloten huwelijk, niet het geval.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.171. De getuige [getuige 22] heeft voor zover van belang het volgende verklaard: “3. Hoe kent u [U] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb ze zien trouwen. Omdat [eisende partij 16] mijn buur was.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Weet u nog wanneer [eisende partij 16] en [U] zijn getrouwd?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, ik weet nog dat zij trouwden.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.172. [getuige 22] heeft ook verklaard dat [eisende partij 16] een kind had: “1. Ik wil heel graag van u weten wat uw relatie is met mevrouw [eisende partij 16] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb [eisende partij 16] gezien toen ze in verwachting was. Ik ben geen familie van [eisende partij 16] . Ik ben wel de buurman van [eisende partij 16] en ik ben bij het huwelijk van [eisende partij 16] geweest. \" (…) 10. Weet u ook of [eisende partij 16] en [U] kinderen hebben gekregen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kind heet [naam kind] .”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.173. [getuige 22] heeft verklaard te zijn vergeten in welk jaar het huwelijk was, “want het is alweer een hele tijd geleden” en dat hij om dezelfde reden niet meer weet in welk deel van het jaar het huwelijk plaatsvond. Ook wist hij niet meer hoe oud zij ongeveer was toen het huwelijk plaatsvond, en: “8. Was het in de tijd van de Japanners, dat huwelijk?</p>\n<p class=\"lf-p\">De Japanners waren al vertrokken.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.174. [getuige 23] heeft als getuige verklaard: “3. Was u bij het huwelijk tussen [eisende partij 16] en [U] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja, ik was erbij toen [U] trouwde.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.175. Zij heeft verder verklaard dat zij tien jaar oud was toen [eisende partij 16] trouwde met [U] , dat zij denkt dat [eisende partij 16] en [U] een kind hadden, dat is overleden en dat [eisende partij 16] en [U] “vrij lang” getrouwd zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.176. [eisende partij 16] zelf heeft als getuige verklaard dat zij getrouwd was met [U] en dat zij samen een kind hadden: “1. Met wie bent u getrouwd geweest?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik was getrouwd met een man die [U] heette.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Weet u nog hoe oud u was, toen u met hem trouwde?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet het niet precies wanneer, maar het was in de periode van Japan.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Weet u nog hoe oud u was in de periode van Japan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet het niet precies hoe oud ik was, er was geen registratie. (…) 8. Bent u lang met [U] getrouwd geweest, of bent u kort met [U] getrouwd geweest?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het was niet kort, ik kreeg één kind en dat kind was één jaar. [U] , of de vader, nam het kind overal mee naartoe op zijn arm.“ 2.177. Met juistheid merkt de Staat op dat de verklaringen summier zijn, dat zij de huwelijk niet precies in de tijd plaatsen en op onderdelen tegenstrijdig zijn, zoals bijvoorbeeld over de vraag of het huwelijk al dan niet in ‘de tijd van de Japanners’ plaatsvond. Dat neemt niet weg dat de [getuige 22] en [getuige 23] duidelijk hebben verklaard dat [eisende partij 16] met [U] getrouwd was en hebben toegelicht hoe zij dat weten. Deze verklaringen kunnen dus bijdragen aan het bewijs van de gestelde huwelijksband. De partijverklaring van [eisende partij 16] strekt op dit punt tot aanvulling van onvolledig bewijs. De rechtbank concludeert op grond van deze getuigenverklaringen dat [eisende partij 16] is geslaagd in het bewijs dat zij getrouwd was met [U] .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.178. De volgende vraag is of de door [eisende partij 16] gestelde toedracht van het overlijden van [U] bewezen is. Wat de Staat hier naar voren brengt over de wijzigingen van de standpunten van [eisende partij 16] over de begraafplaats van [U] en de verschillende overlijdensdata in verschillende slachtofferlijsten, kan onbesproken blijven omdat geen bewijskracht toekomt aan het begraven zijn in [blok I] of F van TMP Panaikang en evenmin aan vermelding op deze slachtofferlijsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.179. [getuige 23] en [eisende partij 16] zijn als getuige gehoord over de door [eisende partij 16] gestelde doodsoorzaak van [U] . Saeneng Bolle heeft over de dood van [U] verklaard: “11. Wat weet u van de dood van [U] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet niet hoe hij is overleden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Weet u wel wanneer hij is overleden?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij was te jong toen hij overleed.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>Hoe oud was hij toen hij overleed?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet niet hoe oud hij toen was.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Wanneer hoorde u voor het eerst dat hij dood was?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik hoorde het toen hij al overleden was.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Wat hebt u toen gehoord?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij is doodgeschoten en hij werd gebracht toen hij al dood was.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Door wie is hij doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">De Nederlanders hebben hem doodgeschoten, maar ik weet het echt niet zeker. Hij was in Kalukuang op weg naar zijn werk.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Is ook aan u verteld hoe dat is gebeurd?</div>\n<p class=\"lf-p\">U vraagt mij hoe hij doodging, hij is doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Waar is dat gebeurd?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij is in Rappokaleng doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>Waar is [U] doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet niet waar hij is doodgeschoten, ik weet alleen dat hij in Kalukuang is doodgeschoten. Hij is in zijn oor geschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Hoe weet u dat?</div>\n<p class=\"lf-p\">Iemand heeft mij dat verteld.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Weet u nog wie?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet de namen niet meer van degene die dat aan mij vertelde. (…) 23. Wat is er toen gebeurd in Kalukuang? [U] was direct onder de zon in Kalukuang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">24.</span>Wat deed hij daar?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij was onderweg naar zijn werk.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">25.</span>Wat is er toen gebeurd waardoor hij dood ging?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet het niet meer, omdat ik toen nog maar een klein meisje was. (…) 36. Van wie hebt u gehoord dat [U] is doodgeschoten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heel veel mensen hebben mij verteld dat [U] is doodgeschoten.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.180. [eisende partij 16] heeft het volgende verklaard: “15. Hoe is [U] overleden?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb het niet zelf gezien. Hij is gedood in Rappokaleng door Nederlandse militairen. Ik was ergens anders.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Wat weet u verder van zijn dood?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet er wel wat over. Iemand vertelde over zijn dood.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Wie heeft dat verteld?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet over de dood van mijn man van zoveel mensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mevrouw [… 4] merkt op dat [eisende partij 16] zegt dat veel mensen hebben gezegd dat [U] dood is gedaan. Daarna is [eisende partij 16] naar het huis gegaan van [U] moeder, waar zijn lichaam lag. En toen zijn ze samen naar Panaikang gegaan.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Waar was u op het moment dat [U] werd gedood?</div>\n<p class=\"lf-p\">Toen [U] werd gedood was ik in Bontorama.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>Wanneer hoorde u voor het eerst dat [U] was gedood?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij was al dood toen ik ervan hoorde.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Van wie hoorde u dat hij dood was?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet het niet zeker van wie ik het hoorde, mensen vertelden aan mij dat hij was gedood door Nederlanders.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Wat hebt u gehoord over hoe hij is gedood? [U] was toen al gedood door de Nederlanders.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>Hoe is hij gedood?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij is gedood in Ukaleng. Hij is doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">23.</span>Zijn er toen ook andere mensen doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb gehoord dat er heel veel mensen doodgeschoten zijn.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">24.</span>Weet u ook namen van andere mensen die toen doodgeschoten zijn?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet geen namen meer, maar ik heb gehoord dat er veel mensen zijn doodgegaan en dat de Nederlanders toen vertrokken. Ik herinner me net dat er ook iemand was die Hassan heette. Die ook is gedood toen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">25.</span>Is dat het enige wat u zich herinnert, of schoot dat u net te binnen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat weet ik niet, ik heb alleen gehoord dat er veel mensen gedood werden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Weet u nog in welke tijd van het jaar [U] werd gedood?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet niet meer of het warm was of dat het regende, maar hij was in Rappokaleng.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>Wat deed hij in Rappokaleng op dat moment?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij wilde daar op bezoek gaan bij zijn vader.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>Weet u hoe [U] in handen van de Nederlanders is gevallen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij is door de Nederlanders meegenomen en doodgeschoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mevrouw [… 4] merkt op dat het lijkt alsof de getuige een beetje in de war is en eerst zei dat het om de vader van [U] ging en dat [U] toen is meegenomen en doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>Het is mij nog niet helemaal duidelijk hoe [U] in handen van de Nederlanders is gevallen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Nadat [U] was overleden is tegen mij verteld dat hij was doodgeschoten. Hij was in Rappokaleng.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">30.</span>Wat is er met het lichaam van [U] gebeurd meteen nadat hij was overleden?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet niet wat er meteen na zijn dood met zijn lichaam is gebeurd. Hij is in Rappokaleng gedood en ik was aan het werk in Buntorama.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.181. [eisende partij 16] stelt dat zij na de executie van haar echtgenoot van veel mensen gehoord dat hij door Nederlandse militairen was doodgeschoten: hij was ‘ge-Rappokkallingt’. Zij stelt dat deze uitdrukking in de praktijk ziet op de massa-executies in Kalukuang die door het Nederlandse leger werden uitgevoerd, waar ook de bewoners van omliggende dorpen als Rappokalling bij werden betrokken. Zij verwijst hier naar de uitleg van Kouwagam, die ter zitting assisteerde met controle van de vertaalslag van en naar het Makkassaar, dat getuigen die over Rappokalling verklaren, de plaatsnaam niet (althans niet altijd) als geografische locatie gebruiken maar als een actie: ‘ge-Rappokallingt’. De plaatsnaam wordt gebruikt als een werkwoord dat direct verband houdt met gebeurtenissen waarvan het algemeen bekend is dat die daar hebben plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus verklaart een getuige dus in feite dat iemand is ‘ge-Rappokalingt’, aldus [eisende partij 16] , die voorts betoogt dat het in dit geval gaat om het feit dat het algemeen bekend is dat mensen die toen in Rappokalling waren, door het Nederlandse leger bijeen zijn gedreven en zijn doodgeschoten. [eisende partij 16] wijst erop dat (i) dit overeen komt met de schriftelijke verklaringen in het dossier en hetgeen uit de (Nederlandse) literatuur bekend is over de zuiveringsacties in Kalukuang eind 1946 en dat (ii) Rappokalling op korte afstand van Kalukuang ligt en (iii) het algemeen bekend is dat het Nederlandse leger bij zijn zuiveringsacties de plaatselijke bevolking – ook van omliggende dorpen – bijeen dreef naar een centrale executieplaats. [eisende partij 16] licht verder toe dat het haar niet bekend is hoeveel mensen op deze manier spreken over de gebeurtenissen in Rappokalling en omstreken, maar dat duidelijk is dat zij dat wel doet, daar waar zij verklaard heeft dat haar echtgenoot [U] was ‘ge-Rappokallingt’.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.182. De Staat betwist deze uitleg. Hij licht toe dat hij de getuigenverhoren van [getuige 23] en [eisende partij 16] opnieuw heeft laten beluisteren door de tolken [tolk 1] en [tolk 2] en hen de vraag heeft gesteld of de door eisers voorgestelde vertaling van de getuigenverklaringen correct is. Zij stelden zich uitdrukkelijk op het standpunt dat de door eisers voorgestelde vertaling onjuist is. Volgens hen bestaat er in de Makkassaarse taal geen werkwoord ‘(di) Rappokalingi’. De getuigen hebben verklaard over de plaats Rappokalling, en het woord Rappokalling is enkel een plaatsaanduiding, aldus de Staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.183. De rechtbank laat dit geschil over ‘ge-Rappokallingt’ voor wat het is. Ook als wordt uitgegaan van de door [eisende partij 16] gegeven betekenis, bieden de getuigenverklaring van [getuige 23] en partijgetuigeverklaring van [eisende partij 16] te weinig concrete aanknopingspunten om als vaststaand aan te nemen dat [U] – zoals [eisende partij 16] stelt – eind 1946 door Nederlandse militairen is geëxecuteerd, na door Nederlandse militairen met andere dorpsbewoners te zijn samengedreven in de wijk Kalukuang van Makassar. Zij hebben geen van beiden gezien dat [U] werd doodgeschoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.184. Volgens de niet door de Staat weersproken opmerking van [eisende partij 16] bij het proces-verbaal van de getuigenverklaring is de juiste vertaling van het antwoord op vraag 15: “Hij is doodgeschoten en wij brachten hem toen hij al dood was.” Daaruit kan worden afgeleid dat [getuige 23] [U] heeft gezien nadat hij was gedood.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.185. Volgens hun verklaring hebben [getuige 23] en [eisende partij 16] allebei gehoord dat [U] door Nederlandse militairen is doodgeschoten. Zoals eerder is overwogen, kan een verklaring van horen zeggen bijdragen aan het bewijs. Hetgeen [getuige 23] en [eisende partij 16] volgens hun verklaringen hebben gehoord is echter weinig concreet. Het meest problematisch is de verbinding tussen Rappokalling – in de door [eisende partij 16] voorgestane betekenis – en de zuiveringsacties in Kalukuang eind 1946, waarbij [U] zou zijn doodgeschoten. De enkele omstandigheid dat Rappokalling op korte afstand van Kalukuang ligt en het feit dat in Kalukuang een zuiveringsactie heeft plaatsgehad, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat [U] een van de slachtoffers van die zuiveringsactie is. Daarmee is het lot van de vorderingen van [eisende partij 16] gegeven: zij moeten worden afgewezen. [eisende partij 17] 2.186. stelt dat haar echtgenoot [O-1] / [O] in zijn dorp [woonplaats 13] is opgepakt en vervolgens naar het dorp [woonplaats 14] is gebracht, waar hij op 7 februari 1947 met een groep anderen door Nederlandse militairen is geëxecuteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.187. Vaststaat dat uit de historische bronnen blijkt dat er (in ieder geval) een executieronde heeft plaatsgevonden in Bulo (Wattang), rond 1 februari 1947, waarbij tussen de 30 en 47 mannen zijn geëxecuteerd door Nederlandse troepen. De Staat merkt hierbij op dat de mogelijkheid niet uit te sluiten is dat er op meerdere momenten executies zijn uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.188. Partijen zijn het erover eens dat de verklaringen van de getuigen [getuige 13] en [getuige 14] niet kunnen bijdragen aan het bewijs van de door [eisende partij 17] gestelde doodsoorzaak van [O] . De rechtbank onderschrijft dit; zij hebben allebei verklaard dat zij [O] niet kennen. Hun verklaringen over het overlijden van [P] , komen hierna aan de orde bij bespreking van het door [eisende partij 19] geleverde bewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.189. De getuige [getuige 24] heeft het volgende verklaard over het overlijden van [O] : “5. Wat kunt u vertellen over het overlijden van [O] en [P] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">De Nederlanders waren in Rapang en daar pakten zij [O] op en brachten hem naar [woonplaats 14] .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>En wat gebeurde er toen?</div>\n<p class=\"lf-p\">In [woonplaats 14] waren een tiental mensen zo’n huis op palen aan het bouwen en alle mannen werden meegenomen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>En wat gebeurde er daarna?</div>\n<p class=\"lf-p\">Alle mannen die waren meegenomen die werden gebracht naar het huis, een wachtpost, daar werden de mannen naartoe gebracht en de vrouwen en kinderen liet men gewoon bij die plaats waar het huis werd gebouwd, die lieten ze daar achter.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>En wat gebeurde er daarna?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ze werden naar die wachtpost gebracht, die mannen, en moesten daar gaan zitten en hen werd gezegd om daar te zitten en dat is het.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>En wat gebeurde er toen zij daar moesten zitten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nadat de mannen daar zaten werd er om hen heen gelopen en werd er door de Nederlanders aan de spion voor de Nederlanders gevraagd: “Wie van hen is een extremist?”</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>En wat gebeurde er toen?</div>\n<p class=\"lf-p\">De spion voor de Nederlanders die wees ongeveer tien mannen aan uit hun midden als zijnde extremist en die werden daarop doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>En werden [O] en [P] aangewezen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. [O] en [P] werden ook aangewezen bij die tien mensen en doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Wie werd als eerste aangewezen en doodgeschoten? (…) [O] werd als eerste aangewezen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Hij werd als eerste aangewezen. Werd hij ook als eerste doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Hoe ging dat aanwijzen en doodschieten? Ging het één voor één, of werden eerst de tien mensen aangewezen en daarna doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Eerst werden zij aangewezen, die tien mensen en daarna werden zij doodgeschoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerking rechter: terwijl de getuige dat zei wees hij het rijtje af; en dan nog een keer en dan nog een keer, alsof het rijtje werd afgegaan.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Werden die tien mensen die werden aangewezen en doodgeschoten, werden die eerst naar een andere plek gebracht voordat zij werden doodgeschoten, of werden zij doodgeschoten op de plaats waar zij zaten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij werden doodgeschoten op de plek waar zij zaten, te midden van de anderen die daar waren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Waar was u toen dat gebeurde?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nadat die tien mensen waren doodgeschoten werd aan de spion voor de Nederlanders gevraagd wat zijn nog meer extremisten, wie zijn dat nog meer, en toen werden er meer dan tien mensen aangewezen die vervolgens werden doodgeschoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerking rechter: [tolk 2] zegt alles ook in het Indonesisch in het oor van de getuige, waarop de getuige instemmend knikt en ja zegt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>U bent aan het vertellen wat er gebeurd is en ik wil graag weten waar u was op het moment dat dat gebeurde.</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik zat bij de vrouwen en kinderen, ongeveer dertig meter van de plek waar mensen werden doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>Kunt u die plaats iets preciezer aanduiden? Zat u bijvoorbeeld bij een huis van iemand, of onder een huis van iemand?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik zat samen met de vrouwen en de kleine kinderen langs de kant van de weg, want degenen die werden doodgeschoten die zaten ook aan de kant van de weg.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Kon u goed zien dat de mannen werden doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Dat kon ik goed zien, want het was vrij dichtbij van waar ik zat.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Begrijp ik het goed dat er dus niets tussen u en de mannen was? Bijvoorbeeld bomen, of een huis, of iets anders?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er was niets dat mijn zicht belemmerde. Ik kon het rechtstreeks zien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>U was aan het vertellen dat de mannen werden aangewezen en werden doodgeschoten. Zat [P] bij die eerste tien mannen die werden aangewezen en doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, [P] en [O] behoorden tot die eerste.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">23.</span>Die behoorden allebei tot die eerste tien. Heb ik dat goed begrepen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. (…) 27. U begon te vertellen dat [O] in Rapang was opgepakt. Hoe weet u dat? [O] en [P] zijn opgepakt in Rapang. Dat ligt dichtbij Bulo Wattang en daarna zijn zij naar Bulo Wattang gebracht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>Hoe weet u dat? [O] en [P] zijn opgepakt in Lanrang.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>Waar is dat? U zei net het is dichtbij Bulo Wattang . Ligt het ten noorden, oosten, westen, zuiden van Bulo Wattang ?</div>\n<p class=\"lf-p\">Lanrang is ten westen van Bulo Wattang .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">30.</span>Hoe ver ongeveer ten westen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nog geen kilometer daarvandaan.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">31.</span>Hoe weet u dat [O] en [P] daar zijn opgepakt?</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover ik weet zijn [O] en [P] in Lanrang opgepakt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">32.</span>Heeft iemand dat aan u verteld?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb niet gezien dat hij werd opgepakt in Lanrang, maar ik heb gezien dat hij werd gebracht naar Bulo Wattang van Lanrang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">33.</span>Begrijp ik het dan goed dat u zelf hebt gezien dat zij uit de richting van Lanrang kwamen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, ik heb gezien dat zij vanuit Lanrang werden gebracht naar Bulo Wattang .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">34.</span>Waar was u toen u dat zag? Was u dan toen al op die plek aan de kant van de weg?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was aan de kant van de weg, samen met de vrouwen. [Mevrouw [… 5] merkt op dat zij een term heeft nagevraagd. Hij zag dat hij werd voortgesleept, of getrokken.] 35. Hoe kwamen [O] en [P] ? Werden zij in een auto gebracht, of kwamen zij lopend aan?</p>\n<p class=\"lf-p\">Lopend.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">36.</span>Hoeveel Nederlandse militairen hebt u gezien, toen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik kon ze niet tellen, maar het waren er veel.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">37.</span>Hoe herkende u ze als Nederlandse militairen? Waar kon u aan zien dat ze Nederlandse militairen waren?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik zag het aan hun witte ogen, dus lichte ogen en aan hun spitse neuzen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">38.</span>Begrijp ik het goed dat het dus Europeanen waren, allemaal?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Het waren Europeanen, want Nederlanders zijn Europeanen dus het waren Europeanen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">39.</span>Waren het blanke mannen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Hun huid was blank en de kleur van hun haar was licht. (…) 44. Weet u op welk deel van de dag dit gebeurde, waar u over vertelde?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebeurde in de namiddag, ongeveer vier à vijf uur.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">45.</span>U vertelde dat u aan de kant van de weg zat. Waarom was u daar gaan zitten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Omdat toen de Nederlanders kwamen om de mannen en vrouwen te verzamelen. Toen was ik daar ook.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">46.</span>Begrijp ik het dan goed dat u daar moest verzamelen van de Nederlanders, dat de Nederlanders dat tegen u hadden gezegd?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, de Nederlanders hadden ons samengebracht en zeiden dat we daar moesten gaan zitten.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.190. De Staat wijst met juistheid erop dat [getuige 24] heeft verklaard dat de door hem beschreven standrechtelijke executie plaatsvond in 1945 en dat hij toen ouder dan tien jaar oud was. Dit strookt niet met de stellingen van [eisende partij 17] dat de gestelde executie plaatsvond op 7 februari 1947. Verder wijst de Staat erop dat onduidelijkheid bestaat over wat de (jonge) leeftijd [getuige 24] ten tijde van de gebeurtenissen. Volgens zijn identiteitsbewijs was hij toen slechts zeven jaar oud, terwijl hij tijdens zijn verhoor verklaarde dat hij toen ouder dan tien jaar was. Aangezien [getuige 24] ook verklaarde dat hij bij de vrouwen en de kleine kinderen langs de kant van de weg zat ten tijde van de gebeurtenis, acht de Staat het het meest waarschijnlijk dat [getuige 24] destijds (zeer) jong was.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.191. In het tussenvonnis van 27 juli 2016 heeft de rechtbank naar aanleiding van de schriftelijke verklaring van [getuige 24] opgemerkt dat hij in 1947 (zeer) jong was, namelijk – afgaande op de gegevens in die verklaring – zeven jaar oud. Zoals hiervoor is overwogen, ziet de rechtbank in het gegeven dat een getuige – in dit geval [getuige 24] – een en ander kennelijk niet (meer) goed in de tijd weet te plaatsen, gaan reden om zijn getuigenverklaring als onbetrouwbaar ter zijde te schuiven. De rechtbank ziet in de onduidelijkheid over zijn leeftijd en zijn waarschijnlijke jonge leeftijd ten tijde van de gebeurtenissen (afgaande op zijn identiteitsbewijs zeven jaar oud) evenmin reden om zijn verklaring niet voor het bewijs te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.192. Niet in geschil is dat [getuige 24] [O] kende. De Staat merkt op dat [getuige 24] tijdens zijn getuigenverhoor verklaart dat hij weet dat [O] is opgepakt in Lanrang, en dat zijn huis stond in kampong Dea, in de plaats Baranti, hetgeen niet strookt met de (te bewijzen) stelling van [eisende partij 17] dat [O] is opgepakt in zijn dorp [woonplaats 13] . Het is onduidelijk waarop [getuige 24] zijn verklaring op dit punt baseert; de herhaalde vragen naar zijn redenen van wetenschap op dit punt hebben niet geleid tot enige opheldering daarover. Uit zijn verklaring volgt wel dat het heeft gezien dat [O] werd doodgeschoten door Nederlandse militairen. Hij heeft gedetailleerd en consistent verklaard over wat hij heeft gezien. De rechtbank neemt op grond van deze verklaring aan dat [O] op de door [getuige 24] beschreven wijze is doodgeschoten door Nederlandse militairen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.193. De slotsom luidt daarmee dat [eisende partij 17] is geslaagd te bewijzen dat [O] in Bulo Wattang op 7 februari 1947 met een groep anderen door Nederlandse militairen is geëxecuteerd. Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van haar vorderingen komt hierna onder (d) aan de orde. [eisende partij 18] 2.194. stelt dat haar echtgenoot [echtgenoot] / [echtgenoot] in 1947 door Nederlandse militairen is doodgeschoten in Sipodeceng .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.195. [getuige 6] heeft als getuige het volgende verklaard: “2. U noemde net al de man van [eisende partij 18] , [echtgenoot] , en ik wil graag met u praten over zijn overlijden. Wat kunt u daarover vertellen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik was op dat moment bezig met het werken op het rijstveld. Toen er mensen kwamen aanrennen vanuit oostelijke richting en die riepen dat [echtgenoot] was overleden. [echtgenoot] dood was.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Waar was dat rijstveld ten opzichte van het huis van [echtgenoot] ?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het huis van [echtgenoot] was ongeveer 50 meter ten oosten van de plek waar ik zat. Waar ik was.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Hebt u gezien dat [echtgenoot] overleed?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, ik ben er zelf getuige van geweest dat [echtgenoot] overleed, doodging. Ik heb hem, ik ben daarna naar hem toegegaan en heb hem omgedraaid. Ik heb het lichaam zelf ook omgedraaid. (…) 6. Kunt u van begin tot het eind vertellen wat u hebt gezien en gehoord van het overlijden van [echtgenoot] ? (…) Toen ik de mensen zag rennen en hoorde schreeuwen dat [echtgenoot] dood was, heb ik meteen gevraagd wat is er gebeurd. De mensen zeiden [echtgenoot] is doodgeschoten door de Nederlanders.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Even ter controle; begrijp ik het goed dat u niet zelf hebt gezien dat [echtgenoot] werd doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nadat de mensen renden en schreeuwden dat [echtgenoot] dood was, ben ik meteen naar het huis van [echtgenoot] gegaan om te kijken en zag ik het stoffelijk overschot. (…) 10. Kunt u aan ons vertellen wat u precies zag, toen u het stoffelijk overschot zag liggen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat ik aantrof was alleen het lichaam van [echtgenoot] . Ik heb geen Nederlanders daar gezien. Ik heb ook niet gezien dat hij werd doodgeschoten. Daarna is het lichaam meegenomen, opgepakt zeg maar.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>U zei net dat u het lichaam omdraaide. Hoe lag het lichaam voordat u het omdraaide?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb het lichaam opgepakt en het was doorboord van onder de ene oksel naar de andere oksel en er was geen hoop meer dat hij zou leven.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Leefde [echtgenoot] nog toen u hem oppakte?</div>\n<p class=\"lf-p\">Toen ik daar aankwam en hem oppakte was hij al overleden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>Had hij andere verwondingen dan het doorboren van de kogel waar u net over vertelde?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee, dat was niet alleen een wond die doorboorde van zijn linker oksel naar zijn rechter oksel.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Hoe weet u dat [echtgenoot] door de Nederlanders is doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">De mensen die in de richting van mijn huis renden, die vertelden dat [echtgenoot] was doodgeschoten door de Nederlanders.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Hadden zij dat gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat weet ik niet. Ik ben ook zelfs vergeten wie degenen waren die naar mijn huis toe renden en riepen dat meneer [echtgenoot] was overleden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Weet u nog wel wat zij precies aan u vertelden, toen zij kwamen aanrennen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ze zeiden: \" [echtgenoot] is dood\". En toen vroeg ik: \"Hoe kan dat, dat hij dood is?\". En de mensen zeiden: \"Hij is doodgeschoten door de Nederlanders. \"</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Vertelden zij ook aan u hoe zij dat wisten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet niet hoe zij het wisten. Maar dat is wat zij aan mij hebben verteld.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Hebben zij aan u verteld verder hoe het was gegaan, dat doodschieten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er werd iemand achterna gezeten door de Nederlanders en dat is waarom mensen aan het rennen waren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>Wie werd er achterna gezeten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er was iemand genaamd [naam 3] en daar zaten de Nederlanders achterheen en toen werd hij doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Even ter controle. U zegt net de Nederlanders die zaten achter [naam 3] aan en toen werd [echtgenoot] doodgeschoten. Is het zo gegaan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, op die manier.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Hoe weet u dat?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat zeiden de mensen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>En waarom zaten de Nederlanders achter [naam 3] aan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat weet ik niet. Ik weet niet of hij fout was of niet. Of hij een fout had begaan of niet.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">23.</span>Ik ga nog even met u terug naar het begin. U vertelde dat u een ploeg aan het maken was toen u hoorde dat [echtgenoot] was doodgeschoten. Waar was u toen?</div>\n<p class=\"lf-p\">In mijn huis. Ik was een ploeg aan het maken in mijn huis.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">24.</span>Waar is [echtgenoot] doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij is doodgeschoten in het gootje naast het huis, naast zijn eigen huis van meneer [echtgenoot] . ( ... ) 45. Kunt u zich herinneren of de mensen van wie u hoorde dat [echtgenoot] was doodgeschoten, of die ook iets hadden verteld over wat er vlak daarvoor was gebeurd, vlak voordat hij werd beschoten, neergeschoten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet alleen dat meneer [echtgenoot] is doodgeschoten door de Nederlanders.”</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">46.</span>U heeft ons ook verteld over meneer [naam 3] . Kunt u zich herinneren waar het huis van meneer [naam 3] was ten opzichte van het huis van meneer [echtgenoot] ?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet niet waar het huis van meneer [naam 3] is. Hij is een, iemand die mensen kan genezen. Hij komt van buiten. De heer [naam 3] is een traditionele geneesheer die naar de dorpen komt om mensen te genezen. Ik weet niet waar hij woont.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">47.</span>Nog even terug naar dat huis waar u woonde toen dit gebeurde, waar u ook die ploeg aan het maken was. Kon u vanaf uw huis het huis van meneer [echtgenoot] zien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Van mijn huis naar het huis van meneer [echtgenoot] is ongeveer 50 meter, nog geen kilometer, maar het huis is niet te zien van mijn huis uit.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">48.</span>Is dat omdat het te ver weg is? Of omdat er iets voor staat bijvoorbeeld, dat het gezicht belemmert?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet zichtbaar. Niet omdat het zicht wordt belemmerd door bomen of iets dergelijks, maar omdat het te ver weg is.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">49.</span>Kunt u zich herinneren of u op de dag dat dit gebeurde ook schoten heeft gehoord?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb dat toen niet gehoord. Ik ben het vergeten.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.196. [getuige 7] heeft als getuige verklaard: “4. Hebt u gezien dat [echtgenoot] werd doodgeschoten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee. (…) Ik heb hem pas gezien nadat hij dood was. Wij zijn pas gekomen nadat het was gebeurd, want wij waren bang dat de Nederlandse soldaten, of militairen, zouden terugkomen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Waar was u toen [echtgenoot] werd doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ten tijde van het voorval was ik thuis. [ [… 6] merkt op dat er in het Boeginees werd gevraagd: \"Waar was u?\" en dat de getuige daarop antwoordde: \"Ik was in Padacenga.\" Vervolgens werd er verder nagevraagd door [tolk 2] en toen zei de getuige: \"Ik was thuis. \"l ( ... ) 7. Had u eerder die dag Nederlandse militairen gezien?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja, ik heb militairen gezien op die dag. Ik wist niet of dat Nederlandse militairen waren of niet.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Wat bedoelt u daarmee, dat u niet wist of het Nederlandse militairen waren of niet?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het was niet duidelijk of het Nederlandse militairen waren of niet, maar het was duidelijk dat zij op zoek waren naar mensen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Hadden zij uniformen aan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, zij hadden groene kleding aan. En zij hadden een hoofddeksel.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>Kunt u verder beschrijven hoe zij eruitzagen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hun huidskleur was niet veel lichter dan die van ons. Het was dezelfde huidskleur en niet erg veel anders.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>En verder? Kunt u verder nog iets daarover vertellen, hoe ze eruitzagen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat is alles was ik weet.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>En waren er blanke Europese mensen, militairen, bij?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat heb ik niet gezien. Ik zal ruet iets vertellen wat ik niet heb gezien. [ [… 6] merkt op dat [tolk 2] de getuige vroeg: \"Heeft u gezien of hun huid wit was en hun ogen rood, vuur gevend, brandden ze rood?\"] 13. Hebt u blanke Europese mannen gezien?</p>\n<p class=\"lf-p\">Heb ik niet gezien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Die militairen, zag u die voor of nadat [echtgenoot] overleed?</div>\n<p class=\"lf-p\">Wij kwamen pas nadat hij dood was en zagen het lijk pas nadat de mensen waren weggegaan. [ [… 6] merkt op dat de getuige zei: \"Nadat de militairen weg waren.\" en dat er werd vertaald: \"Nadat de mensen waren weggegaan. \" ( ... ) 21. Wie zei dat?</p>\n<p class=\"lf-p\">Men zei dat hij rende vanuit een andere richting en dat hij op het huis rende, vluchtte. [ [… 6] merkt op dat het een huis is op palen. Hij rende het huis naar boven, naar binnen.] 22. Wie zei tegen u dat [echtgenoot] wegrende?</p>\n<p class=\"lf-p\">Een buur zei tegen mij dat [echtgenoot] wegrende omdat men op zoek was naar iemand.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.197. [de zoon] , de zoon van [eisende partij 18] heeft als getuige verklaard dat hij [echtgenoot] heeft gezien nadat hij was overleden: “3. Waar hebt u hem toen gezien?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij is doodgeschoten in de nabijheid van het huis, dichtbij het huis.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Waar was u op het moment dat het gebeurde?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was toen nog klein. Ik was elders aan het spelen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Was u buiten aan het spelen, afwas u ergens binnen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was op dat moment een beetje ver van het huis aan het spelen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Kunt u vertellen wat er gebeurde, vanaf het moment dat u buiten aan het spelen was en dan toen u uw vader zag en zo verder? Dus eigenlijk van begin tot einde, het hele verhaal.</div>\n<p class=\"lf-p\">Er kwam iemand aan mij vertellen dat mijn vader dood was, dat mijn vader doodgeschoten was.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Wat gebeurde er toen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik ben daarna teruggegaan en heb het stoffelijk overschot van mijn vader gezien. (.,.) 22. Ik wil even met u terug naar wat ti net vertelde over dat mensen u kwamen halen en vertelden dat uw vader was overleden. Ik wil graag van u weten of u nog precies weet wat die mensen toen tegen u zeiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die persoon, of die personen (ik denk dat het één persoon is; opmerking mevrouw [… 5] ), zeiden: \"Ga daarheen want jouw vader is doodgeschoten.\"</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">23.</span>Wie was dat? Die persoon, of personen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Mijn oom kwam mij roepen. [Mevrouw [… 5] merkt op dat zij vroeg: \"Waren er geen andere mensen?\" en dat de getuige daarop antwoordde: \"Nee, alleen mijn oom.\"] 24. Had uw oom gezien dat uw vader werd doodgeschoten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee, mijn oom heeft niet gezien dat mijn vader werd doodgeschoten. Hij heeft mijn vader gezien nadat hij was doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">25.</span>Weet u door wie uw vader is doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat weet ik niet, maar mijn oma of opa (dat kan geloof ik in het Boeginees beiden zijn, maar in het Indonesisch is het oma; opmerking mevrouw [… 5] ), vertelde dat de Nederlanders mijn vader heeft doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Was het de oma, of de opa?</div>\n<p class=\"lf-p\">Mijn opa.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>Had hij dat gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee, hij heeft dat niet gezien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>Hoe wist uw opa dat uw vader was doodgeschoten door de Nederlanders?</div>\n<p class=\"lf-p\">Hij vertelde dat hij een schot, of schoten, hoorde, dat hij eens schot hoorde en dat daarna mensen samenkwamen en zagen wat er gebeurd was.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>Dat vertelde uw opa, als ik het goed begrijp.</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">30.</span>Hebt u zelf een schot, of schoten, gehoord?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee, ik heb toen niets gehoord. Ik was toen aan het spelen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">31.</span>Hebt u die dag zelf Nederlanders gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee. De mensen kwamen pas nadat de Nederlanders weg waren, want iedereen was erg bang voor de Nederlanders. We waren bang dat we ook doodgeschoten zouden worden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">32.</span>Begrijp ik het dan goed dat de Nederlanders in het dorp waren gekomen, die dag?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">33.</span>Weet u wat ze daar deden? Of beter gezegd; wat ze daar kwamen doen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ze kwamen daar om een operatie uit te voeren. [Mevrouw [… 5] merkt op dat zij had gevraagd wat hun doel daar was.] 34. Wat was dat voor operatie?</p>\n<p class=\"lf-p\">Met operatie wordt bedoeld, op dat moment werden zogenoemd naar de vlag (dat is mijn toevoeging; opmerking mevrouw [… 5] ) de Rood Witte Troepen waren in strijd met de Nederlanders en de Rood Witte Troepen dat zijn de huidige veteranen. Nederlanders die kwamen naar de dorpen om leden van die Rood Witte Troepen te zoeken, maar ze schoten onschuldige mensen dood. ( ... ) 40. Ik dacht even, ik wil even kijken of ik het goed heb begrepen. Ik had de indruk net dat uw opa aan u had verteld hoe hij wist dat uw vader door de Nederlanders was doodgeschoten. Ik wil heel graag weten hoe uw opa dat wist. Begrijp ik het goed dat u dat niet weet, of heeft uw opa dat aan u verteld?</p>\n<p class=\"lf-p\">Klopt. (…) 51. U heeft ons verteld dat het Nederlandse leger daar was om een operatie uit te voeren. Hoe weet u dat ze een operatie uitvoerden? Kunt u zich herinneren waar u dat had gehoord?</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dat moment waren er leden van de Rood Witte Troepen in ons dorp en zij vluchtten allemaal en ongelukkiger wijze troffen de Nederlanders mijn vader aan.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.198. Geen van deze getuigen heeft gezien dat [echtgenoot] werd doodgeschoten. Wel hebben zij meteen na zijn overlijden stoffelijk overschot gezien en hebben zij van anderen gehoord dat hij door Nederlandse militairen is doodgeschoten. [getuige 7] heeft wel verklaard dat hij militairen heeft gezien die dag, maar dat hij niet weet of het Nederlandse militairen waren. [getuige 7] kon zich in het bijzonder niet herinneren dat er blanke (Europese) militairen bij waren. [eisende partij 18] wijst met juistheid erop dat ook het KNIL betrokken was bij misdragingen van Nederlandse militairen. De rechtbank beschouwt het als een feit van algemene bekendheid dat vele KNIL-militairen van Indonesische afkomst waren. De andere getuigen hebben zelf die dag geen Nederlandse militairen gezien. Dit een en ander neemt niet weg dat met deze verklaringen voldoende bewijs geleverd van de stelling van [eisende partij 18] dat [echtgenoot] in 1947 door Nederlandse militairen is doodgeschoten in Sipodeceng .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.199. De Staat wijst met juistheid erop dat uit de getuigenverklaringen niet volgt dat er sprake is geweest van een standrechtelijke executie. Volgens de getuigen zou [echtgenoot] zijn omgekomen toen hij wegrende of wegvluchtte terwijl het leger op zoek was naar de Rood Witte Troepen. De Staat voert aan dat de reële mogelijkheid bestaat dat [echtgenoot] is gedood bij legitieme gevechtshandelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.200. Afgezien van het feit dat hij is gedood toen de Nederlandse militairen een zoektocht uitvoerden in het dorp, is niets bekend over de omstandigheden waaronder [echtgenoot] is gedood. De verklaring van [de zoon] (in antwoord op vraag 51), dat de Nederlandse militairen ‘ongelukkiger wijze’ zijn vader aantroffen en dat zij op hun zoektocht naar de rood witte troepen ‘onschuldige mensen’ doodschoten, wijst echter erop dat [echtgenoot] een willekeurig slachtoffer was van geweld door Nederlandse militairen. Er is geen enkel aanknopingspunt gesteld of gebleken waaruit volgt dat [echtgenoot] lid was van de rood witte troepen. Ook anderszins is er geen enkele reden om aan te nemen dat [echtgenoot] in het kader van legitieme gevechtshandelingen is gedood. Daarmee is [eisende partij 18] geslaagd in haar bewijsopdracht. Onder (d) wordt besproken wat dit betekent voor haar vorderingen. [eisende partij 19] 2.201. stelt dat haar echtgenoot [P-1] / [P] op 7 februari 1947 met een groep anderen op een veld door Nederlandse militairen is geëxecuteerd in Bulo Wattang .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.202. De Staat wijst erop dat grote onduidelijkheid bestaat over de leeftijd van [getuige 13] ten tijde van de gestelde standrechtelijke executie waarover hij als getuige heeft verklaard. Volgens zijn paspoort is hij geboren in 1945 en volgens zijn identiteitsbewijs in 1943, terwijl een eerder in het geding gebrachte schriftelijke verklaring vermeldt dat hij geboren is in 1938 (zodat hij negen jaar oud zou zijn geweest in 1947) en daarin ook staat dat hij toen zeven jaar oud was, hetgeen is onderschreven door Stichting KUKB. Tijdens zijn getuigenverhoor heeft hij verklaard dat hij 80 jaar oud is en ook dat hij ten tijde van de gebeurtenis ongeveer twaalf jaar oud was, in welk geval hij in 1935 geboren zou zijn en dat hij ten tijde van het getuigenverhoor 83 jaar oud zou zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.203. In het tussenvonnis van 27 juli 2016 heeft de rechtbank naar aanleiding van de schriftelijke verklaring van Patanangi reeds opgemerkt dat hij in 1947 (zeer) jong was, namelijk – afgaande op zijn paspoort – twee jaar. In de onduidelijkheid over de leeftijd van Patanangi in 1947 en de mogelijkheid – afgaande op zijn paspoort – dat hij toen de zeer jonge leeftijd van twee jaar oud had, ziet de rechtbank reden om zijn getuigenverklaring niet voor het bewijs te gebruiken. Gezien de zeer jonge leeftijd die Patanangi destijds mogelijk had, is het de vraag of hij uit eigen waarneming heeft kunnen verklaren. Die vraag dringt zich des te meer op nu hij op belangrijke punten anders heeft verklaard dan [getuige 24] en [getuige 14] : zo was er volgens [getuige 13] geen wachtpost in de buurt van de executieplaats, terwijl [getuige 24] en [getuige 14] allebei verklaren dat dit wel het geval is. Ook wijkt de door [getuige 13] geschetste gang van zaken – waarbij mannen in groepjes werden aangewezen en doodgeschoten – af van de gebeurtenissen zoals die zijn beschreven door [getuige 24] en [getuige 14] , die allebei hebben verklaard dat de mannen één voor één werden aangewezen en doodgeschoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.204. [getuige 24] heeft als getuige verklaard dat [P] tijdens dezelfde executie als [O] door Nederlandse militairen is doodgeschoten (zie onder 2.189). Zoals hiervoor is overwogen, ziet de rechtbank in deze onduidelijkheid en de mogelijk zeer jonge leeftijd van [getuige 24] ten tijde van de gebeurtenissen in 1947 geen grond om zijn getuigenverklaring als onbetrouwbaar ter zijde te schuiven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.205. De getuige [getuige 14] heeft het volgende verklaard: “3. Wat kunt u vertellen over het overlijden van de man van mevrouw [eisende partij 19] ? [P-1] en [broer] zijn allebei doodgeschoten. Beide, [P-1] en [broer] , zijn broers van mij.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Door wie zijn zij doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij zijn doodgeschoten door de NICA.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Hoe weet u dat?</div>\n<p class=\"lf-p\">Omdat ik daar was. Mensen hadden zich verzameld op die plek en ik heb gezien dat [P-1] en [broer] zijn doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Ik zou u willen vragen om aan ons te vertellen wat u hebt gezien. Van begin tot eind.</div>\n<p class=\"lf-p\">Er waren twee mensen die ook rijst aan het zaaien waren. Dat was het dorpshoofd, of het hoofd, meneer [dorpshoofd] en de geestelijk leider meneer [geestelijke] . Zij zijn ook doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>En wat hebt u gezien van het doodschieten van [P-1] ?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er werd aan [P-1] gevraagd ken je de, weet jij wie rampokkers zijn of opstandelingen en [P-1] zei ‘nee’ en daarop werd hij doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Wie vroeg dat aan hem?</div>\n<p class=\"lf-p\">NICA.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Waar gebeurde dat precies?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het gebeurde in Bulo Wattang aan de kant van de weg en dat was dichtbij het huis van het dorpshoofd, de heer [dorpshoofd] en het was ook in de buurt van een wachtpost. (…) 17. Ik ga nu verder met u praten over wat u hebt gezien en wat er is gebeurd. Hoe ver was de plek waar u stond ongeveer vanaf de plek waar de mannen waren verzameld?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongeveer vijf meter.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Kon u goed zien wat er gebeurde?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb heel duidelijk gezien hoe [P-1] en [broer] werden doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>En die plek waar u stond, was u daar alleen, of waren daar ook andere mensen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Ik stond alleen aan de overkant van de weg, want ik was karbouwen aan het hoeden en dat was dichtbij het rijstveld.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Begrijp ik het dan goed dat u toevallig in de buurt was toen het gebeurde?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik zag dat mensen daarheen werden gebracht, vanaf de rijstvelden waar ik was en daarom ben ik daarheen gerend.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Door wie werden de mensen daarheen gebracht?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij werden door de NICA daarheen gebracht vanaf het rijstveld. Zij werden gebracht naar dichtbij het huis van het dorpshoofd [dorpshoofd] .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>En welke mensen werden daarheen gebracht?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er werden vijf mensen daarnaartoe gebracht. [P-1] , [broer] , [… 7] , het dorpshoofd Sara en de heer [geestelijke] .</p>\n<p class=\"lf-p\">23.En wat gebeurde er toen die mensen naar die plek waren gebracht?</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadat zij daarheen waren gebracht zijn zij allemaal doodgeschoten. [P] , [broer] , [… 7] , het dorpshoofd [dorpshoofd] en de geestelijk leider [geestelijke] .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">24.</span>Werden zij meteen doodgeschoten, of gebeurde er eerst nog iets anders?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij werden ondervraagd over wie heeft eten gegeven aan de guerrillastrijders en er werd niet geantwoord en toen werden zij meteen doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">25.</span>Zijn er die dag nog meer mensen doodgeschoten dan deze vijf mannen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het waren er velen die zijn doodgeschoten. Maar ik herinner mij alleen deze vijf namen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Hoe werden die andere mensen, die anderen dan die vijf, hoe ging dat, dat doodschieten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er was één iemand die mensen aanwees en hij heette [naam 4] . Nadat deze man mensen had aangewezen werden die doodgeschoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerking rechter: de getuige, terwijl hij dit zegt, maakt een wijzend gebaar met zijn rechter hand. Bij herhaling. Alsof hij uitbeeldt dat mensen worden aangewezen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>Wie was die [naam 4] , die die mensen aanwees? [naam 4] was iemand die in Bulo Wattang woonde.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>Hoe ging dat aanwijzen en dat doodschieten daarna? Ging het één voor één, dus één aanwijzen dan doodschieten, of een groepje aanwijzen en dan een aantal mannen tegelijk doodschieten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij werden één voor één aangewezen. Aangewezen, doodgeschoten, aangewezen, doodgeschoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerking rechter: de getuige maakt hierbij terwijl hij dit zegt hetzelfde gebaar; aanwijzen, doodschieten en dan weer aanwijzen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>Werden de mannen, nadat zij waren aangewezen, nog naar een andere plek gebracht? Of werden zij doodgeschoten op de plek waar zij op dat moment zaten, of stonden?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ze werden op dezelfde plek doodgeschoten. Zij werden niet gescheiden van de rest, maar zij werden meteen doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">30.</span>Wat is er met die [naam 4] gebeurd?</div>\n<p class=\"lf-p\">Uiteindelijk is, daarna is [naam 4] ook doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">31.</span>Hoeveel Nederlanders, of NICA, waren er?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er waren er velen. Ik weet niet hoeveel.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">32.</span>Hoe zagen zij eruit?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij hadden een blanke huid.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">33.</span>En wat voor kleding hadden zij aan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij hadden militaire kleding aan. Groen. (…) 34. Hebt u gezien dat de Nederlanders in het dorp aankwamen? (…) Ik zag pas dat de mensen van de rijstvelden werden gehaald en weggebracht, op dat moment zag ik het pas. Ik heb ze niet zien aankomen. Ik weet alleen dat ze uit Rapang kwamen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">35.</span>Hoe weet u dat, dat ze uit Rapang kwamen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Omdat, daar zaten de Nederlanders. In Rapang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">36.</span>Weet u ook hoe de Nederlanders, eventueel met welk vervoermiddel, zij kwamen naar het dorp?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij kwamen met de auto.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">37.</span>Hebt u de Nederlanders uit het dorp zien vertrekken?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Ik heb gezien dat zij na die gebeurtenis, na het doodschieten, zijn weggegaan uit Bulo Wattang . Want ik stond aan de kant van de weg.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">38.</span>Naar welke richting gingen ze?</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij vertrokken, gingen terug naar Rapang. Zij hadden een huis in Rapang. te vragen om te helpen. Pu Pannu.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.206. Op grond van de getuigenverklaringen van [getuige 24] en [getuige 14] , die allebei concreet en gedetailleerd uit eigen waarneming hebben verklaard over het doodschieten van [P] door Nederlandse militairen, neemt de rechtbank de door [eisende partij 19] gestelde doodsoorzaak van [P] als vaststaand aan. Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van haar vorderingen, komt hierna onder (d) aan de orde. [eisende partij 20] 2.207. stelt dat haar echtgenoot [Q-1] / [Q] in februari 1947 is gedood door Nederlandse militairen op de derde dag na te zijn opgepakt en in de gevangenis van Rappang gevangen te zijn gezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.208. De in de zaak van [eisende partij 20] toegestane getuige Dabong is overleden voordat hij gehoord kon worden en [eisende partij 20] kon om gezondheidsredenen niet worden gehoord. [eisende partij 20] stelt nu dat haar aanbod om [getuige 25] en [getuige 26] als getuigen te horen ten onrechte is gepasseerd, onder verwijzing naar de overweging van de rechtbank dat voor zover een verklaring enkel is gebaseerd op het collectieve geheugen het aanbod getuigen te horen niet kan worden toegewezen. [eisende partij 20] wijst nu erop dat uit de verklaring die zij had ingebracht, kan worden afgeleid dat [getuige 25] uit eigen wetenschap had kunnen verklaren over wat zij (kort) na de dood van [Q-1] daarover had gehoord van anderen en dat de verklaring van [getuige 26] evenmin uitsluit dat hij uit eigen waarneming relevante informatie had kunnen verstrekken. [eisende partij 20] betoogt dat dit getuigenaanbod niet afgewezen had moeten worden. Daarom moeten de schriftelijke verklaringen in haar zaak kunnen bijdragen aan het bewijs, aldus Manne.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.209. Voor zover [eisende partij 20] hiermee verzoekt om terug te komen op het passeren van het bewijsaanbod ter zake van deze twee getuigen, ziet de rechtbank daar geen aanleiding toe. De rechtbank deelt niet de – overigens niet nader geconcretiseerde – gevolgtrekkingen van [eisende partij 20] uit de schriftelijke verklaringen van [getuige 25] en [getuige 26] . In hetgeen [eisende partij 20] stelt ziet de rechtbank evenmin grond om in haar zaak – anders dan in de zaken van de andere weduwen en kinderen – wel de overgelegde schriftelijke verklaringen te betrekken in de bewijsbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.210. De conclusie luidt daarmee dat [eisende partij 20] niet is geslaagd in haar bewijslevering. Haar vordering moet worden afgewezen. [eisende partij 21] 2.211. stelt dat haar echtgenoot [R] in 1947 in zijn woning in Rijang Panua (Kulo) is doodgeschoten door Nederlandse militairen. [eisende partij 21] is toegelaten dit te bewijzen. Ook is zij toegelaten de door de Staat betwiste huwelijksband met [R] te bewijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.212. Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat [eisende partij 21] niet is geslaagd in het bewijs van de door haar gestelde doodsoorzaak van [R] . De getuige [getuige 27] heeft daar het volgende over verklaard: “10. (…) Ik ga nu weer naar een ander onderwerp en dat is het overlijden van [R] . Wat kunt u ons daarover vertellen?</p>\n<p class=\"lf-p\">De Nederlanders kwamen naar het huis en de vader zei dat iedereen moest gaan rennen, maar [R] ging niet rennen en toen was er een geweerschot en werd hij doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>Was u samen met [R] thuis, toen de Nederlanders kwamen?</div>\n<p class=\"lf-p\">In het huis, of in zijn huis (het kan beide zijn; opmerking mevrouw [… 5] ).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Van wie was dat huis waar u was?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het huis van [R] zelf.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>In welke plaats was dat huis van [R] ?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat was ook in het dorp Simae.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Kunt u mij van begin tot eind vertellen wat u zich herinnert van die dag?</div>\n<p class=\"lf-p\">Het was in de namiddag dat ik naar het huis van [R] ging. We hoorden geweerschoten. De vader van [R] zei: “Ga rennen”. Hij ging niet, hij rende niet weg en de Nederlanders kwamen en hij werd neergeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Hebt u gezien dat [R] werd neergeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat heb ik niet gezien, omdat wij al weg waren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Begrijp ik het goed dat u wel was weggerend?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, wij begonnen te rennen toen wij geweerschoten hoorden. Toen wij schoten hoorden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Hebt u zelf Nederlanders gezien die dag?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Ik heb gezien dat de Nederlanders [R] hebben neergeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Wat hebt u precies gezien? Kunt u dat aan ons vertellen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Wat ik heb gezien is dat de soldaten groene kleding aanhadden. En dat zij hem hebben geschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>Hoeveel soldaten hebt u gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Twee mensen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Hoe wist u dat ze van het Nederlandse leger waren?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik weet niet hoe ik dat wist, maar het waren wel Nederlanders.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Waar was u op het moment dat [R] werd doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was aanvankelijk niet echt in de buurt van het huis van [R] , maar toen ik schoten hoorde ben ik naar het huis van [R] gegaan.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>Waar ten opzichte van zijn huis is [R] doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Achter zijn huis.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">23.</span>Is dat ten noorden, ten oosten, ten westen, ten zuiden? Welke windrichting ten opzichte van het huis?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ten zuiden van zijn huis. (…) 25. Was het ver van het huis, of was het dichtbij het huis?</p>\n<p class=\"lf-p\">Dichtbij het huis.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Waar was u op het moment dat [R] werd doodgeschoten? Waar was u zelf?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik ben het een beetje vergeten. Ik was in huis. (…) 27. Kon u zien vanuit de plek waar u zat dat [R] werd doodgeschoten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat heb ik niet gezien, want toen we schoten hoorden zijn we weggegaan.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>Waar bent u toen heengegaan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Wij zijn in zuidelijke richting gerend.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>Hebt u [R] gezien meteen nadat hij was doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">30.</span>Kunt u ons vertellen wat u toen hebt gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat ben ik vergeten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">31.</span>Hebt u verwondingen gezien bij [R] ?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, ik heb een wond gezien op zijn borst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerking rechter: terwijl mevrouw dat zei wees zij met haar rechter hand op haar linker borst.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">32.</span>Hebt u nog meer verwondingen gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee. (…) 48. Dan nog over het overlijden van [R] . Zijn er toen [R] werd doodgeschoten ook andere mensen doodgeschoten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">49.</span>Weet u of er andere mensen bij waren op het moment dat hij werd doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Die waren er niet. Dat ben ik al vergeten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">50.</span>Die twee Nederlandse soldaten die u hebt gezien, hebt u gezien waar ze vandaan kwamen? En dan bedoel ik uit welke richting.</div>\n<p class=\"lf-p\">Zij kwamen uit het westen, uit het noorden. Uit noordelijke richting.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">51.</span>Begrijp ik het goed dat zij uit noordelijke richting kwamen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">52.</span>Begrijp ik het ook goed dat u dat hebt gezien, zelf, dat ze van die kant kwamen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">53.</span>Hebt u ze ook zien vertrekken uit het dorp?</div>\n<p class=\"lf-p\">We hebben hen niet weg zien gaan, want wij waren al eerder weg.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.213. Hiermee heeft [getuige 27] niet een consistente en concrete verklaring afgelegd op basis waarvan de door [eisende partij 21] gestelde doodsoorzaak van [R] kan worden aangenomen. Hij heeft weliswaar dat hij [R] heeft gezien met een wond in zijn borst, nadat zijn vader had gezegd dat iedereen moest gaan rennen en [R] dat niet had gedaan – wat erop wijst dat [R] is doodgeschoten – maar de omstandigheden van [R] ’s dood en in het bijzonder de vraag of [R] door Nederlandse militairen is doodgeschoten volgen onvoldoende uit zijn verklaring. Dat volgt ook niet uit de verklaring van de getuige [getuige 28] , die een andere plaats van overlijden noemt. [getuige 28] heeft het volgende verklaard: “2. Ik wil eerst met u praten over het overlijden van meneer [R] . Wat kunt u daarover vertellen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik herinner me, nadat de heer [R] dood was, dat de mensen dat kwamen melden bij mij. (…) 4. Hoe lang nadat [R] dood was, hoorde u van zijn dood?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik wist van het overlijden van meneer [R] iets meer dan een uur na de gebeurtenis. [ [… 6] merkt op dat de vraag aan de getuige in het Indonesisch was: “Hoe lang na die gebeurtenis wist u dat?” Daarop was het antwoord van de getuige: “Niet lang daarna.” Daarop heeft de tolk in het Boeginees gevraagd: ”Was het ongeveer een uur daarna?”] 5. Waar was u toen u hoorde van de dood van [R] ? Waar was u zelf?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik was op dat moment in huis, op het moment dat ik hoorde van zijn overlijden. Het was destijds zo dat als er iets gebeurde in het dorp, dan werd het aan mij gemeld.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Waarom werd dat aan u gemeld, als er iets gebeurde in het dorp?</div>\n<p class=\"lf-p\">Er werden dingen aan mijn vader gerapporteerd, gemeld, omdat mijn vader een belangrijk man was. De enige belangrijke man in het dorp.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het werd dus aan uw vader verteld. En waar was u op het moment dat dat gebeurde?</div>\n<p class=\"lf-p\">Thuis. Mijn vader was niet blij met de aanwezigheid van de Nederlanders. [ [… 6] merkt op dat de getuige in het Boeginees zei dat omdat zijn vader niet blij was met de aanwezigheid van de Nederlanders werden dingen als dit gemeld aan zijn vader.] 8. Wie kwamen dat vertellen aan uw vader, dat [R] dood was?</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die dat bericht bracht, heette [naam 5] . Eén van de codes om aan te geven dat er Nederlanders waren was dat hij zei: “Ik ben op zoek naar een hond, of naar honden.”</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Was u erbij, toen dit werd verteld aan uw vader? Of hebt u het weer van uw vader gehoord?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb het rechtstreeks gehoord van die informant van mijn vader. [ [… 6] merkt op dat in het Boeginees nog iets is gezegd, namelijk: “Omdat mijn vader al had gehoord over de dood van meneer [R] , was hij al gevlucht.”] (…) 12. Hebt u zelf het lichaam van [R] gezien, nadat hij was doodgeschoten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee, dat klopt, dat heb ik niet gezien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>Dus als ik het goed begrijp, hebt u niet gezien dat [R] werd doodgeschoten en u hebt ook niet zijn stoffelijk overschot gezien nadat dat was gebeurd. U hebt alleen gehoord dat hij is doodgeschoten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb het alleen gehoord. Ik heb het doodschieten niet gezien en ook niet het stoffelijk overschot.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Hebt u die dag Nederlandse militairen gezien in het dorp?</div>\n<p class=\"lf-p\">Op die dag waren er Nederlandse soldaten naar het dorp gekomen, maar waren niet verder gekomen dan het huis van meneer [R] .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Hoe weet u dat?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik wist het via die informant van mijn vader, dat er Nederlandse soldaten bij het huis van [R] waren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Hebt u zelf Nederlandse soldaten gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb niet gezien dat er Nederlandse soldaten waren. Ik heb alleen die informatie gehoord.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Waar was u zelf op het moment dat [R] werd doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ten tijde van het doodschieten was ik thuis.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Is dat ver, of dichtbij, ten opzichte van de plek waar [R] werd doodgeschoten? Kunt u dat aan ons uitleggen?</div>\n<p class=\"lf-p\">De afstand tussen mijn huis en het huis van meneer [R] is ongeveer een kilometer.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>Hebt u iets gehoord? Bijvoorbeeld schoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb niets gehoord.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Nog even ter controle: die afstand van ongeveer een kilometer, dan hebben we het over uw huis toen en de plek waar [R] is doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja, mijn huis destijds. (…) 22. Zijn er die dag ook andere mensen doodgeschoten in het dorp?</p>\n<p class=\"lf-p\">Er was toen niemand anders doodgeschoten behalve meneer [R] . [ [… 6] geeft aan dat een gedeelte van het antwoord niet vertaald is: “Er waren veel andere doden, maar die waren niet door de Nederlanders gedood, maar door de eigen mensen. Die anderen waren niet door de Nederlanders gedood.”] (…) 24. Ik wil graag weten wat bedoeld is te zeggen. Is bedoeld te zeggen er zijn alleen maar Boeginezen gedood en geen Nederlanders? Of is er bedoeld te zeggen er zijn mensen gedood door Nederlanders en door Boeginezen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Er waren Boeginezen die handlangers waren van de Nederlanders die de opdracht hadden om mijn vader te doden. [ [… 6] voegt toe dat de getuige in het Boeginees ook nog heeft gezegd: “Alleen de heer [R] is door Nederlandse soldaten gedood. Er waren Boeginezen die opdracht kregen van de Nederlanders om andere Boeginezen te doden. Mijn vader weigerde dat; hij zou liever dood gaan dan dat hij dat bevel zou uitvoeren van de Nederlanders.”] 25. In welke plaats is [R] doodgeschoten? De kampong naam?</p>\n<p class=\"lf-p\">De kampong waar meneer [R] is geëxecuteerd is kampong Sima.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Hoe heet die kampong nu?</div>\n<p class=\"lf-p\">Die kampong heet nog steeds kampong Sima, maar de inwoners zijn naar een andere plaats verhuisd omdat ze bang zijn om op die plek te wonen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>Rijang Panua: waar ligt dat ten opzichte van Sima?</div>\n<p class=\"lf-p\">De plek van kampong Sima met de vroegere plek van de kampong is ongeveer drie kilometer verwijderd van de vroegere plek. De mensen uit de kampong zijn verhuisd naar een andere plek, dat is ongeveer drie kilometer van de oorspronkelijke plek.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>En Rijang Panua, waar ligt dat ten opzichte van Sima?</div>\n<p class=\"lf-p\">Vanuit Sima is kampong Rijang Panua ten noorden van die plek, van Sima.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>Ik heb het nu over toen. Was dat toen ook zo? Ik wil weten of Rijang Panua toen ook ongeveer drie kilometer ten noorden van Sima lag.</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat was vanaf toen zo dat het drie kilometer er vandaan is. Er zijn familieleden van mij die niet willen verhuizen uit Panua. (…) 41. Als ik u goed heb begrepen vertelde u dat ‘de mensen’ kwamen vertellen dat [R] was doodgeschoten. Waren er nog anderen dan die meneer [naam 6] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee. Volgens mij niet.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">42.</span>Ik begreep van u dat u erbij was toen die informant met uw vader aan het praten was over [R] . Kunt u zich herinneren wat zijn woorden waren, wat hij er precies over had verteld?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik herinner me alleen dat de informant zei: “De Nederlanders komen”, “Rennen”, “Ze hebben [R] gedood”. [ [… 6] geeft aan dat in het Boeginees aan getuige was gevraagd: “Wat heeft de informant gezegd?”. Waarop de getuige heeft geantwoord: “De Nederlanders komen”, “ [R] is gedood”. En: “Mensen vroegen mij te getuigen omdat ik weet dat [R] dood is.”] 43. Bgrijp ik het goed dat die informant had gezegd dat de Nederlanders komen en dat ze [R] hebben gedood? Of heb ik dat niet goed begrepen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat ik me alleen maar herinner is dat de informant schreeuwde: “ [R] is dood.” [ [… 6] merkt op dat de getuige ook heeft gezegd: “Dat is de reden waarom ik getuige werd. Omdat ik wist dat [R] dood was.”] 44. Begrijp ik u goed dat uw vader vervolgens is gevlucht?</p>\n<p class=\"lf-p\">Mijn vader is daarop weggerend, want hij was bang gedood te worden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">45.</span>Wat heeft u toen zelf gedaan?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ikzelf was toen nog klein. Mijn vader is toen weggerend om vrienden te waarschuwen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">46.</span>We hebben het over de plaats Simae gehad. Waar lag dat ten opzichte van de plaats Tellang-Tellang? Toen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Je hebt groot Simae en klein Simae. Groot Simae is ongeveer drie kilometer van Tellang-Tellang en klein Simae is ongeveer twee kilometer van Tellang-Tellang. Ten zuiden allebei. Groot Simae is ongeveer drie kilometer ten zuiden van Tellang-Tellang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">47.</span>Voor mijn begrip waar dit gebeurde, was dat in groot Simae of in klein Simae? Waar [R] werd doodgeschoten.</div>\n<p class=\"lf-p\">De plek waar de heer [R] is doodgeschoten dat was in Simae Ketjil.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.214. Nu [eisende partij 21] niet is geslaagd in het bewijs van de door haar gestelde doodsoorzaak van [R] , kan onbesproken blijven of zij is geslaagd in het bewijs van haar huwelijksband met [R] . Haar vordering moet worden afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slotsom beoordeling individuele bewijsposities 2.215. Uit de voorgaande bespreking van de individuele bewijsposities van de weduwen en kinderen volgt dat als vaststaand kan worden aangenomen dat [eisende partij 1] , [eisende partij 2] , [eisende partij 5] , [eisende partij 6] [eisende partij 7] , [eisende partij 13] , [eisende partij 14] , [eisende partij 15] , [eisende partij 17] , [eisende partij 18] en [eisende partij 19] 1) weduwe of kind zijn van 2) een destijds door Nederlandse militairen onrechtmatig geëxecuteerde man. Voor [eisende partij 3] , [eisende partij 4] , [eisende partij 8] , [eisende partij 9] , [eisende partij 10] , [eisende partij 11] , [eisende partij 12] , [eisende partij 16] , [eisende partij 20] en [eisende partij 21] volgt dit niet uit het bijgebrachte bewijs. Hun vorderingen moeten worden afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.216. De rechtbank benadrukt voor de goede orde nog dat met dit oordeel niet gezegd is dat hun echtgenoten niet zijn geëxecuteerd, maar slechts dat onvoldoende bewijs is bijgebracht om dit in rechte te kunnen vaststellen. (d) Bespreking van de vorderingen 2.217. De rechtbank zal nu de toewijsbaarheid van de vorderingen van [eisende partij 1] , [eisende partij 2] , [eisende partij 5] , [eisende partij 6] [eisende partij 7] , [eisende partij 13] , [eisende partij 14] , [eisende partij 15] , [eisende partij 17] [eisende partij 18] en [eisende partij 19] bespreken. Zij vorderen vergoeding van materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Immateriële schade 2.218. In de tussenvonnissen van 11 maart 2015 en 27 juli 2016 heeft de rechtbank geoordeeld dat op grond van het (in deze zaken toepasselijke) oud BW immateriële schade van de weduwen en kinderen niet voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank overwoog daartoe (in het vonnis van 11 maart 2015) onder meer het volgende: “Immateriële schadevergoeding ?</p>\n<p class=\"lf-p\">4.63 Ingevolge artikel 1406 BW (oud) komt slechts voor vergoeding in aanmerking de schade die de nabestaanden, die door de arbeid van een overledene pleegden te worden onderhouden, lijden door het verlies van het levensonderhoud dat zij van de overleden persoon ontvingen. Alleen een tekort in de voor hun levensonderhoud nodige middelen moet naar het toe te passen BW (oud) door de schadeplichtige worden vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.64 Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat het voor nabestaanden niet mogelijk is om via een beroep op artikel 1401 BW (oud) in rechte desondanks vergoeding van immateriële schade af te dwingen. De Hoge Raad heeft deze (juridische sluip)route om aan de specifieke bepaling van artikel 1406 BW (oud) te ontkomen uitdrukkelijk geblokkeerd, zie daartoe bijvoorbeeld HR 27 februari 1925, NJ 1925, 566, HR 2 januari 1931, NJ 1931, 348 en HR 8 april 1983, NJ 1984, 717. Het beroep op artikel 1401 BW (oud) van de weduwen en kinderen moet dus worden verworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.65 De rechtbank verwerpt ook het beroep op HR 21 mei 1943, NJ 1943, 455. Daarin ging het immers om een toegekende vordering tot immateriële schadevergoeding van een onrechtmatig verwond slachtoffer zelf, en niet om een vordering tot immateriële schadevergoeding van een nabestaande van een onrechtmatig gedood slachtoffer.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.66 Ook in het nu geldende Nederlandse recht is vergoeding van immateriële schade aan nabestaanden niet wettelijk verankerd. Zie bijvoorbeeld HR 9 oktober 2009, NJ 2010, 387. In maart 2010 is het Wetsvoorstel Affectieschade met nummer 28 781, waarmee werd beoogd verandering te brengen in dit wettelijk stelsel, verworpen door de Eerste Kamer.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.67 De weduwen en kinderen hebben nog gewezen op het Wetsvoorstel zorg- en affectieschade, dat onlangs het levenslicht zag. Onduidelijk is of dit tweede wetsvoorstel wel de eindstreep zal halen. Los daarvan is er geen enkel aanknopingspunt om te oordelen dat daarin de destijds heersende leer op dit punt is neergelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.68 Ook faalt het beroep van de weduwen en de kinderen op het huidige artikel 6:106 lid BW, waarin de regel is opgenomen dat voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, de benadeelde recht op heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding in geval van “het oogmerk van de aansprakelijke persoon om immateriële schade toe te brengen” en op het desbetreffende arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2001, NJ 2002, 216. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt immers dat deze regel niet gold onder het in deze procedures over Zuid-Sulawesi toe te passen oude recht (zie TM, PG Boek 6, p. 378).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.69 De weduwen en de kinderen hebben verder bepleit dat de Staat op grond van artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), dat ziet op het grondrecht op leven, gehouden is tot vergoeding van immateriële schadevergoeding. De rechtbank deelt deze opvatting niet. Het EVRM is in 1954 voor Nederland in werking is getreden. Aan het EVRM is geen terugwerkende kracht toegekend. Dat betekent dat de weduwen en de kinderen zich niet op het EVRM kunnen beroepen, reeds omdat het in hun geval gaat om gedragingen vóór inwerkingtreding van het EVRM en er voorts geen sprake is van een voortdurende situatie van schending van het EVRM die zich uitstrekt tot na de inwerkingtreding van het EVRM.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.70 Ook de verwijzing naar de rechterlijke oordelen in de “Srebrenica-zaken” van Mustafic (HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9225) en Nuhanovic (HR 6 september 2013, ECLI ECLI:NL:HR:2013:BZ9228) en van de Moeders van Srebrenica (rechtbank Den Haag 16 juli 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8562) tegen de Staat kan de weduwen en de kinderen ten deze niet baten. In de eerste twee zaken is Bosnisch recht toegepast. In de derde zaak, waarin wel Nederlands recht is toegepast, is geoordeeld dat de Staat aansprakelijk is en is de zaak verwezen naar een schadestaatprocedure voor begroting van de schade, zonder dat een oordeel is gegeven over welke schadesoorten voor vergoeding in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.71 Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de weduwen en de kinderen geen in rechte afdwingbaar recht hebben op vergoeding van immateriële schade.”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.219. Dit oordeel is bekrachtigd in het arrest van het gerechtshof te Den Haag van 1 oktober 2019 in het tussentijdse hoger beroep tegen het tussenvonnis van 11 maart 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gerechtshof overwoog daartoe het volgende: “Immateriële schadevergoeding 20. Onder het oude recht hadden nabestaanden van een “moedwillig” gedode persoon slechts recht op een vergoeding van het tekort in de voor hun levensonderhoud noodzakelijke middelen, althans voor zover zij door de gedode persoon werden onderhouden (artikel 1406 (oud) BW). Tot aan de invoering per 1 januari 2019 van de Wet Affectieschade17 gold onder het huidige recht een vergelijkbare regeling (artikel 6:108 lid 1 BW). Tot aan 1 januari jl. konden nabestaanden dus geen aanspraak kunnen maken op een vergoeding van zogeheten affectieschade (verdriet om de dood van een naaste).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Reeds onder het oude recht hebben nabestaanden gepoogd om via de weg van een rechtstreeks beroep op artikel 1401 BW de rechter te bewegen toch een vergoeding van affectieschade toe te kennen, Deze pogingen zijn gestrand18. Ook de pogingen onder het huidige recht om door middel van een beroep op artikel 6:106 lid 1 sub b BW (“op andere wijze in de persoon aangetast”) een vergoeding van affectieschade te verkrijgen, hebben geen succes gehad. Kort samengevat kan onder het huidige recht iemand die een naaste is verloren slechts in twee gevallen via een rechtstreekse onrechtmatige daadactie aanspraak maken op een toekenning van smartengeld, te weten (i) in de situatie als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub a BW, dat wil zeggen als de aansprakelijke persoon het oogmerk heeft gehad immateriële schade aan de naaste toe te brengen (waarbij uitdrukkelijk de eis geldt dat het oogmerk gericht moet zijn geweest op de specifieke schade waarvan vergoeding wordt gevorderd) en (ii) de situatie van zogeheten “shockschade”: als door de – te bewijzen – directe confrontatie met de ernstige gevolgen van de schending van een verkeers- of veiligheidsnorm waardoor iemand is overleden of gewond, bij de naaste een hevige emotionele schok is teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel is voortgevloeid19.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>[geïntimeerden] vorderen geen smartengeld als nabestaanden, maar als direct gelaedeerden. Zij beroepen zich daarbij niet (mede) op de hiervoor onder (i) en (ii) bedoelde gevallen, maar beperken zich tot een beroep op de in artikel 6:106 lid 1 sub b BW bedoelde “andere aantasting van de persoon”20. Zij menen, zo begrijpt het hof, dat de rechtspraak waarin is uitgemaakt dat langs die weg geen vergoeding van affectieschade kan worden gevorderd, niet van toepassing is in hun geval, omdat het niet gaat om schade die is ontstaan door de dood van hun vader als gevolg van de executie, maar om schade die is ontstaan door het gat dat als gevolg van die executie in hun leven is geslagen. Door het wegvallen van een vaderfiguur zijn zij ernstig in hun persoon aangetast, zodat geen sprake hoeft te zijn van (klinisch) psychisch letsel, aldus [geïntimeerden] Zij verwijzen daarbij naar een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 201321. Naar hun mening houdt deze redenering ook onder oud recht stand.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">23.</span>Dit betoog faalt. Dat de standrechtelijke executies pijn en verdriet hebben veroorzaakt voor de kinderen van de gedode mannen is zonder meer invoelbaar, maar dat betekent niet dat de vordering toewijsbaar is. Uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt immers dat het recht tot aan 1 januari jl. geen grondslag bood voor een recht op vergoeding van dat emotionele leed. Het onderscheid dat [geïntimeerden] maken tussen enerzijds immateriële schade als gevolg van de dood van hun vader – waarvan zij erkennen dat die niet voor vergoeding in aanmerking komt – en anderzijds immateriële schade als gevolg van het wegvallen van een vaderfiguur en het gat dat daardoor in hun leven is ontstaan, is kunstmatig en niet overtuigend. Het andersluidende oordeel van de rechtbank Rotterdam in 2013 is niet conform het systeem van de wet en vaste rechtspraak.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">24.</span>[geïntimeerden] hebben zich in hoger beroep niet beroepen op schending van het EVRM als mogelijke basis voor de toekenning van smartengeld, nu het EVRM in 1947 nog niet in werking was getreden. Ten overvloede merkt het hof op dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde weliswaar kunnen meebrengen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze, als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW, maar dat van zo’n aantasting niet reeds sprake is bij de enkele schending van een fundamenteel recht22, nog daargelaten de vraag jegens wie de schending in kwestie heeft plaatsgevonden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">25.</span>De rechtbank heeft dus terecht geoordeeld dat [geïntimeerden] geen recht hebben op een vergoeding van immateriële schade”</div>\n<p class=\"lf-p\">2.220. Uitgangspunt in deze, naar oud recht te beoordelen zaken, is dus dat er geen grond is voor vergoeding van affectieschade. Immateriële schadevergoeding kan echter ook zien op vergoeding van shockschade. Hierover heeft de rechtbank zich, zo blijkt uit de aangehaalde overwegingen, nog niet uitgelaten. Ook het hof heeft dat niet gedaan. Wel lijkt uit zijn rechtsoverwegingen 24 en 22 te volgen dat het hof de mogelijkheid van vergoeding van shockschade ambtshalve onder ogen heeft gezien, maar dat hij daarvoor in het tot dan toe gevoerde debat van partijen geen aanknopingspunt vond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.221. De rechtbank moet nu bij eindvonnis opnieuw beoordelen op welke vergoeding degenen die in de op hen rustende bewijslevering zijn geslaagd jegens de Staat aanspraak kunnen maken. In hetgeen tijdens de getuigenverhoren in de zaak van [eisende partij 1] is verklaard en ambtshalve de rechtsgronden aanvullend ziet de rechtbank reden om in die zaak terug te komen op haar eindbeslissing dat de gevorderde immateriële schadevergoeding moet worden afgewezen. Uit het bijgebrachte bewijs volgt namelijk dat [eisende partij 1] zonder meer voldoet aan de in de jurisprudentie geformuleerde criteria voor vergoeding van zogenoemde shockschade. De rechtbank overweegt hierover verder als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Shockschade 2.222. De Hoge Raad heeft reeds onder het in deze zaak toepasselijke, oude, recht ruimte gelaten voor een vordering wegens geestelijk letsel als gevolg van het waarnemen van of geconfronteerd worden met een ernstig ongeval van een derde. Dit volgt uit het arrest Van der Heijden/Holland in combinatie gelezen met de daaraan voorafgegane conclusie van A-G mr. Franx, met name onder 5. In de parlementaire geschiedenis van boek 6 BW, geschreven in de jaren tachtig van de vorige eeuw, is dit al opgemerkt: “Daarbij verdient duidelijkheidshalve nog aantekening dat het bovenbedoelde geval van verdriet om anderen moet worden onderscheiden van dat van schade door een „shock\" die het gevolg is van het waarnemen of geconfronteerd worden met een dodelijk ongeval. De vraag rijst of een dergelijke „shock\" aanleiding kan zijn voor letsel of een andere aantasting van de persoon, ter zake waarvan artikel 6.1.9.11 aanspraak geeft op vergoeding van een ander nadeel van vermogensschade. Dit artikel sluit niet uit om dit, naar gelang van de omstandigheden, aan te nemen, evenmin als dit wordt uitgesloten door het door de Commissie in dit verband aangehaalde HR 8 april 1983, NJ 1984,717 (zie rechtsoverweging 4.1, slot). (…)”</p>\n<p class=\"lf-p\">2.223. In het nieuw BW is de mogelijkheid van toekenning van shockschade verankerd in art. 6:106 onder b BW. Kort gezegd handelt iemand die een veiligheids- of verkeersnorm overtreedt, niet alleen onrechtmatig tegenover de getroffene, maar ook tegenover degene bij wie door het waarnemen van het ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele schok wordt teweeggebracht waaruit geestelijk letsel voortvloeit. Met name zal dit zich kunnen voordoen als de derde een nauwe affectieve relatie heeft met de getroffene. Om voor vergoeding krachtens art. 6:106 onder b BW in aanmerking te komen, zal het geestelijk letsel in rechte moeten kunnen worden vastgesteld en dat zal in het algemeen slechts het geval zijn bij een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.224. Uit zijn getuigenverhoor volgt dat [eisende partij 1] die als tienjarig kind de executie van zijn vader heeft gezien en dat deze directe confrontatie daarmee een hevige emotionele schok bij hem teweeg heeft gebracht. Los van het feit dat het geen betoog behoeft dat het op deze wijze zien doodschieten van zijn vader een hevige emotionele schok teweeggebracht zal hebben, volgt dit ook uit zijn getuigenverklaring. Hij heeft verklaard dat zijn vader drie dagen voor de executie was opgepakt en door Nederlandse militairen met een jeep naar de executieplaats is gebracht, waar de Nederlandse militairen die ochtend andere mannen hadden verzameld en waar de vrouwen en kinderen onder de huizen op palen verzameld waren: “58. Hebt u gezien dat uw vader werd doodgeschoten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb gezien dat mijn vader was doodgeschoten. (…) 67. Was uw vader één van de eersten die werd doodgeschoten, of juist één van de laatsten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij is de eerste vanuit de jeep. Hij moest uitstappen en dan werd hij gebracht rondom de mensen en ook geslagen en gemarteld en daarna is hij doodgeschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">68.</span>Dus die andere mannen die ook zijn doodgeschoten en alle mensen uit het dorp, zaten die er al toen uw vader aankwam met de jeep?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Ze waren al daar. Ze zaten daar. Vanaf 6 uur en dan kwam Pabbicara Suppa [dit is (de functie) van de vader van [eisende partij 1] , toevoeging rechtbank] vanuit de jeep samen met mijn opa en de andere familie en toen werden ze rondjes gebracht en dan ook geslagen van achter en dan geschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">69.</span>Iedereen zat er al vanaf 6 uur toen uw vader aankwam. Weet u nog ongeveer hoeveel uren u, of halve uren, of minuten, hoeveel tijd u daar zat toen uw vader aankwam?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik was nog niet lang daar. Het was niet lang toen de jeep aankwam. Hij moest uitstappen en dan werd hij rondjes gebracht en dan geslagen van achter.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">70.</span>Hebt u dat gezien dat uw vader aankwam en dat hij moest uitstappen en dat hij werd geslagen?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb gezien mijn vader en mijn opa en de familie vastgebonden, maar ze werden apart gezet dus de opa mag zitten en hij moet rondjes lopen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">71.</span>Wat gebeurde er daarna? Wat hebt u gezien?</div>\n<p class=\"lf-p\">Mijn vader zat vooraan en dan is hij geschoten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">72.</span>En wat gebeurde er daarna?</div>\n<p class=\"lf-p\">Daarna werden ze door mensen gebracht naar de erebegraafplaats.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">73.</span>En die andere mannen die zijn doodgeschoten, zijn die doodgeschoten nadat uw vader was doodgeschoten?</div>\n<p class=\"lf-p\">Eerst was mijn vader doodgeschoten en daarna de anderen, maar daarnaar ging ik niet kijken want ik ging huilen toen mijn vader, opa en familie doodgeschoten waren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">74.</span>Hebt u [F] gezien die dag?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee. Ik heb niet gezien, alleen mensen vertelden aan mij dat [F] is ook doodgeschoten, maar ik heb het niet gezien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">75.</span>Dus u hebt ook niet gezien dat [F] in die groep mannen zat, begrijp ik dat goed?</div>\n<p class=\"lf-p\">Nee, dat heb ik niet gezien. Alleen mensen vertelden aan mij. Ik ging toen door en door huilen. (…) 82. Hebt u de lichamen van de mannen gezien voordat ze echt begraven werden?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb ze niet meer gezien, omdat ik was heel erg verdrietig. Ik ging door en door huilen. (…) 88. En wat u hebt verteld over het doodschieten van uw vader, hebt u dat nou zelf gezien, of is dat aan u verteld?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb het zelf gezien. Want mijn vader was van de jeep en hij moest uitstappen en dan moest hij rondjes lopen en dan werd hij geslagen van achter en dan is hij dood. Dat heb ik zelf gezien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">89.</span>Ik controleer of ik het goed heb begrepen. Heb ik het goed begrepen dat u nadat u hebt gezien dat uw vader was doodgeschoten, dat u toen zo moest huilen dat u verder niet meer hebt gezien wat er toen is gebeurd?</div>\n<p class=\"lf-p\">Ja. Ik heb niet zo goed gezien, omdat ik ging door en door huilen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.225. Afgezien van zijn getuigenverklaring, waarin hij ook heeft verklaard dat hij verdrietig was, is niets bekend over [eisende partij 1] en de gevolgen die hij heeft ondervonden van de confrontatie met de standrechtelijke executie van zijn vader. De rechtbank neemt desalniettemin aan dat [eisende partij 1] ernstige psychische schade heeft ondervonden als gevolg van de confrontatie met de standrechtelijke executie van zijn vader en dat hij voldoet aan de eis van geestelijk letsel bestaande uit in de psychiatrie erkend ziektebeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.226. De rechtbank stelt voorop dat deze maatstaf is afgestemd op de Nederlandse situatie. [eisende partij 1] is echter een (zeer) oude man is die is opgegroeid en leeft in Zuid-Sulawesi. Ook hier houdt de rechtbank rekening met het niet ter discussie staande gegeven dat [eisende partij 1] – net als de andere getuigen die zuiveringsacties hebben gemaakt – uit een ander tijdperk en een andere wereld komt. Ook in dit verband kunnen naar het oordeel van de rechtbank de moderne Westerse referentiekaders niet zonder meer worden toegepast en heeft de rechtbank oog voor de niet ter discussie staande culturele verschillen, die zich uiten in andere tradities en levensstijl. Dat betekent dat hetgeen in Nederland gangbaar is voor personen met in de psychiatrie erkend ziektebeeld, niet zonder meer kan worden toegepast op [eisende partij 1] . De rechtbank acht het van algemene bekendheid dat het in de tijd van het gebeurde (ook in Nederland) ongebruikelijk was om voor psychische klachten hulp in te schakelen, hetgeen eens te meer kan worden aangenomen voor [eisende partij 1] , die leefde in eenvoudige omstandigheden in Indonesië. In het gegeven dat niet bekend is of [eisende partij 1] ooit is onderworpen aan een psychiatrische diagnose of psychiatrische behandeling heeft ondergaan, ziet de rechtbank daarom in dit bijzondere, concrete geval geen beletsel om aan te nemen dat [eisende partij 1] voldoet aan de voor shockschade gestelde eis van geestelijk letsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.227. Gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval kan het bestaan van geestelijk letsel van [eisende partij 1] naar het oordeel van de rechtbank op grond van het navolgende worden vastgesteld. De rechtbank neemt daarbij allereerst het gruwelijke karakter van de feiten die [eisende partij 1] als tienjarig kind gedwongen werd te aanschouwen in aanmerking: het eerst slaan en daarna executeren van zijn gevangengenomen vader. Verder slaat de rechtbank acht op de hevige emoties die dat op dat moment zelf bij hem teweeg heeft gebracht, die volgen uit zijn verklaring. Gelet tot slot op de omstandigheid dat [eisende partij 1] als tienjarig kind in gezinsverband met zijn vader samenleefde en de betrokkenheid op elkaar die binnen zo’n gezinsverband pleegt te bestaan (welk family life thans wordt beschermd door artikel 8 EVRM), acht de rechtbank het boven iedere twijfel verheven dat het op deze manier waarnemen van het doodschieten van zijn vader voor [eisende partij 1] een (zeer) traumatische gebeurtenis is geweest en dat hij ten gevolge daarvan psychisch ernstig heeft geleden. Tijdens het verhoor was de rechtbank bovendien duidelijk hoezeer dit enorme verdriet er nog altijd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.228. De rechtbank zal, zoals te doen gebruikelijk in de letselschadepraktijk, de immateriële schade van [eisende partij 1] begroten naar huidige maatstaven. Dat betekent dat, naast het hierna te noemen bedrag, geen aanspraak bestaat op vergoeding van wettelijke rente. De rechtbank zal aanknopen bij de bedragen aan immateriële schadevergoeding die thans plegen te worden vergoed bij ernstig psychisch letsel als gevolg van het opzettelijk doden van een persoon/toebrengen van lichamelijk letsel. De rechtbank neemt de door [eisende partij 1] waargenomen executie van zijn vader als tot uitgangspunt. Verder slaat de rechtbank acht op hetgeen bekend is over zijn persoon en op hetgeen zij hierover heeft overwogen over het ernstige psychische leed van [eisende partij 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.229. Dit een en ander leidt tot de vaststelling van het bedrag van immateriële schadevergoeding waar [eisende partij 1] jegens de Staat aanspraak op kan maken op € 10.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materiële schade: gederfd levensonderhoud 2.230. De rechtbank zal de zaken niet, zoals gevorderd, verwijzen naar de schadestaatprocedure. Er is namelijk al uitvoerig en met stukken onderbouwd gedebatteerd over de omvang van het gederfd levensonderhoud van de weduwen en kinderen en partijen zijn het eens over een aantal uitgangspunten voor een schatting van deze schade. De rechtbank zal daarom, uitgaande van de uitlatingen van partijen daarover, het gederfd levensonderhoud van de weduwen en kinderen schattenderwijs begroten. Zij heeft daarvoor geen nadere informatie nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.231. Uitgaande van het gegeven dat men onder het oude recht meerderjarig werd door de leeftijd van 21 te bereiken, dan wel door te trouwen, maken de kinderen ( [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 5] ) uiteindelijk aanspraak op gederfd levensonderhoud tot aan het moment dat hun moeders hertrouwden, dan wel het moment dat zij zelf meerderjarig werden, met het bereiken van de leeftijd van 21 jaar dan wel hun eigen (eerder gesloten) huwelijk. De Staat meent dat dit een juiste benadering is. De rechtbank neemt deze benadering tot uitgangspunt bij de schatting van het gederfd levensonderhoud. Hiervan uitgaande hebben de kinderen over de volgende periode aanspraak op gederfd levensonderhoud: [eisende partij 1] : tot 1957, toen zijn moeder hertrouwde; [eisende partij 2] : tot 1963, toen hij 21 werd; [eisende partij 5] : tot 1953, toen zij 21 werd en ook trouwde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal steeds dit jaar meetellen bij de schatting.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.232. Partijen nemen tot uitgangspunt dat 12% van het in deze periode gederfd inkomen naar een kind zou zijn toegevloeid. De rechtbank neemt dit percentage over bij de begroting van de schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.233. De weduwen maken aanspraak op gederfd levensonderhoud van de executie tot aan de datum waarop zij hertrouwden. De Staat meent dat dit een juiste benadering is. De rechtbank neemt deze benadering daarom tot uitgangspunt bij de schatting van het gederfd levensonderhoud. Hiervan uitgaande hebben de weduwen aanspraak op gederfd levensonderhoud tot 1955 ( [eisende partij 6] ), 1958 ( [eisende partij 7] ), 1957 ( [eisende partij 13] ) 1954 ( [eisende partij 15] ), 1950 ( [eisende partij 17] ) en 1951 ( [eisende partij 19] ). Ook hier zal de rechtbank steeds het genoemde jaar meetellen bij de schatting.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.234. Partijen twisten over de vraag hoe de schade van de niet hertrouwde weduwen ( [eisende partij 14] en [eisende partij 18] ) moet worden geschat. Deze weduwen maken uiteindelijk aanspraak op vergoeding van gederfd levensonderhoud gedurende hun gehele eigen leven, terwijl de Staat betoogt dat moet worden uitgegaan van de levensverwachting van een man in 1947.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.235. De rechtbank onderschrijft de benadering van de Staat. Zij zal daarbij de in 1960 geldende levensverwachting aanhouden, niet de door de weduwen voorgestane levensverwachting van een in 2014 geboren man. Dat betekent dat moet worden uitgegaan van een levensverwachting van iets meer dan 47 jaar. De Staat betoogt dat, uitgaande van een gemiddelde leeftijd van een omgekomen man in 1947 van 21 jaar (zoals de weduwen stellen) en uitgaande van een levensverwachting in dat jaar die niet hoger zal hebben gelegen, de looptijd van het gederfd onderhoud maximaal 26 jaar na 1947 kan doorlopen, dus maximaal tot 1973. De rechtbank volgt deze benadering bij de schatting van het gederfd levensonderhoud van [eisende partij 14] en [eisende partij 18] .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.236. Er zijn nauwelijks gegevens beschikbaar over het inkomensniveau van gezinnen op Zuid-Sulawesi in 1947. De Staat heeft een deskundigenbericht laten opstellen door professor Lindblad. Daarin zijn de inkomensniveaus van personen op Zuid-Sulawesi in de jaren veertig van de vorige eeuw onderzocht. De weduwen en kinderen hebben naar aanleiding van dit deskundigenbericht de geschatte jaarinkomens van hun vaders en echtgenoten naar beneden bijgesteld. Zij maken ook kanttekeningen bij het deskundigenbericht en betogen dat er meer onderscheid mogelijk is dan Lindblad heeft gemaakt, op basis van de beroepen en sociaal-maatschappelijke posities van de geëxecuteerde mannen. Volgens de weduwen en kinderen is eigenlijk aanvullend deskundigenonderzoek nodig om hun materiële schade van eisers goed uit te zoeken. Tegelijkertijd werpen zij de vraag op wat aanvullend onderzoek nog zou kunnen opleveren gezien het gebrek aan concrete gegevens. Het betoog van de weduwen en kinderen mondt daarom uit in de conclusie dat het deskundigenbericht van Lindblad niet bepalend kan zijn voor het gederfd levensonderhoud in zaken als deze. De weduwen en kinderen staan een benadering voor, waarin op basis van wat zij wél weten over de positie van hun vaders en echtgenoten een schatting wordt gemaakt van het gezinsinkomen ten behoeve van het uitrekenen van het gederfd levensonderhoud dat in hun optiek meer recht doet aan de realiteit dan het deskundigenbericht van Lindblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.237. Partijen zijn het erover eens dat kan worden uitgegaan van € 100 per jaar als jaarinkomen van personen zoals de overleden echtgenoten/vaders van de weduwen en kinderen, voor zover de mannen destijds boer waren. Volgens de Staat is dit bedrag een ruime schatting van het inkomen van alle mannen. [eisende partij 1] , [F] en [eisende partij 5] stellen dat in hun geval van een hogere schatting moet worden uitgegaan, omdat hun vaders geen boer waren dan wel ook andere inkomsten hadden. Zij lichten dit als volgt toe: [eisende partij 1] ’s vader was woordvoerder (pabbicara) van [woonplaats 1] en was bovendien van adel. [eisende partij 1] stelt dat hij niet precies weet hoeveel zijn vader verdiende, ook omdat hij in de praktijk vanuit zijn positie als woordvoerder en zijn adellijke afkomst ook veel sociale status had, wat in de rurale gemeenschap waarin hij woonde bevorderlijk zou zijn geweest voor het welvaartsniveau van zijn gezin. Wel betekent zijn werk en afkomst dat hij een hoger inkomen zal hebben gehad dan de gemiddelde boer. [eisende partij 1] schat het jaarinkomen in 1947 op € 200 (200% van het gemiddelde inkomen van een boer); [eisende partij 2] vader was een goudsmid. Het is onbekend hoeveel [F] precies met zijn werk verdiende. Namens [eisende partij 2] is naar voren gebracht dat het meer zal zijn geweest dan een gemiddelde boer, niet in de laatste plaats nu hij zijn geld verdiende met het vervaardigen van sieraden van edelmetaal. Het jaarinkomen in 1947 wordt derhalve geschat op € 150 (150% van het gemiddelde inkomen van een boer); [eisende partij 5] Dg. Pabeta, de vader van [eisende partij 5] was vaccinateur en was dan ook ambtenaar in dienst van het gouvernement. [eisende partij 5] stelt dat ook zijn inkomsten daarom hoger zullen zijn geweest dan een gemiddelde boer. Zijn jaarinkomen in 1947 wordt geschat op € 175 (van 175% het gemiddelde inkomen van een boer).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.238. De beroepen van de vaders van [eisende partij 1] . [eisende partij 2] en [eisende partij 5] zijn niet in geschil. De Staat meent desalniettemin dat deze benadering niet kan worden gevolgd, omdat het bedrag van € 100 volgens hem al een ruime schatting is, waarin eventuele variaties in inkomen binnen de bevolkingsgroep waartoe eisers behoorden, al zijn verdisconteerd. De Staat meent dat er gelet hierop geen grond is om voor ieder individueel geval een differentiatie bij dit uitgangsinkomen aan te brengen, nog daargelaten dat dit ook uit praktisch oogpunt niet doenlijk is. De Staat ziet een extra argument hiervoor in het gegeven dat deze kinderen geen bewijs hebben aangedragen van het gestelde hoger jaarinkomen dan € 100 en feitelijk volstaan met de stelling “het zal meer zijn geweest dan een gemiddelde boer”.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.239. De rechtbank deelt dit standpunt van de Staat niet. Een schattenderwijs vastgesteld schadebedrag dient – zoveel mogelijk – de realiteit te benaderen. Dat is in de gevallen van de weduwen en kinderen, bij het gebrek aan feitelijke gegevens, heel moeilijk. Daarom wordt gebruik gemaakt van uitgangspunten en gemiddelden. Dat neemt niet weg dat wat wel bekend is – zoals het beroep van de man in kwestie – moet worden verdisconteerd in de schadebegroting. De door de Staat voorgestane benadering gaat naar het oordeel van de rechtbank voorbij aan het feitelijke gegeven dat de omgekomen vaders van [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 5] geen boer waren en beroepen hadden waarmee zij onmiskenbaar een hoger inkomen zullen hebben gegenereerd. Welk inkomen – in verhouding tot een gemiddelde boer – dat was, is niet precies vast te stellen. De rechtbank ziet niet in waarom de door [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 5] genoemde percentages geen juiste benadering van deze realiteit zouden inhouden. Zij zal die percentages aanhouden bij de schatting van het gederfd levensonderhoud, door het bedrag aan gederfd levensonderhoud, die volgt uit de tabel van de Staat (zie hierna onder 2.243), te vermenigvuldigen met dit percentage.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.240. De volgende vraag is hoe de inkomens van de overleden mannen zich zouden hebben ontwikkeld. Partijen nemen tot uitgangspunt dat in de jaren ‘50 van de vorige eeuw een inkomen van 5000 rupia (volgens de toenmalige wisselkoers ca. $ 450, omgerekend ongeveer € 335) een hoog inkomen betrof in Indonesië, dat slechts was voorbehouden aan het midden- en bovenkader van overheidsfunctionarissen en aan werknemers van grote bedrijven. Niet in geschil is voorts dat het gemiddelde jaarinkomen in Indonesië in de periode 1958-1962 op ongeveer 4000 rupia lag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.241. De Staat wijst erop dat de weduwen en kinderen afkomstig zijn uit zeer arme dorpen op Zuid-Sulawesi. Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat, zonder nadere onderbouwing – die ontbreekt – voor de periode 1958-1962 niet tot uitgangspunt kan worden genomen dat de omgekomen mannen dit gemiddelde jaarinkomen zouden hebben gegenereerd. Het is veeleer aannemelijk dat zij een (veel) lager jaarinkomen dan 4000 rupia zouden hebben gegenereerd. Gelet hierop zal de rechtbank de door de Staat voorgestane inkomensontwikkeling tot uitgangspunt nemen bij de schadebegroting. Een reden temeer voor deze benadering vindt de rechtbank in de omstandigheid dat er in beginsel vanuit kan worden gegaan dat – zoals de weduwen en kinderen hebben toegelicht en uit verschillende door hen overgelegde dorpshoofdverklaringen volgt – mensen in de Indonesische context doorgaans worden opgevangen door hun familie, ook weduwen met kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.242. Het geschil over het tegenwoordig inkomen kan onbesproken blijven, nu dit inkomen niet van belang is voor de schatting van het gederfd inkomen, aangezien de daarvoor relevante periode maximaal tot 1973 loopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.243. Het voorgaande betekent dat de rechtbank de door de Staat gemaakte tabel gebruikt bij de schatting van het gederfd levensonderhoud, met dien verstande dat zij in de zaken van [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 5] de bedragen die uit deze tabel volgen (€ 112,32, € 192,36 en € 70,56), zal vermenigvuldigen met 200%, 150% respectievelijk 175%, waardoor de bedragen aan gederfd levensonderhoud waarop zij aanspraak kunnen maken uitkomen op € 224,64 ( [eisende partij 1] ), € 288,54 ( [eisende partij 2] ) en € 123,48 ( [eisende partij 5] ).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.244. Uitgaande van de tabel hebben [eisende partij 14] en [eisende partij 18] ieder aanspraak op € 3.634 aan gederfd levensonderhoud. De andere weduwen hebben – uitgaande van het na hun naam genoemde jaar van hun hertrouwen – aanspraak op de volgende bedragen: [eisende partij 6] (1955): € 762, [eisende partij 7] (1958): €1.023, [eisende partij 13] (1954) € 675, [eisende partij 15] (1954): € 675, [eisende partij 17] (1950): € 327 en [eisende partij 19] (1951): € 414.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wettelijke rente</p></div>", "next": 239139}