{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">zelfstandige inbreuk c.q. onrechtmatig handelen, c.q. aan onrechtmatig handelen in groepsverband, tot aan de dag der algehele vergoeding, dan wel alternatief - voor het geval dit een hoger bedrag betreft - een bedrag gelijk aan de door Pelham c.s. met de inbreuken genoten nettowinst, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van aanvang van iedere zelfstandige inbreuk c.q. onrechtmatig handelen c.q. aan onrechtmatig handelen in groepsverband, tot aan de dag der algehele voldoening;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.18. veroordeelt Pelham c.s. hoofdelijk, en tot het gezamenlijk beloop hoofdelijk met de veroordeling van Alpi International en [Bestuurder 1] in 6.25, om aan Converse de door haar gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten te vergoeden, waaronder begrepen de kosten voor het onderzoek van de forensische accountant voor IFC rapport I tot een bedrag van € 485.524,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2012, tot aan de dag der algehele voldoening;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.19. veroordeelt Pelham c.s. hoofdelijk om binnen 7 (zeven) dagen na betekening van dit vonnis aan Converse te betalen de door Converse gemaakte proceskosten, tot op heden begroot op € 38.709,44;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.20. wijst het meer of anders gevorderde af;</p>\n<p class=\"lf-p\">In de zaken tussen Converse en Alpi c.s.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.21. gebiedt Alpi International om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden elke inbreuk in de Benelux op de Benelux Converse-merken en elke inbreuk in de Europese Unie op de Converse-Uniemerken, waaronder begrepen het staken en gestaakt houden van het distribueren, invoeren, opslaan, leveren, verhandelen in de ruimste zin van het woord, van Inbreukmakende Converse-schoenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.22. veroordeelt Alpi International met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis om in Nederland te staken en gestaakt te houden het verlenen van diensten aan derden waarvan zij weet of behoort te weten dat die diensten betrekking hebben op Inbreukmakende Converse-schoenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.23. veroordeelt [Bestuurder 1] met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis om in Nederland te staken en gestaakt te houden het als bestuurder persoonlijk betrokken zijn bij de levering van diensten waarvan hij weet of behoort te weten dat die diensten betrekking hebben op Inbreukmakende Converse-schoenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.24. bepaalt dat de betreffende gedaagde een dwangsom verbeurt van € 100.000,- aan Converse voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat die gedaagde na betekening van dit vonnis geheel of gedeeltelijk geen gevolg heeft gegeven aan het bepaalde in 6.21 tot en met 6.23, met een maximum van € 5.000.000,- per gedaagde;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.25. veroordeelt Alpi International en [Bestuurder 1] hoofdelijk tot vergoeding van de schade die Converse heeft geleden ten gevolge van de in het tussenvonnis van 15 oktober 2014 vastgestelde merkinbreuk en de in dit vonnis vastgestelde onrechtmatige daad, ter hoogte van € 200.000 voor de kosten van IFC rapport I, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2011, en voor het overige op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.26. bepaalt dat de in 6.25 gegeven veroordeling tot hun gezamenlijk beloop hoofdelijk is met de veroordelingen van Pelham c.s. in 6.18;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.27. verklaart voor recht dat Alpi International en [Bestuurder 1] ieder voor zich niet hebben voldaan aan het bevel van de rechtbank Den Haag als vervat in punt 7.4 van het vonnis in de incidenten van 30 januari 2013 en mitsdien dwangsommen verschuldigd zijn aan Converse als bepaald in 7.7 van dat vonnis;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.28. veroordeelt Alpi International in de proceskosten in de hoofdzaak, tot op heden begroot op € 66.828,45;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.29. veroordeelt [Bestuurder 1] in de proceskosten in de hoofdzaak, tot op heden begroot op € 3.763,54;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.30. wijst het overigens of anders jegens Alpi International en [Bestuurder 1] gevorderde af;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.31. wijst de vorderingen jegens Alpi Netherlands, [Bestuurder 2] en [de medewerker] af;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.32. veroordeelt Converse in de proceskosten van Alpi Netherlands, tot op heden begroot op € 8.727,18;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.33. veroordeelt Converse in de proceskosten van [Bestuurder 2] , tot op heden begroot op € 1.558,89;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.34. veroordeelt Converse in de proceskosten van [de medewerker] , tot op heden begroot op € 1.558,89;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vrijwaringsincident 6.35. veroordeelt Alpi c.s. in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op € 2.500;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het incident ex artikel 223 Rv en het incident ex artikel 843a Rv 6.36. compenseert de kosten, in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</p>\n<p class=\"lf-p\">In reconventie 6.37. veroordeelt Converse tot vergoeding aan Alpi Netherlands en [Bestuurder 2] van alle schade die zij geleden hebben en nog zullen lijden door de op 13 oktober 2011 onder hen gelegde beslagen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.38. veroordeelt Converse om alle ten laste van Alpi Netherlands en [Bestuurder 2] gelegde beslagen binnen 24 uur na betekening van het vonnis op te heffen;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.39. veroordeelt Converse in de door Alpi Netherlands en [Bestuurder 2] gemaakte kosten, tot op heden begroot op € 2.331,90;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.40. wijst het meer of anders door Alpi Netherlands en [Bestuurder 2] gevorderde af;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.41. wijst de vorderingen van Alpi International, [Bestuurder 1] en [de medewerker] af;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.42. veroordeelt Alpi International, [Bestuurder 1] en [de medewerker] in de proceskosten van Converse, tot op heden begroot op 3.497,85.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overigens in procedure 12-574 6.43. verklaart het vonnis, met uitzondering van de verklaringen voor recht in 6.12 en 6.27, uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus, mr. L. Alwin en mr. A.M. Brakel en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBDHA:2014:16829 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Blijkens de mail van een advocaat aan mr. Ekerman waarop deze mails voortbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie 4.16 van het tussenvonnis van 15 oktober 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">HvJ EU, 02 april 2020, C-567/18, ECLI:EU:C:2020:267.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 4 mei 1984, nr. 12141, LJN AG4805, NJ 1985/3.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 25 april 2008, nr. C06/250, LJN BC2800, NJ 2008/553 en HR 26 november 2010, LJN BN 8521, NJ 2010, 634, bevestigd in het arrest van 8 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1224.</p>\n<p class=\"lf-p\">HvJ EU 16 juli 2015, ECLI:EU:C:2015:497, r.o. 45. zie 2.13 van het tussenvonnis van 15 oktober 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Converse pleitaantekeningen van de comparitie na antwoord van 18 oktober 2013, paragraaf 8.1.5., gele markering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergelijk Rechtbank Den Haag 17 maart 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:2532 (Bacardi/Loendersloot).</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480 (Rainbow) HR 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD6095 HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521 (Beklamel).</p>\n<p class=\"lf-p\">Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen).</p>\n<p class=\"lf-p\">HvJ EU 28 juli 2016, IEPT20130130 Gerechtshof Den Haag 24 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1907, r.o. 5.11</p></div>", "next": 0}