{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Uit de bewijsmiddelen volgt dat de Aston Martin Rapide met kenteken [kenteken 3] op naam werd gesteld van [bedrijfsnaam 6] B.V. De rechtbank heeft in haar algemene bewijsoverwegingen hierboven al vastgesteld dat [medeverdachte 1] en [de verdachte] samen leiding gaven aan [bedrijfsnaam 6] B.V., dat het wagenpark van [bedrijfsnaam 6] B.V. (middellijk en gedeeltelijk) uit misdrijf afkomstig was en dat [medeverdachte 1] , [de verdachte] en [medeverdachte 4] dat allemaal wisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 4] een cruciale rol heeft gespeeld bij de inkoop van de Aston Martin, doordat een daarvoor bestemd bedrag van bijna € 65.000,- afkomstig was van de rekening van zijn bedrijf [bedrijfsnaam 3] B.V., nadat dit bedrag via diverse niet herleidbare, versluierde contante stortingen van rekeningen van diverse bedrijven daar was terechtgekomen. In die zin heeft hij als medepleger een significante bijdrage geleverd aan het (latere) witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doordat [de verdachte] en [medeverdachte 1] VOF [bedrijfsnaam 14] dwongen (via [bedrijfsnaam 6] B.V.) een leasecontract voor de Aston Martin af te sluiten, pleegden zij met betrekking tot deze auto een specifiek misdrijf (afpersing) en was het voertuig dus (ook) direct uit dat misdrijf afkomstig. Door het optuigen van de leaseconstructie, waarbij [de verdachte] en [medeverdachte 1] als eigenaren van [bedrijfsnaam 6] B.V. betrokken moeten zijn geweest, leek het op papier zo dat de auto een legale herkomst had. Zij hebben daardoor de criminele herkomst opzettelijk verborgen en verhuld. Nu [bedrijfsnaam 6] B.V. de auto niet aan de lessee leverde, maar gewoon in de showroom te koop aanbood, hebben de verdachten het voertuig ook voorhanden gehad en gebruikt en zodoende opzettelijk verhuld wie de werkelijke rechthebbende van dat voertuig was. Daarom is sprake van witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mercedes (kenteken [kenteken 5] ) en BMW (kenteken [kenteken 6] ) Uit de bewijsmiddelen volgt dat de Mercedes met kenteken [kenteken 5] en de BMW met kenteken [kenteken 6] , nadat [medeverdachte 2] deze had verduisterd, in de bedrijfsvoorraad van [bedrijfsnaam 6] B.V. zijn terechtgekomen. De rechtbank stelt vast dat beide voertuigen daarmee direct uit misdrijf afkomstig waren. Door de beide auto’s op de lijst consignatievoorraad 2019 te zetten, hebben [de verdachte] en [medeverdachte 1] als eigenaren van [bedrijfsnaam 6] B.V. net gedaan alsof ze daarover als rechthebbenden konden beschikken. Dat konden zij niet, omdat de auto’s eigendom waren van de leasemaatschappij. Daarmee hebben zij de criminele herkomst van de voertuigen die zij voorhanden hadden, verborgen en verhuld. [medeverdachte 2] heeft hieraan als medepleger een substantiële bijdrage geleverd door de auto’s te verduisteren en deze in [bedrijfsnaam 6] B.V. te brengen. Daarom is sprake van witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aston Martin met kenteken [kenteken 7] - vrijspraak De rechtbank spreekt [de verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] vrij van de aan hen ten laste gelegde afpersing van [naam 3] . De reden is kort gezegd dat de rechtbank oordeelt dat diens verklaringen daarover onbetrouwbaar zijn. De rechtbank vindt ook diens verklaring over zijn door [bedrijfsnaam 6] B.V. ingekochte, maar (volgens hem) niet betaalde Aston Martin niet zonder meer betrouwbaar. Daarom gebruikt zij deze niet voor het bewijs. Dat brengt mee dat de rechtbank niet kan vaststellen dat [de verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] deze auto hebben witgewassen. Zij worden daarvan dus vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ferrari [kenteken 8] (witwassen en valsheid in geschrift ten aanzien van de inkoopverklaring en kwitantie van de Ferrari (feit 3) Vrijspraak valsheid in geschrift Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op grond van het verhandelde ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat [de verdachte] de Ferrari met kenteken [kenteken 8] heeft aangekocht van [naam 22] en dat hij [naam 22] daar € 90.000,- contant voor heeft betaald. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat [de verdachte] daarbij, zoals hem is ten laste gelegd, een inkoopverklaring en/of een kwitantie valselijk heeft opgemaakt, noch dat hij daarbij als medepleger betrokken is geweest. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van dit feit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Witwassen De rechtbank heeft in haar algemene bewijsoverwegingen hierboven al vastgesteld dat niet [medeverdachte 4] , maar [de verdachte] feitelijk eigenaar was van [bedrijfsnaam 12] . Ook heeft de rechtbank vastgesteld dat het wagenpark van [bedrijfsnaam 12] (middellijk en gedeeltelijk) uit misdrijf afkomstig was en dat [de verdachte] en [medeverdachte 4] dat wisten. [medeverdachte 4] heeft toegestaan dat de Ferrari met kenteken [kenteken 8] op naam van [bedrijfsnaam 12] werd gesteld. Door zijn naam hiervoor te (laten) gebruiken, terwijl het voertuig door [de verdachte] in diens showroom te koop werd aangeboden, hebben [de verdachte] en [medeverdachte 4] (in vereniging) opzettelijk verhuld wie de werkelijke rechthebbende van het voertuig was. Daarom is sprake van witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Audi RS4 De rechtbank heeft in haar algemene bewijsoverwegingen hierboven al vastgesteld dat niet [medeverdachte 4] , maar [de verdachte] feitelijk eigenaar was van [bedrijfsnaam 12] . Ook heeft de rechtbank vastgesteld dat het wagenpark van [bedrijfsnaam 12] (middellijk en gedeeltelijk) uit misdrijf afkomstig was en dat [de verdachte] en [medeverdachte 4] dat wisten. [medeverdachte 4] heeft toegestaan dat de Audi RS4 op naam van [bedrijfsnaam 12] werd gesteld. Door zijn naam hiervoor te (laten) gebruiken, terwijl het voertuig door [de verdachte] te koop werd aangeboden, hebben [de verdachte] en Caspers (in vereniging) opzettelijk verhuld wie de werkelijke rechthebbende van het voertuig was. Daarom is sprake van witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mercedes met kenteken [kenteken 9] Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de Mercedes met kenteken [kenteken 9] uit misdrijf afkomstig was. De betalingen voor het voertuig kwamen van alle kanten via contante stortingen. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat die stortingen een legale herkomst hadden. Er is ook geen administratieve onderbouwing gegeven voor het benodigde saldo. Deze feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank van dien aard dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Een (concrete en min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke) verklaring over de herkomst van de auto is door [de verdachte] en [medeverdachte 4] niet gegeven. Daarom stelt de rechtbank vast dat dit voertuig (middellijk) uit misdrijf afkomstig is. [medeverdachte 4] heeft toegestaan dat de Mercedes op zijn naam werd gesteld. Door zijn naam hiervoor te (laten) gebruiken, terwijl het voertuig door [de verdachte] te koop werd aangeboden, hebben [de verdachte] en [medeverdachte 4] (in vereniging) opzettelijk verhuld wie de werkelijke rechthebbende van het voertuig was. Daarom is sprake van witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een of meer andere (in beslag genomen) voertuigen De rechtbank heeft in haar algemene bewijsoverwegingen hierboven al vastgesteld dat de 30 voertuigen van [bedrijfsnaam 6] B.V. die op 18 juni 2019 en de dagen erna in en nabij de showroom aan de [adres 3] in Noordwijk in beslag werden genomen, (middellijk en gedeeltelijk) uit misdrijf afkomstig waren en dat [de verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] dat ook wisten. Zij hebben - gelet op hun respectievelijke rollen in en werkzaamheden voor het autobedrijf - allemaal in ieder geval een of meer van die voertuigen voorhanden gehad. Ten aanzien van ieder van de verdachten volgt daarnaast uit de bewijsmiddelen dat zij op meerdere momenten en op verschillende manieren de criminele herkomst van het wagenpark van [bedrijfsnaam 6] B.V. hebben verborgen en/of verhuld. Daarom is bewezen dat de verdachten een of meer van de 30 in beslag genomen auto’s hebben witgewassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Witwassen vaartuig - vrijspraak De rechtbank acht dit feit niet wettig en overtuigend bewezen, nu op grond van het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden vastgesteld dat het vaartuig uit enig misdrijf afkomstig was. Daarom worden [de verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daarvan vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijspraak feit 1, tweede cumulatief/alternatief De rechtbank ziet de in feit 1, tweede cumulatief/alternatief, genoemde rechtspersonen niet als de verdachten in deze zaak. De daar genoemde bedrijven waren naar het oordeel van de rechtbank veeleer het middel om de onder 1 vermelde geldbedragen en voorwerpen wit te wassen. Daarom zal de rechtbank de verdachten vrijspreken van het onder 1, tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige feiten 5.4.10.1. Feit 2 – faillissementsfraude juli 2018 [bedrijfsnaam 2] - vrijspraak De rechtbank is van oordeel dat op grond van het verhandelde ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat vóór het faillissement van [bedrijfsnaam 2] B.V. meerdere voertuigen aan de boedel van dat bedrijf zijn onttrokken. Dat gebeurde door vanaf 20 juli 2018 (zonder gebleken betaling) 17 kentekens over te schrijven naar [bedrijfsnaam 6] B.V. Op basis van het dossier kan echter niet worden geoordeeld dat - zoals is ten laste gelegd - [de verdachte] dit als bestuurder of commissaris van dat bedrijf heeft gedaan. De bestuurder van dat bedrijf was immers [naam 21] . Van een medeplegende rol van [de verdachte] blijkt ook onvoldoende. Daarom wordt de verdachte van dit feit vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.10.2. Feit 6 - Oplichting [naam 2] voor € 60.000,- subsidiair verduistering Vrijspraak primair, bewezenverklaring subsidiair De rechtbank is van oordeel dat op grond van het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van oplichtingsmiddelen. Daarom wordt [de verdachte] van het primair ten laste gelegde vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen is dat [de verdachte] het ten laste gelegde bedrag van € 60.000,- wederrechtelijk onder zich heeft gehouden en dat dus sprake is van verduistering van dat bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.10.3. Feiten 9 en 10 – hennepkwekerij en diefstal stroom - vrijspraak De rechtbank is van oordeel dat op grond van het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden vastgesteld dat [de verdachte] als (mede)pleger een hennepkwekerij aanwezig heeft gehad in het pand aan de [adres 6] te Noordwijk en daarmee evenmin dat hij ten behoeve daarvan met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening elektriciteit heeft weggenomen. Daarom wordt de verdachte van dit feit vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.10.4. Feiten 4, 5 en 11 De rechtbank is van oordeel dat de onder 4, 5 en 11 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De slotsom De slotsom luidt dat de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen hierboven van oordeel is dat is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte)witwassen van € 65.000,-, € 28.300,-, € 70.070,-, € 130.000,-, € 114.400,-, € 26.000,-, € 122.070,- (totaal € 555.840,-), twee wagenparken ter waarde van € 178.339,91 en € 107.500,- en meerdere personenauto’s, aan het gebruik van een vals identiteitsbewijs, wederrechtelijk gebruik van andermans identificerende gegevens, verduistering, poging tot afpersing, het voorhanden hebben van een ‘jammer’, medeplegen van afpersing (meermalen gepleegd) en deelname aan een criminele organisatie gedurende ruim drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewezenverklaring De rechtbank is met betrekking tot de onder 1 (eerste cumulatief/alternatief), 4, 5, 6 (subsidiair), 8 (primair), 11 (primair), 12 en 14 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>hij in de periode van 15 januari 2014 tot en met 9 juli 2019 in Nederland telkens tezamen en in vereniging met anderen of alleen van:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( contante) geldbedragen, te weten onder andere: o € 65.000,- en o € 28.300,- en € 70.070 aan contante stortingen en o € 130.000,- (afkomstig uit de verkoop van de woning [adres 2] te Noordwijk) en o € 114.400,- (afkomstig van een door de familie [familienaam] aangegaan krediet bij de Rabobank) en o € 26.000,- aan contante stortingen en o € 122.070,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 3] B.V. en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>voertuigen, te weten onder andere: o het wagenpark van eenmanszaak [bedrijfsnaam 12] ter waarde van € 178.339,91 (zoals vermeld in de akte van levering van aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. d.d. 26-06-2017) en o een Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 10] en een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 11] en een Smart met kenteken [kenteken 12] en een BMW met kenteken [kenteken 13] en een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 14] en een BMW met kenteken [kenteken 15] en o het door [bedrijfsnaam 6] B.V. overgenomen wagenpark van [bedrijfsnaam 1] B.V. (bestaande uit 22 voertuigen en/of ter waarde van minimaal € 107.500,-) en o een BMW X5 met kenteken [kenteken 2] en o een Land Rover Range Rover Sport met kenteken [kenteken 1] en o een Aston Martin Rapide met kenteken [kenteken 3] en o een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 5] en o een BMW met kenteken [kenteken 6] en o een Ferrari met kenteken [kenteken 8] en o een Audi RS met kenteken [kenteken 16] en o een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 9] en o andere in beslag genomen voertuigen, de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbenden op die voorwerpen waren, en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld wie die voorwerpen voorhanden had(den), en/of (voornoemde voorwerpen) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en zijn mededaders wisten dat voornoemde voorwerpen geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren, van welk misdrijf verdachte en zijn mededaders een gewoonte hebben gemaakt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>hij op 19 mei 2015 te Noordwijk opzettelijk en wederrechtelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Nederlands rijbewijs op naam van [naam 1] met rijbewijs nummer [nummer 2] , door zich bij het aangaan van een huurovereenkomst voor [adres 3] te Noordwijk met voornoemd identiteitsbewijs te legitimeren als ware het onvervalst en aan hem verstrekt, terwijl hij, verdachte, wist dat dit vals was;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>hij in de periode van 1 mei 2014 tot en met 25 januari 2017 in Nederland telkens opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander te weten [naam 1] , geboren [geboortedatum 2] -1986 te [geboorteplaats 2] (Turkije) heeft gebruikt door</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een huurovereenkomst aan te gaan voor het huren van een bedrijfsruimte gelegen aan de [adres 3] te Noordwijk en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een huurovereenkomst aan te gaan voor de huur van vier parkeerplaatsen gelegen aan de [adres 7] te Noordwijk en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een huurovereenkomst aan te gaan voor de huur van [adres 8] te Katwijk en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract bij XS4all af te sluiten en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zich (telefonisch) als [naam 1] voor te doen in gesprekken met onder andere de Raad Vastgoed en de RDW en XS4all en VWE, met het oogmerk de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>hij in de periode van 11 maart 2015 tot en met 18 juni 2019 in Nederland opzettelijk € 60.000,-, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten om 16 voertuigen van (de curator van) [bedrijfsnaam 16] ten behoeve van [naam 2] aan te kopen, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>hij in de periode van 30 maart 2019 tot en met 3 april 2019 in Nederland en Turkije tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich en die ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [naam 4] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en een auto (Rolls Royce, type Wraith, kenteken [kenteken 17] ) die geheel of ten dele aan die [naam 4] toebehoorde</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( dreigend) tegen die [naam 4] heeft gezegd dat hij de auto terug moest brengen en dat als die [naam 4] bij zijn vrienden de naam van zijn vader noemt, zij hem goed kennen en dat als hij het zonder problemen wil oplossen, de auto die dag nog terug moest komen en dat die [naam 4] om zich heen moest blijven kijken en dat hij, verdachte, naar hem toe kwam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 18 juni 2019 te Katwijk opzettelijk een radioapparaat, te weten een jammer, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>hij in de periode van 19 oktober 2016 tot en met 18 juni 2019 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[naam 5] en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[naam 6] heeft gedwongen tot</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de afgifte van goederen, te weten geldbedragen, namelijk: * bedragen van in totaal 33.309,12 euro, (ten behoeve van financiering Range Rover, kenteken [kenteken 1] ) en * bedragen van in totaal 9.734,20 euro (ten behoeve van financiering en wegenbelasting BMW X5, kenteken [kenteken 2] ) en * bedragen van in totaal 10.076,10 euro (ten behoeve van financiering Aston Martin Rapide, kenteken [kenteken 3] ) * 114.400 euro (afkomstig van lening bij de Rabobank) en * 130.000 euro (afkomstig van de verkoop van woning [adres 2] te Noordwijk) en * 14.000 euro (afkomstig van lening bij New10) en * 22.500 euro (afkomstig van verkoop van auto’s bij [bedrijfsnaam 4] ) die aan die [naam 5] en [naam 6] toebehoorden,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>en tot het aangaan van een schuld, te weten: * een lening voor een bedrag van 114.400 euro bij de Rabobank en * een lening voor een bedrag van 14.000 euro bij New10, welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededader</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( dreigend) tegen die [naam 5] hebben gezegd - zakelijk weergegeven - * dat zij de leasecontracten met betrekking tot voornoemde auto’s moesten tekenen en voornoemde geldbedragen moesten afstaan en voornoemde leningen moesten aangaan en * dat anders de zoon van die [naam 5] en [naam 6] er niet meer zou zijn en * dat zij de zoon van die [naam 5] en [naam 6] zouden vermoorden en martelen en af zouden schieten en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het (meermalen) langskomen bij die [naam 5] en [naam 6] en het bedrijf van die [naam 5] en [naam 6] en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het (aldus) creëren van een dusdanig dreigende/intimiderende situatie dat die [naam 5] en [naam 6] aan (de eisen van) verdachte en zijn mededader geen weerstand konden bieden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>hij in de periode van 1 januari 2016 tot en met 19 juni 2019 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 225 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrift) en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 317 Wetboek van Strafrecht (afpersing) en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 321 Wetboek van Strafrecht (verduistering) en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 420bis Wetboek van Strafrecht (witwassen).</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.</p>\n<p class=\"lf-p\">6De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">8De strafoplegging 8.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht te volstaan met een voorwaardelijke straf, eventueel een gevangenisstraf, of een flinke taakstraf in combinatie met een forse voorwaardelijke straf.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oordeel van de rechtbank Ernst van de feiten Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte heeft gedurende meerdere jaren deelgenomen aan een criminele organisatie die witwassen, valsheid in geschrift, afpersing en verduistering tot oogmerk had. De verdachten zijn zeer professioneel en gewiekst te werk gegaan, door ondernemingen (al dan niet op naam van anderen) over te nemen of op te richten die zich ogenschijnlijk bezig hielden met het poetsen van, de verhuur van en de legale handel in luxueuze auto’s. De verdachten hebben door middel van die ondernemingen een grote hoeveelheid geldbedragen en luxe personenauto’s witgewassen en op die manier crimineel geld een ogenschijnlijk legale herkomst gegeven. Zij hebben schijnconstructies opgeworpen ten aanzien van het werkelijke eigenaarschap van die ondernemingen en hebben valse overeenkomsten, aanbetalingen, geldstromen en andere administratieve valsheden gecreëerd om de ogenschijnlijk legale herkomst handen en voeten te geven. De onderliggende misdrijven zijn veelal onbekend gebleven, maar gelet op de hoeveelheid kentekens – 642 stuks – die in de loop der jaren op naam van de ondernemingen van de feitelijke eigenaar [de verdachte] hebben gestaan, stelt de rechtbank vast dat deze criminele organisatie in ieder geval een enorme faciliterende rol voor de georganiseerde misdaad heeft vervuld door geld dat met misdrijven is buitgemaakt, van een ogenschijnlijk legale herkomst te voorzien. [de verdachte] en [medeverdachte 1] hebben zich daarnaast in vereniging schuldig gemaakt aan de afpersing van [naam 5] en [naam 6] . Uit politieonderzoek is gebleken dat hierbij gebruik is gemaakt van valse leningsovereenkomsten en onder valse voorwendselen afgesloten leaseovereenkomsten, en dat de buitgemaakte geldbedragen vaak via stortingen op verschillende rekeningen en via contante opnames werden verspreid. Ook hieruit blijkt de gewiekste wijze waarop de criminele organisatie de herkomst van gelden trachtte te verbergen. [de verdachte] heeft zich verder schuldig gemaakt aan verduistering, een poging tot afpersing van [naam 4] , het voorhanden hebben van een ‘jammer’ en het gebruik van een vals rijbewijs en identificerende gegevens van een ander. Ook hieruit blijkt dat [de verdachte] zich jarenlang bezig heeft gehouden met diverse misdrijven en zich daarbij bediende van allerlei middelen die het vertrouwen in het eerlijke maatschappelijke verkeer ondermijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoon van de verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 16 mei 2024. Daaruit blijkt dat hij in de afgelopen vijf jaren veelvuldig in aanraking is gekomen met justitie wegens overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 en dat hij in 2009 is veroordeeld wegens vergelijkbare feiten als de onderhavige, te weten bedrieglijke bankbreuk en verduistering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter terechtzitting heeft [de verdachte] uitvoerig over zijn vermeende rol bij de strafbare feiten verklaard, maar naar het oordeel van de rechtbank heeft hij geen werkelijke openheid van zaken gegeven. In tegenstelling tot wat hij zelf heeft verklaard, blijkt uit het verhandelde ter terechtzitting dat [de verdachte] de belangrijkste spil en (een van de) leider(s) van het criminele samenwerkingsverband is geweest. De rechtbank weegt dit mee bij de strafbepaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige relevante omstandigheden De rechtbank stelt verder vast dat de redelijke termijn is overschreden met ruim drie jaar en zal dit in strafverminderende zin meewegen. Zij heeft op de straf die zij eigenlijk in gedachten had een korting van 12,5 procent toegepast en de uitkomst vervolgens afgerond in het voordeel van de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting inzake fraude en de straffen die in vergelijkbare gevallen van afpersing zijn opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de duur van vijf jaren en zes maanden met zich brengt. Slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere jaren doet recht aan de ernst, de duur en de intensiteit van de misdrijven die door [de verdachte] zijn gepleegd. De op te leggen gevangenisstraf is van kortere duur dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank tot een bewezenverklaring van minder strafbare feiten komt dan waartoe de officier van justitie heeft gerekwireerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">9De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregel [naam 5] , [naam 6] , [naam 2] en [naam 3] hebben zich gesteld als benadeelde partijen. [naam 5] en [naam 6] hebben beiden apart een verzoek tot schadevergoeding ingediend met exact dezelfde inhoud. De rechtbank beschouwt dit als één ingediende vordering en zal hiernaar verwijzen als de vordering van [naam 5] en [naam 6] . Zij hebben om een materiële schadevergoeding verzocht van € 652.853,- en om vergoeding van juridische kosten à € 4.917,44. Ter terechtzitting is de materiële schade in de vordering mondeling gewijzigd naar € 547.853,-, omdat na vragen van de rechtbank gebleken is dat een schadepost van € 105.000,- in de vordering dubbel was geteld. [naam 2] heeft om een vergoeding van materiële schade à € 67.875 ,- verzocht. [naam 3] heeft om een vergoeding verzocht van € 947.000,-, bestaande uit € 945.000,- aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de vordering van [naam 5] en [naam 6] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 244.400,- en voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de vordering van [naam 2] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 60.000,-;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de vordering van [naam 3] kan worden toegewezen, waarbij de officier van justitie zich voor wat betreft de hoogte van het toe te wijzen bedrag heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</div>\n<p class=\"lf-p\">9.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen in hun geheel niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3 Het oordeel van de rechtbank De vordering van [naam 5] en [naam 6] De rechtbank stelt vast dat uit de bewezenverklaring blijkt dat [naam 5] en [naam 6] door [de verdachte] en [medeverdachte 1] zijn gedwongen tot de afgifte van € 9.734,20 (financiering en wegenbelasting BMW X5), € 10.076,10 (financiering Aston Martin Rapide), € 114.400,- (afkomstig van een gedwongen lening bij de Rabobank) en € 14.000,- (afkomstig van een lening bij New10. De rechtbank zal de verzochte schadevergoeding tot het totaal van deze bedragen van € 148.210,30 toewijzen, omdat dit deel van het gevorderde bedrag als rechtstreekse schade is aan te merken ten gevolge van het bewezenverklaarde feit 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder blijkt uit de bewezenverklaring dat [naam 5] en [naam 6] door [de verdachte] zijn gedwongen tot de afgifte van € 33.309,12 (financiering Range Rover), € 130.000,- (overwaarde verkoop [adres 2] te Noordwijk) en € 22.500,- (afkomstig uit de verkoop van auto’s aan [bedrijfsnaam 4] ). De rechtbank zal de verzochte schadevergoeding tot het totaal van deze bedragen van € 185.809,12 toewijzen ten laste van [de verdachte] , omdat dit deel van het gevorderde bedrag eveneens als rechtstreekse schade is aan te merken ten gevolge van het bewezenverklaarde feit 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het overige zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren, omdat uit het bewezenverklaarde niet evident blijkt dat deze schade is ontstaan ten gevolge van het door de verdachte gepleegd strafbaar feit en omdat de rechtbank de onderbouwing van dit deel van de vordering – dat grotendeels bestaat uit door de boekhouder samengestelde grootboekkaarten en los toegezonden bankafschriften - volstrekt onvoldoende acht. Op vragen van de rechtbank hebben de raadsman en de boekhouder van de benadeelde partijen geen of geen helder antwoord kunnen geven. De benadeelde partijen de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al met al zal de rechtbank de vordering toewijzen tot een totaalbedrag van € 334.019,42 en de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partijen kunnen dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 17 februari 2018, zijnde de datum gelegen in het midden van de periode waarin de schade is ontstaan, te weten 19 oktober 2016 tot 18 juni 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten op basis van het ‘Liquidatietarief rechtbank en gerechtshoven’ op € 4.917,44 (gebaseerd op 2 punten in een zaak met een geldswaarde van € 195.000,- tot € 390.000,- (tarief VI)). Aangezien de benadeelde partij een lager bedrag aan juridische kosten heeft gevorderd dan de rechtbank op basis van het liquidatietarief begroot, zal de rechtbank dit lagere bedrag toewijzen. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat [de verdachte] het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend - voor zover het ziet op de afpersing tot de afgifte van geldbedragen met een totaal van € 148.210,30 - samen met [medeverdachte 1] heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten, tot een bedrag van € 3.858,-. Daarbij geldt dat [de verdachte] , voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partijen heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partijen hoeft te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering van [naam 2] Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 6 bewezenverklaarde feit, ter grootte van € 60.000,-. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot dat bedrag en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, omdat uit het bewezenverklaarde niet blijkt dat de benadeelde partij meer schade heeft geleden dan het toe te wijzen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 11 maart 2015, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering van [naam 3] De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte van het feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij veroordeeld wordt in de kosten die de verdachte heeft moeten maken in de verdediging tegen deze vordering en zal deze kosten tot op heden begroten op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.4 Schadevergoedingsmaatregel De verdachte zal voor feiten 6 en 12 worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partijen aansprakelijk voor schade die door deze feiten aan hen is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 334.019,42, bestaande uit materiële schade, ten behoeve van [naam 5] en [naam 6] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 februari 2018 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 60.000,-, bestaande uit materiële schade, ten behoeve van [naam 2] , vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 maart 2015 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald;</div>\n<p class=\"lf-p\">Ook voor de schadevergoedingsmaatregel geldt dat deze tot een bedrag van € 148.210,30 ten behoeve van [naam 5] en [naam 6] hoofdelijk wordt opgelegd, aangezien gebleken is dat [de verdachte] het strafbare feit voor zover het optelt tot dat bedrag, samen met [medeverdachte 1] heeft gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10Het inbeslaggenomen voorwerp 10.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen sloep Tral-21 zal worden verbeurdverklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich, gelet op de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen sloep terug moet worden gegeven aan de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oordeel van de rechtbank Aangezien de verdachte zal worden vrijgesproken van het witwassen van de sloep, verzet het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave van de sloep aan de rechthebbende. Nu thans geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt, zal de rechtbank de bewaring van de sloep gelasten. Wie die rechthebbende is, is in dit strafproces niet komen vast te staan. Zowel [de verdachte] als een voormalig medewerker van [bedrijfsnaam 6] B.V., [naam 23] , beweert immers de rechthebbende te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">11De voorlopige hechtenis 11.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank bij einduitspraak de gevangenneming van de verdachte zal bevelen, gelet op de door haar bewezen geachte feiten en het aanwezige vlucht- en recidivegevaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich, gelet op de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat de vordering moet worden afgewezen wegens gebrek aan gronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oordeel van de rechtbank [de verdachte] is sinds zijn aanhouding in de onderhavige zaak - nu ongeveer vijfenhalf jaar geleden – niet veroordeeld voor feiten zoals de onderhavige, noch wordt hij daarvan, voor zover de rechtbank bekend, verdacht. Zodoende is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken van een recidiverisico. Verder blijkt uit het verhandelde ter terechtzitting dat [de verdachte] zijn leven in Nederland heeft opgebouwd en dat hij hier drie minderjarige schoolgaande kinderen heeft. Mede in het licht van deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk geworden dat hij zich zal onttrekken aan een straf, door bijvoorbeeld naar Turkije te vluchten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal de vordering tot gevangenneming van de officier van justitie dus afwijzen wegens gebrek aan gronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">12De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op artikelen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>36 f, 45, 47, 57, 63, 140, 231, 231b, 317, 321 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>1, 2 en 6 van de Wet op de Economische Delicten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>10.15 van de Telecommunicatiewet.</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">13De beslissing De rechtbank: verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 (tweede cumulatief/alternatief), 2, 3, 6 (primair), 7, 9, 10 en 13 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 (eerste cumulatief/alternatief), 4, 5, 6 (subsidiair), 8 (primair), 11 (primair), 12 en 14 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 5.5 bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt: ten aanzien van feit 1, eerste cumulatief/alternatief: medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken; ten aanzien van feit 4: opzettelijk gebruik maken van een vals identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht; ten aanzien van feit 5: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 6, subsidiair: verduistering; ten aanzien van feit 8, primair: medeplegen van poging tot afpersing; ten aanzien van feit 11: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.15, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan; ten aanzien van feit 12: medeplegen van afpersing, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 14: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 5 (VIJF) JAREN EN 6 (ZES) MAANDEN bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vorderingen tot schadevergoeding [naam 5] en [naam 6] wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [naam 5] en [naam 6] deels toe tot een bedrag van € 334.019,42 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, hoofdelijk tot een bedrag van € 148.210,30, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 februari 2018 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [naam 5] en [naam 6] ; bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in hun vordering tot schadevergoeding en dat zij dit deel van hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen; bepaalt dat als [medeverdachte 1] de toegewezen schadevergoeding – tot een bedrag van € 148.210,30 - deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op € 4.917,44 , waarvan hoofdelijk een bedrag van € 3.858,-, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden; bepaalt dat als [medeverdachte 1] de toegewezen proceskosten – tot een bedrag van € 3.858,- deels of geheel aan de benadeelde partijen heeft betaald [de verdachte] niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen; [naam 2] wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam 2] deels toe tot een bedrag van € 60.000,- en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 11 maart 2015 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [naam 2] ; bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden; [naam 3] bepaalt dat de benadeelde partij [naam 3] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</p>\n<p class=\"lf-p\">Schadevergoedingsmaatregel legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 334.019,42 - waarvan € 148.210,30 hoofdelijk - vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 februari 2018 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [naam 5] en [naam 6] ; bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 309 dagen, waarbij de toepassing van gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting aan de Staat niet opheft; bepaalt dat als [medeverdachte 1] de hoofdelijk toegewezen schadevergoeding aan [naam 5] en [naam 6] tot een bedrag van € 148.210,30 deels of geheel aan de benadeelde partijen heeft betaald en/of de betalingsverplichting aan de Staat deels of geheel heeft voldaan, [de verdachte] niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen; legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 60.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 maart 2015 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [naam 2] ; bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 56 dagen, waarbij de toepassing van gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting aan de Staat niet opheft; bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen; gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het op de beslaglijst onder 2 genoemde voorwerp, te weten 1 STK Boot M328A402A; wijst af de vordering van de officier van justitie tot gevangenneming van de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Krans, voorzitter, mr. P.C. Goilo-Kam, rechter, mr. W.R. van Hattum, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. den Besten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I Tekst tenlastelegging 1. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 januari 2014 tot en met 09 juli 2019, te Noordwijk en/of Rijnsburg en/of Katwijk en/of Leiden en/of Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg en/of Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg en/of Maarheeze, gemeente Cranendonck, althans in Nederland en/of Spanje, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meerdere ander( en), en/of alleen, (van):</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>één of meer (contante) geldbedrag(en), te weten onder andere: o € 65.000,- (zie onder andere zaaksdossier A06) en/of o € 28.300,- en/of € 70.070 aan contante stortingen (zie onder andere zaaksdossier A07) en/of o € 180.000,- aan contante inbreng in het kasboek van eenmanszaak [bedrijfsnaam 12] (zie onder andere PV 523) en/of o € 190.000,- en/of € 69.000,- aan contante inbreng in het kasboek van [bedrijfsnaam 6] B.V. (zie onder andere PV 496) en/of o € 130.000,- (afkomstig uit de verkoop van de woning [adres 2] te Noordwijk d.d. 27-03-2017) (zie onder andere PV 680) en/of o € 114.400,- (afkomstig van een door de familie [familienaam] aangegaan krediet bij de Rabobank) (zie onder andere PV 731) en/of o € 28.100,- aan contante stortingen (zie onder andere PV 410) en/of o € 236.003,44 afkomstig van de verkoop van de woning [adres 9] te Elviria Spanje (zie onder andere PV 414 en PV 675) en/of o € 122.070,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 3] B.V. (zie onder andere PV 724) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>één of meer voertuig(en) en/of vaartuig(en), te weten onder andere: o een vaartuig (sloep, model TRAL-21, type motor M328A402A) (zie onder andere zaaksdossier A03) en/of o het wagenpark van eenmanszaak [bedrijfsnaam 12] ter waarde van € 178.339,91 (zoals vermeld in de akte van levering van aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. d.d. 26-06-2017) (zie onder andere PV 684) en/of o een Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 10] en/of een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 11] en/of een Smart met kenteken [kenteken 12] en/of een BMW met kenteken [kenteken 13] en/of een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 14] en/of een BMW met kenteken [kenteken 15] (zie onder andere PV 726) en/of o het door [bedrijfsnaam 6] B.V. overgenomen wagenpark van [bedrijfsnaam 1] B.V. (bestaande uit 22 voertuigen en/of ter waarde van minimaal € 107.500,-) (zie onder andere PV 613) en/of o een BMW X5 met kenteken [kenteken 2] (zie onder andere PV 681) en/of o een Land Rover Range Rover Sport met kenteken [kenteken 1] (zie onder andere zaaksdossier A05) en/of o een Aston Martin Rapide met kenteken [kenteken 3] (zie onder andere PV 630) en/of o een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 5] (zie onder andere zaaksdossier B3) en/of o een BMW met kenteken [kenteken 6] (zien onder andere zaaksdossier B11) en/of o een Aston Martin met kenteken [kenteken 7] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Ferrari met kenteken [kenteken 8] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Audi RS met kenteken [kenteken 16] -[code] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 9] (zie onder andere PV 434) en/of o één of meer andere (in beslag genomen) voertuigen (zie onder andere zaaksdossier G, beslag dossier) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de overgenomen bedrijfsinventaris en/of het meubilair van [bedrijfsnaam 1] B.V. (zie onder andere PV 613), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den), en/of (voornoemde voorwerpen) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat voornoemde voorwerpen(geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren, van welk misdrijf/welke misdrijven verdachte en/of zijn mededader(s) een gewoonte heeft/hebben gemaakt; en/of eenmanszaak [bedrijfsnaam 6] enlof [bedrijfsnaam 1] B.V. en/ of [bedrijfsnaam 6] B.V. en/of eenmanszaak [bedrijfsnaam 12] en/of [bedrijfsnaam 3] B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 januari 2014 tot en met 09 juli 2019, te Noordwijk en/of Katwijk en/of Rijnsburg en/of Leiden en/of Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg en/of Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg en/of Maarheeze, gemeente Cranendonck, althans in Nederland en/of Spanje, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meerdere ander( en), en/of alleen, (van):</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>één of meer (contante) geldbedragen, te weten onder andere: o € 65.000,- (zie onder andere zaaksdossier A06) en/of o € 180.000,- aan contante inbreng in het kasboek van eenmanszaak [bedrijfsnaam 12] (zie onder andere PV 523) en/of o € 190.000,- en/of € 69.000,- aan contante inbreng in het kasboek van [bedrijfsnaam 6] B.V. (zie onder andere PV 496) en/of o € 130.000,- (afkomstig uit de verkoop van de woning [adres 2] te Noordwijk d.d. 27-03-2017) (zie onder andere PV 680) en/of o € 114.400,- (afkomstig van een door de familie [familienaam] aangegaan krediet bij de Rabobank) (zie onder andere PV 731) en/of o € 236.003,44 afkomstig van de verkoop van de woning [adres 9] te Elviria Spanje (zie onder andere PV 414 en PV 675) en/of o € 122.070,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 3] B.V. (zie onder andere PV 724) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>één of meer voertuig(en) en/of vaartuig(en), te weten onder andere: o een vaartuig (sloep, model TRAL-21, type motor M328A402A) (zie onder andere zaaksdossier A03) en/of o het wagenpark van eenmanszaak [bedrijfsnaam 12] ter waarde van € 178.339,91 (zoals vermeld in de akte van levering van aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. d.d. 26-06-2017) (zie onder andere PV 684) en/of o een Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 10] en/of een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 11] en/of een Smart met kenteken [kenteken 12] en/of een BMW met kenteken [kenteken 13] en/of een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 14] en/of een BMW met kenteken [kenteken 15] (zie onder andere PV 726) en/of o het door [bedrijfsnaam 6] B.V. overgenomen wagenpark van [bedrijfsnaam 1] B.V. (bestaande uit 22 voertuigen en/of ter waarde van minimaal € 107.500,-) (zie onder andere PV 613) en/of o een BMW X5 met kenteken [kenteken 2] (zie onder andere PV 681) en/of o een Land Rover Range Rover Sport met kenteken [kenteken 1] (zie onder andere zaaksdossier A05) en/of o een Aston Martin Rapide met kenteken [kenteken 3] (zie onder andere PV 630) en/of o een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 5] (zie onder andere zaaksdossier B3) en/of o een BMW met kenteken [kenteken 6] (zien onder andere zaaksdossier B11) en/of o een Aston Martin met kenteken [kenteken 7] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Ferrari met kenteken [kenteken 8] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Audi RS met kenteken [kenteken 16] -[code] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 9] (zie onder andere PV 434) en/of o één of meer andere (in beslag genomen) voertuigen (zie onder andere zaaksdossier G, beslag dossier) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de overgenomen bedrijfsinventaris en/of het meubilair van [bedrijfsnaam 1] B.V. (zie onder andere PV 613), de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den), en/of (voornoemde voorwerpen) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl eenmanszaak [bedrijfsnaam 6] enlof [bedrijfsnaam 1] B.V. en/of [bedrijfsnaam 6] B.V. en/of eenmanszaak [bedrijfsnaam 12] en/of [bedrijfsnaam 3] B.V. en/of haar/hun mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat voornoemde voorwerpen (geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren, van welk misdrijf/welke misdrijven voornoemde rechtsperso(o)n(en) en/of haar/hun mededader(s) een gewoonte heeft/hebben gemaakt, tot welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte al dan niet tezamen en in vereniging met een ander (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte al dan niet tezamen en in vereniging met een ander (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>(zaaksdossier A02 Witwassen [bedrijfsnaam 1] B.V.) hij in of omstreeks de periode van 09 juli 2018 tot en met 26 februari 2019, te Noordwijk en/of Maarheeze, gemeente Cranendonck, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meerdere ander(en) als bestuurder of commissaris van de rechtspersoon [bedrijfsnaam 2] B.V. (voorheen: [bedrijfsnaam 1] B.V.), welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 26 februari 2019 in staat van faillissement is verklaard (insolventienummer: C/01/19/56 F) voor of tijdens het faillissement, één of meer voertuigen (de bedrijfsvoorraad met een waarde van € 123.712,-), althans enig goed aan de boedel heeft onttrokken terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededaders, wist(en) dat hierdoor een of meer schuldeisers van voornoemde rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>(zaaksdossier A04) hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07-12-2016 tot en met 04-03-2019,(althans op 7-12-2016 en/of op 04-03-2019) te Noordwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meerdere ander(en) en/of alleen, (telkens) één of meerdere geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:</div>\n<p class=\"lf-p\">A. een inkoopverklaring voor een Ferrari met kenteken [kenteken 8] en/of B. een kwitantie en/of bewijs van betaling, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door valselijk en/of in strijd met de waarheid:</p>\n<p class=\"lf-p\">A) in de inkoopverklaring te vermelden dat [bedrijfsnaam 17] BV. een Ferrari met kenteken [kenteken 8] verkoopt aan Car Rental Noordwijk en/of voornoemde inkoopverklaring heeft (laten) voorzien van een naam- of handtekening welke moest doorgaan voor de naam- of handtekening van [naam 24] en/of [medeverdachte 4] , en/of B) in voornoemde kwitantie te vermelden dat [naam 24] geld (€ 90.000,-) heeft ontvangen van [medeverdachte 4] en/of voornoemde inkoopverklaring heeft (laten) voorzien van een naam- of handtekening welke moest doorgaan voor de naam- of handtekening van [naam 24] , met het oogmerk om de geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, en/of (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van voornoemde inkoopverklaring en/of kwitantie als ware het echt en onvervalst, dan wel voornoemde inkoopverklaring en/of kwitantie voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze facturen en/of maatschapsovereenkomst bestemd waren voor zodanig gebruik;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>(zaaksdossier A01) hij op of omstreeks 19 mei 2015 te Noordwijk, althans in Nederland, opzettelijk (en wederrechtelijk) gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst en/of niet op zijn naam gesteld reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Nederlands rijbewijs op naam van [naam 1] met rijbewijs nummer [nummer 2] , door zich bij het aangaan van een huurovereenkomst voor de [adres 3] te Noordwijk met voornoemd identiteitsbewijs te legitimeren als ware het onvervalst en/of aan hem verstrekt, danwel voornoemde reisdocument en/of identiteitsbewijs heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>(zaaksdossier A01) hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2014 tot en met 25 januari 2017 te Noordwijk en/of Katwijk en/of Rijnsbrug, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander te weten [naam 1] , geboren [geboortedatum 2] -1986 te [geboorteplaats 2] (Turkije) heeft gebruikt door</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een huurovereenkomst aan te gaan voor het huren van een bedrijfsruimte gelegen aan de [adres 3] te Noordwijk en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een huurovereenkomst aan te gaan voor de huur van vier parkeerplaatsen gelegen aan de [adres 7] te Noordwijk en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een huurovereenkomst aan te gaan voor de huur van [adres 8] te Katwijk en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract bij XS4all af te sluiten en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zich (telefonisch) als [naam 1] voor te doen in gesprekken met onder andere de Raad Vastgoed en/of de RDW en/of de Belastingdienst en/of XS4all en/of VWE, met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 11 maart 2015 te Leiden en/of Rijnsburg en/of Katwijk, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten € 60.000,-, door aan die [naam 2] te vertellen dat</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[bedrijfsnaam 16] tegen faillissement aan zat en/of 16 voertuigen moesten verkopen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat hij, verdachte, en/of [naam 2] de bussen goedkoop konden overnemen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat hij, verdachte, de overname van deze voertuigen met de curator kon regelen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat hij, verdachte een bod had gedaan bij de curator van € 129.000,- en/of dat dit bod geaccepteerd was; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2015 tot en met 18 juni 2019 te Leiden en/of Rijnsburg en/of Katwijk, althans in Nederland opzettelijk € 60.000,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan naam [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten om 16 voertuigen van (de curator van) [bedrijfsnaam 16] ten behoeve van [naam 2] aan te kopen, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</div>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zaaksdossier B1 hij in of omstreeks de periode van 11 mei 2018 tot en met 17 december 2018 te Noordwijk en/of (elders) in Nederland en/of Spanje tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 3] heeft gedwongen tot de afgifte van</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een geldbedrag (van ongeveer 40.000 euro) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een huis in Spanje ( [adres 9] te Elviria) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een boot (genaamd [naam boot] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [naam 3] toebehoorde, door</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>die [naam 3] een kopstoot te geven en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>die [naam 3] te slaan en/of te stompen op zijn kaak, althans tegen zijn hoofd en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>die [naam 3] meermalen althans éénmaal (dreigend) de woorden toe te voegen *\"ik ga je schieten\" en/of * \"ik ga je kapot maken en/of * \"ik weet wie je bent en in wat voor auto je vrouw rijdt\" en/of * “je gaat die Ferrari betalen” en/of * “je hebt geld. Je gaat betalen. Je hebt geld anders schiet ik” en/of * “geld, geld, geld” en/of althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een laatje open te trekken en/of (daarbij) te zeggen dat ze een pistool pakken;</div>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zaaksdossier B2 hij in of omstreeks de periode van 30 maart 2019 tot en met 3 april 2019 te Noordwijk en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 4] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een auto (Rolls Royce, type Wraith, kenteken [kenteken 17] ) die geheel of ten dele aan die [naam 4] toebehoorde</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( dreigend) tegen die [naam 4] heeft gezegd dat hij de auto terug moest brengen en/of dat als die [naam 4] bij zijn vrienden de naam van zijn vader noemt, zij hem goed kennen en dat als hij het zonder problemen wil oplossen, de auto die dag nog terug moest komen en/of dat die [naam 4] om zich heen moest blijven kijken en dat hij, verdachte, naar hem toe kwam, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dreigend tegen die [naam 4] heeft gezegd dat hij, verdachte en/of zijn mededader, naar Nederland zou komen om die [naam 4] af te schieten en/of dat die [naam 4] gedood zou worden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zich vervolgens naar het kantoor van die [naam 4] heeft begeven en/of daarbij (dreigend) heeft gezegd dat die [naam 4] maar één kans had om dit op te lossen en/of daarbij een dreigende en/of intimiderende houding tegenover die [naam 4] heeft aangenomen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 maart 2019 tot en met 3 april 2019 te Noordwijk en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, M. [naam 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( dreigend) tegen die [naam 4] gezegd dat hij de auto terug moest brengen en/of dat als die [naam 4] bij zijn vrienden de naam van zijn vader noemt, zij hem goed kennen en dat als hij het zonder problemen wil oplossen, de auto die dag nog terug moest komen en/of dat die [naam 4] om zich heen moest blijven kijken en dat hij, verdachte en/of zijn mededader, naar hem toe kwam en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dreigend tegen die [naam 4] heeft gezegd dat hij, verdachte en/of zijn mededader, naar Nederland zou komen om die [naam 4] af te schieten en/of dat die [naam 4] gedood zou worden en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zich vervolgens naar het kantoor van die [naam 4] begeven en/of daarbij (dreigend) gezegd dat die [naam 4] maar één kans had om dit op te lossen en/of daarbij een dreigende en/of intimiderende houding tegenover die [naam 4] aangenomen;</div>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zaaksdossier B4 Hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2017 tot en met 25 juli 2017 te Noordwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand gelegen [adres 6] ) een (grote) hoeveelheid hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zaaksdossier B4 Hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2017 tot en met 25 juli 2017 te Noordwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak of verbreking, te weten door het verbreken van de verzegeling van een hoofdaansluitkast;</p>\n<p class=\"lf-p\">11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij in of omstreeks de periode van 5 juni 2019 tot en met 18 juni 2019 te Katwijk, althans in Nederland, opzettelijk een radioapparaat, te weten een jammer, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij in of omstreeks de periode van 5 juni 2019 tot en met 18 juni 2019 te Katwijk, althans in Nederland, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350c Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel, te weten een jammer, die hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen was tot het plegen van een zodanig misdrijf, voorhanden heeft gehad;</p>\n<p class=\"lf-p\">12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zaaksdossier B12 hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met te 18 juni 2019 te Noordwijk en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[naam 5] en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[naam 6] heeft gedwongen tot</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de afgifte van (een) goed(eren), te weten (een) geldbedrag(en) van * (een) bedrag(en) van in totaal 40.405,60 euro, althans enig geldbedrag (ten behoeve van financiering, wegenbelasting en verzekering Range Rover, kenteken [kenteken 1] ) en/of * (een) bedrag(en) van in totaal 14.698,64 euro (ten behoeve van financiering, wegenbelasting en verzekering BMW X5, kenteken [kenteken 2] ) en/of * (een) bedrag(en) van in totaal 10.837,10 euro, althans enig geldbedrag (ten behoeve van financiering, wegenbelasting en verzekering Aston Martin Rapide, kenteken [kenteken 3] ) * 114.400 euro, althans enig geldbedrag (afkomstig van lening bij de Rabobank) en/of * 130.000 euro, althans enig geldbedrag (afkomstig van de verkoop van woning [adres 2] te Noordwijk) en/of * één of meerdere maandelijkse betalingen (van ongeveer 7.000/7.500 euro per maand) aan hem, verdachte, en/of zijn mededaders en/of * 14.000 euro, althans enig geldbedrag (afkomstig van lening bij New10) en/of * 30.000 euro, althans enig geldbedrag (afkomstig van een lening in verband met geretourneerde BMW, kenteken [kenteken 4] ) en/of * 80.000 euro, althans enig geldbedrag (afkomstig van verkoop van auto bij [bedrijfsnaam 4] ) dat geheel of ten dele aan die [naam 5] en/of [naam 6] of aan een derde toebehoorde,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>En/of tot het aangaan van een schuld, te weten: * een lening voor een bedrag van 114.400 euro, althans enig geldbedrag, bij de Rabobank (dd 1-5-2018) en/of * een lening voor een bedrag van 14.000 euro, althans enig geldbedrag, bij New10 (dd 10-12-2018) en/of * een lening voor een bedrag van 30.000 euro, althans enig geldbedrag (in verband met de terugbetaling van auto met kenteken [kenteken 4] , proces-verbaal pagina B12- 18 -) welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader(s)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( dreigend) tegen die [naam 5] hebben gezegd – zakelijk weergegeven - * Dat zij de leasecontracten met betrekking tot voornoemde auto’s moesten tekenen en/of voornoemde geldbedragen moesten afstaan en/of voornoemde leningen moesten aangaan * dat anders de zoon van die [naam 5] en/of [naam 6] er niet meer zou zijn en/of * dat zij de zoon van die [naam 5] en/of [naam 6] zouden vermoorden en/of martelen en/of af zouden schieten * dat zij die [naam 5] en/of [naam 6] zouden vermoorden en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het (meermalen) langskomen bij die [naam 5] en/of [naam 6] en/of het bedrijf van die [naam 5] en/of Caspers en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het (aldus) creëren van een dusdanig dreigende/intimiderende situatie dat die [naam 5] en/of [naam 6] aan (de eisen van) verdachte en/of zijn mededader(s) geen weerstand konden bieden;</div>\n<p class=\"lf-p\">13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zaaksdossier B12 Hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 oktober 2016 tot en met 26 februari 2019 Te Noordwijk en/of Hoofddorp en/of Alphen aan den Rijn en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( een) leaseovereenkomst(en) voor (een) auto’s, te weten * een Range Rover (kenteken [kenteken 1] ) en/of * een BMW X5 (kenteken [kenteken 2] ) en/of * een Aston Martin Rapide (kenteken [kenteken 3] ) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen vervalsen door (een) ander(en), met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken, en/of opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van dit/die geschrift(en) als ware(n) het/ze echt en onvervalst, bestaande het gebruik (telkens) hierin dat hij en/of zijn mededader(s) dit/die leaseovereenkomst(en) (in het kader van de financiering van voornoemde auto’s) aan (een) leasemaatschappij(en) (te weten [bedrijfsnaam 18] B.V. en/of [bedrijfsnaam 19] B.V. en/of [bedrijfsnaam 20] B.V.) heeft overhandigd/gezonden bestaande deze valsheid en/of vervalsing hierin dat in die leasecontracten (telkens) in strijd met de waarheid was vermeld dat voor voornoemde auto’s een aanbetaling was gedaan (door VOF [bedrijfsnaam 14] ), en/of [bedrijfsnaam 6] B.V op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 oktober 2016 tot en met 26 februari 2019 Te Noordwijk en/of Hoofddorp en/of Alphen aan den Rijn en/of (elders) in Nederland, (telkens) een geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( een) leaseovereenkomst(en) voor (een) auto’s, te weten * een Range Rover (kenteken [kenteken 1] ) en/of * een BMW X5 (kenteken [kenteken 2] ) en/of * een Aston Martin Rapide (kenteken [kenteken 3] ) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen vervalsen door (een) ander(en), met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken, en/of opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van dit/die geschrift(en) als ware(n) het/ze echt en onvervalst, bestaande het gebruik (telkens) hierin dat hij en/of zijn mededader(s) dit/die leaseovereenkomst(en) (in het kader van de financiering van voornoemde auto’s) aan (een) leasemaatschappij(en) (te weten [bedrijfsnaam 18] B.V. en/of [bedrijfsnaam 19] B.V. en/of [bedrijfsnaam 20] B.V.) heeft overhandigd/gezonden bestaande deze valsheid en/of vervalsing hierin dat in die leasecontracten (telkens) in strijd met de waarheid was vermeld dat voornoemde auto’s een aanbetaling was gedaan (door VOF [bedrijfsnaam 14] ) tot welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte al dan niet tezamen en in vereniging met een ander (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte al dan niet tezamen en in vereniging met een ander (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;</div>\n<p class=\"lf-p\">14.</p>\n<p class=\"lf-p\">C-140 dossier hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 19 juni 2019 te Noordwijk en/of Rijnsburg en/of Leidschendam en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of (een) rechtsperso(o)n(en), te weten (onder andere) eenmanszaak [bedrijfsnaam 6] en/of [bedrijfsnaam 1] B.V. en/ of [bedrijfsnaam 6] B.V welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 225 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrifte) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 285 Wetboek van Strafrecht (bedreiging) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 317 Wetboek van Strafrecht (afpersing) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 321 Wetboek van Strafrecht (verduistering) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 326 Wetboek van Strafrecht (oplichting) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 420bis Wetboek van Strafrecht (witwassen) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2 ond A en/of B en/of C en/of 3 ond B en/of C van de Opiumwet;</div>\n<p class=\"lf-p\">Zie Hoge Raad 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:900.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 14 september 1992, NJ 1993/54.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie o.a. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0787 (Air Holland), en HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:94.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0578.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 568, ZD A01, p. 100 e.v. en p. 109 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 568, ZD A01, p. 99 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangifte [naam 1] d.d. 11 september 2015, ZD A01, p. 264 t/m 267, verhoor aangever [naam 1] op 10 november 2015, ZD A01, p. 287 t/m 289 en verhoor aangever [naam 1] op 6 januari 2016, ZD A01, p. 290 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A01, p. 316 t/m 326.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 601, ZD A04, p. 268.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 557, ZD A01, p. 90 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 577, ZD A01, p. 113 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bewijsmiddelen in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring [de verdachte] ter terechtzitting.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A01, p. 341 (sessie 520).</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal ‘betaling huur [adres 4] Katwijk’, ZD A01, p. 126-128.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 540, ZD A01-132.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A01, p. 318 en p. 322 (sessies 55 en 2569).</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 587, ZD A01, p. 186.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bewijsmiddelen in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A01, p. 304.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A01, p. 51.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bewijsmiddelen in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A07, p. 135-136.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 568, ZD A01, p. 100 en p. 110.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 552, ZD A01, p. 85.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A01, p. 295.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 590, ZD A01, p. 224-226.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 590, ZD A01, p. 224-226.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 587, ZD A01, p. 186.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 589, ZD A01, p. 198-199.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 587, ZD A01, p. 185.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring getuige [getuige 3] , ZD A01, p. 29-37.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD F, p. 1313.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD F, p. 1347. Zie ook PV 589, ZD A01, p. 198-199.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder meer: ZD F, p. 1876.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD D6, p. 122.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 688, ZD F, p. 2109.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 485, ZD A04, p. 188.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD D3, p. 74-90 en D3, p. 166 en 173.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A04-437 t/m 440.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD F, p. 2115.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD F, p. 2172.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD F, p. 2372.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 18 oktober 2022 (ongenummerd) en ZD A02, p. 201-204.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A02, p. 201 e.v.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 87, ZD F, p. 186.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring getuige [getuige 3] , ZD A01, p. 29-37.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhoor [medeverdachte 4] d.d. 26 november 2020, ZD D3, p. 74-90. Zie ook de verklaring van de verdachte [medeverdachte 2] d.d. 18 oktober 2022 (ongenummerd).</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A02, p. 317-319.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verhoor [medeverdachte 4] d.d. 26 november 2020, ZD D3, p. 74-90.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD F, p. 2372 en ZD C, p. 85.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A02, p. 235-240.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A01. p. 293 t/m 296.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A03, p. 78-83.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD C, p. 59.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD F, p. 2172.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring verdachte [medeverdachte 4] d.d. 21 december 2020, ZD D3, p. 93-105.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A03, p. 84.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A03, p. 82.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A03, p. 325, 335.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A03, p. 332.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 760, Beslagdossier (G), p. 494.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaringen [medeverdachte 4] ZD D3, p. 74 t/m 90, ZD D3, p. 161 t/m 162 en aangifte [naam 5] en [naam 6] , ZD B-12, p. 9 t/m 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tapgesprekken ZD C, p. 84, 92, 96 en 97.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring [medeverdachte 4] ZD D3, p. 74 t/m 90 en bij de rechter-commissaris, en verklaring [naam 7] , ZD D6, p. 52 t/m 61.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A02, p. 67 en 68 en verklaring [getuige 4] bij de rechter-commissaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring [medeverdachte 3] ZD D5, p. 26, verklaring [medeverdachte 4] ZD D3, p. 42 en verklaring [naam 13] ZD D6, p. 25 t/m 26.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaringen [medeverdachte 4] ZD D3-161 en ZD D3, p. 84 t/m 87 en aangifte [naam 5] en [naam 6] , ZD B-12, p. 9 t/m 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV 506, ZD A05, p. 54 t/m 65 en PV 681, ZD A03, p. 240 t/m 248 en aangifte [naam 5] en [naam 6] , ZD B-12, p. 9 t/m 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD A04, p. 402 t/m 406.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD C, p. 90 en 93.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring [medeverdachte 2] van 18 oktober 2022, apart proces-verbaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaringen [medeverdachte 4] ZD D3, p. 59 t/m 60 en ZD D3, p. 67 t/m 72, 76, 87 en 89, ZD D3, p. 95 t/m 105, ZD A04, p. 437 t/m 440, ZD A08, p. 435 t/m 436, ZD A08 142 t/m 145 en ZD A08-56.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring [medeverdachte 4] ZD D3, p. 162 en 163, ZD D4, p. 77 t/m 92 en D6, p. 192, aangifte [naam 5] en [naam 6] , ZD B-12, p. 9 t/m 14, ZD A04, p. 402 t/m 406 en ZD C, p. 28 t/m 30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaringen [naam 7] en [naam 6] bij de rechter-commissaris en verklaring [naam 5] , ZD D6, p. 38.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD B3, p. 7 t/m 10, PV 484 ZD B3 p. 102 t/m 105 en ZD B11, p. 6 t/m 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie naast de verklaringen van [medeverdachte 4] , de verklaring van [naam 13] ZD D6, p. 25 t/m 26.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaringen [medeverdachte 4] ZD D3, p. 78 en ZD D3, p. 161 t/m 162.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZD C, p. 61 t/m 65. vgl. HR 28 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:770, waarin ook wordt verwezen naar eerdere jurisprudentie.</p></div>", "next": 0}