{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">d. en betrekt het bevoegd gezag bij die beslissing de bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet milieubeheer ter uitvoering van een EU-richtlijn of EU-verordening gestelde milieukwaliteitseisen op de bij die maatregel aangegeven wijze, voor zover de verplichting daartoe krachtens of overeenkomstig artikel 5.2 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in die maatregel. (…).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in het eerste lid, kan de omgevingsvergunning slechts in het belang van de bescherming van het milieu worden geweigerd. (…).</div>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.22 (…).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Aan een omgevingsvergunning worden de voorschriften verbonden, die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit is aangegeven in het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.10 tot en met 2.20. Indien toepassing is gegeven aan artikel 2.27, vierde lid, worden aan een omgevingsvergunning tevens de bij de verklaring aangegeven voorschriften verbonden. De aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften zijn op elkaar afgestemd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor daarbij aangewezen categorieën activiteiten of gevallen regels gesteld met betrekking tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning. Hiertoe kunnen behoren regels met betrekking tot: voorschriften ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie met betrekking tot de fysieke leefomgeving; voorschriften, inhoudende een verplichting om te voldoen aan nadere eisen die door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan worden gesteld; voorschriften, inhoudende een verplichting voor het krachtens onderdeel b aangewezen bestuursorgaan om van de in dat onderdeel bedoelde eisen op een daarbij aan te geven wijze openbaar kennis te geven; voorschriften die nodig zijn met het oog op het belang van de archeologische monumentenzorg; voorschriften die niet aan de omgevingsvergunning kunnen worden verbonden. (…).</div>\n<p class=\"lf-p\">Wet milieubeheer Artikel 10.1a 1. Dit hoofdstuk is, met uitzondering van de artikelen 10.1, 10.2 en 10.54 en titel 10.2, niet van toepassing op de volgende stoffen, preparaten en voorwerpen: (…) h. voor zover daarover bij of krachtens communautaire regelgeving regels zijn gesteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. dierlijke bijproducten, met inbegrip van verwerkte producten, in de zin van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten)(PbEU 2009, L 300), behalve die welke bestemd zijn om te worden verbrand of gestort of voor gebruik in een biogas- of composteerinstallatie; (…).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Op de in het eerste lid bedoelde stoffen, preparaten en voorwerpen is, voor zover het afvalstoffen betreft, het bepaalde bij of krachtens de artikelen 15.33, 15.35 en 15.36, alsmede de artikelen 2.4, 2.22, derde lid, en 2.23, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, evenmin van toepassing.</div>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 10.14 1. Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het geldende afvalbeheerplan bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor zover het afvalbeheerplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 10.38 Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met f, registreert met betrekking tot zodanige afgifte: de datum van afgifte; de naam en het adres van degene aan wie de afvalstoffen worden afgegeven; de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van die afvalstoffen; e plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen worden afgegeven; de voorgenomen wijze van beheer van de afvalstoffen; ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht heeft de afvalstoffen te vervoeren naar degene voor wie deze zijn bestemd: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De geregistreerde gegevens worden ten minste vijf jaar bewaard en gedurende die periode door de afvalstoffenhouder ter beschikking gehouden van degenen die zijn belast met het toezicht of de douanecontrole op de naleving van de wet en van voorgaande afvalstoffenhouders.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.</div>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 10.39 1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e, verstrekt: a. aan deze persoon een omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van die afvalstoffen; b. aan degene die opdracht heeft de afvalstoffen naar die persoon te vervoeren, een begeleidingsbrief.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De begeleidingsbrief bevat ten minste de in het eerste lid, onder a, en de in artikel 10.38, eerste lid, bedoelde gegevens.</div>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 10.41 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan de artikelen 10.38 tot en met 10.40 uitvoering wordt gegeven. (…).</p>\n<p class=\"lf-p\">HVO: Hydrotreated Vegetable Oil Zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitspraak van de Afdeling van 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1598.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mededeling van de Commissie over het voorzorgsbeginsel, COM/2000/0001.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland houdende regels omtrent vaststelling van de bijlage Omgang met Zeer Zorgwekkende Stoffen van de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021, Provinciaal blad 2019, nr. 7897.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitspraak van 16 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3302.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de uitspraak van deze rechtbank van 16 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3302.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBDHA:2025:14481 en ECLI:NL:RBDHA:2025:14482.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie Kamerstukken II, 1989-1990, 21 087, nr. 6, blz. 42-43, Kamerstukken II, 1990-1991, 21 087, nr. 13, blz. 25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de Memorie van Toelichting bij de Wabo, Kamerstukken II, 2006-2007, nr. 3, blz. 91-92.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBDHA:2023:3302.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBDHA:2023:17156.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBDHA:2024:6657.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBDHA:2025:14481 en ECLI:NL:RBDHA:2025:14482.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 21 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ9002 en van 20 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ1909.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank van 16 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3302.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie voetnoot 16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nota van Toelichting bij het Besluit van 11 april 2024 tot wijziging van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen in verband met het toevoegen van informatie over zeer zorgwekkende stoffen aan de omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van afvalstoffen en tot wijziging van twee andere besluiten, Stb. 2024, 118, blz. 19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de uitspraak van 9 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:6657.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de Nota van Toelichting bij het Besluit melden, Staatsblad 2024, 118, blz. 9/10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rapport ‘ZZS in afvalstoffen’ van SGS Intron, 18 december 2019, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">B.14.1 van het LAP 3.</p></div>", "next": 0}