{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] bieden ondersteuning voor de verklaring van [slachtoffer 7] ten aanzien van de detentielocatie, de detentieperiode, de beschuldigingen die richting hem werden geuit en de herkenning van de verdachte. De verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] acht de rechtbank betrouwbaar. Zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3] hebben de verdachte tijdens hun detentieperiode gezien en herkend. [slachtoffer 3] verklaart tevens over een incident waar hij en [slachtoffer 7] in dezelfde ruimte door de verdachte werden mishandeld. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij [slachtoffer 7] heeft gezien in de verhoorkamer op het moment dat hij zelf werd verhoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder bevindt zich in het dossier een proces-verbaal van bevindingen van de politie waarin gewezen wordt op een bericht van de nieuwssite [nieuwssite] met de titel ‘Photos of more than 200 detainees, including children, in National Defense prisons’. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat [slachtoffer 7] op een van de foto’s staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.2.3. Marteling (feit 19) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de volgende door de rechtbank vastgestelde en door de verdachte gepleegde geweldshandelingen kwalificeren als marteling als misdrijf tegen de menselijkheid in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim: tegen het lichaam van [slachtoffer 7] slaan en schoppen, al dan niet met stokken en touwen; [slachtoffer 7] tenminste een uur in een koude ruimte stoppen en vervolgens op de als gevolg van voornoemde handelingen ontstane blauwe plekken op het lichaam van [slachtoffer 7] duwen; een pistool in de mond van [slachtoffer 7] stoppen en zeggen: ‘als je niet praat, ga ik je doodschieten’; [slachtoffer 7] met zijn voeten vastbinden aan een touw aan het plafond waardoor [slachtoffer 7] op de kop hing en vervolgens dat touw bewegen waardoor het hoofd van [slachtoffer 7] de grond raakte; [slachtoffer 7] met zijn hoofd tegen het hoofd van een ander persoon stoten/duwen; [slachtoffer 7] meerdere uren achter elkaar geblinddoekt en/of geboeid op zijn knieën laten zitten; [slachtoffer 7] blootstellen aan het martelen van andere gedetineerden en/of de gevolgen daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is van oordeel dat deze jegens [slachtoffer 7] gepleegde geweldshandelingen zonder meer zijn aan te merken als het opzettelijk veroorzaken van ernstige pijn en letsel, lichamelijk en geestelijk, terwijl hij zich in gevangenschap van de NDF bevond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.2.4. Nadere overwegingen inzake artikel 4 Wim Hierboven heeft de rechtbank overwogen dat marteling wijdverbreid en stelselmatig werd ingezet in een aanval gericht tegen de burgerbevolking. Marteling past naadloos in het patroon van het gewelddadig onderdrukken van de burgerbevolking. Zoals vastgesteld onder paragraaf 6.3.1.7. had de verdachte kennis van de aanval tegen de burgerbevolking. De verdachte wist dan ook dat de marteling van [slachtoffer 7] onderdeel uitmaakte van die wijdverbreide en stelselmatige aanval tegen de burgerbevolking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.2.5. Foltering (feit 18) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake is van foltering in de zin van artikel 8 Wim. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte [slachtoffer 7] martelde met het oogmerk om inlichtingen of een bekentenis te krijgen over het lid zijn van een gewapende groepering, deelname aan demonstraties en lidmaatschap van het bataljon [bataljon] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de marteling werd gepleegd van overheidswege en door een ten dienste van de Syrische overheid werkzame persoon, in de uitoefening van zijn functie, staat vast. [slachtoffer 7] werd vastgehouden op een locatie van de NDF en de martelingen werden uitgevoerd door een verhoorder van de NDF, in samenwerking met leden van de NDF. De verhoorder en de leden van de NDF handelden in de uitoefening van hun functie. De NDF trad conform het beleid van het Syrische regime zeer gewelddadig op tegen opposanten van het regime. Het op grote schaal oppakken en martelen van burgers behoorde tot de standaardwerkwijze van de NDF.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.2.6. Medeplegen Op grond van het onderzoek op de terechtzitting overweegt de rechtbank met betrekking tot het tenlastegelegde medeplegen het volgende. [slachtoffer 7] is vier tot zeven keer verhoord. Tijdens deze verhoren is hij gemarteld en gefolterd door meerdere personen. De verhoren werden uitsluitend door de verdachte gedaan. De verdachte hield toezicht op de martelingen. Op grond van voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en anderen die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering waarbij de individuele bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Daarmee acht de rechtbank het medeplegen ten aanzien van alle hierboven bewezenverklaarde feiten wettig en overtuigend bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagvaarding II – [slachtoffer 8] 6.3.6.1. Artikel 6, eerste lid, EVRM – het recht op een eerlijk proces De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer 8] (hierna: [slachtoffer 8] ) van het bewijs dienen te worden uitgesloten nu de verdediging [slachtoffer 8] niet heeft kunnen horen, waardoor de procedure ten aanzien van [slachtoffer 8] in haar geheel niet voldoet aan het recht op een eerlijk proces. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt voorop dat de rechter, in gevallen waarin hij voor het bewijs gebruik wil maken van een door een getuige afgelegde verklaring, terwijl de verdediging – ondanks het nodige initiatief – niet een behoorlijke en effectieve gelegenheid heeft gehad om ten aanzien van die getuige het door artikel 6 lid 3 onder d EVRM gewaarborgde ondervragingsrecht uit te oefenen, dient na te gaan of is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces ex artikel 6 lid 1 EVRM en de daaraan verbonden notie van ‘the overall fairness of the trial’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze beoordeling is het volgende van belang:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">i)</span>de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">ii)</span>het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit; en iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid.</div>\n<p class=\"lf-p\">De hierboven genoemde beoordelingsfactoren moeten in onderling verband worden beschouwd. Naarmate het gewicht van de verklaring groter is, is het – wil de verklaring voor het bewijs kunnen worden gebruikt – des te meer van belang dat een goede reden bestaat voor het niet bieden van een ondervragingsgelegenheid en dat compenserende factoren bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris, opgemaakt op 7 april 2026, is op 17 oktober 2025 een Europees Onderzoeksbevel (hierna: EOB) ingediend bij de Duitse autoriteiten waarin is verzocht om toestemming om [slachtoffer 8] in Nederland te horen en om aan de getuige te vragen of hij bereid is vrijwillig naar Nederland te komen om een verklaring af te leggen. In het EOB waren voorkeursdata opgenomen voor het verhoor van de getuige, te weten 2 en 3 februari 2026. Deze data waren afgestemd met de verdediging, de officier van justitie en de advocaat van de getuige. In de periode van 17 november 2025 tot 28 januari 2026 is door onder meer de Duitse politie, het Team Internationale Misdrijven van de politie (hierna ook: TIM), de advocaat van [slachtoffer 8] en de griffier van de rechter-commissaris, veelvuldig geprobeerd om contact te krijgen met [slachtoffer 8] over het (te plannen) verhoor. Op 28 januari 2026 heeft de advocaat van [slachtoffer 8] laten weten dat zij contact had gehad met [slachtoffer 8] en dat hij niet in staat was om op 2 en 3 februari 2026 naar Nederland af te reizen voor verhoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen 29 januari 2026 en bijna de gehele maand maart is wederom getracht een verhoor te plannen, waarbij contact krijgen en houden met [slachtoffer 8] , maar ook met de Duitse justitie, moeizaam bleek. In de periode vanaf 2 maart 2026 heeft de rechter-commissaris meermalen geprobeerd telefonisch contact te leggen met haar Duitse collega van de rechtbank Osterholz-Scharmbeck. Na rappel en aandringen van de rechter-commissaris bij de Duitse griffie is de rechter-commissaris in rechtstreeks contact gekomen met de behandelend rechter in Duitsland. De rechter bleek alleen op 30 maart 2026 ruimte te hebben en het verhoor is vervolgens op die datum gepland en afgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raadslieden konden op 30 maart 2026 niet aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt aan de hand van het bovenstaande vast dat het kabinet van de rechter-commissaris en het TIM vele inspanningen hebben geleverd om een ondervragingsgelegenheid voor de verdediging te bewerkstelligen. Het bleek echter zeer moeilijk om met [slachtoffer 8] in contact te komen. Uiteindelijk is dit gelukt, maar was de behandelend rechter in Duitsland enkel op 30 maart 2026 beschikbaar. Omdat de start van de inhoudelijke behandeling op 8 april 2026 stond gepland is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een goede reden dat [slachtoffer 8] niet door de verdediging kon worden bevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het gewicht van de verklaring van [slachtoffer 8] , binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijk onderzoek voor de bewezenverklaring van het feit, overweegt de rechtbank het volgende. Zij is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 8] een aanzienlijk gewicht hebben bij de eventuele bewezenverklaring van de feiten jegens hemzelf en, in mindere mate, de samenhangende feiten jegens [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] . Er is in het dossier echter ook voldoende steun voor de verklaringen van [slachtoffer 8] , aangezien uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 8] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ongeveer gelijktijdig zijn aangehouden en hebben vastgezeten in [detentiecentrum 2] en zij elkaars detentie ondersteunen in hun verklaringen. Uit hun verklaringen komt ook naar voren dat de verdachte hun verhoorder is geweest en hen heeft mishandeld. Alle drie de getuigen zijn bij het TIM gehoord en de verdediging heeft [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] wel kunnen bevragen bij de rechter-commissaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het bestaan van de compenserende factoren merkt de rechtbank op dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld om ten behoeve van het verhoor van [slachtoffer 8] bij de rechter-commissaris schriftelijke vragen in te dienen. De rechter-commissaris heeft deze vragen gesteld. Dat de verdediging naar aanleiding van de antwoorden nog andere vragen had willen stellen, onder meer over nieuwe belastende elementen die hij naar voren zou hebben gebracht, kan aan dat oordeel niet afdoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het licht van de voorgaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat het proces als geheel eerlijk is verlopen. Zij is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 8] voor het bewijs kunnen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.6.2. Feitelijke vaststellingen Op 11 januari 2014 bezocht [slachtoffer 8] het loodgietersbedrijf van zijn familie. Even later kwam ook zijn broer [naam 2] daar aan. [naam 2] werd op dat moment door [naam 3] in de gaten gehouden. Toen [slachtoffer 8] de loodgieterszaak verliet, achtervolgden [naam 3] en drie andere personen hem in een auto. [slachtoffer 8] is vervolgens met geweld door hen met deze auto meegenomen. Hierbij werd [slachtoffer 8] voor zijn broer [naam 2] aangezien. [slachtoffer 8] werd naar een locatie van de NDF gebracht. [slachtoffer 8] werd geblinddoekt en met zijn handen geboeid achter zijn rug naar het kantoor in het gebouw gebracht. In het kantoor herkende [slachtoffer 8] de stem van de verdachte. Toen [slachtoffer 8] herhaalde dat hij niet [naam 2] was, reageerde de verdachte en zei: ‘neem hem mee en laat hem herinneren of hij [slachtoffer 8] of [naam 2] is’ en ‘ontkleed hem en plaats hem in de isolatiecel’. [slachtoffer 8] zei: ‘ [verdachte] , je kent me, ik ben [slachtoffer 8] ’. [slachtoffer 8] werd geslagen en volledig ontkleed. Hij moest door zijn knieën zakken. Op het moment dat hij door zijn knieën zakte kreeg hij een schop tegen zijn geslachtsdelen. De pijn die dat veroorzaakte was zo intens dat [slachtoffer 8] elke andere pijn vergat. [slachtoffer 8] werd geblinddoekt naar de isolatiecel van één bij één meter gebracht en verbleef daar drie dagen. Hij kreeg geen eten en drinken. Het was erg koud, er kwam veel wind naar binnen en de gevoelstemperatuur in de cel was -10 graden. De gehele periode in de isolatiecel was [slachtoffer 8] volledig naakt en geblinddoekt. Gedurende deze periode is [slachtoffer 8] meermalen verhoord, tweemaal door de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens een van de verhoren werd [slachtoffer 8] over zijn hele lichaam geslagen. Hij werd ook op zijn mond geslagen met een dieselreservoir van een dieselkachel.. Ook werd hij geslagen met een stok, en met een kolf van een geweer tegen zijn tanden. [slachtoffer 8] is tijdens dit verhoor ook geschopt. Doordat [slachtoffer 8] met de kolf van een geweer op zijn tanden werd geslagen, zijn diens tanden afgebroken. De verdachte heeft tijdens de verhoren zelf geweldshandelingen tegen [slachtoffer 8] gepleegd. Hij heeft klappen gegeven in [slachtoffer 8] zijn nek, op zijn buik geslagen en geschopt op zijn achterwerk. [slachtoffer 8] is in totaal negen dagen verhoord, waarvan in de eerste vier dagen tijdens de verhoren geweld is gebruikt. Na de dagen in de isoleercel is [slachtoffer 8] nog verhoord. Bij een aantal van deze verhoren was de verdachte aanwezig en had hij de leiding Tijdens zijn detentie kreeg [slachtoffer 8] meerdere beschuldigingen te horen. Hij werd ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de media van het Vrije Syrische Leger en dat hij de vertegenwoordiger in Salamiyah was van de Nationale Raad van de Revolutie in Turkije. [slachtoffer 8] heeft tijdens zijn detentie ook gezien dat medegedetineerden werden mishandeld door of in aanwezigheid van de verdachte. [slachtoffer 8] kende de verdachte al voor zijn detentie. Hij kende de verdachte al langere tijd uit Salamiyah en van een eerdere arrestatie door de NDF bij de agrarische faculteit waarbij [verdachte] eveneens zijn verhoorder was. [slachtoffer 8] heeft de verdachte direct tijdens het eerste verhoor bij aankomst in het kantoor aan zijn stem herkend. Tijdens een verhoor op de vierde dag, toen zijn blinddoek werd verwijderd, heeft [slachtoffer 8] de verdachte gezien. [slachtoffer 8] zag op zijn bureau toen ook een bordje staan: ‘het hoofd van de verhoorafdeling [verdachte] ’. Daarna heeft [slachtoffer 8] hem ongeveer iedere dag gezien tot aan zijn vrijlating.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detentie locatie Alhoewel [slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij gedetineerd zat in een hoofdkwartier in het dorp Al Sjeikh Ali Khassoum , stelt de rechtbank vast dat ook hij, net als [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , in de boerderij bij [detentiecentrum 2] gedetineerd was. [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 8] hebben verklaard dat zij samen in detentie hebben gezeten. [slachtoffer 8] is volgens [slachtoffer 5] een paar dagen na hem in detentie gekomen en een paar dagen voordat [slachtoffer 5] werd overgeplaatst naar de politieke veiligheidsdienst is [slachtoffer 8] vrijgelaten. Daarnaast hebben [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 8] verklaard over de aanwezigheid van dezelfde NDF-leden en incidenten die tijdens hun detentieperiode plaatsvonden. Op basis hiervan en in samenhang bezien met het hieronder opgenomen steunbewijs stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer 8] gedetineerd was in de boerderij bij [detentiecentrum 2] . [slachtoffer 8] heeft van 11 januari 2014 tot en met 12 februari 2014 in deze boerderij vastgezeten. Daarna is hij overgeplaatst naar het graanbedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.6.3. Bewijsoverwegingen 6.3.6.3.1. Betrouwbaarheid van verklaringen [slachtoffer 8] De verdediging heeft – voor het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat de verklaringen van [slachtoffer 8] voor het bewijs kunnen worden gebezigd – aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer 8] op belangrijke punten onbetrouwbaar zijn gebleken en niet zonder meer voor het bewijs kunnen worden gebezigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anders dan de verdediging heeft betoogd, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 8] die hij tegenover de politie en de rechter-commissaris heeft afgelegd. [slachtoffer 8] heeft ten aanzien van het tenlastegelegde in grote lijnen concreet en consistent verklaard en zijn verklaringen komen authentiek over. Ook worden delen van zijn verklaringen ondersteund door andere bewijsmiddelen. Zo blijkt uit openbronnen-informatie dat [slachtoffer 8] gedetineerd heeft gezeten en dit wordt tevens bevestigd door [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] . Verder overweegt de rechtbank dat het enkele feit dat [slachtoffer 8] over dingen heeft verklaard die [slachtoffer 5] zich niet kan herinneren, niet maakt dat de verklaringen van [slachtoffer 8] onbetrouwbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal de verklaringen van [slachtoffer 8] dan ook gebruiken voor het bewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.6.3.2. Verweer ontbreken bewijs betrokkenheid verdachte De verdediging stelt dat andere bewijsmiddelen in het dossier dan [slachtoffer 8] zijn eigen verklaringen slechts zien op de detentie van [slachtoffer 8] en niet op het jegens hem gepleegde geweld en de betrokkenheid van de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank overweegt dat verklaringen van [slachtoffer 8] op belangrijke punten steun vinden in de verklaringen van [slachtoffer 4] (hierna ook: [slachtoffer 4] ) en [slachtoffer 5] (hierna ook: [slachtoffer 5] ). Zij hebben beiden verklaard samen met [slachtoffer 8] in detentie te hebben gezeten. Hun gelijktijdige detentie wordt ook ondersteund door de lijst met gedetineerden van [nieuwssite] , waarop hun drie namen voorkomen. De detentie van [slachtoffer 8] bij de NDF vindt eveneens steun in een brief d.d. 9 maart 2014 van de NDF in Salamiyah aan de Centrale leiding van ‘Nationale Defensie-Informatiebeheer’ waarin onder andere is vermeld: ‘de hieronder vermelde arrestanten zijn vrijgelaten op basis van de beslissing van de heer, de leider van het Centrum: nummer 13. [slachtoffer 8] .’ Daarnaast is uit openbronnen-onderzoek een artikel met de namen van 170 gevangenen naar voren gekomen. Het artikel komt uit januari 2014 en bespreekt dat [nieuwssite] een lijst heeft verkregen met de namen van 170 gevangenen uit de stad Salamiyah . Op nummer 168 staat de naam van [slachtoffer 5] met arrestatiedatum 11 januari 2014. Ook zijn uit dit openbronnen-onderzoek meerdere Facebookberichten naar voren gekomen waarin wordt geschreven over de aanhouding van [slachtoffer 8] . Zo is er een bericht van [nieuws] van 11 januari 2014 met de inhoud: ‘De aanhouding van de (jonge)man [slachtoffer 8] vanuit de zaak van zijn vader.’ De verklaring van [slachtoffer 8] vindt voorts steun in het volgende. De NDF had een detentielocatie op de boerderij bij [detentiecentrum 2] . De aanwezigheid van de verdachte als verhoorder daar blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de verklaring van [slachtoffer 8] , maar ook de verklaring van [naam 11] (hierna ook: [naam 11] ) ondersteunt dit. Zij heeft verklaard hoe ze haar man, [slachtoffer 4] , bezocht in de boerderij bij [detentiecentrum 2] , nadat haar vader de verdachte, die werkzaam was als verhoorder van de NDF op die locatie, hiertoe geld had betaald. [slachtoffer 8] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] verklaren allen dat zij zijn verhoord door de verdachte en dat deze verhoren gepaard gingen met heel veel geweld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is al met al van oordeel dat er voldoende steunbewijs is voor de door de verdachte jegens [slachtoffer 8] gepleegde geweldshandelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.6.3.3. Marteling (feit 2) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de volgende door de rechtbank vastgestelde en door de verdachte gepleegde geweldshandelingen jegens [slachtoffer 8] kwalificeren als marteling als misdrijf tegen de menselijkheid in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim: meermalen met een voorwerp en de platte hand en de vuist op/tegen zijn nek en zijn buik en andere delen van zijn lichaam slaan en eenmaal tegen het achterwerk schoppen, met een voorwerp op/tegen de mond/de kaak slaan, als gevolg waarvan meerdere van de tanden van [slachtoffer 8] afbraken, tegen de geslachtsdelen schoppen, drie dagen naakt in een zeer koude en zeer kleine isolatieruimte moeten verblijven, gedurende die drie dagen geen eten en drinken aan hem geven, en hem meermaals blootstellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan (hierna tezamen: ‘de geweldshandelingen’).</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is van oordeel dat deze jegens [slachtoffer 8] gepleegde geweldshandelingen zonder meer zijn aan te merken als het opzettelijk veroorzaken van ernstige pijn en letsel, lichamelijk en geestelijk, terwijl hij zich in gevangenschap van de NDF bevond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.6.3.4. Enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst (feit 3) Ter beoordeling ligt voor of bepaalde (fysieke) (gewelds)handelingen die de verdachte jegens [slachtoffer 8] heeft gepleegd, kwalificeren als enige andere vorm van seksueel geweld als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder g Wim en, indien dat het geval is, of dit van vergelijkbare ernst is als het aangehaalde seksueel geweld in dat artikellid. De rechtbank heeft onder paragraaf 6.3.6.2. vastgesteld dat de volgende fysieke (gewelds)handelingen hebben plaatsgevonden: [slachtoffer 8] ontdoen van zijn kleding, zodat hij naakt was; tegen de geslachtsdelen van [slachtoffer 8] schoppen; vervolgens [slachtoffer 8] drie dagen naakt en geblinddoekt in een zeer koude en zeer kleine isolatieruimte laten verblijven, gedurende welke periode hij diverse keren naakt werd verhoord, waarbij geweld jegens [slachtoffer 8] werd gebruikt (hierna tezamen: “de geweldshandelingen”).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling zal de rechtbank de geweldshandelingen tezamen en in onderlinge samenhang toetsen aan het toepasselijke juridische kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank dient als eerste de vraag te beantwoorden of de geweldshandelingen kunnen worden gekwalificeerd als geweld van seksuele aard. De rechtbank betrekt daarbij de aard van de geweldshandelingen en de context waarin deze plaatsvonden. [slachtoffer 8] verklaart dat hij na aankomst op de detentielocatie werd ontkleed en werd gedwongen een paar keer door zijn knieën te zakken. Hij werd daarbij één keer tegen zijn geslachtsdelen geschopt. [slachtoffer 8] verklaart hierover dat zijn verhoorders wilden checken of hij iets in zijn achterwerk had verstopt. Daarna werd hij drie dagen naakt in een kleine en koude isolatiecel gezet, waarna hij is verhoord. Na dit verhoor werd hij aangekleed en naar een ‘gewone’ cel gebracht. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat geen sprake is geweest van seksueel geweld. Dat oordeel is in de kern gestoeld op de omstandigheid dat de schop en het gedwongen naakt zijn weliswaar een aanzienlijke inbreuk hebben gemaakt op de fysieke integriteit van [slachtoffer 8] , maar zonder bijkomende aspecten van seksuele aard toch veeleer als een onderdeel van de marteling en foltering moeten worden beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu geen sprake is van seksueel geweld spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het bij dagvaarding II onder 3 tenlastegelegde.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.6.3.5. Nadere overwegingen inzake artikel 4 Wim Nu de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van marteling dient de rechtbank te toetsen of ook is voldaan aan de vereiste contextuele elementen. Hierboven is door de rechtbank overwogen dat marteling wijdverbreid en stelselmatig werd ingezet in een aanval gericht tegen de burgerbevolking. Marteling past naadloos in het patroon van het gewelddadig onderdrukken van de burgerbevolking. Zoals vastgesteld onder paragraaf 6.3.1.7. had de verdachte kennis van de aanval tegen de burgerbevolking. De verdachte wist dan ook dat de marteling zoals gepleegd door de verdachte tegen [slachtoffer 8] onderdeel uitmaakte van die wijdverbreide en stelselmatige aanval tegen de burgerbevolking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.6.3.6. Foltering (feit 1) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake is van foltering in de zin van artikel 8 Wim. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte [slachtoffer 8] martelde met het oogmerk om van hem inlichtingen en een bekentenis te verkrijgen over hetgeen waarvan [slachtoffer 8] beschuldigd werd, namelijk het verantwoordelijk zijn voor de media van het Vrije Syrische Leger en het zijn van de vertegenwoordiger in Salamiyah van de Nationale Raad van de Revolutie in Turkije. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 8] door de verdachte werd gemarteld met het oogmerk om hem te dwingen om te zeggen dat hij zijn broer was, [naam 12] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de marteling werd gepleegd van overheidswege en door een ten dienste van de Syrische overheid werkzame persoon, in de uitoefening van zijn functie, staat vast. [slachtoffer 8] werd vastgehouden op een locatie van de NDF en de martelingen werden uitgevoerd door de verdachte als verhoorder van de NDF, in samenwerking met andere verhoorders van de NDF. De verdachte handelde in de uitoefening van zijn functie. De NDF trad conform het beleid van het Syrische regime zeer gewelddadig op tegen opposanten van het regime. Het op grote schaal oppakken en martelen van burgers behoorde tot de standaardwerkwijze van de NDF.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan foltering in de zin van artikel 8 Wim.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.6.3.7. Medeplegen Op grond van het onderzoek op de terechtzitting overweegt de rechtbank met betrekking tot het tenlastegelegde medeplegen het volgende. [slachtoffer 8] is in opdracht van de verdachte ontkleed naar de isolatiecel gezonden waar hij drie dagen in de kou en zonder eten en drinken heeft moeten verblijven. Hij is daarna meermalen verhoord door de verdachte en gedurende deze verhoren gemarteld en gefolterd. De verdachte heeft tijdens deze verhoren samen met andere personen van de NDF geweld uitgeoefend op [slachtoffer 8] . Op grond van voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en anderen die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering waarbij de individuele bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Daarmee acht de rechtbank het medeplegen ten aanzien van alle hierboven bewezenverklaarde feiten wettig en overtuigend bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagvaarding I – [slachtoffer 4] (feiten 10 en 11) 6.3.7.1. Feitelijke vaststellingen Op 20 december 2013 arresteerde de NDF twee personen in Salamiyah vanwege een verdenking van het bezit van munitie. De broer van [slachtoffer 4] (ook wel [naam 13] genaamd) werd ervan beschuldigd de leverancier van deze munitie te zijn. In de avond van 20 december 2013 is [slachtoffer 4] zelf door de NDF gearresteerd. Ook de vrouw van zijn broer, [naam 14] en zijn neef [naam 13] werden gearresteerd. De beschuldiging tegen [slachtoffer 4] was dat hij connecties had met gewapende organisaties en dat hij een broer had die terrorist was. Ook werd gevraagd of hij had deelgenomen aan demonstraties. [slachtoffer 4] vermoedt dat hij is aangehouden om zijn broer onder druk te zetten om zich te melden. [slachtoffer 4] is naar de boerderij bij [detentiecentrum 2] gebracht. Zijn handen waren vastgebonden. Hij werd naar een kamer gebracht waar hij van onder zijn blinddoek drie personen heeft gezien. Eén van de personen was de verdachte. [slachtoffer 4] kende de verdachte al van voor zijn detentie. Hij had hem bij een burgerlijke rechtbank ontmoet. Hij was daar de hoofdgriffier. De verdachte gaf leiding aan de ondervraging. Ze stelden hem vragen over de twee personen die waren gearresteerd voor het bezit van munitie en waar zijn broer was. Er waren nog twee personen in de kamer. Eén van hen greep een ketting en een ander een stuk hard rubber. [slachtoffer 4] werd daarmee geslagen tot hij zijn bewustzijn verloor. Ook werd hij over zijn hele lichaam geslagen waardoor hij eveneens flauwviel. Als [slachtoffer 4] zijn bewustzijn verloor, werd hij wakker gemaakt met waterstralen in zijn gezicht. Dat is vijf keer gebeurd. Hij is meerdere keren tegen zijn kaak geslagen. Hierdoor zijn de kronen in zijn tanden losgekomen Deze eerste ondervragingssessie begon om middernacht op de dag van zijn arrestatie en eindigde om 05.00 uur ’s ochtends.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rond 9.00 uur ’s ochtends is de ondervraging voortgezet. De verdachte was hier weer bij aanwezig. [slachtoffer 4] handen en voeten waren vastgebonden. [slachtoffer 4] werd ongeveer een uur geslagen zonder dat er een vraag werd gesteld. Tijdens de ondervraging lag [slachtoffer 4] onder meer languit op zijn zij op de grond en werd hij mishandeld met handen, voeten en kabelslagen. Na de tweede ondervragingssessie werd hij naar een grote collectieve cel gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vijf daaropvolgende dagen is hij met dezelfde soort praktijken gemarteld. De verdachte sloeg hem tijdens meer dan vier martelsessies. Hij sloeg hem in zijn gezicht en in zijn nek. Tijdens de ondervragingen gaf de verdachte leiding aan de ondervraging en aan het geweld dat tegen hem werd gebruikt door met zijn hand tekens te geven aan de andere NDF-leden in de kamer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms werden de gedetineerden collectief geslagen in de cellen. Deze geweldshandelingen werden ook door de verdachte gepleegd. Dit bestond uit klappen, vuistslagen en slagen met kabels. [slachtoffer 4] heeft ook andere gevangenen gefolterd zien worden. Hij heeft onder andere drie gevangenen gezien die volgens de Shabeh-methode (opgehangen aan de voeten met het hoofd naar beneden) werden gefolterd. Ook heeft hij een stel gefolterd zien worden. Toen de man terugkwam hield de verdachte de deur open zodat de gedetineerden konden zien wat hij had gedaan [slachtoffer 4] heeft in totaal 96 dagen in detentie gezeten. De eerste 57 dagen is hij in de boerderij bij [detentiecentrum 2] gedetineerd geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.7.2. Bewijsoverwegingen 6.3.7.2.1. Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer 4] De verdediging heeft bepleit dat dat de verklaringen van [slachtoffer 4] niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, omdat zijn verklaringen onbetrouwbaar zouden zijn. Kortgezegd wijst de verdediging hierbij op het feit dat [slachtoffer 4] tegenstrijdig heeft verklaard over het – herhaaldelijk – onder water laten lopen van de cel door de verdachte, en het feit dat [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] tegenstrijdige en onverenigbare verklaringen hebben afgelegd over eenzelfde incident dat zij zouden hebben waargenomen, ten aanzien van ‘ [protestbeweging] ’. Ook heeft de verdediging naar voren gebracht dat [slachtoffer 4] bij de Franse politie heeft verklaard nooit te zijn mishandeld tijdens een verhoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is anders dan de verdediging van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 4] betrouwbaar zijn en overweegt daartoe als volgt. [slachtoffer 4] heeft ten aanzien van de aanloop naar zijn aanhouding, de aanhouding en de tenlastegelegde gedragingen in grote lijnen concreet en consistent verklaard. De verklaringen van [slachtoffer 4] komen ook authentiek over. Zo is de tijdlijn coherent, noemt [slachtoffer 4] specifieke details over de mishandelingen en maakt hij onderscheid in de verhoren en het geweld in de collectieve cellen. Daarnaast overweegt de rechtbank dat [slachtoffer 4] over het wel of niet laten onderlopen van de cel, zijn verklaring ten aanzien van de verdachte juist ontlastend heeft aangepast. De inconsistenties en verschillen met verklaringen van anderen die de verdediging heeft benoemd hebben, wat daarvan ook zij, geen enkel verband met het tenlastegelegde, zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat. De rechtbank leest de verklaring van [slachtoffer 4] bij de Franse politie verder zo dat er, naast het geweld dat tijdens de verhoren werd toegepast, ook geweldshandelingen waren die de verdachte buiten de ondervragingen om eigenhandig toepaste. Anders dan de verdediging betoogt, zegt [slachtoffer 4] niet dat hij nooit is mishandeld tijdens een verhoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.7.2.2. Ander bewijs De verklaring van [slachtoffer 4] over zijn detentie in de boerderij bij [detentiecentrum 2] vindt steun in onder meer de verklaringen van [naam 14] (hierna ook: [naam 14] ), [naam 13] (hierna ook: [naam 13] ) en [naam 11] . [naam 14] en [naam 13] hebben verklaard samen met [slachtoffer 4] te zijn aangehouden en gedetineerd te hebben gezeten in [detentiecentrum 2] . [naam 13] heeft verklaard dat hij daar de stem van de verdachte herkende. Ze wilden van [slachtoffer 4] weten waar zijn broer [naam 15] was. [naam 13] zegt dat meerdere personen [slachtoffer 4] begonnen te slaan, dat ze hem hadden omcirkeld en dat ze hem sloegen en schopten. Tegen de ochtend zag hij [slachtoffer 4] en [naam 14] in een cel. [slachtoffer 4] had kneuzingen en was toegetakeld. Hij liet sporen van zijn mishandeling zien. Hij trok zijn trui omhoog. Hij had over zijn hele lichaam rode plekken. [naam 14] heeft ook verklaard over de staat waarin hij [slachtoffer 4] aantrof toen hij in de gemeenschappelijke cel werd geplaatst, namelijk dat zijn kleding was gescheurd, dat hij onder het stof zat en toegetakeld was. Ook uit zijn lichaamstaal bleek dat hij iets ergs had meegemaakt. [slachtoffer 4] was toen samen met [naam 13] . [naam 11] heeft samen met haar vader [slachtoffer 4] bezocht in [detentiecentrum 2] . Haar vader wist dat de verdachte [slachtoffer 4] vasthield, en kende hem ook. Zij werden ontvangen door de verdachte in een ruimte genaamd ‘de verhoorkamer’. Toen [slachtoffer 4] binnenkwam was hij geblinddoekt en waren zijn handen en voeten geboeid. De tanden van [slachtoffer 4] waren gebroken en hij was mager. De verdachte liet hen twee minuten alleen. [slachtoffer 4] zei toen tegen haar dat de verdachte het elke dag leuk vond om hem te slaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detentie van [slachtoffer 4] bij de NDF vindt voorts steun in een brief van de leiding van de NDF van Salamiyah van 13 januari 2014. In deze brief zijn 24 namen van arrestanten opgenomen. [slachtoffer 4] wordt bij naam genoemd en er staat bij dat hij de broer van een gevluchte terrorist is. Daarnaast worden de verdenkingen benoemd en de datum van zijn aanhouding. Een en ander komt overeen met de verklaring van [slachtoffer 4] zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook op Facebook is een bericht geplaatst met een verwijzing naar de inval bij de woning van de broer van [slachtoffer 4] , met vermelding dat [slachtoffer 4] , zijn schoonzus, [naam 13] en [naam 14] daarbij gearresteerd waren. Tot slot wijst de rechtbank op de vermeldingen van de detentie van [slachtoffer 4] in een nieuwsartikel van [nieuwssite] en op een publicatie van 21 december 2013, aangetroffen op de website ‘human rights in syria’. [slachtoffer 4] stond in Syrië bekend als [schuilnaam] . [slachtoffer 4] is zijn officiële naam.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.7.2.3. Marteling (feit 11) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de volgende door de rechtbank vastgestelde en door de verdachte gepleegde geweldshandelingen kwalificeren als marteling als misdrijf tegen de menselijkheid in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim: de handen en voeten van [slachtoffer 4] vastbinden; vervolgens met handen, een ketting, een kabel en een stuk rubber op het hoofd van [slachtoffer 4] slaan, waardoor hij zijn bewustzijn verloor, op zijn lichaam slaan en schoppen en op zijn kaak slaan; en [slachtoffer 4] blootstellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan,(hierna tezamen: de geweldshandelingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is van oordeel dat deze jegens [slachtoffer 4] gepleegde geweldshandelingen zonder meer zijn aan te merken als het opzettelijk veroorzaken van ernstige pijn en letsel, lichamelijk en geestelijk, terwijl hij zich in gevangenschap van de NDF bevond. Hij werd dagenlang mishandeld zowel tijdens verhoren als daarbuiten in de collectieve cellen en heeft daarbij ernstig letsel opgelopen. Daarnaast heeft hij meerdere malen moeten aanzien hoe andere gedetineerden werden mishandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.7.2.4. Nadere overwegingen inzake artikel 4 Wim Hierboven is door de rechtbank overwogen dat marteling wijdverbreid en stelselmatig werd ingezet in een aanval gericht tegen de burgerbevolking. Marteling past naadloos in het patroon van het gewelddadig onderdrukken van de burgerbevolking. Zoals vastgesteld onder paragraaf 6.3.1.7. had de verdachte kennis van de aanval tegen de burgerbevolking. De verdachte wist dan ook dat de marteling van [slachtoffer 4] onderdeel uitmaakte van die wijdverbreide en stelselmatige aanval tegen de burgerbevolking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.7.2.5. Foltering (feit 12) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake is van foltering in de zin van artikel 8 Wim. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte [slachtoffer 4] martelde met het oogmerk om van hem inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen over de connecties die hij zou hebben met gewapende instellingen, over zijn broer die terrorist was en over de vraag of hij had deelgenomen aan demonstraties. Ook is de rechtbank van oordeel dat het martelen van [slachtoffer 4] gebeurde met het oogmerk om een derde, de broer van [slachtoffer 4] , te dwingen om zich te melden. [slachtoffer 4] werd tijdens zijn verhoor bevraagd over zijn broer en ook de vrouw van zijn broer was aangehouden. Tijdens de verhoren is [slachtoffer 4] gevraagd waar zijn broer was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de marteling werd gepleegd van overheidswege en door een ten dienste van de Syrische overheid werkzame persoon, in de uitoefening van zijn functie, staat vast. [slachtoffer 4] werd vastgehouden op een locatie van de NDF en de martelingen werden uitgevoerd door de verdachte als verhoorder van de NDF, in samenwerking met andere verhoorders van de NDF. De verdachte handelde in de uitoefening van zijn functie. De NDF trad conform het beleid van het Syrische regime zeer gewelddadig op tegen opposanten van het regime. Het op grote schaal oppakken en martelen van burgers behoorde tot de standaardwerkwijze van de NDF.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan foltering in de zin van artikel 8 Wim.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.7.2.6. Medeplegen Op grond van het onderzoek op de terechtzitting overweegt de rechtbank met betrekking tot het ten laste gelegde medeplegen het volgende. [slachtoffer 4] is meerdere keren verhoord door de verdachte en is gedurende deze verhoren gemarteld en gefolterd. De verdachte had tijdens de verhoren de leiding. Oftewel, de verdachte heeft tijdens deze verhoren samen met andere personen van de NDF geweld uitgeoefend op [slachtoffer 4] . Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en anderen die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering waarbij de individuele bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Daarmee acht de rechtbank het medeplegen ten aanzien van alle hierboven bewezenverklaarde feiten wettig en overtuigend bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagvaarding I – [slachtoffer 5] (feiten 12 en 13) 6.3.8.1. Feitelijke vaststellingen [slachtoffer 5] nam deel aan demonstraties in Salamiyah . Op 3 januari 2014 liep hij over straat, toen er een auto naast hem stopte en hij een pistool tegen zijn hoofd kreeg. [slachtoffer 5] is met de auto naar de boerderij in [detentiecentrum 2] gebracht, waar hij naar de verhoorkamer werd geleid. Er waren meerdere mensen in de kamer. [slachtoffer 5] was geblinddoekt en zijn armen waren vastgebonden achter zijn rug. [slachtoffer 5] werd door de verdachte ondervraagd over de organisatie van en deelname aan demonstraties, andere demonstranten en internetgebruik. De verdachte had de leiding en gaf bevelen aan anderen om hem te slaan. Tijdens de ondervraging werd [slachtoffer 5] met handen en met een elektriciteitskabel geslagen tegen zijn schouder, been en lichaam. Dit duurde van ongeveer 24.00 uur tot 07.00 uur. Daarna is hij naar een cel gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de avond rond 22.00 uur is [slachtoffer 5] teruggebracht naar de verhoorkamer. Tijdens dit tweede verhoor gaf de verdachte weer bevelen aan andere aanwezigen. Er werd water op plekken op [slachtoffer 5] zijn lichaam gegooid waar vervolgens meteen met de elektriciteitskabel werd geslagen. Ook werd hij veel met een distributieriem geslagen. Daarnaast moest hij vier á vijf uur lang, met zijn handen op zijn rug gebonden, gevouwen in een autoband zitten. Ondertussen werd hij geslagen. [slachtoffer 5] vreesde tijdens deze geweldplegingen voor zijn leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende dag was het derde verhoor. Dit verhoor was een herhaling van de eerste twee verhoren. Deze keer werd hij harder gemarteld en geslagen. Hij kreeg constant klappen op zijn gezicht en werd geslagen met onder meer stroomkabels. Wederom werd de autobandtechniek toegepast. De verdachte deed er zelf aan mee. Hij gaf ook opdrachten aan anderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere vraag tijdens de verhoren ging gepaard met een vorm van geweld. [slachtoffer 5] is tijdens de verhoren ook geslagen met een stuk pijpleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens [slachtoffer 5] zijn detentie kwam de verdachte soms de gemeenschappelijke cel binnen en zei tegen de gedetineerden dat ze hun kleding moesten uitdoen. De gedetineerden stonden dan geheel naakt en moesten hun hoofd tegen de muur zetten. De verdachte schold hen uit en vernederde hen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte is een keer de cel binnengekomen waarbij hij een medegedetineerde vroeg om op [slachtoffer 5] zijn nek te gaan staan. De medegedetineerde weigerde dit en de verdachte is toen zelf met zijn voet op de nek van [slachtoffer 5] gaan staan. [slachtoffer 5] lag hierbij op zijn buik met zijn handen op zijn rug gebonden. [slachtoffer 5] voelde veel pijn. [slachtoffer 5] heeft de verdachte herkend als de persoon die hem verhoorde. Toen de verdachte een keer naar de gemeenschappelijke cel kwam, zei [naam 16] dat de gedetineerden hun gezichten tegen de muur moesten richten, omdat [bijnaam] eraan kwam. [slachtoffer 5] heeft van medegedetineerden gehoord dat [bijnaam] de naam is van de verdachte. Ook uit de getuigenverklaringen van [slachtoffer 6] ., [naam 11] en [slachtoffer 3] blijkt dat [bijnaam] een bijnaam is van de verdachte en dat hij zichzelf ook onder deze naam aan personen heeft voorgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op andere momenten heeft [slachtoffer 5] de verdachte in de cel gezien en toen heeft hij de stem van zijn verhoorder met het gezicht van de verdachte verbonden. Zo heeft [slachtoffer 5] de stem van de verdachte herkend toen hij op zijn nek ging staan. [slachtoffer 5] heeft de verdachte toen gezien en realiseerde zich dat hij te maken had met dezelfde persoon die hem verhoorde. De eerste keer dat [slachtoffer 5] de verdachte zag was twee á drie dagen na het derde verhoor. [slachtoffer 5] herkende de verdachte na zijn detentie op een foto.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere gedetineerden vertelden [slachtoffer 5] over hun martelingen en [slachtoffer 5] zag de littekens van kabelslagen op hun rug en voeten. [slachtoffer 5] heeft tijdens martelingen van medegedetineerden het zoemende geluid van de kabels gehoord tijdens het slaan en hun geschreeuw. Toen iemand werd opgehangen aan zijn handen hoorde [slachtoffer 5] dat werd gezegd: ‘hoger, trek hem hoger’ of ‘laat hem even zakken’. [slachtoffer 5] is een aantal dagen in de boerderij in [detentiecentrum 2] gedetineerd geweest. Daarna is hij naar een andere locatie gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detentie van [slachtoffer 5] bij de NDF vindt ondersteuning in een brief van de leiding van de NDF van Salamiya van 13 januari 2014. In deze brief zijn 24 namen van arrestanten opgenomen. Ten aanzien van [slachtoffer 5] wordt beschreven: : Hij is bij ons gearresteerd omdat hij terroristische activiteiten verricht en hij is de beheerder van de Facebookpagina met de naam [facebookpagina] . Deze pagina doelt doelbewust op het zwartmaken van het regime en het heeft militaire activiteiten met terroristische groeperingen. Hij is aangehouden op 3/1/2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook volgt uit een besluit van de gouverneur van Hama dat [slachtoffer 5] tijdelijk was geschorst vanwege zijn detentie. In het besluit is vermeld: De heer [slachtoffer 5] , werkzaam bij het Hama gezondheidsdirectoraat ( Salamiyah Nationale Ziekenhuis) in de functie van technische-assistent, gespecialiseerd in medische apparatuur van de tweede categorie, wordt op non actief gesteld vanaf de datum van zijn aanhouding, die plaatsvond op 03/01/2014. In het document staat dat het besluit onder meer is genomen op basis van een brief van de commandant van het NDF centrum in Salamiyah op 16 januari 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit openbronnen-onderzoek is gebleken dat onderzoek is verricht naar een artikel met de namen van 170 gevangenen. Het artikel komt uit januari 2014 en bespreekt dat [nieuwssite] een lijst met gevangen uit de stad Salamiyah met 170 namen van gevangenen heeft gekregen. Op nr. 164 staat de naam van [slachtoffer 5] met arrestatiedatum 2 januari 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.8.2. Bewijsoverwegingen 6.3.8.2.1. Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer 5] De verdediging heeft de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 5] betwist. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] tegenstrijdige en onverenigbare verklaringen hebben afgelegd over eenzelfde incident dat zij zouden hebben waargenomen, namelijk ten aanzien van ‘ [protestbeweging] ’.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verschillen met de verklaring van [slachtoffer 4] die de verdediging heeft benoemd hebben, wat daarvan ook zij, geen enkel verband met het tenlastegelegde, zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat. Overigens is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 5] over het tenlastegelegde betrouwbaar zijn, nu hij daarover in grote lijnen concreet en consistent heeft verklaard. De verklaringen van [slachtoffer 5] komen ook authentiek over. Verder vinden zijn verklaringen steun in ander bewijs, zoals de verklaring van [slachtoffer 8] , die onder meer inhoudt dat hij heeft gezien dat [slachtoffer 5] werd opgehaald voor verhoor en dat hij bebloed en perplex terugkwam.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.8.2.2. Marteling (feit 13) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de volgende door de rechtbank vastgestelde en door de verdachte gepleegde geweldshandelingen kwalificeren als marteling als misdrijf tegen de menselijkheid in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim: [slachtoffer 5] zijn handen op zijn rug binden en hem vervolgens dwingen in een hurkstand in een autoband te gaan zitten; [slachtoffer 5] met water besproeien; tegen het hoofd, schouder, rug, benen en lichaam van [slachtoffer 5] schoppen en/of slaan; met een elektriciteitskabel, een distributieriem en een buis tegen de schouder, rug, benen en/of zijn lichaam slaan; [slachtoffer 5] in het bijzin van medegedetineerden dwingen zijn kleding uit te doen en hem uitschelden; op de nek van [slachtoffer 5] gaan staan en met zijn voet op zijn nek drukken, terwijl hij zijn handen op zijn rug had en hij met zijn buik op de grond lag (hierna tezamen: de geweldshandelingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is van oordeel dat deze jegens [slachtoffer 5] gepleegde geweldshandelingen zonder meer zijn aan te merken als het opzettelijk veroorzaken van ernstige pijn en letsel, lichamelijk en geestelijk, terwijl hij zich in gevangenschap van de NDF bevond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.8.2.3. Nadere overwegingen inzake artikel 4 Wim Hierboven is door de rechtbank overwogen dat marteling wijdverbreid en stelselmatig werd ingezet in een aanval gericht tegen de burgerbevolking. Marteling past naadloos in het patroon van het gewelddadig onderdrukken van de burgerbevolking. Zoals vastgesteld onder paragraaf 6.3.1.7. had de verdachte kennis van de aanval tegen de burgerbevolking. De verdachte wist dan ook dat de marteling van [slachtoffer 5] onderdeel uitmaakte van die wijdverbreide en stelselmatige aanval tegen de burgerbevolking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.8.2.4. Foltering (feit 12) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake is van foltering in de zin van artikel 8 Wim. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte [slachtoffer 5] heeft gemarteld met het oogmerk om inlichtingen of een bekentenis te krijgen over zijn deelname aan demonstraties, namen van andere demonstranten, de organisatie van demonstraties en internetgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de marteling werd gepleegd van overheidswege en door een ten dienste van de Syrische overheid werkzame persoon, in de uitoefening van zijn functie, staat vast. [slachtoffer 5] werd vastgehouden op een locatie van de NDF en de martelingen werden uitgevoerd door de verdachte als verhoorder r van de NDF, al dan niet in samenwerking met agenten van de NDF. De verdachte handelde in uitoefening van zijn functie. De NDF trad conform het beleid van het Syrische regime zeer gewelddadig op tegen opposanten van het regime. Het op grote schaal oppakken en martelen van burgers behoorde tot de standaardwerkwijze van de NDF.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan foltering in de zin van artikel 8 Wim.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.8.2.5. Medeplegen Op grond van het onderzoek ter terechtzitting overweegt de rechtbank met betrekking tot het ten laste gelegde medeplegen het volgende. [slachtoffer 5] is meerdere keren verhoord door de verdachte en is gedurende deze verhoren gemarteld en gefolterd. De verdachte was de verhoorder en heeft samen met andere personen van de NDF geweld uitgeoefend op [slachtoffer 5] . Op grond van voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en anderen die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering waarbij de individuele bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de volgende handelingen blijkt dat de verdachte alleen handelde, zodat medeplegen in zoverre niet bewezen is. in het bijzijn van medegedetineerden dwingen zijn kleding uit te doen en hem uit- schelden, en op zijn nek gaan staan en met zijn voet op zijn nek te drukken, terwijl hij zijn handen op zijn rug had en hij met zijn buik op de grond lag.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagvaarding I – R. (feiten 14 tot en met 17) 6.3.9.1. Feitelijke vaststellingen [slachtoffer 6] . is op 10 juli 2013, de eerste dag van de Ramadan, vanuit het huis van haar ouders aangehouden door de NDF. Tijdens haar aanhouding herkende [slachtoffer 6] . twee personen, namelijk [naam 3] en [naam 17] . [slachtoffer 6] . werd door hen naar de NDF-locatie de boerderij ten westen van Salamiyah gebracht. Vlak voordat zij bij het kantoor was aangekomen kreeg [slachtoffer 6] . een blinddoek om. [slachtoffer 6] werd door [naam 3] naar binnen gebracht. In het kantoor was [naam 18] (hierna ook: [naam 18] ) aanwezig. [slachtoffer 6] . werd vervolgens in één van de cellen geplaatst. [naam 18] zei tegen haar dat zij geluk had als de verhoorder vandaag nog kwam en zei voorts dat het een hele strenge verhoorder was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op enig moment werd [slachtoffer 6] . door [naam 18] naar de verhoorruimte gebracht waarna [naam 18] de ruimte verliet. [naam 18] had de handen van [slachtoffer 6] . vastgebonden met tiewraps. Plotseling kreeg [slachtoffer 6] . met een knie een stoot op haar vagina en werd zij geslagen op haar beide borsten. [slachtoffer 6] . moest vervolgens op haar knieën op de grond gaan zitten. De verhoorder maakte de knoopjes van haar zomerjasje open en begon, zowel met zijn mond als zijn handen, wild met haar borsten te spelen. De verhoorder heeft ook met zijn vuisten op haar borsten geslagen. Toen de verhoorder klaar was met haar borsten, deed hij zijn hand naar beneden. De verhoorder hield [slachtoffer 6] . met één hand vast en de andere hand stopte hij in haar kleding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij raakte haar vagina aan en stopte met geweld zijn vingers naar binnen. Dit deed de verhoorder meerdere malen. [slachtoffer 6] . voelde heel veel pijn. De verhoorder trok op een gegeven moment aan haar haren en duwde haar op de grond. Vervolgens trok hij zijn broek uit, stopte zijn geslachtsdeel in haar mond en zei tegen haar: ‘Open je mond en doe je tanden weg. Ga maar zuigen, ga maar likken alsof je aan ijs aan het likken bent.’ [slachtoffer 6] . wilde dit niet en verzette zich, maar dit hield de verhoorder niet tegen. Op een gegeven moment tilde de verhoorder [slachtoffer 6] . aan haar haar omhoog en legde haar op het bed dat in de ruimte aanwezig was, hij had inmiddels haar broek opengemaakt, omlaag getrokken tot halverwege haar bovenbenen en de tiewraps losgemaakt; zette zijn hand op haar mond; en kwam bovenop haar liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhoorder penetreerde [slachtoffer 6] . en kwam een beetje in haar klaar. [slachtoffer 6] . probeerde hem van zich af te duwen, maar dit lukte niet. Vervolgens moest [slachtoffer 6] . weer overeind komen en moest zij hem opnieuw pijpen totdat hij was klaargekomen. De verhoorder bewoog haar hoofd. Het lukte haar nog steeds niet om hem weg te duwen. Op enig moment heeft de verhoorder haar blinddoek afgedaan. Toen de verhoorder was klaargekomen, werd hij hysterisch en trok hij heel hard aan het haar van [slachtoffer 6] . en sloeg haar heel hard op beide wangen. Vervolgens trok hij zijn kleding aan en heeft hij haar naar achteren geschopt. [slachtoffer 6] . hoorde vervolgens buiten de verhoorkamer de stem van haar vader. De verhoorder en [slachtoffer 6] . kleedden zich aan en [slachtoffer 6] . moest van de verhoorder voor de cel gaan staan. De vader van [slachtoffer 6] . kwam daarna de verhoorruimte in. De verhoorder stuurde haar vader weg om eten te gaan halen. Het daadwerkelijke verhoor begon daarna en duurde tot een uur of één à twee ‘s nachts. [slachtoffer 6] . heeft tijdens het verhoor een naambordje gezien met daarop de naam ‘ [verdachte] ’. Ook heeft de verhoorder zichzelf of heeft de griffier, [naam 18] , de verhoorder, aan [slachtoffer 6] . voorgesteld. Hierbij werd de naam ‘ [verdachte] ’ gebruikt. Tussendoor hield de verhoorder pauze om het eten, gebracht door de vader van [slachtoffer 6] . op te eten. Tijdens het verhoor heeft de verhoorder aan [slachtoffer 6] . een sleutel van een kamer aangeboden die hij had gehuurd voor meisjes die bij hem waren geweest om hen daar te ontmoeten. De verhoorder had zeventien rapporten tegen haar verzonnen die gingen over deelname aan demonstraties. [slachtoffer 6] . heeft verklaard dat zij is aangehouden, omdat haar ex-man [naam 19] was gedeserteerd uit de luchtmacht inlichtingendienst. Dit stond op het arrestatiebevel. Na het verhoor werd [slachtoffer 6] . vrijgelaten en is zij door haar familie mee naar huis genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.9.2. Bewijsoverwegingen 6.3.9.2.1. Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer 6] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 6] . in haar verklaring bij de politie en in haar getuigenverhoor bij de rechter-commissaris gedetailleerd en authentiek heeft verklaard over de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de verdachte de tenlastegelegde seksuele- en geweldshandelingen heeft verricht. Zo geeft ze een gedetailleerde tijdlijn, weet zij zich hele specifieke teksten die de verdachte heeft gezegd te herinneren en verklaart ze over de gemoedstoestand van de verdachte (hij werd opeens hysterisch). En ook de omstandigheden over de sleutel die ze krijgt aangeboden en de verdachte die tussendoor nog wat gaat eten zijn authentiek. Ook zijn de verklaringen die zij heeft afgelegd op hoofdlijnen consistent. De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 6] . dan ook betrouwbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.9.2.2. Steunbewijs De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of voldaan is aan het bewijsminimum, zoals bepaald in artikel 342 lid 2 Sv.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van [slachtoffer 6] . vindt allereerst steun in de verklaring van [naam 20] (hierna ook: [naam 20] ). [naam 20] heeft verklaard dat [slachtoffer 6] . in 2013 telefonisch aan hem heeft verteld wat haar is overkomen. [slachtoffer 6] . vertelde hem dat zij was aangehouden door een verhoorder uit Salamiyah , genaamd [verdachte] , die haar had verkracht toen zij geblinddoekt was. Haar vader was in hetzelfde gebouw op [slachtoffer 6] . aan het wachten. [naam 20] heeft voorts verklaard dat [slachtoffer 6] . helemaal was ingestort en huilde toen zij er over sprak. Ook had [slachtoffer 6] . aan hem verteld dat haar verhoorder tegen haar had gezegd dat hij een appartement had waar zij tot rust kon komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de waargenomen emoties geen betrekking hadden op hetgeen [slachtoffer 6] . bij de NDF was overkomen, omdat uit de verklaring van [naam 20] duidelijk naar voren komt dat [slachtoffer 6] . emotioneel werd toen zij juist daarover – waaronder specifiek dat haar vader op haar wachtte en zij een sleutel van de verdachte kreeg – vertelde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder heeft de verdediging bepleit dat sprake is van het nodige tijdsverloop tussen de gestelde strafbare gedragingen en het waarnemen van de emoties door [naam 20] , en daarom niet kan worden gezegd dat die over het tenlastegelegde gaan. [slachtoffer 6] . heeft verklaard dat zij [naam 20] eind september/begin oktober 2013 heeft gesproken toen zij in Libanon was. [naam 20] heeft tijdens zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij haar in 2013, eind 2013, heeft gesproken en dat hij weet in welk jaar hij haar heeft gesproken maar niet welke dag. De rechtbank gaat uit van deze verklaring van [naam 20] en niet zijn verklaring bij de rechter-commissaris waarin hij heeft verklaard dat hij haar een dag na haar vrijlating heeft gesproken. De rechtbank overweegt dat tijdsverloop van groot belang is bij de bepaling van de bewijskracht die aan een steunbewijsmiddel dient te worden toegekend. Hoe groter het tijdsverloop, hoe groter de behoedzaamheid die moet worden betracht bij de beoordeling van steunbewijs in de vorm van waargenomen emoties. Gelet op het feit dat [naam 20] duidelijk heeft verklaard dat [slachtoffer 6] . helemaal ingestort was en huilde toen zij over haar belevenissen bij de NDF vertelde en het feit dat de kern van de verklaring van [naam 20] overeenkomt met hetgeen [slachtoffer 6] . heeft verklaard, is de rechtbank van oordeel dat ondanks het tijdsverloop de waarneming van de emoties voldoende bewijskracht heeft en dus als steunbewijs kan dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van [slachtoffer 6] . vindt verder steun in de waarneming van de forensisch onderzoeker. [slachtoffer 6] . heeft verklaard dat zij, toen zij de verdachte moest pijpen, een moedervlek zag zitten ter hoogte van de penis van de verdachte. Zij weet niet precies of de moedervlek aan de linker- of rechterkant zat. Een forensisch onderzoeker heeft de schaamstreek van de verdachte bekeken en heeft waargenomen dat er net boven de penis, net boven de volle haargroei, een verkleuring in de huid aanwezig was, en dat ook een verkleuring van de huid schuin rechts boven de penis aanwezig was. De forensisch onderzoeker zegt dat de verkleuringen lijken op de aanwezigheid van een moedervlek.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.9.2.3. Marteling (feit 15) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de volgende door de rechtbank vastgestelde en door de verdachte gepleegde (fysieke) geweldshandelingen jegens [slachtoffer 6] . kwalificeren als marteling als misdrijf tegen de menselijkheid in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim: de borsten van [slachtoffer 6] . vastpakken en tegen haar borsten slaan; meerdere vingers en zijn hand in [slachtoffer 6] . haar vagina steken; verdachtes penis in [slachtoffer 6] . haar mond stoppen terwijl hij zegt ‘doe je tanden weg’ en [slachtoffer 6] . dwingen hem te pijpen; slaan en te schoppen; met verdachtes penis [slachtoffer 6] . haar vagina penetreren; en in de mond en vagina van [slachtoffer 6] . klaarkomen(hierna tezamen: de geweldshandelingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is van oordeel dat deze jegens [slachtoffer 6] . gepleegde geweldshandelingen zonder meer zijn aan te merken als het opzettelijk veroorzaken van ernstige pijn en lijden, lichamelijk en geestelijk, terwijl zij zich in de gevangenschap van de NDF bevond. Vrijwel direct nadat [slachtoffer 6] . aankwam op de detentielocatie is zij geboeid en moest zij wachten op de verdachte. Die gaf haar kort na binnenkomst in de kamer onverhoeds een knietje in haar vagina, waarna hij haar daar met fors geweld verkracht en mishandeld heeft. [slachtoffer 6] . was bijna de gehele tijd geboeid en geblinddoekt en kon de verdachte, hoewel zij probeerde terug te vechten, niet afweren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.9.2.4. Verkrachting (feit 17) De vraag die die de rechtbank dient te beantwoorden is of de bewezenverklaarde geweldshandelingen kunnen worden gekwalificeerd als verkrachting in de zin van artikel 4 lid 1 onder g Wim. De officier van justitie heeft in dat kader verschillende feitelijkheden en omstandigheden ten laste gelegd. De rechtbank heeft onder paragraaf 6.3.9.1. vastgesteld dat de verdachte de volgende handelingen heeft verricht: het stoppen van zijn vingers en zijn hand in de vagina van [slachtoffer 6] .; het stoppen van zijn penis in de mond van [slachtoffer 6] . en haar te dwingen hem te pijpen; en met zijn penis haar vagina te penetreren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank overweegt dat is voldaan aan het eerste non-contextuele element ‘penetratie’. De verdachte heeft immers met zijn vingers, hand en penis de vagina van [slachtoffer 6] . gepenetreerd, en [slachtoffer 6] . werd door de verdachte gedwongen te ondergaan dat hij haar oraal penetreerde. Ook aan het tweede non-contextuele element ‘dwang’ is voldaan. De dwang volgde uit de gevangenschap waarin [slachtoffer 6] zich gedurende de handelingen bevond, het feit dat zij in die detentie aan het wachten was op de ‘verhoorder’ en zij in de veronderstelling was dat de verdachte haar zou verhoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.9.2.5. Enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst (feit 16) Ter beoordeling ligt ook voor of bepaalde (fysieke) geweldshandelingen die de verdachte jegens [slachtoffer 6] . heeft gepleegd ook kunnen worden gekwalificeerd als enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst ex artikel 4 lid 1 onder g Wim. De officier van justitie heeft in dat kader verschillende feitelijkheden en omstandigheden ten laste gelegd. De rechtbank heeft onder paragraaf 6.3.9.1. vastgesteld dat de verdachte de volgende handelingen heeft verricht: het vastpakken en slaan tegen de borsten van [slachtoffer 6] .; het stoppen van zijn vingers en zijn hand in de vagina van [slachtoffer 6] .; het stoppen van zijn penis in de mond van [slachtoffer 6] ., zeggen ‘doe je tanden weg’, en haar dwingen hem te pijpen; met zijn penis haar vagina penetreren; en in haar mond en vagina klaarkomen(hierna tezamen: ‘de geweldshandelingen’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het dossier stelt de rechtbank verder vast dat de geweldshandelingen achtereenvolgens en in een kort tijdsbestek hebben plaatsgevonden, namelijk voorafgaand aan de daadwerkelijke ondervraging van [slachtoffer 6] . De verdachte trad op als verhoorder. Gelet hierop komt de rechtbank tot de conclusie dat de geweldshandelingen als één geheel dienen te worden beschouwd en als zodanig dienen te worden beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste vraag die beantwoord dient te worden is of de geweldshandelingen kunnen worden gekwalificeerd als geweld van seksuele aard. De verdachte heeft [slachtoffer 6] . vastgepakt en geslagen tegen haar borsten, hij heeft haar op verschillende wijze gepenetreerd en is klaargekomen in haar mond en vagina. Nu deze geweldshandelingen als één geheel worden beschouwd en de rechtbank eerder concludeerde dat enkele van deze geweldshandelingen verkrachting inhouden is de rechtbank van oordeel dat de bewezenverklaarde geweldshandelingen tezamen kwalificeren als seksueel geweld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt verder vast dat er sprake was van dwang. De rechtbank heeft onder het kopje ten aanzien van de verkrachting van [slachtoffer 6] . uiteengezet dat de dwang ontstond door de gevangenschap en de verhoorsituatie waar [slachtoffer 6] . zich in bevond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank concludeert daarnaast dat er sprake was van seksueel geweld van vergelijkbare ernst. De geweldshandelingen vinden plaats in de context van de verkrachting van [slachtoffer 6] . door de verdachte. De vergelijkbare ernst is hiermee gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank overweegt dat ook aan het derde contextuele vereiste ‘wetenschap van de verdachte’ is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is er namelijk geen andere uitleg mogelijk dan dat de verdachte wist van, en inzicht had in, de ernst van zijn handelen, nu hij als verhoorder doelbewust een vrouw heeft verkracht en andere seksuele geweldshandelingen jegens haar heeft verricht terwijl zij zich in gevangenschap bevond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.9.2.6. Nadere overwegingen inzake artikel 4 Wim De verdediging heeft bepleit dat de ten laste gelegde gedragingen niet kunnen worden gekwalificeerd als misdrijven tegen de menselijkheid, omdat seksueel geweld geen onderdeel uitmaakte van het NDF-beleid in Salamiyah en daarom niet kan worden bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide en/of stelselmatige aanval gericht op de burgerbevolking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank wijst op hetgeen zij onder paragrafen 6.3.1.2. en 6.3.1.5. heeft overwogen, inhoudende dat verkrachting en seksueel geweld door de NDF wijdverbreid en stelselmatig werden ingezet in een aanval tegen de burgerbevolking. De rechtbank ziet in het dossier geen aanleiding om aan te nemen dat dit in Salamiyah anders was. De handelingen passen ook naadloos in het patroon van het gewelddadig onderdrukken van de burgerbevolking. De rechtbank heeft eerder onder paragraaf 6.3.1.7. geconcludeerd dat verdachte als verhoorder van de NDF ook kennis had van deze aanval. De verdachte wist dan ook dat marteling, verkrachting en seksueel geweld zoals gepleegd door verdachte tegen [slachtoffer 6] . onderdeel uitmaakten van die wijdverbreide en stelselmatige aanval tegen de burgerbevolking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan marteling in de zin van artikel 4 lid 1 onder f Wim, aan verkrachting in de zin van artikel 4 lid 1 onder g Wim, en aan enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst, als misdrijven tegen de menselijkheid in de zin van artikel 4 lid 1 onder g Wim.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.9.2.7. Foltering (feit 18) De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake is van foltering in de zin van artikel 8 Wim. De rechtbank heeft eerder onder paragraaf 6.3.9.2.3. vastgesteld dat sprake was van marteling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdediging heeft bepleit dat het feit niet kan worden bewezen, omdat de seksuele handelingen – indien deze kunnen worden bewezen – niet gepleegd zijn om van [slachtoffer 6] . inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, [slachtoffer 6] . te straffen, vrees aan te jagen en/of dwingen iets te doen. Als het al is gebeurd, dan lijkt de beweegreden te zijn geweest het bevredigen van verdachtes seksuele behoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte [slachtoffer 6] . martelde gebeurde met het oogmerk om van haar inlichtingen te verkrijgen over haar ex-man die was gedeserteerd uit de luchtmacht inlichtingendienst en over haar deelname aan demonstraties tegen het regime. [slachtoffer 6] . heeft namelijk verklaard dat op het arrestatiebevel van de NDF stond dat zij werd gezocht vanwege haar ex-man die was gedeserteerd uit de luchtmacht inlichtingendienst. Tijdens haar detentie werd [slachtoffer 6] . ook bevraagd over haar deelname aan demonstraties tegen het regime.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de marteling werd gepleegd van overheidswege en door een ten dienste van de Syrische overheid werkzame persoon, in de uitoefening van zijn functie, staat vast. [slachtoffer 6] . werd vastgehouden op een locatie van de NDF en de martelingen werden uitgevoerd door de verdachte als verhoorder van de NDF. De verdachte handelde in uitoefening van zijn functie. De NDF trad conform het beleid van het Syrische regime zeer gewelddadig op tegen opposanten van het regime. Het op grote schaal oppakken en martelen van burgers behoorde tot de standaardwerkwijze van de NDF.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan foltering in de zin van artikel 8 Wim.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagvaarding III – [slachtoffer 9] .</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.10.1. De verklaring van [slachtoffer 9] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de revolutie was [slachtoffer 9] . betrokken bij de coördinatie en organisatie van de revolutie in Salamiyah . Zo bracht zij jongeren van verschillende scholen met elkaar in contact en faciliteerde zij ontmoetingen tussen deze jongeren. Zij hielp hen bij het organiseren van demonstraties door te helpen bij de oproep tot demonstraties en het bepalen van de tijdstippen van deze demonstraties. Verder heeft [slachtoffer 9] . tijdens de revolutie een hulporganisatie voor ontheemden uit Hama en Homs opgericht, waarbij haar belangrijkste taak het inzamelen en uitdelen van medicijnen was. Ook noteerde zij de namen van mensen die gedetineerd waren. [slachtoffer 9] . heeft verklaard dat zij op 30 juni 2013 is aangehouden door shabiha-militairen van de groep [groep 2] . Zij was toen alleen thuis met haar dochter van veertien jaar. [slachtoffer 9] . is met een bus naar een locatie in agrarisch gebied gebracht. [slachtoffer 9] . denkt dat zij is gebracht naar de boerderij van de familie [familienaam] , een locatie van de NDF. In de bus werd zij geblinddoekt en werden haar handen achter haar rug vastgemaakt. [slachtoffer 9] . werd verhoord in twee fasen: een fase waarin zij werd gemarteld en een fase waarin zij werd beledigd dan wel uitgescholden. Tijdens de eerste fase bevond [slachtoffer 9] . zich in een kleine verhoorruimte. Naast [slachtoffer 9] . waren er in ieder geval twee andere personen aanwezig. De persoon die [slachtoffer 9] . de eerste klap had gegeven begon [slachtoffer 9] . vragen te stellen en zei onder andere het volgende tegen haar: ‘Jullie willen hoereren, jullie willen als hoeren te werkgaan.’ Na ieder antwoord kreeg [slachtoffer 9] . een klap. [slachtoffer 9] . heeft verklaard dat ze is geslagen en geschopt op haar gezicht en lichaam, stroomstoten heeft gekregen op het lichaam en bij haar intieme delen en dat zij seksueel is betast en er bij haar is binnengedrongen. Tijdens het verhoor is ze op een bepaald moment bewusteloos geraakt. Ook werd gedreigd om haar dochter thuis op te halen en haar ook te detineren. Iemand had een militair uniform aan en iemand had camouflagekleding met kisten aan. [slachtoffer 9] . heeft verklaard dat zij na bovengenoemd verhoor naar [detentiecentrum 1] is gebracht en uiteindelijk op 14 juli 2013 is vrijgelaten. [slachtoffer 9] . is in oktober 2013 vertrokken uit Syrië en naar Libanon afgereisd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.10.2. Vrijspraak De vraag die aan de rechtbank voorligt, is of de verdachte degene is geweest die [slachtoffer 9] . heeft verhoord. [slachtoffer 9] . heeft verklaard dat zij ongeveer een maand na haar vrijlating de stem van haar verhoorder heeft gehoord toen zij samen met haar familie in een restaurant met zwembad zat. Haar broer zei toen tegen haar dat hij [verdachte] heet. [slachtoffer 9] . had tijdens het verhoor de persoon die haar had geslagen en verhoord niet gezien, maar tijdens de eerste fase van het verhoor had zij gevoeld dat hij korter was dan zij; bredere schouders had dan zij; en een buik, een baard en een breed gezicht had.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank overweegt dat de herkenning door [slachtoffer 9] . van de verdachte als haar verhoorder bestaat uit een stemherkenning en algemene lichaamskenmerken die zij heeft gevoeld. De rechtbank stelt voorop dat bij de waardering van de bewijskracht van een stemherkenning, gelet op de feilbaarheid van de menselijke waarneming en het sterk subjectieve element waarmee deze gepaard gaat, behoedzaamheid op zijn plaats is. Met inachtneming van deze behoedzaamheid komt de rechtbank niet tot de vaststelling dat de verdachte de verhoorder is geweest van [slachtoffer 9] . Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. [slachtoffer 9] . heeft meerdere verklaringen afgelegd, bij de politie en de rechter-commissaris. De ene keer heeft zij verklaard dat haar broer haar op een persoon wees, dat ze ‘het gevoel’ kreeg dat het de persoon was die haar gemarteld had en dat zijn stem ‘er ook wel op leek’. Ze vroeg aan haar broer: wie is dit? Hij zei: dit is [verdachte] . En de andere keer heeft [slachtoffer 9] . verklaard dat zij de stem herkende, omkeek en vervolgens aan haar broer heeft gevraagd hoe de betreffende persoon heette, waarna haar broer zei dat het [verdachte] was. Haar zus [naam 21] heeft verklaard dat [slachtoffer 9] . aan haar broer vroeg van wie de stem achter haar was en vervolgens kleurloos werd toen zij van hun broer hoorde dat de stem die zij hoorde van [verdachte] was.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verschillen tussen deze verklaringen zijn van belang, omdat [slachtoffer 9] . de naam ‘ [verdachte] ’ in relatie tot de mogelijkheid dat hij haar verhoorder was, al eerder had gehoord. [slachtoffer 9] . heeft verklaard dat zij in [detentiecentrum 1] vastzat met drie vrouwen die tegen leden van de NDF een omschrijving van de persoon hadden gegeven die jegens hen seksueel geweld had toegepast. De vrouwen zeiden dat hij niet lang was, een dikke buik en een breed lichaam had. In deze omschrijving herkende [slachtoffer 9] . haar verhoorder. Tegen de soldaten die hen vragen stelden, hadden de vrouwen gezegd dat de persoon die seksueel geweld tegen hen had gebruikt misschien [verdachte] was. Eén van de soldaten zei nadat de vrouwen hem hadden omschreven ‘ja dat was [verdachte] ’, aldus [slachtoffer 9] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank twijfelt niet aan de verklaring van [slachtoffer 9] . dat zij als actievoerder en activist is gedetineerd, mishandeld en seksueel misbruikt door leden van de NDF.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echter, de rechtbank kan niet vaststellen dat [slachtoffer 9] . (de stem van) de verdachte daadwerkelijk herkende, voordat zij door haar broer op zijn naam werd gewezen. Het kan, gelet op haar uiteenlopende verklaringen ook andersom zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat laatste geval is het goed mogelijk dat de herkenning door [slachtoffer 9] . is beïnvloed, doordat zij de naam van de verdachte eerder had gehoord in [detentiecentrum 1] . Het dossier bevat geen andere feiten en omstandigheden die hierover uitsluitsel kunnen geven. Ook anderszins is niet komen vast te staan dat het de verdachte is geweest die [slachtoffer 9] . heeft mishandeld en seksueel misbruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo past de vrij algemene omschrijving die [slachtoffer 9] . van haar verhoorder heeft gegeven op meerdere NDF-leden die in het dossier voorkomen en staat, ondanks dat [slachtoffer 9] . heeft geprobeerd een zo gedetailleerd mogelijke beschrijving te geven, ook niet vast waar zij gedetineerd heeft gezeten. De rechtbank kan dus ook niet tot de conclusie komen dat [slachtoffer 9] . op een van de drie in deze zaak bekende detentielocaties gevangen heeft gezeten en dat het, mede gelet op de verklaringen van slachtoffers die op een van die plekken waren gedetineerd, niet anders kan zijn dan dat (ook) [slachtoffer 9] . daar met de verdachte als haar verhoorder in contact is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte de verhoorder van [slachtoffer 9] . is geweest en zal de verdachte dan ook vrijspreken van de bij dagvaarding III tenlastegelegde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewezenverklaring De rechtbank is met betrekking tot de bij dagvaarding I onder 1, 2, 4 tot en met 8 en 10 tot en met 19, en de bij dagvaarding II onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagvaarding I (parketnummer (71/013355-23) 1Foltering [slachtoffer 1] hij, in de periode van 3 januari 2013 tot en met 10 januari 2013 te Salamiyah , als een anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon, te weten als verhoorder van de aan de Syrische overheid gelieerde National Defence Force, in de uitoefening van zijn functie, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, [slachtoffer 1] heeft gefolterd, door (bij) die [slachtoffer 1] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn gezicht en zijn lichaam te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn been te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met een geweer op zijn tenen te slaan en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de loop van een geweer tussen zijn billen te duwen, met het oogmerk om van die [slachtoffer 1] inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, en hem vrees aan te jagen, van overheidswege gepleegd.</div>\n<p class=\"lf-p\">2Marteling [slachtoffer 1] als misdrijf tegen de menselijkheid hij, in de periode van 3 januari 2013 tot en met 10 januari 2013 te Salamiyah , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, [slachtoffer 1] heeft gemarteld, door (bij) die [slachtoffer 1] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn gezicht en zijn lichaam te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn been te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met een geweer op zijn tenen te slaan en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de loop van een geweer tussen zijn billen te duwen, terwijl deze marteling gepleegd werd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</div>\n<p class=\"lf-p\">4Foltering [slachtoffer 2] hij, in de periode van 18 oktober 2013 tot en met 24 oktober 2013 in Syrië, als anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon, te weten als verhoorder, van de aan de Syrische overheid gelieerde National Defence Force, in de uitoefening van zijn functie, tezamen en in vereniging met anderen meermalen, [slachtoffer 2] heeft gefolterd, door (bij) die [slachtoffer 2] , die zich in gevangenschap bevond, terwijl die [slachtoffer 2] naakt en/of geblinddoekt was, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn lichaam te slaan met een stok en een leren riem en een ijzeren ketting,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn handen op zijn rug te binden en zijn voeten vast te binden en hem ondersteboven aan een touw te hangen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een elektrische kabel tegen zijn lichaam te houden,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op zijn hoofd te stampen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>te slaan met een riem op zijn geslachtsdeel en met zijn hak te drukken op zijn geslachtsdeel en in/op zijn achterwerk te knijpen en te slaan, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan, met het oogmerk om van die [slachtoffer 2] inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, hem te bestraffen voor een handeling waarvan hij werd verdacht, en hem vrees aan te jagen, van overheidswege gepleegd.</div>\n<p class=\"lf-p\">5Marteling [slachtoffer 2] als misdrijf tegen de menselijkheid hij, in de periode van 18 oktober 2013 tot en met 24 oktober 2013 in Syrië, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, [slachtoffer 2] heeft gemarteld, door (bij) die [slachtoffer 2] , die zich in gevangenschap bevond, terwijl die [slachtoffer 2] naakt en/of geblinddoekt was, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn lichaam te slaan met een stok en een leren riem, en een ijzeren ketting,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn handen op zijn rug te binden en zijn voeten vast te binden en hem ondersteboven aan een touw te hangen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een elektrische kabel tegen zijn lichaam te houden,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op zijn hoofd te stampen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>te slaan met een riem op zijn geslachtsdeel en met zijn hak te drukken op zijn geslachtsdeel en in/op zijn achterwerk te knijpen en te slaan, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan, terwijl deze marteling gepleegd werd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</div>\n<p class=\"lf-p\">6Seksueel geweld [slachtoffer 2] als misdrijf tegen de menselijkheid hij, in de periode van 18 oktober 2013 tot en met 24 oktober 2013 in Syrië, tezamen en in vereniging met anderen, enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder g van de Wet internationale misdrijven heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] , door die [slachtoffer 2] , meermalen, althans eenmaal, met een riem te slaan op zijn geslachtsdeel en met zijn, verdachtes, hak te drukken op zijn geslachtsdeel en in/op zijn achterwerk te knijpen en te slaan en te zeggen ‘Wat vind je ervan hoerenzoon als ik jou nu castreer zodat je geen hoerenzonen maakt zoals jezelf’, terwijl die [slachtoffer 2] naakt was, terwijl dit gebeurde onder dwang, veroorzaakt door de detentie en de verhoorsituatie waarin deze [slachtoffer 2] zich bevond, terwijl deze andere vorm van seksueel geweld werd gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Foltering [slachtoffer 3] hij, in de periode van 20 oktober 2013 tot en met 24 oktober 2013 in Syrië, als anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon, te weten als verhoorder, van de aan de Syrische overheid gelieerde National Defence Force, in de uitoefening van zijn functie, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 3] heeft gefolterd, door (bij) die [slachtoffer 3] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met een stok en een kabel, tegen zijn rug en/of zijn lichaam te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn handen op zijn rug te binden en zijn voeten vast te binden en hem ondersteboven aan een touw te hangen en hem tegen zijn rug en zijn benen te slaan, terwijl hij enkel een onderbroek droeg,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>te schoppen tegen zijn rug,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een voorwerp onder stroom tegen zijn armen en handen aan te houden,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op zijn hoofd te staan, en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in zijn mond te spugen, en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn hoofd en in zijn buik en tegen zijn geslachtsdelen te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met handen en vuisten tegen zijn lichaam te slaan en stompen, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan, met het oogmerk om van die [slachtoffer 3] of van een derde inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen van overheidswege gepleegd.</div>\n<p class=\"lf-p\">8Marteling [slachtoffer 3] als misdrijf tegen de menselijkheid hij, in de periode van 20 oktober 2013 tot en met 24 oktober 2013 in Syrië, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 3] heeft gemarteld, door (bij) die [slachtoffer 3] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met een stok en een kabel, tegen zijn rug en/of zijn lichaam te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn handen op zijn rug te binden en zijn voeten vast te binden en hem ondersteboven aan een touw te hangen en hem tegen zijn rug en zijn benen te slaan, terwijl hij enkel een onderbroek droeg,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>te schoppen tegen zijn rug,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een voorwerp onder stroom tegen zijn armen en handen aan te houden,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op zijn hoofd te staan, en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in zijn mond te spugen, en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn hoofd en in zijn buik en tegen zijn geslachtsdelen te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met handen en vuisten tegen zijn lichaam te slaan en stompen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan, terwijl deze marteling gepleegd werd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</div>\n<p class=\"lf-p\">10Foltering [slachtoffer 4] hij, in de periode van 20 december 2013 tot en met 15 februari 2014 in Syrië, als een anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon, te weten als verhoorder van de aan de Syrische overheid gelieerde National Defence Force, in de uitoefening van zijn functie, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, [slachtoffer 4] (ook wel bekend onder de naam: [schuilnaam] ) heeft gefolterd, door (bij) die [slachtoffer 4] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn handen en voeten vast te binden, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vervolgens met handen en een ketting en een kabel en een stuk rubber, op zijn hoofd te slaan (waardoor die [slachtoffer 4] het bewustzijn verloor) en op zijn lichaam te slaan en te schoppen, en op zijn kaak geslagen, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan, met het oogmerk om van die [slachtoffer 4] inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, en een derde te dwingen iets te doen, van overheidswege gepleegd.</div>\n<p class=\"lf-p\">11Marteling [slachtoffer 4] als misdrijf tegen de menselijkheid hij, in de periode van 20 december 2013 tot en met 15 februari 2014 in Syrië, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, [slachtoffer 4] (ook wel bekend onder de naam: [schuilnaam] ) heeft gemarteld, door (bij) die [slachtoffer 4] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn handen en voeten vast te binden, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vervolgens met handen en een ketting en een kabel en een stuk rubber, op zijn hoofd te slaan (waardoor die [slachtoffer 4] het bewustzijn verloor) en op zijn lichaam te slaan en te schoppen, en op zijn kaak geslagen, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan, terwijl deze marteling werd gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</div>\n<p class=\"lf-p\">12Foltering [slachtoffer 5] hij, omstreeks de periode van 3 januari 2014 tot en met 11 februari 2014 in Syrië, als een anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon, als verhoorder, van de aan de Syrische overheid gelieerde National Defence Force, in de uitoefening van zijn functie, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, [slachtoffer 5] heeft gefolterd, door (bij) die [slachtoffer 5] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn handen op zijn rug te binden en vervolgens te dwingen in een hurkstand in een autoband te gaan zitten,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met water te besproeien,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn hoofd en schouder en rug en benen en lichaam te schoppen en/of te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met een elektriciteitskabel en een distributieriem en een buis, tegen zijn schouder en/of rug en/of benen en/of lichaam te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in het bijzijn van medegedetineerden te dwingen zijn kleding uit te doen en hem uit te schelden,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op zijn nek te gaan staan en met zijn voet op zijn nek te drukken, terwijl hij zijn handen op zijn rug had en hij met zijn buik op de grond lag, met het oogmerk om van die [slachtoffer 5] inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, van overheidswege gepleegd.</div>\n<p class=\"lf-p\">13Marteling [slachtoffer 5] als misdrijf tegen de menselijkheid hij, in de periode van 3 januari 2014 tot en met 10 februari 2014 in Syrië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 5] heeft gemarteld, door (bij) die [slachtoffer 5] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn handen op zijn rug te binden en vervolgens te dwingen in een hurkstand in een autoband te gaan zitten,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met water te besproeien,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn hoofd en schouder en rug en benen en lichaam te schoppen en/of te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met een elektriciteitskabel en een distributieriem en een buis, , tegen zijn schouder en/of rug en/of benen en/of lichaam te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in het bijzijn van medegedetineerden te dwingen zijn kleding uit te doen en hem uit te schelden, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op zijn nek te gaan staan en met zijn voet op zijn nek te drukken, terwijl hij zijn handen op zijn rug had en hij met zijn buik op de grond lag, terwijl deze marteling gepleegd werd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</div>\n<p class=\"lf-p\">14Foltering [slachtoffer 6] . (persoonsgegevens [slachtoffer 6] . in proces-verbaalnummer 22006-621) hij, in de periode van 10 juli 2013 tot en met 11 juli 2013 in Syrië, als een anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon, te weten als verhoorder, van de aan de Syrische overheid gelieerde National Defence Force, in de uitoefening van zijn functie, [slachtoffer 6] . heeft gefolterd, door (bij) die [slachtoffer 6] ., die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haar borsten vast te pakken en te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>meerdere vingers en/of zijn hand in haar vagina te steken,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haar aan haar haren te trekken,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn penis in haar mond te stoppen terwijl hij zegt ‘doe je tanden weg’, en haar te dwingen hem te pijpen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>te slaan en te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met zijn penis haar vagina te penetreren, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in haar mond en vagina klaar te komen, met het oogmerk om van die [slachtoffer 6] . inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, van overheidswege gepleegd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Marteling [slachtoffer 6] . als misdrijf tegen de menselijkheid (persoonsgegevens [slachtoffer 6] . in proces-verbaalnummer 22006-621) hij, in de periode van 10 juli 2013 tot en met 11 juli 2013 in Syrië, [slachtoffer 6] . heeft gemarteld, door (bij) die [slachtoffer 6] ., die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haar borsten vast te pakken en te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>meerdere vingers en zijn hand in haar vagina te steken,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haar aan haar haren te trekken,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn penis in haar mond te stoppen terwijl hij zegt ‘doe je tanden weg’, en haar te dwingen hem te pijpen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>te slaan en te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met zijn penis haar vagina te penetreren, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in haar mond en vagina klaar te komen, terwijl deze marteling gepleegd werd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Seksueel geweld [slachtoffer 6] . als misdrijf tegen de menselijkheid (persoonsgegevens [slachtoffer 6] . in proces-verbaalnummer 22006-621) hij, in de periode van 10 juli 2013 tot en met 11 juli 2013 in Syrië, enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder g van de Wet internationale misdrijven heeft gepleegd tegen [slachtoffer 6] ., door (bij) die [slachtoffer 6] ., meermalen, althans eenmaal,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haar borsten vast te pakken en te slaan,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>meerdere vingers en zijn hand in haar vagina te steken,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn penis in haar mond te stoppen terwijl hij zegt ‘doe je tanden weg’, en haar te dwingen hem te pijpen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met zijn penis haar vagina te penetreren, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in haar mond en vagina klaar te komen, terwijl dit gebeurde onder dwang, veroorzaakt door de detentie en de verhoorsituatie waarin deze [slachtoffer 6] . zich bevond, terwijl deze andere vorm van seksueel geweld werd gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Verkrachting [slachtoffer 6] . als misdrijf tegen de menselijkheid (persoonsgegevens [slachtoffer 6] . in proces-verbaalnummer 22006-621) hij, in de periode van 10 juli 2013 tot en met 11 juli 2013 in Syrië, [slachtoffer 6] . heeft verkracht, door (bij) die [slachtoffer 6] .,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>meerdere vingers en zijn hand in haar vagina te steken,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zijn penis in haar mond te stoppen en haar te dwingen hem te pijpen, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met zijn penis haar vagina te penetreren, terwijl dit gebeurde onder dwang, veroorzaakt door de detentie en de verhoorsituatie waarin deze [slachtoffer 6] . zich bevond, terwijl deze verkrachting gepleegd werd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</div>\n<p class=\"lf-p\">18Foltering [slachtoffer 7] hij omstreeks de periode van 14 oktober 2013 tot en met 26 oktober 2013 in Syrië, als een anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon, te weten als verhoorder, van de aan de Syrische overheid gelieerde National Defence Force, in de uitoefening van zijn functie, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 7] heeft gefolterd, door (bij) die [slachtoffer 7] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn lichaam te slaan en te schoppen, al dan niet met stokken en touwen,,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem tenminste een (1) uur in een koude ruimte te stoppen, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vervolgens op de als gevolg van voornoemde handelingen ontstane blauwe en rode plekken op het lichaam van die [slachtoffer 7] te duwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een pistool in zijn mond te stoppen, en te zeggen: ‘als je niet praat, ga ik je doodschieten’,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met zijn voeten vast te binden aan een touw aan het plafond waardoor [slachtoffer 7] op de kop hing en vervolgens dat touw te bewegen waardoor het hoofd van [slachtoffer 7] de grond raakte,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met zijn hoofd tegen het hoofd van een ander persoon te stoten/duwen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>meerdere uren achter elkaar geblinddoekt en geboeid op zijn knieën te laten zitten, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem meermaals, althans eenmaal bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en/of de gevolgen daarvan, met het oogmerk om van die [slachtoffer 7] inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, van overheidswege gepleegd.</div>\n<p class=\"lf-p\">19Marteling [slachtoffer 7] als misdrijf tegen de menselijkheid hij, in of omstreeks de periode van 14 oktober 2013 tot en met 26 oktober 2013 in Syrië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, [slachtoffer 7] heeft gemarteld, door (bij) die [slachtoffer 7] , die zich in gevangenschap bevond, meermalen, althans eenmaal,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen zijn lichaam te slaan en te schoppen, al dan niet met stokken en touwen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem tenminste een (1) uur in een koude ruimte te stoppen, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vervolgens op de als gevolg van voornoemde handelingen ontstane blauwe en rode plekken op het lichaam van die [slachtoffer 7] te duwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een pistool in zijn mond te stoppen, en te zeggen: ‘als je niet praat, ga ik je doodschieten’,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met zijn voeten vast te binden aan een touw aan het plafond waardoor [slachtoffer 7] op de kop hing en vervolgens dat touw te bewegen waardoor het hoofd van [slachtoffer 7] de grond raakte,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met zijn hoofd tegen het hoofd van een ander persoon te stoten/duwen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>meerdere uren achter elkaar geblinddoekt en geboeid op zijn knieën te laten zitten, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem meermaals, althans eenmaal bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en/of de gevolgen daarvan, terwijl deze marteling gepleegd werd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking.</div>\n<p class=\"lf-p\">Dagvaarding II (71/187276-25) 1. Foltering [slachtoffer 8] hij, in de periode van 11 januari 2014 tot en met 12 februari 2014 in Syrië, als een anderszins ten dienste van de overheid werkzame persoon, te weten als verhoorder van de aan de Syrische overheid gelieerde National Defence Force, in de uitoefening van zijn functie, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, [slachtoffer 8] heeft gefolterd, door (bij) die [slachtoffer 8] , die zich in gevangenschap bevond, terwijl die [slachtoffer 8] naakt en geblinddoekt was,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>meermalen met een voorwerp en de platte hand en de vuist op/tegen zijn nek en zijn buik en andere delen van zijn lichaam te slaan en eenmaal tegen het achterwerk te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met een voorwerp op/tegen de mond/de kaak te slaan, als gevolg waarvan meerdere van de tanden van die [slachtoffer 8] afbraken,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen de geslachtsdelen te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>drie dagen naakt in een zeer koude en zeer kleine isolatieruimte te doen verblijven,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gedurende de drie dagen geen eten en drinken te geven, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem meermaals bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan, met het oogmerk om van die [slachtoffer 8] inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, en hem te dwingen iets te doen van overheidswege gepleegd;</div>\n<p class=\"lf-p\">2Marteling [slachtoffer 8] als misdrijf tegen de menselijkheid hij, in de periode van 11 januari 2014 tot en met 12 februari 2014 in Syrië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, [slachtoffer 8] heeft gemarteld, door (bij) die [slachtoffer 8] , die zich in gevangenschap bevond, terwijl die [slachtoffer 8] naakt en geblinddoekt was,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>meermalen met een voorwerp en de platte hand en de vuist op/tegen zijn nek en zijn buik en andere delen van zijn lichaam te slaan en eenmaal tegen het achterwerk te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met een voorwerp op/tegen de mond/de kaak te slaan, als gevolg waarvan meerdere van de tanden van die [slachtoffer 8] afbraken,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tegen de geslachtsdelen te schoppen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>drie dagen naakt in een zeer koude en zeer kleine isolatieruimte te doen verblijven,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gedurende de drie dagen geen eten en drinken te geven, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hem meermaals bloot te stellen aan het martelen van andere gedetineerden en de gevolgen daarvan, terwijl deze marteling gepleegd werd als onderdeel van een wijdverbreide en stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, terwijl hij, verdachte, wist dat deze gedragingen onderdeel waren van een wijdverspreide en stelselmatige aanval uitgevoerd door de Syrische overheid tegen de Syrische burgerbevolking;</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">8De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">9De strafoplegging 9.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de verdediging De raadslieden hebben namens de verdachte de rechtbank – indien zij tot een bewezenverklaring komt – verzocht om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met het feit dat de verdachte tijdens zijn detentie bij de NDF ernstig is gemarteld en dit rechtstreeks verband houdt met – in ieder geval een deel van – de tenlastelegging. Verder heeft de verdediging de rechtbank verzocht om bij het bepalen van de strafmaat aansluiting te zoeken bij de straffen die door internationale tribunalen worden opgelegd. Ook hebben de raadslieden naar voren gebracht dat bij veel feiten sprake is van eendaadse samenloop, de verdachte geen strafblad heeft en de redelijke termijn is overschreden. De raadslieden hebben ook benadrukt dat bij het bepalen van de strafmaat geen rekening mag worden gehouden met beschuldigingen dan wel verdenkingen die niet aan de verdachte ten laste zijn gelegd. Tot slot heeft de verdediging aangevoerd dat de detentie de verdachte zwaar valt, omdat hij geen Nederlands spreekt en hij zorgen heeft over de toekomst, omdat de verdachte in geval van een veroordeling vermoedelijk in de illegaliteit terecht komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ernst van de feiten De verdachte heeft zich in 2013 vrijwillig aangesloten bij de NDF, een paramilitaire organisatie die gelieerd was aan het Syrische regime van Bashar al-Assad. Deze organisatie werd op lokaal niveau ingezet om protesten tegen het regime neer te slaan en opposanten te arresteren. Hiertoe voerde de NDF zelfstandig arrestaties uit. Het op grote schaal oppakken en martelen van burgers was de standaardwerkwijze van de NDF.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte is als verhoorder bij de NDF betrokken geweest bij het martelen, folteren, verkrachten of anderszins seksueel misbruiken van acht slachtoffers die in dit vonnis zijn besproken, ofwel door daar aan anderen opdracht toe te geven, ofwel door dit zelf te doen. De slachtoffers werden tijdens hun gevangenschap onder meer gedwongen ontkleed, geboeid en geblinddoekt, langdurig met voorwerpen geslagen, geschopt, opgevouwen in een autoband, ondersteboven opgehangen of geëlektrocuteerd. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van meerdere slachtoffers. Een van de slachtoffers heeft hij verkracht.Het dossier laat een indringend en ontluisterend beeld zien van de rol van de verdachte binnen de NDF en van de persoon van de verdachte. Hij creëerde keer op keer, bij ieder slachtoffer, omstandigheden van doodsangst, dreiging, pijn, uitzichtloosheid en machteloosheid. De slachtoffers hebben in detentie onafgebroken gevreesd voor de veiligheid van hun families en vrienden en zich afgevraagd of ze de gevangenis levend zouden verlaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het dossier komt het beeld naar voren dat de verdachte plezier haalde uit het pijnigen van slachtoffers en er genoegen in schepte de slachtoffers te vernederen, getuige onder andere verklaringen over het moeten eten van salami van de grond of het schoppen tegen de mond van een slachtoffer en daarbij te zeggen ‘je moet mijn militaire laarzen opeten’. Ook volgt dit uit het extreme seksuele geweld tegen slachtoffers en het daarom laten lachen door andere aanwezige NDF-leden. De verdachte heeft de slachtoffers met zijn handelen ontmenselijkt en tot in het diepst vernederd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte beschikte in zijn hoedanigheid als verhoorder over het lot van de gedetineerden, onder meer over overplaatsing naar gevangenissen van de veiligheidsdiensten, waar zij opnieuw zouden worden vastgehouden en gemarteld. Het wekt bij de rechtbank afschuw dat hij de slachtoffers vertelde dat zijn gezicht het laatste was dat ze zouden zien, of dat hij nu hun ‘God’ was.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewezenverklaarde feiten kwalificeren als foltering en de misdrijven tegen de menselijkheid marteling, verkrachting en seksueel geweld van vergelijkbare ernst. Foltering en misdrijven tegen de menselijkheid behoren tot de ernstigste internationale misdrijven. Dit soort misdrijven vervult de internationale gemeenschap met grote zorg en mag niet onbestraft blijven. Het verbod op foltering is bovendien dwingend recht (jus cogens). Oftewel, het is een regel die als zo fundamenteel voor de internationale rechtsorde wordt beschouwd dat daar nooit, ook niet in noodsituaties, van mag worden afgeweken. Dit onderstreept de buitengewone ernst van dat feit. De ernst van de misdrijven wordt ook benadrukt door het strafmaximum voor deze feiten van een levenslange gevangenisstraf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank rekent het de verdachte zeer aan dat hij deze ernstige misdrijven over een lange periode heeft gepleegd. De verdachte heeft bij ieder slachtoffer opnieuw de keuze gemaakt om misdrijven van deze aard en ernst te plegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buitengewone ernst van de feiten is voorts gelegen in de omstandigheid dat deze zijn gepleegd ter uitvoering van het autoritaire beleid van het Syrische regime. Door als verhoorder te werken bij de NDF heeft de verdachte geholpen dit beleid in stand te houden. De rechtbank overweegt dat het niet anders kan dan dat de verdachte volledig instemde met dit beleid en het gevoerde regime.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe ingrijpend de gevolgen van de bewezenverklaarde feiten voor het persoonlijke leven van de slachtoffers is, blijkt uit hun op de terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaringen. De slachtoffers op indringende wijze verteld wat de bewezenverklaarde feiten met hen hebben gedaan en hoe deze feiten hen tot de dag van vandaag beïnvloeden en achtervolgen. Zo heeft een van de slachtoffers verklaard dat hij sinds zijn detentie nog altijd onder constante angst leeft. Hij heeft lang de straat niet op gedurfd, omdat hij bang was dat hij opnieuw gearresteerd, vastgezet en gemarteld zou worden. Een ander slachtoffer heeft verklaard dat hij pijnlijke en ondraaglijke herinneringen heeft aan hoe dicht hij bij de dood is geweest en aan de angst om zijn kinderen nooit meer te zien. Een volgend slachtoffer heeft gezegd dat het gebeurde diepe littekens op zijn leven heeft achtergelaten. Hij voelt nog steeds de loop van het pistool in zijn mond en hoort verdachtes opgewonden stem die hem vroeg: ruik je de geur van buskruit? Ik kan je leven nu beëindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte heeft de slachtoffers tijdens de zittingsdagen vele malen beledigd, zwartgemaakt en zich laatdunkend uitgelaten over hen, hun familie en hetgeen zij hebben verklaard. Hiermee heeft de verdachte wéér pijn veroorzaakt bij de slachtoffers. De rechtbank rekent de verdachte dit aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoon van de verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van de Pro Justitia-rapportage van het Pieter Baan Centrum van 19 maart 2025, opgesteld door psychiater E.M.J. van Dienst onder supervisie van psychiater M. Fluit en GZ-psycholoog T. ‘t Hoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het rapport van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC-rapport) volgt dat bij de verdachte geen sprake is van een psychiatrische stoornis in engere zin. Een persoonlijkheidsstoornis is volgens de deskundigen niet te onderbouwen, maar ook niet definitief uit te sluiten. De deskundigen hebben geobserveerd dat de verdachte op momenten een autoritaire en dwingende indruk maakt. Voorts kunnen de deskundigen zich niet aan het beeld onttrekken dat de verdachte in zijn presentatie soms geneigd is tot dramatiseren en het overdrijven van zijn emoties. Voorts valt het de deskundigen op dat de verdachte een overmatige focus heeft op zijn eigen persoon en sprake lijkt te zijn van een gebrek aan gemeende empathie met een zekere onverschilligheid voor de gevoelens van anderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafmaat en strafmodaliteit Andere Nederlandse strafzaken betreffende internationale misdrijven bieden slechts beperkt houvast voor het bepalen van de hoogte van de straf, omdat dergelijke zaken veelal zeer specifiek zijn en zich niet eenvoudig laten vergelijken. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard en uitzonderlijke ernst van de feiten en het strafmaximum, de bewezenverklaarde feiten slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf neemt de rechtbank in aanmerking dat bij elk slachtoffer sprake is van eendaadse samenloop tussen de bewezenverklaarde misdrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Redelijke termijn De rechtbank overweegt dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte om binnen een redelijke termijn te worden berecht is gewaarborgd. Als uitgangspunt heeft in zaken van preventief gehechte verdachten te gelden dat de behandeling op de terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen zestien maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De verdachte is op 8 december 2023 door de politie aangehouden. De rechtbank doet op 15 juni 2026, dus na meer dan dertig maanden, uitspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhavige zaak heeft betrekking op strafbare feiten die niet op Nederlands grondgebied hebben plaatsgevonden. Dat bemoeilijkt het opsporingsonderzoek. Het dossier bevat verder een groot aantal verklaringen van in het buitenland verblijvende getuigen die, mede op verzoek van de verdediging, zijn gehoord. Het opsporingsonderzoek is pas gedurende de inhoudelijke behandeling van de zaak afgerond. Gelet op de omvang en ingewikkeldheid van het onderzoek, de aard en uitzonderlijke ernst van de verdenkingen, is de rechtbank van oordeel dat de zaak zo voortvarend mogelijk is onderzocht en behandeld. Daardoor is sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat de redelijke termijn niet is overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie over de strafmaat Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van zesentwintig jaren passend en geboden is. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal hiervan worden afgetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.</p>\n<p class=\"lf-p\">10De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding: [slachtoffer 1] , voor een bedrag van € 35.000, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; [slachtoffer 2] , voor een bedrag van € 35.000, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; [slachtoffer 3] , voor een bedrag van € 35.000, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; [slachtoffer 4] , voor een bedrag van € 30.000, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; [slachtoffer 5] , voor een bedrag van € 30.000, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; [slachtoffer 6] ., voor een bedrag van € 35.000, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; [slachtoffer 7] , voor een bedrag van € 30.000, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; [slachtoffer 8] , voor een bedrag van € 35.000, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; [slachtoffer 9] ., voor een bedrag van € 35.000, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De benadeelde partijen vorderen de wettelijke rente vanaf het moment dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak heeft een schriftelijke ronde plaatsgevonden, waarin de procespartijen op voorhand standpunten hebben ingenomen over de vorderingen tot schadevergoeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepasselijk recht Op grond van artikel 3 en artikel 4, eerste lid, van de Rome II-verordening (Verordening EG, nr. 864/2007) moeten de vorderingen tot schadevergoeding, zo de rechtbank daar aan toekomt, inhoudelijk naar Syrisch materieel burgerlijk recht worden beoordeeld. Op de behandeling van de vorderingen binnen het onderhavige strafproces is het Nederlandse (proces)recht van toepassing.De ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in hun vorderingen tot schadevergoeding 10.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de verdediging De raadslieden van de verdachte hebben bepleit dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding. Daartoe hebben zij in de schriftelijke ronde op 8 december 2025 onder meer en kort gezegd aangevoerd dat destijds naar Syrisch recht sprake was van strafrechtelijke immuniteit voor onder andere het personeel van de Syrische veiligheidsdiensten wegens marteling en foltering in het kader van hun publieke taak. Daardoor is het naar Syrisch recht evenmin mogelijk kennis te nemen van de daarop gebaseerde ingediende civiele vorderingen tot schadevergoeding tegen de verdachte. Op de terechtzitting van 23 april 2026 hebben de raadslieden dit standpunt herhaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft in de schriftelijke ronde op 9 december 2025 aangevoerd dat Syrische wet- en regelgeving die de strafbaarheid van overheidsfunctionarissen voor de in deze zaak tenlastegelegde feiten uitsluit, in strijd is met het internationale recht en daardoor niet rechtsgeldig is. Uit het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing (VN-antifolterverdrag), waar Syrië sinds 2004 verdragspartij bij is, volgt immers dat partijen wetgeving moeten invoeren om foltering te voorkomen en strafbaar te stellen, dat geen enkele omstandigheid kan worden aangevoerd als rechtvaardiging voor foltering en dat iedere staat dient te waarborgen dat slachtoffers van foltering een rechtens afdwingbaar recht op schadevergoeding hebben. Ter terechtzitting van 22 april 2026 heeft de officier van justitie dit standpunt herhaald en daar aan toegevoegd dat dit ook geldt voor slachtoffers van andere internationale misdrijven. Erkenning van een immuniteitsregeling in het Syrische recht zou volgens de officier van justitie betekenen dat de Nederlandse rechtbank handelt in strijd met een fundamenteel beginsel van internationaal recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het standpunt van de advocaten van de benadeelde partijen De advocaten van de benadeelde partijen hebben in hun brief van 7 april 2026 en op de terechtzitting van 12 mei 2026 aangevoerd dat zelfs als het Syrische recht immuniteit bood aan een folteraar, dit gegeven in de onderhavige strafzaak zou afstuiten op de openbare orde-exceptie. Artikel 10:6 BW belet immers toepassing van een bepaling van buitenlands recht die kennelijk onverenigbaar is met onze openbare orde. Daarvan is sprake bij een beroep op immuniteit door een folteraar. Foltering en marteling zijn immers internationale misdrijven die ook in strijd zijn met het internationaal gewoonterecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oordeel van de rechtbank Immuniteit van jurisdictie Aan de orde is het leerstuk van immuniteit van jurisdictie. Dit houdt in dat de rechter van de ene staat niet bevoegd is te oordelen over het gedrag van een andere staat of een functionaris van die andere staat. In dat laatste geval gaat het om functionele immuniteit van jurisdictie. De vraag of een functionaris van een andere staat strafrechtelijk kan worden vervolgd voor bepaalde strafbare feiten staat los van de vraag of hij ook civielrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade (zie o.m. ECLI:NL:GHDHA:2021:2374, r.o. 3.17 tot en met 3.20). Bij het navolgende gaat het uitdrukkelijk niet om de vraag of de verdachte strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de aan hem verweten strafbare feiten. Die vraag heeft de rechtbank hierboven al bevestigend beantwoord onder r.o. 3. Het gaat alleen om de vraag of de verdachte daarnaast ook civielrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die de benadeelde partijen stellen te hebben geleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 25 augustus 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1132) over functionele immuniteit van jurisdictie in civiele zaken onder meer overwogen (r.o. 3.2 tot en met 3.6, inclusief verwijzingen) dat op grond van artikel 13a van de Wet algemene bepalingen (hierna: Wet AB) de rechtsmacht van de Nederlandse rechter wordt beperkt door de uitzonderingen in het volkenrecht erkend. Tot de bronnen van het volkenrecht behoort het internationaal gewoonterecht. Een regel van internationaal gewoonterecht bestaat als sprake is van een algemene statenpraktijk en van een daarmee overeenstemmende rechtsovertuiging. Uitgangspunt is dat een staat zelf immuniteit van jurisdictie geniet voor typische overheidshandelingen en dat die immuniteit zich ook uitstrekt tot functionarissen van die staat voor handelingen die zij hebben verricht in de uitoefening van hun publieke functie (zogeheten functionele immuniteit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar de huidige stand van het internationaal gewoonterecht geldt op het uitgangspunt van immuniteit van jurisdictie van een staat geen uitzondering op grond van de aard of de ernst van de aan die staat verweten gedragingen. Dat op dit punt sprake is van een regel van internationaal gewoonterecht is onder meer in 2012 vastgesteld door het Internationaal Gerechtshof in zijn uitspraak inzake Jurisdictional Immunities of the State, op basis van een analyse van rechtspraak van internationale en nationale gerechten en andere rechtsbronnen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) heeft in 2001 in zijn uitspraak in de zaak Al-Adsani/Verenigd Koninkrijk, eveneens op basis van internationale rechtsbronnen, in vergelijkbare zin geoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze rechtspraak ziet op de immuniteit van jurisdictie van de staat zelf. Dat het internationaal gewoonterecht in het kader van de functionele immuniteit van overheidsfunctionarissen evenmin een uitzondering op het uitgangspunt van immuniteit van jurisdictie aanvaardt op grond van de aard of de ernst van de hun verweten gedragingen, heeft het EHRM in 2014 beslist. Het EHRM heeft daarbij benadrukt dat moet worden voorkomen dat de immuniteit van jurisdictie van de staat zelf wordt omzeild door zijn functionarissen aan te spreken. Voorts heeft het EHRM geoordeeld dat (functionele) immuniteit van jurisdictie weliswaar een beperking vormt van het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter, maar dat die beperking geen schending van artikel 6 EVRM oplevert.</p></div>", "next": 239326}