{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu betoogd is dat de schade is geleden doordat de benadeelde partij niet kon werken. De benadeelde partij is echter te jong om te (mogen) werken en daarmee geld te verdienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 21] (zaak 11) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, nu het afwijkende gedrag van de benadeelde partij los van de beschrijving niet nader wordt onderbouwd. Van enig causaal verband tussen de gestelde afwijkende gedragingen van de benadeelde partij en het handelen van de verdachte is evenmin gebleken. De benadeelde partij moet in de proceskosten worden veroordeeld, welke op nihil kunnen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vorderingen [slachtoffer 11] (zaak 13), [slachtoffer 25] (zaak 18), [slachtoffer 34] (zaak 21), [slachtoffer 27] (zaak 23), [slachtoffer 28] (zaak 24) en [slachtoffer 29] (zaak 29) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet zijn onderbouwd met stukken waaruit blijkt dat er sprake is van een psychiatrisch erkend ziektebeeld dan wel een vorm van behandeling voor geestelijk letsel. De vorderingen moeten dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partijen in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld. In zaak 13 stelt de verdediging zich verder op het standpunt dat sprake is van voorliggende dan wel andere problematiek die geen verband houdt met het feit waarvan verdachte wordt verdacht. In zaak 18 stelt de verdediging zich verder op het standpunt dat de gedragsverandering bij de benadeelde partij al was opgetreden voor de tenlastegelegde periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 24] (zaak 17) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot een bedrag van € 2.500,- toewijsbaar is plus de materiële gevorderde schade. Er is immers geen sprake van aanranding, wel van kinderporno.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 13] (zaak 25) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Niet is bewezen dat de benadeelde partij een achterstand heeft opgelopen op school. Ook ontbreekt een causaal verband tussen de gestelde schoolachterstand van de benadeelde partij en de gedragingen van de verdachte. De vordering moet worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 14] (zaak 26) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partijen in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 15] (zaak 27) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat door de ouders van de benadeelde partij geen gedragsverandering is waargenomen. Dat het gebeuren de ouders kwaad maakt, ziet op anderen dan de benadeelde partij zelf. De vordering moet dan ook worden afgewezen met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 5] (zaak 30) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij vooral boos is dat de verdachte meer slachtoffers heeft gemaakt. Dit is geen grond voor schadevergoeding. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 16] (zaak 35) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat in de aangifte staat vermeld dat er niets aan de benadeelde partij wordt bemerkt. Het schoolverzuim heeft wellicht meer te maken met het pesten op school dan de onderliggende zaak. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 6] (zaak 38) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat in de aangifte te lezen is dat er geen gedragsverandering zou zijn, zodat onvoldoende gesteld en bewezen is dat er schade is opgetreden. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 32] (zaak 39) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij onvoldoende gesteld en bewezen heeft dat er schade is geleden als gevolg van gedragingen van de verdachte. In de aangifte is te lezen dat de benadeelde partij van school is gewisseld omdat die school beter zou passen bij de benadeelde partij. Dit heeft echter niets te maken met de onderliggende zaak. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering [slachtoffer 17] (zaak 40) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. In de aangifte staat dat het op school leuk is en er verder geen bijzonderheden zijn. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partijen in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld Concluderend meent de verdediging dat van de gevorderde schade slechts € 10.361,10 in totaal kan worden toegewezen met daarbij de spaarrente van de BEM-clausule als wettelijke rente. De verdediging verzoekt om geen gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.3 Het oordeel van de rechtbank Niet-ontvankelijk De rechtbank zal de benadeelde partijen [slachtoffer 7] (zaak 2) en [slachtoffer 33] (zaak 8) niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen, omdat in beide vorderingen geen schadebedrag is opgenomen. Wel zal de rechtbank ambtshalve in deze zaken een schadevergoedingsmaatregel opleggen voor een bedrag van respectievelijk € 4.000,- en € 5.000,- (zie hierna onder ‘schadevergoedingsmaatregel’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdigheid van de vorderingen Door de verdediging is aangevoerd dat de vorderingen die na 24 februari 2026 20:00 uur zijn ingediend niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, nu zij niet tijdig zijn ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wet kent geen termijnen voor indiening van een vordering van de benadeelde partij. Artikel 51g lid 3 Sv schrijft voor dat de voeging uiterlijk geschiedt voordat de officier van justitie met zijn requisitoir aanvangt. De rechtbank overweegt dat zij op de zitting van 22 januari 2026 regie heeft gevoerd en tijdens die zitting aan de advocaten van de benadeelde partijen verzocht heeft om voor 20 februari 2026 de vorderingen in te dienen. Daarmee is niet bedoeld dat de vorderingen die na deze datum zijn ingediend zonder meer tot niet-ontvankelijkheid zouden leiden. Weliswaar is sprake van een grote hoeveelheid vorderingen, maar deze zijn allemaal relatief eenvoudig van aard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat geldt ook voor de vorderingen die na 20 februari 2026 (waarvan enkele na 24 februari 2026 20:00 uur) zijn ingediend. Al deze vorderingen zien op hetzelfde dossier en dezelfde soort verdenkingen als waarop de vorderingen zijn gebaseerd die vóór 20 februari 2026 zijn ingediend, en zijn gering van omvang. De rechtbank is van oordeel dat deze vorderingen tijdig (genoeg) zijn ingediend en gelet op hun aard en omvang geen onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren die hun vordering na 24 februari 2026 hebben ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigen schuld/matiging Door de verdediging is aangevoerd dat de gevorderde bedragen gematigd moeten worden, omdat – zo begrijpt de rechtbank – het ouderlijk toezicht op de online activiteiten van de benadeelde partijen tekort is geschoten. Zo speelden meerdere benadeelde partijen het online spel GTA, terwijl zij daar te jong voor waren en het kinderslot is omzeild.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij. Of er nu wel of geen sprake is van een leeftijdsgrens bij een computerspel, het is in elk geval geen vrijbrief om in contact te komen met zeer jonge kinderen met als doel het plegen van seksuele handelingen zoals door de verdachte is gedaan. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor enige matiging op grond van enige vorm van eigen schuld van de slachtoffers of hun ouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materiële schade De vordering van [slachtoffer 24] (zaak 17) voor zover deze betrekking heeft op materiële schade, is namens benadeelde partij voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden als rechtstreeks gevolg van de bewezen verklaarde feiten 3 en 4 (dagvaarding I). De vordering tot vergoeding van deze kosten worden daarom toegewezen. Dit betreft € 386,10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het gevorderde bedrag van [slachtoffer 10] (zaak 12) is de rechtbank van oordeel dat deze vordering tot een bedrag van € 176,66 kan worden toegewezen. Dit deel van de vordering is namens benadeelde partij voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekomstige schade De rechtbank constateert dat [slachtoffer 10] (zaak 12), [slachtoffer 28] (zaak 24) en [slachtoffer 13] (zaak 25) materiële schade in de vorm van toekomstige schade hebben gevorderd. Die toekomstige schade is volgens de benadeelde partijen vooral gelegen in de mogelijk nog te maken medische kosten. Om tot een toewijzing van toekomstige schade te komen zal een benadeelde partij in algemene zin door voldoende onderbouwing de rechtbank in staat moeten stellen om in de afweging de goede en kwade kansen met betrekking tot het daadwerkelijk intreden van de toekomstige schade mee te nemen. De rechtbank is van oordeel dat die onderbouwing ontbreekt, zodat zij niet in staat is om die afweging te maken. De benadeelde partijen in de gelegenheid stellen die onderbouwing alsnog te geven levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partijen dan ook niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering voor zover deze ziet op toekomstige schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studievertraging [slachtoffer 3] (zaak 4) heeft een bedrag van € 17.500,- gevorderd als schade door opgelopen studievertraging. De rechtbank vindt dat de benadeelde partij deze schade onvoldoende heeft onderbouwd. De benadeelde partij in de gelegenheid stellen de vordering nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Zij zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze ziet op schade als gevolg van studievertraging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondslag van het smartengeld De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken dat aan alle benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vorderingen van de benadeelde partijen op deze laatste grondslag zijn gebaseerd. In beginsel zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat op dit uitgangspunt een uitzondering kan worden gemaakt, indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank overweegt dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partijen zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. Dit blijkt uit de schadeformulieren, de slachtofferverklaringen en de namens benadeelde partijen gegeven toelichting op hun vorderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogte bedrag smartengeld De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is welk bedrag passend is om toe te wijzen als vergoeding voor de geleden immateriële schade. De rechtbank realiseert zich terdege dat geen enkel toe te kennen bedrag de gevolgen voor de benadeelde partijen en hun naasten ongedaan maakt. De rechtbank is zich ook bewust van het feit dat de benadeelde partijen verschillen in onder andere leeftijd, achtergrond, ontwikkeling, en in wat de gevolgen van het handelen van de verdachte op dit moment zijn of in de toekomst kunnen zijn. Sommige benadeelde partijen hebben (vooralsnog) weinig gevolgen ondervonden, maar dat sluit niet uit dat zij in de toekomst mogelijk nog op ernstige wijze geconfronteerd worden met het verleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere benadeelde partijen ervaren op dit moment al ernstige gevolgen door het handelen van de verdachte, maar ontvangen al hulpverlening om hiermee om te leren gaan. Het is gelet hierop niet goed mogelijk om de situaties van de individuele benadeelde partijen en de door hen ervaren of mogelijk nog te ervaren gevolgen als uitgangspunt te nemen voor het vast te stellen bedrag aan smartengeld. Er zijn te veel differentiaties om weging – en daaraan het verbinden een geldbedrag – goed mogelijk maken. Daarom heeft de rechtbank er voor gekozen om met name uit te gaan van de aard en ernst van de normschending om tot de hoogte van het bedrag aan smartengeld te komen. Daarom is aansluiting gezocht bij andere min of meer vergelijkbare uitspraken in de jurisprudentie en is acht geslagen op de “Rotterdamse Schaal”, een ordening van smartengeldenbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het bijzonder heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij categorie 15.2 (ontucht met binnendringen) en categorie 15.3 (aanranding).</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt voorop dat geen rechtsregel belet om in een zaak als de onderhavige gebruik te maken van een indeling in categorieën. Leidend voor de indeling zijn de aard en de ernst van de gepleegde feiten. Ook hiervoor geldt dat er veel verschillen bestaan tussen de benadeelde partijen die zich lastig laten vangen in geldbedragen. Zo verschillen de hoeveelheid en aard van de gemaakte afbeeldingen, de type uitgevoerde seksuele handelingen en de periode waarin het contact met de verdachte plaatsvond. De mate waarin welk element zou moeten meewegen in de hoogte van de toegekende bedragen hangt ook af van de persoon van de benadeelde partij. Voor elk van de benadeelde partijen geldt dat er sprake is geweest van het vervaardigen en/of verspreiden van kinderpornografisch materiaal, zodat dit aspect dan ook geen nader onderscheid oplevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op al het voorgaande heeft de rechtbank twee categorieën vastgesteld. De rechtbank zal een bedrag aan smartengeld toewijzen van € 5.000,- voor de benadeelde partijen waarbij seksueel binnendringen is bewezenverklaard en een bedrag van € 4.000,- voor een bewezenverklaring voor het ontuchtig handelen zonder seksueel binnendringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot [slachtoffer 3] (zaak 4) en [slachtoffer 1] (zaak 4a) geldt dat de rechtbank een aanzienlijk hogere immateriële schadevergoeding zal opleggen dan in de andere zaken. De bewezenverklaarde handelingen houden onder meer in dat de verdachte de broer en zus heeft bewogen om met elkaar seksuele handelingen te verrichten, waaronder het binnendringen bij het zusje door de broer. De verdachte heeft daar ook opnames van gemaakt. Daarbij gaat het om hele jonge kinderen van toen zeven en elf jaar. Hoewel er niet bij [slachtoffer 3] (zaak 4) zelf binnengedrongen is, zijn de seksuele handelingen tussen hem en het zusje zodanig met elkaar verweven, dat de gevolgen daarvan door beide slachtoffers in gelijke mate gedragen worden. Hun band is mogelijk voor de rest van hun leven beschadigd. De rechtbank vindt dan ook voor beide benadeelde partijen een bedrag van € 10.000,- billijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot [slachtoffer 12] (zaak 14) kan de rechtbank geen hogere schadevergoeding opleggen dan wat gevorderd is, te weten € 3.500,-. Wel zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen voor een bedrag van € 4.000,- in deze zaak (zie hierna onder ‘schadevergoedingsmaatregel’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het voorgaande zullen de volgende bedragen voor immateriële schadevergoeding worden toegekend:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 10.000,- aan [slachtoffer 3] (zaak 4) en [slachtoffer 1] (zaak 4a);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 5.000,- aan [slachtoffer 4] (zaak 1), [slachtoffer 33] (zaak 8), [slachtoffer 2] (zaak 9), [slachtoffer 34] (zaak 21), [slachtoffer 5] (zaak 30) en [slachtoffer 6] (zaak 38);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 4.000,- aan [slachtoffer 8] (zaak 7), [slachtoffer 9] (zaak 10), [slachtoffer 21] (zaak 11), [slachtoffer 10] (zaak 12), [slachtoffer 11] (zaak 13), [slachtoffer 24] (zaak 17), [slachtoffer 25] (zaak 18), [slachtoffer 27] (zaak 23), [slachtoffer 28] (zaak 24), [slachtoffer 13] (zaak 25), [slachtoffer 14] (zaak 26), [slachtoffer 15] (zaak 27), [slachtoffer 29] (zaak 29), [slachtoffer 16] (zaak 35), [slachtoffer 32] (zaak 39) en [slachtoffer 17] (zaak 40);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 3.500,- aan [slachtoffer 12] (zaak 14).</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de benadeelde partijen hogere bedragen aan immateriële schade hebben gevorderd, verklaart de rechtbank dat deel van de vordering niet-ontvankelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wettelijke rente De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente voor de immateriële schade telkens bepalen op de laatste dag van de periode van het online seksueel contact met de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proceskosten Aangezien de vorderingen (gedeeltelijk) worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die is toegebracht. Ten aanzien van de (deels) toegewezen vorderingen zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel steeds opleggen ter hoogte van het toegewezen bedrag, met uitzondering van de vordering van [slachtoffer 12] (zaak 14). In zaak 14 zal de rechtbank ambtshalve de hoogte van het op te leggen bedrag in het kader van de schadevergoedingsmaatregel naar billijkheid vaststellen op het bedrag van € 4.000,-, een hoger bedrag dan gevorderd, zodat dit overeenkomt met de toegewezen bedragen van andere benadeelde partijen waarbij eveneens sprake is van ontuchtig handelen zonder seksueel binnendringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank merkt verder op dat zij ook bevoegd is tot het ambtshalve opleggen van de schadevergoedingsmaatregel als er geen sprake is van een (ontvankelijke) vordering, namelijk als zij van oordeel is dat de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Hoewel [slachtoffer 7] (zaak 2) en [slachtoffer 33] (zaak 8) niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering, staat volgens de rechtbank wel vast dat zij immateriële schade hebben geleden door het handelen van de verdachte. Bij zaak 2 was er sprake van ontuchtig handelen zonder seksueel binnendringen, zodat de rechtbank de verdachte de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen voor een bedrag van € 4.000,-. Bij zaak 8 was er sprake van ontuchtig handelen met seksueel binnendringen, zodat de rechtbank de verdachte de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen voor een bedrag van € 5.000,-, Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte en de omstandigheid dat de verdachte ten tijde van een deel van de gepleegde feiten minderjarig was, zal geen gijzeling worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">BEM-clausule De rechtbank zal voorts bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak door de verdachte te betalen schadevergoeding en rente daarover zullen worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partijen te openen spaarrekening met een zogenoemde BEM-clausule. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de benadeelde partijen nu zij allen nog minderjarig zijn. De benadeelde partijen en hun wettelijke vertegenwoordigers kunnen slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen beschikken tot het moment waarop de benadeelde partijen de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">9De inbeslaggenomen voorwerpen 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert voorts dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 5 en 6 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard en dat de onder 1, 2, 3 en 4 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om de laptop en de spelcomputers aan de verdachte terug te geven. De telefoons kunnen worden onttrokken aan het verkeer, dan wel verbeurd worden verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1, 2, 3 en 4 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 5 en 6 genummerde voorwerpen verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid. De verdachte heeft door middel van het spelen van games op deze spelcomputers het contact met de slachtoffers geïnstigeerd waarna hij op de andere in beslag genomen voorwerpen het contact heeft voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">10De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 38v, 38w, 38z, 57, 77b, 240b (oud), 244 (oud), 245 (oud), 247 (oud), 247 (nieuw), 248 (nieuw), 249 (nieuw), 250 (nieuw), 252 (nieuw) en 254 (nieuw) van het Wetboek van Strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">11De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en de bij dagvaarding II onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 4.6 bewezen is verklaard en kwalificeert dit als: ten aanzien van dagvaarding I (09-245788-24) feit 1: verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, meermalen gepleegd; feit 2: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd en verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, meermalen gepleegd; feit 3: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd en aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, meermalen gepleegd en aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, meermalen gepleegd; feit 4: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt en een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt; ten aanzien van dagvaarding II (09-030680-26) feit 1: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd; feit 2: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd; feit 3: een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar; straf en maatregelen veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren; beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege; legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen: zich te onthouden van direct of indirect, ook online, contact met:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 4] ( [geboortedatum 4] 2011) (zaak 1),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 7] ( [geboortedatum 7] 2012) (zaak 2),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 18] ( [geboortedatum 19] 2010) (zaak 3),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 3] ( [geboortedatum 8] 2013) (zaak 4),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 1] ( [geboortedatum 2] 2016) (zaak 4a),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 19] ( [geboortedatum 2] 2011) (zaak 5),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 20] ( [geboortedatum 20] 2011) (zaak 6),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 8] ( [geboortedatum 9] 2014) (zaak 7),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 33] ( [geboortedatum 32] 2013) (zaak 8),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 2] ( [geboortedatum 3] 2015) (zaak 9),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 9] ( [geboortedatum 10] 2013) (zaak 10),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 21] ( [geboortedatum 21] 2012) (zaak 11),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 10] ( [geboortedatum 11] 2014) (zaak 12),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 11] ( [geboortedatum 12] 2012) (zaak 13),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 12] ( [geboortedatum 13] 2014) (zaak 14),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 22] ( [geboortedatum 22] 2011) (zaak 15),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 23] ( [geboortedatum 23] 2010) (zaak 16),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 24] ( [geboortedatum 24] 2010) (zaak 17),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 25] ( [geboortedatum 16] 2010) (zaak 18),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 34] ( [geboortedatum 33] 2008) (zaak 21),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 26] ( [geboortedatum 25] 2010) (zaak 22),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 27] ( [geboortedatum 26] 2012) (zaak 23),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 28] ( [geboortedatum 27] 2010) (zaak 24),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 13] ( [geboortedatum 14] 2015) (zaak 25),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 14] ( [geboortedatum 15] 2013) (zaak 26),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 15] ( [geboortedatum 16] 2013) (zaak 27),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 29] ( [geboortedatum 28] 2011) (zaak 29),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 5] ( [geboortedatum 5] 2012) (zaak 30),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 30] ( [geboortedatum 29] 2009) (zaak 32),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 31] ( [geboortedatum 30] 2012) (zaak 34),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 16] ( [geboortedatum 17] 2012) (zaak 35),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 6] ( [geboortedatum 6] 2011) (zaak 38),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 32] ( [geboortedatum 31] 2011) (zaak 39) en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer 17] ( [geboortedatum 18] 2013) (zaak 40), met het bevel dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast; bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van één maand, met een totale duur van ten hoogste zes maanden; met het bevel dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is; legt aan de verdachte op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking; de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (zaak 1) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 mei 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 4] 2011) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</div>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] (zaak 2) verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (zaak 4) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 10.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 10.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 10.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 8] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (zaak 4a) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 10.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 10.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 10.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2016) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] (zaak 7) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 8] (geboren op [geboortedatum 9] 2014) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 33] (zaak 8) verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (zaak 9) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 4 oktober 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2015) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] (zaak 10) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 mei 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 9] (geboren op [geboortedatum 10] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 21] (zaak 11) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 21] (geboren op [geboortedatum 21] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] (zaak 12) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.176,66 en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.176,66, bestaande uit € 176,66 aan materiële schade en € 4.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 juli 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.176,66, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 10] (geboren op [geboortedatum 11] 2014) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] (zaak 13) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 11] (geboren op [geboortedatum 12] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] (zaak 14) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 3.500,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 3.500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000.-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 12] (geboren op [geboortedatum 13] 2014) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 24] (zaak 17) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.386,10 en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.386,10, bestaande uit € 386,10 aan materiële schade en € 4.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 juli 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.386,10, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 24] (geboren op [geboortedatum 24] 2010) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 25] (zaak 18) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 juni 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 25] (geboren op [geboortedatum 16] 2010) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 34] (zaak 21) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 september 2023 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 34] (geboren op [geboortedatum 33] 2008) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 27] (zaak 23) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 oktober 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 27] (geboren op [geboortedatum 26] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 28] (zaak 24) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 oktober 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf [geboortedatum 7] 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 28] (geboren op [geboortedatum 27] 2010) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] (zaak 25) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf [geboortedatum 20] 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf [geboortedatum 20] 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 13] (geboren op [geboortedatum 14] 2015) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14] (zaak 26) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 4 september 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 14] (geboren op [geboortedatum 15] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] (zaak 27) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 15] (geboren op [geboortedatum 16] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 29] (zaak 29) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 29] (geboren op [geboortedatum 28] 2011) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] (zaak 30) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 april 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 5] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16] (zaak 35) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 april 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 april 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 16] (geboren op [geboortedatum 17] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] (zaak 38) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 6] 2011) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 32] (zaak 39) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 september 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 32] (geboren op [geboortedatum 31] 2011) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 17] (zaak 40) wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 juli 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 17] (geboren op [geboortedatum 18] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule; de inbeslaggenomen goederen beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart onttrokken aan het verkeer:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>STK Telefoonautomaat (Omschrijving: 2024220692-G3181576, Zwart, merk: Samsung) 2. 1 STK Computer (Omschrijving: 2024220692-G3181579, Zwart, merk: Dell) 3. 1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: 2024390338-G3244588, Zwart, merk: Samsung) 4. 1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: 2024390338-G3247428, Grijs, merk: Samsung);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart verbeurd:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>1 STK Spelcomputer (Omschrijving: 2024220692-G3181581, Sony);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>1 STK Spelcomputer (Omschrijving: 2024390338-G3244603, Wit, merk: Sony).</div>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door: mr. S. van der Harg, kinderrechter, voorzitter, mr. A.M.A. Keulen, rechter, en mr. T.E.F. Reijnders, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 maart 2026.</p></div>", "next": 0}