{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Waarop [verdachte] antwoordt: “nee mensen gaan je vragen” (…) “stuur foto”, “stuur prijs” (…) “alleen die tekstje gooi je” (…) “en soms gooi ik kort filmpje”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 8 en 9 mei 2020 plaatst ‘ [medeverdachte 1] ’ ([medeverdachte 1]), na in opdracht van ‘ [accountnaam 2] ’ ([verdachte]) lid te zijn geworden van een Telegram groep, een advertentie in die groep, waarin 31 contactpersonen zitten, onder wie ‘ [accountnaam 2] ’ ( [verdachte] ). De advertentie luidt: “€€€Nep geld te koop!!! 20€ / 50€ / 500€ afhalen kan in denbosch en [plaats 2] versturen kan ook grote voorraad Beste kwaliteit van telegram Professioneel gemaakt Wij verkopen perfecte kwaliteit voor goeie prijs serieuze kopers laat weten vraag voor fotos in persoonlijk bericht €€€ Nep Geld te koop!!!”</p>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde Telegram groep plaatst [medeverdachte 1] op 3 en 4 juli 2020 een advertentie die luidt: “€€€€€€ Mensen ik heb nieuwe aanbieding Nepe 10jes watermerk zit erin. streep in de midden zit er in. kleuren komen over heen met de echt voor meer info stuur me privé bricht €€€€€€”. [medeverdachte 1] ontvangt op 7 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘ [naam 8] ’ over het kopen van vals geld. [medeverdachte 1] geeft hier nadere informatie over en stuurt foto’s. Hij laat hem weten: “kleur is beste van telegram En beste wat verkocht woord zijn deze (stuurt foto’s) Het gaat door geld machine heen Laat maar weten als je geïnteresseerd bent”. [medeverdachte 1] ontvangt op 8 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘ [accountnaam 28] ’ over het kopen van vals geld. [medeverdachte 1] geeft nadere informatie over de prijzen en stuurt foto's en een video.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de periode van 3 tot en met 29 juli 2020 krijgt [medeverdachte 1] in totaal 91 privé Telegram berichten over het kopen van vals geld. [medeverdachte 1] reageert op al deze berichten en beantwoordt de vragen over prijzen, echtheid en stuurt daarnaast foto’s en video’s van het valse geld. [medeverdachte 1] heeft advertenties met betrekking tot de verkoop van vals geld in mei en juli 2020 in vijf Telegram groepen gepost, waaronder ‘ [telegram groep 3] ’ en ‘ [telegram groep 4] ’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit een afbeelding van 13 mei 2020 blijkt van het volgende via Wickr gevoerde gesprek tussen ‘ [accountnaam 18] ’ ([medeverdachte 1]) en ‘ [accountnaam 13] ’ ([verdachte]): [medeverdachte 1] : “ Het is verzonden Deze is zonder track Moest aleen post zegel op” [verdachte] : “bro moest met track en trace man en Excel en wat heb je van neger” [medeverdachte 1] : “450 van 20jes En 600 van 50jes En die man zij tegen mij dit woord niey verzonden met track en trace”</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 26 april 2020 deelt ‘ [accountnaam 2] ’ ([verdachte]) met ‘ [accountnaam 21] ’ ([medeverdachte 3]) een lijst met daarop prijzen van valse biljetten. Ook deelt [verdachte] onder meer videofragmenten die zijn opgenomen in zijn woning. Het zijn promotievideo’s waarop onder meer biljetten van 20 en 500 euro te zien zijn, met de handelsnaam ‘ [accountnaam 2] ’. Na het delen van de juiste prijslijst vraagt [medeverdachte 3] : “Kan je mij in de groepen gooien dn” en “wanneer ga je gooien bro”. Op 6 mei 2020 bericht [medeverdachte 3] aan [verdachte] : “Ik sprak iemandhij zegt ik ben ook klant van [accountnaam 2] ofs ma ik wil weten of zo is kan ook bullshit zijn”. [verdachte] antwoordt: “Kweetnie man ff kijke (…) je kan gwn zeggen we werken samen toch (…) [telegram groep 3] ”. [medeverdachte 3] antwoordt: “dat heb ik gedaan”. [verdachte] : ”Darkweb.nl, [telegram groep 7] , [telegram groep 4] , Handelzaken.nl”.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verbalisant merkt op dat uit onderzoek van de Apple iPhone 8 Plus van [medeverdachte 3] uit meerdere telegramgroepen blijkt dat ' [accountnaam 21] ID [ID-nummer 3] ’ de volgende verkoopadvertentie met betrekking tot het valse geld gepost heeft: “ Neppe biljetten in de aanbieding 500€ . (Gaat door machine) 50€ . Super kwaliteit €20 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor prijzen en meer info pb Afhaal  Opsturen ”</p>\n<p class=\"lf-p\">In een Telegram groep die opgeslagen is in de iPhone 7 van [verdachte] is deze door [medeverdachte 3] geposte advertentie te zien. [medeverdachte 3] heeft deze advertentie op 10 mei 2020 gepost in de Telegramgroepen ‘ [telegram groep 4] ’ en ‘ [telegram groep 5] ’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de doorzoeking zijn op diverse plaatsen in de woning van [medeverdachte 3] en in de berging bij die woning in totaal vijftien bewijzen van aangetekende verzending via PostNL aangetroffen. Op die verzendbewijzen staan het gewicht van het poststuk, de postcode, het land van bestemming, de datum en tijd van verzending en het tarief. Het gaat om de landen Frankrijk, Duitsland, Zweden, Australië, Verenigde Staten en Malediven. De verzendbewijzen beslaan een periode van 27 februari 2020 tot en met 6 juni 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook zijn 21 Western Union ontvangstbewijzen aangetroffen die een periode beslaan van 3 februari 2020 tot en met 2 juni 2020. Als ontvanger staat steeds [medeverdachte 3] vermeld en de afzenders zijn allen woonachtig in de Verenigde Staten. De betaalde bedragen liggen tussen de 100 en 240 dollar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder zijn er twee ‘formulieren van ontvangst’ van ‘MoneyGram’ in beslag genomen. [medeverdachte 3] is de ontvanger, op 11 februari 2020, van twee betalingen van € 110,73 vanuit de Verenigde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de berging zijn in een tas onder andere vals geld, een dubbele wenskaart en enveloppen aangetroffen. Sommige enveloppen waren voorzien van een naam en een adres en een handgeschreven notitie. De adressen waren onder andere in België en Italië.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit een gemaakte afbeelding blijkt van het volgende tussen ‘ [accountnaam 2] ’ ([verdachte]) en ‘ [accountnaam 19] ’ ([medeverdachte 2]) via Wickr gevoerde gesprek: [verdachte] : “Ja morgen. Mag je helpen verkopen of nu in telegram groepen ” [medeverdachte 2] : “Wat jij wil bro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik sta klaar man .” [verdachte] : “Is gewoon copy paste.” [medeverdachte 2] : “Waar je nodig heb” [verdachte] : (stuurt een advertentietekst) “ Dit doe ik de hele dag .</p>\n<p class=\"lf-p\">Maar ik weinig tijd . Maar vertel niemand over die groepen ai. https://t.me/markthand3” [medeverdachte 2] : “(…) Ma bro om de hoeveel uur doeje plakke” [verdachte] : “Ligt eraan. https://t.me/ [telegram groep 6] kwartier half uur soms hele dag niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe meer je doet hoe meer mensen je vrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maar als je elke minuut doet blokken ze je Maar bro overleg met me” [medeverdachte 2] : “ Kzal wel regelmatig je post in die groeps appe gooie ” (…) Ja zal wel kopierenen plakke x per dag fzo of 2x per dag” [verdachte] :</p>\n<p class=\"lf-p\">30 april 2020: “ai ik zal vaker doen” [verdachte] deelt een videofragment met [medeverdachte 2] , waarop een biljet van 50 dollar te zien is met het serienummer MF60511758B. Een hoeveelheid biljetten van 50 dollar met dit serienummer is aangetroffen bij de doorzoekingen in de woningen van [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de Samsung Galaxy Note 20 van [medeverdachte 2] zijn screenshots van advertentieteksten aangetroffen. De tekst luidt: “nepgeld te koop twee verschillende kwaliteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/50/500euro afhaal denbosch of [plaats 2] altijd grote voorraad geen minimale afname vraag foto/video pb me”</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook is een screenshot van een lijst met prijzen van valse biljetten aangetroffen. ‘ [accountnaam 19] ’ ( [medeverdachte 2] ) heeft de advertentie/prijslijst op 1, 2 en 3 mei 2020 gepost op de Telegram groep [telegram groep 6]. Op de meegestuurde videofragmenten is het handelsmerk ‘ [accountnaam 2] ’ zichtbaar tussen biljetten van 500 euro. De videofragmenten zijn opgenomen in de woning van [verdachte] . Een soortgelijk videofragment is aangetroffen in de iPhone 7 van [verdachte] , gemaakt op 28 april 2020 met dezelfde muziek “Money, Money”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals hiervóór al is vermeld voeren ‘ [accountnaam 2] ’ ([verdachte]) en ‘ [accountnaam 19] ’ ([medeverdachte 2]) op 2 mei 2020 via Telegram een gesprek waarin [medeverdachte 2] zegt:“Ik heb net die briefjes verkocht Voor 750”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt van het volgende tussen ‘ [accountnaam 2] ’ ([verdachte]) en ‘ [accountnaam 19] ’ ([medeverdachte 2]) via Wickr gevoerde gesprek: [verdachte] : “ Miss hij pakt 80stuks voor 300€ ” (…) [medeverdachte 2] : “Heb opgehaald net 100 stuks” [verdachte] : “Oke dus 150 heb je 4 per stuk kost” [medeverdachte 2] :“Kost ons 4 euro Net zei je 2” [verdachte] : “Nee hem kost 4 ps (…) Die goekope kan voor 3.25” [medeverdachte 2] : “Hoeveel zijn die lelijke” [verdachte] : “Die lelijke laat hem maar kiezen (…) Want hij wil er 200 of 300” (…) [medeverdachte 2] : “Hij wil 50 en miss 30 nog van die minder goeie” [verdachte] : “Klopt of 80 goeie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laat hem maar kieze. Goeie is gewoon 4 ” [medeverdachte 2] : “Ja kgeef mee aan b100” [verdachte] : “Mindere 3.25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hou ook ff lijstje bij van verkoop Dan kunnen we ffuitrekenen wat ik van jou krijg of jij van mij ” [medeverdachte 2] : “Oke oke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ikga vanmaf dese verkoop bij houde ”</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 13] ’ ([verdachte]) via Wickr aan ‘ [accountnaam 20] ’ ([medeverdachte 2]) vraagt: “hoeveel heeft die gast er gekocht”. Waarop [medeverdachte 2] antwoordt: “80 voor 300 En kheb er 20 verkocht voor 90 Is normale prijs?” [verdachte] : “jaman”</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 20] ’ ([medeverdachte 2]) aan ‘ [accountnaam 13] ’ ([verdachte]) bericht: “Die kwaliteit van die 50jes was drama man Echt drama Scheef gesneden niet recht alles Waden echt veel.slecht Ik zij tege die gozer doe ma weg voor 3,50 Want ze woude niet”</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierop vraagt [verdachte] : “huh heb je verkocht voor 3.5?”</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit een afbeelding van 24 juli 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 20] ’ ([medeverdachte 2]) via Wickr (‘ [accountnaam 2] @protonmail.com’) aan ene (onbekend gebleven) ‘ [accountnaam 29] ’ laat weten: “100/200 We dont have yet” en “I can suply you with 20 50 500”. [accountnaam 29] wil “100x20” en “100x50”, waarop [medeverdachte 2] vraagt: “Dont you want the 500”. [accountnaam 29] laat weten: “Okay i driving morning 13uhr to [plaats 2] ” en later: “Im here bro, Beginn with K, German car, BMW”. Ook ‘ [accountnaam 15] ’ ([verdachte]) neemt deel aan dit gesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 25 juli 2020 vraagt ‘ [accountnaam 15] ’ ([verdachte]) aan ‘ [accountnaam 20] ’ ([medeverdachte 2]) via Wickr (‘ [accountnaam 2] @protonmail.com’): “hi [accountnaam 20] this client (rechtbank: [accountnaam 30] ) want to order 14x500 2310 euro can you make a appointment with him” [medeverdachte 2] : “Yes”</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.3.2 Tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse bankbiljetten Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voormelde bewijsmiddelen het volgende worden opgemaakt. [verdachte] heeft (in ieder geval) op 2 februari 2020 een aanvang gemaakt met de verkoop van vóór die datum al nagemaakte biljetten. Vanaf 4 februari 2020 heeft hij valse biljetten verkocht via (in ieder geval) ‘Empire Market’. Gaandeweg heeft hij [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ingeschakeld bij het aanbieden, versturen of in persoon afleveren van valse biljetten. [medeverdachte 3] heeft vanaf 3 februari 2020 valse biljetten naar het buitenland verstuurd. Aangenomen mag worden dat personen in de Verenigde Staten via Western Union betalingen hebben verricht voor ontvangen valse biljetten. [medeverdachte 4] heeft valse biljetten in wenskaarten verstuurd, ook naar het buitenland, en heeft in Nederland valse biljetten aan derden afgegeven, onder meer 25 valse biljetten van 500 euro op 30 april 2020. Eerder al, op 29 februari 2020, beschikte hij over een vals biljet van 500 euro. Hij verkreeg de valse biljetten van anderen, onder wie [medeverdachte 1] . Hij telde de biljetten en, zoals hiervóór al is vastgesteld, controleerde hij ze op juiste afmetingen en kwaliteit. Met [verdachte] vond hierover nauw overleg plaats. Voor het in orders opnemen van gratis biljetten had [medeverdachte 4] de instemming van [verdachte] nodig. Voorts heeft [medeverdachte 4] promotiefilmpjes van vals geld gemaakt in zijn woning en aan [verdachte] verzonden. [medeverdachte 2] heeft (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 valse biljetten (“50jes”) verkocht en heeft over aantallen en prijzen nauw contact gehouden met [verdachte] . Hij geeft voorts aan [verdachte] te kennen dat hij vanaf deze datum de verkoop gaat bijhouden. [medeverdachte 2] beschikte dus (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 over valse biljetten. [medeverdachte 1] heeft op 13 mei 2020 een poststuk verzonden, bevattende valse biljetten, zo kan genoegzaam uit de context van de chat van die datum worden afgeleid. [verdachte] heeft hem terecht gewezen, omdat [medeverdachte 1] heeft verzuimd de biljetten met ‘track &amp; trace’ te verzenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In april 2020 is [verdachte] gestart met het aanbieden van valse biljetten in diverse Telegram groepen. Ook [medeverdachte 1] is hiermee gestart vanaf 7 mei 2020. Die maand al, maar vooral in juli 2020, heeft hij in reactie op door hem geplaatste advertenties vragen ontvangen over de valse biljetten en deze beantwoord. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben in mei 2020 gelijksoortige advertenties geplaatst. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn op aangeven van [verdachte] gestart met het plaatsen van de advertenties; [verdachte] “deed dit de hele dag, maar had weinig tijd” en had daarom hulp nodig van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . Hij heeft de advertentieteksten en foto’s en video’s van valse biljetten aangeleverd en verteld op welke Telegramgroepen en hoe vaak de advertenties geplaatst (“gegooid”) moesten worden. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben vervolgens de advertenties geplaatst op Telegramgroepen waarin [verdachte] ook zelf advertenties plaatste. Aangenomen mag worden dat deze advertenties tot daadwerkelijke verkoop van valse biljetten hebben geleid. Dat past ook onder meer bij wat [verdachte] op 2 mei 2020 aan [medeverdachte 2] laat weten: “We moeten meer maken bro (…) ik heb veel klanten”. En op 29 juli 2020 wil [verdachte] “volgas” gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.4 Conclusie De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.4.1 Feit 1 Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 100 euro, 50 euro, 20 euro en 10 euro en van 20 dollar en 50 dollar, heeft nagemaakt, met het oogmerk om die biljetten als echt en onvervalst te doen uitgeven. Wat betreft het oogmerk verwijst de rechtbank naar wat zij hiervóór heeft overwogen in de tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse biljetten. [verdachte] heeft zich niet alleen bezig gehouden met het namaken van bankbiljetten, maar ook met het aanbieden, afleveren en versturen daarvan. Reeds daaruit blijkt onmiskenbaar dat het zijn bedoeling was de nagemaakte bankbiljetten in omloop te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.4.2 Feit 2 Wettig en overtuigend kan worden bewezen worden dat [verdachte] in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 500 euro en 100 euro en 50 euro en 20 euro en 10 euro en bankbiljetten van 20 dollar en 50 dollar zich heeft verschaft en in voorraad heeft gehad. Daarnaast heeft hij deze biljetten samen met een ander of anderen, vervoerd, ingevoerd (vanuit België over de Nederlandse grens) en doorgevoerd. Ook heeft hij de biljetten alleen dan wel samen met een ander of anderen uitgevoerd (naar andere landen dan Nederland). Hieruit blijkt onmiskenbaar dat het zijn bedoeling was (oftewel: dat hij het oogmerk had) om de bankbiljetten die hij zich heeft verschaft en in voorraad heeft gehad in omloop te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.4.3 Feit 3 Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] op 30 juli 2020 opzettelijk de ten laste gelegde goederen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd waren voor het namaken van bankbiljetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3.5.4.4 Het medeplegen Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen en de daaruit door de rechtbank getrokken tussenconclusies dat vanaf 29 februari 2020 sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] en later ook tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij het namaken van bankbiljetten (feit 1), alsook bij de in feit 2 ten laste gelegde handelingen ( [medeverdachte 3] : vanaf 3 februari 2020). [verdachte] heeft in het gehele proces van het namaken van bankbiljetten, de aanschaf van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse biljetten een leidende en aansturende (en daarmee zonder meer significante) rol vervuld. Het medeplegen kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook het in feit 2 ten laste gelegde onderdeel, betrekking hebbende op het namaken van de bankbiljetten en de bekendheid met de valsheid daarvan ten tijde van de ontvangst, kan wettig en overtuigend bewezen worden. [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hebben de bankbiljetten die [verdachte] (samen met hen) in zijn bezit heeft gehad zelf nagemaakt en zij waren ten tijde van de verkrijging van die bankbiljetten bekend met de valsheid daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder acht de rechtbank in dit verband nog het volgende van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verricht werk en gemaakte kosten nauwgezet werden bijgehouden. De rechtbank wijst op de in de Samsung S9 van [medeverdachte 1] aangetroffen notitie (“Zelf gewerkt, 100 x 50jes geknipt, 310 x 20jes dollars geprint, 200 x 50jes geprint, Kosten gemaakt 85 euro”), kennelijk gemaakt om deze informatie met [verdachte] te delen. Op 3 mei 2020 laat [medeverdachte 2] aan [verdachte] weten dat hij vanaf dan “de verkoop” gaat bijhouden, en op 6 juli 2020 vraagt hij aan [verdachte] “of hij snijden moet rekenen”, waarop [verdachte] hem een berekening stuurt, waarin een bedrag van € 9.625,00 wordt genoemd aan voor rekening van [verdachte] komende inkoopkosten en een vergoeding voor [medeverdachte 2] van € 600,00 voor het printen van valse bankbiljetten. Dit komt overeen met wat in de chat tussen [verdachte] en ‘ [accountnaam 25] ’ wordt gewisseld, erop neerkomende dat [verdachte] de kosten dekte en dat tegenover ‘werk’ een vergoeding stond, namelijk 0,15 eurocent per geprint A4 vel met afdrukken van valse biljetten en 0,70 eurocent per uitgesneden biljet met een daarop geplakt hologram. Ook spreken [verdachte] en [medeverdachte 2] op 2 mei en 6 juli 2020 met elkaar over de verdeling van de winst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder valt op een afbeelding van 20 mei 2020, waaruit blijkt dat ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ) via Wickr tegen ‘ [accountnaam 20] ’ ( [medeverdachte 2] ) zegt: “bro [medeverdachte 1] (rechtbank: [medeverdachte 1] ) zegt dat jij zegt dat er een onderzoek naar ons nepgeld is gestart.”Ook valt op het via Telegram op 26 april 2020 gevoerde gesprek, waarin [verdachte] tegen [medeverdachte 3] zegt dat hij kan zeggen “we werken samen toch”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien heeft de rechtbank hiervóór al overwogen, ten aanzien van de aankoop van benodigdheden, dat uit de bewijsmiddelen blijkt van een gang van zaken die een grote mate van onderlinge afstemming tussen [verdachte] en de vier anderen vergde. Dat geldt (wat betreft [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] ) ook voor het namaken van de bankbiljetten en (wat betreft allen) voor de verkoop daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier wordt voorts herhaald dat op alle zoeklocaties valse biljetten zijn aangetroffen met overeenkomende serienummers. Het behoeft geen betoog dat dat zich alleen laat verklaren doordat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] (waarschijnlijk in wisselende samenstellingen) hebben samengewerkt. [verdachte] onderhield contact met alle vier de anderen en het beeld dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt laat er tot slot geen twijfel over bestaan dat hij, zoals gezegd, een leidende en aansturende rol vervulde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank concludeert dat het in de feiten 1 en 2 ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen kan worden. Van het in feit 3 ten laste gelegde medeplegen zal de rechtbank [verdachte] vrijspreken. [verdachte] liet door hem bestelde goederen, benodigd voor het namaken van valse biljetten, ook wel rechtstreeks op zijn adres bezorgen, en het procesdossier biedt geen aanknopingspunten om aan te nemen dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] enige zeggenschap hadden over de goederen die [verdachte] op 30 juli 2020 in bezit had.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Feiten 4 tot en met 9 (onderzoeken Lega en Reseda) 7.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de onder 4 tot en met 9 ten laste gelegde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2 Standpunt van de verdediging Ten aanzien van het onder 4 tot en met 9 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte de feiten heeft gepleegd, omdat alle oplichtingshandelingen door anderen zijn vervuld. Verder heeft de raadsman bepleit dat de bedrijven, die aangifte hebben gedaan van oplichting, hun eigen verantwoordelijkheid in het handelsverkeer volledig hebben verzaakt. Zij hebben orders van tienduizenden euro's geplaatst op basis van uittreksels van de Kamer van Koophandel of nieuw aangemaakt e-mailadressen zonder de minste verificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3 Beoordeling door de rechtbank 7.3.1 Inleidende overwegingen 7.3.1.1 De modus operandi De ten laste gelegde feiten, als besproken in de dossiers van de onderzoeken Lega en Reseda, zien op een zestal bedrijven dat, zoals hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen zal blijken, is opgelicht. Die oplichting bestond er in vier gevallen uit dat goederen gekocht werden zonder daarvoor te betalen. In twee gevallen ging het om een verkoop van goederen waarbij levering uitbleef. De onderzoeken zijn gestart nadat op 28 juni 2019 in een loods aan de [adres 8] in [plaats 2] na een inbraakmelding een zeer grote hoeveelheid elektronische goederen werd aangetroffen, onder meer harddisks van Toshiba, verschillende typen JBL geluidsboxen en tandenborstels van Oral-B. De geluidsboxen en tandenborstels zijn deels van een gelijk merk en type als ten aanzien waarvan aangifte is gedaan. Ten aanzien van de aangetroffen harddisks is steekproefsgewijs vastgesteld dat de serienummers overeenkomen met een door aangever [bedrijf 5] aangeleverd Excel-bestand met serienummers van hun producten. Het adres van de loods werd nooit vermeld in correspondentie met de bedrijven, zoals hierna zal blijken. De loods lijkt dan ook te zijn gebruikt als geheime ruimte voor de opslag van door opgelichte bedrijven geleverde goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de oplichtingen werd een vaste ‘modus operandi’ gevolgd die, kort gezegd, neerkwam op het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">Na het opvragen van gegevens van een kredietwaardig bedrijf bij de Kamer van Koophandel (KvK), werd bij de KvK een bedrijf ingeschreven (het zogenaamde ‘imitatiebedrijf’) met een naam gelijkend op die van het kredietwaardige bedrijf (het bedrijf wiens naam door de verdachten werd misbruikt) en werd een bankrekening geopend. Ook werd een website aangemaakt voor het imitatiebedrijf en werd in de correspondentie met het opgelichte bedrijf gebruik gemaakt van briefpapier met daarop vermeld het e-mailadres, het telefoonnummer, het bankrekeningnummer en het BTW-nummer van het imitatiebedrijf. Ten behoeve van de levering van goederen door het opgelichte bedrijf werd verder een pand geregeld dat werd voorzien van het logo van het imitatiebedrijf. Het imitatiebedrijf sloot vervolgens een overeenkomst met het opgelichte bedrijf waarin óf goederen te koop werden aangeboden aan dit bedrijf, eventueel onder toezending van een foto van gereedstaande goederen, óf goederen werden gekocht van dit bedrijf, na eerst een ‘goodwill’-aankoop te hebben gedaan en betaald. In het geval van verkoop van goederen, werden na betaling door het opgelichte bedrijf de goederen niet geleverd. In het geval van aankoop van goederen, werden de goederen van de op de goodwill-aankoop volgende levering door het opgelichte bedrijf niet betaald. Na afronding was het imititatiebedrijf niet meer te benaderen door het opgelichte bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.1.2 Bespreking verweer nalatigheid opgelichte bedrijven In reactie op het verweer van de verdediging dat de betrokken bedrijven hun eigen verantwoordelijkheid in het handelsverkeer volledig hebben verzaakt, overweegt de rechtbank in dit verband reeds als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank begrijpt het verweer zo dat de betrokken bedrijven door de gang van zaken, zoals die uit de bewijsmiddelen blijkt, niet zijn bewogen tot afgifte dan wel betaling en dat daarom van oplichtingen geen sprake is. De rechtbank verwerpt dat verweer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oplichting in de zin van artikel 326 Sr is niet aan de orde wanneer het slachtoffer – gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder diens eigen gedragingen en kennis van zaken – de onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien. In de bewezenverklaarde feiten 4 tot en met 9 doet zich die situatie niet voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de betrokken bedrijven is, zoals hierna zal blijken, door meerdere oplichtingsmiddelen de schijn gewekt dat zij van doen hadden met betrouwbare tegenpartijen. Zij hebben op basis van de informatie die door de veronderstelde bonafide handelspartner zijn verstrekt controles verricht en daarna pas gehandeld. Dat de bedrijven in de gegeven omstandigheden niet een nog indringender onderzoek hebben gedaan naar de identiteit, kredietwaardigheid en betrouwbaarheid van de partij met wie zij daadwerkelijk van doen hadden, kan de bedrijven niet worden verweten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.1.3 Betrokkenheid verdachten (inleidend) [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn in beeld gekomen in het onderzoek naar de personen die bij de bedrijfsoplichtingen betrokken waren. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op geen enkele wijze betrokken is geweest bij de oplichtingen. Opvallend is echter het volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het procesdossier bevat een geluidsopname van een gesprek dat op 20 maart 2019 is gevoerd tussen twee personen. De stem van de ene persoon is van [naam 9] (hierna: [naam 9] ). Ambtenaren van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst hebben de stem van de andere persoon herkend als de stem van [verdachte] (hierna: [verdachte] ). Het gesprek verloopt op enig moment als volgt: “ (…) [naam 9] : ja maar dan zeg ik die andere hal zeg maar, waar ik dus die betaling nog niet voor heb gedaan, die zeggen we nu tabee vanuit Emmeloord, zeg maar? [verdachte] : ja. [naam 9] : ok is goed. Dan trek ik die sim-kaart eruit en is dat in ieder geval geregeld. [verdachte] : ja [naam 9] : ehm dan moetje wel zo spoedig mogelijk een nieuwe hal hebben voor spullen he? [verdachte] : dat zou wel fijn zijn, maar dan het liefst wel iets met een roldeur ofzo? Iets zodat het wel een beetje op een logistiek gebeuren lijkt. [naam 9] : dat is goed, dat is prima. Dus gewoon zeg maar een pand met roldeur moetje hebben he? Volgens mij heb ik daar al een van hoor en eeh [verdachte] : Iets met een magazijntje in ieder geval. Het mag ook wel half magazijn, half kantoor zijn. Dat als er wat pallets komen, dat we het dan kwijt kunnen daar. [naam 9] : ja voor het einde van de maand heb je daar de sleutel van. Dat beloof ik. (…) [naam 9] : Nee, ehm eventjes omtrent de hal zeg maar van hier. Daar heb ik die [bedrijf 20] heb ik daar van. Wil je die nog wel gebruiken of wil je een andere erop zetten? [verdachte] : Daar mag wel een andere op. [naam 9] : Ok. Heb jij daar huh ... [verdachte] : Die Sell die ga ik wel.... [naam 9] : Want als je met Sell ..ik moet nog effe het contract maken snap je, dus ik heb er al een gemaakt op Sell, maar als jij zegt: Er moet een andere komen dan leg ik die bij die onderhuurder neer weet je wel (…) [naam 9] : Ok. Dat ik bij die onderhuurder een ander contract moet neerleggen als het niet [bedrijf 20] wordt. Heb jij daar.. Kun jij me daar een dinge van sturen? Een kvk? [verdachte] : Ehm. Kunnen we er niet eentje van de site afhalen? Van Kamer van Koophandel toevallig? [naam 9] : Jawel. Kan ik wel voor je doen. Alleen dan zit ik alleen te kijken hoe we die transactie ... Het mooiste is natuurlijk want die transactie kan gewoon elke maand gewoon contant, dus dat is het probleem ook niet. Alleen ehm, ik wil dat eh zeg maar mijn hoofdhuurder niet al te veel problemen krijgt als het wel is. Dat moet wel een beetje zo. Dan moet ik hem helemaal aan gaan passen en met telefoonnummers die dan kloppen en dat soort dingen dat het dan een aangepaste kvk is. Dan moet ik het zelf gaan regelen. Dat heb jij het liefst in deze denk ik he?[verdachte] : ja is wel beter. Wel beter.</p>\n<p class=\"lf-p\">[naam 9] : ja ok. Dan ga ik dat zo doen. Dan ga ik een hele kamer van koophandel aanpassen. Met alle gegevens. Dan is het even mijn dingetje. En leg ik het bij die man neer. [verdachte] : Ok. [naam 9] : Dan hebben we daar in ieder geval geen kopzorgen voor. Het zou alleen mooi zijn, als ik dit zo kan realiseren. Dat we daar geen poppetje op hoeven zetten nu op dit moment. Dat we er wel voor kunnen zorgen dat zeg maar die hoofdhuurder even los van onze 25% zeg maar die wij dan beuren met zijn tweetjes, dus ieder 12,5, dat we die man wel iets kunnen doen als we het gewoon goed hebben weetje wel. [verdachte] : ja maar kijk die jongen die dat gaat onderhouden die moet ook verdienen, ik moet verdienen, ik investeer snap je? [naam 9] : Nee ik ben het wel met je eens, zeker alleen kijk normaal als je een eigenaar mee hebt of je hebt een jongen pakt hem op naam dan zijn het ook gewoon normaal vaste kosten die met zich meenemen ik bedoel als jij die [bedrijf 20] gehad hebt bijvoorbeeld en hij zegt, ik ga er wel op, die zou het ook niet voor niets doen laat ik het zo maar zeggen. Het enige wat ik hiermee wil zeggen is van als we gewoon eeh iets voor die eigenaar mee rekenen in het hele verhaal, het hoeft niet de jackpot te zijn zoals wij hem gaan krijgen, maar dat het allemaal een beetje relaxed loopt. [verdachte] : ja ok. Desnoods doen we allemaal wat in de pot weet je wel, Dat komt wel goed. (…) [naam 9] : Uhm op welke naam wil jij dit nieuwe pand hebben staan? [verdachte] : Uhm je zou eentje van de Kamer van Koophandel pakken toch? [naam 9] : Ja, uh nee dan hadden we over het pand dat we nu hebben. Ik heb het over een nieuw pand voor spullen. [verdachte] : is dat een beetje een mooi pand? [naam 9] : ja, uh, want ik heb hier nog een aantal KVK’s liggen of kan alles wat hier ligt nu gewoon weg en moeten we helemaal opnieuw gaan werken zeg maar? [verdachte] : ja ja ja [naam 9] : OK. Is goed. Dan weet ik genoeg. Ik ga wel... Ik fix het wel maat. [verdachte] : ja kijk, als het zonder registratie kan dan is het wel het beste, maar als je echt eeh eeeh iets nodig hebt. ... Ik heb nog wel eentje... huh.. op dit moment. Maar ja dat is ook weer voor... huh.. Over 3 weken kan dat weer anders zijn snap je?. [naam 9] : Ja ik snap wel. [verdachte] : NTV..voor mij [naam 9] : ja. Ik ga er zelf wel even mee aan het werk. Ik fiks het wel en dan uhmm hoe heet dat uuuuh kom ik daar bij jou wel eventjes op terug. [verdachte] : Is goed. [naam 9] : Dus ik fiks verder het pand. Ik weet het. Ik haal alles wat ik hier nu heb liggen van KVK’s van [naam 10] of andere dingen, ik pomp ze er allemaal uit. Alles gaat weg, gewoon pleite.</p>\n<p class=\"lf-p\">[verdachte] : Ja. Is goed [naam 9] : Ok. En eh, want ze mogen ook nergens meer voor gebruikt worden neem ik aan he? [verdachte] : Nou die van [naam 10] dat zijn allemaal mensen van [naam 11] ( [naam 11] ), daar heb ik schijt aan hoor. [naam 9] : Nee, ok ik snap watje bedoelt. [verdachte] : het zijn allemaal onbetrouwbare honden, dus huh... [naam 9] : Ja en is het dan, kan het voor jou van negatief affect zijn dat ik bijvoorbeeld die [naam 10] of weet ik veel gewoon op een pand zet als zijnde de KVK-shit of zeg je van ... beter van niet?[verdachte] : Van mij mag je dat doen, alleen volgens mij eeh, er zijn ook twee [naam 10] he? Eentje is volgens mij al uitgeschreven en die andere jongen die heeft dus vastgezeten. [naam 9] : JA, snap het wel. [verdachte] : En dat die ook gelijk aan het huilen-huilen is nu, dat die hem ook uitschrijft binnenkort dus eh [naam 9] : Ja ik begrijp het wel. Ok. Nou komt wel goed. Ik regel het wel op mijn manier. Ik pas alles wel aan. Heb jij er geen zorgen, geen hoofdpijn over. Wordt wel gefixt. [verdachte] : Ok is goed. [naam 9] : En uhm hoe heet dat uhm watje dus alleen nu zeg maar nu moeten zo snel ohja, dat wilde ik ook nog even tegen jou zeggen ik heb dat verder gefikst met die anderhalf procentpas voor jou weet je wel? hoe lang wil je die hebben? Voor een jaar ofzo? [verdachte] : Ja eeh dat is in principe om voor langere termijn mee te werken ja [naam 9] : ja ok fijn. Nou goed, ik zorg ervoor. Kan iemand een dezer dagen of begin volgende week die pas bij mij ophalen? [verdachte] : Ja dat kan altijd. Dat is geen probleem. [naam 9] : Ok. Als ik alles geregeld heb met betrekking tot die pas en alles loopt dan laat ik je het direct weten en dan kunnen we gelijk schakelen dat iemand die pas komt ophalen bij mij voor jou. Ja? [verdachte] : Goed. [naam 9] : Uhm even kijken, uuhhhm, die eeh, ik heb voor... Ik heb nog een handelsnaam van jou staan zeg maar, uuh die uhm die persoon die heb ik nu, ik heb even gekeken om daar een hele goeie voor te pakken. Die gaat aankomende week wordt die bij de Kamer van Koophandel ingeschreven, voor die ehm voor die handelsnaam toe te voegen en dan worden er twee bankpassen aangevraagd. Op welke bank wil jij het liefst die dingen? [verdachte] : Ik heb het liefst ING, de ABN[naam 9] : ok. [verdachte] : En ehm Rabo zou ook wel kunnen... [naam 9] : ok. [verdachte] : En sowieso geen Bunq, daar heb ik allemaal niets aan. [naam 9] : Nee. [verdachte] : En KNAB ook.... Ja [naam 9] : Nee, maar ik ken het wel. Niet die rare Triodosbanken of Binqbank of Knab daar heb je helemaal niks aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewoon een grote bank. Prima. [verdachte] : ja. [naam 9] : OK. Ik ga daar voor zorgen. (…).”</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar het oordeel van de rechtbank kan dit gesprek als volgt geduid worden. [verdachte] en [naam 9] zoeken naar een hal waarin spullen geplaatst kunnen worden. Bij de KvK moet een bedrijf (“handelsnaam”) worden ingeschreven dat op het adres van deze hal gevestigd is. Ten behoeve van deze inschrijving moeten de bij de KvK geregistreerde gegevens van een bestaand (kredietwaardig) bedrijf worden aangepast. Voor het in te schrijven bedrijf (het imitatiebedrijf) moet een bankrekening worden geopend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus komt wat [verdachte] en [naam 9] bespreken volledig overeen met de hiervóór beschreven modus operandi in de ten laste gelegde bedrijfsoplichtingen. Opvallend is verder dat zij spreken over “het op een pand zetten” van iemand “als zijnde de KvK-shit” en over “een jongen pakt hem op naam”. Duidelijk is dat hiermee wordt gedoeld op zogenoemde katvangers. Duidelijk is ook dat [verdachte] een aansturende rol heeft; [naam 9] voert uit en met het oog daarop doet hij voorstellen aan [verdachte] waarmee [verdachte] moet instemmen. Verder blijkt uit het gesprek dat [verdachte] eraan moet verdienen, want hij “investeert” en dat de jongen die “dat” (de hal) gaat onderhouden er ook aan moet verdienen, naast [naam 9] en de hoofdhuurder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen het voorgaande gesprek, maar ook het volgende gesprek is veelzeggend waar het gaat om het verband tussen de ten laste gelegde bedrijfsoplichtingen en [verdachte] . In de iPhone ‘ [verdachte] ’ van [verdachte] is een afbeelding van een Wickr-conversatie aangetroffen die is aangemaakt op 19 november 2019. Het betreft een gesprek tussen ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ), ‘ [accountnaam 22] ’ ( [medeverdachte 3] ) en ‘ [accountnaam 31] ’ ( [medeverdachte 1] ), waarin een afbeelding van een kostenoverzicht wordt verzonden door [verdachte] . Bovenaan dat overzicht staat ‘Naam kopen [bedrijf 11] ’ met een daarvoor genoemd bedrag van € 18.000,00. Voorts staan er kosten genoemd voor onder meer huur en borg van de loods, de inrichting daarvan en een bedrag voor koeriers. Nadat deze afbeelding is gedeeld, stuurt [verdachte] de volgende berichten: “ Dit zijn de kosten Winst was 280.000 euro Iets minder maar laten we het daar op houden Ik stel voor dat we iedereen 5k geven: black [accountnaam 19] lilkleine hoodz/die neger in mercedes dw [accountnaam 38] dan zijn de kosten € 137.500 tot nu toe zal niet veel bij komen, bijna alles zit erin”</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank constateert dat deze ‘kosten/baten berekening’, gezien het op het kostenoverzicht vermelde imitatiebedrijf [bedrijf 11] , verband houdt met de oplichting van het bedrijf [bedrijf 1] (feit 4). Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit dit gesprek dat [verdachte] , die het genoemde voorstel doet, zicht heeft op de kosten en de bij de bedrijfsoplichting betrokkenen en dat hij de wijze van uitbetaling van de winst regelt. Het verdelingsvoorstel stemt hij af met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Ook hier blijkt daarmee van een aansturende rol van [verdachte] , maar ook van inspraak van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus komt [verdachte] in het procesdossier zowel bij aanvang van de periode waarin de bedrijfsoplichtingen zijn gepleegd als richting het einde van die periode in beeld in een aansturende rol, die voorts blijk geeft van een grote mate van zeggenschap. In dit licht moeten naar het oordeel van de rechtbank de hierna te bespreken feiten worden bezien. De rechtbank weegt voornoemde gesprekken ook mee bij het bewijs van de ten laste gelegde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierna zullen eerst per ten laste gelegde bedrijfsoplichting de vaststaande feiten worden weergegeven, waarna de rechtbank zal toelichten op basis waarvan zij oordeelt dat de betreffende bedrijven zijn opgelicht in de zin van artikel 326 Sr. Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] een rol hebben gespeeld in de bedrijfsoplichting, en zo ja welke rol, en of wordt voldaan aan de vereisten voor een bewezenverklaring van medeplegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de rechtbank deze vragen per ten laste gelegde bedrijfsoplichting zal beoordelen, staat er niet aan in de weg dat zij in de beoordeling van het bewijs met betrekking tot een oplichting de overeenkomsten tussen die oplichting en de andere oplichtingen kan betrekken. Hierop aansluitend, merkt de rechtbank over de rol van [verdachte] vooraf het volgende op. Uit de hierna weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte] bij alle bedrijfsoplichtingen in beeld komt. Bij de oplichting van de bedrijven [bedrijf 2] en [bedrijf 8] (feit 5) staat wel vast dat het [verdachte] is geweest die onder de valse namen [verdachte] en [verdachte] contact heeft opgenomen met [naam 12] en [naam 13] . Gelet hierop, en gezien de overeenkomsten tussen die bedrijfsoplichting en de andere bedrijfsoplichtingen, alsook gelet op de op gegevensdragers van [verdachte] aangetroffen informatie, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het eveneens [verdachte] is geweest die met gebruikmaking van valse namen als vertegenwoordiger van het betrokken imitatiebedrijf contact heeft gelegd met de andere vijf bedrijven (feit 4: [naam 14] / feit 6: [naam 15] / feit 7: [naam 16] / feiten 8 en 9: [naam 17] ).</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2 Feit 4 – [bedrijf 1] 7.3.2.1 Vaststaande feiten Op 21 oktober 2019 nam [naam 14] van [bedrijf 11] via Skype contact op met een medewerker van [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). Tijdens dat gesprek werd gesproken over smartwatches van het type Samsung R810. Op 4 november 2019 vroeg [bedrijf 1] aan [naam 14] of de smartwatches nog beschikbaar waren. [naam 14] heeft dat bevestigd, maar ook aangegeven dat hij eerst het bedrijf [bedrijf 1] wilde controleren. [naam 14] stuurde via de mail formulieren waarop de bedrijfsgegevens van [bedrijf 11] waren vermeld. Ook stuurde hij kopieën van identiteitsbewijzen van directieleden, bedrijfsdocumenten en uittreksels uit handelsregisters. Nadat alles was gecontroleerd, verstrekte [naam 14] een factuur en een foto van de goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De factuur stond op naam van [bedrijf 11] met het adres [adres 9] in [plaats 4] en betrof een bedrag van € 56.175,00 voor in totaal 350 stuks smartwatches van het type Samsung R810. Naast de factuur werd ook een foto verzonden, waarop dichtgeplakte dozen te zien zijn met daarop een sticker met barcodes en een beschrijving van de inhoud van de dozen. Op 6 november 2019 werd door [bedrijf 1] in totaal € 56.175,00 overgemaakt aan [bedrijf 11] op de bankrekening [rekeningnummer 2] . Op 6 november 2019 was het laatste contact met [naam 14] , die aangaf dat de goederen waren verstuurd. Er was met [naam 14] overeengekomen dat de goederen zouden worden geleverd op een adres in Wenen. De goederen zouden op 7 november 2019 aankomen in Wenen, maar dat is niet gebeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er werd geprobeerd contact op te nemen met [naam 14] , maar hij kon niet meer worden bereikt. Ook kon de website niet meer worden bereikt. [bedrijf 1] heeft bij haar aangifte gevoegd een (zo begrijpt de rechtbank) van [bedrijf 11] ontvangen uittreksel van de KvK. Daarop zijn de volgende gegevens van [bedrijf 11] te zien. Het KvK-nummer is [KVK-nummer 1] , het bezoekadres is [adres 9] , [postcode 5] in [plaats 4] , het postadres is [adres 10] [postcode 6] in [plaats 5] en de bestuurders zijn [naam 18] en [naam 19] . Verder is de website www. [bedrijf 11] .com vermeld op het uittreksel van de KvK. Uit een daadwerkelijk uittreksel van de KvK van [bedrijf 11] blijkt echter dat het bedrijf – met hetzelfde KvK-nummer en dezelfde bestuurders – alleen is gevestigd op de [adres 9] , [postcode 5] in [plaats 4] . [bedrijf 1] heeft van [naam 14] kopieën van identiteitsbewijzen van [naam 18] en [naam 19] ontvangen. Deze identiteitsbewijzen zijn volgens de Koninklijke Marechaussee vals of vervalst. [naam 18] heeft mede namens [bedrijf 11] en [naam 19] aangifte gedaan van identiteitsfraude. Zij hebben geen goederen besteld bij [bedrijf 1] en zij hebben geen toestemming gegeven voor het gebruik van gegevens van henzelf en van [bedrijf 11] Rekeningnummer [rekeningnummer 2] staat op naam van [medeverdachte 3] h/o [bedrijf 11] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrijf [bedrijf 11] is de eenmanszaak van [medeverdachte 3] met KvK-nummer [KVK-nummer 2] en heeft als geregistreerd bezoekadres [adres 3] [postcode 3] in [plaats 2] . De handelsnaam [bedrijf 11] werd volgens de KvK vanaf 6 september 2019 gevoerd door deze eenmanszaak van [medeverdachte 3] . [bedrijf 19] is de andere handelsnaam van deze eenmanszaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 4 november 2019 is via het mailadres [naam 14] @ [bedrijf 11] .com een e-mail verzonden naar ‘Office Upcomtelekom’. In die e-mail is [bedrijf 1] gevraagd om een formulier in te vullen en terug te sturen. Op dat formulier staat als adres van [bedrijf 11] zowel het adres in [plaats 4] als het adres [adres 10] [postcode 6] in [plaats 5] vermeld en daarnaast staat daarop als rekeningnummer van [bedrijf 11] [rekeningnummer 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.2 De geldstroom [bedrijf 1] heeft op 6 november 2019 in totaal € 56.175,00 overgeboekt naar de bankrekening op naam van [medeverdachte 3] handelend onder de naam [bedrijf 11] . Daarna is van die bankrekening € 51.293,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 3] op naam van [bedrijf 12] en is € 4.900,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 4] op naam van [medeverdachte 3] . Uit de transactiegegevens is gebleken dat het bedrag van € 4.900,00 in drie transacties contant is opgenomen vanaf de bankrekening van [medeverdachte 3] bij een geldautomaat van de ING-bank in [plaats 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de analyse van de bankrekening [rekeningnummer 3] op naam van [bedrijf 12] blijkt dat kort nadat het bedrag van € 51.293,00 binnenkomt vanaf de rekening van [medeverdachte 3] in twee overboekingen € 41.648,00 (€ 28.665,00 + € 12.983,00) is overgeboekt naar de bankrekening op naam van [bedrijf 13] . Vanaf die bankrekening wordt vervolgens in twee betalingen op 6 en 7 november 2019 € 32.750,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 5] op naam van [bedrijf 2] . Dit bedrag was, zoals hierna zal blijken, bestemd voor de vertrouwensaankoop bij dat bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.3 Betrokkenheid verdachten 7.3.2.3.1 [medeverdachte 3] De woning van [medeverdachte 3] is doorzocht en daar zijn meerdere stempels met daarop de tekst ‘ [bedrijf 11] ’ aangetroffen. Op de eerste stempel stond de tekst: “ [bedrijf 11] [adres 9] - [postcode 5] [plaats 4] The Netherlands [bedrijf 11] @ [bedrijf 11] .com tel [telefoonnummer 6] BTW-nr [BTW-nummer] KvK [KVK-nummer 1] ”</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de tweede stempel stond de tekst: “ [bedrijf 11] [adres 10] - [postcode 6] [plaats 5] The Netherlands [bedrijf 11] @ [bedrijf 11] .com tel [telefoonnummer 6] BTW-nr [BTW-nummer] KvK [KVK-nummer 1] ”</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt vast dat het bonafide bedrijf [bedrijf 11] niet was gevestigd op de [adres 10] in [plaats 5] , maar (alleen) op de [adres 9] in [plaats 4] .</p>\n<p class=\"lf-p\">In de woning van [medeverdachte 3] werd een kassabon aangetroffen van 16 oktober 2019 van ‘Dogan Copyshop &amp; Drukkerij’ waarop vier stempels staan voor een bedrag van € 100,00. Daarnaast werd een vrachtbrief met daarop drie afdrukken van de twee hiervoor genoemde stempels van [bedrijf 11] aangetroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gegevens die zijn opgevraagd bij Copyshop &amp; Drukkerij Dogan is gebleken dat er twee stempels zijn vervaardigd op naam van [bedrijf 11] op 16 oktober 2019. De tekst op de stempels die in het systeem bij Copyshop &amp; Drukkerij Dogan zijn aangetroffen, komt exact overeen met de twee stempels die bij [medeverdachte 3] zijn aangetroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.3.2 [medeverdachte 1] In het onderzoek Apida is [naam 9] getapt. Op 9 september 2019 vindt er een gesprek plaats tussen [naam 9] en een persoon genaamd [naam 20] , naar later blijkt de verhuurder van de loods gelegen aan de [adres 10] te [plaats 5], het adres dat als adres van [bedrijf 11] genoemd stond op het formulier dat op 4 november 2019 naar [bedrijf 1] is gestuurd en het door [bedrijf 1] bij zijn aangifte gevoegde uittreksel van de KvK van [bedrijf 11] . In dat gesprek geeft [naam 9] aan dat hij belangstelling heeft voor het huren van de hal. Een dag later is er weer contact tussen [naam 9] en [naam 20] . [naam 20] geeft aan dat het door kan gaan. [naam 9] gaat zijn compagnon bellen en dan komen ze zo snel mogelijk voor de overdracht en dergelijke dingen. [naam 9] stelt donderdag de 12de voor. [naam 20] denkt dat donderdag wel moet lukken. Op 12 september 2019 is er weer contact tussen [naam 9] en [naam 20] en spreken ze af om 4 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door verbalisanten is gezien dat [medeverdachte 1] en [naam 9] op 12 september 2019 naar het adres aan de [adres 10] te [plaats 5] zijn gereden. De verbalisanten zagen dat [naam 9] en [medeverdachte 1] om 16:05 uur contact maakten met een vrouw en dat zij de geopende loods gelegen aan de [adres 10] te [plaats 5] binnengingen. Ongeveer 20 minuten later zagen de verbalisanten dat [naam 9] en [medeverdachte 1] aan de straat stonden en dat [naam 9] met papieren in zijn hand richting het bedrijfsverzamelgebouw wees en daarbij tegen [medeverdachte 1] aan het praten was.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het onderzoek Apida is van 3 tot en met 16 oktober 2019 een camera geplaats op de loods aan de [adres 10] te [plaats 5] . Op de camerabeelden is op 7, 9 (op twee tijdstippen) en 10 oktober 2019 een witte Fiat bestelauto met kenteken [kenteken 1] te zien. Deze auto stond op dat moment op naam van [medeverdachte 1] . Ook blijkt uit verschillende opgenomen telefoongesprekken van [medeverdachte 1] dat hij zich op 25, 28 en 31 oktober 2019 bevindt op het adres aan de [adres 10] in [plaats 5] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De politie is naar het adres [adres 10] in [plaats 5] geweest en heeft een foto gemaakt van het pand en op deze foto is op het pand een logo met de tekst ‘ [bedrijf 11] ’ te zien. Dit logo en de tekst komen overeen met een bestelling (ordernummer DDB4481836) bij Drukwerkdeal.nl die is gedaan door “ [medeverdachte 1] – [medeverdachte 1] ” en betaald via de rekening ten name van [bedrijf 11] . Door diezelfde persoon is ook een bestelling (order DDB4524379) gedaan bij Drukwerkdeal.nl voor het logo van [bedrijf 13], dat hierna bij de bespreking van feit 5 aan de orde komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 11 oktober 2019 is een telefoongesprek opgevangen tussen [medeverdachte 1] en een persoon genaamd [naam 21] van Drukwerkdeal.nl. [medeverdachte 1] belt voor een geplaatste order en noemt het ordernummer DDB4481836. [naam 21] zegt dat de verwachte leverdatum op 15 oktober staat en de belettering op 17 oktober. Dinsdag zijn de gewone stickers er en de belettering op donderdag. [medeverdachte 1] zegt dat hij het dinsdag ophaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu de sticker van [bedrijf 11] is besteld door een persoon die zich [medeverdachte 1] noemt en [medeverdachte 1] in het telefoongesprek met Drukwerkdeal.nl het ordernummer noemt dat ziet op de bestelling van de sticker van [bedrijf 11] , stelt de rechtbank vast dat het [medeverdachte 1] is geweest die de sticker van [bedrijf 11] heeft besteld en opgehaald. Omdat het logo van [bedrijf 11] op het pand aan de [adres 10] te [plaats 5] overeenkomt met de bestelde sticker en belettering en [medeverdachte 1] ook veelvuldig bij dat pand is gesignaleerd, stelt de rechtbank verder vast dat de door [medeverdachte 1] bestelde sticker en belettering ook zijn gebruikt voor het pand aan de [adres 10] te [plaats 5] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.3.3 [verdachte] Op de USB-stick Silicon Power van [verdachte] is een mappenstructuur aangetroffen waarin onder andere ‘ [bedrijf 11] ’, ‘kvk [bedrijf 11] .pdf’, ‘ [bedrijf 11] krediet 1.pdf’en ‘ [bedrijf 11] krediet 2.pdf’ zijn opgenomen. In deze mappen zit een uittreksel van de KvK van het bestaande kredietwaardige bedrijf [bedrijf 11] , een creditsafe formulier en een rapport kredietrapportaanvragen.nl van het bestaande kredietwaardig bedrijf [bedrijf 11] In een MacBook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) van [verdachte] is een afbeelding van een doos aangetroffen. De serienummers en de aangebrachte tape die op die foto te zien zijn, zijn identiek aan serienummers en de aangebrachte tape op de foto die [bedrijf 1] van [bedrijf 11] heeft ontvangen van de te leveren apparatuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op diezelfde MacBook Pro van [verdachte] zijn eveneens twee logo’s van [bedrijf 11] aangetroffen. Verder zijn tussen de Apple Notes in deze MacBook de teksten 141x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’, ‘171x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’, ‘170x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’ en nogmaals ‘170x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’ aangetroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is op die MacBook Pro e-mailverkeer aangetroffen van 25 november 2019 waarin door European Technical Trading een bestelling wordt gedaan bij [bedrijf 12] voor ‘141 Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold’. [bedrijf 12] heeft op dezelfde datum een factuur aangemaakt voor ‘141 Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold’, geadresseerd aan European Technical Trading. Ook is tussen de ‘notes’ een overzicht gevonden met mailadressen, waaronder [e-mailadres 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de iPhone XR van ‘ [verdachte] ’ van [verdachte] zijn twee afbeeldingen aangetroffen van dozen met serienummers en de tekst ‘PRODUCT: ‘SM-R810’. Verder is op een afbeelding een verpakking te zien van een Samsung R810 Rosé Goud. De rechtbank stelt vast dat op de afbeeldingen Samsung smartwatches van het type R810 te zien zijn. Hetzelfde type smartwatches is door [bedrijf 1] besteld bij [bedrijf 11] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.4 Oplichting Voor de oplichting van [bedrijf 1] is het bonafide bedrijf [bedrijf 11] gebruikt. Er is in het contact met [bedrijf 1] gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam 14] van [bedrijf 11] en er zijn vervalste gegevens van [bedrijf 11] verstrekt aan [bedrijf 1] . Daarnaast is een bankrekening op naam van [medeverdachte 3] handelend onder [bedrijf 11] gebruikt voor de overboeking die [bedrijf 1] deed. Dit alles maakte dat [bedrijf 1] ervan uitging dat het handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 11] De positieve uitkomst van de check van de bedrijfsgegevens van [bedrijf 11] sterkte [bedrijf 1] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Op de factuur van de overeenkomst van 4 november 2019 van [bedrijf 11] staat [bedrijf 11] met het adres [adres 9] in [plaats 4] vermeld, terwijl [bedrijf 11] niet betrokken is geweest bij de overeenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens jegens [bedrijf 1] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf 1] is bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 56.175,00. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.2.5 Medeplegen Naar het oordeel van de rechtbank waren [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] als medepleger bij de oplichting van [bedrijf 1] betrokken. Uit ‘de kosten/baten berekening’ opgenomen in de inleidende overwegingen onder 1.1.1.3 volgt dat [verdachte] het voorstel voor het verdelen van de winst deelt met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en met hen afstemt. Dat gesprek op is al een sterke aanwijzing voor het medeplegen door [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Daar komt nog het volgende bij. [medeverdachte 3] komt bij de oplichting van [bedrijf 1] in beeld omdat het imitatiebedrijf [bedrijf 11] op zijn naam stond. Dat geldt ook voor de bankrekening waarnaar [bedrijf 1] het geld heeft overgeboekt. [medeverdachte 3] heeft dit geld verder overgeboekt naar de bankrekening van [bedrijf 12] en zijn eigen bankrekening. Het geld dat hij naar zijn eigen bankrekening heeft overgeboekt, heeft hij contant opgenomen. [medeverdachte 1] komt in beeld als ‘compagnon’ van [naam 9] bij de huur van de loods aan de [adres 10] te [plaats 5] . Hij heeft de sticker en belettering met de naam en het logo van [bedrijf 11] besteld en opgehaald, die vervolgens gebruikt zijn voor dit pand. Hij is in ieder geval in oktober 2019 meermalen aanwezig geweest in en bij het pand. Verder geldt voor [medeverdachte 1] dat de rechtbank hierna zal vaststellen dat hij als medepleger betrokken is bij de oplichting van [bedrijf 2] . De geldstroom afkomstig van de oplichting van [bedrijf 1] is gebruikt voor de vertrouwensaankoop bij [bedrijf 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van [verdachte] overweegt de rechtbank als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de inleidende overwegingen is vastgesteld dat [verdachte] met gebruikmaking van de valse naam [naam 14] contact heeft gelegd met [bedrijf 1] . Op 19 november 2019 heeft hij een kostenoverzicht gedeeld met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] dat verband houdt met de oplichting van [bedrijf 1] . Bovenaan dat overzicht staat ‘Naam kopen [bedrijf 11] ’ voor een bedrag van € 18.000,00.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de USB-stick Silicon Power van [verdachte] staan KvK-uittreksels en checks van de kredietwaardigheid van het bonafide bedrijf [bedrijf 11] Hieruit blijkt dat [verdachte] betrokken is geweest bij het gebruik van de naam [bedrijf 11] bij de oplichting van [bedrijf 1] . In de communicatie met [bedrijf 1] werden gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 11] gedeeld, waarover [verdachte] beschikte. Ook zijn contactgegevens van [bedrijf 1] aangetroffen in de MacBook Pro van [verdachte] . Daarnaast stonden op die MacBook Pro logo’s van [bedrijf 11] en de afbeelding van een doos met goederen, die in het kader van de oplichting aan [bedrijf 1] werd gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf 1] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank concludeert dat het primair ten laste gelegde medeplegen van de oplichting van [bedrijf 1] wettig en overtuigend kan worden bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.3 Feit 5 - [bedrijf 2] 7.3.3.1 Vaststaande feiten [bedrijf 2] (hierna gezamenlijk te noemen: [bedrijf 2] ) hebben op 30 oktober 2019 via Skype contact met [verdachte] gehad. [verdachte] heeft aangegeven dat hij een medewerker is van [bedrijf 14] , gevestigd in [plaats 8] . Daarna heeft [verdachte] met [bedrijf 2] telefonisch contact gehad. Na een aantal gesprekken wilde [verdachte] GoPro-camera’s ter waarde van ongeveer € 32.000,00 kopen van [bedrijf 2] . Er werd overeengekomen dat [verdachte] vijftig procent van het totaalbedrag voor de levering en vijftig procent van het totaalbedrag na de levering zou betalen. [verdachte] gaf direct aan dat een dergelijke betalingsregeling alleen bij de eerste transactie mogelijk was. Na de eerste betaling van vijftig procent van het totaalbedrag, zijn de camera’s geleverd door [bedrijf 2] . Ook de resterende vijftig procent van het totaalbedrag werd betaald. De betaling vond plaats op de bankrekening met nummer [rekeningnummer 6] ten name van [bedrijf 13] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens heeft [verdachte] aangegeven 320 föhns van het merk Dyson, ter waarde van € 85.120,00, te willen kopen van [bedrijf 2] en 171 Samsung Galaxy smartwatches, ter waarde van € 28.728,00 van [bedrijf 2] . Aangezien [bedrijf 2] door de eerste order vertrouwen in het bedrijf had en [bedrijf 2] op internet had gezien dat er een bedrijf genaamd [bedrijf 14] in [plaats 8] bestond, ging [bedrijf 2] op de transactie in. [bedrijf 2] heeft de kredietwaardigheid van [bedrijf 14] gecontroleerd en daarbij bleek dat het bedrijf een goede score had. De goederen zijn op 15 en 16 november 2019 geleverd op het adres [adres 11] in [plaats 6] en de ontvangst van de goederen werd bevestigd. Via Skype heeft [bedrijf 2] een screenshot en documenten ontvangen waaruit bleek dat de goederen zijn betaald. [bedrijf 2] heeft echter nooit een betaling ontvangen. Inmiddels was het niet meer mogelijk contact te krijgen met de koper. [naam 12] is op 22 november 2019 naar de [adres 11] in [plaats 6] gereden. Hij zag daar dat er een paal stond met daarop een bedrijfsbord met het opschrift [bedrijf 14] . Ook was er een bord met het opschrift [bedrijf 14] op het gebouw geplaatst. De ruimtes van het pand waren echter leeg. Vervolgens is [naam 12] naar [bedrijf 14] in [plaats 8] gereden. [bedrijf 14] houdt zich bezig met beurstransacties, heeft geen goederen van [bedrijf 2] in [plaats 6] in ontvangst genomen en heeft nooit een locatie in [plaats 6] gehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de transacties zijn kopieën van legitimatiebewijzen overgelegd. De namen komen overeen met de namen van de directeuren van [bedrijf 14] , maar de pasfoto’s komen niet overeen. [bedrijf 14] met KvK-nummer [KVK-nummer 3] heeft als bezoekadres [adres 12] in [plaats 8] en heeft als bestuurders [naam 22] , [naam 23] en [naam 24] . [bedrijf 2] heeft een uittreksel van de KvK ontvangen van [verdachte] van [bedrijf 14] met KvK-nummer [KVK-nummer 3] . Daarop staat dat het bedrijf het bezoekadres [adres 12] in [plaats 8] heeft en het postadres [adres 11] , [postcode 7] in [plaats 6] . Daarnaast heeft [bedrijf 2] van [verdachte] een brief van de Belastingdienst ontvangen waarin is vermeld dat [bedrijf 14] een btw-nummer heeft ontvangen, omdat het bedrijf, via de KvK, bij de Belastingdienst is aangemeld als ondernemer. [bedrijf 2] heeft van [bedrijf 14] een ‘trading application form’ ontvangen. Daarin wordt als registratienummer [KVK-nummer 3] genoemd. Als directeuren zijn genoemd [naam 22] en [naam 23] . Als contactpersonen zijn [verdachte] en [naam 25] genoemd. Het ingevulde afleveradres is [adres 11] en onder bank details staat rekeningnummer [rekeningnummer 6] . Op het formulier staat een handtekening en een bedrijfsstempel van [bedrijf 14] en de naam [naam 23] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koninklijke Marechaussee heeft na onderzoek van het identiteitsbewijs op naam van [naam 22] geconcludeerd dat het afgebeelde identiteitsbewijs vals of vervalst is. [naam 24] heeft op 25 november 2019 aangifte gedaan van identiteitsfraude door een bedrijf dat zich voordoet als haar bedrijf. Er zijn een KvK-uittreksel en paspoorten vervalst. De domeinnaam van de gebruikte e-mailadressen komt niet overeen met dat van [bedrijf 14] en het vermelde telefoonnummer klopt niet. Tevens is gebruik gemaakt van een website die niet bij [bedrijf 14] in gebruik is.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.3.2 De geldstroom Zoals uit de bewijsmiddelen opgenomen onder 7.3.2.2 volgt is het bedrag van in totaal € 32.750,00 dat op 6 en 7 november 2019 wordt overgemaakt van de bankrekening [rekeningnummer 6] van [bedrijf 13] naar de rekening van [bedrijf 2] afkomstig van de opbrengst van de oplichting van [bedrijf 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekeningnummer [rekeningnummer 6] betreft een zakelijke rekening op naam van [bedrijf 13] . Gemachtigde op deze rekening is [naam 26] . [naam 26] was ook de eigenaar van het imitatiebedrijf [bedrijf 14] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.3.3 Betrokkenheid verdachten 7.3.3.3.1 [medeverdachte 1] Op 19 november 2019 is een telefoongesprek opgevangen tussen [medeverdachte 1] en een persoon die opneemt namens Drukwerkdeal.nl. [medeverdachte 1] belt voor een geplaatste order en noemt het ordernummer DDB4581531. De medewerker van Drukwerkdeal.nl zegt dat de stickers nog in de druk staan en 21 november 2019 als verzenddatum hebben. Drukwerkdeal heeft op verzoek van de politie de gegevens van de bestelling met het ordernummer DDB4581531 verstrekt. Hieruit blijkt dat de besteller van deze order [medeverdachte 1] is, dat een sticker is besteld met een logo met daarop de tekst “ [bedrijf 14] ” en dat de iDeal-betaling heeft plaatsgevonden middels de bankrekening [rekeningnummer 6] ten name van [bedrijf 13] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 16 november 2019 heeft een observatieteam van de politie gezien dat een voertuig met het kenteken [kenteken 2] goederen heeft afgeleverd aan de [adres 11] in [plaats 6] en dat [medeverdachte 1] heeft geholpen bij het uitladen. Kort daarna heeft het observatieteam gezien dat [medeverdachte 1] goederen die dezelfde kenmerken en uiterlijk hebben als de goederen die een half uur daarvoor werden geleverd, uit het pand haalt en in een bestelbus laadt en daarin wegrijdt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de internationale vrachtbrief die bij de aangifte is gevoegd blijkt dat er op 16 november 2019 goederen ‘Dyson Supersonic’ van [bedrijf 2] zijn afgeleverd aan de [adres 11] die werden vervoerd met kenteken [kenteken 2] . Daarbij is getekend voor ontvangst door [bedrijf 14] Als geadresseerde staat vermeld [bedrijf 14] , met adres aan de [adres 12] . Als plaats van aflevering staat dezelfde bedrijfsnaam met adres [adres 11] in [plaats 6] . Bij de ontvanger is een stempel met daaroverheen een handtekening gezet met opnieuw dezelfde bedrijfsnaam, met adres [adres 11] in [plaats 6] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] is een afleverbon van [bedrijf 8] aangetroffen, gedateerd 14 november 2019, met daarop 171 stuks Samsung Galaxy Watch Rose Gold SM-R810NZDA geleverd aan de firma [bedrijf 14] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.3.3.2 [verdachte] Aangetroffen stukken Op de iPhone XR van ‘ [verdachte] ’ van [verdachte] is een afbeelding aangetroffen die is gemaakt op 11 november 2019 om 16:43:04 uur. Daarop is het volgende bericht te zien van ‘ [naam 12] ’: “Ok is it possible to send me some photos of your office from outside where we can see the company shield… And from inside where we can see how people are workingWe need this to continue bigger deals with you”</p>\n<p class=\"lf-p\">Na dit bericht zijn schermafbeeldingen van Wickr-gesprekken gemaakt. In die gesprekken valt het volgende te lezen: ‘ [accountnaam 32] ’: “Papieren van [bedrijf 14] op tafel donderen snel fotos maken” ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ):“ [bedrijf 14] idd morgen iemand gaat [plaats 8] fotos maken [bedrijf 14] gebpiw gebouw zeg me maar moeten we aan denken”. ‘ [accountnaam 32] ’:</p>\n<p class=\"lf-p\">Maak gwn zo veel mogelijk en goeie rechte foto’s of als er ergens een doek hangt met een logo zou ook mooi zijn dan kan ik die vervangen En dan kan ik 1 uitkiezen”</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook is een afbeelding, gemaakt op 11 november 2019 om 17:08:56 uur, aangetroffen van een Wickr-gesprek waarin de volgende berichten worden verzonden: ‘ [accountnaam 33] ’: “Hoelaat” ‘ [accountnaam 13] ’: “vroeg 09.30 Of 07:(niet leesbaar)” (…) ‘ [accountnaam 34] ’: “daar zijn doe maar 08:30 [adres 12] [plaats 8] ”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarna volgen in de telefoon een aantal foto’s van de binnenkant van een gebouw, ook een aantal waarop werkende mensen te zien zijn. (Stem)herkenning [verdachte] [naam 12] heeft op 4 december 2019 een mail naar de Duitse politie verzonden waarin hij meedeelt dat door een nieuw bedrijf met de naam [bedrijf 15] (hierna: [bedrijf 15] ) goederen tegen onverslaanbare prijzen werden aangeboden. Een goede zakenrelatie van [naam 12] uit Letland, genaamd [naam 13] , heeft aanbiedingen van dat bedrijf ontvangen en informeerde [naam 12] dat het deels om dezelfde hoeveelheden en modellen ging als de goederen die [bedrijf 2] had geleverd aan [bedrijf 13] . Vervolgens heeft [naam 12] [naam 13] gevraagd zoveel mogelijk goederen te bestellen en te informeren of betaling na ontvangst van de goederen mogelijk zou zijn, wat [naam 13] heeft gedaan. [bedrijf 15] ging in op het voorstel van [naam 13] en leverde de goederen. De serienummers van goederen kwamen overeen met de serienummers van de goederen die door [bedrijf 2] zijn geleverd. [naam 13] had contact met een persoon die zich [verdachte] noemde. [naam 13] heeft een telefoongesprek opgenomen met de persoon die zich [verdachte] noemde en dit verstrekt aan [bedrijf 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Het telefoongesprek is uitgewerkt en vertaald door een vertalingsbureau. Het gesprek gaat over de betaling van goederen die zijn geleverd door ‘ [verdachte] ’, maar die niet zijn betaald. Twee verbalisanten van de Belastingdienst/FIOD hebben de stem van de persoon die zich [verdachte] noemt herkend als de stem van [verdachte] . Deze verbalisanten zijn betrokken geweest bij een eerder onderzoek waarin [verdachte] verdachte is en waarin zij [verdachte] hebben getapt en hem hebben gesproken tijdens een verhoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zijn op de MacBook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) van [verdachte] een KvK-uittreksel van het bonafide [bedrijf 14] aangetroffen en meerdere afbeeldingen en facturen waarop de tekst en het logo ‘ [bedrijf 14] ’ te zien is. Daarnaast is een e-mail aangetroffen van [e-mailadres 3] naar [e-mailadres 4] die is verzonden op 30 oktober 2019. In deze mail wordt ”we want to buy” geschreven en daarna wordt een aantal goederen genoemd en wordt afgesloten met: “Kind Regards, [naam 25] [bedrijf 14] [adres 12] [postcode 8] [plaats 8] , The Netherlands REG: [KVK-nummer 3] VAT: [vat 1] TEL: [telefoonnummer 7] WEB: [bedrijf 14] ”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook is er een e-mail aangetroffen op de MacBook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) waarin ‘ [naam 25] ’ een mail heeft doorgestuurd van ‘ [verdachte] ’ met het mailadres [verdachte] @ [bedrijf 14] aan het mailadres [naam 27] @ [bedrijf 14] . Tot slot is de website https:// [bedrijf 14] /services/ bezocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.3.4 Oplichting Voor de oplichting van [bedrijf 2] zijn de gegevens van het bedrijf [bedrijf 14] gebruikt. In het contact met [bedrijf 2] werd gebruik gemaakt van de fictieve naam [verdachte] van [bedrijf 14] en zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 14] verstrekt aan [bedrijf 2] . Dit maakte dat [bedrijf 2] ervan uit ging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 14] De eerste bestelling betrof een vertrouwensaankoop en werd betaald vanaf een zakelijke rekening op naam van [bedrijf 13] . Dat betrof niet de rekening van het bonafide bedrijf. Die aankoop sterkte [bedrijf 2] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestelling die op 16 november 2019 werd geleverd, waarna geen betaling volgde, werd gebruikgemaakt van de naam en het adres van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf 14] Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf 2] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf 2] is bewogen tot afgifte van 320 haardrogers van het merk Dyson en 171 smartwatches van het merk Samsung Galaxy. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.3.5 Medeplegen Uit de weergegeven bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [verdachte] als medepleger betrokken waren bij de oplichting van [bedrijf 2] . Zij hebben daarbij in ieder geval samengewerkt met katvanger [naam 26] die als eigenaar van het imitatiebedrijf [bedrijf 13] stond geregistreerd en de gemachtigde was van de bankrekening op naam van dat bedrijf. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf 2] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet. [medeverdachte 1] komt bij de oplichting van [bedrijf 2] duidelijk in beeld. Hij heeft de sticker besteld met daarop de tekst | “ [bedrijf 14] ” en die tekst heeft aangever ook op het pand in [plaats 6] gezien. Ook heeft hij op 16 november 2019 de goederen in ontvangst genomen die zijn geleverd door [bedrijf 2] . Op de internationale vrachtbrief die ziet op de Dyson goederen staat zowel het daadwerkelijke adres van het bonafide bedrijf [bedrijf 14] als het vervalste adres aan de [adres 11] in [plaats 6] . Op die vrachtbrief is een stempel met die bedrijfsgegevens en een handtekening voor ontvangst gezet op 16 november 2019. Omdat [medeverdachte 1] deze goederen bij de loods van de chauffeur in ontvangst heeft genomen, en er op de beelden van de observatie buiten hen niemand anders te zien is, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat [medeverdachte 1] zich heeft voorgedaan als vertegenwoordiger van het bonafide bedrijf [bedrijf 14] , een bedrijf waarmee [medeverdachte 1] geen enkele band heeft. In [medeverdachte 1] administratie is daarnaast ook de afleverbon van de overige goederen aangetroffen. [verdachte] komt ook rechtstreeks in beeld bij de oplichting van [bedrijf 2] . Zoals de rechtbank in de inleidende overwegingen al heeft vastgesteld, blijkt uit de bewijsmiddelen dat [verdachte] onder de valse naam [verdachte] rechtstreeks in contact stond met [naam 12] . [naam 12] vroeg immers om foto’s van de binnen- en buitenzijde van het kantoor van waaruit gewerkt werd, waarna [verdachte] vervolgens instructies heeft gegeven om foto’s te maken van het bonafide bedrijf in [plaats 8] . [verdachte] heeft zich in het contact met [naam 12] voorgedaan als vertegenwoordiger van een kredietwaardig en bonafide bedrijf. [verdachte] beschikte voorts over een KvK-uittreksel van het bonafide bedrijf [bedrijf 14] en over logo’s van dat bonafide bedrijf en diverse facturen waarop dat logo was aangebracht. Bovendien werden diverse e-mails aangetroffen van [e-mailadres 3] . Daarnaast heeft [verdachte] kennelijk de beschikking gekregen over de uit de oplichting verkregen goederen. Hij heeft ze immers onder de valse naam [verdachte] aan derden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf 2] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van oplichting van [bedrijf 2] wettig en overtuigend bewezen kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.4 Feit 6 – [bedrijf 3] 7.3.4.1 vaststaande feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Met gebruik van de naam [naam 15] is via e-mail contact opgenomen met [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ) om goederen te kopen. Dat contact werd gelegd namens [bedrijf 16] Daarbij werd gebruik gemaakt van het e-mailadres [e-mailadres 5] , de website www. [e-mailadres 5] en het telefoonnummer [telefoonnummer 8] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de website www. [e-mailadres 5] stonden gegevens vermeld waaronder naam, adres, btw-nummer en gegevens inzake het handelsregister van [bedrijf 16] gevestigd op de [adres 13] , [adres 14] België. Tevens werd het adres [adres 15] en het e-mailadres info@ [e-mailadres 5] gebruikt. De website bestond sinds 27 maart 2019 en op 8 mei 2019 is vastgesteld dat de website offline was. Ook op de facturen werd de naam [bedrijf 16] gebruikt. [bedrijf 16] is gevestigd in België op het adres [adres 13] , [adres 14] en de gegevens [adres 15] , [telefoonnummer 8] , info@ [e-mailadres 5] en www. [e-mailadres 5] behoren niet toe aan het bonafide [bedrijf 16] Er werkt bij [bedrijf 16] geen [naam 15] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 16 april 2019 werd de eerste bestelling voor een bedrag van € 10.670,00 geplaatst. Dat betrof 110 stuks elektrische tandenborstels Oral-B Genius White 9200W. Deze bestelling werd betaald vanaf de Belgische bankrekening op naam van [rekeningnummer 7] . De goederen werden door expediteur Dachser in Kusterdingen in Duitsland geladen en naar België getransporteerd, waar de goederen in eerste instantie niet werden afgeleverd. De goederen werden door [medeverdachte 1] met een huurwagen met het kenteken [kenteken 3] opgehaald bij Dachser in Moeskroen in België. Bij het ophalen werd het rijbewijs van [medeverdachte 1] gekopieerd. Op 8 mei 2019 werd een tweede bestelling voor een bedrag van € 18.369,10 geplaatst. Dat betrof 150 stuks Oral-B Genius 9200W Black en 40 stuks Oral-B Genius 10200W. De ontvanger van de goederen was volgens de factuur [bedrijf 16] , gevestigd op de [adres 13] in [adres 14] in België en met het afleveradres de [adres 15] , België. Op 10 mei 2019 werd een derde bestelling voor een bedrag van € 22.409,10 geplaatst. Dat ging om 120 stuks Oral-B Genius 9900W + 2e handvat black/roségoud en 90 stuks Oral-B Genius 9200W Black. Ook nu was [bedrijf 16] gevestigd op de [adres 13] in [adres 14] in België volgens de factuur de ontvanger en was het afleveradres [adres 15]. Deze bestellingen werden niet betaald. In totaal gaat het om vierhonderd elektrische tandenborstels van het merk Oral-B Genius die zijn besteld en niet betaald. [bedrijf 3] heeft hierdoor een schade geleden van € 40.778,20. Op 16 mei 2019 was [bedrijf 16] BBVA onbereikbaar voor [bedrijf 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bankrekeningnummer waarmee de eerste bestelling is betaald is [rekeningnummer 7] . Deze bankrekening, die op 21 maart 2019 werd geopend, stond op naam van [bedrijf 16] . Op 16 november 2018 is het bedrijf onder een andere handelsnaam opgericht door [naam 28] en op 30 januari 2019 is de handelsbenaming aangepast naar [bedrijf 16] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.4.2 Betrokkenheid verdachten 7.3.4.2.1 [medeverdachte 1] Getuige [getuige 3] (directeur van [bedrijf 3] ) heeft verklaard dat de goederen van de eerste (betaalde) bestelling op 30 april 2019 zijn opgehaald door [medeverdachte 1] met een huurwagen van het bedrijf Bo-Rent met kenteken [kenteken 3] . Dit komt overeen met de verklaring van [medeverdachte 1] . Hij heeft namelijk verklaard dat hij met een busje van Bo-Rent tandenborstels heeft opgehaald bij een ophaalpunt in Duitsland. Het Bo-Rent busje heeft hij zelf gehuurd. Verder zijn in de woning van [medeverdachte 1] twee ‘delivery notes’ aangetroffen van [bedrijf 3] . Hieruit blijkt dat op 8 mei 2019 in totaal 190 Oral-B Genius tandenborstels en op 10 mei 2019 in totaal 210 Oral-B Genius tandenborstels zijn geleverd aan het bedrijf [bedrijf 16] op de [adres 15] in België. [bedrijf 3] heeft ontdekt dat de door oplichting verkregen tandenborstels door [bedrijf 17] met het adres van [medeverdachte 1] , [adres 4] in [plaats 2] , te koop werden aangeboden. [bedrijf 3] heeft contact laten zoeken met de verkopers en uit een afdruk van een Skypebericht verzonden door ‘ [bedrijf 18] [medeverdachte 1] , NL’ blijkt dat in totaal 361 Oral-B Genius tandenborstels worden aangeboden. Dat betreft 236 x Oral-B Genius 9200W Black, 38 x Oral-B Genius 10200W White en 87 x Oral-B Genius 9200W White. Volgens [getuige 3] zijn de tandenborstels niet erg gangbaar en komen de aangeboden aantallen precies overeen met de aantallen van de artikelen van [bedrijf 3] . [bedrijf 17] en [bedrijf 18] zijn volgens de KvK handelsnamen die worden gebruikt door de eenmanszaak op naam van [medeverdachte 1] gevestigd op de [adres 4] in [plaats 2] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de eigenaar van [bedrijf 17] en [medeverdachte 1] is. Voorts zijn bij de, reeds onder de inleidende overwegingen genoemde, inbeslagname op de [adres 8] in [plaats 2] 276 elektrische tandenborstels van het type Oral-B Genius 9200w in beslag genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De politie heeft ook gegevensdragers van [medeverdachte 1] onderzocht. Op de iPhone XS Max van [medeverdachte 1] (IMEI-nummer [IMEI-nummer] ) is een schermafbeelding aangetroffen, die is gemaakt op 16 april 2019, en deze afbeelding bevat de volgende tekst: “Stempel 1 [bedrijf 16] [bedrijf 11] [adres 13] [adres 14] Belgium [vat 2] [telefoonnummer 8] info@ [e-mailadres 5] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Stempel 2 [bedrijf 16] [bedrijf 11] [adres 15] Belgium [vat 2] [telefoonnummer 8] info@ [e-mailadres 5] .”</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] werd daar een factuur van EXIL stempels aangetroffen voor de aankoop van “4 zwarte zelfinkende stempels”. Daarvoor is € 200,00 contant betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stempel met exact dezelfde gegevens die in dezelfde volgorde worden vermeld als genoemd onder ‘Stempel 2’ is gebruikt op de vrachtbrief van de bestelling van [bedrijf 16] bij [bedrijf 3] van 8 mei 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de iPhone XS Max is een afbeelding aangetroffen van een bestelling van 25 april 2019 van twee reclameborden op naam van [bedrijf 16] op het adres [adres 15] met 30 april 2019 als verwachte bezorgdatum. Voorts zijn op de iPhone XS Max twee video’s aangetroffen die op 30 april 2019 zijn gemaakt met de iPhone XS Max. Op de eerste video is een gebouw en een wit bord met de naam [bedrijf 16] te zien. Uit de metadata blijken de lengte- en breedtegraden van de locatie van deze opname. Het invoeren van deze metadata op de website GPS-coordinaten.nl leverde de politie het adres [adres 15] in België op. De tweede video is vanaf de andere kant van de straat genomen en daarop is een wit bord met de naam ‘ [bedrijf 16] ’ en een busje van Borent.nl te zien. Van deze tweede video is ook een afbeelding op de telefoon aangetroffen. Uit de metadata blijkt dat deze afbeelding ook op 30 april 2019 is gemaakt. In de administratie van [medeverdachte 1] zijn huurcontracten / facturen aangetroffen van de huur van voertuigen. Daaruit blijkt dat [medeverdachte 1] op 29 april 2019 een Toyota Proace heeft gehuurd bij Bo-rent [plaats 5] . De maximale huurtermijn liep tot 30 april 2019 om 10.55 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts zijn op de Samsung S9 van [medeverdachte 1] zes afbeeldingen van verschillende verpakkingen van elektrische tandenborstels van het type Oral-B Genius aangetroffen. Op een aantal van deze afbeeldingen is te zien dat de verpakkingen op een stapel dozen staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.4.2.2 [medeverdachte 3] Uit de vaststaande feiten is gebleken dat de eerste order van € 10.670,00 op 6 mei 2019 is betaald aan [bedrijf 3] vanaf de Belgische bankrekening op naam van [rekeningnummer 7] . Deze transactie was mogelijk door een overboeking op dezelfde dag van € 11.100,00 vanaf de bankrekening [rekeningnummer 4] op naam van [bedrijf 19] . Zoals hiervoor reeds is vastgesteld, is [bedrijf 19] de eenmanszaak van [medeverdachte 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De woning van [medeverdachte 3] op de [adres 3] in [plaats 2] is op 30 juli 2020 doorzocht. Tussen de in beslag genomen administratie zaten vrachtbrieven van [bedrijf 3] aan [bedrijf 16] . Op één daarvan is de datum van ontvangst 9 mei 2019. [bedrijf 3] staat als afzender van de goederen vermeld en in het vak voor de ontvanger staat een stempel van [bedrijf 16] [bedrijf 11] met het adres [adres 15] . Met betrekking tot de waarde van de goederen is een bedrag van € 18.369,10 vermeld. Als omschrijving van de goederen staan 190 stuks Oral-B Genius beschreven. Uit de vrachtbrief volgt dat [bedrijf 16] [bedrijf 11] de goederen heeft opgehaald en heeft vervoerd. Dit komt overeen met de bestelling van 8 mei 2019. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast deze vrachtbrieven behoren bij de bestelling bij [bedrijf 3] door [bedrijf 16] van 8 mei 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts is de iPhone 8 Plus van [medeverdachte 3] in beslag genomen en onderzocht door de politie. Hieruit blijkt dat [medeverdachte 3] een gesprek heeft via Whatsapp met het account ‘ [telefoonnummer 9] @s.whatsapp.net [naam 29] ’ (hierna: ‘ [naam 29] ’). [medeverdachte 3] heeft op 14 mei 2019 om 11:27 uur naar [naam 29] gestuurd: “Heb wel oral b voor je”. Verder heeft [medeverdachte 3] om 12:12 uur een screenshot van berichten van [accountnaam 16] ( [verdachte] ) naar ‘ [naam 29] ’ verzonden waarop te lezen is: “in principe is alles verkocht bro” en “als er iets over blijft laat ik je weten”. Vervolgens heeft [medeverdachte 3] om 12:16 uur naar ‘ [naam 29] ’ gestuurd: “Ma je mag wel gelijk verwijder e” en “Ik wou alleen laten zien anders dacht je dat ik jou flash”. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [medeverdachte 3] kort na de levering van de goederen door [bedrijf 3] producten van Oral-B aanbood en een bericht deelde waaruit blijkt dat het daarbij om tandenborstels ging en dat die verkocht waren. Verder is bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] op de [adres 4] in [plaats 2] een vrachtbrief aangetroffen, waaruit blijkt dat [medeverdachte 3] namens [bedrijf 19] op 15 mei 2019 twintig pakketten met tandenborstels heeft verzonden via UPS. De pakketten hebben een totaal gewicht van 126 kilogram. Deze tandenborstels zijn verzonden naar het bedrijf [bedrijf 1] aan [naam 30] , [adres 16] in Oostenrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.4.2.3 [verdachte] Op verschillende gegevensdragers zijn bewijsmiddelen aangetroffen die duiden op betrokkenheid van [verdachte] bij de oplichting van [bedrijf 3] . Zo is op de iPhone XS met de naam ‘iPhone van [verdachte] ’ (beslagcode [IBN-code 2] ) van [verdachte] een screenshot aangetroffen van een chat tussen ‘ [accountnaam 35] ’ en ’ [verdachte] ’ op 22 mei 2019. De chat verloopt als volgt: [accountnaam 35] : “Hey [verdachte] , heb je kunnen nakijken wat je kan missen voor het tennistoernooi? Grts [accountnaam 35] ” : “Hi [accountnaam 35] ik zal 3x oral B electrische tandenborstel doneren ter waarde van 120€ per stuk mvg [verdachte] ”</p>\n<p class=\"lf-p\">Na het hiervoor genoemde bericht heeft ‘ [verdachte] ’ een screenshot met daarop een foto gestuurd waarop de tekst ‘Bol.com’ en ‘Oral-B Genius tandenborstel’ te zien is. Daarna gaat de chat verder: [accountnaam 35] : “nemen we met veel plezier aan. Ik bel je morgen even voor verder af te spreken. Thx [accountnaam 35] ”</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 28 mei 2019 wordt het volgende bericht in de chat gestuurd: [verdachte] : “ik heb ze thuis liggen ik ben vanavond sws thuis.”</p>\n<p class=\"lf-p\">In de woning van [verdachte] is een USB-stick aangetroffen met de naam Silicon Power. Daarop is een document met de naam ‘BE 390k zelfde holding [bedrijf 16] ’ aangetroffen. Dit betreft een creditsafe van [bedrijf 16] [bedrijf 11] met registratienummer: 437771292, credit limit 390.000 euro, safe nummer: BE00215379 en het adres [adres 13] , [adres 14] België. Het document is gedateerd op 15 januari 2019 om 19:09 uur. Volgens de politie is dit een document dat is opgevraagd ter controle van de kredietwaardigheid van een bedrijf, teneinde de gegevens van dit bedrijf te gebruiken voor de inrichting en uitstraling van het imitatiebedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder is in de MacBook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) van [verdachte] een document van de Belgische bank Nagelmackers aangetroffen. In het document zijn details van een overschrijving van bankrekening [rekeningnummer 7] ten name van [bedrijf 16] beschreven. Het betreft een overboeking op 29 april 2019 van een bedrag van € 22.050,00 van opdrachtgever [bedrijf 16] naar een Italiaanse bankrekening. Daarnaast werd in dezelfde MacBook Pro een Skype-ID aangetroffen van [naam 31] @ [e-mailadres 5] . Bij de oplichting van [bedrijf 3] heeft het imitatiebedrijf [bedrijf 16] gebruikgemaakt van het e-mailadres [e-mailadres 5] . Dit betreft dus dezelfde domeinnaam die is aangetroffen in de MacBook Pro van [verdachte] . Ook werd in de geschiedenis van de browser van de MacBook Pro de website https:// [e-mailadres 5] / aangetroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is een screenshot van een Wickr-chat tussen ‘ [accountnaam 16] ’ ( [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 17] ’ ( [medeverdachte 1] ) aangetroffen in de Samsung S9 van [medeverdachte 1] . [accountnaam 16] ( [verdachte] ) schrijft dat [accountnaam 17] ( [medeverdachte 1] ) de tandenborstels eruit moet halen en twee losse erin moet doen. Verder vraagt [accountnaam 16] ( [verdachte] ) naar de afmetingen en het aantal dozen, waarop [accountnaam 17] ( [medeverdachte 1] ) antwoordt dat het om dertien dozen gaat en dat hij de afmetingen zal doorgeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.4.3 Oplichting In het contact met [bedrijf 3] zijn de gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] gebruikt. Verder werd gebruik gemaakt van de fictieve naam [naam 15] van [bedrijf 16] [bedrijf 11] en zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] verstrekt aan [bedrijf 3] . Dit maakte dat [bedrijf 3] ervan uitging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] Er is een vertrouwensaankoop gedaan, in de vorm van een eerste bestelling die is betaald van een Belgische bankrekening van een bedrijf [bedrijf 16] dat een handelsnaam voerde die sterk leek op de naam van het bonafide bedrijf. Die aankoop sterkte [bedrijf 3] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de bestellingen van 8 en 10 mei 2019, waarvoor geen betaling volgde, werd gebruikgemaakt van de naam en het adres van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] Het adres waar de leveringen moesten plaatsvinden betrof echter een adres in [adres 15] dat niet aan het bonafide bedrijf toebehoort. Daarnaast werden een website en e-mailadressen genoemd die niet aan het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] toebehoren. De vrachtbrief van de bestelling van 8 mei 2019 werd voorzien van een stempel met de naam van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] en vervalste gegevens. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake is van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen, waardoor [bedrijf 3] is bewogen tot afgifte van vierhonderd Oral-B Genius tandenborstels. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.4.4 Medeplegen De rechtbank is op basis van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] als medepleger bij de oplichting van [bedrijf 3] betrokken waren. [medeverdachte 1] komt bij de oplichting van [bedrijf 3] duidelijk in beeld. Hij heeft de goederen horend bij de vertrouwensaankoop afgehaald. Zijn betrokkenheid bij de daarop volgende bestellingen blijkt uit het feit dat de leveringsbonnen (‘delivery notes’) daarvan in zijn administratie zijn aangetroffen. Daarnaast blijkt [medeverdachte 1] ook de beschikking te hebben gehad over de goederen die uit de oplichting zijn verkregen. Op zijn telefoon zijn afbeeldingen van verpakkingen van verschillende Oral-B tandenborstels aangetroffen. Via Wickr heeft hij met [verdachte] contact gehad over het herverpakken van dozen met tandenborstels. Tot slot worden via Skype door “ [medeverdachte 1] ” Oral-B Genius tandenborstels aangeboden die qua modelnaam overeenkomen met de uit de oplichting van [bedrijf 3] verkregen goederen. Verder stond een afbeelding op zijn telefoon van een document waarin ‘stempels’ worden beschreven. De in die afbeelding beschreven stempel van het imitatiebedrijf is op een vrachtbrief van de bestelling van 8 mei 2019 aangetroffen. Tot slot zijn videobestanden op zijn telefoon aangetroffen die zijn gemaakt van het adres waar het imitatiebedrijf was gevestigd. [medeverdachte 3] heeft door een overboeking van de bankrekening van de eenmanszaak op zijn naam naar de bankrekening van [bedrijf 16] , de vertrouwensaankoop mogelijk gemaakt. Daarnaast is in zijn woning een vrachtbrief van één van de niet betaalde bestellingen van tandenborstels aangetroffen. Uit het bezit van die vrachtbrief leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] die bestelling heeft opgehaald. Op die vrachtbrief zijn een handtekening en stempel geplaatst namens het imitatiebedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] De rechtbank gaat ervan uit dat [medeverdachte 3] die handtekening en stempel geplaatst heeft, omdat niet is gebleken dat de bestelling door meerdere personen is opgehaald. Hij heeft zich daarmee uitgegeven als representant van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] , een bedrijf waarmee hij geen enkele binding heeft. Verder heeft [medeverdachte 3] , in een chat die enkele dagen na de oplichting plaatsvindt met ‘ [naam 29] ’, aangegeven dat hij op dat moment beschikt over Oral-B goederen. Uit de verdere berichten die [medeverdachte 3] met ‘ [naam 29] ’ wisselt, blijkt bovendien dat hij wist dat de Oral-B tandenborstels die hij aanbood geen legale herkomst hadden. [medeverdachte 3] verzocht ‘ [naam 29] ’ immers om de berichten over het aanbod van tandenborstels direct te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals de rechtbank in de inleidende overwegingen al heeft vastgesteld, blijkt uit de bewijsmiddelen dat [verdachte] met gebruikmaking van de valse naam [naam 15] contact heeft gelegd met [bedrijf 3] . Verder had hij op zijn gegevensdragers aan [bedrijf 16] [bedrijf 11] te relateren informatie staan. Op de USB-stick van [verdachte] is een check van de kredietwaardigheid van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] aangetroffen. Korte tijd later wordt de handelsnaam [bedrijf 16] in gebruik genomen en weer enige tijd later – maar voorafgaand aan de oplichting van [bedrijf 3] – wordt een bankrekening geopend op naam van het bedrijf [bedrijf 16] . Vanaf die bankrekening wordt de vertrouwensaankoop betaald. In de MacBook Pro van [verdachte] is een afbeelding van een overboeking van [bedrijf 16] naar een Italiaanse bankrekening aangetroffen en een Skype-ID waarbij gebruik is gemaakt van de domeinnaam [e-mailadres 5] , die ook bij de oplichting is gebruikt. Uit de berichten die op zijn telefoon zijn aangetroffen blijkt dat [verdachte] kort na de oplichting kennelijk de beschikking had over Oral-B tandenborstels, omdat hij die aanbiedt voor een tennistoernooi.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] ieder een significante en wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf 3] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt. [verdachte] was betrokken bij de oprichting van het imitatiebedrijf [bedrijf 16] , bij het directe contact met [bedrijf 3] en bij betalingen die door het imitatiebedrijf werden verricht. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] waren het gezicht van [bedrijf 16] [bedrijf 11] voor [bedrijf 3] . Zij hebben goederen opgehaald en zich uitgegeven als vertegenwoordigers van [bedrijf 16] [bedrijf 11] , een bedrijf waarmee zij geen band hadden. Verder volgt uit de bewijsmiddelen dat zij alledrie kort na de oplichting in bezit waren van de uit de oplichting verkregen tandenborstels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van oplichting van [bedrijf 3] wettig en overtuigend bewezen kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.5 Feit 7 – [bedrijf 4] 7.3.5.1 Vaststaande feiten Op 5 juni 2019 heeft [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ) via Skype een verzoek gekregen van iemand die zich [naam 16] van [bedrijf 17] noemde om zaken te doen. [bedrijf 4] heeft deze persoon om de bedrijfsgegevens gevraagd, zodat ze het btw-nummer kon controleren. [naam 16] verstrekte de gegevens van [bedrijf 17] Vervolgens heeft [bedrijf 4] [bedrijf 17] laten controleren op kredietwaardigheid. Op 7 juni 2019 zijn honderd bestelde JBL Extreem boxen geleverd. Het bedrag van € 13.300,00 werd betaald door middel van een overboeking vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] op naam van [bedrijf 17] . Een werknemer van [bedrijf 4] heeft een selfie gemaakt met de persoon die de goederen kwam afhalen namens [bedrijf 17] Hij heeft ook een foto gemaakt het identiteitsbewijs van deze persoon en een foto van de auto waarmee hij was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 12 juni kreeg [bedrijf 4] opnieuw een mail namens [bedrijf 17] Ze wilden nu vierhonderd JBL Extreem boxen ter waarde van € 53.200,00 kopen. Ook deze bestelling is door [bedrijf 17] betaald en de goederen zijn op 13 juni 2019 door dezelfde persoon opgehaald bij [bedrijf 4] . Op 13 juni 2019 is direct opnieuw een bestelling geplaatst voor achthonderd speakers van het merk JBL, type Flip, ter waarde van € 45.770,00. Dezelfde chauffeur heeft de goederen de volgende dag opgehaald. De bestelling is niet betaald. Op 17 juni 2019 werd wederom een bestelling geplaatst door [bedrijf 17] . [bedrijf 17] wilde 342 speakers van het merk JBL kopen, type Extreem 2 / Puls 3 ter waarde van € 50.686,90. Dezelfde chauffeur haalde de goederen op 19 juni 2019 op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bestelling werd echter ook niet betaald door [bedrijf 17] . [bedrijf 4] heeft in totaal schade voor een bedrag van € 96.456,90. Op 3 juli 2019 werd [bedrijf 4] telefonisch benaderd door [naam 32] die vertelde dat zijn gegevens en de gegevens van [bedrijf 17] waren gebruikt voor (toevoeging rechtbank: het imitatiebedrijf) [bedrijf 17] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aangifte is een foto met daarop [medeverdachte 1] en een andere man gevoegd (de rechtbank begrijpt de in de aangifte genoemde selfie). Ook zit bij de aangifte een foto van een identiteitsbewijs/verblijfsdocument op naam van [medeverdachte 1] . [bedrijf 17] heeft als enig aandeelhouder [naam 32] en is gevestigd op de [adres 17] in [plaats 8] . De website [bedrijf 17] en het e-mailadres [e-mailadres 6] zijn niet in gebruik bij [bedrijf 17] Op een afdruk van de website van [bedrijf 17] , die bij de aangifte is gevoegd, zijn de volgende gegevens te zien: het telefoonnummer [telefoonnummer 10] , het e-mailadres [e-mailadres 6] , het kantoor- en opslagadres [adres 18] in [plaats 7] en vestigingsadres [adres 17] [plaats 8] . [bedrijf 17] heeft KvK-nummer [KVK-nummer 4] , is één van de handelsnamen van de eenmanszaak op naam van [medeverdachte 1] en heeft de [adres 4] [postcode 2] [plaats 2] als bezoekadres. Het bedrijf is op 3 november 2017 ingeschreven bij de KvK en na een aantal eerdere naamswijzigingen is de naam op 19 april 2019 gewijzigd naar [bedrijf 17] . Deze wijziging is per brief bevestigd aan [bedrijf 17] op het vestigingsadres van [bedrijf 17] , namelijk [adres 4] in [plaats 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 22 maart 2019 is op naam van [medeverdachte 1] de zakelijke rekening geopend met rekeningnummer [rekeningnummer 8] die werd gebruikt voor eenmanszaak [bedrijf 17] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.5.2 Betrokkenheid verdachten 7.3.5.2.1 [medeverdachte 1] Verbalisanten hebben op 12 november 2019 de eigenaar van het pand aan de [adres 18] in [plaats 7] bezocht, de heer [naam 33] . Hij verhuurde dat pand. De huurder had drie jongens in dienst, die bij de loods kwamen. Verbalisanten tonen een foto van [medeverdachte 1] , die door [naam 33] wordt herkend als één van de jongens die bij de loods kwam. [naam 33] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] bij de loods heeft geschilderd en dat er een bord van [bedrijf 17] hing. heeft verklaard dat [bedrijf 17] een bedrijfspand had in [plaats 7] en dat daar spullen konden worden gelegd. Verder heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij een paar keer in [plaats 7] is geweest en dat hij de eigenaar van het pand heeft leren kennen. Ook heeft hij het pand ingericht. Hij heeft bevestigd dat er een bord van [bedrijf 17] hing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] is administratie in beslag genomen. Daarin werden van de bestellingen op 7, 12, 13 en 17 juni 2019 telkens afleveringsbonnen en vrachtbrieven aangetroffen. Daaruit volgt dat goederen telkens in [plaats 16] zijn opgehaald namens [bedrijf 17] Uit de vaststaande feiten volgt dat de goederen telkens zijn opgehaald door [medeverdachte 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] is in zijn slaapkamer een ING-bankpas op naam van ‘ [bedrijf 17] [medeverdachte 1] ’ met het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] aangetroffen. Voor deze rekening is slechts één betaalpas afgegeven. Tevens is een A4 document van de ING-bank gericht aan [bedrijf 17] aangetroffen met daarop de tekst ‘Een nieuwe Betaalpas’. Tussen de administratie op de slaapkamer van [medeverdachte 1] zat ook een brief van de ING-bank met als onderwerp ‘beëindiging bankrelatie’, gedateerd op 24 juli 2019. Op de slaapkamer zijn ook bankafschriften van de hiervoor genoemde bankrekening aangetroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de vaststaande feiten is reeds gebleken dat de eerste order honderd stuks JBL Extreem boxen betrof. Op 6 juni 2019 is een bedrag van € 13.300,00 overgeboekt vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] van [bedrijf 17] naar de bankrekening [rekeningnummer 9] ten name van [bedrijf 4] . Deze overboeking was mogelijk door bijschrijvingen van € 10.000,00 en € 3.300,00 vanaf de bankrekening [rekeningnummer 10] ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [bedrijf 18] . Op 12 juni werd een tweede bestelling gedaan van vierhonderd JBL Extreem boxen en op 17 juni 2019 werd het daarbij horende bedrag wederom overgeboekt vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] van [bedrijf 17] naar de bankrekening [rekeningnummer 9] ten name van [bedrijf 4] . Deze overboeking was mogelijk door bijschrijvingen van € 800,00 vanaf rekening [rekeningnummer 11] t. n.v. [medeverdachte 1] h/o [bedrijf 20] en € 52.000,00 vanaf rekening [rekeningnummer 10] t. n.v. [medeverdachte 1] h/o [medeverdachte 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.5.2.2 [verdachte] Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] zijn op verschillende gegevensdragers bewijsmiddelen aangetroffen die duiden op een betrokkenheid van [verdachte] bij het imitatiebedrijf [bedrijf 17] en de oplichting van [bedrijf 4] in het bijzonder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de USB-stick Silicon Power zijn documenten aangetroffen met de naam “ [bedrijf 17] ”. Het gaat om documenten die zijn aangemaakt op 18 november 2018. Dat betreffen bestanden met de namen:“NL krediet 2 [bedrijf 17] .pdfkvk [bedrijf 17] .pdf[bedrijf 17] krediet.pdfkvk [bedrijf 17] .pdf”</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestand kvk [bedrijf 17] .pdf bevat een KvK-uittreksel van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf 17] met het officiële vestigingsadres, de bestuurder en eigenaar. In een map verwijderde bestanden op de USB-stick is een op 4 juni 2019 aangemaakt bestand te vinden dat een KvK-uittreksel betreft van het kredietwaardige bedrijf, aangevuld met gegevens van het imitatiebedrijf. De daadwerkelijke gegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf 17] zijn daarbij deels verwijderd. Als postadres is toegevoegd de [adres 18] in [plaats 7] en het e-mailadres is gewijzigd in [e-mailadres 6] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zijn tussen de verwijderde bestanden op de USB-stick orders van [bedrijf 4] aangetroffen met daarop als koper ‘ [naam 16] ’ en als bezorgadres ‘ [adres 18] [plaats 7] ’. Het eerste orderbestand is aangemaakt op 6 juni 2019 en betreft honderd stuks ‘JBL Xtreme BT Red’ ter waarde van € 13.300,00. Het tweede en derde orderbestand bevat dezelfde gegevens van de koper. Het tweede orderbestand is aangemaakt op 12 juni 2019 en betreft vierhonderd stuks ‘JBL Xtreme BT Red’ ter waarde van € 53.200,00. Het derde orderbestand is aangemaakt op 13 juni 2019 en betreft vijfhonderd stuks ‘JBL Flip 4 Black’, honderd stuks ‘JBL Flip 4 Teal’, honderd stuks ‘JBL Flip 4 Blue’ en honderd stuks ‘JBL Flip 4 White’ ter waarde van in totaal € 45.770,00 Voorts is op de USB-stick een videobestand aangetroffen dat betrekking heeft op een loods aan de [adres 18] te [plaats 7] . Op die beelden is aan de weg een reclamebord met daarop de naam ‘ [bedrijf 17] ’ te zien. De oprit en locatie die te zien zijn op de video komen overeen met de [adres 18] te [plaats 7] zoals te zien is op Google Maps. Verder hebben de verbalisanten ook een reclamebord met daarop ‘ [bedrijf 17] ’ gezien toen zij op de [adres 18] in [plaats 7] waren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot is op de USB-stick een videobestand aangetroffen dat is aangemaakt op 26 juni 2019waarop een grote partij dozen in een loods te zien is. Op de dozen staat schuingedrukt ‘JBL’ en op één van de JBL-dozen zat een wit vel papier geplakt met daarop de handgeschreven tekst ‘ [bedrijf 17] ’.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.5.3 Oplichting Bij de oplichting van [bedrijf 4] zijn de gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] gebruikt. In het contact met [bedrijf 4] werd gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam 16] van [bedrijf 17] Ook zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] verstrekt aan [bedrijf 4] . Daarbij heeft [medeverdachte 1] de handelsnaam [bedrijf 17] toegevoegd aan zijn eenmanszaak en een zakelijke rekening geopend voor die eenmanszaak [bedrijf 17] . Die bankrekening werd gebruikt bij de vertrouwensaankopen. Dit maakte dat [bedrijf 4] ervan uit ging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Er zijn vertrouwensaankopen gedaan, in de vorm van twee bestellingen die zijn betaald. Die aankopen sterkten [bedrijf 4] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de bestellingen van 13 en 17 juni 2019, waarna geen betaling volgde, werd gebruikgemaakt van de naam en het adres van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf 17] Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake is van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf 4] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf 4] is bewogen tot afgifte van 1.142 speakers van het merk JBL. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.5.4 Medeplegen De rechtbank is op basis van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel [medeverdachte 1] en [verdachte] als medepleger bij de oplichting van [bedrijf 4] betrokken waren. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf 4] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet. [medeverdachte 1] komt ook bij de oplichting van [bedrijf 4] duidelijk in beeld. Het imitatiebedrijf [bedrijf 17] is één van de handelsnamen van de eenmanszaak op naam van [medeverdachte 1] . Hij heeft bij de KvK deze handelsnaam zelf toegevoegd aan zijn eenmanszaak en hij is betrokken geweest bij de inrichting van het pand van [bedrijf 17] aan de [adres 18] in [plaats 7] . Hij heeft blijkens de verklaring van de aangever en de bij hem aangetroffen vrachtbrieven en afleveringsbonnen ook telkens de goederen afgehaald die besteld werden, zowel voor de twee vertrouwensaankopen als voor de bestellingen waarvoor niet betaald werd. Hij heeft zich daarbij voorgedaan als vertegenwoordiger van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] , een bedrijf waarmee hij geen band had. [medeverdachte 1] was voor [bedrijf 4] het gezicht van [bedrijf 17] Verder heeft [medeverdachte 1] de enige betaalpas van de bankrekening van [bedrijf 17] voorhanden gehad. Via deze bankrekening zijn de vertrouwensaankopen betaald. Voorts werd de bankrekening van [bedrijf 17] voorafgaand aan de overboekingen naar [bedrijf 4] gevoed door bijschrijvingen vanaf andere bankrekeningen op naam van [medeverdachte 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals de rechtbank in de inleidende overwegingen heeft vastgesteld, heeft [verdachte] onder de valse naam [naam 16] contact gelegd met [bedrijf 4] . Verder komt [verdachte] in beeld bij de oplichting van [bedrijf 4] via de informatie die is aangetroffen op de USB-stick Silicon Power die in zijn woning is aangetroffen. Daarop stonden echte en vervalste KvK-uittreksels van [bedrijf 17] Daarnaast stonden er beeldopnames op van de buitenkant van de loods in [plaats 7] die werd gebruikt door het imitatiebedrijf [bedrijf 17] , alsook een videobestand waarop een grote partij dozen is te zien met daarop ‘JBL’ en een wit vel papier met daarop de handgeschreven tekst ‘ [bedrijf 17] ’. Verder zijn op de USB-stick twee orders van de vertrouwensaankopen en één order horend bij de niet betaalde goederen aangetroffen. De rechtbank concludeert hieruit dat [verdachte] betrokken was bij de oprichting van het imitatiebedrijf [bedrijf 17] en bij de bij [bedrijf 4] geplaatste bestellingen. Bovendien blijkt uit het videobestand met daarop de JBL dozen dat [verdachte] en zijn handlangers kort na de oplichting van [bedrijf 4] de beschikking hadden over een grote hoeveelheid JBL-goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf 4] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van de oplichting van [bedrijf 4] wettig en overtuigend bewezen kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.6 Feit 8 – [bedrijf 5] 7.3.6.1 Vaststaande feiten [bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ) heeft een e-mail gehad waarin zich een nieuwe klant heeft gemeld. Een medewerker van [bedrijf 5] heeft op 5 juni 2019 het eerste skypegesprek gevoerd met de nieuwe klant, die zich [naam 17] van het bedrijf [bedrijf 17] noemde. Hij gebruikte het Skype ID: live: [naam 17] . [bedrijf 5] heeft met [naam 17] bedrijfsgegevens uitgewisseld om een bedrijfscheck te doen. [bedrijf 5] kreeg onder andere een uittreksel van de KvK en aan de hand van het KvK-nummer heeft [bedrijf 5] een creditcheck en bedrijfscheck laten uitvoeren. Daarna is [bedrijf 5] zaken gaan doen met [bedrijf 17] . De eerste order werd geplaatst op 8 juni 2019 en betrof 2.000 stuks Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van in totaal € 69.000,00. [naam 17] heeft aangegeven dat de chauffeur de goederen op de [adres 18] in [plaats 7] moest afleveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na inspectie op de [adres 18] in [plaats 7] op 11 juni 2019 werd er middels bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] € 69.000,00 op de bankrekening van [bedrijf 5] gestort, waarna de chauffeur de goederen heeft mee gegeven. Een week later kreeg [bedrijf 5] opnieuw een skypebericht van [naam 17] . Hij wilde graag 3.000 stuks Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 104.100,00 kopen en hij wilde betalen na de levering. [bedrijf 5] is akkoord gegaan met het verzoek van [naam 17] , omdat bij de eerste deal geen problemen waren voorgevallen. De goederen zijn wederom verzonden naar de [adres 18] in [plaats 7] en de levering is daar op 24 juni 2019 aangekomen. Het was de afspraak dat er de volgende dag betaald zou worden, maar er werd geen geld overgemaakt. [bedrijf 5] heeft op 26 en 27 juni 2019 [naam 17] benaderd met de vraag of hij wilde betalen en [naam 17] vertelde dat het geld was overgemaakt. [bedrijf 5] heeft echter sindsdien geen geld meer ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de factuur van [bedrijf 17] van de 3.000 stuks Toshiba HDD Basics 2018 1 TB is als officeadres [adres 17] in [plaats 8] vermeld en als afleveradres [adres 18] in [plaats 7] . Deze adressen zijn ook vermeld op de vrachtbrief. [naam 32] is de enig aandeelhouder van [bedrijf 17] Dat bedrijf is alleen gevestigd op de [adres 17] in [plaats 8] . Op het uittreksel van de KvK van [bedrijf 17] , dat door [naam 17] is verstrekt aan [bedrijf 5] , staat echter als bezoekadres van het bedrijf de [adres 17] in [plaats 8] en als postadres [adres 18] in [plaats 7] . Als enig aandeelhouder en bestuurder staat [naam 32] vermeld. Bij het uitwisselen van de bedrijfsgegevens heeft [bedrijf 5] een kopie van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [naam 32] ontvangen. De Koninklijke Marechaussee heeft na onderzoek geconcludeerd dat de afgebeelde identiteitskaart vals of vervalst is.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.6.2 De geldstroom Uit het transactieoverzicht van de bankrekening [rekeningnummer 8] ten name van [bedrijf 17] blijkt dat op 11 juni 2019 een bedrag van € 69.000,00 wordt overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer 12] ten name van [bedrijf 5] met als omschrijving ‘2019500347’. Deze transactie werd mogelijk gemaakt door overboekingen van</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 5.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [medeverdachte 1] op 7 juni 2019,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 10.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [medeverdachte 1] op 10 juni 2019,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 5.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [medeverdachte 1] op 10 juni 2019,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 36.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [medeverdachte 1] op 10 juni 2019, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 4.000,00 vanaf rekening [rekeningnummer 13] ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [bedrijf 20] op 10 juni 2019.</div>\n<p class=\"lf-p\">Ook werd er op 8 juni 2019 € 10.000,00 aan contant geld gestort op de bankrekening ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [bedrijf 17] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.6.3 Betrokkenheid 7.3.6.3.1 [medeverdachte 1] De rechtbank verwijst voor de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij [bedrijf 17] en de middels dit imitatiebedrijf gepleegde oplichting naar wat zij hiervoor bij feit 7 heeft overwogen. Hieruit volgt ook de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij het bedrijf [medeverdachte 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.6.3.2 [verdachte] De rechtbank verwijst voor de betrokkenheid van [verdachte] bij [bedrijf 17] , de middels dit imitatiebedrijf gepleegde oplichting en de relatie met de [adres 18] in [plaats 7] naar wat zij hiervoor bij feit 7 heeft overwogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de USB-stick Silicon Power is in de map verwijderde bestanden ten aanzien van [bedrijf 5] het een bestand aangetroffen dat is aangemaakt op 7 juni 2019. Dat betreft een order van [bedrijf 17] bij [bedrijf 5] met als koper [naam 17] en [adres 18] in [plaats 7] als bezorgadres. Daarbij werd het e-mailadres [e-mailadres 7] gebruikt. De order betrof ‘Toshiba Canvio 1TB HDTB410EK3AA 2000’ ter waarde van € 69.000,00.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is een tweede order van [bedrijf 5] op die USB-stick aangetroffen. Dit document betreft een rekening van de tweede levering goederen van [bedrijf 5] aan [bedrijf 17] met als leveringsadres [bedrijf 17] [adres 18] , [adres 18] [plaats 7] . Het betreft ‘multimedia Toshiba HDD Basics 2018 1TB EU1 24.06.2019 Stk 104.100,00 HDTB410EK3AA’. Dit document is door de verbalisant vergeleken met de tweede rekening van de aangifte en de conclusie van de verbalisant is dat de documenten overeenkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts is er op dezelfde USB-stick een videobestand aangetroffen met aanmaakdatum 26 juni 2019 waarop dozen Toshiba harde schijven, alle voorzien van het productnummer HDTB410EK3AA, en met verschillende serienummers te zien zijn. De serienummers die te zien zijn op één screenshot uit het videofragment, met daarop een vijftal serienummers, komen overeen met de met goederenbijlage van de eerste levering van [bedrijf 5] . Ook zijn serienummers van de eerste en tweede order van [bedrijf 5] aangetroffen in de map verwijderde bestanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de Macbook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) van [verdachte] is een mail aangetroffen van [e-mailadres 3] naar [e-mailadres 8] verzonden op 30 oktober 2019. In deze mail wordt ‘we want to buy’ geschreven en daarna wordt een aantal goederen genoemd waaronder ‘5000 Toshiba HDD 1 TB HDTB410EK3AA’.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.6.4 Oplichting Voor de oplichting van [bedrijf 5] is het bonafide bedrijf [bedrijf 17] gebruikt. In het contact met [bedrijf 5] werd gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam 17] van [bedrijf 17] en zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] verstrekt aan [bedrijf 5] . Dat betrof een vervalst KvK-uittreksel en een vervalst identiteitsdocument van de bestuurder van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Dit maakte dat [bedrijf 5] ervan uit ging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Er is een vertrouwensaankoop gedaan, in de vorm van een bestelling die is betaald. Die aankoop sterkte [bedrijf 5] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestelling die op 21 juni 2019 werd geleverd, waarna geen betaling volgde, werd opnieuw gebruikgemaakt van de naam en het adres van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf 5] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf 5] is bewogen tot afgifte van 3.000 harde schijven van het type Toshiba HDD Basics 2018 1 TB. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.6.5 Medeplegen De rechtbank is op basis van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] als medepleger bij de oplichtingen van [bedrijf 5] betrokken waren. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf 5] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet. [medeverdachte 1] komt bij de oplichting van [bedrijf 5] in beeld omdat [bedrijf 17] één van de handelsnamen is van de eenmanszaak op naam van [medeverdachte 1] en omdat hij deze handelsnaam bij de KvK zelf heeft toegevoegd. Verder is [medeverdachte 1] betrokken geweest bij de inrichting van het pand aan de [adres 18] in [plaats 7] , waar de goederen zijn geleverd door [bedrijf 5] . Voorts is de vertrouwensaankoop overgeboekt van de bankrekening van [medeverdachte 1] handelend onder [bedrijf 17] , van welke rekening hij de enige betaalpas voorhanden heeft gehad, en is de vertrouwensaankoop grotendeels mogelijk gemaakt door overboekingen van bankrekeningen van [medeverdachte 1] handelend onder zijn eigen naam of handelend onder handelsnamen van zijn eenmanszaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals de rechtbank onder de inleidende overwegingen heeft vastgesteld, heeft [verdachte] onder de valse naam [naam 17] contact gelegd met [bedrijf 5] . Op grond van de op de USB-stick Silicon Power van [verdachte] aangetroffen documenten kan naar het oordeel van de rechtbank voorts worden aangenomen dat [verdachte] betrokken was bij het vervalsen van de KvK-inschrijving van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] en bij de vertrouwensaankoop en de bestelling van de goederen die niet zijn betaald. Verder blijkt uit het op die USB-stick aangetroffen videobestand en het op de MacBook Pro aangetroffen mailbericht dat [verdachte] en zijn handlangers kort na de oplichting de beschikking hadden over een grote hoeveelheid harde schijven die van [bedrijf 5] afkomstig waren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een wezenlijke en significante bijdrage hebben aan de oplichting van [bedrijf 5] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van oplichting van [bedrijf 5] wettig en overtuigend bewezen kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3.7 Feit 9 – [bedrijf 6] 7.3.7.1 Vaststaande feiten [bedrijf 6] (hierna: [bedrijf 6] ) heeft aangifte gedaan van oplichting. Aangever kwam via een tussenpersoon in contact met [naam 17] van [bedrijf 17] . Op 24 juni 2019 nam de tussenpersoon contact op met [bedrijf 6] met de vraag of [bedrijf 6] onder andere 500 stuks PS4 (de rechtbank begrijpt: Playstation 4) Slim 500 GB wilde kopen. [bedrijf 6] was daarin geïnteresseerd en ontving het Skype ID van de verkoper: [naam 17] . [bedrijf 6] had via Skype contact met [naam 17] . [naam 17] gaf een link van de website [bedrijf 17] Het kwam tot een overeenkomst. [bedrijf 6] heeft het btw-nummer gecontroleerd van [bedrijf 17] op basis van de door [naam 17] gestuurde bedrijfsgegevens. Deze check was positief. Het beleid bij [bedrijf 6] is dat tien procent van het totaalbedrag vooraf wordt betaald en dat negentig procent na levering van de goederen wordt betaald. In eerste instantie betrof de order 200 stuks PS4, waarop [bedrijf 6] op 27 juni 2019 de tien procent van het totaalbedrag (betreffende € 3.000,00) overmaakte naar de bankrekening [rekeningnummer 8] ten name van [bedrijf 17] . Voordat [bedrijf 6] de goederen had ontvangen, heeft [bedrijf 6] gevraagd om de order te verhogen naar 450 stuks PS4. [bedrijf 17] ging hiermee akkoord. Per abuis is door [bedrijf 6] het volledige bedrag van € 88.650,00 overgemaakt naar [bedrijf 17] in plaats van de resterende tien procent (de rechtbank begrijpt:</p>\n<p class=\"lf-p\">90 procent) van het volledige bedrag. In totaal is er dus € 91.650,00 overgemaakt naar [bedrijf 17] . [naam 32] is de enige aandeelhouder van [bedrijf 17] Dat bedrijf is alleen gevestigd op de [adres 17] in [plaats 8] . [naam 17] heeft aan [bedrijf 6] echter een uittreksel van de KvK van [bedrijf 17] verstrekt met daarop het KvK-nummer [KVK-nummer 5] , het bezoekadres [adres 17] [plaats 8] , het postadres [adres 18] [plaats 7] en als enig aandeelhouder en bestuurder [naam 32] . Op de factuur van [bedrijf 17] voor het bedrag van € 88.650,00 staat de naam van [naam 17] als verkoper genoemd, als rekeningnummer [rekeningnummer 8] en als e-mailadres: [e-mailadres 6] . Daarnaast staat daarop het KvK-nummer alsmede het adres in [plaats 8] van [bedrijf 17] 7.3.7.2 De geldstroom Op 27 en 28 juni 2019 heeft [bedrijf 6] in totaal € 91.650,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 8] van [bedrijf 17] . Op 28 juni 2019 is vanaf die rekening een betaling verricht van € 30.987,00 naar Holland Gold met als omschrijving ‘Bestelling100025230’. Daarnaast is een bedrag van € 10.000,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 14] op naam van [medeverdachte 1] met als omschrijving ‘2301’. Dit bedrag wordt vervolgens op 28 en 29 juni 2019 bij de ABN Amro geldautomaat aan de [adres 19] te [plaats 2] contant opgenomen. Verder wordt € 5.000,00 overgeboekt naar de bankrekening op naam van [bedrijf 19] ( [medeverdachte 3] ) en € 5.000,00 contant opgenomen van de bankrekening van [bedrijf 17] . Op 28 juni 2019 wordt via de rekening [rekeningnummer 8] van [bedrijf 17] voor een bedrag van € 35.700,00 betaald bij [bedrijf 21] . Op 1 juli 2019 wordt€ 2.000,00 opgenomen bij de ABN Amro geldautomaat aan de [adres 19] te [plaats 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De betaling aan Holland Gold is voorafgegaan door een bestelling via de website Holland Gold van één baar goud Umicore à 250 gram, één goudbaar Heraeus à 250 gram, één goudbaar Heraeus à 100 gram en vijf troy ounce gouden munten voor in totaal € 30.987,00. Daarbij zijn de gegevens ‘info@ [medeverdachte 1] .nl’ en ‘ [medeverdachte 1] , [adres 4] [postcode 2] [plaats 2] ’ gebruikt. Op 29 juni 2019 werd het pakket afgeleverd aan de [adres 4] [postcode 2] in [plaats 2] aan [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) en is getekend voor ontvangst. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de bestelling van Holland Gold thuis in ontvangst heeft genomen.</p></div>", "next": 239548}