{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het bedrag van in totaal € 427.236,10 dat in 2020 binnenkomt op de bankrekening op naam van [bedrijf] / [bedrijf] is afkomstig van 42 Duitse bankrekeningen op naam van particulieren en ondernemingen. Daarmee vertonen deze inkomende bedragen gelijkenis met de bedragen die, al dan niet direct, binnenkomen op de bankrekeningen van [bedrijf] BV, [bedrijf] BV en [bedrijf] BV en die in verband worden gebracht met fraude.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvallend is ook dat uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat er geen omzetgegevens van [bedrijf] / [bedrijf] bekend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder valt op dat de betalingen aan [bedrijf] BV niet zien op een goudaankopen door [bedrijf] / [bedrijf] zelf, maar op goudaankopen door [bedrijf] (zie paragraaf 3.3.8.3) en [bedrijf] (zie paragraaf 3.3.6). [naam] heeft verklaard dat [bedrijf] zijn eigen zaak was, maar dat hij daar niets mee heeft gedaan. Het ging toen niet zo goed met hem. Hij zat toen veel aan de drugs. Hij weet niets van het bedrag van € 427.236,00 dat binnenkomt op de bankrekening van de onderneming bij de Bunq-bank. Er was iemand die hem onder druk heeft gezet om een rekening bij de Bunq-bank te openen. Die persoon zei zijn naam nooit. Hij is die persoon tegen gekomen bij iemand waar hij veel kwam. Die persoon was [naam] . [naam] zegt nooit toegang te hebben gehad tot de zakelijke rekening bij de Bunq-bank. Hij heeft er nooit een pasje of post van ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet hierop, en gezien de overige overeenkomsten tussen de in- en uitgaande geldstromen en de betrokkenheid van [verdachte] bij de hiervoor besproken en hierna nog te bespreken ondernemingen, bankrekeningen en geldstromen, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat zowel de inkomende geldstromen als de uitgaande geldstromen, als besproken onder respectievelijk de paragrafen 3.3.9.2 en 3.3.9.3, afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.10 [bedrijf] BV ( [bedrijf] ) 3.3.10.1 De vennootschap De vennootschap [bedrijf] BV maakte tevens gebruik van de handelsnamen [bedrijf] , [bedrijf] en [bedrijf] . De vennootschap had als bezoekadres en vestigingsadres [adres] in [plaats] . [naam] was van 1 mei 2020 tot de ontbinding van de vennootschap op 5 oktober 2020 de enige bestuurder. [naam] is de ex-partner van [medeverdachte 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Het account van [bedrijf] BV bij de Bunq-bank is geopend op 15 december 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.10.2 Inkomende geldstromen In de periode van 31 augustus 2020 tot en met 24 september 2020 komt op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV / [bedrijf] een bedrag van in totaal € 628.547,66 binnen afkomstig van 23 Duitse bankrekeningen op naam van particulieren. Daarnaast komen op de rekening onder andere de volgende geldbedragen binnen:  in de periode van 25 augustus 2020 tot en met 25 september 2020 in zeven transacties een geldbedrag van € 62.858,00 vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV;  in de periode van 15 september 2020 tot en met 23 september 2020 in twee transacties een geldbedrag van € 27.600,00 vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] ;  op 17 september 2020 een geldbedrag van € 4.998,00 vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.10.3 Uitgaande geldstromen en goudaankopen In de periode van 31 augustus 2020 tot en met 24 september 2020 wordt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV / [bedrijf] in 26 transacties een geldbedrag van in totaal € 689.749,93 overgemaakt naar de bankrekening op naam van [bedrijf] BV. Daarnaast wordt in de periode van 26 augustus 2020 tot en met 25 september 2020 in 22 transacties een geldbedrag van in totaal € 31.065,40 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf], dan wel [bedrijf] BV / [bedrijf] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gegevens ontvangen van [bedrijf] BV blijkt dat de betalingen aan deze vennootschap zien op goudbestellingen door [bedrijf] en dus niet van de vennootschap [bedrijf] BV zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.10.4 Betrokkenheid [verdachte] Zoals volgt uit paragraaf 3.3.6.4 heeft [verdachte] op 16 juni 2020 een KvK-uittreksel van onder andere [bedrijf] BV naar [medeverdachte 3] gestuurd. [bedrijf] BV stond geregistreerd als gevestigd aan [adres] te [plaats] . Zoals volgt uit paragraaf 3.3.2.4.2 maakte [verdachte] , minst genomen als postadres, gebruik van deze locatie en had hij volgens [naam] vennootschappen gevestigd op het adres.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 22 oktober 2020 vindt de volgende chatconversatie plaats tussen [naam] en de gebruiker van het nummer + [telefoonnummer] (in gebruik bij [verdachte] , zie paragraaf 3.3.2.2.2): [verdachte] aan [naam] Ben morgen op kantoor eventjes [verdachte] aan [naam] Zou je voor mij alle post mee kunnen nemen [naam] aan [verdachte] Gisteren geweest, er is geen post… alleen van [bedrijf] en die heb ik retour afzender gestuurd… waren oa rekeningen van bol.com… wat er was ligt al op kantoor… Zoals volgt uit paragraaf 3.3.10.3 wordt in de periode van 26 augustus 2020 tot en met 25 september 2020 vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV / [bedrijf] € 31.065,40 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] , dan wel [bedrijf] BV / [bedrijf] . Tussen juli en september 2020 zijn er vanaf deze laatste bankrekening acht overboekingen verricht naar een bankrekening op naam van Lebara. Uit de gegevens van Lebara volgt dat bij de betalingen (de rechtbank begrijpt: de aankopen waarop deze betalingen zien) het e-mailadres [e-mailadres] is opgegeven. [verdachte] maakte gebruik van dit e-mailadres (zie paragraaf 3.3.7.5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande, en gelet op wat hierna volgt in paragraaf 3.3.17, in samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de periode waarop de ten laste gelegde geldstromen zien, toegang had tot en gebruik maakte van [bedrijf] BV en de bankrekeningen op naam van deze vennootschap waarover de in de tenlastelegging genoemde geldstroom is gelopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.10.5 Vermoeden van criminele herkomst Het bedrag van € 628.547,66 dat binnenkomt op de bankrekening op naam van [bedrijf] BV / [bedrijf] is afkomstig van 23 Duitse bankrekeningen op naam van particulieren. Daarmee vertonen deze inkomende bedragen gelijkenis met de bedragen die, al dan niet direct, binnenkomen op de bankrekeningen van [bedrijf] BV, [bedrijf] BV en [bedrijf] BV en die in verband worden gebracht met fraude.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook valt op dat de betalingen aan [bedrijf] BV niet zien op goudaankopen door [bedrijf] BV zelf, maar op goudaankopen door [bedrijf] (zie paragraaf 3.3.10.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat de omzet van [bedrijf] BV in 2020 € 2.485,00 bedroeg. Dit valt op, omdat in 2020 een geldbedrag van in totaal € 628.547,66 binnenkomt op de bankrekening van de vennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet hierop, en gezien de overige overeenkomsten tussen de in- en uitgaande geldstromen en de betrokkenheid van [verdachte] bij de hiervoor besproken en hierna nog te bespreken ondernemingen, bankrekeningen en geldstromen, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat zowel de inkomende geldstromen als de uitgaande geldstromen, als besproken onder respectievelijk de paragrafen 3.3.10.2 en 3.3.10.3, afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.11 Rekeningen op naam van [medeverdachte 3] 3.3.11.1 Inkomende geldstromen In de periode van 14 september 2020 tot en met 13 november 2020 komt op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] , destijds woonachtig in [woonplaats] , een bedrag van in totaal € 666.377,23 binnen afkomstig van tachtig Duitse en vijf Nederlandse bankrekeningen op naam van particulieren. In de periode van 1 oktober 2020 tot en met 3 december 2020 komt op de rekening in 57 transacties een bedrag van in totaal € 29.169,10 binnen, afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] .</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.11.2 Uitgaande geldstromen en goudaankopen In de periode van 17 september 2020 tot en met 6 oktober 2020 wordt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] in negen transacties in totaal € 137.343,30 overgemaakt naar de bankrekening op naam van [bedrijf] BV. In de periode van 9 oktober 2020 tot en met 3 december 2020 wordt in 48 transacties een bedrag van in totaal € 16.650,00 contant opgenomen vanaf de bankrekening. Deze contante opnames vonden onder andere plaats in [woonplaats] , [plaats] en [plaats] . Verder vinden de volgende overboekingen plaats vanaf de bankrekening:  in de periode van 14 september 2020 tot en met 27 november 2020 in 79 transacties € 486.615,11 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] ;  in de periode van 15 september 2021 (de rechtbank begrijpt: 2020) tot en met 23 september 2020 in twee transacties € 27.600,00 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gegevens van [bedrijf] BV kan worden opgemaakt dat de betalingen aan [bedrijf] BV zien op goudbestellingen van [bedrijf] .</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.11.3 Betrokkenheid [medeverdachte 3] bij de geldstromen [medeverdachte 3] was de rekeninghouder van de Bunq-bankrekening op zijn naam en had daar dus toegang toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.11.4 Betrokkenheid [verdachte] bij de geldstromen en goudaankopen In de telefoon van [naam] zijn whatsapp-chats aangetroffen tussen [naam] en de gebruiker van het nummer + [telefoonnummer] , door [naam] in zijn telefoon aangeduid als [roepnaam verdachte] . Zoals volgt uit paragraaf 3.3.2.2.8 is dit nummer in gebruik bij [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 6 april 2021 stuurt [naam] een afbeelding met een schermafdruk naar [roepnaam verdachte] ( [verdachte] ). Op de schermafdruk is te zien dat een bedrag van € 8.000,00 is overgemaakt van bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] naar bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] onder vermelding van ‘aanbetaling’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadat [naam] met onder andere dit bericht is geconfronteerd, verklaart hij dat hij geld had geleend van [roepnaam verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ). [verdachte] had de beschikking over de rekening van [medeverdachte 3] . [verdachte] heeft die € 8.000,00 overgemaakt via de rekening van [medeverdachte 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">In de telefoon van [medeverdachte 3] zijn whatsapp-chats aangetroffen tussen [medeverdachte 3] en [alias verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer] , in gebruik bij [verdachte] , zie de paragrafen 3.3.2.1.1 en 3.3.2.2.5). Op 19 september 2020 vindt het volgende whatsapp-gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en [alias verdachte] ( [verdachte] ): [medeverdachte 3] aan [verdachte] Kan je nog wat regelen [verdachte] aan [medeverdachte 3] Stuur ff betaalverzoek [verdachte] aan [medeverdachte 3] 250€ Vervolgens stuurt [medeverdachte 3] een betaalverzoek naar [verdachte] van € 250,00. (…) [verdachte] aan [medeverdachte 3] Betaald [medeverdachte 3] aan [verdachte] Super, dank je. [medeverdachte 3] aan [verdachte] Staat er nog niet op maar dat zal zometeen er wel op staan dan [verdachte] aan [medeverdachte 3] Laat menff weten [medeverdachte 3] aan [verdachte] Weet je zeker dat het goed is gegaan [verdachte] verstuurt vervolgens een schermafbeelding naar [medeverdachte 3] waarop te zien is dat via iDEAL-betaling vanaf ‘ [medeverdachte 3] ’ een Rabobank betaalverzoek is voldaan en is ontvangen naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] . [verdachte] aan [medeverdachte 3] Bij mij is ook eraf [medeverdachte 3] aan [verdachte] Ok zal het er straks wel op staan. Komt hoe [medeverdachte 3] aan [verdachte] Goed [medeverdachte 3] aan [verdachte] Staat er op thanx In de gegevens van de bankrekeningen [rekeningnummer] en [rekeningnummer] op naam van respectievelijk [bedrijf] en [medeverdachte 3] is te zien dat op 19 september 2020 een bedrag van € 250,00 wordt overgemaakt van de bankrekening [rekeningnummer] naar de bankrekening [rekeningnummer] . Vervolgens wordt vanaf deze laatste bankrekening via een Rabobank betaalverzoek € 250,00 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] . De rechtbank merkt op dat deze geldstroom overeenkomt met het whatsapp-gesprek dat hiervoor is aangehaald. Wat opvalt is dat [verdachte] kennelijk gebruikt maakt van de bankrekening [rekeningnummer] die formeel op naam van [medeverdachte 3] staat (“Bij mij is ook eraf”). Ook valt op dat [medeverdachte 3] kennelijk geen inzage heeft in die rekening. Hij kan namelijk op dat moment niet zien dat het geldbedrag van de rekening is afgeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook op 30 september 2020 verzendt [medeverdachte 3] via whatsapp twee Rabobank betaalverzoeken naar [alias verdachte] ( [verdachte] ). In de bankgegevens is te zien dat op 30 september 2020 eerst een geldbedrag van € 1.000,00 wordt overgemaakt van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] . Daarna worden twee Rabobank betaalverzoeken voldaan van € 250,00 en € 750,00 van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 10 september 2020 stuurt [verdachte] via Whatsapp een afbeelding naar [medeverdachte 3] met daarop een bericht afkomstig van het Bunq compliance team. In het bericht wordt gezegd dat een transactie van een Duitse rekening van [naam] op 11 september 2020 “in de wacht is gezet”. Er wordt gevraagd informatie te geven over de herkomst van het geld. [verdachte] chat vervolgens “Gaat al gelijk goed gvd” en “Ik regel deze gaf”. Dezelfde mededeling van de Bunq-bank, alleen dan in de Engelse taal, wordt dezelfde dag door [verdachte] via SkyECC gestuurd naar het account [naam] . Tussen [verdachte] en het account [naam] worden vervolgens verschillende berichten gewisseld om de blokkade van de transactie op te heffen en de gegevens die daarvoor nodig zijn. Intussen vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 3] om bewijsstukken waarop zijn privéadres staat vermeld. [medeverdachte 3] stuurt vervolgens verschillende bewijsstukken naar [verdachte] . Uit de transactiegegevens van de bankrekening [rekeningnummer] blijkt dat er op 14 september 2020 € 5.040,00 binnenkomt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] . Kennelijk is het gelukt om transactie uit ‘de wacht’ te halen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande, en gelet op wat hierna volgt in paragraaf 3.3.17, in samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de periode waarop de ten laste gelegde geldstromen zien, toegang had tot en gebruik maakte van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] waarover de in de tenlastelegging genoemde geldstroom is gelopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.11.5 Vermoeden van criminele herkomst Zoals volgt uit paragraaf 3.3.11.1 komt in de periode van 17 september 2020 tot en met 6 oktober 2020, een periode van slechts drie weken, op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] een bedrag van in totaal € 666.377,23 binnen afkomstig van tachtig Duitse en vijf Nederlandse bankrekeningen op naam van particulieren. De geldstroom vertoont bovendien gelijkenis met die van de inkomende geldstromen op de bankrekeningen van [bedrijf] BV, [bedrijf] BV, [bedrijf] BV en [bedrijf] BV (zie paragraaf 3.3.12) die in verband worden gebracht met fraude.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder blijkt uit de chatgesprekken zoals opgenomen in de vorige paragraaf dat [medeverdachte 3] kennelijk niet zelf toegang had tot zijn eigen bankrekening bij de Bunq-bank, maar [verdachte] wel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder valt op dat de betalingen vanaf de bankrekening van [medeverdachte 3] aan [bedrijf] BV niet zien op een goudbestelling van [medeverdachte 3] of één van zijn vennootschappen/ondernemingen, maar op een goudbestelling van [bedrijf] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet hierop, en gezien de overige overeenkomsten tussen de in- en uitgaande geldstromen en de betrokkenheid van [verdachte] bij de hiervoor besproken en hierna nog te bespreken ondernemingen, bankrekeningen en geldstromen, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat zowel de inkomende geldstromen als de uitgaande geldstromen, als besproken onder respectievelijk de paragrafen 3.3.11.1 en 3.3.11.2, afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.12 [bedrijf] BV ( [bedrijf] ) 3.3.12.1 De vennootschap De vennootschap [bedrijf] BV maakte tevens gebruik van de handelsnamen [bedrijf] en [bedrijf] . De vennootschap is gevestigd op het adres [adres] . [medeverdachte 3] is vanaf de oprichting van de vennootschap op 28 maart 2019 enig aandeelhouder en enig bestuurder van de vennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.12.2 Inkomende geldstromen In de periode van 27 oktober 2020 tot en met 4 december 2020 komt op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] een geldbedrag van in totaal € 2.109.740,60 binnen afkomstig van 116 Duitse bankrekeningen en één Oostenrijkse bankrekening op naam van particulieren. Daarnaast komt op de bankrekening in de periode van 14 september 2020 tot en met 27 november 2020 in 79 transacties een geldbedrag van in totaal € 486.615,11 binnen afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] . Tot slot komt op 16 september 2020 € 5.000,00 binnen afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] .</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.12.3 Uitgaande geldstromen en goudaankopen In de periode van 5 oktober 2020 tot en met 3 december 2020 wordt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] in 109 transacties een geldbedrag van in totaal € 2.422.205,41 overgemaakt naar de bankrekening op naam van [bedrijf] BV. Daarnaast worden vanaf de bankrekening de volgende bedragen afgeschreven:  in de periode van 25 november 2020 tot en met 3 december 2020 in vier transacties € 47.248,50 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV;  in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 3 december 2020 in 57 transacties € 29.169,10 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] );  op 16 september 2020 € 5.000,00 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] ;  op 17 september 2020 € 4.988,50 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gegevens ontvangen van [bedrijf] BV kan worden opgemaakt dat de betalingen aan deze vennootschap zien op goudbestellingen van [bedrijf] (€ 76.322,81) en [bedrijf] zelf (€ 2.345.882,60). Uit die gegevens kan verder worden afgeleid dat een persoon genaamd [alias verdachte] de contactpersoon is van [bedrijf] . [alias verdachte] zou gebruik maken van de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . De goudbestellingen werden opgehaald door verschillende personen en verschillende chauffeurs waaronder [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [naam] en [naam] .</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.12.4 Betrokkenheid [medeverdachte 3] bij de geldstromen Zoals volgt uit paragraaf 3.3.12.1 is [medeverdachte 3] vanaf de oprichting van de vennootschap enig aandeelhouder en enig bestuurder van [bedrijf] BV. Dat betekent dat hij degene moet zijn geweest die de bankrekening op naam van [bedrijf] bij de Bunq-bank moet hebben geopend. Andere bestuurders waren er immers niet. De vennootschap stond bovendien ingeschreven op het adres [adres] . Dit pand was van [medeverdachte 3] . Verder volgt uit paragraaf 3.3.12.3 dat [medeverdachte 3] één van de personen is die het door [bedrijf] gekochte goud bij [bedrijf] BV heeft opgehaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals volgt uit paragraaf 3.3.2.1.1 zijn in de telefoon van [medeverdachte 3] verschillende whatsapp-chats aangetroffen tussen ‘ [medeverdachte 3] ’ ( [medeverdachte 3] ) en [verdachte] . [verdachte] maakte in die whatsapp-communicatie gebruik van verschillende telefoonnummers die onder verschillende namen zijn opgeslagen in de telefoon van [medeverdachte 3] . Uit die berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] , in opdracht van [verdachte] , verschillende handelingen verrichtte met betrekking tot de KvK-registratie en bankrekening van [bedrijf] BV. Dit blijkt onder andere uit het volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 8 juli 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 3] of hij de bankpas kan appen. [medeverdachte 3] vraagt vervolgens welke [verdachte] moet hebben: [bedrijf] of [bedrijf] ? Hij appt daarna dat hij [bedrijf] nog even opzoekt. Op 3 september 2020 stuurt [medeverdachte 3] [verdachte] een chatbericht met daarin het bankrekeningnummer [rekeningnummer] en een schermafbeelding waarop het rekeningnummer te zien is. Dit is het rekeningnummer dat op naam staat van [bedrijf] BV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 1 september 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 3] of hij de naam van de holding nog “ff” kan appen. [medeverdachte 3] stuurt vervolgens “ [bedrijf] ”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 3 september 2020 krijgt [medeverdachte 3] van [verdachte] verschillende malen de opdracht om de handelsnaam, de contactgegevens, het adres en de (handels)activiteiten van [bedrijf] BV bij de KvK te wijzigen. De handelsnaam moet eerst gewijzigd worden in [bedrijf] (op 3 september 2020) en later in [bedrijf] en [bedrijf] . [verdachte] geeft [medeverdachte 3] daarbij instructies hoe hij die wijzigingen moet doorvoeren. [medeverdachte 3] appt schermafbeeldingen naar [verdachte] waarop de doorgevoerde wijzigingen te zien zijn met als ondertekenaar ‘ [medeverdachte 3] ’. Uit de doorgestuurde schermafbeeldingen blijkt overigens ook dat de wijziging in de naam [bedrijf] niet is toegestaan en daarom ook niet is geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvallend is dat voorafgaand aan het bericht van [verdachte] aan [medeverdachte 3] over de wijziging van de handelsnaam in [bedrijf] , het account [naam] op 3 september 2020 een SkyECC-bericht stuurt aan [SkyECC-account] ( [verdachte] , zie paragraaf 3.3.2.3) met daarin een schermafbeelding waarop te lezen is “ [bedrijf] N.V.”. Ook de naam [bedrijf] komt terug in de SkyECC-berichten tussen [verdachte] en het account [naam] . Daarbij merkt de gebruiker van het account [naam] op dat “de vrienden” een nieuwe firma willen en geeft hij vervolgens de naam [bedrijf] door. Op 7 september 2020 chat [verdachte] via SkyECC naar het account [naam] dat [bedrijf] “morgen” mag beginnen. Dezelfde dag vraagt [naam] aan [verdachte] over de firma [bedrijf] “kunnen we die voor nu gebruiken?” en of het telefoonnummer in “de Handels-ding” gebruikt kan worden. Hierna stuurt [verdachte] een schermafbeelding van een KvK-uittreksel van [bedrijf] BV naar [naam] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 15 september 2020 zijn er kennelijk problemen met het inloggen in de Bunq-bankomgeving van [bedrijf] BV. Tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] vindt namelijk de volgende communicatie plaats:</p>\n<p class=\"lf-p\">15 september 2020 [verdachte] aan [medeverdachte 3] Kon je inloggen [medeverdachte 3] stuurt [verdachte] vervolgens een schermafbeelding van een inlogscherm met de tekst [e-mailadres] . En daaronder de vraag: “Beveiligingscode vergeten?” [medeverdachte 3] aan [verdachte] Die code moet ik hebben [medeverdachte 3] aan [verdachte] En dat is niet 665800 [verdachte] aan [medeverdachte 3] [e-mailadres] [verdachte] aan [medeverdachte 3] [naam] met een s [verdachte] aan [medeverdachte 3] 665800 [medeverdachte 3] stuurt [verdachte] vervolgens weer een schermafbeelding van een inlogscherm met de tekst [e-mailadres] . En daaronder de vraag: “Beveiligingscode vergeten?” [medeverdachte 3] aan [verdachte] Code werkt niet [verdachte] aan [medeverdachte 3] 020181 [verdachte] aan [medeverdachte 3] Moet 665800 zijn [verdachte] aan [medeverdachte 3] Anders login met telefoon nr [medeverdachte 3] stuurt [verdachte] vervolgens een schermafbeelding van een inlogscherm met de tekst dat het inloggen niet gelukt is. [medeverdachte 3] aan [verdachte] Mijn eigen nummer [verdachte] aan [medeverdachte 3] deze [verdachte] aan [medeverdachte 3] [telefoonnummer] (rechtbank: in gebruik bij [verdachte] , zie paragraaf 3.3.2.2.5) [verdachte] aan [medeverdachte 3] Ik krijg dat een code [verdachte] aan [medeverdachte 3] Die app ik naar jou [medeverdachte 3] naar [verdachte] Moet een paar min wachten (…) [verdachte] aan [medeverdachte 3] Oké (…) [verdachte] aan [medeverdachte 3] Spraakbericht: “(…) het lukt op een één of andere manier niet want dan vraagtie weer codes en dan geeftie aan dat ik dat moet verifiëren met bankcodes of emails. Als je morgen tijd hebt dan kom ik morgen een jouw kant op” (…) 16 september 2020 (…) Vervolgens stuurt [medeverdachte 3] een schermafbeelding naar [verdachte] . Op de schermafbeelding is te lezen: “Laten we je account herstellen” en “Verifieer identiteit” en daarna een schermafbeelding met de tekst: “We controleren je gegevens”. [verdachte] aan [medeverdachte 3] Laat maar ff [verdachte] aan [medeverdachte 3] Heb de vragen al beantwoord [verdachte] aan [medeverdachte 3] Geen slapende honden wakker maken Op 16 september 2020 bericht [medeverdachte 3] via een spraakbericht aan [verdachte] dat [naam] het pasje van de Bunq-bank heeft en dat [verdachte] die daar, aan [adres] , kan ophalen. [medeverdachte 3] stuurt vervolgens een foto naar [verdachte] . Daarop is een brief van de Bunq-bank te zien en een debit bankkaart van de Bunq-bank. Onder de pas is de tekst te lezen: activeer je pas in de Bunq-app.</p>\n<p class=\"lf-p\">[medeverdachte 3] heeft bovendien verklaard dat [alias verdachte] ( [verdachte] , zie paragraaf 3.3.2.1.1) [bedrijf] nodig had en dat daar een rekening aan gekoppeld moest worden. [medeverdachte 3] heeft het bankpasje van [bedrijf] (de rechtbank begrijpt: [bedrijf] BV) aan [alias verdachte] gegeven. Hij denkt dat [alias verdachte] de bankrekeningen heeft geregeld. De bankpasjes zijn vervolgens naar de [adres] gestuurd en [alias verdachte] heeft de bankpasjes opgehaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 12 oktober 2020 ontstaat er verwarring over het opheffen van een vennootschap. [verdachte] appt [medeverdachte 3] “Geen huurcontract maken” en “Deze bv gaan we opheffen”. [medeverdachte 3] reageert met “Ok” en iets later “Was foutje, dacht dat je abinni wou opheffen maar snap nu dat je die andere bv bedoelde”. Kennelijk is het niet bestuurder en aandeelhouder [medeverdachte 3] die beslist over het wel of niet opheffen van [bedrijf] BV, maar [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.12.5 Betrokkenheid [verdachte] bij de geldstromen en goudaankopen De rol van [verdachte] bij [bedrijf] BV en de Bunq-bankrekening op naam van deze vennootschap en de verhouding tussen hem en [medeverdachte 3] zijn al uitvoerig aan de orde gekomen in de voorgaande paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de goudaankopen betreft volgt de betrokkenheid van [verdachte] uit het volgende. Zoals volgt uit paragraaf 3.3.12.3 is een persoon genaamd [alias verdachte] , onder andere gebruikmakend van het telefoonnummer [telefoonnummer] , de contactpersoon van [bedrijf] bij [bedrijf] BV. De rechtbank heeft in de paragrafen 3.3.2.1.2 en 3.3.2.2.4 vastgesteld dat [verdachte] de gebruiker is van dit telefoonnummer en dat hij gebruik heeft gemaakt van de identiteit [alias verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande, en gelet op wat hierna volgt in paragraaf 3.3.17, in samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de periode waarop de ten laste gelegde geldstromen zien, toegang had tot en gebruik maakte van [bedrijf] BV en de bankrekening op naam van deze vennootschap waarover de in de tenlastelegging genoemde geldstroom is gelopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.12.6 Vermoeden van criminele herkomst Zoals volgt uit paragraaf 3.3.12.2 komt in de periode van 27 oktober 2020 tot en met 4 december 2020, een periode van slechts zes weken, op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] een geldbedrag van in totaal € 2.109.740,60 binnen, afkomstig van 116 Duitse bankrekeningen en één Oostenrijkse bankrekening op naam van particulieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In december 2020 heeft de FIU een bericht uit Duitsland ontvangen inhoudende een vermoeden van investeringsfraude, waarbij door aangevers [aangever] en [aangever] in totaal een bedrag van € 116.521,50 zou zijn overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van ‘ [bedrijf] ’ (de rechtbank begrijpt: [bedrijf] ). Het vermoeden dat ten aanzien van de inkomende geldstromen uit Duitsland en Oostenrijk sprake is van fraude kan ook worden afgeleid uit de gelijkenis van deze inkomende geldstromen met de inkomende geldstromen bij [bedrijf] BV, [bedrijf] BV en [bedrijf] BV en die in verband worden gebracht met fraude.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat van [bedrijf] BV geen omzetgegevens bekend zijn. Dit is opvallend, omdat in 2020 maar liefst € 2.109.740,60 binnenkomt op de bankrekening [rekeningnummer] op naam [bedrijf] afkomstig van 116 Duitse bankrekeningen en één Oostenrijkse bankrekening op naam van particulieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit paragraaf 3.3.12.3 volgt dat één van de telefoonnummers die is gebruikt in het contact met [bedrijf] BV het telefoonnummer [telefoonnummer] is. Uit de gegevens van het bedrijfsprocessensysteem van de politie blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer] is gebruikt door een persoon die zich ‘ [medeverdachte 1] ’ noemde. Ook is het nummer op 27 augustus 2020 gebruikt door een manspersoon die contact opnam met de politie, maar die zijn naam niet noemde. Dat gesprek ging over de vermissing van een paspoort. Uit de gegevens blijkt dat aan [medeverdachte 1] op 1 september 2020 een nieuw paspoort is uitgegeven en dat het vorige paspoort als vermist staat geregistreerd. Zoals in de vorige paragraaf is vermeld, is het andere telefoonnummer dat bij [bedrijf] BV geregistreerd staat als zijnde in gebruik bij de persoon [alias verdachte] , feitelijk in gebruik bij [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet hierop, en gezien de overige overeenkomsten tussen de in- en uitgaande geldstromen en de betrokkenheid van [verdachte] bij de hiervoor besproken en hierna nog te bespreken ondernemingen, bankrekeningen en geldstromen, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat zowel de inkomende geldstromen als de uitgaande geldstromen, als besproken onder respectievelijk de paragrafen 3.3.12.2 en 3.3.12.3, afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.13 Rekeningen op naam van [persoon 2] 3.3.13.1 Inkomende geldstromen In de periode van 20 januari 2021 tot en met 3 februari 2021 komt op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] in 44 transacties een totaalbedrag van € 411.808,38 binnen afkomstig van 34 Oostenrijkse en Duitse bankrekeningen op naam van particulieren. Daarnaast komt op de bankrekening op 26 januari 2021 vanaf de Duitse bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] in drie transacties een totaalbedrag van € 12.000,00 binnen met als omschrijving ‘Kortlopende lening retour’ en ‘Retour’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overigens kan uit de SkyECC-chat tussen de accounts [SkyECC-account] ( [verdachte] ) en [naam] worden afgeleid dat bij betalingen naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] de omschrijving [bedrijf] staat vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.13.2 Uitgaande geldstromen en aankopen cryptovaluta In de periode van 22 januari 2021 tot en met 3 februari 2021 wordt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] in 22 transacties een totaalbedrag van € 214.217,00 overgeschreven naar diverse rekeningen op naam van Binance, een cryptocurrency exchange / handelsplatform. Verder vinden onder andere de volgende overboekingen plaats vanaf de bankrekening:  in de periode van 21 januari 2020 (de rechtbank begrijpt: 2021) tot en met 2 februari 2021 in vijftien transacties € 88.062,00 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] ;  in de periode van 24 januari 2021 tot en met 28 januari 2021 in vier transacties € 32.380,00 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] ;  in de periode van 23 januari 2021 tot en met 26 januari 2021 in drie transacties € 40.200,00 naar de Duitse bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] waarop het bedrag van € 88.062,00 binnenkomt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] wordt in de periode van 28 januari 2021 tot en met 29 januari 2021 in drie transacties een bedrag van € 34.500,00 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van het cryptocurrency exchange / handelsplatform Binance. Verder wordt vanaf de bankrekening op 26 januari 2021 een bedrag van € 49.883,61 overgeschreven naar de Duitse bankrekening [rekeningnummer] op naam van [account] met in de omschrijving een factuurnummer en -datum en de naam [bedrijf] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot wordt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] , waarop het bedrag van € 32.380,00 binnenkomt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] , op 28 januari 2021 € 32.000,00 overgeschreven naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van het cryptocurrency exchange / handelsplatform Binance.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bankrekeningen [rekeningnummer] , [rekeningnummer] en [rekeningnummer] zijn geopend op 29 april 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gegevens ontvangen van Binance kan worden opgemaakt dat de wallet met user ID [nummer] op naam staat van [persoon 2] . Voor het openen van de wallet gekoppeld aan dit user ID is gebruik gemaakt van het identiteitsbewijs van [persoon 2] . Ook is aan het account een foto gekoppeld, waarop [persoon 2] zichzelf herkent. Aan het account zijn verder het telefoonnummer [telefoonnummer] en het e-mailadres [e-mailadres] gekoppeld. Via dit account zijn in de periode van 22 januari 2021 tot en met 30 april 2021 voor een totaalbedrag van € 512.889,00 bitcoins aangeschaft. Het grootste deel is afkomstig van de volgende Litouwse, Duitse en Nederlandse bankrekeningen op naam van [persoon 2] :  [rekeningnummer]  [rekeningnummer]  [rekeningnummer]  [rekeningnummer]  [rekeningnummer] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanuit het user ID [nummer] op naam van [persoon 2] zijn in de periode van 24 januari 2021 tot en met 25 februari 2021 voor een totaalbedrag van meer dan € 500.000,00 bitcoins overgemaakt naar het bitcoinadres [bitcoinadres] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat van de geldbedragen die vanaf de drie genoemde bankrekeningen op naam van [persoon 2] zijn overgemaakt naar [naam] cryptovaluta (bitcoins) zijn gekocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.13.3 Betrokkenheid [verdachte] bij de geldstromen en bitcoinaankopen Op 27 januari 2021 stuurt de gebruiker van het SkyECC-account [SkyECC-account] ( [verdachte] , zie paragraaf 3.3.2.3) het volgende (Turkse) bericht naar de gebruiker van het SkyECC-account [naam] : “Broer stuurde code opdat ik het naar Binace ga sturen”. Vervolgens worden door de gebruiker van het account [naam] twee foto’s van een telefoon gestuurd met daarop de term ‘Bitcoin’ en de code “ [bitcoinadres] ”. De rechtbank merkt op dat deze code overeenkomt met het bitcoinadres dat naar voren komt in de vorige paragraaf als het adres waar user ID [nummer] bitcoins naar overmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder valt op dat door user ID [nummer] onder andere gebruik is gemaakt van de IP-adressen [IP-adres] en [IP-adres] in [plaats], welke IP-adressen beide ook zijn gebruikt voor het beheer van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 26 januari 2021 stuurt de gebruiker van het account [SkyECC-account] ( [verdachte] ) via SkyECC een foto naar de gebruiker van het account [naam] . Op de foto is een betaling te zien van € 49.883,61 van [persoon 2] naar ‘ [account] ’ met in de omschrijving een factuurnummer en -datum en de naam [bedrijf] en de mededeling dat is betaald. Dit betreft de betaling afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 2] die is beschreven in paragraaf 3.3.13.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande, en gelet op wat hierna volgt in paragraaf 3.3.17, in samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de periode waarop de ten laste gelegde geldstromen en aankopen van cryptovaluta via het user ID [nummer] zien, toegang had tot en gebruik maakte van de bankrekeningen als genoemd in de paragrafen 3.3.13.1 en 3.3.13.2 (( [rekeningnummer] , [rekeningnummer] en [rekeningnummer] ) en het user ID [nummer] op naam van [persoon 2] waarover de in de tenlastelegging genoemde geldstroom en aankoop van bitcoins is gelopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.13.4 Vermoeden van criminele herkomst Het bedrag van in totaal € 411.808,38 dat binnenkomt op de bankrekening op naam van [persoon 2] is afkomstig van 34 Oostenrijkse en Duitse bankrekeningen op naam van particulieren. Daarmee vertonen deze inkomende bedragen gelijkenis met de bedragen die, al dan niet direct, binnenkomen op de bankrekeningen van [bedrijf] BV, [bedrijf] BV, [bedrijf] BV en [bedrijf] BV en die in verband worden gebracht met fraude. [persoon 2] heeft verklaard dat hij geen toegang had tot de bankrekeningen [rekeningnummer] , [rekeningnummer] en [rekeningnummer] . Hij heeft er één geopend en de rest hebben ‘hun’ allemaal geopend. Er is iemand naar Groenlo gekomen en [persoon 2] moest een handtekening zetten. Zij hadden toen ook foto’s van zijn identiteitskaart. Ze vroegen of [persoon 2] op een stichting wilde staan als directeur. De naam was [naam] of zoiets. Hij heeft daar € 50,00 voor gekregen en een tray whisky. [persoon 2] geeft aan niet bekend te zijn met de Litouwse en Duitse bankrekening op zijn naam. Het aan het user ID [nummer] op naam van [persoon 2] gekoppelde telefoonnummer en e-mailadres kent [persoon 2] niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet hierop, en gezien de overige overeenkomsten tussen de in- en uitgaande geldstromen en de betrokkenheid van [verdachte] bij de hiervoor besproken en hierna nog te bespreken ondernemingen, bankrekeningen en geldstromen, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat zowel de inkomende geldstromen als de uitgaande geldstromen, als besproken onder respectievelijk de paragrafen 3.3.13.1 en 3.3.13.2, afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.14 Rekeningen op naam van [bedrijf] BV ( [bedrijf] / [bedrijf] ) 3.3.14.1 De vennootschap Enig aandeelhouder en de enige bestuurder van de vennootschap [bedrijf] BV is [bedrijf] BV. Enig aandeelhouder van [bedrijf] BV is [naam] . In de periode van 1 februari 2021 tot en met 1 juli 2021 en vanaf 12 augustus 2021 is [persoon 1] de enige bestuurder van deze vennootschap en daarmee indirect dus ook de enige bestuurder van [bedrijf] BV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het account van [bedrijf] BV bij de Bunq-bank is geopend op 18 februari 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.14.2 Inkomende geldstromen Op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV / [bedrijf] komt in de periode van 24 februari 2021 tot en met 25 februari 2021 in vijf transacties een bedrag van in totaal € 94.692,28 binnen afkomstig van vier Duitse bankrekeningen op naam van particulieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV / [bedrijf] komt op 25 februari 2021 in acht transacties een bedrag van in totaal € 103.754,50 binnen afkomstig van zeven Oostenrijkse en Duitse bankrekeningen op naam van particulieren. Door de Bunq-bank wordt op 29 april 2021 een bedrag van € 22.500,00 teruggeboekt met als opmerking ‘03749/win/210331 // INV. 12620 Return of funds due to fraud’.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.14.3 Uitgaande geldstromen Op 25 februari 2021 is vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV / [bedrijf] een bedrag van € 9.500,00 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] met als omschrijving ‘Reference 7682’. Verder zijn vanaf de bankrekening de volgende bedragen overgemaakt:  op 25 februari 2021 een bedrag van € 20.010,00 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 1] (de rechtbank begrijpt: [persoon 1] ) (zie paragraaf 3.3.15);  op 25 februari 2021 een bedrag van € 9.000,00 naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 1] ;  in de periode van 24 februari 2021 tot en met 25 februari 2021 in vier transacties een bedrag van € 27.900,00 naar de Litouwse bankrekening [rekeningnummer] vermoedelijk op naam van [persoon 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV / [bedrijf] vinden op 25 februari 2021 overschrijvingen plaats naar drie verschillende bankrekeningen op naam van [persoon 1] :  in zes transacties € 43.750,00 naar de bankrekening [rekeningnummer] ;  in drie transacties € 34.569,50 naar de bankrekening [rekeningnummer] ;  € 2.900,00 naar de bankrekening [rekeningnummer] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals uit paragraaf 3.3.15.1 zal volgen is het referentienummer 7682 dat is genoemd in de omschrijving van de overboeking naar [naam] , gelijk aan het referentienummer dat is genoemd bij de overboekingen naar [naam] vanaf drie verschillende bankrekeningen op naam van [persoon 1] voor de aankoop van bitcoins. De rechtbank stelt op grond daarvan vast dat ook het bedrag van € 9.500,00 dat vanaf de bankrekening op naam van [bedrijf] BV is overgemaakt naar [naam] , is gebruikt voor de aankoop van cryptovaluta (bitcoins).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.14.4 Betrokkenheid [verdachte] bij de geldstromen en aankopen van cryptovaluta Zoals vastgesteld in paragraaf 3.3.2.1.3 heeft [verdachte] meermalen gebruik gemaakt van de identiteit van [persoon 1] . [persoon 1] heeft verklaard dat hij niets weet van de rekeningen bij de Bunq-bank. Hij kan zich wel herinneren dat hij ruim een jaar tot anderhalf jaar voor het verhoor op 19 oktober 2022 samen met een persoon genaamd [verdachte] een zakelijke rekening heeft geopend bij de ING. [verdachte] belde met het nummer [telefoonnummer] (de rechtbank: in gebruik bij [verdachte] , zie paragraaf 3.3.2.2.1) en vroeg of [persoon 1] een BV op naam wilde zetten voor hem. [persoon 1] kon daar geld mee verdienen. [verdachte] zei dat hij voldoende geïnterneerden (de rechtbank begrijpt: geïnteresseerden) had die dit wel wilden maar hij gunde het [persoon 1] . [persoon 1] moest wel direct beslissen, anders ging [verdachte] iemand anders vragen. [persoon 1] is met [verdachte] naar Doetinchem gegaan voor het openen van de ING-rekening. Voordat er een rekening kon worden geopend, was er een inschrijving bij de KvK nodig. Hij is ook samen met [verdachte] bij de KvK geweest in Kronenburg ( Arnhem ). Er was iets niet goed gegaan en daarom is hij later met [verdachte] bij een andere vestiging van de KvK geweest, ergens in de omgeving van Den Bosch. Het bedrijf waarvoor ze naar de ING-bank zijn gegaan, heette [bedrijf] BV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrijf [bedrijf] BV met handelsnaam [bedrijf] kent [persoon 1] niet, maar hij heeft wel gezien dat de naam op het uittreksel van de KvK stond waar hij zijn handtekening onder heeft gezet. Hij weet niet wat voor een bedrijf het is en weet er niets van dat hij bestuurder is geweest van [bedrijf] . Hij heeft ook niets voor de onderneming gedaan. Aandeelhouder [naam] kent hij niet. Hij weet ook niets van de Bunq-bankrekeningen die op naam van [bedrijf] / [bedrijf] / [bedrijf] zijn geopend. Hij kan ook niets verklaren over het geld dat uit Duitsland en Oostenrijk binnen is gekomen. Ook de aankoop van cryptovaluta zegt hem niets. Hij is anti internet en gebruikt alleen whatsapp. [verdachte] regelde alles. Hij belde [persoon 1] op dat ze een afspraak hadden. Vervolgens haalde hij [persoon 1] thuis op en gingen ze naar de ING-bank of de KvK. [persoon 1] hoefde alleen maar zijn handtekening te zetten en [verdachte] voerde het woord. [verdachte] bracht [persoon 1] vervolgens weer thuis. [persoon 1] heeft [verdachte] een foto van zijn identiteitskaart gestuurd en een foto van zijn rijbewijs. Hij heeft nog nooit aan iemand anders persoonlijke gegevens gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rekening zou tijdelijk op de naam van [persoon 1] blijven staan. Hij kreeg daar een vergoeding voor van € 250,00 en daarna twee keer € 500,00. [persoon 1] leefde toen van een uitkering en vond het fijn om wat extra geld te hebben. Het gaat zo’n kleine tien jaar mentaal niet goed met hem. Zijn vader is vermoord en sinds die tijd heeft hij problemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De [roepnaam verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ) waar hij het de hele tijd over heeft, is [verdachte] . [verdachte] is een kennis/neef. Het is familie van zijn moeder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Later, bij de rechter-commissaris, heeft [persoon 1] verklaard dat hij in [plaats] bij de KvK is geweest met [verdachte] en de andere keer met een vriend van [verdachte] . Hij weet niet wie het was. [verdachte] had de beschikking over de bankrekeningen die [persoon 1] heeft geopend, omdat [persoon 1] niets heeft meegekregen, geen pasjes niks.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van [persoon 1] over de betrokkenheid van [verdachte] bij [bedrijf] BV en [bedrijf] BV (via [bedrijf] BV) vindt bevestiging in de gesprekken met de ING en KvK, waarin [verdachte] zich heeft voorgedaan als [persoon 1] en die betrekking hadden op respectievelijk de vennootschap [bedrijf] BV en [bedrijf] BV (KvK-nummer: [nummer] ), alsook in de camerabeelden verstrekt door [bedrijf] . Uit die camerabeelden, in combinatie met de e-mail van [naam] van [bedrijf] , volgt namelijk dat de persoon die op meerderen beelden te zien is en zich heeft voorgesteld als [persoon 1] , in werkelijkheid [verdachte] is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande, en gelet op wat hierna volgt in paragraaf 3.3.17, in samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de periode waarop de ten laste gelegde geldstromen zien toegang had tot en gebruik maakte van [bedrijf] BV en de bankrekeningen op naam van deze vennootschap waarover de in de tenlastelegging genoemde geldstromen zijn gelopen, waaronder de geldstroom ten behoeve van de aankoop van cryptovaluta.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.14.5 Vermoeden van criminele herkomst Het bedrag van in totaal € 198.446,78 (€ 94.692,28 + € 103.754,50) dat binnenkomt op de bankrekeningen van [bedrijf] BV is afkomstig van 11 Duitse en Oostenrijkse bankrekeningen op naam van particulieren. Daarmee vertonen deze inkomende bedragen gelijkenis met de bedragen die, al dan niet direct, binnenkomen op de bankrekeningen van [bedrijf] BV, [bedrijf] BV, [bedrijf] BV en [bedrijf] BV en die in verband worden gebracht met fraude. Daar komt bij dat van het totaalbedrag dat binnenkomt op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV / [bedrijf] een bedrag van € 22.500,00 door de Bunq-bank is aangemerkt als afkomstig van fraude en is teruggeboekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvallend is ook dat het bedrag van bijna € 200.000,00 binnenkomt in een periode van slechts twee dagen (24 en 25 februari 2021). Dit is opvallend omdat uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat de gehele omzet in 2021 (slechts) € 108.223,00 was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opvallend is ook de verklaring van [persoon 1] over de rol van [verdachte] en het gebruik van de identiteit van [persoon 1] door [verdachte] zoals weergegeven in de vorige paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet hierop, en gezien de overige overeenkomsten tussen de in- en uitgaande geldstromen en de betrokkenheid van [verdachte] bij de hiervoor besproken en hierna nog te bespreken ondernemingen, bankrekeningen en geldstromen, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat zowel de inkomende geldstromen als de uitgaande geldstromen, waaronder de geldstroom ten behoeve van de aankoop van cryptovaluta, als besproken onder respectievelijk de paragrafen 3.3.14.2en 3.3.14.3, afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.15 Rekeningen op naam van [persoon 1] 3.3.15.1 In- en uitgaande geldstromen en aankopen cryptovaluta Het account van [persoon 1] bij de Bunq-bank is geopend op 17 februari 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals volgt uit paragraaf 3.3.14.3 wordt op 25 februari 2021 in vier transacties een bedrag van in totaal € 54.579,50 (€ 34.569,50 + 20.010,00) overgemaakt vanaf twee bankrekeningen op naam van [bedrijf] BV naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 1] . Dezelfde dag wordt in vijf transacties een bedrag van in totaal € 47.500,00 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] met als omschrijving ‘Reference 7682’. Daarnaast wordt op deze dag een bedrag van € 7.000,00 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit paragraaf 3.3.14.3 volgt verder dat op 25 februari 2021 in zes transacties een bedrag van in totaal € 52.750,00 (€ 43.750,00 + € 9.000,00) wordt overgemaakt vanaf twee bankrekeningen op naam van [bedrijf] BV naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 1] . Dezelfde dag wordt in zes transacties een bedrag van in totaal € 50.000,00 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] met als omschrijving ‘Reference 7682’. Ook wordt op 25 februari 2021 een bedrag van € 2.750,00 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit paragraaf 3.3.14.3 volgt tot slot dat op 25 februari 2021 een bedrag van € 2.900,00 wordt overgemaakt vanaf een bankrekening op naam van [bedrijf] BV naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [persoon 1] . Naar deze rekening worden ook de hiervoor genoemde bedragen van € 7.000,00 en € 2.750,00 overgemaakt vanaf twee bankrekeningen op naam van [persoon 1] . Op 25 februari 2021 wordt vervolgens vanaf de bankrekening [rekeningnummer] in twee transacties een bedrag van in totaal € 12.650,00 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] met als omschrijving ‘Reference 7682’. Een deel daarvan, € 6.150,00, wordt dezelfde dag nog teruggeboekt door [naam] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gegevens ontvangen van [naam] kan worden opgemaakt dat de user ID [nummer] op naam staat van [persoon 1] . Voor het openen van de wallet gekoppeld aan dit user ID is gebruik gemaakt van het identiteitsbewijs van [persoon 1] . Ook is aan het account een foto gekoppeld, waarop [persoon 1] zichzelf herkent. [verdachte] heeft de foto gemaakt in [plaats] . Aan het account zijn verder het telefoonnummer [telefoonnummer] (in gebruik bij [verdachte] , zie paragraaf 3.3.2.2.7) en het e-mailadres [e-mailadres] gekoppeld. Via dit account zijn in de periode van 25 februari 2021 tot en met 27 februari 2021 voor een totaalbedrag van € 104.000,00 bitcoins aangeschaft. Het geld voor de aankoop van deze bitcoins is afkomstig van drie bankrekeningen op naam van [persoon 1] :  [rekeningnummer]  [rekeningnummer]  [rekeningnummer] .</p>\n<p class=\"lf-p\">In de periode van 25 februari 2021 tot en met 27 februari 2021 zijn vervolgens in drie transacties voor een bedrag van ongeveer € 100.000,00 bitcoins overgemaakt naar het bitcoinadres: [bitcoinadres] . Dit is het bitcoinadres dat de gebruiker van het SkyECC-account [naam] op 27 januari 2021 via een SkyECC-bericht stuurt naar het SkyECC-account [SkyECC-account] ( [verdachte] ) (zie paragraaf 3.3.13.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat van de geldbedragen die vanaf de drie genoemde bankrekeningen op naam van [persoon 1] zijn overgemaakt naar [naam] , voor zover die niet zijn teruggestort door [naam] , cryptovaluta (bitcoins) zijn gekocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.15.2 Betrokkenheid [verdachte] In paragraaf 3.3.14.4 is uitgebreid ingegaan op de verklaring van [persoon 1] en het gebruik door [verdachte] van de identiteit van [persoon 1] . [persoon 1] zegt weliswaar niets over de betrokkenheid van [verdachte] bij de Bunq-bankrekeningen, maar zegt wel dat hij nooit aan iemand anders dan [verdachte] zijn persoonlijke gegevens heeft gegeven. De foto die is gebruikt voor het user ID [nummer] op naam van [persoon 1] bij [naam] is door [verdachte] in [plaats] gemaakt. Uit de vorige paragraaf volgt dat de bitcoins die zijn aangeschaft via dit user ID zijn overgemaakt naar het bitcoinadres dat is uitgewisseld tussen de SkyECC-accounts [naam] en [SkyECC-account] ( [verdachte] ).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande, en gelet op wat hierna volgt in paragraaf 3.3.17, in samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de periode waarop de ten laste gelegde geldstromen en aankoop van cryptovaluta zien, toegang had tot en gebruik maakte van de in paragraaf 3.3.15.1 genoemde bankrekeningen bij de Bunq-bank op naam van [persoon 1] , waarover de in de tenlastelegging genoemde geldstroom is gelopen, waaronder de geldstroom ten behoeve van de aankoop van cryptovaluta. Ook maakte [verdachte] gebruik van het user ID bij [naam] op naam van [persoon 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.15.3 Vermoeden van criminele herkomst Zoals dat ook geldt voor alle hiervoor besproken en hierna nog te bespreken rekening, geldt dat er opvallende overeenkomsten zijn tussen die in- en uitgaande geldstromen en de betrokkenheid van [verdachte] bij die rekeningen, en de rekeningen op naam van [persoon 1] . Daarbij komt de betrokkenheid van [verdachte] bij user ID bij [naam] op naam van [persoon 1] en het gebruik door [verdachte] van de identiteit van [persoon 1] . Gelet op dit omstandigheden de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat zowel de inkomende geldstromen als de uitgaande geldstromen, waaronder de geldstroom ten behoeve van de aankoop van cryptovaluta, als besproken in paragraaf 3.3.15.1, afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.16 Rekeningen op naam van [medeverdachte 1] 3.3.16.1 Inkomende geldstromen Op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 1] zijn onder andere de volgende inkomende geldstromen te zien:  in de periode van 29 mei 2019 tot en met 1 februari 2021 in negentien transacties € 27.370,00 aan contante stortingen;  in de periode van 12 maart 2020 tot en met 3 juli 2020 in 57 transacties € 159.314,00 afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV (zie paragraaf 3.3.7);  in de periode van 13 juli 2019 tot en met 5 februari 2020 in 29 transacties € 17.377,33 afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV (zie paragraaf 3.3.3);  op 15 mei 2020 in twee transacties € 10.000,00 afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.16.2 Uitgaande geldstromen In de periode van 23 maart 2020 tot en met 7 juli 2020 wordt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 1] in 75 transacties in totaal € 196.965,00 contant opgenomen. Verder wordt in de periode van 7 mei 2020 tot en met 15 juli 2020 in vijf transacties een bedrag van € 11.900,02 overgeschreven naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.16.3 Betrokkenheid [medeverdachte 1] is de tenaamgestelde van de bankrekening [rekeningnummer] van welke rekening de contante opnames zijn gedaan die onderdeel uitmaken van de tenlastelegging. Dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van de bankrekening volgt uit het volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 23 maart 2020 en 10 april 2020 wordt in drie transacties € 530,00, € 200,00 en € 0,01 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] en als omschrijving “Miete januari” en “Anzahlung miete februari”. In de periode van 9 augustus 2019 tot en met 27 november 2019 wordt vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV in drie transacties € 1.775,00 overgemaakt naar dezelfde bankrekening op naam van [naam] en met als omschrijving onder andere “Mitte August [medeverdachte 1] ” en “Miete november Wohnung + parkplatz”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 6 mei 2020 is een bedrag van € 161,40 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] met als omschrijving “940157651 [adres] , [medeverdachte 1] und [naam] ” (naar de rechtbank begrijpt een adres).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 12 juni 2020 en 7 juli 2020 wordt vanaf de bankrekening een bedrag van beide keren € 881,00 overgeschreven naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] met als omschrijving “Miete Juni [/Juli] [medeverdachte 1] und [naam] . [adres] ” (de rechtbank begrijpt: de huur voor de maanden juni en juli voor het pand [adres] ten behoeve van [medeverdachte 1] en zijn toenmalige partner [naam] ). Uit het politiesysteem volgt dat [naam] sinds 16 juli 2020 ingeschreven staat op het adres [adres] te [plaats] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 1] in de periode van 23 maart 2020 tot en met 7 juli 2020 huurbetalingen worden voldaan ten behoeve van [medeverdachte 1] en zijn toenmalige partner [naam] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder wordt vanaf deze bankrekening op 7 juli 2020 een bedrag van € 12,98 overgeboekt naar de bankrekening op naam van 1u1 Telekom GmBH en met als omschrijving “ [nummer] [naam] ”. Verder hebben er via de bankrekening negen transacties plaatsgevonden met de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] , de zus van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op de ING-bankrekening eindigend op ‘ [nummer] ’ wel eens contant geld heeft gestort. Dat was zijn eigen geld. Hij heeft ook wel eens kleinere bedragen gepind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat op het moment dat de contante opnames plaatsvonden die onderdeel uitmaken van de tenlastelegging, [medeverdachte 1] de beschikking had over de bankrekening [rekeningnummer] op zijn naam.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.16.4 Betrokkenheid [verdachte] [medeverdachte 1] heeft op de vraag of hij weet wat de reden was van de overboeking van € 10.000,00 vanaf de bankrekening op naam van [medeverdachte 3] naar zijn bankrekening met nummer [rekeningnummer] verklaard dat hij in die periode veel drugs heeft gebruikt en niet weet wat er allemaal in die tijd is gebeurd. Hem werd gevraagd om een rekening en bankpasjes en die gaf hij (alleen) aan [verdachte] en [naam] . Hij had niet veel contact met [naam] , dat liep via [verdachte] . Hij gaf [verdachte] toegang tot zijn bankrekeningen, omdat hij ernaar vroeg en ze nodig had. Hij stelde daar nooit vragen over.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals volgt uit paragraaf 3.3.7.5 had [verdachte] de beschikking over een afbeelding van het rijbewijs van [medeverdachte 1] . Hij stuurde immers een afbeelding van dat rijbewijs naar [medeverdachte 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">In de telefoon van [medeverdachte 3] zijn whatsapp-chats aangetroffen tussen ‘ [medeverdachte 3] ’ ( [medeverdachte 3] ) en [alias verdachte] (telefoonnummer + [telefoonnummer] , in gebruik bij [verdachte] , zie de paragrafen 3.3.2.1.1 en 3.3.2.2.2). Tussen ‘ [medeverdachte 3] ’ ( [medeverdachte 3] ) en [alias verdachte] ( [verdachte] ) vindt de volgende chatcommunicatie plaats:</p>\n<p class=\"lf-p\">24 juli 2020 [medeverdachte 3] aan [verdachte] Krijg contant nu niet voor elkaar misschien morgen, overmaken is geen probleem [verdachte] aan [medeverdachte 3] Je krijgt nu betaalverzoek [verdachte] aan [medeverdachte 3] Van [naam] [verdachte] aan [medeverdachte 3] Van 10 (…) [medeverdachte 3] stuurt een afbeelding van een bankoverschrijving van de Rabobankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] naar [verdachte] . Op de overschrijving is te zien dat middels een betaalopdracht een bedrag van € 10.000,00 is overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer] . [verdachte] aan [medeverdachte 3] Oké thanx (…) 29 juli 2020 [verdachte] aan [medeverdachte 3] Kunnen we morgen afrekenen [medeverdachte 3] aan [verdachte] Bank nog steeds geblokkeerd maar heb denk ik andere mogelijkheden om af te rekenen. Laat het je zsm eten [verdachte] aan [medeverdachte 3] Maar lukt dat morgen [verdachte] aan [medeverdachte 3] Heb het zwaar nodig [medeverdachte 3] aan [verdachte] Laat ik je vanavond weten (…) 30 juli 2020 [verdachte] aan [medeverdachte 3] Heb niks van je gehoord gisterenavond [verdachte] aan [medeverdachte 3] Lukt het vandaag nog [verdachte] aan [medeverdachte 3] Wij zijn evt rond 18 uur in Doetinchem [medeverdachte 3] aan [verdachte] Ik bel je zo (…) 31 juli 2020 [verdachte] aan [medeverdachte 3] Weer niet gebeld?? [verdachte] aan [medeverdachte 3] Weer niks [verdachte] aan [medeverdachte 3] Begin nu echt kwaad te worden [medeverdachte 3] aan [verdachte] Ik bel je voor 11 uur terug kan je 100% van op aan [verdachte] aan [medeverdachte 3] Dat je belt of betaald [medeverdachte 3] aan [verdachte] belt en waarschijnlijk ook oplossing [medeverdachte 3] een [verdachte] Spraakbericht: “hé, ik bel jou 100% vandaag of vanavond. Ik heb een oplossing, morgen of maandag is het opgelost, vandaag lukt mij niet. 15 was het hè, wat je nog krijgt van mij. Je zij 14 maar volgens mij had je die 1.000 er niet bij gerekend. Of 24 zei je, en ik heb vorige week 10 gedaan. Ik bel je vanavond nog, ik ben nog heel even in gesprek”</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank leidt uit deze whatsapp-communicatie af dat [medeverdachte 3] in periodieke betalingen geld moest (terug)betalen aan [verdachte] . [verdachte] liet [medeverdachte 3] dat geld onder andere terugbetalen via een bankrekening op naam [naam] , naar de rechtbank begrijpt een broer van [medeverdachte 1] , maar zoals uit paragraaf 3.3.16.1 volgt ook naar een bankrekening op naam van [medeverdachte 1] zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande, en gelet op wat hierna volgt in paragraaf 3.3.17, in samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de periode waarop de ten laste gelegde geldstromen zien toegang had tot en gebruik maakte van verschillende bankrekeningen op naam van [medeverdachte 1] , waaronder de bankrekening [rekeningnummer] waarvan de in de tenlastelegging genoemde contante opnames zijn gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.16.5 Vermoeden van criminele herkomst De bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 1] , van welke de contante opnames zijn gedaan, is voor het grootste deel gevoed met contante stortingen en geldbedragen afkomstig van de bankrekeningen [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV en [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV. Deze bankrekeningen zijn op hun beurt weer gevoed met geld afkomstig van Duitse en Oostenrijkse bankrekeningen op naam van particulieren, die direct in verband worden gebracht met fraude ( [bedrijf] BV) of gelijkenis vertonen met geldstromen die in verband worden gebracht met fraude ( [bedrijf] BV). De rechtbank heeft mede om die reden over de geldstromen over die bankrekeningen in de paragrafen 3.3.3.7 en 3.3.7.6 al overwogen dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat de bedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf. Daar komt wat betreft de geldstromen die is beschreven in de paragrafen 3.3.16.1 en 3.3.16.2 nog het volgende bij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals hiervoor vermeld heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij in die periode veel drugs heeft gebruikt en niet weet wat er allemaal in die tijd is gebeurd. Hem werd gevraagd om een rekening en bankpasjes en die gaf hij (alleen) aan [verdachte] en [naam] . Uit de gegevens van de Belastingdienst volgt dat [medeverdachte 1] in die periode ook niet over vermogen beschikte of over een inkomen dat een verklaring kan vormen voor de geldstroom over zijn bankrekening. In 2018 ontving hij een bijstandsuitkering, in 2019 had hij geen inkomen en, naar de rechtbank begrijpt, in 2020 een bruto inkomen van € 1.756,00.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet hierop, en ook gezien de overige overeenkomsten tussen de in- en uitgaande geldstromen en de betrokkenheid van [verdachte] bij de hiervoor besproken ondernemingen, bankrekeningen en geldstromen, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat de contante opnames die zijn besproken onder paragraaf 3.3.16.2 afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.17 Betrokkenheid [verdachte] bij het Dwerguil -cluster Zoals de rechtbank in de voorgaande paragrafen en op basis van de daar genoemde bewijsmiddelen heeft vastgesteld, is [verdachte] betrokken geweest bij alle in de inleiding (paragraaf 3.1) genoemde vennootschappen en ondernemingen (het Dwerguil -cluster). Bij de geldstromen die over de bankrekeningen op naam van die vennootschappen/ondernemingen en op naam van [medeverdachte 3] , [persoon 2] , [persoon 1] en [medeverdachte 1] lopen, valt een aantal overeenkomsten op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de bankrekeningen van de ondernemingen in het Dwerguil -cluster is telkens sprake van grote inkomende geldstromen vanaf Duitse, Oostenrijkse en/of Nederlandse bankrekeningen op naam van particulieren, en in een enkel geval op naam van een onderneming. Voor meerdere ondernemingen geldt dat de inkomende geldstromen niet passen bij de opgegeven omzetbelasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook valt op dat geld wordt overgemaakt van de ene vennootschap/onderneming (hierna: onderneming of ondernemingen) naar de andere onderneming in het Dwerguil -cluster, terwijl die ondernemingen ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Deze onderlinge geldstromen zijn te zien bij alle ondernemingen in het cluster en ook in relatie tot de bankrekeningen op naam van [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [persoon 2] en [persoon 1] . Bovendien worden goudbestellingen die worden gedaan door een onderneming meermalen betaald door een andere onderneming, ook hier zonder duidelijke verklaring voor deze niet voor de hand liggende gang van zaken. Ofwel, er is sprake van een samenhang tussen de verschillende ondernemingen en hun bankrekeningen en de bankrekeningen op naam van [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [persoon 2] en [persoon 1] . Daarbij geldt wel dat er een scheiding lijkt te zijn tussen de ondernemingen en bankrekeningen op naam van [persoon 2] , [persoon 1] en [bedrijf] BV aan de ene kant en de overige ondernemingen en bankrekeningen aan de andere kant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat verder opvalt is dat verschillende ondernemingen in hun handelsnaam de term Kaiser of Keizer hebben: [bedrijf] ( [bedrijf] BV), [bedrijf] ( [bedrijf] BV), [bedrijf] / [bedrijf] , [bedrijf] / [bedrijf] ( [bedrijf] BV) en [bedrijf] ( [bedrijf] BV). Ook wordt in de SkyECC-chat tussen [SkyECC-account] ( [verdachte] ) en [naam] de vennootschap [bedrijf] genoemd. Overeenkomsten in naam komen ook terug bij anderen ondernemingen. Zo komt de handelsnaam [bedrijf] ( [bedrijf] BV) terug als handelsnaam bij [bedrijf] BV (handelsnamen: [bedrijf] group en [bedrijf] ). In de SkyECC-chat tussen [SkyECC-account] ( [verdachte] ) en [naam] komt nog een [bedrijf] terug op naam van een ‘Belgische man’ en een vennootschap genaamd [bedrijf] NV. Datzelfde geldt voor de term ‘ [bedrijf] ’, die terugkomt in weer een andere handelsnaam van [bedrijf] BV ( [bedrijf] ) en in [bedrijf] BV met als handelsnaam [bedrijf]. [bedrijf] BV zelf komt terug in de SkyECC-chat tussen de accounts [SkyECC-account] ( [verdachte] ) en [naam] . Datzelfde geldt voor [bedrijf] BV. Overigens zijn de geldstromen via [bedrijf] , [bedrijf] NV, [bedrijf] BV en [bedrijf] BV niet ten laste gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een andere overeenkomst is dat door de ondernemingen en personen in het Dwerguil -cluster met name gebruik gemaakt wordt van accounts/rekeningen bij de Bunq-bank, die kort voor opvallende en verdachte inkomende geldstromen worden geopend:  het account van [bedrijf] BV bij de Bunq-bank is geopend op 8 juli 2019. Op3 september 2019 komen de eerste geldbedragen binnen afkomstig van Duitse en Oostenrijkse bankrekeningen op naam van particulieren;  het account van [bedrijf] BV bij de Bunq-bank is geopend op 9 mei 2020. Op 5 augustus 2019 komende de eerste geldbedragen binnen afkomstig van [bedrijf] BV;  het account van [bedrijf] BV ( [bedrijf] ) bij de Bunq-bank is op3 januari 2020 geopend. Op 28 januari 2020 komen de eerste geldbedragen binnen afkomstig van [bedrijf] ;  het account van [bedrijf] BV ( [bedrijf] ) bij de Bunq-bank is op2 januari 2020 geopend. Op 4 februari 2020 komende de eerste geldbedragen binnen afkomstig van Duitse bankrekeningen op naam van particulieren;  het account van [bedrijf] BV bij de Bunq-bank is op 8 april 2020 geopend. Op28 mei 2020 komen de eerste geldbedragen binnen afkomstig van Duitse bankrekeningen op naam van particulieren;  het account van [bedrijf] bij de Bunq-bank is op 29 april 2020 geopend. Op 17 juli 2020 komen de eerste geldbedragen binnen afkomstig van Duitse bankrekeningen op naam van particulieren en ondernemingen;  het account van [bedrijf] BV bij de Bunq-bank is op 18 februari 2021 geopend. Op24 februari 2021 komen de eerste geldbedragen binnen afkomstig van Duitse en Oostenrijkse bankrekeningen op naam van particulieren;  het account van [persoon 1] bij de Bunq-bank is op 17 februari 2021 geopend. Op 25 februari 2021 komen de eerste geldbedragen binnen afkomstig van de bankrekening op naam van [bedrijf] BV. [verdachte] is bij geen van de ondernemingen en bankrekeningen formeel betrokken. Op formele documenten komt zijn naam niet terug. Echter, zoals uit de voorgaande paragrafen blijkt, is hij feitelijk wel degene die toegang heeft tot en zeggenschap heeft over de ondernemingen en de daaraan gekoppelde bankrekeningen. [verdachte] geeft overigens ook toe dat hij toegang heeft gehad of zou kunnen hebben gehad tot verschillende bankrekeningen op naam van ondernemingen in het Dwerguil -cluster. Het gaat dan om de bankrekeningen op naam van [bedrijf] BV, [bedrijf] BV, [bedrijf] BV en [bedrijf] BV. Ook ten aanzien van een bankrekening op naam van [medeverdachte 3] geeft hij dit toe. Hij zou die toegang naar zijn zeggen hebben gehad, omdat hij via gebruik van die bankrekeningen zijn provisie ontving, dan wel betalingen deed in opdracht van [naam] , over welke verklaring hierna meer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokkenheid van [verdachte] bij de verschillende bankrekeningen uit het Dwerguil -cluster kan ook worden afgeleid uit de bewijsmiddelen zoals die zijn weergegeven in de voorgaande paragrafen. Zo zijn goederen besteld via een account of e-mailadres dat aan hem gekoppeld kan worden, is een betalingspatroon zichtbaar dat overeenkomt met zijn reisbewegingen of is via een aan hem te koppelen IP-adres ingelogd in de digitale omgeving van de bank. Ook verklaren [naam] en [medeverdachte 1] dat [verdachte] toegang had tot bepaalde bankrekeningen of blijkt dit uit de chats tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij komt nog het volgende. In de SkyECC-berichten die in de periode van 17 augustus 2020 tot en met 27 januari 2021 zijn uitgewisseld tussen de accounts [SkyECC-account] ( [verdachte] ) en [naam] komen namen van verschillende ondernemingen uit het Dwerguil -cluster terug. Ook de namen van de Duitse en Oostenrijkse particulieren en de door hen betaalde bedragen komen terug in die chatcommunicatie. Het gaat dan om betalingen naar de bankrekeningen op naam van [bedrijf] / [bedrijf], [bedrijf] BV/ [bedrijf], [bedrijf] BV/ [bedrijf], [medeverdachte 3], [bedrijf] BV/ [bedrijf] en [persoon 2] (met als omschrijving [bedrijf] ). Ook wordt informatie gedeeld van betalingen vanaf de bankrekening van [bedrijf] BV/ [bedrijf] aan [bedrijf] BV. Daarbij is het steeds [verdachte] die een foto van een scherm stuurt naar [naam] waarop de betreffende betaling in (naar het lijkt) een digitale bankomgeving te zien is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder vinden chatgesprekken plaats waarin de naam van de vennootschap [bedrijf] BV wordt genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen de accounts [SkyECC-account] ( [verdachte] ) en [naam] wordt tevens informatie gewisseld over vragen van de Bunq-bank over binnenkomende geldbedragen op de rekeningen, zoals die op naam van [bedrijf], [medeverdachte 3] en [bedrijf], en over het sluiten van rekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit verschillende chatberichten blijkt dat [verdachte] bankrekeningen ‘regelt’ en de gegevens van die bankrekening deelt met de gebruiker van het account [naam] . Datzelfde geldt voor het regelen van vennootschappen, waarbij [verdachte] de opdracht krijgt vennootschappen te regelen met een bepaalde naam, zoals [bedrijf] . Als het toevoegen van deze handelsnaam niet lukt, deelt [verdachte] die informatie weer met [naam] . Ook wordt [verdachte] gevraagd voor een firma een vaste lijn (de rechtbank begrijpt: een vast telefoonnummer) te regelen, zodat via ‘Voip’ kan worden gebeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de chat blijkt verder dat [verdachte] ‘het’ (de rechtbank begrijpt: geld) naar [naam] gaat sturen en daarvoor de code van de wallet nodig heeft. Die code wordt met [verdachte] gedeeld. Kort daarna worden vanaf de bankrekening op naam van [persoon 2] geldbedragen overgemaakt naar [naam] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Overigens kan uit de chatberichten worden afgeleid dat [verdachte] betrokken is bij meer betalingen, bankrekeningen en vennootschappen/ondernemingen dan aan hem ten laste is gelegd. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een bemiddelende rol had. Hij regelde vennootschappen en bankrekeningen voor en handelde in opdracht van [naam] en [naam] senior. Hij had contact met de bestuurders en eigenaren van de vennootschappen. De bankrekeningen werden vervolgens geregeld door de bestuurders zelf. De rechtbank vindt deze verklaring van [verdachte] volstrekt ongeloofwaardig en overweegt daartoe het volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat [verdachte] enkel een bemiddelende (ondersteunende) rol had en in opdracht van [naam] en [naam] senior handelde wordt weersproken door de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen. Met name de SkyECC-chat met het account [naam] , zijnde chatcommunicatie waarin de gebruikers zich onbespied achtten, laten een heel ander beeld zien van de rol van [verdachte] . De naam van [naam] senior [naam] , [naam] , [naam] , senior) komt in die chatcommunicatie niet terug. De naam van [naam] overigens wel, maar in die chat lijkt [verdachte] [alias verdachte] toegang te hebben tot een account van [naam] . In de SkyECC-chat met [naam] stuurt [verdachte] namelijk een accountoverzicht van een rekening op naam van [naam] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien komt de naam van [naam] , in tegenstelling tot die van [verdachte] , wel terug bij de personen die goud zouden hebben opgehaald. Namelijk bij [bedrijf] BV, wat volgt uit de door dit bedrijf verstrekte gegevens, waaronder een kopie van het identiteitsbewijs van [naam] . Dit gegeven, samen met de omstandigheid dat [verdachte] toegang lijkt te hebben tot een account van [naam] , lijkt er eerder op te wijzen dat [naam] een katvanger was dan dat hij jegens [verdachte] een opdrachtgevende rol vervulde. In het onderzoek is, zoals de politie verbaliseert, ook geen informatie aanwezig waaruit volgt dat [naam] senior en [naam] bedrijven nodig hadden om edelmetalen mee aan te kopen of dat zij samenwerkten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de SkyECC-chats met [account] volgt dat [verdachte] zelf degene was die als een soort van tussenpersoon of ‘broker’ opereerde voor degene die geldbedragen om wilde zetten in goud en bitcoins, ofwel de zogenaamde ‘papertrail’ wilde doorbreken. Zijn opdrachtgevers droegen, via de gebruiker van het account [account] , met wie [verdachte] samenwerkte, weliswaar handelsnamen aan die zij nodig hadden voor die vennootschappen en contactgegevens die moesten worden vermeld in de registraties bij de KvK, maar [verdachte] opereerde zelfstandig in het vervolgens regelen van die vennootschappen en de bankrekeningen. Zijn daarin leidende en sturende rol volgt ook uit de hiervoor aangehaalde chatcommunicatie met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . [verdachte] gaf hen opdrachten en nam de beslissingen, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] voerden deze uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.18 De criminele herkomst en de wetenschap van [verdachte] Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is voor een bewezenverklaring van het onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ in de op artikel 420bis Sr en verder toegesneden tenlastelegging, gelet op doel en strekking van deze wetsbepaling en mede in het licht van de wetsgeschiedenis, niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het betreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit betekent dus dat uit de bewijsmiddelen niet hoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de verdachte zo’n verklaring geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo’n verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen over het bewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank heeft hiervoor telkens en voor iedere aan [verdachte] ten laste gelegde geldstroom overwogen dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat de geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van de voorwerpen. Ter terechtzitting heeft hij verklaard niet te hebben geweten dat het geld afkomstig was van investerings- en beleggingsfraude. [naam] en [naam] senior hadden bankrekeningen nodig om edelmetaal aan te kopen. Hij heeft niet doorgevraagd, had alcoholproblemen en deed maar wat, aldus [verdachte] . Bij gebreke van een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk verklaring van [verdachte] over de herkomst van de geldbedragen, is de rechtbank, gelet op de hiervoor vermelde bewijsmiddelen, in samenhang bezien, van oordeel dat het niet anders kan dan dat de geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdediging heeft opgemerkt dat [naam] een verklaring kan afleggen over de herkomst van de voorwerpen. De rechtbank merkt daarover het volgende op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals uit het voorgaande blijkt, is [verdachte] betrokken bij en had hij wetenschap van de geldbedragen die onderdeel uitmaken van de tenlastelegging. Zoals in de volgende paragraaf zal worden besproken, heeft hij ten aanzien van die geldbedragen ook witwashandelingen verricht. Gelet daarop is het de verantwoordelijkheid van [verdachte] zelf om zich te vergewissen van de herkomst van die geldbedragen en mag van hem worden verwacht dat hij daarover een verklaring geeft die voldoet aan de voornoemde eisen. Dat [naam] mogelijk ook een verklaring kan geven over die herkomst doet daar niet aan af. [verdachte] en zijn medeverdachten moeten hebben geweten dat de geldbedragen afkomstig waren uit misdrijf. [verdachte] zorgde ervoor dat zijn naam niet naar voren kwam in relatie tot de gebruikte ondernemingen en bankrekeningen. Hij gebruikte anderen (waaronder [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [persoon 2] en [persoon 1] ) als katvanger. Ook in relatie tot de goudaankopen en aankopen van bitcoins via Bitonic komt zijn naam niet terug, maar gebruikte hij User ID’s op naam van [persoon 2] en [persoon 1] . Zijn wetenschap volgt ook uit de SkyECC-chats tussen hem en de gebruiker van het account [naam] . Zo zegt [verdachte] op 1 september 2020 in een spraakbericht: “Zeg maar tegen die vrienden dat ze naar die rekening max deze week nog sturen/overmaken. Volgende week moeten ze niet sturen. Die (ntv) is verpest, er is wel iets (aan de hand). (…)”. Op 4 december 2020 chat [verdachte] : “Ik heb geld overgezet naar ING toch, volgens mij komt het daar door ‘we hebben slapende honden wakker gemaakt”. Dat er geen slapende honden moeten worden wakker gemaakt komt ook terug in een chatbericht van [verdachte] aan [medeverdachte 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.19 Witwashandelingen van [verdachte] Op basis van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [verdachte] de in de tenlastelegging genoemde (girale) geldbedragen, het goud, de bitcoins en de contante geldbedragen heeft verworven en voorhanden heeft gehad. De girale geldbedragen heeft hij omgezet in goud, bitcoins en contant geld en vervolgens overgedragen aan anderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.20 Medeplegen Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen blijkt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en anderen, waaronder [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en de gebruiker van het SkyECC-account [naam] , en daarmee van medeplegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.21 Gewoonte en handelen in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf Gelet op de grote hoeveelheid geldbedragen die [verdachte] heeft witgewassen en de lange periode (anderhalf jaar), is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De rechtbank zal hem daarom van dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.22 Conclusie feit 1 Concluderend is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] in de periode van 3 september 2019 tot en met 25 februari 2021 tezamen en in vereniging met anderen een gewoonte heeft gemaakt van witwassen door (girale) geldbedragen, goud, cryptovaluta en contante geldbedragen te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen en om te zetten, als volgt. (Girale) geldbedragen (in de tenlastelegging genoemd onder A): [Geanonimiseerde afbeelding] (Aankoop)waarde goud (in de tenlastelegging genoemd onder B): [Geanonimiseerde afbeelding] Aankoopwaarde cryptovaluta (in de tenlastelegging genoemd onder C): [Geanonimiseerde afbeelding] Contante opnames (in de tenlastelegging genoemd onder D): [Geanonimiseerde afbeelding] Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het overige onder feit 1 onder D tenlastegelegde (contante opnames) dient te worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van herkomst uit misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4 Beoordeling door de rechtbank van feit 2 Aan [verdachte] wordt onder het in feit 2 tenlastegelegde verweten dat hij samen met anderen een vergoeding heeft ontvangen voor hun witwashandelingen binnen het Dwerguil -cluster. Die vergoeding zou 5% van het in totaal door het Dwerguil -cluster witgewassen geldbedrag zijn. Het witwassen zou hebben plaatsgevonden door contante opnames en de besteding aan vakanties, reizen, (merk)kleding en luxe artikelen. Zoals vastgesteld onder feit 1 heeft het Dwerguil -cluster € 7.174.792,76 witgewassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4.1 De overzichten verstuurd via SkyECC Onder feit 1 is reeds vastgesteld dat [verdachte] de gebruiker is van het SkyECC-account [SkyECC-account] . Op 17 augustus 2020 stuurt [verdachte] ( [SkyECC-account] ) een foto naar de gebruiker van het SkyECC-account [naam] , waarop een geschreven tabel te zien is. Bovenaan staat de tekst ‘11 augustus – 9500,’ en daaronder staan twee kolommen met boven de linkerkolom het woord ‘Gelen’ (Turks voor ‘inkomend’) en boven de rechterkolom het woord ‘Giden’ (Turks voor ‘uitgaand’). In de linkerkolom staat een aantal bedragen in euro’s genoemd met een totaal van € 205.000,00. Uit de analyse van de politie volgt dat de bedragen overeenkomen met ontvangen transacties op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] / [bedrijf] op 12, 13 en 17 augustus 2020. In de rechterkolom staat eveneens een aantal bedragen in euro's genoemd, waarachter het woord 'Altin’ (Turks voor ‘goud’) staat geschreven. Als totaalbedrag staat vermeld: € 197.250,00. De genoemde bedragen komen volgens de analyse van de politie overeen met gedane betalingen vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] aan [bedrijf] BV op 12 en 17 augustus 2020 (factuurnummers 201648, 201654, 201697, 201698, 201699 en 201700). Uit de administratie van [bedrijf] BV blijkt dat de betalingen zijn verricht voor goudaankopen. Uit stukken ontvangen van [bedrijf] BV kan worden afgeleid dat deze facturen zien op de aankoop van 3,4 kilogram (350 gram + 100 gram + 850 gram + 900 gram + 850 gram + 350 gram) goud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderaan in de tabel wordt van het totaalbedrag aan inkomende bedragen een percentage van 5% afgehaald. Er staat vermeld: “€ 205.000</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>5% € 10.250 (de rechtbank: 5% van € 205.000,00 = € 10.250,00) € 194.750 (de rechtbank: € 205.000,00 -/- € 10.250,00 = € 194.750,00) Eski + € 9.500 (de rechtbank: ‘eski’ is Turks voor ‘oud’; dit bedrag staat ook bovenaan het overzicht vermeld achter de datum 11 augustus) € 204.250 (de rechtbank: € 194.750,00 + € 9.500,00 = € 204.250,00)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>€ 197.250 ( - € 197.250de rechtbank: het bedrag genoemd in de rechterkolom bij ‘goud’) 17 Aug Kalan € 7000de rechtbank: ’kalan’ is Turks voor ‘rest’) (de rechtbank: € 204.250,00 -/- € 197.250,00 = € 7.000,00).</div>\n<p class=\"lf-p\">Enkele uren na het verzenden van het overzicht stuurt [verdachte] een spraakbericht waarin hij het volgende zegt: “de medewerkers zijn vertrokken. Euh, De facturen en zo zijn er uit gekomen. Die heb ik meegegeven… het moet 3 kilo en 400 gram zijn. Stuurt mij een ‘oke’ nadat je dat gekregen hebt.” Deze hoeveelheid is gelijk aan de bij [bedrijf] BV aangekochte hoeveelheid goud, die overeenkomt met de bedragen genoemd in de rechterkolom van het overzicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 8 september 2020 stuurt [verdachte] via SkyECC een bericht met een vergelijkbare tabel als is verstuurd op 17 augustus 2020 naar het account [naam] . De gebruiker van het account [naam] stuurt op 9 september 2020 naar [verdachte] dezelfde berekening in, naar het lijkt, een excel-overzicht. Kort daarna stuurt de gebruiker van het account [naam] een spraakbericht naar [verdachte] , inhoudende dat deze de berekening heeft gemaakt zoals [verdachte] dat wilde en dat [verdachte] een paar kleine fouten heeft gemaakt. Volgens de analyse van de politie komen de bedragen genoemd in het excel-overzicht overeen met het geld dat is ontvangen op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] op 7, 8 en 9 september 2020. De uitgaande bedragen zien op betalingen van goudaankopen bij [bedrijf] BV op 7 en 8 september 2020. Een percentage van 5% wordt in beide berekeningen genoemd en wordt in mindering gebracht op het totaal aan inkomende gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 12 september 2020 stuurt de gebruiker van het account [naam] naar [verdachte] wederom een soortgelijke berekening. Volgens de analyse van de politie komen de inkomende bedragen overeen met het geld dat op 10 en 11 september 2020 is ontvangen op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] en komen de uitgaande bedragen overeen met betalingen voor goudaankopen bij [bedrijf] BV op 10 en 11 september 2020. Van het totaal aan inkomende gelden wordt wederom 5% in mindering gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 6 oktober 2020 stuurt [verdachte] naar het account [naam] opnieuw een foto van een soortgelijke tabel. Volgens de analyse van de politie komen de genoemde inkomende bedragen overeen met ontvangen transacties op de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] op 29 en 30 september 2020. De uitgaande bedragen komen overeen met betalingen voor goudaankopen bij [bedrijf] BV op 5 en 6 oktober 2020. Op de foto staat ook een percentage van 5% vermeld, dat wordt afgetrokken van de inkomende geldbedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 13 oktober 2020 stuurt [verdachte] nogmaals een foto van een soortgelijke tabel naar het account [naam] . Volgens de analyse van de politie komen de inkomende bedragen (afgerond) overeen met de overboekingen naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] in de periode van 7 tot en met 13 oktober 2020. De uitgaande bedragen komen (afgerond) overeen met betalingen voor goudaankopen in de periode van 8 tot en met 13 oktober 2020. Voorts wordt op de afbeelding een percentage van 5% vermeld, dat wordt afgetrokken van de inkomende geldstroom. Ook de gebruiker van het account [naam] stuurt een berekening met daarop de niet afgeronde bedragen. Ook in die berekening wordt een percentage van 5% vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt vast dat uit de overzichten die zijn verstuurd in de SkyECC-chat in de periode tussen 17 augustus en 13 oktober 2020 telkens een percentage van 5% wordt afgetrokken van de inkomende geldbedragen. Verder komen de in de tabel vermelde inkomende en uitgaande bedragen telkens overeen met de gegevens zoals die blijken uit de bankrekeningen van de hiervoor genoemde vennootschappen en personen en de administratie van [bedrijf] BV. De rechtbank leidt uit het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, af dat van de inkomende bedragen 5% niet wordt omgezet in goud. Uit het chatgesprek van 17 augustus 2020 leidt de rechtbank af dat, voor zover het geld wel in goud is omgezet, het naar [naam] wordt gebracht. De niet in goud omgezette 5% blijft achter bij de personen waar het geld binnenkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4.2 De vergoeding en bestedingen [verdachte] heeft verklaard dat hij een vergoeding heeft ontvangen voor het bemiddelen bij het regelen van vennootschappen en bankrekeningnummers in opdracht van anderen. Hij gebruikte de bankrekeningen voor privé-uitgaven, bijvoorbeeld voor kleding. Uit de bewijsmiddelen die zijn opgenomen onder feit 1 kan ook worden afgeleid dat van de inkomende geldstromen op de bankrekeningen op naam van de vennootschappen/ondernemingen en personen binnen het Dwerguil -cluster, geld wordt besteed ten behoeve van aankopen in relatie tot [verdachte] . Vanaf de bankrekeningen uit het Dwerguil -cluster vinden verder de volgende bestedingen plaats vanaf bankrekeningen waarover [verdachte] , zoals volgt uit het besprokene onder feit 1, de beschikking had.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de periode tussen 11 september 2019 en 17 januari 2020 vinden vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV dertien overboekingen plaats naar hotels, zoals het Fletcher hotel Frerikshof in Winterswijk , het Titanic hotel in Antalya, het Mercure hotel in Hagen, het Stadthotel in Iserlohn en het Van der Valk hotel in Duiven .</p>\n<p class=\"lf-p\">In de periode tussen 6 februari 2020 en 10 maart 2020 vinden vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] zes overboekingen plaats naar het Van der Valk hotel in Gladbeck, Lent en Duiven en Hotel Gieling in Duiven . Verder zijn vanaf deze bankrekening op 29 januari 2020 en 8 februari 2020 bestellingen van kleding bij Zalando betaald onder de naam [alias verdachte] en [roepnaam verdachte] [verdachte] met als bezorgadres het woonadres van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] zijn betalingen verricht aan Zalando. Het betreffen vier betalingen in de periode tussen 19 juni 2020 en 30 juni 2020 en de bestellingen zijn telkens afgeleverd op [adres] in [plaats], waar, zoals vastgesteld onder feit 1, [verdachte] een ruimte huurde.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de periode tussen 24 en 27 november 2020 is vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] BV geld overgeboekt naar de bankrekeningen op naam van Titanic Hotel Antalya en Titanic OT Yeni Mah Antalya.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het onder feit 1 besprokene volgt verder dat vanaf de bankrekeningen in het Dwerguil -cluster contante opnames plaatsvinden en overschrijvingen naar aan (rechts)personen van het Dwerguil -cluster of daaraan gelieerde (rechts)personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [verdachte] samen met anderen een vergoeding ontving voor hun witwashandelingen, zoals beschreven onder feit 1. Gelet op de voornoemde SkyECC-berichten was die vergoeding in de periode van 17 augustus 2020 tot 13 oktober 2020 5% van de totale inkomende geldstroom. Wat de hoogte van de vergoeding is geweest in de rest van de ten laste gelegde periode valt uit het dossier niet af te leiden. De SkyECC-berichten lopen van augustus 2020 tot en met januari 2021. Niet alle berichten in die periode zijn ontsloten. Na 13 oktober 2020 zijn er geen overzichten via SkyECC verstuurd, dan wel ontsloten. Buiten de SkyECC-berichten bevinden zich geen overzichten in het dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan er naar het oordeel van de rechtbank echter voor worden gehouden dat [verdachte] en zijn medeverdachten ook buiten de periode van 17 augustus 2020 tot 13 oktober 2020 een vergoeding ontvingen voor hun werkzaamheden. Het is immers heel onwaarschijnlijk dat zij hun werkzaamheden om niet verrichtten en bovendien zullen zij kosten hebben gemaakt. Ook kan uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen worden afgeleid dat er gedurende de periode van september 2019 tot en met in ieder geval februari 2021 (zie paragraaf 3.3.14.3) betalingen plaatsvonden naar bankrekeningen van personen in en gelieerd aan het Dwerguil -cluster. Dat de vergoeding ook buiten de periode van 17 augustus 2020 tot en met 13 oktober 2020 5% was van de inkomende geldstroom ligt naar het oordeel van de rechtbank het meest voor de hand en daarvan kan dan ook worden uitgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het procesdossier blijkt ook niet van een ander percentage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals volgt uit de conclusie van de bespreking van het onder 1 ten laste gelegde bedroeg de totale inkomende en witgewassen geldstroom € 7.174.792,76. Uitgaande van een percentage van 5% bedroeg de vergoeding voor [verdachte] en zijn medeverdachten € 358.739,64.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4.3 De witwashandelingen De vergoeding die [verdachte] en zijn medeverdachten voor hun witwashandelingen binnen het Dwerguil -cluster hebben ontvangen, hebben zij verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet in contanten en in vakanties, reizen en kleding. Daarmee heeft [verdachte] samen met anderen ook van die geldbedragen gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de contante opnames hebben [verdachte] en zijn medeverdachten tevens de vindplaats en herkomst van die geldbedragen verborgen en verhuld en verborgen en verhuld wie deze contanten voorhanden had. Door voor de inkomende geldbedragen telkens bankrekeningen op naam van vennootschappen en katvangers te gebruiken, is de werkelijke aard verborgen en verhuld en is verborgen en verhuld wie de rechthebbende was op de geldbedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4.4 De periode Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat ook na februari 2021 witwashandelingen hebben plaatsgevonden. De rechtbank zal [verdachte] daarom vrijspreken van het onder feit 2 tenlastegelegde voor zover dit ziet op de periode maart 2021 tot en met augustus 2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4.5 Gewoontewitwassen Gezien de lange periode waarbinnen de witwashandelingen hebben plaatsgevonden (anderhalf jaar) en de grote hoeveelheid transacties, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en zijn medeverdachten een gewoonte hebben gemaakt van het witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5 Het verzoek tot het horen van [getuige] 3.5.1 Het verzoek van de verdediging en het standpunt van de officier van justitie De verdediging heeft verzocht [getuige] (geboren op [geboortedag] 1974; hierna: [getuige] ) te horen als getuige over de zich in het dossier bevindende SkyECC-gesprekken en over het contact tussen het account gekoppeld aan [getuige] (de rechtbank begrijpt: het account [account] ) en een tegenaccount, dat aan [getuige] opdrachten geeft (de rechtbank begrijpt: het account [account] ). De verdediging wil [getuige] horen in verband met een te voeren bewijs- en strafmaatverweer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5.2 De beoordeling door de rechtbank Het verzoek tot het horen van [getuige] is na een verzoek daartoe van de verdediging op 29 september 2023 door de rechtbank toegewezen. Desondanks heeft de verdediging geen gebruik kunnen maken van haar ondervragingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt vast dat zich in het dossier geen verklaring van [getuige] bevindt en dat een (belastende) verklaring zijnerzijds door de rechtbank dus ook niet als bewijs is gebruikt. Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat uitlatingen van personen in chatberichten ook niet worden aangemerkt als een buiten de aanwezigheid van de verdediging afgelegde getuigenverklaring. Dat betekent dat [getuige] niet kan worden beschouwd als een zogenaamde Keskin-getuige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat neemt niet weg dat de rechtbank voordat zij einduitspraak doet, moet nagaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Zo nodig zal de rechtbank hetzij ambtshalve alsnog overgaan tot het oproepen en het horen van (een) getuige(n), hetzij bij de beslissing over de bewezenverklaring onder ogen moeten zien of, en zo ja, welke gevolgen moeten worden verbonden aan de omstandigheid dat de verdediging, ondanks het nodige initiatief daartoe, geen gebruik heeft kunnen maken van de mogelijkheid om de relevante getuige(n) in enig stadium van het geding te (doen) ondervragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank begrijpt het verzoek van de verdediging zo dat zij [getuige] wil horen over de vraag of [verdachte] een (relevante) rol vervulde bij het tenlastegelegde, en in dat verband over de vraag of het [verdachte] is die schuil ging achter het SkyECC-account [SkyECC-account] , alsook over de vraag naar de herkomst van de ten laste gelegde voorwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar het gaat om de vraag of [verdachte] de gebruiker is van het SkyECC-account [SkyECC-account] en om de betrokkenheid van [verdachte] bij de ten laste gelegde voorwerpen geldt naar het oordeel van de rechtbank dat aan een (mogelijke) verklaring van [getuige] daarover, binnen het geheel van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen over die betrokkenheid, geen gewicht toekomt. Waar het gaat om de herkomst van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen verwijst de rechtbank voorts naar het overwogene in paragraaf 3.3.18. Het is de verantwoordelijkheid van [verdachte] zelf om zich te vergewissen van de herkomst van de geldbedragen en van hem mag worden verwacht dat hij daarover een verklaring geeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat door [getuige] mogelijk ook een verklaring kan worden gegeven over die herkomst doet daar niet aan af. Ten aanzien van de rol van [verdachte] in het geheel van het tenlastegelegde geldt nog het volgende. In paragraaf 3.3.17 heeft de rechtbank overwogen dat zij uit de SkyECC-chatberichten tussen [verdachte] en het account [naam] (een account dat de politie koppelt aan [getuige] ) afleidt, dat [verdachte] als een soort van tussenpersoon of ‘broker’ opereerde voor degene die geldbedragen om wilde zetten in goud en bitcoins en dat de gebruiker van het account [account] , met wie [verdachte] samenwerkte, optrad als contactpersoon met hun opdrachtgevers. Ook heeft de rechtbank in die paragraaf overwogen dat die opdrachtgevers daarbij specifieke verzoeken hadden ten aanzien van namen van vennootschappen en contactgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat [verdachte] in die zin opdrachten ontving van anderen komt dus ook naar voren uit het bewijs en de nadere overwegingen daarover van de rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij komt nog dat op 18 februari 2026 een getuigenverhoor met [getuige] in Duitsland gepland was. Voorafgaand aan dat verhoor hebben [getuige] en zijn raadsman herhaaldelijk aangegeven dat [getuige] gelet op zijn verschoningsrecht geen enkele vraag zal beantwoorden. De rechter-commissaris heeft op basis van het ‘Anklageschrift’ jegens [getuige] ook vastgesteld dat aan [getuige] inderdaad het verschoningsrecht toekomt en heeft het verhoor daarom geannuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat ook zonder de mogelijkheid tot het horen van [getuige] het strafproces als geheel eerlijk is verlopen, als vereist op grond van artikel 6 EVRM. De rechtbank wijst het verzoek tot het alsnog horen van [getuige] daarom af.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.6 Samenloop van de feiten 1 en 2 Ten aanzien van het onder feit 2 bewezenverklaarde verwerven, voorhanden hebben en het in contanten omzetten van de vergoeding die [verdachte] samen met anderen heeft ontvangen, stelt de rechtbank vast dat sprake is van eendaadse samenloop met feit 1. Deze witwashandelingen zijn in zoverre ook onder feit 1 bewezenverklaard. Met betrekking tot de overige onder feit 2 ten laste gelegde witwashandelingen is sprake van meerdaadse samenloop.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 hij, in of omstreeks de periode van 3 september 2019 tot en met 25 februari 2021 te</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Winterswijk en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Duiven en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Oldeholtpade , gemeente Weststellingwerf en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Haaksbergen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Arnhem en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Almelo en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>(elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt en/of witwassen heeft gepleegd in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf , hierin bestaande dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (een) voorwerp(en), bestaande uit een of meer (grote) geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 7.174.792 (A), althans enig geldbedrag en/of een grote hoeveelheid goud en/goudgranulaat en/of (andere) edelmetalen met een (totale) waarde van EUR 5.797.948 (B) en/of een hoeveelheid cryptovaluta met een (aankoop)waarde van EUR 394.217 (C) en/of een hoeveelheid contant geld van in totaal EUR 278.963 (D), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, door:</div>\n<p class=\"lf-p\">A:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een of meer Nederlandse bankrekeningen, op naam van één of meer (rechts)personen, althans op een andere naam dan van hem, verdachte, te (laten) openen en/of aan te houden en/of vervolgens op één of meer van die rekeningen een of meer (grote) geldbedragen te ontvangen, te weten onder andere:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] BV een of meer bedragen tot een totaal van EUR 588.300 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , naam van [bedrijf] BV een of meer bedragen tot een totaal van EUR 382.990 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] BV een of meer bedragen tot een totaal van EUR 241.600 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] BV een of meer bedragen tot een totaal van EUR 558.820 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 115.000 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 125.803 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] , een of meer bedragen met een totaal van EUR 180.000 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 540.123 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 427.236 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 628.547 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [medeverdachte 3] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 666.377 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 2.109.740 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [persoon 2] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 411.808 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 94.692 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op een rekening met nummer [rekeningnummer] , op naam van [bedrijf] een of meer bedragen tot een totaal van EUR 103.754 en/of en/of B:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>voor een of meer grote bedrag(en) goud en/of goudgranulaat en/of (andere) edelmetalen aan te kopen, te weten:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>goud en/of goudgranulaat en/of (andere) edelmetalen voor een bedrag van (in totaal) EUR 4.775.955 bij [bedrijf] BV, althans bij één of meer onder die rechtspersoon geregistreerde handelsnamen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>goud en/of goudgranulaat en/of (andere) edelmetalen voor een bedrag van (in totaal) EUR 889.774 bij [bedrijf] BV, althans bij één of meer onder die rechtspersoon geregistreerde handelsnamen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>goud en/of goudgranulaat en/of (andere) edelmetalen voor een bedrag van (in totaal) EUR 132.219 bij [bedrijf] BV, althans bij één of meer onder die rechtspersoon geregistreerde handelsnamen en/of en/of C:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>voor een of meer bedrag(en) (tot een totaal van) (ongeveer) EUR 394.217 cryptovaluta aan te kopen en/of D:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een of meer bedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) EUR 278.963contant op te nemen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf (zaaksdossier 1, AH111);</div>\n<p class=\"lf-p\">2 hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 28 februari 2021, te [woonplaats] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededaders, (telkens) één of meer geldbedragen van (in totaal) (ongeveer) EUR 358.739, althans een of meer (grote) geldbedragen, (zijnde de vergoeding voor de beroeps- en/of bedrijfsmatig door verdachte en/of zijn mededaders verrichtte witwasactiviteiten, te weten 5% van EUR 7.174.792) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt en/of van die/dat geldbedrag de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie dit/deze voorwerp(en) voorhanden had, door (onder andere):</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een of meer geldbedragen contant op te nemen van één of meer bankrekeningen van aan hem verdachte en/of zijn mededaders gelieerde rechtspersonen en/of natuurlijke personen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een of meer geldbedragen te besteden aan (luxe) vakanties en/of reizen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een of meer geldbedragen te besteden aan (merk)kleding en/of (andere) luxe artikelen, terwijl hij (telkens) en zijn mededaders wisten dat dit/deze geldbedragen/voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf; (zaaksdossier 7).</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5De kwalificatie van het bewezenverklaarde 5.1 Het beroep op de kwalificatieuitsluitingsgrond voor het onder feit 2 tenlastegelegde 5.1.1 De standpunten De verdediging heeft gesteld dat ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde feit sprake is van een kwalificatie-uitsluitingsgrond, omdat ten aanzien van de betrokken gelden sprake is van een door [verdachte] zelf gepleegd misdrijf (het witwassen als bewezenverklaard onder feit 1) en geen sprake is van het verbergen en verhullen van de voorwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de kwalificatieuitsluitingsgrond zich niet voordoet, aangezien sprake is van het verbergen en verhullen van de voorwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1.2 De beoordeling door de rechtbank Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht \"om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen\". Indien sprake is van witwassen van opbrengsten uit eigen misdrijf moet dus sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan alleen het verwerven of voorhanden hebben van een door eigen misdrijf verkregen voorwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank heeft in paragraaf 3.4.3 vastgesteld dat door voor de inkomende geldbedragen telkens bankrekeningen op naam van vennootschappen en katvangers te gebruiken de werkelijke aard van die inkomende geldbedragen is verborgen en verhuld en is verborgen en verhuld wie de rechthebbende was op die voorwerpen. Daarmee is voor het hele onder feit 2 bewezenverklaarde geldbedrag sprake van verbergen en verhullen. De kwalificatieuitsluitingsgrond is daarom niet aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 De kwalificatie Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 en 2: de eendaadse samenloop van medeplegen van gewoontewitwassen en medeplegen van gewoontewitwassen en voor feit 2 tevens: medeplegen van gewoontewitwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">8De overwegingen ten aanzien van straf 8.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5,5 jaar. Verder heeft zij gevorderd dat de uitspraak ongeanonimiseerd wordt gepubliceerd op Rechtspraak.nl en heeft zij de gevangenneming gevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat [verdachte] geen leidende rol heeft gehad. Er was sprake van een samenwerking met gelijkwaardige rollen, waarbij ook [verdachte] werd aangestuurd. [verdachte] heeft ook geen misbruik gemaakt van kwetsbare mensen. Daarnaast is sprake van overschrijding van de redelijke termijn met bijna twee jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 63 Sr moet voorts zwaar meewegen in de strafmaat. [verdachte] is in 2022 en 2025 veroordeeld tot respectievelijk 30 en 28 maanden gevangenisstraf. De maximaal op te leggen gevangenisstraf voor het onder feit 1 tenlastegelegde is 8 jaren. Aan [verdachte] zijn al 58 maanden gevangenisstraf opgelegd. Feit 2 zou bovendien buiten beschouwing gelaten moeten worden bij het bepalen van de maximale gevangenisstraf, omdat de feiten 1 en 2 hetzelfde feitencomplex betreffen. Er blijft in dat geval in totaal nog maximaal 38 maanden op te leggen gevangenisstraf over. De rechtbank dient verder rekening te houden met de duur van het voorarrest, waaronder de 7 weken die [verdachte] in beperkingen heeft doorgebracht en de schorsing van de voorlopige hechtenis met beperkende voorwaarden voor de duur van meer dan 2 jaren. Verder dient rekening gehouden te worden met de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , waaronder de PTSS waar hij aan lijdt en andere gezondheidsklachten. Bovendien was ten tijde van het tenlastegelegde sprake van middelengebruik en een alcoholverslaving. De eis van de officier van justitie is bovendien veel te hoog gelet op relevante jurisprudentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de vordering tot gevangenneming heeft de raadsman gesteld dat de recidivegrond niet aanwezig is. De in de tenlastelegging genoemde pleegperiode loopt van 2019 tot en met augustus 2022. De voorlopige hechtenis is geschorst op 8 december 2022 en opgeheven op 17 februari 2025. In de tussentijd is [verdachte] niet opnieuw in aanraking gekomen met politie en justitie. Een veroordelend vonnis is onvoldoende om de gevangenneming te bevelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raadsman heeft verzocht niet te bepalen dat het vonnis ongeanonimiseerd dient te worden gepubliceerd vanwege het ontbreken van enige grondslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.3 De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, de ernst van de feiten, en de rol van [verdachte] heeft samen met anderen in de periode van september 2019 tot en met februari 2021 een gewoonte gemaakt van het witwassen van meerdere geldbedragen, waaronder een zeer groot geldbedrag van in totaal € 7.174.792,00 dat binnenkomt op verschillende bankrekeningen van ondernemingen/vennootschappen en personen binnen het Dwerguil -cluster. Op die bankrekeningen werden vanaf Duitse, Oostenrijkse en Nederlandse bankrekeningen op naam van particulieren, en in een enkel geval op naam van een onderneming, geldbedragen gestort, terwijl deze geldbedragen van misdrijf afkomstig waren. Als een soort van tussenpersoon of ‘broker’ opereerden [verdachte] en zijn medeverdachten voor degene(n) die geldbedragen om wilde(n) zetten in goud en bitcoins, ofwel de zogenaamde ‘papertrail’ wilde(n) doorbreken. Daarmee hebben zij er voor gezorgd dat het van misdrijf afkomstige geld niet meer te volgen is door de bevoegde autoriteiten en het leggen van beslag op het geld in ernstige mate bemoeilijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Witwassen betreft een ernstig strafbaar feit. Het werkt faciliterend voor andere kwalijke misdrijven, vormt een bedreiging voor de legale economie en tast het vertrouwen in het financiële en economische verkeer aan. [verdachte] heeft er geen blijk van gegeven de ernst van zijn handelen in te zien en heeft daarvoor geen verantwoordelijkheid genomen. Dit spreekt niet in zijn voordeel. [verdachte] had een leidende en sturende rol binnen het Dwerguil -cluster naar zijn medeverdachten toe. Hij en zijn medeverdachten ontvingen een vergoeding van 5% van de binnenkomende bedragen die zij hebben omgezet in contanten en goederen en hebben overgedragen aan (rechts)personen in en gelieerd aan het Dwerguil -cluster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het strafblad Uit het strafblad blijkt dat [verdachte] in de vijf jaren voorafgaand aan september 2019 (onherroepelijk) is veroordeeld voor hennepteelt en diefstal. Er is dus sprake van recidive en de rechtbank weegt dit in strafverhogende zin mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder is [verdachte] op 23 december 2022 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden voor openlijke geweldpleging, hennepteelt en fraude en op 13 februari 2025 is hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden voor valsheid in geschrift en oplichting. Deze veroordelingen brengen mee dat artikel 63 Sr van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 420ter Sr en de meerdaadse samenloop tussen de feiten 1 en 2, bedraagt de maximale gevangenisstraf voor het medeplegen van gewoontewitwassen, anders dan de raadsman heeft betoogd, 128 maanden (8 jaren + 1/3 deel daarvan). Gelet op de genoemde veroordelingen en artikel 63 Sr in aanmerking nemende, bedraagt de maximaal op te leggen gevangenisstraf voor de in deze zaak bewezenverklaarde feiten 70 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overschrijding van de redelijke termijn De redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 EVRM, vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn. Ingeval van overschrijding van de redelijke termijn is vermindering van de op te leggen straf de aangewezen sanctie. De duur van de redelijke termijn is blijkens vaste jurisprudentie mede afhankelijk van de ingewikkeldheid van de zaak, waaronder begrepen de gelijktijdige berechting van meerdere zaken tegen een verdachte. Ook andere omstandigheden kunnen verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van in beginsel twee jaren is aangevangen op 30 augustus 2022, de datum waarop [verdachte] in verzekering is gesteld. Vanaf die datum kon hij er rekening mee houden dat hij zou worden vervolgd. Tussen die datum en de datum van dit eindvonnis ligt een periode van ruim drie jaren en negen maanden. De rechtbank ziet geen omstandigheden die rechtvaardigen dat voor de redelijke termijn een langere termijn dan twee jaren in acht wordt genomen. Daarmee is in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van ruim één jaar en negen maanden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdediging, dient dit gecompenseerd te worden door verkorting van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De op te leggen gevangenisstraf De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude. Bij een benadelingsbedrag van € 1.000.000,00 of hoger geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van ten minste 24 maanden. Gelet op de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, de ernst van die feiten, de rol van [verdachte] en het feit dat sprake is van recidive, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren zonder meer passend zou zijn. De rechtbank beseft dat het ondergaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur een ontwrichtend effect zal hebben op het leven van [verdachte] . Zij ziet echter geen zodanig klemmende persoonlijke omstandigheden dat van de oplegging daarvan moet worden afgezien. Wegens de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank een aftrek toepassen van 10%. De rechtbank komt daarmee op een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden. Hierop komt in aftrek de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze straf wijkt af van de eis van de officier van justitie. De reden daarvan is gelegen in het feit dat de rechtbank tot een minder vergaande bewezenverklaring komt, anders dan de officier van justitie deels eendaadse samenloop aanneemt en tot slot de ernst van de feiten en de daarbij behorende passende straf kennelijk anders weegt. Ook houdt de rechtbank mogelijk meer dan de officier van justitie heeft gedaan in strafmatigende zin rekening met de overschrijding van de redelijke termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De op te leggen geldboete In het onder feit 2 bewezenverklaarde ziet de rechtbank aanleiding om aan [verdachte] ook een geldboete op te leggen ter afroming van het door [verdachte] verkregen voordeel. De rechtbank heeft vastgesteld dat [verdachte] en zijn medeverdachten een vergoeding hebben ontvangen voor hun witwasactiviteiten van in totaal ongeveer € 358.739,00. Daarvan zal een deel bedoeld zijn ter compensatie van kosten en als vergoeding voor de overige leden van het Dwerguil -cluster. Gelet op de leidinggevende en sturende rol van [verdachte] acht de rechtbank het aannemelijk dat [verdachte] ten minste een voordeel heeft behaald van € 50.000,00 en zal hem daarom een geldboete opleggen ter hoogte van dat bedrag te vervangen door 225 dagen hechtenis. De rechtbank betrekt daarbij dat de officier van justitie heeft meegedeeld dat er geen vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering tot gevangenneming De vordering tot gevangenneming van [verdachte] zal de rechtbank afwijzen. Er is weliswaar sprake van ernstige bezwaren, maar er zijn geen gronden aanwezig. Sinds de schorsing uit de voorlopige hechtenis in december 2022 is [verdachte] , voor zover de rechtbank kan nagaan, niet opnieuw in aanraking gekomen met politie en justitie. De uit het strafblad blijkende recidive vormt geen reden om de recidivegrond aan te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering tot het ongeanonimiseerd publiceren van het vonnis Op grond van artikel 36 Sr kan de rechtbank krachtens de wet openbaarmaking van de uitspraak gelasten. In het Wetboek van Strafrecht is per titel aangegeven of openbaarmaking van de uitspraak mogelijk is. De titel waarin het artikel 420bis staat vermeld (boek 2 titel XXXA) bevat niet zo’n bepaling. Reeds bij gebreke van een wettelijke grondslag, zal de rechtbank niet de openbaarmaking van het vonnis gelasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tenuitvoerlegging Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</p>\n<p class=\"lf-p\">9De beslissing over het beslag 9.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verklaring van verdachte, dat hij het wapen en de bus pepperspray niet terug wil, dient te worden opgevat als een afstandsverklaring. Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat het wapen en de bus pepperspray dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van het horloge heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd, omdat het horloge kan worden gezien als het profijt van het bewezenverklaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het horloge dient te worden teruggegeven, nu niet kan worden vastgesteld dat sprake is een verband tussen het horloge en de bewezenverklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3 De beoordeling door de rechtbank</p></div>", "next": 239436}