{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">V: Vanaf wanneer werd [medeverdachte] agressiever? Vanaf wanneer begon dat?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Vanaf Pasen 2020. Slaan. [slachtoffer] bij de nek pakken en dichtknijpen. […]V: Hoe vaak en wanneer sloeg [medeverdachte] ?A: [slachtoffer] kreeg altijd harde klappen. [...] Als ze in haar broek of haar bed had geplast of als ze niet luisterde. […]V: Waar kreeg [slachtoffer] de klappen?A: Op haar billen. In haar gezicht.[...] V: Hoe sloeg [medeverdachte] bij [slachtoffer] op haar billen?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Met de vlakke hand. [...] V: Wanneer heeft [medeverdachte] haar nog meer geslagen?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Ongeveer twee weken terug. Nog voordat ze naar het ziekenhuis moest. Dat was op een donderdag […] Hij heeft voordat hij ging werken [slachtoffer] bij haar nek gepakt en aan haar nek boven zich uit getild. Hij gooide haar daarna op de grond. […] Daarna zag ik dat [slachtoffer] wankel liep. […] V: Wat zag je aan [slachtoffer] haar nek?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Rood. [...] V: Hoe waren de omstandigheden dan als [slachtoffer] in de kelder sliep? Ze sliep op de tegelvloer, had ze nog wat anders bij of aan?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Ze had dan alleen een pyjama aan of als het warm was had ze alleen een pamper aan. In de zomer had ze dus niks aan. [...] V: Wat deed [medeverdachte] nog meer, zodat [slachtoffer] haar gezondheid geschaad kon worden?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Geschreeuwd. […] V: Bijvoorbeeld [slachtoffer] afspuiten met de tuinslang...</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Dat heeft hij een (1) keer gedaan. […] V: Hoe hard sloeg [medeverdachte] [slachtoffer] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Hard. Hij kent zijn krachten niet. [...] Hij pakte bijvoorbeeld dan haar arm vast met de ene hand en sloeg haar met de andere hand. Hij sloeg dan met kracht en met een uithaal. […].V: Had je het idee dat [slachtoffer] daarvan pijn of letsel op liep?A: Ja. [...] V: Hoe vaak is het gebeurt dat [medeverdachte] [slachtoffer] bij de keel greep en optilde?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Een paar keer. Toen met Pasen toen hij een agressieve bui kreeg.V: Hoe vaak heeft hij [slachtoffer] in totaal opgetild bij de nek?A: Twee keer. De laatste keer was op die donderdag voordat [slachtoffer] naar het ziekenhuis moest. […] V: Wat versta jij onder kindermishandeling?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Het slaan. Eigenlijk alles was nou deze laatste maanden allemaal gebeurd is. [...] Het slaan, het schreeuwen. [...] In haar verhoor op 25 januari 2021 heeft [verdachte] verklaard, zakelijk weergegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">V: In het vorige verhoor hebben we onder andere gesproken over het feit dat [slachtoffer] weer luiers droeg. Wanneer ben je weer luiers gaan gebruiken voor [slachtoffer] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Vorig jaar. Ze zat toen in groep 3. [...] V: Wat vond [medeverdachte] ervan dat [slachtoffer] weer in haar broek plaste?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Vreselijk. [...] In het begin was het heel vaak schreeuwen. [...] V: Wat is de reden dat jij dan toch, iedere keer wanneer [slachtoffer] iets verkeerds doet, [medeverdachte] opbelt om hem daarvan op de hoogte te brengen?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: […] Hij vertelde alles wat ik moest doen. […] V: Beschrijf [slachtoffer] haar slaapplaats in de kelder eens wanneer ze daar moet slapen (Zomer, winter, kleding, ondergrond, bed, dekens) A: Dat was op de grond.V: Lag er dan iets op de grond?A: Nee.[…] V: Wat had [slachtoffer] aan als ze in de kelder sliep?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: In de zomer was het warm. Dan had ze alleen een pamper aan. […]V: Hoeveel nachten heeft [slachtoffer] in totaal in de kelder moeten slapen?A: In de laatste weken heeft ze daar vaak moeten liggen. […]V: Maar in december was het wel koud op de vloer toch? Hebben jullie vloerverwarming in de kelder?A: Nee. [...] V: Het is voor ons heel belangrijk om daar een juist beeld van te krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">A: [slachtoffer] ging altijd rond 19.00 - 19.30 uur naar bed. [medeverdachte] maakte haar altijd om 22.00 uur nog wakker om te plassen, nadat hij de hond nog had uitgelaten. Ik lig dan altijd al in bed. […] V: En na het plassen?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Dan gaat ze weer terug naar de kelder en dan gaat ze weer slapen. [...] V: [verdachte] , we willen jou meedelen wat voor vastgesteld letsel [slachtoffer] had op het moment dat zij in Duitsland in het ziekenhuis onderzocht is op 22 december 2020. We willen van jou graag horen wat jij kunt zeggen over het ontstaan van het door ons genoemde letsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">V: Opmerking verbalisanten: Bij het genoemde letsel wordt door ons aan de verdachte een afbeelding getoond van datzelfde letsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">V: Op het voorhoofd bruin verkleurde bloeduitstortingen van verschillende grootte. (Bijlage 2) A: Dat was [medeverdachte] . […] Donderdagmorgen, voordat hij ging werken, had hij [slachtoffer] geslagen. […] Donderdag 17 december.[...] Ik hoorde [medeverdachte] schreeuwen, [slachtoffer] huilen. […] Hij greep haar bij de nek en tilde haar omhoog. En toen kwam ze op de grond terecht. […]V: Hoe pakte [medeverdachte] haar bij de nek beet?A: Met een (1) hand.V: Hoe ontstond de blauwe plek op haar voorhoofd?A: Hij duwde haar naar beneden. Hij pakte haar bij de nek, omhoog en schreeuwde tegen haar. Hij liet haar los en duwde haar. Ze stond al zo wankel op haar benen.V: Kwam [slachtoffer] op haar beide benen terecht of viel ze op de grond?A: Ze viel op de grond. […] V: Op de rechterhand een toenemende rood verkleuring en zwelling in de richting van de vingertoppen.(distaal) ( Bijlage 9 ) Hoe komt ze daar aan?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Met die handjes en voetjes loopt ze al heel lang mee. […] In 2019 was dat. [...] Die zwelling die kwam en die ging weer. […] [verdachte] heeft tijdens haar politieverhoor op 26 januari 2021 verklaard, zakelijk weergegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">V: Maar in het algemeen. Wat heeft er allemaal plaatsgevonden tussen jou en [medeverdachte] ? Tussen [slachtoffer] en [medeverdachte] ? Tussen [naam stiefbroer] en [medeverdachte] ? [medeverdachte] heeft zelf al toegegeven dat hij [slachtoffer] lichamelijk aanpakte. Wat kan jij je daarvan herinneren?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Als [slachtoffer] niet luisterde een klap geven of weet ik veel. […] [medeverdachte] noemde dat een corrigerende klap. Hij sloeg haar dan op haar billen. […] Daar was ik niet altijd bij. Soms ging het wel heel erg hard, want dan stonden zijn handen op haar billen. […] Daar heb ik ook weleens een foto van gemaakt.V: Hoe vaak heb je daar een foto van gemaakt?A: Niet vaak. Wat zal het zijn geweest? Tien foto's, waarvan hij de helft heeft verwijderd.V: In anderhalf jaar tijd?A: Zoiets ja. [...] [verdachte] heeft tijdens haar politieverhoor op 20 juli 2021 verklaard, zakelijk weergegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">V: Maar jullie hadden niet op voorhand afgesproken dat [medeverdachte] jou 200,- euro per maand betaalde voor de zorg van [slachtoffer] . Denk er even goed over na, want wij vragen dat niet voor niets.</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Ik moest een keer een brief ondertekenen, zodat [medeverdachte] geld terug kon vragen in Duitsland. […] A: Ze werd toch elke dag geslagen.V: Dus in augustus werd ze al elke dag geslagen?A: Bijna elke dag. […] In augustus werd ze bijna elke dag geslagen en op het laatst werd ze iedere dag geslagen. […] V: Maar hoe lang en hoe vaak heeft [slachtoffer] in de kelder geslapen?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Vaak. [...]V: [slachtoffer] verklaarde dat zij iedere nacht in de kelder moest slapen.A: De laatste paar weken. […] V: Een andere vraag. Was de kelderdeur open 's nachts?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Nee, die sloot hij altijd af. [...] [verdachte] is ook op 21 juli 20221 bij de politie verhoord. De politie houdt tijdens het verhoor berichtenwisseling tussen [verdachte] ( [verdachte] ) en [medeverdachte] ( [medeverdachte] ) voor aan [verdachte] . Zij verklaart dienaangaande als volgt, zakelijk weergegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Na onderzoek van jouw mobiele telefoon is gebleken dat jij ook op grove wijze telefonisch communiceerde met [medeverdachte] wanneer hij zich wel in jouw woning bevond. […] 24-11, 04.54 uur [verdachte] : Hai ja en waarom was ze droog omdat ze niet op school is dan kan ze niet stiekem drinken […] V: Maar hoezo stiekem drinken op school? Wat mag ze wel en wat mag ze niet drinken? Vanaf welk moment is het dan stiekem voor jou?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Voor mij is het omdat ze heel veel deed plassen. [medeverdachte] heeft gezegd dat ze niet stiekem mocht drinken. […] V: [naam stiefbroer] verklaarde dat [slachtoffer] gedoucht werd door [medeverdachte] . Dat [medeverdachte] dan altijd de kraan óf op koud water óf op heet water liet staan. [naam stiefbroer] verklaarde dat [slachtoffer] én jij dat tegen hem hebben verteld. Wat deed jij als [slachtoffer] werd mishandeld door haar te douchen met of te heet of te koud water?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Ik zei tegen [medeverdachte] dat dat niet kon, maar [medeverdachte] luisterde dan niet.V: Waardoor merkte je dat dan?A: Omdat [slachtoffer] dan begon te schreeuwen. [...]V: Moet ik dan denken aan iedere dag, een keer per week of per maand of per jaar?A: Dat was alleen de laatste weken. [...] V: [naam stiefbroer] verklaarde dat [slachtoffer] heel vaak erg lang buiten moest staan en daarna de kelder in moest. Klopt het wat [naam stiefbroer] zegt?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Ja. […]V: Wie bepaalde dat zij naar binnen mocht komen?A: [medeverdachte] .V: Een buurman heeft verklaard dat hij eens gezien heeft dat [slachtoffer] 's nachts nog buiten stond. Wat kun jij daarover verklaren?A: Dat klopt.V: Waarom stond zij in de nacht buiten?A: Moest van [medeverdachte] . […] V: [naam stiefbroer] verklaarde dat [slachtoffer] soms de hele dag voor de kelderdeur moest blijven staan. Wat was jouw aandeel daarin? […]V: Klopt dat?A: Ja, dat klopt. Ze moest daar de hele dag blijven staan, omdat ze niet luisterde. [...] V: Er was ook een raam in de kelder. Stond dat open of dicht?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Weet ik niet. Ik meen dat het kelderraam meestal een stukje open stond. [...] V: Je deed er niets tegen dat zij in de kelder moest slapen, maar je haalde haar wel uit de kelder?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Of [medeverdachte] of ik.</p>\n<p class=\"lf-p\">V: [medeverdachte] staat om 04.00 uur op om te gaan werken. Laat je [slachtoffer] dan in de kelder liggen?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Nee. [medeverdachte] ging pas om 05.30 uur of 05.45 uur en direct als [medeverdachte] de deur uit was, haalde ik [slachtoffer] uit de kelder. […]V: Dat ze er moest slapen is al erg, maar waarom werd ze ook nog opgesloten?A: [medeverdachte] wilde de deur dicht hebben.V: Dicht of op slot?A: Op slot. […]V: Liegt [slachtoffer] daarover?A: […] Ik moest van [medeverdachte] de deur op slot doen. Ik heb dat dus ook gedaan. [...] V: Hoe vaak kwam het voor dat [slachtoffer] in de tuin moest blijven staan voor straf?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Weet ik niet. [...] Vaak. [...] In ieder geval vaker dan eenmaal per week, een paar keer per week. Het was rond de zomer 2020 de eerste keer. [...] Ze stond onder het afdak bij de deur.V: [slachtoffer] verklaarde dat [medeverdachte] soms haar kleren uittrok en dan een pamper aantrok. Ze moest dan in alleen een pamper buiten blijven staan. Dus zonder kleren aan. Vertel eens hoe dat zit. Hoe ging dat in zijn werk? […] Klopt het wat [slachtoffer] zegt?A: Ja, dat klopt.[...]V: Hoe lang moest [slachtoffer] dan buiten blijven staan?A: Als het aan [medeverdachte] lag de hele middag, want die had geen zin in haar. […] Ze heeft er ook weleens in de winter gestaan.V: Ook zo alleen in de pamper?A: Dan heeft [medeverdachte] haar zo gelaten ja.V: [slachtoffer] verklaarde dat ze buiten moest blijven staan terwijl het nacht was en het heel koud en nat was. Hoe zit dat?A: Het klopt wat [slachtoffer] zegt. […] V: Jij verklaarde al eerder over mishandelingen van [slachtoffer] door [medeverdachte] . We hebben het gehad over aan de nek omhoog tillen, haren trekken, met haar gooien door de kamer, schoppen, met het hoofd tegen de muur worden gegooid, geslagen worden met de douchekop, met de haren en gezicht door de eigen plas halen, eigen urine laten drinken, mishandelingen die plaatsvonden voor de zwemles, het afspuiten van [slachtoffer] in de tuin, te heet en te koud douchen, veelvuldig schreeuwen tegen de kinderen. Wat schiet je nu nog te binnen over specifieke gebeurtenissen?</p>\n<p class=\"lf-p\">A: Dat [medeverdachte] met een mes bij haar stond. Hij stond met het mes op de keel en op de vingers van [slachtoffer] . [...] V: Ook vertelt zij dat zij een keer in de gang moest slapen. Nadat [medeverdachte] met de hond weg was gegaan zou zij van jou iets hebben moeten stelen. Daarna moest zij naakt buiten gaan staan. Reageer daar eens op. […]V: Heeft [medeverdachte] haar ooit naakt buiten gezet?A: Verdachte knikt ja.V: Hoe vaak is dat gebeurd?A: Vaak. […] 3 a 4 keer per week. Vooral als ze geplast had.V: Over welke periode hebben we het dan?A: De laatste tijd, de laatste twee maanden.V: Dan hebben we het over november en december. [...] De in voormelde bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden leveren op de redengevende feiten en omstandigheden waarop steunt de beslissing van de rechtbank dat de onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde en hierna bewezen verklaarde feiten door de verdachte zijn begaan. Daarbij wordt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts gebezigd voor bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegingen van de rechtbank Vrijspraak feit 1 primair De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of [verdachte] , al dan niet samen met [medeverdachte] , heeft geprobeerd om opzettelijk haar stiefdochter [slachtoffer] te doden (feit 1 primair).</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank overweegt daartoe dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat [verdachte] vol opzet had op de dood van [slachtoffer] . De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of er sprake was van voorwaardelijk opzet. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier: de dood van [slachtoffer] – is aanwezig als een verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het strafdossier volgt dat het NFI heeft geconcludeerd dat er op 21 december 2020 om 00:05 uur – het tijdstip waarop [slachtoffer] net in het ziekenhuis was opgenomen - waarschijnlijk nog niet direct sprake was van een levensbedreigende situatie. Als de thermische omstandigheden langer hadden voortgeduurd, had dit echter wel tot veel ernstiger koudeletsel (zoals amputatie) en/of onderkoeling (met bijvoorbeeld hartritmestoornissen of andere bedreiging van vitale lichaamsfuncties) kunnen leiden. Gelet op deze conclusie van het NFI is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat er op 21 december 2020 rond middernacht sprake was van een aanmerkelijke kans op het overlijden van [slachtoffer] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het strafdossier volgt bovendien dat [verdachte] op 20 december 2020 veelvuldig telefonisch contact heeft gezocht met het Viecurie ziekenhuis in Venlo om medische hulp te zoeken in verband met de onderkoeling en koudeletsels van [slachtoffer] . Deze gedragingen van [verdachte] zijn contra-indicaties voor enige bewuste aanvaarding van de kans op de dood van [slachtoffer] door [verdachte] . De rechtbank is gelet op deze feiten en omstandigheden van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [verdachte] een aanmerkelijke kans op het overlijden van [slachtoffer] bewust heeft aanvaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal [verdachte] daarom van de onder feit 1 primair tenlastegelegde poging tot doodslag vrijspreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 1 subsidiair De rechtbank concludeert dat de verdachte tezamen en in vereniging met de medeverdachte, haar stiefdochter [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Zij overweegt daartoe het volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het letsel van [slachtoffer] Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, en destijds net 8 jaar oud, op 21 december 2020 om 00:01 uur in het ziekenhuis in Duitsland werd opgenomen. Het ambulancepersoneel, dat haar kort daarvoor op 20 december 2020 om 23:32 uur in Nettetal (Duitsland) aantrof, kon met de beschikbare koortsthermometer geen lichaamstemperatuur meer meten. Ook werd een veel te laag hartritme gemeten. Na aankomst in het ziekenhuis werd rond 00:05 uur de lichaamstemperatuur van [slachtoffer] gemeten op 31,2 °C. Uit de bevindingen van het ziekenhuis te Mönchengladbach (Duitsland), de onderzoeksresultaten van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna NFI) en de bevindingen van professor H. Daanen volgt er sprake was van matig/ernstige onderkoeling. Bovendien had [slachtoffer] uitgebreide koudeletsels aan de onderarmen en onderbenen, alsook weefselversterf (necrose) aan de bovenlip, aan twee vingers rechts en aan beide voeten. Ook was zij klinisch uitgedroogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het procesdossier volgt bovendien dat [medeverdachte] al op 14 december 2020 – dus een week vóór haar opname in het ziekenhuis – wegens koude klachten en roodverkleuringen van de benen en handen van [slachtoffer] met haar de huisarts in Duitsland heeft bezocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slapen in kelder en buiten staan Tijdens een studioverhoor heeft [slachtoffer] verklaard dat zij ’s nachts altijd in een afgesloten kelder moest slapen. In de kelder sliep zij naakt op de vloer, zonder pyjama aan. Volgens [slachtoffer] was het heel koud in de kelder. Volgens [slachtoffer] moest zij dit van haar vader en stiefmoeder. Ook heeft [slachtoffer] verklaard dat zij voor straf in haar pamper in de tuin moest staan. Zij had daarbij geen kleren of schoenen aan. Volgens [slachtoffer] was het koud, nat en donker en moest zij soms de hele nacht buiten staan. De verklaring van [slachtoffer] wordt bevestigd door haar stiefbroertje [naam stiefbroer] . Volgens [naam stiefbroer] sliep [slachtoffer] voor de laatste keer in de kelder op de dag voordat ze naar het ziekenhuis ging. [verdachte] en [medeverdachte] hebben beiden bij de politie erkend dat [slachtoffer] de laatste weken elke nacht in de kelder moest slapen, terwijl zij daarbij alleen een luier en soms een pyjama droeg. Zij sliep daarbij op de tegelvloer en had geen bed of matras. Uit hun verklaringen volgt dat er geen (vloer)verwarming in de kelder was en dat het kelderraampje meestal een stukje open stond. Zowel [verdachte] als [medeverdachte] hebben verklaard dat de kelderdeur elke nacht werd afgesloten. Beiden sloten deze kelderdeur weleens af. [verdachte] en [medeverdachte] hebben ook beiden bij de politie erkend dat [slachtoffer] vaak, gedurende de laatste twee maanden (dus in de maanden november en december 2020) soms wel een paar keer per week, voor straf buiten onder de overkapping moest staan, voordat zij naar de kelder moest om daar te slapen. Als [slachtoffer] buiten stond, droeg zij alleen een pamper. Beiden erkennen ook dat [slachtoffer] wel eens ’s nachts buiten heeft gestaan. Volgens [verdachte] droeg [slachtoffer] ook dan alleen een pamper. [verdachte] heeft verklaard dat zij deze straffen ook uitvoerde, omdat [medeverdachte] dat zo wilde. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de meeste straffen uitvoerde, zij het in opdracht van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gegevens van het KNMI volgt voorts dat de buitentemperatuur in Arcen, gelegen op circa 13 kilometer afstand van Venlo , in de periode van 1 december tot 21 december 2020 gemiddeld 5,4 °C bedroeg. De rechtbank acht het daarom zeer aannemelijk dat de gemiddelde maandtemperatuur in Venlo vergelijkbaar is geweest. De conclusie is dan ook dat het ijskoud is geweest in de kelder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op deze verklaringen en bevindingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] haar stiefdochter [slachtoffer] in de periode van 1 december tot en met 21 december 2022 gedurende langere tijd in een (afgesloten) koude onverwarmde kelder op de tegelvloer heeft laten slapen zonder matras, dekens of voldoende kleding en haar zonder voldoende warme kleding buiten de woning in de kou heeft gezet en laten staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Causaal verband met letsel Zowel het NFI als professor H. Daanen hebben geconcludeerd dat [slachtoffer] gedurende meerdere dagen blootgesteld is geweest aan koude-inwerking. De door [slachtoffer] gemelde omstandigheden, in de zin van vrijwel elke nacht medio december zonder kleren en zonder matras op een onbedekte keldervloer moeten slapen, zullen daaraan hebben bijgedragen. Ook het zonder kleren en schoenen ’s nachts lang buiten moeten staan kan zeer wel leiden tot onderkoeling en (toename van) koudeletsel. Het is volgens het NFI denkbaar dat, gezien het beloop van dergelijke huidafwijkingen en de gemelde thermische omstandigheden, deze afwijkingen zich eventueel al uren c.q. dagen vóór 14 december 2020, zijnde de dag waarop [medeverdachte] met [slachtoffer] wegens koudeklachten en roodverkleuringen van de huid naar de huisarts ging, aan het ontwikkelen waren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens professor H. Daanen is de centrale lichaamstemperatuur van [slachtoffer] over de dagen langzaam gedaald met waarschijnlijk de laagste temperaturen rond 4 uur ’s nachts en weer wat stijging gedurende de dag door bewegen en dag/nachtritme. [slachtoffer] is ‘s ochtends dus met een steeds lagere lichaamstemperatuur de dag gestart en gedurende de dag onvoldoende opgewarmd, culminerend in de ernstige onderkoeling die in het ziekenhuis is vastgesteld. De locaties van de necrotische plekken, bovenkant voeten en buitenkant vingers, zijn mogelijk de plekken die in een foetushouding met de koude vloer in aanraking komen. Het koudeletsel is waarschijnlijk in liggende toestand opgetreden op basis van de locatie van de plekken. Voor een eventuele medische oorzaak voor de onderkoeling en de koudeletsel werd bovendien geen aanwijzing gevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht daarmee het causaal verband tussen het ontstaan van het letsel van [slachtoffer] en de verweten feitelijke gedragingen – te weten: het gedurende langere tijd in een koude onverwarmde kelder op de vloer te laten slapen zonder voldoende kleding en het zonder voldoende warme kleding, buiten de woning in de kou te zetten en te laten staan – wettig en overtuigend bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te weinig eten en te weinig drinken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de medische stukken volgt dat [slachtoffer] ten tijde van haar opname klinisch uitgedroogd was. Daaruit volgt echter niet dat [slachtoffer] ondervoed was ten tijde van haar opname (zij is bij binnenkomst in het ziekenhuis niet gewogen). De rechtbank acht daarom wel wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] te weinig drinken heeft gekregen, maar kan niet vaststellen dat [slachtoffer] te weinig eten heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwaar lichamelijk letsel De rechtbank dient nu de vraag te beantwoorden of het letsel van [slachtoffer] , zoals werd geconstateerd ten tijde van haar ziekenhuisopname op 21 december 2020, kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is van oordeel dat het letsel dat door de gedragingen van [verdachte] bij het slachtoffer is veroorzaakt, te weten ernstige onderkoeling en uitgebreide koudeletsels waaronder necrose, terwijl [slachtoffer] uitgedroogd was omdat ze van de verdachten nauwelijks mocht drinken, gelet op de aard en de gevolgen daarvan zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt, naar gewoon spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. De rechtbank wijst daarvoor in het bijzonder op de nog zeer jonge leeftijd van [slachtoffer] . Zij was ten tijde van het oplopen van dit letsel nog maar 8 jaar oud. Dat betekent dat dergelijk letsel navenant zwaarder weegt voor de fysieke gesteldheid van [slachtoffer] . Uit het procesdossier volgt dan ook dat dit hele jonge meisje, tengevolge van haar letsels, al een langzaam hartritme en een verstoorde motoriek vertoonde. Volgens [verdachte] stond [slachtoffer] op 17 december 2020 al wankel op haar benen. Al deze omstandigheden brengen met zich dat het letsel van [slachtoffer] als zwaar lichamelijk letsel kan worden gekwalificeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaardelijk opzet Uit het procesdossier volgt geen bewijs voor vol opzet van [verdachte] op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer] . De rechtbank dient daarom de vraag te beantwoorden of [verdachte] daar het voorwaardelijk opzet toe had.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het toetsingskader van voorwaardelijk opzet verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor daarover heeft aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het strafdossier volgt dat [verdachte] [slachtoffer] gedurende langere tijd, zonder geschikte kleding en vaak enkel in een luier, op de tegelvloer van een onverwarmde kelder heeft laten slapen en haar ook op die wijze onder een afdak buiten in de tuin heeft laten staan. Dit duurde doorgaans enkele uren tot uiteindelijk de gehele nacht, terwijl de gemiddelde temperatuur in december 2020 5,4 °C bedroeg. Het letsel van [slachtoffer] kwam gestaag opzetten en [verdachte] was zich hiervan terdege bewust. Dit blijkt te meer nu uit de berichten op de telefoon van [verdachte] volgt dat zij op 14 december 2020 aan haar zus vertelt dat [slachtoffer] onderkoeling heeft. Desondanks is [verdachte] doorgegaan met het langdurig buiten in de kou laten staan en/of ‘s nachts in een koude kelder opsluiten van [slachtoffer] . Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] met haar gedragingen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] ernstig onderkoeld zou raken en uitgebreide koudeletsels zou oplopen. De rechtbank acht het voorwaardelijk opzet van [verdachte] op de zware mishandeling van [slachtoffer] daarom wettig en overtuigend bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medeplegen [verdachte] en [medeverdachte] hebben ieder voor zich erkend dat zij [slachtoffer] in de kelder hebben opgesloten en buiten in de kou hebben laten staan, maar zij wijzen naar elkaar als degene die opdracht daartoe gaf. De rechtbank kent daarom groot gewicht toe aan het berichtenverkeer tussen hen beiden, dat afkomstig is van de telefoon van [verdachte] . Het berichtenverkeer tussen de verdachten is uitvoerig en bestrijkt de periode van 14 september 2019 tot en met 22 december 2020. De berichten hebben dikwijls een ruziënd en verwijtend karakter. Vele berichten gaan over het straffen van [slachtoffer] . [verdachte] beklaagt zich bij [medeverdachte] zeer dikwijls over [slachtoffer] – met name over het veelvuldig plassen en het als gevolg daarvan moeten poetsen, waarop [medeverdachte] regelmatig instructies geeft als ‘kelder en klaar’ of ‘laat haar buiten’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar staat tegenover dat [verdachte] veelvuldig bij [medeverdachte] informeert of de kelder wel droog was, of [slachtoffer] vannacht ‘boven’ is geweest en of de deur wel ‘op slot’ zit. Ook moedigt [verdachte] in haar berichten [medeverdachte] aan in het straffen van [slachtoffer] voor het veelvuldig plassen. [verdachte] geeft voorts aan dat zij [medeverdachte] al drie jaar aanmoedigt om [slachtoffer] wat harder aan te pakken. Er is een audiobestand, waarin [verdachte] zich schreeuwend tegen [medeverdachte] beklaagt over het poetsen van de ‘fucking kelder’. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte] allebei [slachtoffer] op vergelijkbare wijze straften en zeer wel op de hoogte waren van het uitvoeren van deze straffen door de ander.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om deze reden oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte] , die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 2 Onder feit 2 worden aan [verdachte] diverse gedragingen verweten die enerzijds zien op fysieke mishandeling en anderzijds op opzettelijke benadeling van de lichamelijke en/of geestelijke gezondheid. De rechtbank zal per gedraging beoordelen of er wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De arm in contact brengen en/of houden met een hete stijltang De rechtbank acht deze gedraging wettig en overtuigend bewezen, gelet op de verklaring van [slachtoffer] die zij tegen getuigen meermalen en consequent heeft herhaald, alsook op de bevindingen van de medische professionals over de geconstateerde brandwond op haar onderarm op zowel 16 november 2020 als 21 december 2020. De rechtbank hecht dan ook geen geloof aan de ontkenning van [verdachte] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de buik, rug en/of billen slaan en/of duwen en/of stompen De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en/of [medeverdachte] [slachtoffer] op de buik, rug en tegen de billen hebben geslagen en geduwd. Dit volgt uit de verklaringen van [slachtoffer] en [medeverdachte] . Deze verklaringen worden bovendien ondersteund door het bericht dat [medeverdachte] dat hij op 7 augustus 2020 aan [verdachte] heeft gestuurd, met als inhoud: ‘geef haar een klap’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende langere tijd zonder (voldoende) kleding op de keldervloer laten slapen en/of buiten laten staan Hetgeen de rechtbank hiervoor onder feit 1 heeft overwogen over het langdurig zonder voldoende kleding op de keldervloer laten slapen en het langdurig zonder voldoende kleding buiten laten staan, geldt onverkort ook onder feit 2. Uit een politiemutatie van 17 april 2020 volgt dat [medeverdachte] destijds al heeft aangegeven dat hij [slachtoffer] voor straf in de kelder heeft laten slapen. Ook volgt uit een bericht van 7 april 2020 al dat [medeverdachte] aan [verdachte] de opdracht geeft om [slachtoffer] naar de kelder te sturen. De rechtbank acht beide verweten gedragingen daarom, ook onder feit 2, wettig en overtuigend bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende langere tijd in een hoek voor de kelderdeur laten staan Gelet op de verklaringen van [slachtoffer] , [naam stiefbroer] en [medeverdachte] enerzijds en de bekennende verklaring van [verdachte] anderzijds, acht de rechtbank deze feitelijke gedraging wettig en overtuigend bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Getuige laten zijn van (hevige) ruzie met haar partner De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van deze feitelijke gedragingen. Hoewel [slachtoffer] getuige is geweest van talloze ruzies tussen [verdachte] en [medeverdachte] , is uit het procesdossier niet de opzet tot mishandelen gebleken middels deze ruzies. (Te) weinig eten en/of (te) weinig drinken geven In het ziekenhuis is op 21 december 2020 vastgesteld dat [slachtoffer] uitgedroogd was. [slachtoffer] heeft zelf verklaard dat zij niks te drinken kreeg van haar vader en stiefmoeder. Dat [slachtoffer] te weinig te drinken kreeg, wordt ondersteund door het bericht van [verdachte] aan haar vader van 5 juni 2020, uit de notitie van 8 oktober 2020 van school dat de ouders van [slachtoffer] hebben verzocht om haar weinig te laten drinken en uit de berichtenwisseling tussen [verdachte] en [medeverdachte] waarin staat genoteerd dat [slachtoffer] stiekem wilde drinken (27 mei 2020) en waarin als straf wordt geopperd om [slachtoffer] geen drinken te geven (16 juni 2020). [verdachte] heeft ook verklaard dat [slachtoffer] weinig te drinken te kreeg. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] te weinig drinken heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel [slachtoffer] heeft verklaard dat zij niks te eten kreeg en daardoor soms honger had, volgt uit het procesdossier niet dat [slachtoffer] ten tijde van de ziekenhuisopname een voor haar leeftijd en geslacht veel te laag lichaamsgewicht had. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] te weinig eten kreeg, maar wel dat zij weinig eten kreeg. Dit blijkt immers uit het bericht van [verdachte] aan [medeverdachte] op 5 maart 2020, waarin staat dat [slachtoffer] toch nog wat gegeten heeft omdat zij een appel van de juf heeft gestolen, alsook uit de berichten van 13 mei 2020 en 16 december 2020 tussen [verdachte] en [medeverdachte] . Uit het bericht van 27 juli 2020 volgt bovendien dat [slachtoffer] geen ijsje mee mocht eten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vernederen en/of kleineren van [slachtoffer] Uit de videofilm, gemaakt op 5 april 2020 en aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte] , blijkt dat [verdachte] zich vernederend en verwijtend tegen [slachtoffer] heeft uitgelaten. Zij noemt [slachtoffer] daarin herhaaldelijk een probleemkind. Bovendien volgt uit de verklaring van getuige [getuige 13] dat [verdachte] , in het bijzijn van [slachtoffer] en duidelijk hoorbaar, over haar zei: “het is een vies vettig kind” en “ze beschijt zichzelf”. De rechtbank acht deze feitelijke gedraging dan ook wettig en overtuigend bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brood met iets met een scherpe smaak erop geven [slachtoffer] heeft verklaard dat zij van [verdachte] voor straf brood kreeg met daarop iets met een scherpe smaak erop. Uit het bericht van [medeverdachte] aan [verdachte] van 6 mei 2020 volgt dat [medeverdachte] suggereert om iets op [slachtoffer] ’s vagina te smeren ‘zodat het brandt’, omdat zij volgens [verdachte] te vaak aan haar vagina zit. Uit het bericht van [medeverdachte] aan [verdachte] van 16 juli 2020 volgt dat [medeverdachte] suggereert om pittige snoepjes voor [slachtoffer] te kopen. De rechtbank ziet, daarom ondanks de ontkennende verklaring van [verdachte] , geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer] . Zij zal daarom ook deze verweten feitelijke gedraging wettig en overtuigend bewezen achten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Luier laten dragen en/of met die luier naar school laten gaan Uit de berichtenwisseling tussen [verdachte] en [medeverdachte] volgt dat [slachtoffer] zeer dikwijls een luier droeg en ‘in een pispamper’ naar school werd gestuurd. Tijdens de anamnese op 21 december 2020 in het ziekenhuis constateerden de artsen ook dat zij een luier droeg. Daarnaast heeft getuige [getuige 5] verklaard dat [slachtoffer] in een luier naar school kwam terwijl zij al 7 of 8 jaar oud was. Volgens [verdachte] droeg [slachtoffer] regelmatig een luier vanaf het moment dat zij in 2020 in groep 3 zat. De rechtbank acht deze verweten feitelijke gedraging eveneens wettig en overtuigend bewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie Uit het geconstateerde letsel van [slachtoffer] op 21 december 2020 en de daaraan verbonden conclusies van het NFI, onder andere over het huisartsenbezoek van [slachtoffer] op 16 november 2020, alsook de verklaring van [slachtoffer] over de door haar geleden pijn, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] ten gevolge van voornoemde gedragingen pijn en letsel heeft bekomen, en daarmee dat [verdachte] [slachtoffer] fysiek mishandeld heeft. [verdachte] wordt onder feit 2 voorts verweten dat zij middels diverse feitelijke gedragingen opzettelijk de (lichamelijke en/of geestelijke) gezondheid van [slachtoffer] heeft benadeeld. In het rapport over het effect van structurele negatieve benadering op de psychische gesteldheid en ontwikkeling van een kind tussen 5 en 8 jaar oud, trekt professor Branje de conclusie er sprake was van lichamelijke mishandeling, lichamelijke verwaarlozing, emotionele mishandeling en emotionele verwaarlozing van [slachtoffer] , met daarbij in alle varianten een chronisch, ernstig en escalerend patroon. De rechtbank deelt deze conclusie, gelet op de hiervoor bewezenverklaarde gedragingen. Volgens professor Branje is de kans zeer aanzienlijk dat [slachtoffer] op de korte en lange termijn ernstige nadelige gevolgen zal ondervinden van deze kindermishandeling. De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] door [verdachte] ook geestelijk is mishandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetgeen de rechtbank hiervoor onder de feit 1 heeft overwogen over de nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte] en [verdachte] , en de wetenschap van beiden over elkaars gedragingen, geldt onverkort voor feit 2. Het is weliswaar zo dat niet elke feitelijke gedragingen door zowel [medeverdachte] als [verdachte] individueel is gepleegd, maar de rechtbank plaatst deze gedragingen in de staande praktijk tussen [medeverdachte] en [verdachte] om [slachtoffer] structureel en verstrekkend te straffen terwijl zij weet hadden van elkaars gedragingen..</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten slotte acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat zij deze mishandeling hebben gepleegd in de periode van 1 juli 2019 tot en met 21 december 2020. De rechtbank overweegt daartoe dat de eerste objectieve indicatie van de mishandeling van [slachtoffer] de melding van de medewerker van de Albert Heijn te Venlo op 15 augustus 2019 betreft. Volgens deze medewerker kwam het kind, dat later [slachtoffer] bleek te zijn, regelmatig vroeg in de ochtend alleen boodschapjes doen, terwijl zij er onverzorgd uitzag en blauwe plekken in haar gezicht had. Dit strookt ook met de verklaring van getuige Hermkens, afgelegd op 3 januari 2021, dat zij [slachtoffer] de afgelopen anderhalf jaar regelmatig ’s ochtends vroeg met boodschappen terug zag komen van Albert Heijn. Om deze reden zal de rechtbank uitgaan van 1 juli 2019 als begindatum van de bewezenverklaarde periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Feit 3 Gelet op hetgeen hiervoor onder de feiten 1 en 2 reeds is overwogen, acht de rechtbank ook onder feit 3 wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte] in de periode van 1 januari 2020 tot en met 21 december 2020 hun destijds 6 tot 8 jaar oude (stief)dochter [slachtoffer] opzettelijk, gedurende langere tijd en ook terwijl het koud was, zonder voldoende kleding buiten hebben laten staan en haar zonder voldoende kleding op de vloer van een afgesloten kelder hebben laten slapen. Hierdoor hebben [verdachte] en [medeverdachte] [slachtoffer] welbewust in een hulpeloze toestand gebracht en gelaten. [slachtoffer] kon zich hieraan niet onttrekken, en was voor haar verzorging volledig afhankelijk van de zorg van haar stiefmoeder [verdachte] en vader [medeverdachte] . Dat [slachtoffer] tengevolge hiervan zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, volgt reeds uit hetgeen hiervoor onder feit 1 is overwogen. Het verweer van de verdediging dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het bestanddeel ‘tengevolge waarvan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen’ wegens het ontbreken van bewijs, wordt reeds door de bewijsmiddelen weerlegt en behoeft derhalve geen bespreking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van de overige gedachtenstreepjes 3, 4, 5 en 6. De onder deze gedachtenstreepjes verweten gedragingen gaan uit van een rol als toeschouwer van [verdachte] . De rechtbank heeft hiervoor onder de feiten 1 en 2 echter nadrukkelijk overwogen dat [verdachte] de rol van zowel pleger als medepleger had bij de (zware) mishandeling van [slachtoffer] . De verdenking dat zij ook niet zou hebben ingegrepen terwijl zij wist wat haar partner deed, is in die situatie geen strafrechtelijk relevant verwijt meer.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte 1. subsidiair in de periode van 1 december 2020 tot en met 21 december 2020 in de gemeente Venlo , tezamen en in vereniging met een ander, aan een kind dat zij verzorgde of opvoedde als behorend tot haar gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een toestand van ernstige onderkoeling met een lichaamstemperatuur van ongeveer 31 graden Celsius en uitgebreide koudeletsels, waaronder ook met plaatselijk weefselversterf (necrose), heeft toegebracht door die [slachtoffer] , terwijl zij te weinig drinken en weinig voeding kreeg, gedurende langere tijd</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in een koude onverwarmde kelder, op de vloer te laten slapen en/of verblijven, terwijl de gemiddelde maandtemperatuur ongeveer vijf graden was, zonder voldoende kleding, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zonder voldoende warme kleding, buiten de woning in de kou te zetten en te laten staan;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>in de periode van 1 juli 2019 tot en met 22 december 2020 in de gemeente Venlo , tezamen en in vereniging met een ander, een kind dat zij verzorgde of opvoedde als behorend tot haar gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, meermalen, telkens heeft mishandeld door die [slachtoffer] ,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>met de arm, in contact te brengen met een hete stijltang, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op de buik, de rug en tegen de billen te slaan en te duwen, waardoor voornoemd kind pijn en letsel heeft bekomen en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gedurende langere tijd zonder voldoende kleding, op de vloer van een kelder te laten slapen en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gedurende langere tijd zonder voldoende kleding, buiten te laten staan en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gedurende langere tijd in een hoek voor een kelderdeur te laten staan en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>weinig eten en/of te weinig drinken te geven en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>te vernederen en/of te kleineren, mede door in haar bijzijn vernederende en/of kleinerende dingen te zeggen (het is een vies vettig kind/ze beschijt zichzelf) en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>brood met iets met een scherpe smaak erop te geven en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een luier te laten dragen en met die luier naar school te laten gaan, waardoor opzettelijk de lichamelijke en geestelijke gezondheid van voornoemd kind werd benadeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>in de periode van 1 januari 2020 tot en met 22 december 2020 in de gemeente Venlo , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging zij, verdachte, als stiefmoeder van haar minderjarige dochter [slachtoffer] krachtens artikel 1:248 BW jo 1:247 BW, verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en heeft gelaten, door,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer] (gedurende langere tijd en/of ook terwijl het koud was) zonder voldoende kleding op de vloer van een kelder te laten slapen en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer] (gedurende langere tijd en/of ook terwijl het koud was) zonder voldoende kleding, buiten te laten staan en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer] in een situatie te brengen en te houden die voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijk was of kon zijn, tengevolge waarvan die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, te weten een lichaamstemperatuur van ongeveer 31 graden Celsius heeft bereikt en uitgebreide koudeletsels, waaronder ook met plaatselijk weefselversterf (necrose), zulks terwijl [slachtoffer] geheel van verdachte en haar, verdachtes, partner, afhankelijk was voor haar opvoeding en verzorging;</div>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van feit 1 subsidiair medeplegen van zware mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin Ten aanzien van feit 2 medeplegen van mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd Ten aanzien van feit 3 medeplegen van opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengen en laten, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5De strafbaarheid van de verdachte De psycholoog drs. S. Labrijn heeft over de geestvermogens van de verdachte op 28 september 2023 een rapport uitgebracht. De rechtbank komt op basis van de in dat rapport opgenomen bevindingen en advies niet tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6De straf 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren en 8 maanden, met aftrek van de duur van het voorarrest. Zij heeft bij haar strafeis rekening gehouden met de schokkende aard van deze strafzaak en de grove ernst, lange duur en moedwilligheid van de door de verdachte en haar ex-partner gepleegde feiten, ten gevolge waarvan de destijds slechts 8 jaar oude [slachtoffer] niet alleen lichamelijk werd mishandeld, maar ook werd getreiterd, gekleineerd, vernederd, uitgehongerd en niet naar behoren werd verzorgd. De officier van justitie beschouwt deze ‘martelmethoden’ als ‘oorlogspraktijken’, waardoor [slachtoffer] op de ‘meest sadistische’ manieren ‘moedwillig is kapotgemaakt’. Zij heeft daarbij ook acht geslagen op de langdurige en ernstige effecten die dergelijke kindermishandeling kan hebben voor een slachtoffer. In strafmatigende zin heeft zij rekening gehouden met een beperkte overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 van het EVRM. Daarom is haar strafeis niet 10 jaar maar 4 maanden minder. Ten slotte heeft de officier van justitie gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte zal worden opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorschrift van artikel 126aa lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is inderdaad overtreden, maar dat was een menselijke fout en geen ernstig verzuim. De rechtbank dient daar dus geen rechtsgevolg aan te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest van 31 dagen, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Aan de voorwaardelijke straf kunnen eventueel nog bijzondere voorwaarden worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de eerste plaats heeft de verdediging aangevoerd dat in onderhavige zaak in de telefoon van de verdachte geheimhoudersgesprekken zijn aangetroffen, die in eerste instantie niet door de politie zijn vernietigd conform artikel 126aa lid 2 Sv. Dit is, ondanks verzoeken van de verdediging daartoe, tot tweemaal toe niet zo spoedig mogelijk geschied. Een bij het opsporingsonderzoek betrokken opsporingsambtenaar heeft vervolgens kennis genomen van de geprivilegieerde gegevens. Om deze reden is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Omdat dit vormverzuim lange tijd heeft voortgeduurd en pas aan het licht kwam toen de verdediging de stukken bestudeerde, dient dit te leiden tot de conclusie dat er sprake is van een ernstig verzuim. Daarnaast is er daadwerkelijk nadeel geleden. In de geheimhoudersgesprekken is het lopende opsporingsonderzoek besproken. Het vertrouwen van de verdachte in de politie is hierdoor geschaad, te meer omdat ook onterecht is geverbaliseerd dat het verzuim hersteld zou zijn, wat aantoonbaar niet het geval was. Volgens de verdediging dient een en ander te leiden tot strafvermindering.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de tweede plaats heeft de verdediging aangevoerd dat de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM met 2 jaar en 3 maanden is overschreden, als de rechtbank 14 dagen na 26 maart 2025 uitspraak zal doen. Deze schending is op generlei manier te wijten aan de verdediging. Ook dit dient te leiden tot een aanzienlijk matiging van de straf, namelijk met 20%.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de derde plaats heeft de verdediging gewezen op een aantal persoonlijke omstandigheden die van belang zijn bij de straftoemeting. Ten gevolge van de media-aandacht voor deze strafzaak is de verdachte fors bedreigd en beledigd. Hierdoor moest zij noodgedwongen verhuizen. Zij is op het internet herkenbaar en traceerbaar geportretteerd als verdachte in deze strafzaak, en zal dat naar verwachting nog jarenlang blijven. Het recht op privacy is hierdoor geschonden. Er dient in strafmatigende zin rekening worden gehouden met deze omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat de voorlopige hechtenis van de verdachte al ruim 4 jaar is geschorst en dat zij zich in deze periode aan haar schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. Daarnaast draagt de verdachte alleen de zorg over haar minderjarige zoon. Dit betekent dat de oplegging van een gevangenisstraf ook evidente gevolgen voor haar zoon zal hebben. Tot slot heeft de verdediging verzocht om rekening te houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raadsvrouw heeft verzocht om bij einduitspraak de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ernst van de feiten De rechtbank stelt vast dat de verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] , haar toenmalige partner, haar stiefdochter [slachtoffer] gedurende ongeveer anderhalf jaar ernstig en langdurig heeft mishandeld en verwaarloosd. De mishandeling van [slachtoffer] had zowel een fysieke als een geestelijke component en bestond uit een in zwaarte toenemende geweldsspiraal met een chronisch, ernstig en escalerend geweldspatroon. Hierbij keerden twee volwassenen, van wiens zorg de minderjarige [slachtoffer] volledig afhankelijk was, zich tegen een klein meisje. Zij beschouwden haar als de oorzaak van hun eigen problemen. De verdachte zei tegen haar dat zij een probleemkind was waar zij mee opgescheept zat en de medeverdachte zei tegen haar dat zij de reden was waarom het zo shit met hem ging. [slachtoffer] was aan het begin van de bewezenverklaarde periode slechts 6 jaar oud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten tijde van haar ziekenhuisopname was zij net 8 jaar oud. [slachtoffer] werd vaak geslagen. Ze werd met een hete stijltang verbrand. Zij werd gedwongen om een luier te dragen en om haar eigen urine te drinken. Daarnaast werd zij vaak toegeschreeuwd of vernederend toegesproken. [slachtoffer] kreeg weinig te eten en nog minder te drinken. Stiefbroertje [naam stiefbroer] kreeg wel iets van de McDonalds, [slachtoffer] zat er bij en kreeg niets. Anderen kregen wel een ijsje, [slachtoffer] niet. Ten slotte werd [slachtoffer] vaak gedwongen om, uiteindelijk vele nachten achter elkaar, met soms niet meer dan alleen een luier aan op de grond van een afgesloten en onverwarmde kelder op de koude tegels te slapen of buiten in de tuin te staan onder een afdakje, terwijl het winters koud was.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachten wisten dat [slachtoffer] ’s gedrag het gevolg was van hun agressieve, vernederende en ongelijke behandeling, maar bestraften haar daar toch voor. Als zij vanwege de onderkoeling moest plassen, werd zij daarvoor bestraft. Als zij van de rugpijn in een foetushouding ging liggen, werd zij daarvoor bestraft. De ene mishandeling leidde zo tot de volgende mishandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben hun nog zeer jonge (stief)dochter hiermee in een hulpeloze toestand gebracht en gelaten, ondanks de signalen van zich ontwikkelend koudeletsel. Dit heeft uiteindelijk geleid tot haar opname in een ziekenhuis in Duitsland op 21 december 2020. De ambulancebroeders die [slachtoffer] naar het ziekenhuis vervoerden waren geschokt door de aanblik van haar benen en vergeleken die met de benen van een dakloze die altijd buiten in de kou leeft. In het ziekenhuis bleek dat [slachtoffer] fors onderkoeld was, uitgebreide koudeletsels had waaronder necrose aan haar bovenlip, aan een tweetal vingers en aan haar beide voeten. [slachtoffer] zat van top tot teen onder de blauwe plekken en was daarnaast uitgedroogd. Extra schrijnend voor [slachtoffer] is dat de verdachte en medeverdachte het stiefbroertje van [slachtoffer] , de andere minderjarige binnen ditzelfde gezin en slechts 2,5 jaar ouder, wel goed hebben verzorgden dat zij bovendien verstandige adviezen kregen van met name de zus van de verdachte. Anders dan in veel andere zaken over kindermishandeling, handelden de verdachten dus niet uit onkunde of uit onmacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte en de medeverdachte hebben voor de buitenwereld de ware toedracht van het letsel van [slachtoffer] verborgen gehouden. Zij hebben de waarheid verborgen gehouden voor artsen, Veilig Thuis en de school van [slachtoffer] . Hoewel de verdachte en haar inmiddels ex-partner [medeverdachte] beiden beweren dat zij bang zijn voor de ander en om die reden niet ingrepen in de mishandelingen van [slachtoffer] door de ander, blijkt uit het procesdossier – en met name uit het berichtenverkeer tussen hen beiden – een volkomen ander beeld. De verdachte en de medeverdachte leefden met het verstrijken van de tijd in steeds grotere onmin met elkaar, waardoor de conflicten tussen hen toenamen. Vanuit deze ruziesfeer gaven zij elkaar over en weer opdracht om [slachtoffer] op diverse manieren te straffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er was geen sprake van een situatie waarbij de een onder de invloed van de ander stond. Het beeld dat de verdachte van zichzelf neerzet van een klein vrouwtje dat niet tegen de grote sterke man op kon, vindt weerlegging in de berichten aangetroffen in haar telefoon waarin zij [medeverdachte] vele keren per dag en gedurende een groot deel van de nacht de huid vol scheldt en dreigt de mishandeling van [slachtoffer] door [medeverdachte] aan de autoriteiten kenbaar te maken. Het is heel wel mogelijk dat zij vanwege haar beperkingen niet in staat was om de voor haar ingewikkelde opvoedsituatie rond [slachtoffer] het hoofd te bieden. De verdachte wist echter de weg naar de hulpverlening heus wel te vinden, met name als dreigmiddel richting [medeverdachte] , maar belde hulp net zo makkelijk weer af.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht de rol van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bij het plegen van deze schokkende feiten tegen [slachtoffer] daarom gelijkwaardig en evenzo kwalijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolgen van kindermishandeling kunnen langdurig en ernstig zijn. Uit de rapportage van professor Branje volgt dat, gezien de ernst en chronische aard van de mishandeling van [slachtoffer] , de waarschijnlijkheid van negatieve ontwikkelingsuitkomsten in meerdere domeinen, evenals de ernst daarvan, groot is. Het valt nog niet te voorspellen welke negatieve ontwikkelingsuitkomsten op [slachtoffer] van toepassing zijn. De kans dat [slachtoffer] ernstige nadelige gevolgen van de kindermishandeling op de korte en lange termijn zal ervaren, is evenwel aanzienlijk. Uit het voegingsformulier van [slachtoffer] als benadeelde partij is dat ook gebleken. Hoewel het lichamelijk letsel van [slachtoffer] is hersteld, is zij inmiddels door een Duitse psychotherapeut gediagnosticeerd met complexe PTSS.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toerekening Psycholoog drs. S. Labrijn heeft over de geestvermogens van de verdachte op 28 september 2023 een rapport uitgebracht. Zij heeft daarin geen advies gegeven over de mate van toerekening van de bewezenverklaarde feiten. De feiten 1 en 2 waren niet onderzoekbaar, omdat de verdachte die ontkent. Voor wat betreft feit 3 is alleen de passieve variant van niet-ingrijpen onderzocht, op basis van het delictscenario van de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om deze reden komt de rechtbank tot de conclusie dat bij de verdachte geen sprake is van een omstandigheid die haar strafbaarheid gedeeltelijk uitsluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onvoorwaardelijke gevangenisstraf De rechtbank is tot een andere bewezenverklaring gekomen dan de officier van justitie. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat vanwege de ernst van de feiten, de verstrekkende en langdurige gevolgen voor het minderjarige slachtoffertje en de geschokte samenleving slechts kan worden volstaan met de oplegging van een forse gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het strafmaximum van de onderhavige feiten van 10 jaar en 9 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onherstelbaar vormverzuim ten aanzien van geheimhoudersgesprekken Uit de in het procesdossier geschetste gang van zaken, aangevuld door de verdediging en officier van justitie ter terechtzitting, komt naar voren dat de politie door een opeenstapeling van onhandigheden en onbekendheden met een nieuw registratiesysteem per abuis een aantal geheimhoudergesprekken, aangetroffen op de telefoon van de verdachte, niet stante pede heeft vernietigd. Een politieambtenaar is vervolgens in een heel vroeg stadium van het politieonderzoek per ongeluk gestuit op deze geprivilegieerde gegevens, maar heeft daarvan inhoudelijk geen kennis genomen. Door de verdediging is niet onderbouwd op welke wijze de verdachte nadeel heeft geleden van deze gang van zaken, noch blijkt daarvan op enige wijze uit het procesdossier. De verdediging heeft weliswaar gesteld dat het lopende opsporingsonderzoek in die geheimhoudersgesprekken is besproken, maar uit niets blijkt dat de politie hiervan daadwerkelijk kennis heeft genomen – niet uit het verdere verloop van dit opsporingsonderzoek en ook niet uit bijvoorbeeld de vraagstelling in de politieverhoren. Om deze reden zal de rechtbank volstaan met de enkele constatering dat er een onherstelbaar vormverzuim heeft plaatsgevonden en zal zij dienaangaande geen strafkorting toepassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overschrijding van de redelijke termijn De verdediging heeft betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. De verdachte is in onderhavige strafzaak in Nederland in verzekering gesteld op 12 januari 2021. Het eindvonnis zal worden gewezen op 16 mei 2025. Dit betekent dat de redelijke termijn overschreden is met een periode van bijna 2,5 jaar. Deze overschrijding is op generlei wijze te wijten aan de verdachte en/of haar verdediging. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf tot gevolg moet hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie De rechtbank acht in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren passend. Gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn zal zij een strafkorting van 10 maanden toepassen. Dit is de minimale verlaging van tien procent die volgt uit de vaste rechtspraak van de Hoge Raad. De rechtbank legt derhalve op een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren en 2 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevel opheffing schorsing voorlopige hechtenis Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, zal de rechtbank thans niet de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte opheffen. De verdachte is bijna vier jaar in vrijheid haar berechting aan het afwachten. Het onverhoeds laten herleven van de voorlopige hechtenis naar aanleiding van dit nog niet onherroepelijke vonnis, waarin aan de verdachte een jarenlange gevangenisstraf is opgelegd, zal tot onoverkoombare praktische problemen in het leven van de verdachte leiden, te meer nu zij nog de zorg draagt voor haar minderjarige zoon. De verdachte zal daarom door de rechtbank in de gelegenheid worden gesteld om zich voor te bereiden op haar langdurige detentie die zal aanvangen op het moment dat de daartoe bevoegde autoriteiten haar oproepen. Om deze reden zal de rechtbank de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte afwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel 7.1 De vordering van de benadeelde partij De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van een bedrag van € 15.000,- ter zake van de feiten 1, 2 en 3. Deze vordering bestaat volledig uit immateriële schade. Voor het bepalen van de hoogte van de immateriële schadevergoeding is aangesloten bij de categorie ‘tamelijk ernstig’ van De Rotterdamse Schaal – Ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. De benadeelde heeft verzocht om de vordering hoofdelijk toe te wijzen, en voorts om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering, onder vermeerdering van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat, hoewel zij niet betwijfelt dat [slachtoffer] recht heeft op immateriële schadevergoeding, de vordering dient te worden gematigd, nu de vordering te summier is onderbouwd en daardoor niet valt in te kaderen op de ‘Rotterdamse schaal’.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.4 Het oordeel van de rechtbank Op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b Burgerlijk Wetboek komt immateriële schade (onder andere) voor vergoeding in aanmerking als sprake is van een aantasting in de persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer] gedurende een periode van anderhalf jaar diverse vormen van lichamelijk letsel heeft opgelopen, culminerend tot zwaar lichamelijk letsel in de vorm van ernstige onderkoeling en koudeletsels, waarvoor een opname op de IC noodzakelijk was. Daarnaast [slachtoffer] door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte ook geestelijk letsel heeft opgelopen. De verdachte en haar ex-partner hebben zich immers structureel en langdurig schuldig gemaakt aan kindermishandeling, terwijl [slachtoffer] 6 tot 8 jaar oud was en zich dus in een precaire fase van haar ontwikkeling als kind bevond. Kindermishandeling zoals zich in onderhavig geval heeft voorgedaan vormt een zeer ernstige inbreuk op de lichamelijke en psychische integriteit van een kind en als algemene ervaringsregel kan worden aangenomen dat dit leidt tot (ernstige) psychische gevolgen. Uit de onderbouwing van de vordering blijkt ook voldoende dat de benadeelde partij in Duitsland door een psycholoog is gediagnosticeerd met een complexe posttraumatische stressstoornis. Kortom, er is evident sprake van aantasting in de persoon, als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 onder b BW.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank stelt dan ook op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting vast dat [slachtoffer] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de bewezenverklaarde feiten. Gelet op de ernst van de feiten en de gevolgen die het bewezenverklaarde voor haar heeft gehad, alsook in aanmerking genomen de bedragen aan immateriële schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen plegen te worden toegekend, komt het gevorderde bedrag van € 15.000,- de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag volledig toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte zal voor het bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en zij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 15.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 21 december 2020 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte is naar burgerlijk recht samen met haar mededader [medeverdachte] aansprakelijk voor deze schade. Om deze reden zal de rechtbank de vordering hoofdelijk toewijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8Het beslag De hierna in de beslissing genoemde inbeslaggenomen en niet teruggegeven gsm is vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat dit voorwerp toebehoort aan de verdachte en de feiten zijn begaan met behulp van dit voorwerp. Hiermee zijn immers bijna dagelijks over en weer plannen gedeeld en opdrachten gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hierna in de beslissing genoemde inbeslaggenomen en niet teruggegeven bouwmaterialen (te weten: twee stokken) zijn eveneens vatbaar voor verbeurdverklaring. Hoewel aan de verdachte in de tenlastelegging geen strafrechtelijk verwijt wordt gemaakt ten aanzien van het gebruik van deze stokken, stelt de rechtbank aan de hand van het procesdossier vast dat [slachtoffer] voor straf aan deze stokken werd vastgebonden. Omdat deze stokken aan de verdachte toebehoren en met behulp daarvan het tweede feit, te weten het medeplegen van mishandeling, is begaan, zal de rechtbank deze goederen verbeurd verklaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">9De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 255, 257, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">10De beslissing De rechtbank:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijspraak</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>spreekt de verdachte vrij van het onder feit 1 primair tenlastegelegde;</div>\n<p class=\"lf-p\">Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 7 jaren en 2 maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorlopige hechtenis</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>wijst af de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis;</div>\n<p class=\"lf-p\">Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, van een bedrag van 15.000 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken; legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van 15.000 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 110 dagen, met dien verstande dat deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft; bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslag</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:</div>\n<p class=\"lf-p\">1 STK Bouwmateriaal, goednr. G1382162;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 STK Bouwmateriaal, goednr. G1382163;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 STK GSM Sm-G986b/D5, Samsung, goednr. G1385467.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feuth, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. N. P .J. van de Pasch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.K. Bakker, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 mei 2025.</p>\n<p class=\"lf-p\">BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat 1. zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 21 december 2020 in de gemeente Venlo , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [slachtoffer] (zijnde een kind dat zij verzorgde of opvoedde als behorend tot haar gezin, geboren op [geboortedatum 2] 2012), opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] , terwijl zij (te) weinig drinken en/of (te) weinig voeding kreeg, (gedurende langere tijd)</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in een koude (onverwarmde) kelder, althans ruimte, op de vloer heeft laten slapen en/of verblijven, terwijl de gemiddelde maandtemperatuur ongeveer vijf graden was, althans het buiten (zeer) koud was, (telkens) zonder kleding, althans zonder voldoende kleding en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( telkens) zonder kleding, althans zonder voldoende warme kleding, buiten de woning in de kou heeft gezet en/of heeft laten staan, waardoor zij, die [slachtoffer] een lichaamstemperatuur van ongeveer 31 graden Celsius heeft bereikt en/of uitgebreide koudeletsels, waaronder ook met plaatselijk weefselversterf (necrose) heeft opgelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (art. 287 Wetboek van Strafrecht, art. 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 21 december 2020 in de gemeente Venlo , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, aan een kind dat zij verzorgde of opvoedde als behorend tot haar gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een toestand van (ernstige) onderkoeling met een lichaamstemperatuur van ongeveer 31 graden Celsius en/of uitgebreide koudeletsels, waaronder ook met plaatselijk weefselversterf (necrose), heeft toegebracht door die [slachtoffer] , terwijl zij (te) weinig drinken en/of (te) weinig voeding kreeg, (gedurende langere tijd)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in een koude (onverwarmde) kelder, althans ruimte, op de vloer te laten slapen en/of verblijven, terwijl de gemiddelde maandtemperatuur ongeveer vijf graden was, althans het buiten (zeer) koud was, (telkens) zonder kleding, althans zonder voldoende kleding en/of -(telkens) zonder kleding, althans zonder voldoende warme kleding, buiten de woning in de kou te zetten en/of te laten staan; (art. 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 21 december 2020 in de gemeente Venlo , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, aan een kind dat zij verzorgde of opvoedde als behorend tot haar gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, heeft mishandeld door die [slachtoffer] , terwijl zij (te) weinig drinken en/of (te) weinig voeding kreeg, (gedurende langere tijd) in een koude (onverwarmde) kelder, althans ruimte, op de vloer te laten slapen en/of verblijven, terwijl de gemiddelde maandtemperatuur ongeveer vijf graden was, althans het buiten (zeer) koud was, (tekens) zonder kleding, althans zonder voldoende kleding en/of (telkens) zonder kleding, althans zonder voldoende warme kleding, buiten de woning in de kou te zetten en/of te laten staan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een toestand van (ernstige) onderkoeling met een lichaamstemperatuur van ongeveer 31 graden Celsius en/of uitgebreide koudeletsels, waaronder ook met plaatselijk weefselversterf (necrose) ten gevolge heeft gehad; (art. 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art. 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 2. zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 22 december 2020 in de gemeente Venlo , tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een kind dat zij verzorgde of opvoedde als behorend tot haar gezin, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, meermalen, althans eenmaal, (telkens) heeft mishandeld door die [slachtoffer] , -met de arm, in contact te brengen en/of te houden met een hete stijltang, althans een heet voorwerp en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op de buik, de rug en/of tegen de billen, althans tegen het lichaam te slaan en/of te duwen en/of te stompen, waardoor voornoemd kind pijn en/of letsel heeft bekomen en/of -(gedurende langere tijd) zonder kleding, althans zonder voldoende kleding, op de vloer van een kelder, althans ruimte te laten slapen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( gedurende langere tijd) zonder kleding, althans zonder voldoende kleding, buiten te laten staan en/of -(gedurende langere tijd) in een hoek/voor een (kelder)deur te laten staan en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>getuige te laten zijn van (hevige) ruzie met haar partner en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>te) weinig eten en/of (te) weinig drinken te geven en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>te vernederen en/of te kleineren, mede door in haar bijzijn vernederende en/of kleinerende dingen te zeggen (het is een vies vettig kind/ze beschijt zichzelf) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>brood met iets met een scherpe smaak erop te geven en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een luier/pamper te laten dragen en/of met die luier naar school te laten gaan, waardoor opzettelijk de (lichamelijke en/of geestelijke) gezondheid van voornoemd kind werd benadeeld; (art. 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art. 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 3. zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 22 december 2020 in de gemeente Venlo , tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging zij, verdachte, als stiefmoeder van haar minderjarige dochter [slachtoffer] krachtens artikel 1:248 BW jo 1:247 BW, in elk geval krachtens wet en/of overeenkomst verplicht was, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of heeft gelaten, door,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer] (gedurende langere tijd en/of ook terwijl het koud was) zonder kleding, althans zonder voldoende kleding, op de vloer van een kelder, althans ruimte te laten slapen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer] (gedurende langere tijd en/of ook terwijl het koud was) zonder kleding, althans zonder voldoende kleding, buiten te laten staan en/of -terwijl zij, verdachte, wist dat haar, verdachtes, partner [medeverdachte] , met (grote) regelmaat agressie toonde jegens en/of in het bijzijn van voornoemde [slachtoffer] , (onder meer bestaande uit het mishandelen, opsluiten, buitensluiten en/of bedreigen van [slachtoffer] )</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>niet, althans niet tijdig, in te grijpen en [slachtoffer] niet in een veilige situatie te brengen, en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Veilig Thuis onjuist dan wel onvolledig te informeren over de thuissituatie van [slachtoffer] en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zich niet tot de politie en/of justitie te wenden om het mishandelen en/of opsluiten en/of buitensluiten en/of het bedreigen van [slachtoffer] te melden en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[slachtoffer] in een situatie te brengen en/of te houden die voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijk was of kon zijn, tengevolge waarvan die [slachtoffer] (onder meer) zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, te weten een lichaamstemperatuur van ongeveer 31 graden Celsius heeft bereikt en/of uitgebreide koudeletsels, waaronder ook met plaatselijk weefselversterf (necrose), zulks terwijl [slachtoffer] geheel van verdachte en haar, verdachtes, partner, afhankelijk was voor haar opvoeding en verzorging; (art. 255 Wetboek van Strafrecht) Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer LB1R020140-84, gesloten d.d. 27 april 2022, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 2885.</div>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse vertaling van de inzetgegevens van de ambulance d.d. 22 december 2020, pg. 1148.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse vertaling van Verhoor – [getuige 1] d.d. 24 december 2020, pg. 414 tot en met 416.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse vertaling van Ondervraging van ambulancechauffeur – de heer [getuige 2] d.d. 24 december 2020, pg. 1305 en 1306.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse vertaling van het Rapport van dr. med. [naam arts 1] van Stadskliniek Mönchengladbach d.d. 21 december 2020, pg. 855 tot en met 857.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse vertaling van het Rapport van hoofdarts dr. med. [naam arts 2] (Chefärtzin für Pädiatrie, Neonatologie), dr. med. [naam arts 3] (Oberartzt) en mw. [naam arts 4] (specialist voor kinder- en jeugdgeneeskunde), allen verbonden aan het Centrum voor Kinder- en Jeugdgeneeskunde van de Stadskliniek Mönchengladbach, d.d. 21 december 2020, pg. 1656 tot en met 1661.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse vertaling van een proces-verbaal van de Duitse Politie genaamd: Opmerkingen van de indrukken m.b.t. de hoorzitting met een kind van 30 december 2020, pg. 1389 en 1390.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] d.d. 27 mei 2021, pg. 256 tot en met 260.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse vertaling van het Opsporingsrapport d.d. 22 december 2020, pg. 2228 tot en met 2230.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse vertaling van het Patiëntendossier van [slachtoffer] , pg. 1654.</p>\n<p class=\"lf-p\">Losbladig Verslag Zaak onderkoeling van 8-jarig meisje d.d. 20 augustus 2021 door prof. dr. Hein Daanen , zonder doornummering, pg. 1 tot en met 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Forensisch-medisch onderzoek inzake een meisje van 8 jaar oud met onderkoeling en uitwendig (koude)letsel d.d. 24 maart 2022 door het Nederlands Forensisch Instituut, pg. 746 tot en met 783.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rapport van professor dr. S. Branje , hoogleraar Ontwikkeling en socialisatie in de adolescentie, verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht, d.d. 21 januari 2022, zonder doornummering, pg. 1 tot en met 16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal bevindingen temperaturen 2020 d.d. 22 juni 2021, pg. 678 tot en met 680.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen inzake studioverhoor [slachtoffer] d.d. 22 juni 2021, pg. 286 tot en met 300.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen inzake studioverhoor [naam stiefbroer] d.d. 7 januari 2021, pg. 134 en 135.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen inzake sfeerp-v meldingen omtrent [verdachte] / [naam stiefbroer] / [medeverdachte] / [slachtoffer] d.d. 11 januari 2021, pg. 301 tot en met 306.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] d.d. 1 februari 2021, pg. 204 tot en met 219.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] d.d. 2 november 2021, pg. 266 tot en met 271 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] d.d. 11 november 2021, pg. 272 tot en met 280.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] d.d. 27 mei 2022, pg. 261 tot en met 265.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen inzake verslag rapportage [naam school] Venlo d.d. 18 januari 2021, pg. 310.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij het verbaal van bevindingen inzake verslag rapportage [naam school] Venlo d.d. 18 januari 2021, betreffende een verslag van de [naam school] Venlo , pg. 311 tot en met 314.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen inzake de woning aan [adres 2] te Venlo , pg. 46 tot en met 56.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen inzake de eerste bevindingen GSM VE [medeverdachte] d.d. 28 mei 2021, pg. 666 tot en met 668.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen GSM d.d. 16 januari 2021, pg. 519 tot en met 524.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen tactisch pv GSM [verdachte] d.d. 28 januari 2021, pg. 525 tot en met 533.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. contact met [naam zus verdachte] d.d. 3 maart 2021, pg. 534 tot en met 544.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. contact [medeverdachte] d.d. 5 augustus 2021, pg. 553 tot en met 665.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] d.d. 29 december 2020, pg. 71 en 72.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 8] d.d. 31 december 2020, pg. 75 tot en met 83.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 9] d.d. 31 december 2020, pg. 84 tot en met 88.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 10] d.d. 31 december 2020, pg. 96 tot en met 101.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 11] d.d. 3 januari 2022, pg. 115 tot en met 119.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 12] d.d. 3 januari 2021, pg. 102 tot en met 108.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 13] d.d. 13 januari 2021, pg. 171 tot en met 176.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 14] d.d. 30 januari 2021, pg. 195 tot en met 203.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 21 mei 2021, pg. 2795 tot en met 2802.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] d.d. 24 mei 2021, pg. 2813 tot en met 2830.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 13 juli 2021, pg. 2850, 2851, 2859, 2867, 2888 en 2889.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 19 juli 2021, pg. 2874 tot en met 2885.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 12 januari 2021, pg. 2580 en 2582.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 13 januari 2021, pg. 2590 tot en met 2618.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 25 januari 2021, pg. 2620 tot en met 2644.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 26 januari 2021, pg. 2689 en 2690.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] d.d. 20 juli 2021, pg. 2710, 2720 en 2725.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor [verdachte] d.d. 21 juli 2021, pg. 2732 tot en met 2766.</p></div>", "next": 0}