{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">4.115. De slotsom ten aanzien van de vordering tot inzage is dat deze niet kan worden toegewezen zolang door de Stichting niet concreet is onderbouwd dat zij door cessie van vorderingen tot schadevergoeding in een rechtsbetrekking tot Wulro c.s. is komen te staan. De Stichting zal in de gelegenheid worden gesteld om zich hierover bij akte uit te laten zoals overwogen in rechtsoverweging 4.81. Hiertoe zal de zaak worden verwezen naar de rolzitting van 29 april 2026. Wulro c.s. zullen hierop bij antwoordakte kunnen reageren.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.116. Indien het bestaan van een rechtsbetrekking tussen de Stichting en Wulro c.s. alsnog voldoende aannemelijk wordt gemaakt, is de vordering in beginsel toewijsbaar ten aanzien van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de vordering tot inzage in de correspondentie zoals gevorderd in nummer 4.67 onder (i) waar het de correspondentie betreft tussen de bestuurders van Wulro en Interovo over de periode februari 2015 tot en met 22 augustus 2016 en tussen de bestuurders van Wulro en Global over de periode 1 maart 2016 tot en met 5 november 2019;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de vordering tot inzage in de prijsbescheiden zoals gevorderd in nummer 4.67 onder (ii) (d) waar het de correspondentie en andere bescheiden betreft over de periode februari 2015 tot en met december 2017 tussen de bestuurders van Wulro en Interovo en de periode 1 maart 2016 tot en met december 2020 tussen de bestuurders van Wulro en Global;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het Oxera rapport en het Centerdata-rapport.</div>\n<p class=\"lf-p\">4.117. Voor het overige dient de vordering tot inzage te worden afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie 4.118. De conclusie van het voorgaande is dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de vordering in het incident tot aanhouding van de zaak zal worden afgewezen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de zaak in het incident tot inzage zal worden verwezen naar de rolzitting van 29 april 2026 voor akte uitlaten aan de zijde van de Stichting met de doeleinden zoals vermeld in rechtsoverweging nummer 4.81, waarna Wulro c.s. op de rolzitting van 6 weken later een antwoordakte kunnen nemen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de rechtbank in de hoofdzaak de zaak zal verwijzen naar de rolzitting van 29 april 2026 voor het nemen van een akte aan de zijde van de Stichting om zich uit te laten zoals bedoeld in rechtsoverweging 4,62 van dit vonnis.</div>\n<p class=\"lf-p\">4.119. Alle overige beslissingen zullen worden aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.120. Uit proceseconomische overwegingen zal de rechtbank in zowel de hoofdzaak als in de incidenten de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep tegen dit tussenvonnis openstellen, zodat partijen desgewenst tussentijds hoger beroep kunnen instellen voordat wordt voortgeprocedeerd en het eindvonnis zal worden gewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5De beslissing De rechtbank: in het incident tot aanhouding van de zaak 5.1. wijst af de vordering van Wulro c.s. om de verdere behandeling van de zaak aan te houden totdat in de bestuursrechtelijke procedure omtrent de geldigheid van de besluiten van de ACM een bindende eindbeslissing is gegeven; in het incident tot inzage 5.2. verwijst de zaak naar de rolzitting van 29 april 2026 voor akte uitlaten aan de zijde van de Stichting met de doeleinden zoals vermeld in rechtsoverweging 4.81, waarna Wulro c.s. op de rolzitting van 6 weken later een antwoordakte kunnen nemen; in de hoofdzaak 5.3. verwijst de zaak naar de rolzitting van 29 april 2026 voor het nemen van een akte aan de zijde van de Stichting om zich uit te laten zoals bedoeld in rechtsoverweging 4.62 van dit vonnis, zonder dat Wulro c.s. een antwoordakte op dit punt kunnen nemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4. houdt alle overige beslissingen aan; in de incidenten en in de hoofdzaak 5.5. laat toe dat partijen tegen dit tussenvonnis afzonderlijk tussentijds hoger beroep instellen voordat het eindvonnis is gewezen;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6. houdt alle overige beslissingen aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. Verhoeven, mr. drs. Hurkens en mr. Koelemeijer, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.</p></div>", "next": 0}