{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47, 56, 57, 63, 225, 326 en 336 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitspraak De rechtbank Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart het onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. C.M.M. Oostdam en mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. P.T.M. van der Lelie, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 februari 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mr. Oostdam en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het energiebedrijf [verzamelnaam bedrijf 1, 2 en 3] bestaat uit de volgende vennootschappen: [bedrijf 1] , [bedrijf 2] BV, [bedrijf 10] , [bedrijf 3] , [bedrijf 19] en [bedrijf 20] ; organogram op pag 1849 van het hoofddossier. [bedrijf 1] heeft de functie van moedermaatschappij en de statutaire directievoering over alle vennootschappen wordt verricht door de directie van deze Holding; aandeelhouders zijn negen gemeenten in Overijssel en Drenthe die ieder een vertegenwoordiger hebben in de algemene vergadering van aandeelhouders en een vertegenwoordiger in de raad van commissarissen. Voor zover in dit vonnis over “ [verzamelnaam bedrijf 1, 2 en 3] ” wordt gesproken, wordt daarmee in de regel [bedrijf 1] bedoeld; waar dat anders is wordt dat specifiek vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-032: notulen RvC vergadering 13 september 2007 D-034: verslag AvA 20 december 2007 D-011 D-004 D-005 D-003 D-071 Verklaring [naam 1] , V03-01 Verklaring [medeverdachte 5] , V02-02 D-675 D-010 D-006 D-007 en D-008 D-020 D-021a D-056 D-203 en D-204 D-174 D-740 D-057 D-040 D-106a D-109a D-549 D-110a D-422 D-136a D-082, D-233 en D-234 D-137a D-233 en D-080 D-138a D-235 en D-082 D-139 D-235 en D-080 D-140a D-236 en D-081 D-141 (offerte) en D-142 (akte) D-237 en D-083 D-143(a) D-721, D-238 en D-084 D-092 D-127 D-507 D-128 D-509 D-509 D-579 D-009 D-675 D-241 D-181 t/m D-186(a) bijvoorbeeld de e-mail van 13 juni 2008, D-295; de e-mail van 18 juni 2008, D-244; de e-mails van 16 mei 2009, 17 juni 2009 en 31 augustus 2009, D-297 t/m -300; de e-mail van 27 september 2009, D-301; de e-mail van 15 oktober 2009, D-397; de e-mails van 3 en 5 november 2009, D-232 Verklaring [medeverdachte 5] , V02-02: “Mijn ex-vrouw is niet betrokken geweest bij de oprichting van [bedrijf 4] . De bedoeling van mij was om deel te nemen aan [bedrijf 4] . Zij was geen aandeelhouder van [bedrijf 4] . Dit heeft zij op verzoek van mij gedaan.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring [medeverdachte 1] , V04-01: “Ik heb daar [ [bedrijf 4] – rechtbank] helemaal niets mee te maken gehad. Ik weet daar gewoon ook helemaal niks van af. Ik heb alleen mijn handtekening voor mijn man gezet.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel hun formele positie binnen de [verzamelnaam bedrijf 1, 2 en 3] -organisatie van elkaar verschilde, konden zij alle drie deze titel voeren en de rechtbank zal hen in voorkomende gevallen gezamenlijk als zodanig aanduiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van toenmalige president-commissaris [naam 4] , G04-01: “De RvC en ook ik was niet op de hoogte van deelneming door de directie van [verzamelnaam bedrijf 1, 2 en 3] in [bedrijf 4] . Zij hebben niet om toestemming gevraagd voor dit aandelenbezit. De directieleden zouden toestemming moeten hebben gevraagd voor dit aandelenbezit. Dat is evident, want [verzamelnaam bedrijf 1, 2 en 3] zou als bedrijf een financiële participatie in dit bedrijf nemen. Wij hebben dit als RvC nooit geweten en wij zouden daar ook nooit toestemming voor hebben verleend.”; verklaring van.de latere president-commissaris [naam 6] , G05-01: “In dit geval waarbij belangen verstrengeld zijn dan hadden zij [de [verzamelnaam bedrijf 1, 2 en 3] -directeuren – rechtbank] zeker toestemming moeten vragen. Het gaat hier niet om een belang dat zij van derden bekomen maar wat van [verzamelnaam bedrijf 1, 2 en 3] afkomstig is.”; zie verder de verklaringen van [naam 7] , G11-01; [naam 8] , G20-01; [naam 11], G10-01, en de verklaring van [naam 4] tegenover de rechter-commissaris Zoals ook blijkt uit de in voetnoot 57 geciteerde verklaring van [naam 6] Zie de in voetnoot 57 geciteerde en aangehaalde verklaringen van [naam 4] D-523 Zie in beide gevallen hun verklaring ter terechtzitting van 1 december 2017 Verklaring [medeverdachte 2] , V06-01: “Daar [ [bedrijf 4] – rechtbank] heb ik geen werkzaamheden voor verricht. Over deze BV kan ik verder ook helemaal niets vertellen. Ik ben nooit ergens geweest en ook niet uitgenodigd.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie D-843, e-mail van 25 juni 2008 van [medeverdachte 7] aan [verdachte] met daarin de opmerking van [medeverdachte 7] : “De koper van de aandelen [bedrijf 4] zal stemmen conform instructie verkopers (ik wil met [verdachte] , [medeverdachte 5] en [naam 9] zaken doen, niet met dhr [medeverdachte 2] )”, en verder de in voetnoot 53 aangehaalde, ook na 26 juni 2008 nog gevoerde, e-mailcorrespondentie tussen [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 6] over (de aandelen in) [bedrijf 4] D 843, reactie van [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 7] op de in voetnoot 63 aangehaalde e-mail, waarin hij spreekt over een “neptoestand” zie voetnoot 53 D-040 D-404 en D-406 D-406; dit document is ondertekend door [medeverdachte 7] namens [bedrijf 15] , [medeverdachte 6] namens [bedrijf 16] en [medeverdachte 3] namens [verdacht bedrijf 1] ; namens [verdacht bedrijf 2] (in dit document foutief aangeduid als “ [verdacht bedrijf 2] ”) is niet getekend, maar uit de verklaring van [medeverdachte 5] tegenover de rechter-commissaris blijkt dat hij hiervan op de hoogte was D-092 D-607 Schematisch overzicht verloop rekening [nummer] t.n.v. [bedrijf 4] , AH-065 p. 2171, en D-607 D-141, D-142, D-083 en D-237 Verklaring [medeverdachte 7] V07-09 en verklaring [medeverdachte 6] V08-04 Schematisch overzicht verloop rekening [nummer] t.n.v. [bedrijf 4] , AH-065 p. 2171, en D-607 Verklaring [naam 6] G05-01; verklaring [naam 4] G04-01; verklaring [naam 7] G11-01 D-232 D-681 D-549 en D-110(a) D-143a D-779 D-812 en D-813 D-249 D-084, D-238 en D-084 D-207a Verklaring [medeverdachte 7] V07-09 Verklaring [medeverdachte 6] V08-04 D-625 D-422 D-509 D-312(a) D-118(a) D-842 Hetgeen kennelijk ook het gevoel van één van de betrokkenen bij [bedrijf 17] , [naam 10] , was, getuige diens e-mail (eveneens D-842) waarin staat: “I am troubled by any situation where we take money from [verzamelnaam bedrijf 1, 2 en 3] and funnel it back to the ex-shareholders”</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 27 november 2017 D-453 (2007), D-455 (2008), D-457 (2009) en D-459 (2010) Van 20 december 2007 tot 26 juni 2008: [verdachte] via [verdacht bedrijf 1] 40% en [naam 1] via zijn echtgenote [naam 3] 20%; van 26 juni 2008 tot 2 december 2009: [verdachte] via [medeverdachte 2] 60%; vanaf 2 december 2009: [verdachte] via [verdacht bedrijf 1] 40% en [medeverdachte 5] via [verdacht bedrijf 2] 20%. rapportage prof. dr. H.P.A.J. Langendijk (“Deskundigenbericht inzake de jaarrekeningen 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 van [bedrijf 1] ”) en rapportage drs. J. Brouwer (“Deskundigenbericht onderzoek Zebra – tegenonderzoek jaarrekeningen [bedrijf 1] 2007/2011”) D-489 (2007), D-271 (2008), D-272 (2009), D-273 (2010) en D-268 (2011) de stemverhouding bleef ook na het besluit tot inkoop van de aandelen door [bedrijf 4] en tot aan de overname van [bedrijf 4] door [bedrijf 17] op 22 september 2011 immers ongewijzigd, zoals blijkt uit de aanvullende aandeelhoudersovereenkomst van 22 december 2009, D-040, in het bijzonder punt 2 onder h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook Tekst &amp; Commentaar Strafrecht bij artikel 336 Sr, aantekening 1, in het bijzonder de verhouding met artikel 225 Sr D-295 D-077 Verklaring [medeverdachte 2] (V06-01) D-143a</p></div>", "next": 0}