{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">een agrarisch bedrijf waarbij het gebruik van agrarische gronden in de omgeving van het bedrijf noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, in de vorm van akkerbouw, vollegronds-tuinbouw, fruitteelt en boomteelt, grondgebonden veehouderij, en naar de aard daarmee vergelijkbare bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.55 Grondgebonden veehouderij een veehouderij is in ieder geval grondgebonden wanneer het minimaal voldoet aan één of meerdere van de volgende voorwaarden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het voor het vee benodigde ruwvoer is voor tenminste de helft afkomstig van de bij het bedrijf behorende landbouwgrond èn de dierlijke mest kan voor tenminste de helft op/voor bij het bedrijf behorende landbouwgrond worden afgezet/benut (zie voor een nadere toelichting Bijlage 1 Grondgebondenheid van veehouderijbedrijven (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1940.BPBUI16BUITENGEB-VA01/b_NL.IMRO.1940.BPBUI16BUITENGEB-VA01_rb1.pdf));</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het bedrijf heeft een veebezetting van ca. 3 grootvee-eenheden (GVE) of minder per hectare gras en voedergewassen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor “Agrarisch” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische cultuurgrond, met dien verstande dat houtteelt niet in de bestemming is begrepen; b. grondgebonden agrarische bedrijven, al dan niet met een ondergeschikte intensieve tak; c. intensieve veehouderijbedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “intensieve veehouderij”; (…).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwregels 3.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. het aantal agrarische bedrijven per bouwvlak bedraagt niet meer dan één, dan wel niet meer dan het ter plaatse van de aanduiding “aantal bedrijven” aangegeven aantal; b. ter plaatse van de aanduiding “relatie” is sprake van één agrarisch bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.2 Agrarische bedrijfsgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. alle gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de oppervlakte van agrarische bedrijfsgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 10.000 m2, dan wel niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; c. de oppervlakte van gebouwen voor intensieve veehouderij, ten behoeve van een ondergeschikte neventak bij een agrarisch bedrijf, mag per bedrijf niet meer bedragen dan 2.000 m2, dan wel niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; d. alle gebouwen en overkappingen worden achter de naar de weg gekeerde gevel(s) gebouwd; e. de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan respectievelijk 5 m en 14 m; f. de dakhelling bedraagt tenminste 15°, uitgezonderd een oppervlakte van ten hoogste 100 m2 die plat mag worden afgedekt; g. het bouwen van kassen, nissenhutten, boog- en serrestallen is niet toegestaan. h. de oppervlakte die in gebruik is voor het agrarisch loonbedrijf ter plaatse van de aanduiding “agrarisch loonbedrijf” bedraagt niet meer dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwd oppervlak (m2)”. (…) 3.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke gebruiksregels (…) 3.5.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een agrarisch bedrijf indien dit leidt tot een toename van de bestaande stikstofdepositie van dat agrarisch bedrijf op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in de Natura 2000-gebieden; b. het gebruiken van gronden buiten het bouwperceel voor de permanente opslag van mest, kuilvoer of agrarische producten, met uitzondering van de bestaande opslagen; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van mestvergisting; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden, anders dan voor kleinschalig kamperen en bêd &amp; brochje; e. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen als zelfstandige woning; f. de opslag van en/of de stalling van goederen buiten bedrijfsgebouwen; met dien verstande dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het bepaalde in sub a niet geldt voor het gebruik waarbij de bestaande stikstofdepositie toeneemt en deze toename niet leidt tot een zodanige toename van de stikstofdepositie op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden dat deze de waarde overschrijdt zoals vastgesteld in artikel 2.7, lid 1, onder b van de Regeling natuurbescherming;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het bepaalde in sub a eveneens niet geldt voor het gebruik waarbij de bestaande stikstofdepositie toeneemt en deze toename niet leidt tot een zodanige toename van de stikstofdepositie op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden dat deze de waarde overschrijdt zoals vastgesteld in artikel 2.7, lid 1, onder b van de Regeling natuurbescherming.</div>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 februari 2019 van de AbRvS, ECLI:NL:RVS:2019:349.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2627.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 april 2020 van de AbRvS, ECLI:NL:RVS:2020:1110.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de overzichtsuitspraak van 11 november 2020 van de AbRvS, ECLI:NL:RVS:2020:2706 (r.o. 10.87).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergelijk de uitspraak van 29 januari 2020 van de AbRvS, ECLI:NL:RVS:2020:221.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 29 juli 2020 van de AbRvS, ECLI:NL:RVS:2020:1830.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:283.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 5 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:375.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4197.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 29 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1830.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 20 september 2023 van de AbRvS, ECLI:NL:RVS:2023:3555.</p>\n<p class=\"lf-p\">AbRvS, 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:666 (r.o. 3.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1955.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie onder meer AbRvS, 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1411.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie AbRvS, 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:371.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie AbRvS, 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2557.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie AbRvS, 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3356.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 7 september 2022 van de AbRvS, ECLI:NL:RVS:2022:2557.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de uitspraak van 1 maart 2023 van de AbRvS, ECLI:NL:RVS:2023:772.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie onder meer AbRvS, 11 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1800.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie AbRvS, 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:556.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijvoorbeeld AbRvS, 20 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3555.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie AbRvS, 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2395.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie AbRvS, 20 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1267.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 22 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:581.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 14 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:40.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie onder meer AbRvS, 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:644.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vgl. AbRvS, 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3154.</p></div>", "next": 0}