{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">[gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] heeft de bewuste trapgatafdichting laten maken; [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] zijn verantwoordelijk voor het feit dat geen veiligheidsmaatregelen (randbeveiliging, geborgde sparing, waarschuwingen, markeringen) zijn getroffen rondom de trapgatafdichting; [eiser CV 23-2614] was voor wat betreft de veiligheid op de bouwlocatie alsmede voor wat betreft de veiligheid bij de uitvoering van de (opruim)werkzaamheden voor de zorg van zijn veiligheid afhankelijk van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbovenop heeft te gelden dat op de overeenkomst tussen [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] de aansprakelijkheid van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] is uitgesloten via de van toepassing zijnde \"algemene voorwaarden zakelijk markt voor het AF-erkende schilders-, behangers- en glaszetbedrijf in Nederland (Onderhoud NL Garantie)\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van deze voorwaarden dient [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] te vrijwaren voor eventuele aanspraken, aldus [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.4. [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] heeft verweer gevoerd en concludeert dat de kantonrechter ASR en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] hun vorderingen dient te ontzeggen, met veroordeling van ASR en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de (na)kosten, een ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van dat vonnis en voor het geval voldoening van de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.5. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] heeft ook verweer gevoerd en verzoekt de kantonrechter de vorderingen in vrijwaring van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR af te wijzen, met veroordeling van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR in de proceskosten alsmede in de nakosten, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 14 dagen na het vonnis wanneer [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR in gebreke blijven de proceskosten en nakosten te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover van belang voor de beoordeling, zal de kantonrechter hierna ingaan op dat wat [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] in deze vrijwaringsprocedure als verweer hebben aangevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling van de kantonrechter t.a.v. de vordering tegen [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] 6.7.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hiervoor beoordeelde vrijwaringsprocedure van [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] tegen [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] (zaaknummer: 10837527 CV EXPL 23-7712) heeft de kantonrechter onder rechtsoverweging 6.3 reeds geoordeeld dat in de onderlinge verhouding tussen [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] , [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] verplicht is tot vergoeding van de schade van [eiser CV 23-2614] , en niet [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] , Dit omdat - kort samengevat - [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] degene is die de houten afdekplaat als veiligheidsvoorziening heeft laten maken, die ondeugdelijk was, want deze was niet geborgd en/of gemarkeerd. [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] moet in dat kader dus [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] vrijwaren. Voor een uitgebreidere motivering verwijst de kantonrechter naar de overwegingen onder 6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat de vrijwaringsvordering van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR jegens [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] toewijsbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling van de kantonrechter t.a.v. de vordering tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] 6.7.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter zal allereerst het beroep van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR op de vrijwaringsclausule beoordelen, zoals opgenomen in artikel 8 lid 6 van hun algemene voorwaarden, die zij aan hun vrijwaringsvordering jegens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] ten grondslag leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarin wordt het volgende bepaald: “Opdrachtgever vrijwaart opdrachtnemer van alle succesvolle aanspraken van derden terzake van door opdrachtnemer verrichte werkzaamheden en/of geleverde zaken waardoor die derde schade mocht hebben geleden onverschillig door welke oorzaak of op welk tijdstip die schade is geleden”.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.9. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] heeft daartegen als verweer aangevoerd dat zij op geen enkele wijze gespecialiseerd was in bouwtechnische aangelegenheden. De bouwbedrijven die op de bouwplaats werkzaam waren, waaronder ook [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] , waren wèl gespecialiseerd in die werkzaamheden en hebben ieder voor zich hun eigen verantwoordelijkheid die zij niet (op de leek) [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] kunnen afschuiven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kernargument van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] hen moet vrijwaren, is gebaseerd op de overeenkomst die met tussenkomst van [A] formeel is gesloten tussen [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] . Materieel gezien was [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] hier alleen maar partij omdat de door haar ingeschakelde specialist [A] ( [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ) deze overeenkomst in het kader van de bouw van het pand noodzakelijk vond. Op de als productie 4 bij de vrijwarings-dagvaarding door ASR en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] overgelegde overeenkomst staat ook uitdrukkelijk aangegeven dat [A] de opdrachtgever is. [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] wist dus heel goed dat zij niet rechtstreeks met [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] een overeenkomst aanging, maar met [A] ( [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de algemene voorwaarden door [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] jegens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] als leek ingeroepen zouden kunnen worden - des neen - geldt in ieder geval ook dat deze niet aan [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] ter hand zijn gesteld en bovendien is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in deze specifieke omstandigheden van het geval onredelijk om de algemene voorwaarden aan [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] tegen te werpen. Dat geldt in het bijzonder voor het vrijwaringsbeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.10. [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR hebben tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij het niet relevant vinden dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] voor het sluiten van contracten [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ( [A] ) heeft ingeschakeld en evenmin dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] zich volledig heeft laten leiden door [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] . Schade die daaruit voortvloeit komt voor rekening en risico van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien staat in de mailwisseling tussen [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] steeds een verwijzing met link naar de algemene voorwaarden. Ook is door (of namens) [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] de overeenkomst van opdracht getekend. Door het tekenen van de opdrachtbevestiging is de gelding van de algemene voorwaarden op grond van artikel 6:231 sub c BW door [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] aanvaard. Via de dus van toepassing zijnde algemene voorwaarden is de aansprakelijkheid van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] uitgesloten, aldus [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beroep op vrijwaringsbeding 6.7.11.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter oordeelt dat het beroep van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR op het vrijwaringsbeding uit de algemene voorwaarden slaagt en licht dat toe als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.12.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter stelt vast dat tussen partijen een vrijwaringsbeding is overeengekomen dat erop neerkomt dat in de onderlinge verhouding tussen [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] alleen [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] verplicht is tot vergoeding van de schade van [eiser CV 23-2614] , en niet [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] , en dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] in dat kader [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] dus moet vrijwaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat in deze zaak in feite om de vraag of [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] een beroep kan doen op het vrijwaringsbeding, dan wel of dat beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en alleen [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] - in afwijking van de tussen partijen gemaakte afspraken - de door [eiser CV 23-2614] geleden schade moet vergoeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] een beroep kan doen op het vrijwaringsbeding en dat dit niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter zal de vordering van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR tot vrijwaring daarom toewijzen. Daartoe wordt het volgende overwogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wettelijk kader 6.7.13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel of beding is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 6:248 lid 2 BW). De rechter moet daar terughoudend mee omgaan. Alle omstandigheden van het geval kunnen een rol spelen, waaronder de aard en de overige inhoud van de overeenkomst waarin het beding voorkomt, de wederzijds kenbare belangen van partijen en hun maatschappelijke positie en onderlinge verhouding.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.14. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] heeft onvoldoende aangevoerd om te oordelen dat het beroep van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR het op het vrijwaringsbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In dit geval gaat het om twee professionele partijen die zaken met elkaar hebben gedaan, wat meebrengt dat er minder snel reden is om aan te nemen dat een beroep op het vrijwaringsbeding onaanvaardbaar is. Dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] niet gespecialiseerd was in bouwtechnische aangelegenheden doet daaraan niet af, want om die reden heeft zij [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ingeschakeld. De stelling van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] dat de algemene voorwaarden die [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] hanteert niet van toepassing zijn, omdat deze niet ter hand zijn gesteld is door [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] tijdens de mondelinge behandeling voldoende weersproken. In de mailwisseling tussen [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] staat steeds een verwijzing met link naar de algemene voorwaarden en dat is voldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook is niet weersproken dat door (of namens) [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] de opdrachtbevestiging is getekend en hiermee is de gelding van de algemene voorwaarden op grond van artikel 6:231 sub c BW door [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] aanvaard. Verder is [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] verzekerd voor de schade, althans is sprake van een schade die op zichzelf redelijkerwijs verzekerbaar is. Dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] naar eigen zeggen enkel ‘materieel’ partij was, omdat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] deze overeenkomst in het kader van de bouw van het kantoor van het bedrijfsgebouw noodzakelijk vond, is onvoldoende reden om aan te nemen dat het beroep van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] op het vrijwaringsbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.7.15.</p>\n<p class=\"lf-p\">De conclusie is dat [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] een gerechtvaardigd beroep toekomt op het vrijwaringsbeding en dat de vordering van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR op [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] toewijsbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alles wat partijen verder nog hebben aangevoerd kan buiten beschouwing blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proceskostenveroordeling 6.7.16. [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR worden begroot op:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>kosten van de dagvaardingen € 220,26</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>griffierecht € 128,00</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.025,26 6.7.17.</div>\n<p class=\"lf-p\">De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] als eisende partij in onder vrijwaring tegen [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] 6.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter zal verder de onder vrijwaringsprocedure van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] beoordelen, waarin [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] heeft opgeroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">11093547 CV EXPL 24-3213 ( [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] tegen [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ) 6.8.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 5 producties van 2 mei 2024, het incident tot oproeping in onder onder vrijwaring, tevens conclusie van antwoord in onder vrijwaring met 3 producties van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] van 11 juli 2024, de conclusie van antwoord in het incident van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] tevens conclusie van repliek in onder vrijwaring van 8 augustus 2024, het vonnis in het incident van 3 oktober 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8.2. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak (10486568 CV EXPL 23-2614) en de vrijwaringsprocedure (10843103 CV EXPL 23-7751): [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] veroordeelt om aan [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] te betalen al datgene waartoe [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser CV 23-2614] en als gedaagde in de vrijwaringszaak jegens ASR en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordelingen; [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] daarnaast veroordeelt in de kosten van het geding in deze onder vrijwaring, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8.3. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] voert - samengevat - als grondslag van haar vordering in onder vrijwaring bij inleidende dagvaarding aan dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in strijd met de tussen [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] gesloten overeenkomst van opdracht niet heeft zorggedragen voor de veiligheid op de bouwplaats. Gezien de (contractuele) rechtsverhouding tussen partijen is [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] verplicht de nadelige gevolgen van een eventueel verlies van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] (in de hoofdzaak van [eiser CV 23-2614] en in de vrijwaringszaak van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR) te dragen. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] licht dit als volgt toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de op 10 april 2018 gesloten overeenkomst van opdracht voor projectmanagement staan de werkzaamheden en verantwoordelijkheden van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] voor de begeleiding van het bouwproces beschreven. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] heeft zich volledig laten adviseren door [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] en op haar advies contracten gesloten met de aangewezen partijen voor bepaalde aspecten van de bouw, waaronder met [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] als coördinator van het bouwproces en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] voor de schilderwerkzaamheden. [A] sloot deze contracten namens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en hij was het aanspreekpunt voor de contracterende partijen. [A] had dus dagelijks een belangrijke rol en grote verantwoordelijkheid bij de begeleiding van het bouwproces, ook voor wat betreft de veiligheid en toezicht op de bouwplaats. Hij was hét aanspreekpunt voor de verschillende contractuele partijen. Niet [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] . [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] was niet op dagelijkse basis aanwezig op de bouwplaats. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] heeft samen met [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] het VGM-(veiligheids)plan opgesteld, waarin de veiligheid op de bouwplaats aan bod komt. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] is hierbij niet betrokken geweest. In het VGM-plan worden verschillende preventief uit te voeren veiligheidsmaatregelen benoemd, alsmede hoe en door wie toezicht wordt gehouden op de naleving van deze veiligheids- maatregelen. In het VGM-plan wordt [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] als uitvoerder van het bouwproject gekwalificeerd en [A] als KAM-coördinator. [A] had tijdens de tweewekelijkse bouwvergaderingen en de wekelijkse kwaliteitscontroles moeten signaleren dat de mandragende houten constructie ter afdichting van een gat waar nog een trap gerealiseerd moest worden niet voldoende veilig was. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] was hiervoor verantwoordelijk, aldus [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] .</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8.4. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] voert verweer en concludeert om: (i) [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] niet-ontvankelijk te verklaren, althans de vorderingen van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] af te wijzen, met veroordeling van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] in de proceskosten; (ii) [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] te veroordelen om de proceskosten te voldoen binnen 14 dagen na de datum van het vonnis, en - voor het geval dat voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor de voldoening; (iii) [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] te veroordelen tot betaling van de nakosten ad € 173,-- zonder betekening, dan wel € 263,-- in het geval van betekening, te voldoen binnen 14 dagen nadat het vonnis is gewezen en - voor het geval voldoening van de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8.5. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] heeft als verweer aangevoerd dat zij inderdaad met [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] een overeenkomst van opdracht voor projectmanagement heeft gesloten, maar dat zij uitdrukkelijk betwist dat uit die overeenkomst volgt dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] verantwoordelijk was voor de veiligheid op de werkplek. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] diende slechts ter zake van het bouwproject de juiste partijen in te schakelen en in dat kader, namens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] , de overeenkomsten met die partijen aan te gaan. Daarnaast volgt uit die overeenkomst dat het de taak van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] was om toe te zien op de voortgang van het project. In het kader van die verplichtingen heeft [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] het advies uitgebracht om, gezien de snelheid en omvang van het project, een project coördinerende en controlerende partij in te huren voor de dagelijkse controle van het bouwproject. Daarbij heeft [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] als mogelijke partij voorgedragen. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] heeft dit advies opgevolgd en zij is met [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] een overeenkomst aangegaan. Het was juist [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] die verantwoordelijk was voor het dagelijkse toezicht en de veiligheid op de werkplek. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] kan verder erkennen dat er tweewekelijks een bouwvergadering plaatsvond. Dergelijke bouwvergaderingen zien op de voortgang van het project. Besproken wordt of een en ander nog volgens plan verloopt en of er aanpassingen in de planning noodzakelijk zijn. Dit was ook de directe taak van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] , namelijk toe te zien op de voortgang van het project. Gezien het vorenstaande is het weliswaar juist dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] een belangrijke rol bij de begeleiding van het bouwproces had, maar dit gold niet voor de veiligheid. Die verantwoordelijkheid voor de veiligheid was nu juist neergelegd (en dat was de taak van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ) bij [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] . [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] was verantwoordelijk voor de veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">[gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] stelt zich dan ook op het standpunt dat zij aan al haar verplichtingen onder de met [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] gesloten overeenkomst van opdracht heeft voldaan (en in ieder geval heeft [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] niet het tegendeel gesteld, althans niet bewezen). Dit leidt er dan ook toe dat van enige vrijwaringsverplichting van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] jegens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] geen sprake kan zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mocht de kantonrechter echter desondanks oordelen dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] op grond van de met [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] gesloten overeenkomst wel gehouden is om [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] te vrijwaren, dan beroept [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] zich op de DNR 2005, die op de overeenkomst tussen [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] en [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">In haar conclusie van antwoord in incident tot oproeping in onder onder vrijwaring tevens houdende conclusie van repliek in onder vrijwaring heeft [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] er (nogmaals) op gewezen dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] op grond van de overeenkomst van opdracht een ruime verantwoordelijkheid droeg. Zij had, blijkens die overeenkomst, tal van verplichtingen die \"nodig\" waren \"om het ontwikkel-, bouw- en opleveringsproces volledig gecontroleerd te laten verlopen.\" Zo droeg [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] onder meer de verantwoordelijkheid om de voortgang van het project te waarborgen. Ook had [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] de verantwoordelijkheid om het \"volledige bouwproces\" te structureren, op te zetten en te begeleiden. Verder diende [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] de bouwvergaderingen én kwaliteitscontroles te houden en vast te leggen. Veiligheid is daarvan een inherent onderdeel en dat blijkt ook uit de bouwverslagen, waarin het onderwerp veiligheid steeds aan de orde komt. Dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] heeft betrokken in het bouwproces, doet aan het een en ander niet aan af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder had van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] verwacht mogen worden dat zij in de contracten met de door haar aangewende partijen een vrijwaringsclausule ten behoeve van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] uitonderhandelde en overeenkwam. [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] is van oordeel dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] niet of onvoldoende effectief aan deze verplichting heeft voldaan. Dat levert een wanprestatie van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] op jegens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] dient de gevolgen daarvan te dragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wat betreft de inhoud van de overeenkomst van opdracht en in het kader van de ruime verantwoordelijkheid die op [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] rustte, betwist [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] dat de DNR 2005 van toepassing zijn op de overeenkomst van opdracht, althans dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] een beroep kan doen op de door [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] gestelde (en bovendien vergaande) inhoud daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling van de kantonrechter 6.8.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze onder vrijwaringsprocedure is de vraag aan de orde of (en in hoeverre) [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] draagplichtig is met betrekking tot de schade waarvoor [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser CV 23-2614] en als gedaagde in de vrijwaringszaak jegens ASR en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] moet worden veroordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allereerst is een processueel punt aan de orde. Deze procedure is de onder vrijwaring in de vrijwaringsprocedure tussen [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] (zaaknummer 10843103 CV EXPL 23775). In die procedure is geoordeeld dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR moet vrijwaren (vgl. rov. 6.7.15). Gelet op het doel van een vrijwaringsprocedure - namelijk het vrijwaren voor hetgeen waartoe wordt veroordeeld in de hoofdzaak - ligt in deze onder vrijwaring alleen de beoordeling voor of [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] moet vrijwaren voor de veroordeling die is uitgesproken in de procedure tussen [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] vordert dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] haar vrijwaart voor de schade waarvoor [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser CV 23-2614] wordt veroordeeld, had [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] in die zaak [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in vrijwaring moeten oproepen. Die vordering ligt niet in deze vrijwaringsprocedure voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens is het volgende wettelijke kader van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofdregel van de interne draagplicht bij hoofdelijkheid staat in artikel 6:10 lid 1 BW. In artikel 6:102 lid 1, tweede zin, is uitgewerkt dat in beginsel aan de hand van de maatstaf van artikel 6:101 BW moet worden bepaald in hoeverre de vergoedingsplicht ieder van de hoofdelijke medeschuldenaren met het oog op de verplichting tot bijdragen, bedoeld in artikel 6:10 lid 1 BW, intern aangaat. Op grond van artikel 6:101 BW is de primaire verdelingsmaatstaf de wederzijdse causaliteit. De schade wordt over de hoofdelijke aansprakelijke schuldenaren verdeeld in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder van hen toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, naar rato van de causaliteit van die omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] wordt in het kader van de onderlinge draagplicht het volgende overwogen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals de kantonrechter in rechtsoverweging 5.3.2. reeds heeft geoordeeld, kan [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] - als opdrachtgever - (mede) verantwoordelijk worden gehouden voor (het gebrek aan duidelijkheid over) de veiligheid op de bouwplaats. Dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] gebruik heeft gemaakt van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] voor advisering, maakt niet dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] zich kan onttrekken aan haar verantwoordelijkheid voor een veilige werkplaats. Hetzelfde geldt voor [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Het was, zoals [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in haar conclusie van antwoord in onder vrijwaring terecht heeft opgemerkt, haar taak om de verantwoordelijkheid voor de veiligheid “bij de juiste partij te beleggen” en daarin heeft [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] verzaakt. Immers, zoals gebleken is tijdens de mondelinge behandeling, is de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de werkplek nooit belegd bij één van partijen. Het VGM-plan waar door partijen op gewezen is, is namelijk niet ondertekend en gesteld noch gebleken is dat er een aangepast of ondertekend VGM-plan is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder hebben [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ( [A] ) en [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] tijdens de mondelinge behandeling betwist dat zij fungeerden als respectievelijk KAM-coördinator of (hoofd)uitvoerder en in die hoedanigheid verantwoordelijk waren voor de veiligheid op de bouwplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals eerder in rechtsoverweging 5.4 overwogen, leidt dit tot de slotsom dat niemand de verantwoordelijkheid voor een veilige bouwomgeving (en het toezicht en de naleving van veiligheidsvoorschriften door alle bij de bouw van het pand betrokken partijen) op zich heeft genomen en de verantwoordelijkheid ook formeel niet bij iemand was belegd. Van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] , die de bouw in eigen beheer uitoefende maar niet dagelijks op de bouw aanwezig was, maar ook van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] , die een belangrijke rol had bij de begeleiding van het bouwproces en als taak had om de juiste partijen in te schakelen en namens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] de overeenkomsten met die partijen aan te gaan, had mogen worden verwacht dat zij zorg zouden dragen voor een veilige bouwomgeving, althans dat zij dit op een deugdelijke en zorgvuldige wijze zouden uitbesteden aan daartoe gekwalificeerde partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is niet gebeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in dit verband heeft gesteld dat zij aan al haar verplichtingen onder de met [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] gesloten overeenkomst van opdracht heeft voldaan en dat van enige vrijwaringsverplichting van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] jegens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] geen sprake kan zijn, wordt door de kantonrechter dan ook verworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.8.11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook het beroep van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] op de algemene voorwaarden (DNR 2005), kan niet slagen. Daarvoor is redengevend dat [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] tijdens de mondelinge behandeling onweersproken heeft gesteld dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] geen beroep toekomt op de algemene voorwaarden, omdat deze niet aan [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] ter hand zijn gesteld, zodat van toepasselijkheid daarvan geen sprake kan zijn. Dit verweer van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] wordt gehonoreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het terhandstellingsvereiste van algemene voorwaarden, zoals opgenomen in artikel 6:233 sub b BW, is op grond van artikel 6:246 BW dwingendrechtelijk van aard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de gebruiker ( [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ) rust de bewijslast omtrent de met een beroep op het bepaalde in art. 6:234 lid 1 betwiste terhandstelling van de algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij merkt de kantonrechter (wellicht ten overvloede) op dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in het kader van de zogenoemde tweeledige mededelingsplicht dus niet kon volstaan met de volgende opmerking in de opdrachtbevestiging van 10 april 2018: “Op deze aanbieding is van toepassing \"De Nieuwe Regeling 2005\" (DNR 2005), zoals op 5 oktober 2004 gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam onder nummer 139/2004”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gesteld noch gebleken is immers dat [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] aan [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] heeft medegedeeld dat deze algemene voorwaarden op verzoek onverwijld aan [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] zullen worden toegezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie 6.8.12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van een 100% draagplicht van de ene of de andere partij, zoals door beide partijen is betoogd, kan in dit geval geen sprake kan zijn. Voor beide partijen geldt immers dat zij mede verantwoordelijk worden gehouden voor (het gebrek aan duidelijkheid over) de veiligheid op de bouwplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettemin komt de kantonrechter bij een afweging van de aan ieder van partijen toe te rekenen omstandigheden die tot de schade van [eiser CV 23-2614] hebben bijgedragen tot het oordeel dat op [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] het grootste deel van de draagplicht met betrekking tot de vergoeding van de schade van [eiser CV 23-2614] rust nu zij in gebreke is gebleven de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de werkplek (en het toezicht en de naleving van veiligheidsvoorschriften door alle bij de bouw van het pand betrokken partijen) bij iemand te beleggen, terwijl het haar taak was om de juiste partijen in te schakelen en namens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] de overeenkomsten met die partijen aan te gaan om zo het bouwproces volledig gecontroleerd te laten verlopen. Deze omstandigheid heeft naar het oordeel van de kantonrechter het meest bijgedragen tot de schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter komt op grond van het vorenstaande tot het oordeel dat op de voet van artikel 6:101 lid 1 BW [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] voor 60% draagplichtig is met betrekking tot de schade waarvoor [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] als gedaagde in de vrijwaringszaak jegens ASR en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] wordt veroordeeld en [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] voor 40%. Voor het overige wordt de vordering van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alles wat partijen verder nog hebben aangevoerd kan buiten beschouwing blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proceskosten 6.8.13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Partijen hebben te gelden als over en weer in het ongelijk gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom zullen de proceskosten in deze onder vrijwaring worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] als eisende partij in onder onder vrijwaring tegen [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] 6.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter zal tot slot de onder onder vrijwaringsprocedure beoordelen, waarin [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] heeft opgeroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">11391055 CV EXPL 24-7944 ( [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] tegen [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] ) 6.9.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met 5 producties van 29 oktober 2024, de conclusie van antwoord met 5 producties van 9 januari 2025.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.9.2. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] vordert dat de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak (10486568 CV EXPL 23-2614), de vrijwaringsprocedure (10843103 CV EXPL 23-7751) en de onder vrijwaringsprocedure (11094103 CV 24-3215): [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] te veroordelen om aan [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] te betalen al datgene waartoe [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] als gedaagde in de onder vrijwaringszaak jegens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] B.V. mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling; [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] daarnaast te veroordelen in de kosten van het geding in deze onder onder vrijwaring, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval dat voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor de voldoening, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.9.3. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] voert bij dagvaarding aan dat [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] haar dient te vrijwaren, omdat - kort gezegd - [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] , als hoofduitvoerder en projectverantwoordelijke (zie in dat kader ook het VGM-plan dat als productie 4 wordt overgelegd) verantwoordelijk was voor het dagelijkse toezicht en de veiligheid op de werkplek. Het was ook [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] die verantwoordelijk was voor het opstellen van het VGM-projectplan en die dit plan ook heeft opgesteld. Voor wat betreft de inhoud van het VGM-plan wijst [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] erop dat in artikel 5.5. is bepaald dat de uitvoerder, dus [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] , verantwoordelijk is voor het dagelijks toezicht op de veiligheid op het project. Ook is hij daarmee de aangewezen VGM-functionaris op het project. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] merkt verder nog op dat er tweewekelijks een bouwvergadering plaatsvond. Dergelijke bouwvergaderingen zien op de voortgang van het project en niet op de veiligheid. De veiligheid, zeker de dagelijkse veiligheid op de werkplek, was een duidelijke verantwoordelijkheid van [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] .</p>\n<p class=\"lf-p\">6.9.4. [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering tot (onder onder) vrijwaring, met veroordeling van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in de kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe voert [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] aan dat niet hij, maar [A] ( [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ) als projectleider en als KAM-coördinator met de veiligheid was belast, zodat op [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ook de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid rust voor zover veiligheidsaspecten in het geding zijn. [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] wijst in dit verband op: de maandelijkse en wekelijkse (veiligheids)inspectierondes onder leiding van [A] , die duidelijk maken dat de (eind) verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de bouwplaats niet bij [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] ligt, maar bij [A] , [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] voerde de opdrachten uit die door [A] werden gegeven. [A] gaf aan [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] opdracht tot het laten maken van een trapafdichting. Op de uitvoering daarvan is door verantwoordelijke [A] nimmer enige aanmerking gemaakt bij een van zijn inspectierondes nadien.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling van de kantonrechter 6.9.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze onder onder vrijwaringsprocedure is de vraag aan de orde of (en in hoeverre) [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] draagplichtig is met betrekking tot de schade waarvoor [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] als gedaagde in de onder vrijwaring jegens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] moet worden veroordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] niet draagplichtig is jegens [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] en overweegt daartoe het volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.9.6. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] baseert zich in haar vordering op de stelling dat [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] , als hoofduitvoerder en projectverantwoordelijke verantwoordelijk was voor het dagelijkse toezicht en de veiligheid op de werkplek. Daarbij beroept zij zich op het VGM-plan, maar zoals tijdens de mondelinge behandeling gebleken en hiervoor reeds overwogen is dat plan door beiden, [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] en [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] , niet ondertekend, omdat zoals [A] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard “het VGM-plan niet klopte”. Hieruit kan dus niet worden afgeleid dat [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] , die in het VGM-plan is betiteld als ‘hoofduitvoerder’ en ‘projectverantwoordelijke’ verantwoordelijk was voor het dagelijkse toezicht en de veiligheid op de werkplek. Er was namelijk geen projectleider of hoofdaannemer aangesteld op de bouwplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwvergaderingen en wekelijks of maandelijks gehouden inspectierondes zagen op de voortgang van het project en niet zozeer op de veiligheid, hebben beide partijen verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststaat dat [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] de houten afdekplaat heeft laten maken. Echter, [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] was niet als ‘(hoofd)uitvoerder’ verantwoordelijk voor de veiligheid, zoals door [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in deze onder onder vrijwaringsprocedure is aangevoerd. Immers, zoals gebleken is tijdens de mondelinge behandeling, is de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de werkplek (en het toezicht en de naleving van veiligheidsvoorschriften door alle bij de bouw van het pand betrokken partijen) nooit belegd bij [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] (of één van de andere partijen), terwijl het de taak van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] was om de juiste partijen in te schakelen en namens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] de overeenkomsten met die partijen aan te gaan om zo het bouwproces volledig gecontroleerd te laten verlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.9.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De conclusie van het voorgaande is dat de vordering van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] op [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] wordt afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proceskostenveroordeling 6.9.8. [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] is de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] worden begroot op:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 677,00 6.10.</div>\n<p class=\"lf-p\">Al het vorenstaande leidt tot de volgende beslissingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De beslissing in de hoofdzaak (10486568 CV EXPL 23-2614) De kantonrechter:</p>\n<p class=\"lf-p\">7.1. verklaart voor recht dat: [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] , [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval van 7 mei 2020 geleden en nog te lijden schade;</p>\n<p class=\"lf-p\">AIG, NN en ASR op grond van de directe actie ex art. 7:954 BW (hoofdelijk) verplicht zijn de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van het ongeval van 7 mei 2020 geleden en nog te lijden schade volledig te vergoeden aan [eiser CV 23-2614] , 7.2. veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des de ene partij betaalt aan [eiser CV 23-2614] de ander is gekweten voor dat bedrag, tot vergoeding van de door [eiser CV 23-2614] ten gevolge van voornoemd ongeval van 7 mei 2020 geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, 7.3. veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 3.196,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 7.4. veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 7.5. verklaart dit vonnis, voor wat betreft de veroordelingen tot betaling, uitvoerbaar bij voorraad, 7.6. wijst het meer of anders gevorderde af.</p>\n<p class=\"lf-p\">8De beslissing in de vrijwaringszaken met [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] als eisende partij (en de daaraan gelieerde onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] tegen [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] ) 10837527 CV EXPL 23-7712 ( [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] tegen [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] ):</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter:</p>\n<p class=\"lf-p\">8.1. wijst de vrijwaringsvordering van [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] jegens [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] af, 8.2. veroordeelt [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 8.3. veroordeelt [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 8.4. verklaart dit vonnis, voor wat betreft de veroordelingen tot betaling, uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">10837521 CV EXPL 23-7711 ( [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] ):</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter:</p>\n<p class=\"lf-p\">8.5. wijst de vrijwaringsvordering van [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] jegens [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] af, 8.6. veroordeelt [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 8.7. veroordeelt [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 8.8. verklaart dit vonnis, voor wat betreft de veroordelingen tot betaling, uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">11094103 CV EXPL 24-3215 ( [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] tegen [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in onder vrijwaring) De kantonrechter:</p>\n<p class=\"lf-p\">8.9. wijst de vorderingen af, 8.10. compenseert de kosten van deze onder vrijwaringszaak, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10837488 CV EXPL 23-7710 ( [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] tegen NN) De kantonrechter:</p>\n<p class=\"lf-p\">8.11. veroordeelt NN om aan [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] te betalen datgene, waartoe [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser CV 23-2614] mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling, 8.12. veroordeelt NN in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als NN niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 8.13. veroordeelt NN tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 8.14. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>De beslissing in de vrijwaringszaak met [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR als eisende partij (en de daaraan gelieerde onder vrijwaring van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] tegen [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] en de onder onder vrijwaring van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] jegens [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] ) 10843103 CV EXPL 23-7751 ( [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR tegen [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] ) De kantonrechter:</div>\n<p class=\"lf-p\">9.1. veroordeelt [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] om aan [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR al datgene te voldoen waartoe [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR in de hoofdzaak jegens [eiser CV 23-2614] worden veroordeeld, 9.2. veroordeelt [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] in de proceskosten van € 1.025,26, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 9.3. veroordeelt [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] en [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 9.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">11093547 CV EXPL 24-3213 ( [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] tegen [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in onder vrijwaring) De kantonrechter:</p>\n<p class=\"lf-p\">9.5. veroordeelt [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] tot betaling van een gedeelte van 60% van hetgeen waartoe [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] in de vrijwaringszaak jegens ASR en [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] wordt veroordeeld, met inbegrip van de proceskostenveroordeling, 9.6. compenseert de kosten van deze onder vrijwaringszaak, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.7. wijst het meer of anders gevorderde af, 9.8. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">11391055 CV EXPL 24-7944 ( [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] tegen [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] in onder onder vrijwaring) 9.9. wijst de onder onder vrijwaringsvordering van [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] jegens [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] af, 9.10. veroordeelt [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 9.11. verklaart dit vonnis, voor wat betreft de veroordeling tot betaling, uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Zandman en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie de nota van de deurwaarder aan de gemachtigde van [eiser CV 23-2614] (productie 43 bij dagvaarding).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook op de houten afdekplaat is witte verf zichtbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 45 ingebracht door [eiser CV 23-2614] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 46 ingebracht door [eiser CV 23-2614] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Een Veiligheid-,Gezondheid- en Milieuplan (VGM-plan) beschrijft hoe een opdrachtgever of aannemer de veiligheid, gezondheid en milieuzorg waarborgt tijdens de uitvoering van werkzaamheden (op de bouwplaats).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een Kwaliteit- Arbeidsomstandigheden- en Milieu-coördinator (KAM-coördinator) is verantwoordelijk voor het opzetten, uitvoeren en bewaken van beleid op het gebied van onder meer veiligheid Zie HR 5 november 1965, NJ 1966, 136 en de nadien in de jurisprudentie ontwikkelde gezichtspunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomst van 6 december 2018, productie 1 bij conclusie van antwoord houdende incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van [gedaagde 3 CV 23-2614 &amp; eiser CV 23-7712 &amp; 23-7711 &amp; gedaagde 2 CV 23-7751 &amp; gedaagde CV 24-7944] in de hoofdzaak Zie productie 42 aan de zijde van [eiser CV 23-2614] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 2 bij de conclusie van antwoord van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] en ASR. [eiser CV 23-2614] rekende € 2,25 a € 2,75 per vierkante meter, waarbij reiskosten (behoudens in geval van meerwerk) en klein materiaal, zoals tape, maar ook de verfspuiten, zijn inbegrepen. [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] bracht € 8,50 per vierkante meter bij [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] in rekening, met optionele meerprijzen. [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] verklaarde bijvoorbeeld tegenover de Inspectie SZW dat hij één keer per week op de bouwplaats was en dan ook naar de veiligheid keek. [eiser CV 23-2614] verwijst hierbij naar de laatste bladzijde van het VGM-plan van [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 40 bij dagvaarding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 3 bij conclusie van antwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 4 bij conclusie van antwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 5 van deze dagvaarding in vrijwaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 3 bij de dagvaarding in vrijwaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 3 bij dagvaarding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 25 april 1986, ECLI:NL:HR:1096:AC9329 en HR 29 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:153. [gedaagde 5 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7712 &amp; eiser CV 23-7751] heeft [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] de in artikel 233 onder b BW bedoelde redelijke mogelijkheid geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, omdat hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld op een zodanige wijze dat deze door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie productie 1 van het incident tot oproeping in onder onder vrijwaring, tevens conclusie van antwoord in onder vrijwaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1394.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals blijkt uit productie 1 bij incidentele conclusie tot onder vrijwaring zag 60% van de betaling van [gedaagde 1 CV 23-2614 &amp; gedaagde CV 23-7711 &amp; 23-7751 &amp; eiser CV 24-3213 &amp; 24-3215] aan [gedaagde CV 24-3213 &amp; 24-3215 &amp; eiser CV 24-7944] op het bouwproces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie rechtsoverwegingen 5.3.2. en 6.8.10.</p></div>", "next": 0}