{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De verdediging heeft aangevoerd dat [verdachte] en [medeverdachte] mochten vertrouwens op het juridisch advies van de advocaten en notarissen die betrokken waren bij de Canada-transacties. De verdediging gaat daarbij ten onrechte voorbij aan de eigen verantwoordelijkheid en de kennis die [verdachte] en [medeverdachte] zelf hadden. Zij konden de faillissementen van [bedrijf 5] BV en [verdachte] voorzien en wisten ook – in tegenstelling tot de bedoelde advocaten en notarissen – dat de vordering van [medeverdachte] op [verdachte] , zoals zij die gepresenteerd hebben, niet daadwerkelijk bestond. Door die vordering als legitiem te presenteren, hebben zij hun advocaten en notarissen om de tuin geleid. Door die niet bestaande vordering ten grondslag te leggen aan de Canada-transacties, hebben [verdachte] en [medeverdachte] het ertoe geleid dat vermogen naar [medeverdachte] is gevloeid waar zij geen recht op had.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het geven van feitelijke leiding aan de bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van [bedrijf 5] BV door [bedrijf 5] BV tezamen en in vereniging met [bedrijf 2] BV, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn eigen schuldeisers, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] .</div>\n<p class=\"lf-p\">3.8 Witwassen (feit 5) 3.8.1 Feiten en omstandigheden Vanaf 16 juni 2011 was [bedrijf 7] BV rechthebbende ten aanzien van de [bedrijf 35] -claim. [bedrijf 35] was verplicht om deze lening gedurende vijf jaar af te lossen, uiterlijk op 10 mei 2016. De lening werd echter vervroegd afbetaald; de laatste betaling vond plaats in oktober 2014. De aflossing en rente werden aanvankelijk door [bedrijf 35] betaald op de bankrekening van [bedrijf 23] . Op 8 september 2014 gaf [medeverdachte] instructies aan [bedrijf 35] om de betalingen over te maken op haar persoonlijke bankrekening met nummer [rekeningnummer 5] bij de National Bank of Abu Dhabi. [naam 15] , vice-president van [bedrijf 35] , aarzelde gelet op advies van een advocaat om betalingen te verrichten naar een (offshore) bankrekening van [medeverdachte] , een natuurlijk persoon die de lening niet verstrekt had en evenmin direct rechthebbende was ten aanzien van de vordering. Op 30 september 2014 verzocht [naam 15] [verdachte] om zijn instemming om de betalingen te verrichten op een bankrekening van de advocaat van (het) [verdachte] (-concern) in Canada. Daarop antwoordde [verdachte] op 30 september 2014 dat [bedrijf 35] wat hem betreft de instructies van [medeverdachte] als directeur van [bedrijf 7] BV en aandeelhouder van [bedrijf 23] kon volgen. Op 21 oktober 2014 werd namens [bedrijf 35] dan toch opdracht gegeven voor betaling van CAN $ 7.100.000,-- naar de bankrekening van [medeverdachte] bij de National Bank of Abu Dhabi (de zogenaamde “cash-out”).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.8.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] en [medeverdachte] tezamen en in vereniging de herkomst, de aard en de vindplaats van de [bedrijf 35] -claim hebben verhuld. Daarnaast hebben zij de vordering omgezet, door deze te laten uitbetalen op de persoonlijke bankrekening van [medeverdachte] en vervolgens van dat geld te leven in [buitenland] .</p>\n<p class=\"lf-p\">3.8.3 Het standpunt van de verdediging Gelet op de verweren ten aanzien van de onder 4 tenlastegelegde bedrieglijke bankbreuk, heeft de verdediging verzocht om vrijspraak van witwassen. De Canada-transacties waren niet frauduleus; de vordering op [bedrijf 9] was niet van misdrijf afkomstig.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.8.4 Het oordeel van de rechtbank [verdachte] en [medeverdachte] wordt verweten dat zij de vordering op [bedrijf 9] ter hoogte van CAN $ 7.100.000,-- (de [bedrijf 35] -claim), de aandelen in [bedrijf 9] en een geldbedrag van CAN $ 7.100.000,-- (de cash-out van de [bedrijf 35] -claim) hebben witgewassen. Voor een bewezenverklaring is vereist dat deze vordering, deze aandelen en dit geldbedrag afkomstig zijn uit enig misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank oordeelt daarover als volgt. [verdachte] heeft de vordering op [bedrijf 9] BV van € 4.926.621,-- (de [bedrijf 35] -claim) aan zijn boedel onttrokken door deze over te dragen aan [medeverdachte] . Daarmee was de bedrieglijke bankbreuk van de [bedrijf 35] -claim, zoals overwogen in 3.7.4, voltooid. Op dat moment had [medeverdachte] dus een voorwerp (namelijk: de [bedrijf 35] -claim) voorhanden, terwijl dat afkomstig was uit enig misdrijf. Bij de beoordeling van de vraag of deze vordering is witgewassen, gaat het daarom naar het oordeel van de rechtbank om handelingen die pas na dat moment zijn verricht. [medeverdachte] heeft vervolgens de [bedrijf 35] -claim overgedragen aan [bedrijf 7] BV. Door instructies te geven om de vordering uit te betalen op haar persoonlijke rekening in [buitenland] , heeft [medeverdachte] bewerkstelligd dat zij vordering in privé inde (de cash-out). De rechtbank acht daarmee bewezen dat [medeverdachte] de vordering op [bedrijf 9] BV heeft witgewassen door deze over te dragen (aan [bedrijf 7] BV) en om te zetten in giraal geld en dat zij het geldbedrag van CAN $ 7.100.000,-- heeft witgewassen door deze te verwerven en voorhanden te hebben. [verdachte] heeft aan [naam 15] , vice-president van [bedrijf 35] , bevestigd dat die de instructies van [medeverdachte] omtrent de uitbetaling kon volgen, terwijl [bedrijf 35] daarover negatief was geadviseerd door haar advocaat en (mede) als gevolg daarvan grote aarzelingen had. [naam 15] stelde een alternatieve ontvanger voor, namelijk een advocaat van [verdachte] en/of van één van de [verdachte] -vennootschappen, maar [verdachte] benadrukte dat hij toestemming gaf voor uitbetaling aan [medeverdachte] en dat dit wat [verdachte] betreft ook de logische route was. Naar aanleiding van het e-mailbericht van [verdachte] is [bedrijf 35] overgegaan tot uitbetaling aan [medeverdachte] . Deze interventie van [verdachte] is daarmee bepalend geweest voor het innen van de vordering door [medeverdachte] . De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] hiermee een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd om van medeplegen te kunnen spreken bij het omzetten van de vordering (de [bedrijf 35] -claim) in giraal geld en het verwerven en voorhanden hebben van het geldbedrag (de cash-out).</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht niet bewezen dat [medeverdachte] en/of [verdachte] gedragingen hebben verricht die gericht waren op de verhulling of verberging van de criminele herkomst van de [bedrijf 35] -claim of de cash-out daarvan. Weliswaar is de [bedrijf 35] -claim door de Canada-transacties vele malen overgedragen via een ingewikkelde route, waardoor het moeilijk te volgen is/was wie op welk moment de rechthebbende van die vordering was, maar die constructie maakte strikt genomen deel uit van de bedrieglijke bankbreuk, het gronddelict voor het witwassen, en is dus geen onderdeel van het witwassen zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel het dossier aanwijzingen bevat dat [verdachte] en [medeverdachte] vervolgens gebruik hebben gemaakt van het geld door hiervan te leven in [buitenland] , ziet de rechtbank daarvoor geen wettig en overtuigend bewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu de rechtbank, zoals in 3.7.4 is overwogen, niet tot bewezenverklaring komt van onttrekking van de aandelen in [bedrijf 9] aan enige toekomstige faillissementsboedel, kan – nog los van de vraag of [verdachte] en [medeverdachte] ten aanzien van die aandelen enige witwashandeling kan worden toegedicht – niet worden vastgesteld dat deze aandelen van misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank spreekt verdachten van dit onderdeel vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie De rechtbank acht op grond van voorgaande overwegingen bewezen dat</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[verdachte] en [medeverdachte] tezamen en in vereniging de [bedrijf 35] -claim hebben omgezet en het geldbedrag van CAN $ 7.100.000,-- hebben verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat deze vordering en dit geldbedrag afkomstig waren uit enig misdrijf.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.9 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 4 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>hij in de periode van 07 september 2012 tot en met 16 april 2013, in Nederland en/of in Zwitserland, terwijl hij, verdachte, bij vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch van 16 april 2013, in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeiser(s), een goed aan de boedel heeft onttrokken, en om niet, heeft vervreemd, immers heeft hij, verdachte, - zakelijk omschreven - het (bloot) eigendom van het onroerend goed (belast met vruchtgebruik), te weten een perceel grond genummerd [perceel 1] , gemeente [gemeente] , [plaats 2] en (met daarop) een chalet/woning - onverplicht en op onzakelijke grond(en) en zonder reële en zakelijke tegenprestatie - middels een volmacht/schenkingsakte geschonken en overgedragen aan en op naam gesteld van zijn, verdachtes (vijf) kinderen, te weten [naam 2] (geboren [geboortedatum 2] 1994) en [naam 3] (geboren [geboortedatum 3] 1996) en [naam 4] (geboren [geboortedatum 4] 1998) en [naam 5] (geboren [geboortedatum 5] 2001) en [naam 6] (geboren [geboortedatum 6] 2005), en (daardoor) dat onroerend goed uit het zicht en de macht van de - latere - curatoren gebracht en gehouden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>hij in de periode van 05 maart 2011 tot en met 31 maart 2014 in Nederland en in Zwitserland, tezamen en in vereniging met de Stichting [stichting 1] en [bedrijf 1] , terwijl hij, verdachte, bij vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant te 's-Hertogenbosch van 16 april 2013, in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeiser(s) goederen aan de boedel heeft onttrokken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders - onverplicht en zonder reële en/of zakelijke tegenprestatie en/of door de koopprijs te verrekenen met een niet bestaande schuld - zakelijk omschreven - op 5 maart 2011 dertien voertuigen/auto's, te weten een:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche Carrera GT (chassisnr. [chassisnummer 1] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche 911 GT3 RS (chassisnr. [chassisnummer 2] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche 911 GT3 RS (chassisnr. [chassisnummer 3] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche 911 GT2 (chassisnr. [chassisnummer 4] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes McLaren SIR 722 (chassisnr. [chassisnummer 5] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes GSS AMG XXI (chassisnr. [chassisnummer 6] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes McLaren SIR cabriolet (chassisnr. [chassisnummer 7] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes CL65 AMG (chassisnr. [chassisnummer 8] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes G420 CDI (chassisnr. [chassisnummer 9] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Aston Martin Vanquish (chassisnr. [chassisnummer 10] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Ferrari 599 GTB (chassisnr. [chassisnummer 11] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes SL65 AMG (chassisnr. [chassisnummer 12] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes SLS-AMG (chassisnr. [chassisnummer 13] ), verkocht voor een bedrag van EUR 1.983.806 aan de Stichting [stichting 1] (waarin vermogen ten behoeve van zijn, verdachtes (vijf) kinderen, te weten [naam 2] (geboren [geboortedatum 2] 1994) en [naam 3] (geboren [geboortedatum 3] 1996) en [naam 4] (geboren [geboortedatum 4] 1998) en [naam 5] (geboren [geboortedatum 5] 2001) en [naam 6] (geboren [geboortedatum 6] 2005), werd ondergebracht), en/of op 23 augustus 2012 een geldbedrag van EUR 230.000 betaald aan [bedrijf 10] B.V. in verband met de aankoop van een Mercedes G65 AMG (chassisnr. [chassisnummer 14] op naam van [bedrijf 1] en/of de Stichting [stichting 1] ) waarbij de betaling is geschied vanaf verdachtes privé bankrekening bij de Banque Cantonale du Valais, en/of op 17 september 2013 middels een Vaststellingsovereenkomst IV tussen de Stichting [stichting 1] , [bedrijf 1] en [medeverdachte] vastgesteld en/of doen vaststellen dat [bedrijf 1] het juridisch eigendom en de Stichting [stichting 1] het economisch eigendom van deze Mercedes G65 AMG hebben gekocht op 21 augustus 2012 en geleverd gekregen tegen voldoening van de koopprijs van EUR 230.000 door hem, verdachte, en waarna de Stichting [stichting 1] een schuld heeft verkregen aan hem, verdachte van EUR 230.000 welke schuld is verrekend met de niet bestaande vordering van de Stichting [stichting 1] op hem, verdachte, en vervolgens op 09 januari 2014 middels een overeenkomst “overdracht ten titel van beheer” de volgende auto‘s overgedragen en/of doen overdragen aan en/of op naam gesteld en/of doen stellen van de Stichting [stichting 2] :</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche Carrera GT (chassisnr. [chassisnummer 1] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche 911 GT3 RS (chassisnr. [chassisnummer 2] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes McLaren SIR 722 (chassisnr. [chassisnummer 5] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes GSS AMG XXI (chassisnr. [chassisnummer 6] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes McLaren SIR cabriolet (chassisnr. [chassisnummer 7] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes CL65 AMG (chassisnr. [chassisnummer 8] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes G420 CDI (chassisnr. [chassisnummer 9] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Aston Martin Vanquish (chassisnr. [chassisnummer 10] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Ferrari 599 GTB (chassisnr. [chassisnummer 11] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes SL65 AMG (chassisnr. [chassisnummer 12] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes SLS-AMG (chassisnr. [chassisnummer 13] ), en aldus een geldbedrag van EUR 230.000 heeft onttrokken aan de boedel, en aldus voornoemde auto‘s uit het zicht en de macht van de - latere - curatoren gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de besloten vennootschap [bedrijf 5] B.V. op of omstreeks 16 juni 2011 in Nederland, tezamen en in vereniging met [bedrijf 2] B.V., terwijl [bedrijf 5] B.V. bij vonnis van de Rechtbank Amsterdam op 7 april 2015 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s) een goed aan de boedel heeft onttrokken, immers hebben zij, verdachte en haar mededader, in het kader van de aflossing van een schijnschuld - zakelijk omschreven - een betaling gedaan van een bedrag van EUR 300.000 aan [bedrijf 2] B.V. en aldus voornoemd geldbedrag uit het zicht en/of de macht van de - latere - curatoren gebracht, zulks terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging; en hij op 16 juni 2011 in Nederland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] , terwijl hij, verdachte, bij vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch van 16 april 2013 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeiser(s) een goed aan de boedel heeft onttrokken, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader, in het kader van de aflossing van een schijnschuld, een vordering op [bedrijf 9] B.V. van EUR 4.926.621 aan [medeverdachte] overgedragen en aldus voornoemde vordering (ter waarde van dat geldbedrag) uit het zicht en/of de macht van de - latere - curatoren gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>hij in de periode van 16 juni 2011 tot en met heden, in Nederland en/of in de Verenigde Arabische Emiraten, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] , zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen door b. voorwerpen, te weten een vordering op [bedrijf 9] van ca. CAN $ 7.100.000 (omgerekend ca. EUR 4.928.841) en een geldbedrag van ca. CAN $ 7.100.000 (omgerekend ca. EUR 4.928.841), welk bedrag is gestort op de bankrekening [rekeningnummer 4] (ten name) van die [medeverdachte] (zijnde zijn partner in die periode), te verwerven, voorhanden te hebben en om te zetten, terwijl hij wist dat deze voorwerpen - onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.</div>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 4.1 Feit 5 4.1.1 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat sprake is van een kwalificatie-uitsluitingsgrond. Het verwijt aan [verdachte] en [medeverdachte] betreft het witwassen van voorwerpen die afkomstig zijn uit eigen misdrijf. [verdachte] en [medeverdachte] hebben geen handelingen verricht die gericht zijn op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de voorwerpen. Het feit kan daarom niet worden gekwalificeerd als witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1.2 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft bewezenverklaard dat [verdachte] en [medeverdachte] tezamen en in vereniging de [bedrijf 35] -claim hebben omgezet en het geldbedrag van CAN $ 7.100.000,-- hebben verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat deze voorwerpen afkomstig waren uit eigen misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval dat het (in art. 420bis lid 1 ahf/onderdeel b Sr strafbaar gestelde en onder 5 bewezenverklaarde) witwassen betrekking heeft op voorwerpen onmiddellijk afkomstig uit eigen misdrijf, dient er sprake te zijn van een handeling die erop is gericht om de crimineel verkregen voorwerpen veilig te stellen. Indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de voorwerpen, kan die gedraging niet als witwassen worden gekwalificeerd. In dergelijke gevallen moet sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die gericht is op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwalificatie-uitsluitingsgrond is in beginsel niet van toepassing als naast het ‘voorhanden hebben’ dan wel ‘verwerven’ óók (of slechts) ‘overdragen’, ‘gebruikmaken’ of ‘omzetten’ bewezen is verklaard. Die gedragingen hebben immers een nadrukkelijker verhullend karakter dan verwerven of voorhanden hebben. Toch is dat anders als het bijzondere geval zich voordoet dat zulk overdragen, gebruikmaken of omzetten van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de regel is sprake van zo’n bijzonder geval wanneer het ‘omzetten’ of ‘overdragen’ heeft bestaan uit het enkele storten op een eigen bankrekening van contante geldbedragen die onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig zijn. Ook hier geldt dat een dergelijk geval slechts de kwalificatie van ‘witwassen’ kan dragen als de gedragingen of het geheel van gedragingen een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen gericht karakter heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals onder 3.8.4 overwogen, is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van gedragingen die zijn gericht op het verhullen of verbergen van de criminele herkomst van vordering en/of de uitbetaling daarvan. De rechtbank is van oordeel dat het enkele omzetten van de vordering in giraal geld – en het als gevolg daarvan verwerven en voorhanden hebben van dit geldbedrag – niet wezenlijk verschilt van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu niet kan worden vastgesteld dat het verwerven, voorhanden hebben en/of omzetten van de vordering op [bedrijf 9] en het geldbedrag ter hoogte van CAN $ 7.100.000,-- een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst gericht karakter heeft gehad, kan het onder 5 bewezen verklaarde feit niet als witwassen worden gekwalificeerd, zodat [verdachte] ten aanzien hiervan dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Conclusie De overige bewezenverklaarde feiten zijn strafbaar gesteld in artikel 341 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van deze feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 het misdrijf: bedrieglijke bankbreuk; feit 2: het misdrijf: het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk; feit 4: het misdrijf: feitelijke leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">5De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6De op te leggen straf of maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. [verdachte] stond aan het hoofd van een groot vastgoedconcern. Middels de tot het concern behorende vennootschappen verwierf hij vele vastgoedprojecten, sommige van grote waarde. Deze projecten financierde hij met leningen van verschillende banken. Overwaarde werd geherfinancierd, zodat nieuwe investeringen konden worden gedaan. Zo ontstond onder de leiding van [verdachte] een grote schuldenlast, die ultimo 2010 was opgelopen tot een totaalbedrag van ruim € 750 miljoen. [verdachte] ging in privé ook grote schulden aan, door zich als (hoofdelijk) schuldenaar of garantsteller te verbinden aan de hiervoor bedoelde en andere leningen. Het totaal van die leningen en garantstellingen bedroeg eind 2010 ruim € 200 miljoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het concern en [verdachte] werden hard geraakt door de financiële crisis, die in 2007 ontstond. Halverwege 2010 leidde het gebrek aan inkomsten tot nog grotere liquiditeitskrapte als gevolg waarvan betalingsachterstanden ontstonden of opliepen, met opzeggingen van verschillende kredieten tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf begin oktober 2010 waren de faillissementen van [verdachte] en de tot het [verdachte] -concern behorende vennootschappen voorzienbaar. Tegen die achtergrond heeft [verdachte] , deels samen met [medeverdachte] , vermogen onttrokken aan zijn eigen faillissementsboedel en de boedel van [bedrijf 5] BV, teneinde hun eigen financiële belangen veilig te stellen. Deze onttrekkingen betreffen een chalet in [plaats 2] met een waarde na aftrek van schuld van ruim € 750.000,--, een naar [buitenland] verscheept wagenpark met een waarde van ruim € 1,2 miljoen en, middels een reeks complexe frauduleuze transacties, geldbedragen van in totaal ruim € 5,2 miljoen. Het veroorzaakte nadeel bedraagt in totaal dus circa € 7,2 miljoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit alles ten koste van zijn eigen schuldeisers en die van de vennootschappen behorend tot het concern, waaronder de banken die hem en het concern leningen hadden verstrekt. [verdachte] heeft met zijn listige handelen enkel oog gehad voor zijn eigen vermogenspositie en zijn verantwoordelijkheid jegens het concern en alle personen die daarbij waren betrokken zoals de werknemers, de schuldeisers waaronder de banken en de maatschappij in het algemeen volstrekt verzaakt en het vertrouwen dat men in hem had en moest kunnen hebben ernstig geschaad. Hoewel de rechtbank [medeverdachte] verantwoordelijk houdt voor haar eigen gedragingen, ziet de rechtbank [verdachte] als initiator van de strafbare feiten, waarvan beiden samen profijt hebben getrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het nadeel van [verdachte] houdt de rechtbank verder rekening met het feit dat hij omstreeks eind 2013 het land heeft verlaten en zich zo aan zijn berechting heeft willen onttrekken. Ook de verzoeken om onder zijn voorwaarden fysiek dan wel digitaal aan het strafproces ter zitting te kunnen deelnemen getuigen van een onwil om zich te voegen naar het Nederlandse rechtssysteem, zoals dat van een ieder wordt verwacht. [verdachte] heeft ervoor gekozen om in deze strafzaak niet te verschijnen ter zitting, hij heeft geen verklaring afgelegd en hij heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Dat alles neemt de rechtbank hem zeer kwalijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende [verdachte] van 27 maart 2024. Hieruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Deze veroordeling ziet op een ander deel van het onderhavige onderzoek, namelijk het niet voldoen aan zijn inlichtingenplicht in de faillissementen. Hierdoor is artikel 63 Sr van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank houdt bij de strafoplegging verder rekening met de rechterlijke oriëntatiepunten voor fraude. Bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000.000,-- wordt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden als startpunt aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel [verdachte] wordt vrijgesproken van de onttrekking van de inventaris van [locatie 3] en ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde witwassen, is dat voor de rechtbank geen reden om een lagere straf op te leggen dan de officier van justitie heeft gevorderd. De ernst van de gepleegde feiten, de hoogte van het nadeel en de rol die [verdachte] bij het plegen van de feiten heeft gespeeld, rechtvaardigen een langdurige gevangenisstraf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Redelijke termijn De verdediging heeft aangevoerd dat de redelijke termijn is geschonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank neemt als uitgangspunt dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. De rechtbank overweegt dat de start van het onderzoek niet heeft te gelden als het aanvangs-moment van de redelijke termijn. Daarvoor is een daad van vervolging nodig. In dit geval is de datum van de dagvaarding de eerste ondubbelzinnige daad van vervolging. Op 31 januari 2023 is de eerste dagvaarding (die later is ingetrokken) uitgebracht. Op die datum is de redelijke termijn aangevangen. Nu het vonnis van de rechtbank ruim binnen twee jaar na die datum gewezen wordt, is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.4 De inbeslaggenomen voorwerpen De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de op de beslaglijst vermelde ordner geretourneerd kan worden aan de rechthebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal de teruggave aan de rechthebbende gelasten van de op de beslaglijst vermelde ordner met documenten, aangezien deze niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De vordering gevangenneming 7.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft de gevangenneming van [verdachte] gevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de vordering gevangenneming af te wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3 Het oordeel van de rechtbank [verdachte] heeft met zijn vertrek naar [buitenland] en voortdurende verblijf aldaar ervan blijk gegeven dat hij zich aan zijn berechting in Nederland wil onttrekken. Desalniettemin acht de rechtbank het niet opportuun om in deze fase van de behandeling van de strafzaak nog een bevel gevangenneming te geven. Daarbij neemt de rechtbank tevens in overweging dat voordat uitvoering aan een bevel gevangenneming kan worden gegeven, [verdachte] vanuit [buitenland] naar Nederland moet komen en een bevel gevangenneming voor een verzoek tot uitlevering van [verdachte] aan Nederland niet is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal daarom de vordering tot gevangenneming van [verdachte] afwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8Verzoeken tot het horen van getuigen Op de terechtzitting van 2 april 2024 is namens [verdachte] verzocht om het horen van een aantal getuigen en het inzien van de correspondentie tussen enerzijds OM/FIOD/Belastingdienst en anderzijds de curatoren/hun advocaat. De verdediging acht het horen van deze getuigen van belang voor het beantwoorden van de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden, en in het bijzonder of sprake is geweest van voorzienbare faillissementen en een schijnschuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdediging acht het van belang om de correspondentie tussen OM/FIOD/Belastingdienst en de curatoren/hun advocaat in te zien, om te kunnen onderzoeken wat de invloed van de curatoren op het opsporingsonderzoek is geweest en hoe het Openbaar Ministerie met de door de curatoren verstrekte informatie is omgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank heeft de beslissing op deze verzoeken ter zitting aangehouden, zodat de verzoeken beoordeeld kunnen worden mede in het licht van de uitgebreide standpunten van procespartijen in de vorm van het requisitoir, het pleidooi, de repliek en de dupliek, alsmede de laatste woorden van de verdediging namens de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mede gezien hetgeen de rechtbank hiervoor ten aanzien van de tenlastegelegde feiten heeft overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het horen van geen van de gevraagde getuigen van belang is voor enige door de rechtbank op grond van artikel 348 en 350 Sr te nemen beslissing. Ditzelfde geldt voor het inzien van de correspondentie tussen enerzijds OM/FIOD/Belastingdienst en anderzijds de curatoren/hun advocaat. Ook is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde getuigen en correspondentie niet kunnen bijdragen aan het nader onderbouwen van de verweren van de verdediging in die zin dat die verweren zouden kunnen slagen. De rechtbank wijst de verzoeken daarom af.</p>\n<p class=\"lf-p\">9De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 47 en 57 Sr.</p>\n<p class=\"lf-p\">10De beslissing De rechtbank: onderzoekswensen</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>wijst af de onderzoekswensen van de verdediging; vrijspraak</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; bewezenverklaring</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feiten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde strafbaar;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1 het misdrijf: bedrieglijke bankbreuk; feit 2: het misdrijf: het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk; feit 4: het misdrijf: feitelijke leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart dat het onder 5 bewezen verklaarde geen strafbaar feit oplevert en ontslaat verdachte op dat onderdeel van alle rechtsvervolging; strafbaarheid verdachte</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde; straf</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren; de in beslag genomen voorwerpen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gelast de teruggave van de op de beslaglijst vermelde ordner met documenten aan degene die als rechthebbende kan worden aangemerkt; vordering gevangenneming</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>wijst af de gevorderde gevangenneming.</div>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. H. Stam en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD met nummer 54300. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vennootschappen/faillissementen 1. Het vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant van 16 april 2013, faillissementsnummer 01/13/374 F (DOC-270), inhoudende, voor zover van belang: (…) Verklaart: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1964 te [geboorteplaats] , (…) in staat van faillissement. (…) 2. Het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 juni 2013, faillissementsnummer 01/13/374 F (DOC-139), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 16 april 2013.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het arrest van de Hoge Raad van 2 mei 2014, 13/03220, in de zaak van [verdachte] tegen ABN AMRO BANK N.V. (DOC-271), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">De Hoge Raad verwerpt het beroep.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 28 januari 2015, betreffende [bedrijf 6] BV (DOC-073), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 6] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum vestiging [datum 2] Vestiging Bezoekadres [vestigingsplaats 1] Enig aandeelhouder [verdachte] Uit functie 20-02-2003 Bestuurder [verdachte] Uit functie 14-11-2003 Oude handelsnamen zoals vastgelegd sinds 01-10-1993 Handelsnaam [bedrijf 11] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum ingang [datum 3] Datum einde [datum 4] Handelsnaam [bedrijf 6] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum ingang [datum 4] Datum einde [datum 5] 5. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 25 november 2015, betreffende [bedrijf 6] BV (DOC-157), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 6] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 6] Vestiging Bezoekadres [vestigingsplaats 1] Enig aandeelhouder Stichting [stichting 3] Enig aandeelhouder sedert 20-02-2003 Bestuurder [verdachte] Uit functie 14-11-2003 6. Het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 10 juni 2014, faillissementsnummer C/13/14/359 F, inhoudende, voor zover van belang: (…) De rechtbank:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart [bedrijf 6] B.V. voornoemd in staat van faillissement. (…) 7. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 15 april 2014, betreffende [bedrijf 5] BV (DOC-004), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 5] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 7] Vestiging Bezoekadres [vestigingsplaats 2] Bestuurder [naam 16] 8. Het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 7 april 2015, faillissementsnummer C/13/15/162 F, inhoudende, voor zover van belang: (…) De rechtbank:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart [bedrijf 5] B.V. voornoemd in staat van faillissement; (…) 9. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 15 april 2014, betreffende [bedrijf 2] BV (DOC-005), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 2] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 8] Vestiging Bezoekadres [vestigingsplaats 1] Bestuurder [naam 16] 10. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 15 april 2014, betreffende [bedrijf 8] BV (DOC-009), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 8] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 9] Vestiging Bezoekadres [vestigingsplaats 1] Bestuurder [naam 16] 11. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 19 januari 2015, betreffende [bedrijf 7] BV (DOC-063), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 7] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 10] Vestiging Bezoekadres [adres 1] Bestuurder [medeverdachte] 12. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 15 april 2014, betreffende Stichting [stichting 1] (DOC-016), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam Stichting [stichting 1] Datum akte van oprichting [datum 11] Bestuurder [naam 17] Datum in functie [datum 11] 13. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 16 april 2015, betreffende Stichting [stichting 1] (DOC-016), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam Stichting [stichting 1] Datum akte van oprichting [datum 11] Bezoekadres [adres 1] Bestuurder [medeverdachte] Datum in functie 12-05-2014 Oude handelsnamen zoals vastgelegd sinds 01-10-1993 Handelsnaam Stichting [stichting 4] Datum ingang [datum 11] Datum einde [datum 12] 14. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 17 november 2014, betreffende Stichting [stichting 2] (DOC-044), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam Stichting [stichting 2] Datum akte van oprichting [datum 13] Vestiging Bezoekadres [adres 1] Bestuurder [medeverdachte] 15. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 19 januari 2015, betreffende Stichting [stichting 2] (DOC-044 inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 9] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 14] Vestiging Bezoekadres [adres 1] Enig aandeelhouder [bedrijf 7] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurder [bedrijf 7] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzienbaarheid faillissementen 16. Een schriftelijk bescheid, te weten het Bijzonder onderzoek [onderzoek] , Project [locatie 1] /VSO – VSO [verdachte] , Deelrapport 3, opgesteld door PWC op 24 april 2014 (DOC-439), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] [afbeelding] [afbeelding] [afbeelding] [afbeelding] 17. Een schriftelijk bescheid, te weten de Financieringsovereenkomst project ‘ [locatie 1] [plaats 5] ’, proj.nr. [leningnummer 1] , van 5 september 2006 tussen [verdachte] in privé en [naam 18] in privé enerzijds en ABN AMRO Bouwfonds N.V. anderzijds (DOC-376), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximaal door [bedrijf 21] aan kredietnemer ten behoeve van het project te verstrekken financiering zal bestaan uit de gedeeltelijke stichtingskosten van het project en de verwerving van de projectlocatie met een kredietlimiet van € 124.213.392, =, hierna te noemen \"kredietlimiet 2\". (…) 7.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De heren [verdachte] in privé en [naam 18] in privé verklaren door ondertekening van deze overeenkomst ieder als hoofdelijk debiteur aansprakelijk te zijn voor alle verplichtingen welke direct dan wel indirect uit deze overeenkomst voortvloeien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de Allonge bij financieringsovereenkomst [leningnummer 1] van 23 september 2009 (DOC-377), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Ondergetekenden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De heer [verdachte] in privé (…) 2. De besloten vennootschap [bedrijf 17] B.V. (…) hierna nader te noemen ‘toetreder’ 3. De besloten vennootschap [bedrijf 20] B.V. (…) Verklaren te zijn overeengekomen als volgt: (…) toetreder zal door ondertekening van deze allonge als hoofdelijk schuldenaar toetreden tot de financieringsovereenkomst vanaf 30 augustus 2009 en zij verklaart middels ondertekening van deze allonge jegens [bedrijf 20] als hoofdelijk schuldenaar aansprakelijk te zijn voor alle verplichtingen die [verdachte] blijkens de administratie van [bedrijf 20] nu of te eniger tijd jegens [bedrijf 20] heeft of zal hebben uit hoofde van de financieringsovereenkomst, onderhavige allonge en/of eventuele garanties of zoals deze eventueel al dan niet met kredietfaciliteiten later gewijzigd, aangevuld of verhoogd mocht worden.(…) middels de verhoging wordt de kredietlimiet van de financieringsovereenkomst verhoogd met € 8.987.000,- tot maximaal 133.200.392,- en [verdachte] en toetreder zijn hierover, naast de in de financieringsovereenkomst genoemde provisies, een extra afsluitprovisie van 89.870,-, een extra financieringsprovisie van € 89.870,- en een bedrag ad. 15.000,- terzake de beoordelingskosten verschuldigd, waarop de in de financieringsovereenkomst genoemde voorwaarden van toepassing zijn. De afsluitprovisie alsmede de beoordelingskosten zullen in mindering worden gebracht op het aan [verdachte] en/of toetreder uit te keren bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de [bedrijf 37] 2009 (DOC-239), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Op de bedrijfsruimtemarkt is het aanbod in een jaar tijd gestegen met 15% en daarmee komt het uit op 8,7 miljoen vierkante meter. De totale opname over 2009 komt met 1,9 miljoen vierkante meter iets hoger uit dan medio 2009 werd voorspeld. Vergeleken met 2008 is er evenwel sprake van een flinke dating met 42%. De afname van de vraag naar bedrijfsruimten kan verklaard worden door de afnemende wereldhandel ten gevolge van de dalende vraag naar consumptiegoederen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het kwartaalbericht december 2009 van [bedrijf 38] over de commerciële vastgoedmarkt (DOC-145), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Commerciële vastgoedmarkt in zwaar weer.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [verdachte] aan [naam 18] en [naam 13] van 14 oktober 2008 (bijlage 19 bij de ‘stukken [naam 19] 18 februari 2021’), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Op de vorige RvC zou de statutaire directie komen met een oplossing voor de liquiditeit en de onrust onder het personeel. (…) Dat in aanmerking nemend duldt de RvC geen uitstel, immers er moeten spijkers met koppen geslagen en acties ter voorbereiding op een deconfiture genomen worden als er geen oplossing komt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het Statusoverzicht [bedrijf 11] , versie 8 december 2008 (DOC-300), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Al met al menen wij dat [bedrijf 11] de juiste stappen zet om deze lastige tijd door te komen. Daarvoor heeft zij nu wel onze hulp nodig. Anders is niet uit te sluiten dat [bedrijf 11] in een deconfiture geraakt. Voor onze positie geldt dat er alsdan een grote inspanning nodig is om onze posities veilig te stellen/af te wikkelen. Kijkend naar de acties die [bedrijf 11] onderneemt en de behaalde resultaten, dan ontstaat het beeld dat zij in afgeslankte vorm zeker perspectief heeft. Ook wij zijn vanzelfsprekend bij de continuïteit van [bedrijf 11] gebaat.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">23.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten ‘ [bedrijf 11] : Status update &amp; Relatie Revisie’ opgesteld door [bedrijf 20] op 4 oktober 2011 (DOC-333), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Het concern rapporteerde over 2009, vnlk als gevolg van negatieve herwaarderingen een verlies van € 109 min (2008: -/- € 50 min) waardoor het zichtbaar eigen vermogen verder is uitgehold tot nog slecht € 15 min (positief) op een balanstelling van € 747 min, hetgeen als ruineus kan worden betiteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">24.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [verdachte] aan [naam 8] van 1 maart 2010 (bijlage 32 bij de ‘stukken [naam 19] 18 februari 2021’), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">We hebben voor een paar vennootschappen uitstel aangevraagd.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">25.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst geldlening van 7 september 2007 tussen [bedrijf 22] B.V. en HSH Nordbank AG (DOC-366).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van HSH Nordbank AG aan [bedrijf 22] B.V. van 22 april 2010 (DOC-367), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Dear Mr. [verdachte] , We refer to the Facility Agreement d.d. 07 September 2007 as well as the most valuation report of [bedrijf 39] d. d. 16.11.2009 as well as our letter dated 06.01.2010 about the notification of the breach of the LTV Covenant per 31.12.2009. (…) Referring to clause 17.1 (d) (ii) Financial ratios of the Facility Agreement no Event of Default shall arise if the aforementioned breach will be remedied satisfactory to us within 3 months after notification to the Borrower. As per today we have not noticed any repayment of the facility.</p>\n<p class=\"lf-p\">Therefore we hereby declare an Event of Default under the Facility Agreement d.d. 07 September 2007. Please make us clear how you want to cure the LTV Breach as soon as possible.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 11] aan [bedrijf 20] van 15 juli 2010 (DOC-301), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Door het uitblijven van de extra financiering die naar SNS weet aan het eind van het eerste kwartaal van dit jaar benodigd was, zijn wij vanaf mei genoodzaakt de betaling van rente en aflossingen van SNS te storneren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende verpanding vorderingen (tevens inhoudende rangwisseling) van 29 juni 2010 (DOC-401).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van ABN AMRO Private Banking aan [verdachte] van 30 juni 2010 (DOC-414a, vertaling), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">We hebben begrepen dat u bezig bent met de voorbereiding van de verkoop van \" [locatie 1] \", ` een gebouw in Nederland. In de offerte van 18 juni stond vermeld dat de kredietnemer binnen zes maanden na de hypotheekverstrekking tenminste 10 miljoen euro zal overmaken. We weten dat de verkoop van \" [locatie 1] \" gepland staat voor het 4e kwartaal 2011. We accepteren daarom dat de verkoopopbrengst, met een minimum van 10 miljoen euro, in plaats van in 2010 uiterlijk in 2012 wordt overgeschreven, zoals we eerder besproken hebben.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 20] aan [bedrijf 11] van 6 augustus 2010 (DOC-303), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Ten slotte hebben wij vastgesteld dat u sinds mei 2010 eenzijdig de termijnnota's storneert van diverse leningen die door [bedrijf 20] aan [bedrijf 11] B.V. en/of haar groepsonderdelen zijn verstrekt. Inmiddels is hierdoor een aanzienlijke achterstand in de betaling van rente en aflossing ontstaan waardoor deze leningen in default zijn geraakt. [bedrijf 20] behoudt zich alle rechten voor.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een Quick Scan over [bedrijf 11] van 30 mei 2011, opgemaakt door [bedrijf 40] (DOC-144), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Totale bankschuld en verplichtingen bankiers [bedrijf 11] is door diverse banken gefinancierd als onderstaand gepresenteerd. De uitstaande leningen per 31 augustus 2010 bedroegen in totaliteit € 757,8 mln. en zijn als volgt te verdelen: [afbeelding] 30. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 20] aan [bedrijf 17] B.V. van 28 september 2010 (DOC-305), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 30 september aanstaande expireert leningnummer [leningnummer 1] , betreffende de bouwfinanciering van project [locatie 1] te [plaats 5] . Hierover ontvangt u een dezer dagen een schriftelijk verzoek tot aflossing. (…) Om deze reden rest ons geen andere weg dan u te verzoeken om de lening per de aanstaande expiratiedatum of te lossen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">31.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 20] aan [bedrijf 17] B.V. en aan [verdachte] van 4 oktober 2010 (DOC-544), inhoudende, voor zover van belang: [bedrijf 17] B.V. en U in privé zijn hoofdelijk schuldenaren onder de financieringsovereenkomst d.d. 5 september 2006 terzake van ‘ [locatie 1] [plaats 5] ’, zoals gewijzigd bij allonge dd. 23 september 2009. De verstrekte financiering had uiterlijk jongstleden 30 september integraal afgelost moeten zijn, maar betaling is uitgebleven. U bent bij brief van 27 september jl. door [bedrijf 20] B.V, ( [bedrijf 20] ) ten overvloede op deze betalingsverplichting gewezen, maar ook op die brief heeft U niet gereageerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor sommeren wij U om binnen 7 dagen na heden - derhalve uiterlijk op vrijdag 8 oktober a.s. - aan uw betalingsverplichtingen jegens [bedrijf 20] te voldoen. Indien betaling wederom uitblijft behoudt [bedrijf 20] zich het recht voor om zonder nadere waarschuwing rechtsmaatregelen tegen U te nemen, executoriale on conservatoire maatregelen daaronder begrepen, zowel jegens [bedrijf 17] B.V. als jegens U in privé.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">32.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 20] aan veertien ondernemingen binnen het [verdachte] -concern van 4 oktober 2010 (DOC-306), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">De geadresseerden van deze brief zijn debiteuren onder de navolgende financieringsovereenkomsten: [afbeelding] (…) Hierdoor sommeren wij de geadresseerde vennootschappen om binnen 7 dagen na heden — derhalve uiterlijk op vrijdag 8 oktober a.s. — aan hun betalingsverplichtingen jegens [bedrijf 20] te voldoen. Indien betaling wederom uitblijft, behoudt [bedrijf 20] zich het recht voor om zonder nadere waarschuwing rechtsmaatregelen tegen de geadresseerde vennootschappen te nemen, executoriale en conservatoire maatregelen daaronder begrepen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">33.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een financieringsovereenkomst, project: ‘Additionele krediet – [locatie 2] en woningportefeuille [locatie 4] ’ van 29 december 2008 (DOC-481), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">5.1 De besloten vennootschappen [bedrijf 12] B.V., [bedrijf 41] B.V., [bedrijf 42] B.V., [bedrijf 43] B.V., [bedrijf 44] B.V., [bedrijf 45] B.V., [bedrijf 46] B.V., [bedrijf 47] B.V. en De heer [verdachte] in privé verklaren door ondertekening van deze overeenkomst ieder als hoofdelijk debiteur aansprakelijk te zijn voor alle verplichtingen welke direct danwel indirect uit deze overeenkomst voortvloeien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">34.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een Quick scan rapport [bedrijf 20] BV, betreffende Project [verdachte] van 23 december 2011 (DOC-384), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] [afbeelding] [afbeelding] [afbeelding] 35. Een schriftelijk bescheid, te weten het ‘Final draft report on findings of procedures on the Cash flow forecast’ van 13 december 2010, opgesteld door Deloitte (bijlage K bij de ‘Stukken [naam 19] 18 februari 2021’, p. 4), inhoudende, voor zover van belang: [bedrijf 11] forecasts that future SNS portfolio cash flows for the period Q3 2010 – Q4 2013 (excluding divestments) will not be sufficient to cover the debt service for this period. Currently, SNS Bank aims [bedrijf 11] to divest certain assets within the SNS portfolio in order to reduce assets and the outstanding loan balance.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">36.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de Rapportage administratief faillissementsonderzoek van de heer [verdachte] van 25 juni 2014, opgesteld door [bedrijf 48] (DOC-032, p. 56), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">9.10.4.2 Borgstellingen Bij ons zijn de volgende borgstellingen door de heer [verdachte] ten gunste van andere (rechts)personen bekend:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens [bedrijf 49] N.V. voor een bedrag van maximaal € 1.700.000 (zie Bijlage 124).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens [bedrijf 50] N.V. voor een bedrag van maximaal € 2.268.901 (zie Bijlage 125).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens [bedrijf 50] N.V. voor een bedrag van maximaal € 5.400.000 (zie Bijlage 126).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens [bedrijf 51] N.V. (nu genaamd: ABN AMRO) voor een bedrag van maximaal € 1.500.000 (zie Bijlage 127).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens [bedrijf 51] N.V. (nu genaamd: ABN AMRO) voor een bedrag van maximaal € 9.500.000 (zie Bijlage 128).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens [bedrijf 51] N.V. (nu genaamd: ABN AMRO) voor een bedrag van maximaal € 3.000.000 (zie Bijlage 129).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens [bedrijf 52] voor niet gemaximeerd bedrag (zie Bijlage 130).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens [bedrijf 53] N.V. voor een bedrag van € 2.500.000 (zie Bijlage 131).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">37.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het [bedrijf 6] B.V. 2009 financial report van 16 februari 2011 (DOC-236), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">For the financial year ended December 31, 2009, the loss before taxes amounts to EUR 74,329,918 (…). The group equity as at December 31,2009 amounts to EUR 51,148,749 negative.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">38.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het Waarderingsrapport van de (certificaten van) aandelen van [bedrijf 8] B.V. van 19 oktober 2012, opgesteld door [bedrijf 54] ( [nummer 1] , bij de aanvullende aangifte tegen [verdachte] / [medeverdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 19] van [bedrijf 55] ), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 3: Ons is door [bedrijf 25] medegedeeld dat voor 2010 de (de rechtbank begrijpt: goedkeurende) verklaring vanwege vragen rondom de continuïteit nog niet is afgegeven.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">39.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het Waarderingsrapport van de (certificaten van) aandelen van [bedrijf 2] B.V. van 19 oktober 2012, opgesteld door [bedrijf 54] ( [nummer 2] , bij de aanvullende aangifte tegen [verdachte] / [medeverdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 19] van [bedrijf 55] ), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 2: Ons is door [bedrijf 25] medegedeeld dat voor 2010 de (de rechtbank begrijpt: goedkeurende) verklaring vanwege vragen rondom de continuïteit nog niet is afgegeven.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">40.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten bijlage [nummer 3] , p.6, bij de aanvullende aangifte tegen [verdachte] / [medeverdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 19] van [bedrijf 55] , inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">De extern accountant, [bedrijf 25] , heeft tot en met 2009 de jaarrekeningen voorzien van een goedkeurende verklaring. Over 2010 is een dergelijke verklaring bij de jaarrekening van [bedrijf 5] B.V. nog niet afgegeven. De reden daarvoor is naar u ons mededeelde dat er vraagtekens zijn bij de continuïteit van de vennootschap(pen).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">41.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 20] aan [bedrijf 5] B.V. en [bedrijf 6] B.V. van 11 maart 2011 (DOC-281), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">De achterstand in de door u verschuldigde betalingen op uw leningen (althans leningen van aan u gelieerde vennootschappen) bij [bedrijf 20] is inmiddels verder opgelopen per 1 maart 2011 tot een bedrag van ruim € 9.900.000,- exclusief verlengingsprovisies, exclusief uw rentederivaten verplichtingen en exclusief het project [locatie 1] , voorgaande in zijn geheel te noemen de \"achterstand\". (…) Bovendien is de looptijd van meerdere leningen waaronder ook begrepen lening [leningnummer 3] , [leningnummer 4] , [leningnummer 5] en [leningnummer 6] , verstreken zoals u schriftelijk ook te kennen is gegeven, zonder dat u die leningen binnen de overeengekomen termijn integraal hebt afgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij stellen wij u in gebreke met betrekking tot uw (betalings)verplichtingen uit hoofde van al uw leningen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">42.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het [bedrijf 5] B.V. 2011 financial report (DOC-359, p. 3), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">The ability for [bedrijf 5] B.V. to continue as going concern primarily depends on the ability and preparedness of the lenders to continue financing. A number of loans have expired and are repayable. The company however is unable to repay certain of these debts, because it appears difficult to sell-off or refinance.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">43.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overzicht van de juridische structuur van [bedrijf 11] tot 31 december 2009 (DOC-383), inhoudende: [afbeelding] 44. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 19 januari 2015, betreffende [bedrijf 9] BV (DOC-064), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Statutaire naam [bedrijf 9] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enig aandeelhouder Naam [bedrijf 7] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sedert 16-06-2011 Bestuurder Naam [bedrijf 7] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sedert 16-06-2011 45. Een schriftelijk bescheid, te weten de aangifte inkomstenbelasting 2009 ten name van de heer [verdachte] ( [nummer 4] , bij de aanvullende aangifte tegen [verdachte] / [medeverdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 19] van [bedrijf 55] ), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemiddelde waarde bezittingen 33.812.256 Gemiddelde waarde schilden 35.059.522 46. Een schriftelijk bescheid, te weten het fiscaal rapport inkomstenbelasting 2010 [verdachte] ( [nummer 5] , bij de aanvullende aangifte tegen [verdachte] / [medeverdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 19] van [bedrijf 55] ), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemiddelde waarde bezittingen 29.483.922 Gemiddelde waarde schulden 37.738.340 Niet bestaande schuld 47. Een schriftelijk bescheid, te weten een vaststellingsovereenkomst d.d. 29 juli 2003, tussen [naam 12] , [bedrijf 56] BV, [bedrijf 57] , [verdachte] , [bedrijf 12] BV, [bedrijf 58] en [bedrijf 46] BV, alsmede alle overige vennootschappen van de [bedrijf 59] (DOC-134).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">48.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een rapportage administratief faillissementsonderzoek van de heer [verdachte] d.d. 25 juni 2014 (DOC-032, par. 9.15, p. 90 van 91), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">9.15 Beëindiging samenwerking met [naam 12] De heer [verdachte] (al dan niet middels [bedrijf 6] B.V., destijds genaamd [bedrijf 60] B.V., of [bedrijf 58] ., hierna in deze paragraaf gezamenlijk te noemen: de heer [verdachte] cs) en de heer [naam 12] (al dan niet middels [bedrijf 56] B.V. of [bedrijf 57] , hierna in deze paragraaf gezamenlijk te noemen: de heer [naam 12] ) zijn begin 2001 gezamenlijk eigenaar van de volgende bezittingen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>(de aandelen in) [bedrijf 46] B.V. (ieder voor 50% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>(de aandelen in) [bedrijf 27] B.V. (ieder voor 50% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>(de aandelen in) [bedrijf 61] B.V. (ieder voor 33 1/3% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>(de aandelen in) [bedrijf 62] B.V. (leder voor 50% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>(de aandelen in) [bedrijf 28] B.V. (ieder voor 25% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>25% onverdeelde eigendom in het pand [adres 3] 7. 50% onverdeelde eigendom in de panden: a. [adres 4] b. [adres 5] c. [adres 6] d. [adres 7] e. [adres 8] 8. (kapitaalbelang in) [locatie 5] I C.V.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>(kapitaalbelang in) [locatie 5] II C.V. (…) Teneinde de op dat moment ontstane impasse te doorbreken hebben de heer [verdachte] en de heer [naam 12] op 29 juli 2003 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierbij worden de hierboven onder 1 tot en met 6 vermelde bezittingen toebedeeld aan de heer [verdachte] . De onder 7 tot en met 9 vermelde bezittingen worden toebedeeld aan de heer [naam 12] . Behoudens een aanvullende betaling van € 1.500.000 door de heer [verdachte] aan de heer [naam 12] vindt de verdeling van bezittingen voornamelijk plaats met gesloten beurzen. In de vaststellingsovereenkomst zijn hieromtrent geen bedragen genoemd. Partijen besluiten tevens gezamenlijk de opdracht aan de derde deskundige te beëindigen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Vaststellingsovereenkomst worden de door de heer [verdachte] over te nemen bezittingen overgenomen door \" [verdachte] of nader te noemen meester(s)\". Uitvoering van de vaststellingsovereenkomst vindt plaats op 10 november 2003 door middel van het passeren van een aantal notariële aktes.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bezittingen vermeld onder 1, 2 en 5 zullen worden overgenomen door [bedrijf 7] B.V. en Stichting [stichting 1] (destijds genaamd Stichting [stichting 4] ). Zie hieromtrent tevens de paragrafen 9.13.1.1 tot en met 9.1.13.4 respectievelijk 9.14.1.1 tot en met 9.14.1.4. De bezittingen vermeld onder 3 en 4 zullen worden overgenomen door [bedrijf 6] B.V. De bezittingen vermeld onder 6 tot en met 9 worden overgenomen door de heer [verdachte] . (…) 49. Een schriftelijk bescheid, te weten een rapportage administratief faillissementsonderzoek van de heer [verdachte] d.d. 25 juni 2014 (DOC-032, par. 9.14.2, p. 83 van 91), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de in 2009 gesloten transacties ( [bedrijf 63] N.V., [bedrijf 46] B.V. en [bedrijf 64] B.V.) volgt een vordering van Stichting [stichting 1] op [bedrijf 6] BV van € 10.194.856. Deze vordering wordt verrekend met een vordering van [bedrijf 6] op Stichting [stichting 1] waardoor per saldo een vordering van Stichting [stichting 1] op [bedrijf 6] resteert van € 5.354.424.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het saldo van de verrekende vordering van [bedrijf 6] op Stichting [stichting 1] heeft derhalve € 4.840.432 bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende reactie namens Stichting [stichting 1] Dit betrof een vordering (€ 4,840 mio) die [bedrijf 6] reeds had op de Stichting, omdat [bedrijf 6] in 2003 de koopprijs verschuldigd door de Stichting i. v. m. de aankoop van de aandelen van de heer [naam 12] c.s. voor haar voldeed. [bedrijf 6] had dus een oude vordering die bij de verkoop aan [bedrijf 6] van het aandeel van de Stichting werd verrekend.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">50.</span>Het proces-verbaal van ambtshandeling, documentcode AMB-048, van 18 mei 2016, inhoudende, voor zover van belang: (…) 2.1 Aankoop aandelen door [stichting 1] en [bedrijf 7] In 2003 hebben [verdachte] en zijn toenmalige zakenpartner, [naam 12] , een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij [naam 12] zijn aandeel in [bedrijf 64] , [bedrijf 26] en [bedrijf 28] verkocht aan [stichting 1] en [bedrijf 7] . De koopsom werd als volgt samengesteld: [afbeelding] 51. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende levering van aandelen / vestiging pandrecht op de aandelen in het kapitaal van [bedrijf 46] B.V. (DOC-557).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">52.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende levering van aandelen in het kapitaal van [bedrijf 64] B.V. (DOC-249).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">53.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende levering van aandelen in het kapitaal van [bedrijf 28] N.V. (DOC-558).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">54.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende levering van aandelen / vestiging pandrecht op aandelen in het kapitaal van [bedrijf 30] B.V. (DOC-559).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">55.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een rapportage administratief faillissementsonderzoek van de heer [verdachte] d.d. 25 juni 2014 (DOC-032, par. 9.13.1.1, p. 60 van 91), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Op 9 mei 2007 kopen de volgende vennootschappen de aandelen [bedrijf 65] B.V. van [bedrijf 66] B.V. (zie Bijlage 145).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[bedrijf 7] B.V. koopt 59.446 gewone aandelen voor € 5.945.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Stichting [stichting 1] koopt 59.446 gewone aandelen voor 5.945.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">56.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 46] BV (DOC-266).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">57.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 64] BV (DOC-535).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">58.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 28] NV (bijlage [nummer 6] , bij de aanvullende aangifte tegen [verdachte] / [medeverdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 19] van [bedrijf 55] ).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">59.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 30] BV (DOC-560).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">60.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst, contractnummers [contractnummer 1] en [contractnummer 2] .1 d.d. 31 december 2009 (DOC-526).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">61.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst, contractnummer [contractnummer 3] , d.d. 22 januari 2010 (DOC-289).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">62.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een Overeenkomst van geldlening tussen [bedrijf 7] B.V. en [medeverdachte] d.d. 23 mei 2011 (DOC-468).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">63.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 29] B.V. (CUR-18), inhoudende, voor zover van belang: (…) [bedrijf 29] B.V., statutory seated in Amsterdam, was incorporated on 20 May 2009. (…) 64. Een schriftelijk bescheid, te weten een schriftelijke verklaring van [naam 11] d.d. 1 juli 2016 (DOC-581), inhoudende, voor zover van belang: (…) Voor de reorganisatie in 2009 was het nodig dat we gebruik konden maken van de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting en daarvoor was het nodig dat er in ieder geval een aandeelhouder was die meer dan 90% van de onderliggende aandelen hield. Om die reden hebben [bedrijf 67] en [stichting 1] hun belangen in 2009 overgedragen aan [bedrijf 6] . Het ging om de aandelen in vier vennootschappen, te weten [bedrijf 27] BV, [bedrijf 26] BV, [bedrijf 63] NV en [bedrijf 30] BV. (…) Om te voldoen aan de 90% eis voor de interne reorganisatievrijstelling voor de overdrachtsbelasting moesten [medeverdachte] en [stichting 1] hun belangen overdragen aan [bedrijf 6] . (…) Omdat we niet wisten wat de werkelijke waarde per ultimo 2009 zou zijn is er een naverrekeningsclausule in de akten opgenomen. Deze naverrekeningsclausule stond in de allereerste conceptakte die wij van AKD ontvingen. (…) Op enig moment werd ik gebeld door mr. [naam 8] [naam 23] namens [bedrijf 10] met de mededeling dat de naverrekeningsclausule eruit moest. (…) Uiteindelijk is alleen in de akten met [bedrijf 67] en [stichting 1] enerzijds en [bedrijf 6] anderzijds de naverrrekeningsclausule geschrapt en bij de overdracht door [bedrijf 6] aan [bedrijf 5] c.s. (die op dezelfde dag plaatsvond) is die blijven staan. (…) Chalet 65. Een schriftelijk bescheid, te weten de koopakte en vestiging van erfdienstbaarheden betreffende het perceel nr. [perceel 1] , [plaats 2] , gemeente [gemeente] d.d. 28 december 2006 (DOC-382, vertaling in DOC-382a).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">66.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de hypotheekovereenkomst betreffende het perceel nr. [perceel 1] , Commune de [gemeente] , d.d. 29 juli 2010, door [verdachte] op 3 augustus 2010 ondertekend (DOC-414, vertaling in DOC-414a).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">67.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de schenkingsakte betreffende het perceel nr. [perceel 1] , gemeente [gemeente] (DOC-093, vertaling in DOC-093a).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">68.</span>Schriftelijke bescheiden, te weten uittreksels uit het kadaster van [plaats 6] betreffende de eigendom van perceel nr. [perceel 1] te [gemeente] (DOC-447, vertaling in DOC-447), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Aandeel mede-eigendom [gemeente] [perceelnummer 1] Waarde van het aandeel: 1/5 Eigendom: [naam 2] , [geboortedatum 2] -1994 15-10-2012 Aandeel mede-eigendom [gemeente] [perceelnummer 2] Waarde van het aandeel: 1/5 Eigendom: [naam 3] , [geboortedatum 3] -1996 15-10-2012 Aandeel mede-eigendom [gemeente] [perceelnummer 3] Waarde van het aandeel: 1/5 Eigendom: [naam 4] , [geboortedatum 4] -1998 15-10-2012 Aandeel mede-eigendom [gemeente] [perceelnummer 4] Waarde van het aandeel: 1/5 Eigendom: [naam 5] [geboortedatum 5] -2001 15-10-2012 Aandeel mede-eigendom [gemeente] [perceelnummer 5] Waarde van het aandeel: 1/5 Eigendom: [naam 6] , [geboortedatum 6] -2005 15-10-2012 69. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van Union Bancaire Privée aan dhr. [verdachte] d.d. 19 april 2013 (DOC-414, vertaling in DOC-414a), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">In bovengenoemde kwestie wordt gerefereerd aan de hypotheekovereenkomst d.d. 29 juli 2010 resp. 3 augustus 2010 (hierna genoemd \"Hypotheekovereenkomst\").</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het feit dat er een faillissementsprocedure tegen u is ingesteld, en op grond van de bepalingen van de genoemde Hypotheekovereenkomst (\"Aanvullende voorwaarden\"), deelt de Bank u hierbij mede dat het de verschuldigde hypotheek ten bedrage van CHF 10.000.000 met onmiddellijke ingang invordert en dus ook de Hypotheekovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigt. (…) Gezien het voorgaande, wordt u vriendelijk verzocht het bedrag van totaal CHF 10.825.500 uiterlijk op 30 april 2013 over te maken naar de CHF rekening-courant nr. [nummer 7] ( [rekeningnummer 6] ).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">70.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het taxatierapport nr. 09-02-6409, perceel nr. [perceel 1] d.d. 27 februari 2009 (DOC-080, vertaling in DOC-080a), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Onze taxatie van het voormelde goed heeft geleid tot een raming met een bandbreedte in de orde van Fr. 13.500.000,- tot Fr. 15.000.000,- (…).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">71.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de vertaling van het proces-verbaal van een getuigenverhoor van [getuige 1] d.d. 13 november 2018, opgemaakt door de kantonale politie van het kanton Wallis (Zwitserland), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Vraag: Onder welke omstandigheden moest uw bedrijf een taxatie uitvoeren van het onroerend goed van de heer [verdachte] op perceel [perceel 1] , in de gemeente [plaats 2] (voorheen de gemeente [gemeente] )? (…) Ik wil erop wijzen dat er vervolgens nog twee andere taxaties zijn uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tweede taxatie werd uitgevoerd in mei 2010. Dit was een update/bijwerking van de cijfers. We zijn niet ter plaatse gegaan voor de taxatie. (…) De tweede schatting in 2010 bedroeg CHF 15 miljoen. (…) De taxatiewaarde is in 2017 naar beneden bijgesteld tot een waarde van CHF 10 miljoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe verklaart u de verschillen tussen de bedragen van de taxaties?</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen 2009 en 2017 is veel veranderd. De nieuwe wetten over de ruimtelijke ordening (LAT en Lex WEBER), die van kracht zijn geworden, hebben de waarde van het onroerend goed beïnvloed, met name de bouwgrond voor tweede woningen. In het geval van het chalet van de heer [verdachte] heeft de grond veel van zijn waarde verloren, met name wegens de inwerkingtreding van de Lex WEBER, die tot onzekerheid voor de investeerders heeft geleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wagenpark 72. Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst wagenpark, op 5 maart 2011 ondertekend door [naam 7] en [verdachte] (DOC-033, vertaling in DOC-033a).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">73.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst wagenpark, op 5 maart 2011 ondertekend door [naam 20] en [naam 7] (DOC-030, vertaling in DOC-030a).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">74.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een bijlage bij de overeenkomst wagenpark (DOC-034), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] 75. Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst met nummer [overeenkomst 3] tussen [verdachte] en Stichting [stichting 1] van 2 februari 2010 (DOC-227).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">76.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Vaststellingsovereenkomst I tussen [medeverdachte] en Stichting [stichting 1] van 17 september 2013 (DOC-076), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] [afbeelding] 77. Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 7] op naam van [verdachte] bij Banque Cantonale du Valais, van 31 augustus 2012 (DOC-117), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] 78. Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 7] op naam van [verdachte] bij de Banque Cantonale du Valais (DOC-117), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] 79. Een schriftelijk bescheid, te weten een factuur met nummer [factuurnummer] van 21 augustus 2012 (DOC-315), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] 80. Een schriftelijk bescheid, te weten Vaststellingsovereenkomst IV tussen de Stichting [stichting 1] , [bedrijf 1] en [medeverdachte] van 17 september 2013 (DOC-076), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] 81. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van J.H. Crucq en [naam 22] aan curatoren mrs. Ph.W. Schreurs en J.E. Stadig van 4 oktober 2013 (DOC-124), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>De afrekening van de koopprijs door middel van verrekening zoals voldaan door [verdachte] voor de Stichting en [bedrijf 1] berust dus op de in artikel 8.4 van de VFA1 en artikel 1.1 van de rekening-courantovereenkomst tussen [verdachte] en de Stichting van 2 februari 2010 overeengekomen regelingen (…).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">82.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst overdracht ten titel van beheer tussen de Stichting [stichting 1] , [medeverdachte] en Stichting [stichting 2] , ondertekend op 9 januari 2014 (DOC-043).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">83.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de bijlage bij de overeenkomst overdracht ten titel van beheer tussen de Stichting [stichting 1] , [medeverdachte] en Stichting [stichting 2] , ondertekend op 9 januari 2014 (DOC-043a), inhoudende: [afbeelding] 84. Een schriftelijk bescheid, te weten de bill of lading no. [nummer 8] van 31 maart 2014 (DOC-216), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] [afbeelding] De Canada-transacties 85. Een schriftelijk bescheid, te weten het afschrift van de akte houdende verpanding vorderingen (tevens inhoudende rangwisselingen) op 29 juni 2010 opgesteld door mr. [naam 24] (DOC-401), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] [afbeelding] 86. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [medeverdachte] aan [bedrijf 33] B.V. van 30 mei 2011 (DOC-433), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Bij akte van 29 juni 2010 heeft de vennootschap [bedrijf 6] B.V. aan ondergetekenden een eerste pandrecht verleend op vorderingen die [bedrijf 6] B.V. heeft of zal krijgen op de vennootschap [bedrijf 33] B.V. (‘Vorderingen’). Hierbij informeren wij u over het bestaan van dit pandrecht zoals bedoeld in artikel 246 lid 1 Boek 3 Burgerlijk Wetboek.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">87.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het ‘offer to purchase an undivided interest in a portion of the SW 27-53-24-4 and plan 179HW, Block 7’ van [bedrijf 35] Ltd. aan [bedrijf 23] Ltd. (DOC-520).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">88.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de ‘resolution of the directors of [bedrijf 23] Ltd.’ van 10 mei 2011 (DOC-521).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">89.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de vaststellingsovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [medeverdachte] , de Stichting [stichting 1] , [bedrijf 7] B.V., [bedrijf 2] B.V., [bedrijf 8] B.V. en [verdachte] (contractnummer [contractnummer 4] , DOC-493).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">90.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de vaststellingsovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 5] B.V., [medeverdachte] , de Stichting [stichting 1] , [bedrijf 2] B.V., [bedrijf 33] B.V. en [bedrijf 9] B.V. (contractnummer [contractnummer 5] , DOC-494).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">91.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst afstand pandrecht van 16 juni 2011 tussen [medeverdachte] , de Stichting [stichting 1] en [bedrijf 6] B.V. (contractnummer [contractnummer 6] , DOC-495).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">92.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 5] B.V., [bedrijf 33] B.V., [bedrijf 9] B.V. en [bedrijf 6] B.V. (contractnummer [contractnummer 7] , DOC-498).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">93.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de akte van verkoop, koop en levering aandelen [bedrijf 9] B.V. van 16 juni 2011, inclusief de bijgevoegde overnamebalans (contractnummer [contractnummer 8] , DOC-499).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">94.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de vaststellingsovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 9] B.V. en [bedrijf 23] Ltd. (contractnummer [contractnummer 9] , DOC-500).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">95.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de vaststellingsovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 5] B.V. en [bedrijf 9] B.V. (contractnummer [contractnummer 10] , DOC-501).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">96.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van een vordering van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 8] B.V., [bedrijf 5] B.V. en [bedrijf 9] B.V. (contractnummer [contractnummer 11] , DOC-502).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">97.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de koopovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 2] B.V., [bedrijf 5] B.V. en [bedrijf 9] B.V. (contractnummer [contractnummer 12] , DOC-503).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">98.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de akte van verkoop, koop en levering aandelen [bedrijf 9] B.V. van 16 juni 2011, opgemaakt door mr. [naam 25] (nummer [contractnummer 13] , DOC-504).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">99.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst van geldlening van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 8] B.V., [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 9] B.V. (contractnummer [contractnummer 14] , DOC-505).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">100.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst van geldlening van 16 juni 2011 tussen [verdachte] , [bedrijf 8] B.V. en [bedrijf 9] B.V. (contractnummer [contractnummer 15] , DOC-506).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">101.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst van geldlening van 16 juni 2011 tussen [medeverdachte] , [verdachte] en [bedrijf 9] B.V. (contractnummer [contractnummer 16] , DOC-507).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">102.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst van geldlening van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 7] B.V., [medeverdachte] en [bedrijf 9] B.V. (contractnummer [contractnummer 17] , DOC-508).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">103.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [naam 11] van 22 augustus 2011 (DOC-578), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Zoals bekend hebben we onlangs de zgn. Canada-transactie uitgevoerd. Onderstaand doe ik kort verslag (…) Betaling van euro 300.000 via de volgende route: Geboekt in de FO administraties. o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [naam 26] aan [naam 27] ; o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [naam 27] aan [naam 28] ; o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [naam 28] aan [verdachte] ; o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [verdachte] aan [medeverdachte] ; o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [medeverdachte] aan [bedrijf 7] .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">104.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 2] van 29 juli 2011 (DOC-576), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] [afbeelding] [afbeelding] 105. Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [naam 8] aan [verdachte] van 9 mei 2011 (DOC-438), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Hoi [verdachte] , als ze opeist dan flikkert de tent om.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">106.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [verdachte] aan [naam 8] en [naam 13] van 6 juni 2011 (DOC-442), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Naar [medeverdachte] heb ik – omdat ik met haar open communiceer – eerder dit jaar aangegeven dat totaal onverwacht we mogelijk de gronden in canada verkocht hebben. (…)Ze heeft dus gezegd dat zij de opbrengst uit Canada als aflossing wilde ontvangen. Gaandeweg werd helder dat de deal in canada zou bestaan uit een cash bedrag en een restant vordering. Daarop gaf ze aan dat ze dan de cash ontvangst in ieder geval vast wilde. (…) Vervolgens komt de aanvraag van een bindend advies ivm ontbreken van unanimiteit (…).</p>\n<p class=\"lf-p\">Witwassen 107. Een schriftelijk bescheid, te weten de ‘Financial Statements for the year 2012’ van [bedrijf 23] Ltd. [vestigingsplaats 3] (DOC-463), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">2Other financial assets This includes a loan with a principal amount of CAD 7,100,000 provided to [bedrijf 35] Ltd. on May 10, 2011 with a total duration of five years. The interest on this loan varies from 6% to 8%. The loan will be repaid on the expiration date.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">108.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 8] op naam van [bedrijf 23] Ltd. van 14 januari 2014 (DOC-416), inhoudende: [afbeelding] 109. Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 9] op naam van [bedrijf 23] Ltd. van 1 april 2014 (DOC-417), inhoudende: [afbeelding] 110. Een schriftelijk bescheid, te weten de ‘resolution of the sole director of [bedrijf 23] Ltd’ van 8 september 2014 (DOC-602), inhoudende, voor zover van belang: [afbeelding] 111. Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mailwisseling tussen [verdachte] en [naam 15] , vice president van [bedrijf 35] (DOC-592), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">From: [verdachte] &lt; [e-mailadres 1] Sent: 30-Sep-14 1:09 PM To: [naam 15] Subject: Re: [bedrijf 23] , [plaats 7] Hi Ken, (…) [medeverdachte] is director and shareholder of [bedrijf 23] , she moved to [buitenland] a while ago and off course her companies to. As long as you pay based upon instructions of [bedrijf 23] I think you can’t have any problem. (…) If the account she asks you to pay to is linked to the company or to her then I don’t see the problem. (…) [verdachte] On Sep 30, 2014, at 6:43 PM, [naam 15] [e-mailadres 2] wrote: [verdachte] , (…) Per the attached correspondence however, we are being asked to do something that neither we nor our solicitors are comfortable with regarding the transfer of funds due and payable to [verdachte] to an account that has openly and clearly been identified as not being a [verdachte] account. As noted in our solicitor’s correspondence (and as previously suggested), we believe it to be more appropriate for all parties for those monies to be transferred to [verdachte] ’ solicitor here in Canada and that [verdachte] can then provide them with whatever instructions you choose regarding their ultimate disbursement. (…) [naam 15] Vice President 112. Een schriftelijk bescheid, te weten een betalingsopdracht aan de ‘direction of [bedrijf 23] Ltd.’ van 21 oktober 2014 (DOC-593), inhoudende: [afbeelding] 113. Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [naam 29] van 21 april 2016 (DOC-575), inhoudende, voor zover van belang: [bedrijf 35] ’s final payment, made in October 2014, was wired to the National Bank of Abu Dhabi for the benefit of ‘ [medeverdachte] ’ De raadslieden van verdachte en van medeverdachte [medeverdachte] hebben – nu een aantal feiten aan beide verdachten ten laste zijn gelegd – de reactie en de verweren van de verdediging inzake die feiten onder elkaar verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 9 februari 2010, LJN BI4691, NJ 2010, 104; Hoge Raad 14 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:54.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie AG 26 maart 2024; ECLI:PHR:2024:300.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 22 december 2009, NJ 2010, 273.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie voetnoot 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 3 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM7811 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2010:BM7811), (X/RWE Energy Nederland).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-4, Schriftelijke verklaring van [medeverdachte] d.d. 18 april 2019, randnummers 11, 12 en 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-100 (pag. 958).</p>\n<p class=\"lf-p\">D-081, memo van [medeverdachte] / [naam 17] / [naam 11] aan de Curatoren [verdachte] d.d. 29 mei 2013 (dossierpag. 3491).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-8 (pag. 54 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-19 (pag. 270).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-103 (pag. 1044 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijv. de verkoop van aandelen [bedrijf 27] BV door [bedrijf 58] aan [bedrijf 6] BV d.d. 19 januari 2010, waarbij de definitieve koopprijs is vastgesteld op basis van de jaarrekening over 2009, CUR-28 (pag. 330 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-11 (pag. 84).</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-557, akte van levering van aandelen [bedrijf 26] BV (dossier pag. 7394 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-249, akte van levering van aandelen [bedrijf 27] BV (dossier pag. 4537 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-558, akte van levering van aandelen [bedrijf 28] BV (dossier pag. 7403 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-559, akte van levering van aandelen [bedrijf 30] BV (dossier pag. 7410 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-18, Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 29] B.V. [vestigingsplaats 4] .</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-581, schriftelijke verklaring van [naam 11] (dossier pag. 7527 t/m 7530).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijv. CUR-28 (pag. 330 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:GHSHE:2018:200, onderdeel 3.7.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [verdachte] aan [naam 8] en [naam 13] van 6 juni 2011 (DOC-442).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [verdachte] aan [naam 8] en [naam 13] van 6 juni 2011 (DOC-442).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook: ECLI:NL:PHR:2021:29.</p></div>", "next": 0}