{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">[medeverdachte 1] heeft aan [naam 11] , vice-president van [bedrijf 35] , bevestigd dat die de instructies van [verdachte] omtrent de uitbetaling kon volgen, terwijl [bedrijf 35] daarover negatief was geadviseerd door haar advocaat en (mede) als gevolg daarvan grote aarzelingen had. [naam 11] stelde een alternatieve ontvanger voor, namelijk een advocaat van [medeverdachte 1] en/of van één van de [medeverdachte 1] -vennootschappen, maar [medeverdachte 1] benadrukte dat hij toestemming gaf voor uitbetaling aan [verdachte] en dat dit wat [medeverdachte 1] betreft ook de logische route was. Naar aanleiding van het e-mailbericht van [medeverdachte 1] is [bedrijf 35] overgegaan tot uitbetaling aan [verdachte] . Deze interventie van [medeverdachte 1] is daarmee bepalend geweest voor het innen van de vordering door [verdachte] . De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 1] hiermee een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd om van medeplegen te kunnen spreken bij het omzetten van de vordering (de [bedrijf 35] -claim) in giraal geld en het verwerven en voorhanden hebben van het geldbedrag (de cash-out).</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] en/of [medeverdachte 1] gedragingen hebben verricht die gericht waren op de verhulling of verberging van de criminele herkomst van de [bedrijf 35] -claim of de cash-out daarvan. Weliswaar is de [bedrijf 35] -claim door de Canada-transacties vele malen overgedragen via een ingewikkelde route, waardoor het moeilijk te volgen is/was wie op welk moment de rechthebbende van die vordering was, maar die constructie maakte strikt genomen deel uit van de bedrieglijke bankbreuk, het gronddelict voor het witwassen, en is dus geen onderdeel van het witwassen zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel het dossier aanwijzingen bevat dat [medeverdachte 1] en [verdachte] vervolgens gebruik hebben gemaakt van het geld door hiervan te leven in Dubai, ziet de rechtbank daarvoor geen wettig en overtuigend bewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu de rechtbank, zoals in 3.7.4 is overwogen, niet tot bewezenverklaring komt van onttrekking van de aandelen in [bedrijf 11] aan enige toekomstige faillissementsboedel, kan – nog los van de vraag of [medeverdachte 1] en [verdachte] ten aanzien van die aandelen enige witwashandeling kan worden toegedicht – niet worden vastgesteld dat deze aandelen van misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank spreekt verdachten van dit onderdeel vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie De rechtbank acht op grond van voorgaande overwegingen bewezen dat</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[verdachte] de [bedrijf 35] -claim heeft overgedragen terwijl zij wist dat deze vordering afkomstig was uit enig misdrijf;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[medeverdachte 1] en [verdachte] tezamen en in vereniging de [bedrijf 35] -claim hebben omgezet en het geldbedrag van CAN $ 7.100.000,-- hebben verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat deze vordering en dit geldbedrag afkomstig waren uit enig misdrijf.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.9 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 subsidiair, 2, 4 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>[medeverdachte 1] in de periode van 05 maart 2011 tot en met 31 maart 2014 in Nederland en in Zwitserland, tezamen en in vereniging met de [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , terwijl hij, [medeverdachte 1] , bij vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant te ‘s-Hertogenbosch van 16 april 2013, in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeiser(s) goederen aan de boedel heeft onttrokken, immers hebben hij, [medeverdachte 1] , en zijn mededaders - onverplicht en zonder reële en/of zakelijke tegenprestatie en/of door de koopprijs te verrekenen met een niet bestaande schuld - zakelijk omschreven - op 5 maart 2011 dertien voertuigen/auto’s, te weten een:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche Carrera GT (chassisnr. [nummer 1] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche 911 GT3 RS (chassisnr. [nummer 2] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche 911 GT3 RS (chassisnr. [nummer 3] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche 911 GT2 (chassisnr. [nummer 4] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes McLaren SIR 722 (chassisnr. [nummer 5] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes G55 AMG XXI (chassisnr. [nummer 6] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes McLaren SIR cabriolet (chassisnr. [nummer 7] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes CL65 AMG (chassisnr. [nummer 8] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes G420 CDI (chassisnr. [nummer 9] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Aston Martin Vanquish (chassisnr. [nummer 10] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Ferrari 599 GTB (chassisnr. [nummer 11] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes SL65 AMG (chassisnr. [nummer 12] ;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes SLS-AMG (chassisnr. [nummer 13] ), verkocht voor een bedrag van EUR 1.983.806 aan de [bedrijf 1] (waarin vermogen ten behoeve van zijn, [medeverdachte 1] ’ (vijf) kinderen, te weten [betrokkene 1] (geboren [geboortedatum 2] 1994) en [betrokkene 2] (geboren [geboortedatum 3] 1996) en [betrokkene 3] (geboren [geboortedatum 4] 1998) en [betrokkene 4] (geboren [geboortedatum 5] 2001) en [betrokkene 5] (geboren [geboortedatum 6] 2005), werd ondergebracht), en/of op 23 augustus 2012, een geldbedrag van EUR 230.000 betaald aan [bedrijf 12] B.V. in verband met de aankoop van een Mercedes G65 AMG (chassisnr. [nummer 14] op naam van [bedrijf 2] en/of [bedrijf 1] ) waarbij de betaling is geschied vanaf [medeverdachte 1] ’ privé bankrekening bij de Banque Cantonale du Valais, en/of op 17 september 2013 middels een Vaststellingsovereenkomst IV tussen de [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [verdachte] vastgesteld en/of doen vaststellen dat [bedrijf 2] het juridisch eigendom en de [bedrijf 1] het economisch eigendom van deze Mercedes G65 A4G hebben gekocht op 21 augustus 2012 en geleverd gekregen tegen voldoening van de koopprijs van EUR 230.000 door hem, [medeverdachte 1] , en waarna de [bedrijf 1] een schuld heeft verkregen aan hem, [medeverdachte 1] van EUR 230.000 welke schuld is verrekend met de niet bestaande vordering van de [bedrijf 1] op hem, [medeverdachte 1] , en vervolgens op 9 januari 2014 middels een overeenkomst “overdracht ten titel van beheer” de volgende auto‘s overgedragen en/of doen overdragen aan en/of op naam gesteld en/of doen stellen van de [bedrijf 3] :</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche Carrera GT (chassisnr. [nummer 19] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Porsche 911 GT3 RS (chassisnr. [nummer 2] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes McLaren SIR 722 (chassisnr. [nummer 5] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes GSS AMG XXI (chassisnr. [nummer 6] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes McLaren SIR cabriolet (chassisnr. [nummer 7] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes CL65 AMG (chassisnr. [nummer 8] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes G420 CDI (chassisnr. [nummer 9] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Aston Martin Vanquish (chassisnr. [nummer 10] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Ferrari 599 GTB (chassisnr. [nummer 11] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes SL65 AMG (chassisnr. [nummer 12] );</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Mercedes SLS-AMG (chassisnr. [nummer 13] ), en aldus een geldbedrag van EUR 230.000 heeft onttrokken aan de boedel, en aldus voornoemde auto‘s uit het zicht en de macht van de - latere - curatoren gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden, bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in de periode van 05 maart 2011 tot en met 31 maart 2014 in Nederland en/of in de Verenigde Arabische Emiraten, toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door haar, verdachtes, rechtspersoon de [bedrijf 3] voor de op naam stelling van genoemde voertuigen/auto‘s ter beschikking te stellen en deze voertuigen/auto’s te doen transporteren naar de Verenigde Arabische Emiraten (Dubai);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>zij in de periode van 17 februari 2014 tot en met 31 mei 2014, in de gemeente [plaats 1] en/of in België, opzettelijk een hoeveelheid roerende goederen, te weten een inboedel/huisraad van een woning aan de [adres 1] te [plaats 1] , waarop door [naam 1] , toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder op grond van het vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant van 05 februari 2014, executoriaal beslag was gelegd, aan dat beslag heeft onttrokken, door deze inboedel/huisraad uit die woning weg te (doen) halen en/of te (doen) vervoeren naar Amsterdam en/of ( [plaats 4] ) België en/of (vervolgens) de Verenigde Arabische Emiraten (Dubai);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>zij op 16 juni 2011 in Nederland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] , terwijl voornoemde [medeverdachte 1] bij vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch van 16 april 2013 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van [medeverdachte 1] een goed aan de boedel heeft onttrokken, immers hebben zij, verdachte en haar mededader, in het kader van de aflossing van een schijnschuld, een vordering op [bedrijf 11] B.V. van EUR 4.926.621 aan haar, verdachte, overgedragen en aldus voornoemde vordering (ter waarde van dat geldbedrag) uit het zicht en/of de macht van de - latere - curatoren gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>zij in de periode van 16 juni 2011 tot en met heden, in Nederland en/of in de Verenigde Arabische Emiraten, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen door b. tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1], voorwerpen, te weten een vordering op [bedrijf 11] van ca. CAN $ 7.100.000 (omgerekend ca. EUR 4.928.841) en een geldbedrag van ca. CAN $ 7.100.000 (omgerekend ca. EUR 4.928.841), welk bedrag is gestort op de bankrekening [rekeningnummer 4] (ten name) van haar, verdachte, te verwerven, voorhanden te hebben en/of om te zetten, en, alleen, een voorwerp, te weten een vordering op [bedrijf 11] van ca. CAN $ 7.100.000 (omgerekend ca. EUR 4.928.841), over te dragen, terwijl zij wist dat deze voorwerpen - onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.</div>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 4.1 Feit 5 4.1.1 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat sprake is van een kwalificatie-uitsluitingsgrond. Het verwijt aan [medeverdachte 1] en [verdachte] betreft het witwassen van voorwerpen die afkomstig zijn uit eigen misdrijf. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben geen handelingen verricht die gericht zijn op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de voorwerpen. Het feit kan daarom niet worden gekwalificeerd als witwassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1.2 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft bewezenverklaard dat [verdachte] de [bedrijf 35] -claim heeft overgedragen en dat (vervolgens) [medeverdachte 1] en [verdachte] tezamen en in vereniging de [bedrijf 35] -claim hebben omgezet en het geldbedrag van CAN $ 7.100.000,-- hebben verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat deze voorwerpen afkomstig waren uit eigen misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval dat het (in art. 420bis lid 1 ahf/onderdeel b Sr strafbaar gestelde en onder 5 bewezenverklaarde) witwassen betrekking heeft op voorwerpen onmiddellijk afkomstig uit eigen misdrijf, dient er sprake te zijn van een handeling die erop is gericht om de crimineel verkregen voorwerpen veilig te stellen. Indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de voorwerpen, kan die gedraging niet als witwassen worden gekwalificeerd. In dergelijke gevallen moet sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die gericht is op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwalificatie-uitsluitingsgrond is in beginsel niet van toepassing als naast het ‘voorhanden hebben’ dan wel ‘verwerven’ óók (of slechts) ‘overdragen’, ‘gebruikmaken’ of ‘omzetten’ bewezen is verklaard. Die gedragingen hebben immers een nadrukkelijker verhullend karakter dan verwerven of voorhanden hebben. Toch is dat anders als het bijzondere geval zich voordoet dat zulk overdragen, gebruikmaken of omzetten van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de regel is sprake van zo’n bijzonder geval wanneer het ‘omzetten’ of ‘overdragen’ heeft bestaan uit het enkele storten op een eigen bankrekening van contante geldbedragen die onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig zijn. Ook hier geldt dat een dergelijk geval slechts de kwalificatie van ‘witwassen’ kan dragen als de gedragingen of het geheel van gedragingen een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen gericht karakter heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals onder 3.8.4 overwogen, is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van gedragingen die zijn gericht op het verhullen of verbergen van de criminele herkomst van vordering en/of de uitbetaling daarvan. De rechtbank is van oordeel dat het enkele overdragen van de vordering door [verdachte] aan [bedrijf 9] BV, een rechtspersoon waarvan zij zelf enig aandeelhouder en enig bestuurder was, en het enkele omzetten van de vordering in giraal geld – en het als gevolg daarvan verwerven en voorhanden hebben van dit geldbedrag – niet wezenlijk verschilt van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nu niet kan worden vastgesteld dat het overdragen, verwerven, voorhanden hebben en/of omzetten van de vordering op [bedrijf 11] en het geldbedrag ter hoogte van CAN $ 7.100.000,-- een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst gericht karakter heeft gehad, kan het onder 5 bewezen verklaarde feit niet als witwassen worden gekwalificeerd, zodat [verdachte] ten aanzien hiervan dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Conclusie De overige bewezenverklaarde feiten zijn strafbaar gesteld in de artikelen 198 en 341 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van deze feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: het misdrijf: medeplichtigheid aan het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk; feit 2 het misdrijf: opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag onttrekken; feit 4: het misdrijf: het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">5De strafbaarheid van verdachte 5.1 Overmacht in de zin van noodtoestand (feit 2) 5.1.1 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft gesteld dat verdachte een beroep toekomt op overmacht in de zin van noodtoestand vanwege een conflict van plichten c.q. belangen. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat [verdachte] zich door ABN AMRO verplicht achtte om de woning te ontruimen, onder verwijzing naar een door haar bij pleitnota overgelegd verzoekschrift verlof inroepen huurbeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1.2 Het oordeel van de rechtbank Dit verweer slaagt niet. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Overmacht in de zin van noodtoestand heeft betrekking op gevallen waarin sprake is van een ernstig belangenconflict waarin het maken van een keuze onvermijdelijk is. De verdachte moet daarbij zijn genoodzaakt te kiezen uit onderling strijdige plichten en belangen en de zwaarstwegende hebben laten prevaleren, waarbij het gedrag van de verdachte bovendien de toets aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit moet doorstaan. Van een dergelijke uitzonderlijke situatie waarin voor [verdachte] geen andere mogelijkheid openstond dan de woning te ontruimen is geen sprake geweest, alleen al vanwege de omstandigheid dat – in ieder geval op het moment van de verhuizing nog – geen sprake was van een plicht tot ontruiming. Een al dan niet ingediend verzoekschrift roept deze plicht immers nog niet in het leven. Nu (nog) geen plicht bestond, kon deze evenmin (al) worden geschonden. Dat [verdachte] zich daartoe desondanks genoopt voelde in relatie tot ABN AMRO, wat daar ook van zij, maakt dit niet anders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast volgt uit hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht dat [verdachte] zelf hoofdzakelijk debet is aan de toestand waarin zij verkeerde toen zij het strafbare feit beging. De woning werd kennelijk in strijd met het hypotheek-/huurbeding verhuurd aan (onder meer) [verdachte] zonder dat hypotheekverstrekker ABN AMRO daar toestemming voor had verleend. [verdachte] heeft zich dus zelf in deze situatie gemanoeuvreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Conclusie Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6De op te leggen straf of maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. [medeverdachte 1] , de partner van [verdachte] , stond aan het hoofd van een groot vastgoedconcern. Middels de tot het concern behorende vennootschappen verwierf hij vele vastgoedprojecten, sommige van grote waarde. Deze projecten financierde hij met leningen van verschillende banken. Overwaarde werd geherfinancierd, zodat nieuwe investeringen konden worden gedaan. Zo ontstond onder de leiding van [medeverdachte 1] een grote schuldenlast, die ultimo 2010 was opgelopen tot een totaalbedrag van ruim € 750 miljoen. [medeverdachte 1] ging in privé ook grote schulden aan, door zich als (hoofdelijk) schuldenaar of garantsteller te verbinden aan de hiervoor bedoelde en andere leningen. Het totaal van die leningen en garantstellingen bedroeg eind 2010 ruim € 200 miljoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het concern en [medeverdachte 1] werden hard geraakt door de financiële crisis, die in 2007 ontstond. Halverwege 2010 leidde het gebrek aan inkomsten tot nog grotere liquiditeitskrapte als gevolg waarvan betalingsachterstanden ontstonden of opliepen, met opzeggingen van verschillende kredieten tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf begin oktober 2010 waren de faillissementen van [medeverdachte 1] en de tot het [medeverdachte 1] -concern behorende vennootschappen voorzienbaar. Tegen die achtergrond heeft [verdachte] samen met [medeverdachte 1] vermogen onttrokken aan de faillissementsboedel van [medeverdachte 1] , teneinde hun eigen financiële vermogen veilig te stellen. Deze onttrekkingen betreffen een naar Dubai verscheept wagenpark met een waarde van ruim € 1,2 miljoen en, middels een reeks complexe frauduleuze transacties, een geldbedrag van circa € 5 miljoen. Het veroorzaakte nadeel bedraagt in totaal dus circa € 6,2 miljoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit alles ten koste van [medeverdachte 1] ’ schuldeisers, waaronder de banken die [medeverdachte 1] (en het concern) leningen hadden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook heeft [verdachte] de inboedel van het huis in [plaats 1] onttrokken aan executoriaal beslag. Dit beslag was gelegd nadat [verdachte] was veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 139.935,13 plus rente en kosten aan de faillissementsboedel, en betaling hiervan uitbleef. De rechtbank constateert dat [verdachte] het verschuldigde bedrag uiteindelijk in november 2014 heeft betaald. Dat neemt evenwel niet weg dat haar handelwijze heeft gezorgd voor onnodige kosten en inspanningen aan de zijde van de curatoren. [verdachte] heeft met haar listige handelen enkel oog gehad voor haar eigen vermogenspositie en heeft haar verantwoordelijkheid in het zakelijk verkeer en jegens de maatschappij in het algemeen verzaakt en het vertrouwen dat men in haar had en moest kunnen hebben ernstig geschaad. De rechtbank houdt rekening met de rol die [verdachte] heeft gespeeld bij de gepleegde feiten. Hoewel de rechtbank [verdachte] verantwoordelijk houdt voor haar eigen gedragingen, ziet de rechtbank [medeverdachte 1] als initiator van de strafbare feiten, waarvan beiden samen profijt hebben getrokken. Daarnaast is haar rol ten aanzien van het onttrekken van het wagenpark die van medeplichtige geweest, en ook om die reden aan te merken als zijnde van geringere omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het nadeel van [verdachte] houdt de rechtbank verder rekening met het feit dat zij in 2014 het land heeft verlaten en zich zo aan haar berechting heeft willen onttrekken. Ook de verzoeken om onder haar voorwaarden fysiek dan wel digitaal aan het strafproces ter zitting te kunnen deelnemen getuigen van een onwil om zich te voegen naar het Nederlandse rechtssysteem, zoals dat van een ieder wordt verwacht. [verdachte] heeft ervoor gekozen om in deze strafzaak niet te verschijnen ter zitting, zij heeft geen verklaring afgelegd en zij heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor haar daden. Dat alles neemt de rechtbank haar zeer kwalijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende [verdachte] van 4 maart 2024. Hieruit blijkt dat zij eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Deze veroordeling ziet op een ander deel van het onderhavige onderzoek, namelijk het niet voldoen aan haar inlichtingenplicht in de faillissementen. Hierdoor is artikel 63 Sr van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank houdt bij de strafoplegging verder rekening met de rechterlijke oriëntatiepunten voor fraude. Bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000.000,-- wordt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden als startpunt aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel [verdachte] wordt vrijgesproken van de onttrekking van de inventaris van [locatie] en ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde feit, is dat voor de rechtbank geen reden om een lagere straf op te leggen dan de officier van justitie heeft gevorderd. De ernst van de gepleegde feiten, de hoogte van het nadeel en de rol die [verdachte] bij het plegen van de feiten heeft gespeeld, rechtvaardigen een gevangenisstraf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Redelijke termijn De verdediging heeft aangevoerd dat de redelijke termijn is geschonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank neemt als uitgangspunt dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. De rechtbank overweegt dat de start van het onderzoek niet heeft te gelden als het aanvangsmoment van de redelijke termijn. Daarvoor is een daad van vervolging nodig. In dit geval is de datum van de dagvaarding de eerste ondubbelzinnige daad van vervolging. Op 31 januari 2023 is de eerste dagvaarding (die later is ingetrokken) uitgebracht. Op die datum is de redelijke termijn aangevangen. Nu het vonnis van de rechtbank ruim binnen twee jaar na die datum gewezen wordt, is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden passend en geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De vordering gevangenneming 7.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft de gevangenneming van [verdachte] gevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de vordering gevangenneming af te wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3 Het oordeel van de rechtbank [verdachte] heeft met haar vertrek naar Dubai en voortdurende verblijf aldaar ervan blijk gegeven dat zij zich aan haar berechting in Nederland wil onttrekken. Desalniettemin acht de rechtbank het niet opportuun om in deze fase van de behandeling van de strafzaak nog een bevel gevangenneming te geven. Daarbij neemt de rechtbank tevens in overweging dat voordat uitvoering aan een bevel gevangenneming kan worden gegeven, [verdachte] vanuit Dubai naar Nederland moet komen en een bevel gevangenneming voor een verzoek tot uitlevering van [verdachte] aan Nederland niet is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal daarom de vordering tot gevangenneming van [verdachte] afwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8Verzoeken tot het horen van getuigen Op de terechtzitting van 2 april 2024 is namens [verdachte] verzocht om het horen van een aantal getuigen en het inzien van de correspondentie tussen enerzijds OM/FIOD/Belastingdienst en anderzijds de curatoren/hun advocaat. De verdediging acht het horen van deze getuigen van belang voor het beantwoorden van de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden, en in het bijzonder of sprake is geweest van voorzienbare faillissementen en een schijnschuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdediging acht het van belang om de correspondentie tussen OM/FIOD/Belastingdienst en de curatoren/hun advocaat in te zien, om te kunnen onderzoeken wat de invloed van de curatoren op het opsporingsonderzoek is geweest en hoe het Openbaar Ministerie met de door de curatoren verstrekte informatie is omgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank heeft de beslissing op deze verzoeken ter zitting aangehouden, zodat de verzoeken beoordeeld kunnen worden mede in het licht van de uitgebreide standpunten van procespartijen in de vorm van het requisitoir, het pleidooi, de repliek en de dupliek, alsmede de laatste woorden van de verdediging namens de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mede gezien hetgeen de rechtbank hiervoor ten aanzien van de tenlastegelegde feiten heeft overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het horen van geen van de gevraagde getuigen van belang is voor enige door de rechtbank op grond van artikel 348 en 350 Sr te nemen beslissing. Ditzelfde geldt voor het inzien van de correspondentie tussen enerzijds OM/FIOD/Belastingdienst en anderzijds de curatoren/hun advocaat. Ook is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde getuigen en correspondentie niet kunnen bijdragen aan het nader onderbouwen van de verweren van de verdediging in die zin dat die verweren zouden kunnen slagen. De rechtbank wijst de verzoeken daarom af.</p>\n<p class=\"lf-p\">9De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 47, 48 en 57.</p>\n<p class=\"lf-p\">10De beslissing De rechtbank: onderzoekswensen</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>wijst af de onderzoekswensen van de verdediging; vrijspraak</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij; bewezenverklaring</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij; strafbaarheid feiten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde strafbaar;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: het misdrijf: medeplichtigheid aan het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk; feit 2 het misdrijf: opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag onttrekken; feit 4: het misdrijf: het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart dat het onder 5 bewezen verklaarde geen strafbaar feit oplevert en ontslaat verdachte op dat onderdeel van alle rechtsvervolging; strafbaarheid verdachte</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde; straf</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden; vordering gevangenneming</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>wijst af de gevorderde gevangenneming.</div>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. H. Stam en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD met nummer 54300. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vennootschappen/faillissementen 1. Het vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant van 16 april 2013, faillissementsnummer 01/13/374 F (DOC-270), inhoudende, voor zover van belang: (…) Verklaart: [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 7] 1964 te [geboorteplaats 2] , (…) in staat van faillissement. (…) 2. Het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 juni 2013, faillissementsnummer 01/13/374 F (DOC-139), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 16 april 2013.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het arrest van de Hoge Raad van 2 mei 2014, 13/03220, in de zaak van [medeverdachte 1] tegen ABN AMRO BANK N.V. (DOC-271), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">De Hoge Raad verwerpt het beroep.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 28 januari 2015, betreffende [bedrijf 8] BV (DOC-073), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 8] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum vestiging [datum 1] -1993 Vestiging Bezoekadres [adres 2] Enig aandeelhouder [medeverdachte 1] Uit functie 20-02-2003 Bestuurder [medeverdachte 1] Uit functie 14-11-2003 Oude handelsnamen zoals vastgelegd sinds 01-10-1993 Handelsnaam [bedrijf 37] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum ingang 08-06-2009 Datum einde 22-03-2010 Handelsnaam [bedrijf 8] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum ingang 22-03-2010 Datum einde 10-06-2014 5. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 25 november 2015, betreffende [bedrijf 8] BV (DOC-157), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 8] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 2] -1994 Vestiging Bezoekadres [adres 2] Enig aandeelhouder [bedrijf 38] Enig aandeelhouder sedert 20-02-2003 Bestuurder [medeverdachte 1] Uit functie 14-11-2003 6. Het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 10 juni 2014, faillissementsnummer C/13/14/359 F, inhoudende, voor zover van belang: (…) De rechtbank:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart [bedrijf 8] B.V. voornoemd in staat van faillissement. (…) 7. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 15 april 2014, betreffende [bedrijf 7] BV (DOC-004), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 7] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 3] -2009 Vestiging Bezoekadres [adres 4] Bestuurder [naam 12] 8. Het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 7 april 2015, faillissementsnummer C/13/15/162 F, inhoudende, voor zover van belang: (…) De rechtbank:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart [bedrijf 7] B.V. voornoemd in staat van faillissement; (…) 9. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 15 april 2014, betreffende [bedrijf 4] BV (DOC-005), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 4] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 4] -2009 Vestiging Bezoekadres [adres 2] Bestuurder [naam 12] 10. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 15 april 2014, betreffende [bedrijf 10] BV (DOC-009), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 10] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 5] -2009 Vestiging Bezoekadres [adres 2] Bestuurder [naam 12] 11. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 19 januari 2015, betreffende [bedrijf 9] BV (DOC-063), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 9] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 6] -2002 Vestiging Bezoekadres [adres 5] , Verenigde Arabische Emiraten Bestuurder [verdachte] 12. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 15 april 2014, betreffende [bedrijf 1] (DOC-016), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 1] Datum akte van oprichting [datum 7] -2003 Bestuurder [naam 2] Datum in functie 10-11-2003 13. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 16 april 2015, betreffende [bedrijf 1] (DOC-016), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 1] Datum akte van oprichting [datum 7] -2003 Bezoekadres [adres 5] , Verenigde Arabische Emiraten Bestuurder [verdachte] Datum in functie 12-05-2014 Oude handelsnamen zoals vastgelegd sinds 01-10-1993 Handelsnaam [bedrijf 1] Datum ingang 10-11-2003 Datum einde 12-06-2006 14. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 17 november 2014, betreffende [bedrijf 3] (DOC-044), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 3] Datum akte van oprichting [datum 8] -2013 Vestiging Bezoekadres [adres 5] , Verenigde Arabische Emiraten Bestuurder [verdachte] 15. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 19 januari 2015, betreffende [bedrijf 3] (DOC-044 inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtspersoon Statutaire naam [bedrijf 11] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum akte van oprichting [datum 9] -2007 Vestiging Bezoekadres [adres 5] , Verenigde Arabische Emiraten Enig aandeelhouder [bedrijf 9] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurder [bedrijf 9] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzienbaarheid faillissementen 16. Een schriftelijk bescheid, te weten het Bijzonder onderzoek SNS PF Fase II, Project [project] /VSO – VSO [medeverdachte 1] , Deelrapport 3, opgesteld door PWC op 24 april 2014 (DOC-439), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] [Afbeelding] [Afbeelding] [Afbeelding] [Afbeelding] 17. Een schriftelijk bescheid, te weten de Financieringsovereenkomst project ‘ [project] Utrecht Leidsche Rijn’, proj.nr. [nummer 15] , van 5 september 2006 tussen [medeverdachte 1] in privé en [naam 13] in privé enerzijds en ABN AMRO Bouwfonds N.V. anderzijds (DOC-376), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximaal door [bedrijf 23] aan kredietnemer ten behoeve van het project te verstrekken financiering zal bestaan uit de gedeeltelijke stichtingskosten van het project en de verwerving van de projectlocatie met een kredietlimiet van € 124.213.392, =, hierna te noemen \"kredietlimiet 2\". (…) 7.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De heren [medeverdachte 1] in privé en [naam 13] in privé verklaren door ondertekening van deze overeenkomst ieder als hoofdelijk debiteur aansprakelijk te zijn voor alle verplichtingen welke direct dan wel indirect uit deze overeenkomst voortvloeien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de Allonge bij financieringsovereenkomst [nummer 15] van 23 september 2009 (DOC-377), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Ondergetekenden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De heer [medeverdachte 1] in privé (…) 2. De besloten vennootschap [bedrijf 20] B.V. (…) hierna nader te noemen ‘toetreder’ 3. De besloten vennootschap [bedrijf 22] B.V. (…) Verklaren te zijn overeengekomen als volgt: (…)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toetreder zal door ondertekening van deze allonge als hoofdelijk schuldenaar toetreden tot de financieringsovereenkomst vanaf 30 augustus 2009 en zij verklaart middels ondertekening van deze allonge jegens [bedrijf 22] als hoofdelijk schuldenaar aansprakelijk te zijn voor alle verplichtingen die [medeverdachte 1] blijkens de administratie van [bedrijf 22] nu of te eniger tijd jegens [bedrijf 22] heeft of zal hebben uit hoofde van de financieringsovereenkomst, onderhavige allonge en/of eventuele garanties of zoals deze eventueel al dan niet met kredietfaciliteiten later gewijzigd, aangevuld of verhoogd mocht worden.(…)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>middels de verhoging wordt de kredietlimiet van de financieringsovereenkomst verhoogd met € 8.987.000,- tot maximaal 133.200.392,- en [medeverdachte 1] en toetreder zijn hierover, naast de in de financieringsovereenkomst genoemde provisies, een extra afsluitprovisie van 89.870,-, een extra financieringsprovisie van € 89.870,- en een bedrag ad. 15.000,- terzake de beoordelingskosten verschuldigd, waarop de in de financieringsovereenkomst genoemde voorwaarden van toepassing zijn. De afsluitprovisie alsmede de beoordelingskosten zullen in mindering worden gebracht op het aan [medeverdachte 1] en/of toetreder uit te keren bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">19.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de DTZ Zadelhoff Bedrijfsruimtemarkt 2009 (DOC-239), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Op de bedrijfsruimtemarkt is het aanbod in een jaar tijd gestegen met 15% en daarmee komt het uit op 8,7 miljoen vierkante meter. De totale opname over 2009 komt met 1,9 miljoen vierkante meter iets hoger uit dan medio 2009 werd voorspeld. Vergeleken met 2008 is er evenwel sprake van een flinke dating met 42%. De afname van de vraag naar bedrijfsruimten kan verklaard worden door de afnemende wereldhandel ten gevolge van de dalende vraag naar consumptiegoederen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">20.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het kwartaalbericht december 2009 van DNB over de commerciële vastgoedmarkt (DOC-145), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Commerciële vastgoedmarkt in zwaar weer.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">21.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [medeverdachte 1] aan [naam 13] en [naam 14] van 14 oktober 2008 (bijlage 19 bij de ‘stukken [naam 15] 18 februari 2021’), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Op de vorige RvC zou de statutaire directie komen met een oplossing voor de liquiditeit en de onrust onder het personeel. (…) Dat in aanmerking nemend duldt de RvC geen uitstel, immers er moeten spijkers met koppen geslagen en acties ter voorbereiding op een deconfiture genomen worden als er geen oplossing komt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">22.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het Statusoverzicht [bedrijf 7] , versie 8 december 2008 (DOC-300), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Al met al menen wij dat [bedrijf 7] de juiste stappen zet om deze lastige tijd door te komen. Daarvoor heeft zij nu wel onze hulp nodig. Anders is niet uit te sluiten dat [bedrijf 7] in een deconfiture geraakt. Voor onze positie geldt dat er alsdan een grote inspanning nodig is om onze posities veilig te stellen/af te wikkelen. Kijkend naar de acties die [bedrijf 7] onderneemt en de behaalde resultaten, dan ontstaat het beeld dat zij in afgeslankte vorm zeker perspectief heeft. Ook wij zijn vanzelfsprekend bij de continuïteit van [bedrijf 7] gebaat.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">23.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten ‘ [bedrijf 7] : Status update &amp; Relatie Revisie’ opgesteld door [bedrijf 22] op 4 oktober 2011 (DOC-333), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Het concern rapporteerde over 2009, vnlk als gevolg van negatieve herwaarderingen een verlies van € 109 min (2008: -/- € 50 min) waardoor het zichtbaar eigen vermogen verder is uitgehold tot nog slecht € 15 min (positief) op een balanstelling van € 747 min, hetgeen als ruineus kan worden betiteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">24.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [medeverdachte 1] aan [naam 3] van 1 maart 2010 (bijlage 32 bij de ‘stukken [naam 15] 18 februari 2021’), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">We hebben voor een paar vennootschappen uitstel aangevraagd.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">25.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst geldlening van 7 september 2007 tussen [bedrijf 39] B.V. en HSH Nordbank AG (DOC-366).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van HSH Nordbank AG aan [bedrijf 39] B.V. van 22 april 2010 (DOC-367), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Dear Mr. [medeverdachte 1] , We refer to the Facility Agreement d.d. 07 September 2007 as well as the most valuation report of [bedrijf 40] d. d. 16.11.2009 as well as our letter dated 06.01.2010 about the notification of the breach of the LTV Covenant per 31.12.2009. (…) Referring to clause 17.1 (d) (ii) Financial ratios of the Facility Agreement no Event of Default shall arise if the aforementioned breach will be remedied satisfactory to us within 3 months after notification to the Borrower. As per today we have not noticed any repayment of the facility.</p>\n<p class=\"lf-p\">Therefore we hereby declare an Event of Default under the Facility Agreement d.d. 07 September 2007. Please make us clear how you want to cure the LTV Breach as soon as possible.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 7] aan [bedrijf 22] van 15 juli 2010 (DOC-301), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Door het uitblijven van de extra financiering die naar SNS weet aan het eind van het eerste kwartaal van dit jaar benodigd was, zijn wij vanaf mei genoodzaakt de betaling van rente en aflossingen van SNS te storneren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">26.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende verpanding vorderingen (tevens inhoudende rangwisseling) van 29 juni 2010 (DOC-401).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">27.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van ABN AMRO Private Banking aan [medeverdachte 1] van 30 juni 2010 (DOC-414a, vertaling), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">We hebben begrepen dat u bezig bent met de voorbereiding van de verkoop van \" [project] \", ` een gebouw in Nederland. In de offerte van 18 juni stond vermeld dat de kredietnemer binnen zes maanden na de hypotheekverstrekking tenminste 10 miljoen euro zal overmaken. We weten dat de verkoop van \" [project] \" gepland staat voor het 4e kwartaal 2011. We accepteren daarom dat de verkoopopbrengst, met een minimum van 10 miljoen euro, in plaats van in 2010 uiterlijk in 2012 wordt overgeschreven, zoals we eerder besproken hebben.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">28.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 22] aan [bedrijf 7] van 6 augustus 2010 (DOC-303), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Ten slotte hebben wij vastgesteld dat u sinds mei 2010 eenzijdig de termijnnota's storneert van diverse leningen die door SNS PF aan [bedrijf 7] B.V. en/of haar groepsonderdelen zijn verstrekt. Inmiddels is hierdoor een aanzienlijke achterstand in de betaling van rente en aflossing ontstaan waardoor deze leningen in default zijn geraakt. SNS PF behoudt zich alle rechten voor.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">29.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een Quick Scan over [bedrijf 7] van 30 mei 2011, opgemaakt door Value Improvement (DOC-144), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Totale bankschuld en verplichtingen bankiers [bedrijf 7] is door diverse banken gefinancierd als onderstaand gepresenteerd. De uitstaande leningen per 31 augustus 2010 bedroegen in totaliteit € 757,8 mln. en zijn als volgt te verdelen: [Afbeelding] 30. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 22] aan [bedrijf 20] B.V. van 28 september 2010 (DOC-305), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 30 september aanstaande expireert leningnummer [nummer 15] , betreffende de bouwfinanciering van project [project] te Utrecht Leidsche Rijn. Hierover ontvangt u een dezer dagen een schriftelijk verzoek tot aflossing. (…) Om deze reden rest ons geen andere weg dan u te verzoeken om de lening per de aanstaande expiratiedatum of te lossen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">31.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 22] aan [bedrijf 20] B.V. en aan [medeverdachte 1] van 4 oktober 2010 (DOC-544), inhoudende, voor zover van belang: [bedrijf 20] B.V. en U in privé zijn hoofdelijk schuldenaren onder de financieringsovereenkomst d.d. 5 september 2006 terzake van ‘ [project] Utrecht Leidsche Rijn’, zoals gewijzigd bij allonge dd. 23 september 2009. De verstrekte financiering had uiterlijk jongstleden 30 september integraal afgelost moeten zijn, maar betaling is uitgebleven. U bent bij brief van 27 september jl. door [bedrijf 22] B.V, ( [bedrijf 22] ) ten overvloede op deze betalingsverplichting gewezen, maar ook op die brief heeft U niet gereageerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor sommeren wij U om binnen 7 dagen na heden - derhalve uiterlijk op vrijdag 8 oktober a.s. - aan uw betalingsverplichtingen jegens [bedrijf 22] te voldoen. Indien betaling wederom uitblijft behoudt [bedrijf 22] zich het recht voor om zonder nadere waarschuwing rechtsmaatregelen tegen U te nemen, executoriale on conservatoire maatregelen daaronder begrepen, zowel jegens [bedrijf 20] B.V. als jegens U in privé.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">32.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 22] aan veertien ondernemingen binnen het [medeverdachte 1] -concern van 4 oktober 2010 (DOC-306), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">De geadresseerden van deze brief zijn debiteuren onder de navolgende financieringsovereenkomsten: [Afbeelding] (…) Hierdoor sommeren wij de geadresseerde vennootschappen om binnen 7 dagen na heden — derhalve uiterlijk op vrijdag 8 oktober a.s. — aan hun betalingsverplichtingen jegens [bedrijf 22] te voldoen. Indien betaling wederom uitblijft, behoudt [bedrijf 22] zich het recht voor om zonder nadere waarschuwing rechtsmaatregelen tegen de geadresseerde vennootschappen te nemen, executoriale en conservatoire maatregelen daaronder begrepen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">33.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een financieringsovereenkomst, project: ‘Additionele krediet – Brinkmannpassage en woningportefeuille [naam 16] ’ van 29 december 2008 (DOC-481), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">5.1 De besloten vennootschappen [bedrijf 13] B.V., [bedrijf 19] 15 B.V., [bedrijf 19] 16 B.V., [bedrijf 41] V B.V., [bedrijf 42] B.V., [bedrijf 43] B.V., [bedrijf 44] B.V., [bedrijf 45] B.V. en De heer [medeverdachte 1] in privé verklaren door ondertekening van deze overeenkomst ieder als hoofdelijk debiteur aansprakelijk te zijn voor alle verplichtingen welke direct danwel indirect uit deze overeenkomst voortvloeien.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">34.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een Quick scan rapport [bedrijf 22] BV, betreffende Project [medeverdachte 1] van 23 december 2011 (DOC-384), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] [Afbeelding] [Afbeelding] [Afbeelding] 35. Een schriftelijk bescheid, te weten het ‘Final draft report on findings of procedures on the Cash flow forecast’ van 13 december 2010, opgesteld door [naam 7] (bijlage K bij de ‘Stukken [naam 15] 18 februari 2021’, p. 4), inhoudende, voor zover van belang: [bedrijf 7] forecasts that future SNS portfolio cash flows for the period Q3 2010 – Q4 2013 (excluding divestments) will not be sufficient to cover the debt service for this period. Currently, SNS Bank aims [bedrijf 7] to divest certain assets within the SNS portfolio in order to reduce assets and the outstanding loan balance.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">36.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de Rapportage administratief faillissementsonderzoek van de heer [medeverdachte 1] van 25 juni 2014, opgesteld door [bedrijf 46] (DOC-032, p. 56), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">9.10.4.2 Borgstellingen Bij ons zijn de volgende borgstellingen door de heer [medeverdachte 1] ten gunste van andere (rechts)personen bekend:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens FHG Bank N.V. voor een bedrag van maximaal € 1.700.000 (zie Bijlage 124).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens Staal Bank N.V. voor een bedrag van maximaal € 2.268.901 (zie Bijlage 125).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens Deutsche Bank Nederland N.V. voor een bedrag van maximaal € 5.400.000 (zie Bijlage 126).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens Fortis Bank (Nederland) N.V. (nu genaamd: ABN AMRO) voor een bedrag van maximaal € 1.500.000 (zie Bijlage 127).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens Fortis Bank (Nederland) N.V. (nu genaamd: ABN AMRO) voor een bedrag van maximaal € 9.500.000 (zie Bijlage 128).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens Fortis Bank (Nederland) N.V. (nu genaamd: ABN AMRO) voor een bedrag van maximaal € 3.000.000 (zie Bijlage 129).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens Stichting Hogeschool Utrecht voor niet gemaximeerd bedrag (zie Bijlage 130).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>jegens [bedrijf 47] (Nederland) N.V. voor een bedrag van € 2.500.000 (zie Bijlage 131).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">37.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het [bedrijf 8] B.V. 2009 financial report van 16 februari 2011 (DOC-236), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">For the financial year ended December 31, 2009, the loss before taxes amounts to EUR 74,329,918 (…). The group equity as at December 31,2009 amounts to EUR 51,148,749 negative.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">38.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het Waarderingsrapport van de (certificaten van) aandelen van [bedrijf 10] B.V. van 19 oktober 2012, opgesteld door [bedrijf 48] ( [code 1] , bij de aanvullende aangifte tegen [medeverdachte 1] / [verdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 15] van [naam 17] ), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 3: Ons is door [bedrijf 26] medegedeeld dat voor 2010 de (de rechtbank begrijpt: goedkeurende) verklaring vanwege vragen rondom de continuïteit nog niet is afgegeven.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">39.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het Waarderingsrapport van de (certificaten van) aandelen van [bedrijf 4] B.V. van 19 oktober 2012, opgesteld door [bedrijf 48] ( [code 2] , bij de aanvullende aangifte tegen [medeverdachte 1] / [verdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 15] van [naam 17] ), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoot 2: Ons is door [bedrijf 26] medegedeeld dat voor 2010 de (de rechtbank begrijpt: goedkeurende) verklaring vanwege vragen rondom de continuïteit nog niet is afgegeven.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">40.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten bijlage [code 3] , p.6, bij de aanvullende aangifte tegen [medeverdachte 1] / [verdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 15] van [naam 17] , inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">De extern accountant, [bedrijf 26] , heeft tot en met 2009 de jaarrekeningen voorzien van een goedkeurende verklaring. Over 2010 is een dergelijke verklaring bij de jaarrekening van [bedrijf 7] B.V. nog niet afgegeven. De reden daarvoor is naar u ons mededeelde dat er vraagtekens zijn bij de continuïteit van de vennootschap(pen).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">41.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [bedrijf 22] aan [bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 8] B.V. van 11 maart 2011 (DOC-281), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">De achterstand in de door u verschuldigde betalingen op uw leningen (althans leningen van aan u gelieerde vennootschappen) bij [bedrijf 22] is inmiddels verder opgelopen per 1 maart 2011 tot een bedrag van ruim € 9.900.000,- exclusief verlengingsprovisies, exclusief uw rentederivaten verplichtingen en exclusief het project [project] , voorgaande in zijn geheel te noemen de \"achterstand\". (…) Bovendien is de looptijd van meerdere leningen waaronder ook begrepen lening [nummer 20] , [nummer 21] , [nummer 22] en [nummer 23] , verstreken zoals u schriftelijk ook te kennen is gegeven, zonder dat u die leningen binnen de overeengekomen termijn integraal hebt afgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij stellen wij u in gebreke met betrekking tot uw (betalings)verplichtingen uit hoofde van al uw leningen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">42.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het [bedrijf 7] B.V. 2011 financial report (DOC-359, p. 3), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">The ability for [bedrijf 7] B.V. to continue as going concern primarily depends on the ability and preparedness of the lenders to continue financing. A number of loans have expired and are repayable. The company however is unable to repay certain of these debts, because it appears difficult to sell-off or refinance.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">43.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overzicht van de juridische structuur van [bedrijf 7] tot 31 december 2009 (DOC-383), inhoudende: [Afbeelding] 44. Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van 19 januari 2015, betreffende [bedrijf 11] BV (DOC-064), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Statutaire naam [bedrijf 11] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enig aandeelhouder Naam [bedrijf 9] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sedert 16-06-2011 Bestuurder Naam [bedrijf 9] B.V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sedert 16-06-2011 45. Een schriftelijk bescheid, te weten de aangifte inkomstenbelasting 2009 ten name van de heer [medeverdachte 1] ( [code 4] , bij de aanvullende aangifte tegen [medeverdachte 1] / [verdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 15] van [naam 17] ), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemiddelde waarde bezittingen 33.812.256 Gemiddelde waarde schilden 35.059.522 46. Een schriftelijk bescheid, te weten het fiscaal rapport inkomstenbelasting 2010 [medeverdachte 1] (CUR-JK-115, bij de aanvullende aangifte tegen [medeverdachte 1] / [verdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 15] van [naam 17] ), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemiddelde waarde bezittingen 29.483.922 Gemiddelde waarde schulden 37.738.340 Niet bestaande schuld 47. Een schriftelijk bescheid, te weten een vaststellingsovereenkomst d.d. 29 juli 2003, tussen [naam 8] , [bedrijf 49] BV, [bedrijf 50] SA, [medeverdachte 1] , [bedrijf 13] BV, [bedrijf 51] SA en [bedrijf 44] BV, alsmede alle overige vennootschappen van de [bedrijf 52] (DOC-134).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">48.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een rapportage administratief faillissementsonderzoek van de heer [medeverdachte 1] d.d. 25 juni 2014 (DOC-032, par. 9.15, p. 90 van 91), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">9.15 Beëindiging samenwerking met [naam 8] De heer [medeverdachte 1] (al dan niet middels [bedrijf 8] B.V., destijds genaamd [bedrijf 53] B.V., of [bedrijf 51] S.A., hierna in deze paragraaf gezamenlijk te noemen: de heer [medeverdachte 1] cs) en de heer [naam 8] (al dan niet middels [bedrijf 49] B.V. of [bedrijf 50] S.A., hierna in deze paragraaf gezamenlijk te noemen: de heer [naam 8] ) zijn begin 2001 gezamenlijk eigenaar van de volgende bezittingen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>(de aandelen in) [bedrijf 44] B.V. (ieder voor 50% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>(de aandelen in) [bedrijf 28] B.V. (ieder voor 50% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>(de aandelen in) [bedrijf 54] B.V. (ieder voor 33 1/3% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>(de aandelen in) [bedrijf 55] B.V. (leder voor 50% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>(de aandelen in) [bedrijf 29] B.V. (ieder voor 25% van het geheel).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>25% onverdeelde eigendom in het pand [adres 6] 7. 50% onverdeelde eigendom in de panden: a. [adres 7] b. [adres 8] c. [adres 9] d. [adres 10] e. [adres 11] 8. (kapitaalbelang in) [bedrijf 56] C.V.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>(kapitaalbelang in) [bedrijf 57] C.V. (…) Teneinde de op dat moment ontstane impasse te doorbreken hebben de heer [medeverdachte 1] en de heer [naam 8] op 29 juli 2003 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierbij worden de hierboven onder 1 tot en met 6 vermelde bezittingen toebedeeld aan de heer [medeverdachte 1] . De onder 7 tot en met 9 vermelde bezittingen worden toebedeeld aan de heer [naam 8] . Behoudens een aanvullende betaling van € 1.500.000 door de heer [medeverdachte 1] aan de heer [naam 8] vindt de verdeling van bezittingen voornamelijk plaats met gesloten beurzen. In de vaststellingsovereenkomst zijn hieromtrent geen bedragen genoemd. Partijen besluiten tevens gezamenlijk de opdracht aan de derde deskundige te beëindigen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de Vaststellingsovereenkomst worden de door de heer [medeverdachte 1] over te nemen bezittingen overgenomen door \" [medeverdachte 1] of nader te noemen meester(s)\". Uitvoering van de vaststellingsovereenkomst vindt plaats op 10 november 2003 door middel van het passeren van een aantal notariële aktes.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bezittingen vermeld onder 1, 2 en 5 zullen worden overgenomen door [bedrijf 9] B.V. en [bedrijf 1] (destijds genaamd [bedrijf 1] ). Zie hieromtrent tevens de paragrafen 9.13.1.1 tot en met 9.1.13.4 respectievelijk 9.14.1.1 tot en met 9.14.1.4. De bezittingen vermeld onder 3 en 4 zullen worden overgenomen door [bedrijf 8] B.V. De bezittingen vermeld onder 6 tot en met 9 worden overgenomen door de heer [medeverdachte 1] . (…) 49. Een schriftelijk bescheid, te weten een rapportage administratief faillissementsonderzoek van de heer [medeverdachte 1] d.d. 25 juni 2014 (DOC-032, par. 9.14.2, p. 83 van 91), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de in 2009 gesloten transacties ( [bedrijf 58] N.V., [bedrijf 44] B.V. en [bedrijf 27] B.V.) volgt een vordering van [bedrijf 1] op [bedrijf 8] BV van € 10.194.856. Deze vordering wordt verrekend met een vordering van [bedrijf 8] op [bedrijf 1] waardoor per saldo een vordering van [bedrijf 1] op [bedrijf 8] resteert van € 5.354.424.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het saldo van de verrekende vordering van [bedrijf 8] op [bedrijf 1] heeft derhalve € 4.840.432 bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende reactie namens [bedrijf 1] Dit betrof een vordering (€ 4,840 mio) die [bedrijf 8] reeds had op de Stichting, omdat [bedrijf 8] in 2003 de koopprijs verschuldigd door de Stichting i. v. m. de aankoop van de aandelen van de heer [naam 8] c.s. voor haar voldeed. [bedrijf 8] had dus een oude vordering die bij de verkoop aan [bedrijf 8] van het aandeel van de Stichting werd verrekend.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">50.</span>Het proces-verbaal van ambtshandeling, documentcode AMB-048, van 18 mei 2016, inhoudende, voor zover van belang: (…) 2.1 Aankoop aandelen door St. 5M en [bedrijf 31] In 2003 hebben [medeverdachte 1] en zijn toenmalige zakenpartner, [naam 8] , een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij [naam 8] zijn aandeel in [bedrijf 59] , [bedrijf 60] en [bedrijf 29] verkocht aan [bedrijf 1] en [bedrijf 31] . De koopsom werd als volgt samengesteld: [Afbeelding] 51. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende levering van aandelen / vestiging pandrecht op de aandelen in het kapitaal van [bedrijf 44] B.V. (DOC-557).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">52.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende levering van aandelen in het kapitaal van [bedrijf 59] B.V. (DOC-249).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">53.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende levering van aandelen in het kapitaal van [bedrijf 29] N.V. (DOC-558).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">54.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de akte houdende levering van aandelen / vestiging pandrecht op aandelen in het kapitaal van [bedrijf 19] 21 B.V. (DOC-559).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">55.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een rapportage administratief faillissementsonderzoek van de heer [medeverdachte 1] d.d. 25 juni 2014 (DOC-032, par. 9.13.1.1, p. 60 van 91), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Op 9 mei 2007 kopen de volgende vennootschappen de aandelen [bedrijf 61] B.V. van [bedrijf 62] B.V. (zie Bijlage 145).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[bedrijf 9] B.V. koopt 59.446 gewone aandelen voor € 5.945.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[bedrijf 1] koopt 59.446 gewone aandelen voor 5.945.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">56.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 44] BV (DOC-266).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">57.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 59] BV (DOC-535).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">58.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 29] NV (bijlage [code 5] , bij de aanvullende aangifte tegen [medeverdachte 1] / [verdachte] d.d. 31 januari 2020, ondertekend door mr. [naam 15] van [naam 17] ).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">59.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 19] 21 BV (DOC-560).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">60.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst, contractnummers D008.1 en D009.1 d.d. 31 december 2009 (DOC-526).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">61.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst, contractnummer E001.2, d.d. 22 januari 2010 (DOC-289).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">62.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een Overeenkomst van geldlening tussen [bedrijf 9] B.V. en [verdachte] d.d. 23 mei 2011 (DOC-468).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">63.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 63] B.V. (CUR-18), inhoudende, voor zover van belang: (…) [bedrijf 63] B.V., statutory seated in [vestigingsplaats] , was incorporated on [datum 10] 2009. (…) 64. Een schriftelijk bescheid, te weten een schriftelijke verklaring van [naam 6] d.d. 1 juli 2016 (DOC-581), inhoudende, voor zover van belang: (…) Voor de reorganisatie in 2009 was het nodig dat we gebruik konden maken van de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting en daarvoor was het nodig dat er in ieder geval een aandeelhouder was die meer dan 90% van de onderliggende aandelen hield. Om die reden hebben [bedrijf 64] en [bedrijf 1] hun belangen in 2009 overgedragen aan [bedrijf 8] . Het ging om de aandelen in vier vennootschappen, te weten [bedrijf 28] BV, [bedrijf 28] I BV, [bedrijf 58] NV en [bedrijf 65] BV. (…) Om te voldoen aan de 90% eis voor de interne reorganisatievrijstelling voor de overdrachtsbelasting moesten [verdachte] en [bedrijf 1] hun belangen overdragen aan [bedrijf 8] . (…) Omdat we niet wisten wat de werkelijke waarde per ultimo 2009 zou zijn is er een naverrekeningsclausule in de akten opgenomen. Deze naverrekeningsclausule stond in de allereerste conceptakte die wij van AKD ontvingen. (…) Op enig moment werd ik gebeld door mr. [naam 3] Hendrik Crucq namens AvS met de mededeling dat de naverrekeningsclausule eruit moest. (…) Uiteindelijk is alleen in de akten met [bedrijf 64] en [bedrijf 1] enerzijds en [bedrijf 8] anderzijds de naverrrekeningsclausule geschrapt en bij de overdracht door [bedrijf 8] aan [bedrijf 7] c.s. (die op dezelfde dag plaatsvond) is die blijven staan. (…) Onttrekking beslag inboedel [plaats 1] 65. Het vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant d.d. 5 februari 2014, zaaknummer/rolnummer C/01/272246 / KG ZA 13-848, in de zaak tegen [verdachte] (DOC-104).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">66.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het proces-verbaal van executoriaal beslag d.d. 17 februari 2014, opgemaakt door [naam 1] , betreffende het executoriaal beslag op de inboedel van de woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] (DOC-021, bijlage 2).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">67.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de brief van mr. J.H.B. Crucq en mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts aan curatoren mr. [curator 1] en mr. [curator 2] d.d. 14 maart 2014 (DOC-100), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">De beslagen goederen behoren toe aan anderen dan [verdachte] en dienen daarom te worden opgeheven. Ik verzoek en, voor zover nodig, sommeer ik de curatoren hiervoor binnen een week na de datum van deze brief voor te zorgen. (…) Namens [verdachte] en de Stichting kan ik u daarom het volgende voorstel doen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>[verdachte] betaald het uit vonnis van 5 februari 2013 verschuldigde bedrag op een nader overeen te komen derden- of escrow-rekening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Het saldo wordt in zijn geheel uitgekeerd aan: o [verdachte] en de Stichting op basis van een vonnis met gezag van gewijsde waaruit volgt dat de pandrechten van [verdachte] en de Stichting geldig zijn (dusniet op grond van de faillissementspauliana bestreden kunnen worden), o aan de curatoren bij een vonnis met gezag van gewijsde waarin de pandrechten van [verdachte] en de Stichting ‘sneuvelen’ of o aan een van de partijen nadat de partijen daarover schriftelijke overeenstemming hebben bereikt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">68.</span>Het vonnis van de Rechtbank Amsterdam d.d. 2 juni 2014, zaaknummer / rolnummer C/13/565912 / KG ZA 14-676 SP/EB, in de zaak van [verdachte] tegen curatoren mr. [curator 1] en mr. [curator 2] (DOC-430), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">2.12 Op 21 mei 2014 heeft één van de curatoren foto’s ontvangen van het Brabants Dagblad waarop drie vrachtwagens bij het pand te zien zijn, met de mededeling dat die vrachtwagens werden ingeladen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">69.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de aangifte van curatoren mr. [curator 2] en mr. [curator 1] d.d. 3 juni 2014 tegen [verdachte] en [bedrijf 9] BV (DOC-021), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Mr. [curator 2] heeft de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] op 3 juni 2014 betreden. Tijdens het binnentreden is gebleken dat de gehele inboedel uit de woning was verdwenen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">70.</span>Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 2 februari 2016 (G-01-01), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Vraag verbalisanten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat is uw betrokkenheid geweest bij de verhuizing van de inboedel van de woning van [medeverdachte 1] en [verdachte] aan de [adres 1] te [plaats 1] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Antwoord gehoorde: [verdachte] wilde eerst alles zelf gaan inpakken. Ze zei me dat ze het niet meer redde, en of ik het over wilde nemen. Ik zei haar dat ik het wilde doen. De verhuizer had ze zelf al geregeld. Samen met de twee poetsers hebben we alles ingepakt. Ik heb mensen geregeld om alles te demonteren. Vervolgens heb ik de verhuizers begeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn ongeveer 15 vrachtwagens geweest. Een aantal vrachtwagens zijn naar [plaats 4] gegaan, en een aantal naar Amsterdam.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inboedel is op transport gegaan naar [plaats 4] . Als de vrachtwagens hier vertrokken, belde ik [verdachte] op en dan wachtte zij ze op. Vervolgens leidde ze de vrachtwagens naar de loods.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag verbalisanten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe, wanneer en door wie bent u betaald voor uw werkzaamheden met betrekking tot deze verhuizing?</p>\n<p class=\"lf-p\">Antwoord gehoorde:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb aan [verdachte] gefactureerd. Deze facturen zijn netjes betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag verbalisanten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Op welke wijze heeft [verdachte] de facturen aan u betaald? Via welke bankrekening?</p>\n<p class=\"lf-p\">Antwoord gehoorde:</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste factuur, [nummer 24] , wordt betaald door [bedrijf 9] B.V., van bankrekening [rekeningnummer 7] .</p>\n<p class=\"lf-p\">De tweede factuur, [nummer 25] , is via dezelfde bankrekening betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De derde factuur, [nummer 26] , wordt betaald via een rekening op naam van [verdachte] , [rekeningnummer 8] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Facturen [nummer 27] en [nummer 28] worden betaald via [rekeningnummer 4] op naam van [verdachte] , [adres 12] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Factuur [nummer 29] wordt betaald via dezelfde rekening als [nummer 27] en [nummer 28] .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">71.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een Sea Waybill 184207 d.d. 8 juni 2014 (DOC-017), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] [Afbeelding] 72. Een schriftelijk bescheid, te weten een Sea Waybill 226990 d.d. 22 juni 2014 (DOC-018), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] [Afbeelding] 73. Een schriftelijk bescheid, te weten een inventarisatie- en taxatierapport d.d. 19 november 2013, inzake de [adres 3] te [plaats 1] , te weten de inventaris zoals aangegeven ‘zakelijk’, opgesteld door het Nederlands Taxatie- en Adviesbureau B.V. (DOC-100, bijlage 1), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Liquidatiewaarde: € 52.300,-- Onderhandse verkoopwaarde bij gelijkblijvende bestemming en gebruik: € 163.850,- 74. Een schriftelijk bescheid, te weten een inventarisatie- en taxatierapport d.d. 19 november 2013, inzake [adres 3] te [plaats 1] , te weten de inventaris zoals aangegeven ‘privé’, opgesteld door het Nederlands Taxatie- en Adviesbureau B.V. (DOC-021, bijlage 6), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Liquidatiewaarde: € 74.800,-- Onderhandse verkoopwaarde bij gelijkblijvende bestemming en gebruik: € 171.700,- 75. Het proces-verbaal van verhoor getuige Q.L.C.M. Bongaerts bij de rechter-commissaris van de Rechtbank Overijssel d.d. 28 november 2018, inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Was er een regeling getroffen tussen de curator en [verdachte] die inhield dat zij een bedrag in depot zou zetten totdat er onherroepelijk op deze kwestie zou zijn beslist en dat het beslag op de inboedel dan zou worden opgeheven?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik onderhandelde met de curatoren over een regeling, deels telefonisch en deels over de e-mail. In mijn herinnering waren we het over de hoofdlijnen van die regeling eens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wagenpark 76. Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst wagenpark, op 5 maart 2011 ondertekend door [naam 2] en [medeverdachte 1] (DOC-033, vertaling in DOC-033a).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">77.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst wagenpark, op 5 maart 2011 ondertekend door [naam 18] en [naam 2] (DOC-030, vertaling in DOC-030a).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">78.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een bijlage bij de overeenkomst wagenpark (DOC-034), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] 79. Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst met nummer E003.2 tussen [medeverdachte 1] en [bedrijf 1] van 2 februari 2010 (DOC-227).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">80.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten Vaststellingsovereenkomst I tussen [verdachte] en [bedrijf 1] van 17 september 2013 (DOC-076), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] [Afbeelding] 81. Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 9] op naam van [medeverdachte 1] bij Banque Cantonale du Valais, van 31 augustus 2012 (DOC-117), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] 82. Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 9] op naam van [medeverdachte 1] bij de Banque Cantonale du Valais (DOC-117), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] 83. Een schriftelijk bescheid, te weten een factuur met nummer 10150563 van 21 augustus 2012 (DOC-315), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] 84. Een schriftelijk bescheid, te weten Vaststellingsovereenkomst IV tussen de [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [verdachte] van 17 september 2013 (DOC-076), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] 85. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van J.H. Crucq en Q. Bongaerts aan curatoren mrs. [curator 1] en [curator 2] van 4 oktober 2013 (DOC-124), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>De afrekening van de koopprijs door middel van verrekening zoals voldaan door [medeverdachte 1] voor de Stichting en [bedrijf 2] berust dus op de in artikel 8.4 van de VFA1 en artikel 1.1 van de rekening-courantovereenkomst tussen [medeverdachte 1] en de Stichting van 2 februari 2010 overeengekomen regelingen (…).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">86.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een overeenkomst overdracht ten titel van beheer tussen de [bedrijf 1] , [verdachte] en [bedrijf 3] , ondertekend op 9 januari 2014 (DOC-043).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">87.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de bijlage bij de overeenkomst overdracht ten titel van beheer tussen de [bedrijf 1] , [verdachte] en [bedrijf 3] , ondertekend op 9 januari 2014 (DOC-043a), inhoudende: [Afbeelding] 88. Een schriftelijk bescheid, te weten de bill of lading no. [nummer 30] van 31 maart 2014 (DOC-216), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] [Afbeelding] De Canada-transacties 89. Een schriftelijk bescheid, te weten het afschrift van de akte houdende verpanding vorderingen (tevens inhoudende rangwisselingen) op 29 juni 2010 opgesteld door mr. [naam 19] (DOC-401), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] [Afbeelding] 90. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van [verdachte] aan [bedrijf 33] B.V. van 30 mei 2011 (DOC-433), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Bij akte van 29 juni 2010 heeft de vennootschap [bedrijf 8] B.V. aan ondergetekenden een eerste pandrecht verleend op vorderingen die [bedrijf 8] B.V. heeft of zal krijgen op de vennootschap [bedrijf 33] B.V. (‘Vorderingen’). Hierbij informeren wij u over het bestaan van dit pandrecht zoals bedoeld in artikel 246 lid 1 Boek 3 Burgerlijk Wetboek.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">91.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten het ‘offer to purchase an undivided interest in a portion of the SW 27-53-24-4 and plan 179HW, Block 7’ van [bedrijf 35] Ltd. aan [bedrijf 24] Ltd. (DOC-520).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">92.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de ‘resolution of the directors of [bedrijf 24] Ltd.’ van 10 mei 2011 (DOC-521).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">93.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de vaststellingsovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [verdachte] , de [bedrijf 1] , [bedrijf 9] B.V., [bedrijf 4] B.V., [bedrijf 10] B.V. en [medeverdachte 1] (contractnummer [nummer 31] , DOC-493).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">94.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de vaststellingsovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 7] B.V., [verdachte] , de [bedrijf 1] , [bedrijf 4] B.V., [bedrijf 33] B.V. en [bedrijf 11] B.V. (contractnummer [nummer 32] , DOC-494).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">95.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst afstand pandrecht van 16 juni 2011 tussen [verdachte] , de [bedrijf 1] en [bedrijf 8] B.V. (contractnummer [nummer 33] , DOC-495).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">96.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 7] B.V., [bedrijf 33] B.V., [bedrijf 11] B.V. en [bedrijf 8] B.V. (contractnummer [nummer 34] , DOC-498).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">97.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de akte van verkoop, koop en levering aandelen [bedrijf 11] B.V. van 16 juni 2011, inclusief de bijgevoegde overnamebalans (contractnummer [nummer 35] , DOC-499).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">98.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de vaststellingsovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 11] B.V. en [bedrijf 24] Ltd. (contractnummer [nummer 36] , DOC-500).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">99.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de vaststellingsovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 11] B.V. (contractnummer [nummer 37] , DOC-501).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">100.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van een vordering van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 10] B.V., [bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 11] B.V. (contractnummer [nummer 38] , DOC-502).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">101.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de koopovereenkomst van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 4] B.V., [bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 11] B.V. (contractnummer [nummer 39] , DOC-503).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">102.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de akte van verkoop, koop en levering aandelen [bedrijf 11] B.V. van 16 juni 2011, opgemaakt door mr. [naam 20] (nummer [nummer 40] , DOC-504).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">103.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst van geldlening van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 10] B.V., [bedrijf 4] B.V. en [bedrijf 11] B.V. (contractnummer [nummer 41] , DOC-505).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">104.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst van geldlening van 16 juni 2011 tussen [medeverdachte 1] , [bedrijf 10] B.V. en [bedrijf 11] B.V. (contractnummer [nummer 42] , DOC-506).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">105.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst van geldlening van 16 juni 2011 tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [bedrijf 11] B.V. (contractnummer [nummer 43] , DOC-507).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">106.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten de overeenkomst tot overdracht van rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst van geldlening van 16 juni 2011 tussen [bedrijf 9] B.V., [verdachte] en [bedrijf 11] B.V. (contractnummer [nummer 44] , DOC-508).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">107.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [naam 6] van 22 augustus 2011 (DOC-578), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Zoals bekend hebben we onlangs de zgn. Canada-transactie uitgevoerd. Onderstaand doe ik kort verslag (…) Betaling van euro 300.000 via de volgende route: Geboekt in de FO administraties. o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [naam 21] aan [naam 22] ; o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [naam 22] aan [naam 23] ; o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [naam 23] aan [medeverdachte 1] ; o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [medeverdachte 1] aan [verdachte] ; o Betaling (aflossing RC) van euro 300.000 door [verdachte] aan [bedrijf 31] .</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">108.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 5] van 29 juli 2011 (DOC-576), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] [Afbeelding] [Afbeelding] 109. Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [naam 3] aan [medeverdachte 1] van 9 mei 2011 (DOC-438), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Hoi [medeverdachte 1] , als ze opeist dan flikkert de tent om.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">110.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [medeverdachte 1] aan [naam 3] en [naam 9] van 6 juni 2011 (DOC-442), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">Naar [verdachte] heb ik – omdat ik met haar open communiceer – eerder dit jaar aangegeven dat totaal onverwacht we mogelijk de gronden in canada verkocht hebben. (…)Ze heeft dus gezegd dat zij de opbrengst uit Canada als aflossing wilde ontvangen. Gaandeweg werd helder dat de deal in canada zou bestaan uit een cash bedrag en een restant vordering. Daarop gaf ze aan dat ze dan de cash ontvangst in ieder geval vast wilde. (…) Vervolgens komt de aanvraag van een bindend advies ivm ontbreken van unanimiteit (…).</p>\n<p class=\"lf-p\">Witwassen 111. Een schriftelijk bescheid, te weten de ‘Financial Statements for the year 2012’ van [bedrijf 24] Ltd. Vancouver (DOC-463), inhoudende, voor zover van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">2Other financial assets This includes a loan with a principal amount of CAD 7,100,000 provided to [bedrijf 35] Ltd. on May 10, 2011 with a total duration of five years. The interest on this loan varies from 6% to 8%. The loan will be repaid on the expiration date.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">112.</span>Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening 24.05.35.936 op naam van [bedrijf 24] Ltd. van 14 januari 2014 (DOC-416), inhoudende: [Afbeelding] 113. Een schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift van bankrekening [rekeningnummer 10] op naam van [bedrijf 24] Ltd. van 1 april 2014 (DOC-417), inhoudende: [Afbeelding] 114. Een schriftelijk bescheid, te weten de ‘resolution of the sole director of [bedrijf 24] Ltd’ van 8 september 2014 (DOC-602), inhoudende, voor zover van belang: [Afbeelding] 115. Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mailwisseling tussen [medeverdachte 1] en [naam 11] , vice president van [bedrijf 35] (DOC-592), inhoudende, voor zover van belang:</div>\n<p class=\"lf-p\">From: [medeverdachte 1] &lt; [e-mailadres 1] Sent: 30-Sep-14 1:09 PM To: [naam 11] Subject: Re: [bedrijf 24] , Edmonton, Alberta Hi [naam 11] , (…) [verdachte] is director and shareholder of [bedrijf 24] , she moved to Dubai a while ago and off course her companies to. As long as you pay based upon instructions of [bedrijf 24] I think you can’t have any problem. (…) If the account she asks you to pay to is linked to the company or to her then I don’t see the problem. (…) [medeverdachte 1] On Sep 30, 2014, at 6:43 PM, [e-mailadres 2] wrote: [medeverdachte 1] , (…) Per the attached correspondence however, we are being asked to do something that neither we nor our solicitors are comfortable with regarding the transfer of funds due and payable to [medeverdachte 1] to an account that has openly and clearly been identified as not being a [medeverdachte 1] account. As noted in our solicitor’s correspondence (and as previously suggested), we believe it to be more appropriate for all parties for those monies to be transferred to [medeverdachte 1] ’ solicitor here in Canada and that [medeverdachte 1] can then provide them with whatever instructions you choose regarding their ultimate disbursement. (…) [naam 11] Vice President 116. Een schriftelijk bescheid, te weten een betalingsopdracht aan de ‘direction of [bedrijf 34] Ltd.’ van 21 oktober 2014 (DOC-593), inhoudende: [Afbeelding] 117. Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [naam 24] van 21 april 2016 (DOC-575), inhoudende, voor zover van belang: [bedrijf 35] ’s final payment, made in October 2014, was wired to the National Bank of Abu Dhabi for the benefit of ‘ [verdachte] ’ De raadslieden van verdachte en van medeverdachte [medeverdachte 1] hebben – nu een aantal feiten aan beide verdachten ten laste zijn gelegd – de reactie en de verweren van de verdediging inzake die feiten onder elkaar verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 9 februari 2010, LJN BI4691, NJ 2010, 104; Hoge Raad 14 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:54.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie AG 26 maart 2024; ECLI:PHR:2024:300.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad 22 december 2009, NJ 2010, 273.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie voetnoot 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">HR 3 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM7811 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2010:BM7811), (X/RWE Energy Nederland).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-4, Schriftelijke verklaring van [verdachte] d.d. 18 april 2019, randnummers 11, 12 en 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-100 (pag. 958).</p>\n<p class=\"lf-p\">D-081, memo van [verdachte] / [naam 2] / [naam 6] aan de Curatoren [medeverdachte 1] d.d. 29 mei 2013 (dossierpag. 3491).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-8 (pag. 54 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-19 (pag. 270).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-103 (pag. 1044 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijv. de verkoop van aandelen [bedrijf 28] BV door [bedrijf 51] aan [bedrijf 8] BV d.d. 19 januari 2010, waarbij de definitieve koopprijs is vastgesteld op basis van de jaarrekening over 2009, CUR-28 (pag. 330 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-11 (pag. 84).</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-557, akte van levering van aandelen [bedrijf 66] BV (dossier pag. 7394 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-249, akte van levering van aandelen [bedrijf 28] BV (dossier pag. 4537 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-558, akte van levering van aandelen [bedrijf 29] BV (dossier pag. 7403 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-559, akte van levering van aandelen [bedrijf 19] 21 BV (dossier pag. 7410 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">CUR-18, Financial Statements for the year 2009 van [bedrijf 63] B.V. [plaats 2] .</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-581, schriftelijke verklaring van [naam 6] (dossier pag. 7527 t/m 7530).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijv. CUR-28 (pag. 330 e.v.).</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:GHSHE:2018:200, onderdeel 3.7.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van [medeverdachte 1] aan [naam 3] en [naam 9] van 6 juni 2011 (DOC-442).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook: ECLI:NL:PHR:2021:29.</p></div>", "next": 0}