{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">de ontvangst van de factuursom uit hoofde van het AB-contract en de betaling van de factuursom uit hoofde van het BC-contract telkens zeer kort na elkaar plaatsvonden, waarbij [bedrijf 4] telkens aangaf dat [bedrijf 3] na ontvangst van de AB-contractsom de BC-contractsom moest ‘doorbetalen’, en; het dossier geen stukken bevat waaruit kan worden afgeleid dat (personen werkzaam voor) [bedrijf 3] en de door haar gecontracteerde Offshore-entiteiten daadwerkelijk in de contracten genoemde werkzaamheden hebben uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de hiervoor besproken feiten en omstandigheden stelt de rechtbank ten aanzien van [bedrijf 2] in dit verband vast dat: één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden met welke partijen [bedrijf 2] een contract moest aangaan en onder welke voorwaarden; [bedrijf 2] geen rol heeft gehad bij het initiëren en tot stand brengen van een contractuele relatie met de Offshore-entiteiten; één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] (de inhoud van) zowel de AB- als de BC-contracten en de bijbehorende facturen hebben aangeleverd, terwijl [bedrijf 4] formeel geen partij was bij de gesloten BC-contracten; van een aantal contracten meerdere, vrijwel identieke getekende versies bestaan; er in het geheel geen correspondentie in de vorm van bijvoorbeeld e-mailverkeer heeft plaatsgevonden tussen de verschillende partijen over de totstandkoming en inhoud van de contracten, de uit te voeren werkzaamheden en de betaling van facturen, terwijl dergelijke communicatie in het zakelijk handelsverkeer hoogst gebruikelijk en zelfs noodzakelijk is en de contractvoorwaarden daar overigens expliciet toe noopten, zoals het verlenen van schriftelijke toestemming door [bedrijf 9] aan [bedrijf 2] voor de uitbesteding aan [bedrijf 6] , het melden door [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] van de compensatie ontvangen van [bedrijf 9] en correspondentie over de onderbouwing van de ‘1% succes fee’ en het bijbehorende geldbedrag; [bedrijf 2] niet beschikte over gekwalificeerd personeel dat de gecontracteerde werkzaamheden kon uitvoeren; één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden wanneer betalingen op grond van het AB-contract plaats zouden vinden en betalingsinstructies gaven aan [bedrijf 2] voor betalingen op grond van het BC-contract, en; de ontvangst van de factuursom uit hoofde van het AB-contract en de betaling van de factuursom uit hoofde van het BC-contract telkens zeer kort na elkaar plaatsvonden, met uitzondering van de betalingen verricht op 15 april 2014 en 21 mei 2014, en; het dossier geen stukken bevat waaruit kan worden afgeleid dat (personen werkzaam voor) [bedrijf 2] en de door haar gecontracteerde Offshore-entiteiten daadwerkelijk in de contracten genoemde werkzaamheden hebben uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de hiervoor besproken feiten en omstandigheden stelt de rechtbank ten aanzien van [medeverdachte bedrijf] in dit verband vast dat: één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden met welke partijen [medeverdachte bedrijf] een contract moest aangaan en onder welke voorwaarden; [medeverdachte bedrijf] geen rol heeft gehad bij het initiëren en tot stand brengen van een contractuele relatie met de Offshore-entiteiten; één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] (de inhoud van) zowel de CB- als de BA-contracten en de bijbehorende facturen hebben aangeleverd, terwijl [bedrijf 4] formeel geen partij was bij de gesloten CB-contracten; het BA-contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 7] SA en het CB-contract tussen [bedrijf 10] en [medeverdachte bedrijf] van 17 juni 2013 na de contractdatum nog zijn aangepast; (personen gelieerd aan) [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 4] in 2014 bespraken dat brieven van [bedrijf 4] geadresseerd aan [medeverdachte bedrijf] gedateerd vóór 30 juni 2013 nog het oude adres van [medeverdachte bedrijf] moesten vermelden en deze brieven dus kennelijk met terugwerkende kracht werden opgesteld of gewijzigd; er geen correspondentie in de vorm van bijvoorbeeld e-mailverkeer heeft plaatsgevonden tussen de verschillende partijen over de totstandkoming en inhoud van de contracten en de uit te voeren werkzaamheden, terwijl dergelijke communicatie in het zakelijk handelsverkeer hoogst gebruikelijk en zelfs noodzakelijk is. Zo had bijvoorbeeld correspondentie mogen worden verwacht ter zake de totstandkoming en inhoud van de subcontracten voor het ‘roofing system’, ‘steel structure’, ‘vertical &amp; horizontal transportion’ en ‘external wall system’ en de daarin berekenende geldbedragen, welke contracten überhaupt niet zijn aangetroffen; [medeverdachte bedrijf] niet beschikte over gekwalificeerd personeel dat de gecontracteerde werkzaamheden kon uitvoeren; één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] bepaalden wanneer betalingen op grond van het BA-contract plaats zouden vinden en betalingsinstructies gaven aan [medeverdachte bedrijf] voor betalingen op grond van het CB-contract; één of meerdere personen gelieerd aan [bedrijf 4] zich nadrukkelijk bemoeiden met en instructies gaven over het doen van een betaling door [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 8] op het moment dat het risico op compliance issues ontstond; de ontvangst van de factuursom uit hoofde van het BA-contract en de betaling van de factuursom uit hoofde van het CB-contract telkens zeer kort na elkaar plaatsvonden, en;</p>\n<p class=\"lf-p\">het dossier geen stukken bevat waaruit kan worden afgeleid dat (personen werkzaam voor) [medeverdachte bedrijf] en de door haar gecontracteerde Offshore-entiteiten daadwerkelijk in de contracten genoemde werkzaamheden hebben uitgevoerd. [verdachte] heeft ter zitting verklaard dat [bedrijf 3] ‘van de plank is gehaald’ en [bedrijf 2] is opgericht om de samenwerking met [bedrijf 4] vorm te geven en dat [bedrijf 4] voor [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] telkens contractspartij C uitzocht en de inhoud van zowel de AB- als BC-contracten bepaalde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de hiervoor weergegeven vaststellingen, die deels bevestiging vinden in de verklaring [verdachte] zoals hiervoor weergegeven, alsook de conclusie van de rechtbank dat de contracten zijn geantedateerd, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de in de contracten vermelde werkzaamheden niet werkelijk door [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] zijn uitgevoerd en evenmin werkelijk door hen zijn uitbesteed, en dat zij daartoe ook niet de intentie hadden en zich daartoe niet werkelijk hebben verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaringen van [verdachte] en [naam 10] dat [naam 10] wel werkzaamheden uitvoerde, zoals het technisch beoordelen van de contracten, acht de rechtbank onaannemelijk en ongeloofwaardig nu deze geen enkele steun vinden in het dossier, terwijl daar toch – op zijn minst – schriftelijke stukken zoals correspondentie van te verwachten zouden zijn. Het dossier laat daarentegen zien dat louter sprake was van administratieve vastlegging van contracten en uitbetaling van geldbedragen. De inhoud van e-mailcorrespondentie en de data van het betalingsverkeer leiden ten aanzien van alle hiervoor besproken contracten – waarbij ten aanzien van zowel [bedrijf 3] als [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] uit het dossier eenzelfde specifieke modus operandi naar voren komt – tot de conclusie dat niet de uitvoering van werkzaamheden bepalend is geweest voor het sluiten van de contracten en het betalen van de verschillende contractsommen, maar dat de contracten enkel dienden ter afdekking van een internationale geldstroom afkomstig van [bedrijf 4] . Dit betrof een kunstmatige constructie, waardoor [bedrijf 4] overigens blijkens de plea agreement die zij sloot met de Amerikaanse Department of Justice – kort gezegd – in staat was wereldwijd steekpenningen te betalen aan overheidsfunctionarissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De contracten waren dus fictief. Er zijn niet werkelijk opdrachten verstrekt en aanvaard voor de uitvoering van (engineerings)werkzaamheden. Deze conclusie wordt verder onderstreept door de omstandigheid dat [bedrijf 4] (indirect) controle uitoefende en/of zeggenschap had over de C-partijen, de Offshore entiteiten. Gelet hierop valt niet in te zien dat [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] een reële schakel vormden wat betreft de uitvoering van werkzaamheden voor bouwprojecten, noch als feitelijke uitvoerder noch als hoofdaannemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde contracten en facturen valselijk zijn opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het voorgaande doet niet af dat, zoals de verdediging heeft betoogd, partijen met het sluiten van de contracten (ook) fiscale planning nastreefden, nog los van het antwoord op de vragen of dit werkelijk een doel was en of dat doel legitiem was. Het rechtvaardigt immers hoe dan ook niet dat in contracten een onjuiste voorstelling van zaken wordt weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De valse contracten en facturen waren opgenomen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Naar vaste jurisprudentie kan een bedrijfsadministratie in haar geheel als geschrift in de zin van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) worden aangemerkt, alsook als samenstel van geschriften. De rechtbank is van oordeel dat daarmee tevens de bedrijfsadministraties van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] zijn vervalst.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.2.2 Gebruik maken van valse documenten (lid 2) 4.4.2.2.1 Aanvullende redengevende feiten en omstandigheden Op 18 april 2018 heeft de ING-bank een aangetekende brief gestuurd aan [medeverdachte bedrijf] met als onderwerp ‘verzoek om informatie over de rekeningen van [medeverdachte bedrijf] BV’ met hierin 16 verschillende vragen. In de brief is te lezen dat de ING-Bank op 5 februari 2018 al vragen heeft gesteld aan [medeverdachte bedrijf] en dat deze vragen op 20 februari 2018 zijn beantwoord. Vraag 5 van de ING-Bank was als volgt: ‘U heeft orders meegestuurd van [bedrijf 4] S.A. als onderbouwing van transactie USD 1.483.856,88 (29-05-2015). Dit bedrag is echter niet uit de documenten te herleiden. Graag ontvangen we van u hierover een verklaring en verzoeken u alsnog de onderliggende factuur mee te sturen die betrekking heeft op de transactie.’ In de fysiek in beslag genomen stukken is een ongedateerd document aangetroffen met daarin antwoorden op de 16 verschillende vragen van de ING-Bank en waarin is verwezen naar de brief van 18 april 2018. In het ongedateerde document is als reactie op vraag 5 opgenomen: ‘Dit betreft een betaling aan [bedrijf 10] , [bedrijf 10] S.A.. Deze vennootschap hield een rekening aan bij de Meinl Bank te Antigua. Bijgaand een copie van de factuur alsmede de agency agreement. In de fysiek in beslag genomen stukken is de factuur (invoice [factuurnummer 19] ) van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 7] SA van 16 oktober 2025 aangetroffen. Op de factuur staat met pen geschreven ‘vraag 5’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter terechtzitting heeft [verdachte] bevestigd dat hij samen met [naam 4] (destijds partner bij [bedrijf 19] ) [medeverdachte] heeft geholpen bij de beantwoording van de verschillende vragen van de ING-Bank nadat [medeverdachte] had aangegeven dat hij in het kader van een Know Your Customer(KYC)-procedure verschillende contracten naar de ING-Bank had verstuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.2.2.2 Oordeel van de rechtbank Uit de beantwoording van vraag 5, de handgeschreven notitie op de betreffende factuur (invoice [factuurnummer 19] ) en de verklaring van [verdachte] ter zitting, leidt de rechtbank af dat de ten laste gelegde valse contracten en valse factuur door [medeverdachte] namens [medeverdachte bedrijf] zijn verzonden naar de ING-Bank. Daarmee zijn de valse contracten en factuur gebruikt in de zin van artikel 225, tweede lid Sr.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.2.3 Bewijsbestemming Voor een bewezenverklaring van valsheid in geschrifte is vereist dat het geschrift bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Contracten, zo ook de onderhavige, hebben deze bestemming, nu zij bewijzen dat partijen afspraken hebben gemaakt die kunnen worden afgeleid uit de inhoud en de ondertekening. De rechtbank volgt de redenering van de verdediging dat de contracten (slechts) standaardbepalingen bevatten die geen zelfstandige bewijswaarde van een rechtens relevant feit en dus geen bewijsbestemming hebben, niet. In de eerste plaats is die stelling feitelijk onjuist, nu de contracten wel degelijk bijzondere bepalingen bevatten zoals de specificatie van de uit te voeren werkzaamheden en de datering. In de tweede plaats vindt de stelling geen steun in het recht. Ook in geval van standaardbepalingen of modelcontracten is sprake van concrete op rechtsgevolg gerichte verklaringen van de contractspartijen die een bewijsbestemming hebben in het maatschappelijk verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De facturen dienen als bewijs van de verschuldigdheid van de overeengekomen vergoedingen. Daarnaast is vastgesteld dat de ten laste gelegde contracten en facturen waren opgenomen in de bedrijfsadministratie van de verschillende vennootschappen. De Hoge Raad heeft bepaald dat een bedrijfsadministratie – aan te merken als geschrift op zichzelf alsook als een samenstel van geschriften – bestemd is om tot het bewijs van het daarin vermelde te dienen. De onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde contracten en facturen, alsook de daaruit bestaande bedrijfsadministraties, kunnen daarmee worden gekwalificeerd als (telkens) een (samenstel van) geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen als bedoeld in artikel 225 Sr.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.2.4 Oogmerk Om tot een bewezenverklaring van valsheid in geschrift te komen is oogmerk tot misleiding vereist. Dit betekent dat er derden in het spel moeten zijn die niet van de valsheid op de hoogte zijn. Het oogmerk moet zijn gericht op het gebruik als echt en onvervalst. Deze doelbewustheid behelst minst genomen zekerheids- of noodzakelijkheidbewustzijn. ‘Gebruik’ omvat elk gebruik in het maatschappelijk verkeer waarbij sprake is van misleiding en waaruit enig nadeel kan ontstaan. Niet is vereist dat het geschrift daadwerkelijk is gebruikt. Als het geschrift door opzettelijk handelen van de verdachte in het maatschappelijk verkeer is gekomen, mag bij verdachte ook de bedoeling daartoe aanwezig worden geacht, tenzij door de verklaringen van de verdachte of anderszins aannemelijk wordt dat de verdachte niet de bedoeling had dat het geschrift zou worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor heeft de rechtbank vastgesteld dat de ten laste gelegde overeenkomsten en facturen van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] zijn opgenomen in de bedrijfsadministraties van deze ondernemingen, waarmee zij de bewijsbestemming hebben onderkend. Reeds dit brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat de vennootschappen het oogmerk hadden de valse overeenkomsten en facturen als echt en onvervalst te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot het gebruikmaken van de valse contracten en de valse factuur van [medeverdachte bedrijf] in de zin van artikel 225 lid 2 Sr (feit 2, tweede onderdeel), overweegt de rechtbank dat dit gebruikmaken daadwerkelijk heeft gestrekt tot misleiding van een ander, nu de stukken zijn opgestuurd naar (medewerkers van) de ING-Bank in het kader van een KYC-procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.2.5 Opzet Voor bewezenverklaring van artikel 225 Sr is tot slot vereist dat sprake is geweest van opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, op de valsheid van de contracten en facturen (lid 1, ten laste gelegd onder feiten 1, 2, onderdeel 1, en 3), althans op het gebruik van de contracten en de factuur en het valse karakter daarvan (lid 2, ten laste gelegd onder feit 2, onderdeel 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals hiervoor is overwogen zijn de in de contracten vermelde werkzaamheden niet werkelijk door of namens [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] uitgevoerd en evenmin werkelijk door hen uitbesteed, en hebben zij daartoe ook niet de intentie gehad en zich daartoe niet werkelijk verbonden. Gelet op de hiervoor beschreven modus operandi, waarvan het doel louter was de geldstroom afkomstig van [bedrijf 4] af te dekken met fictieve contracten, en de omstandigheden dat [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] geen van alle beschikten over gekwalificeerd personeel, er geen enkele communicatie is geweest over de inhoud en de uitvoering van de contracten en elk contract gesloten werd op een datum vóórdat het contract opgesteld werd, kan het niet anders zijn dan dat degenen die de contracten en de facturen hebben opgesteld, gewijzigd en/of ondertekend, te weten de bestuurders en werknemers van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , wisten of tenminste bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat die contracten en facturen vals waren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit geldt ook voor de contracten en de factuur die door [medeverdachte] namens [medeverdachte bedrijf] zijn verzonden aan de ING-Bank, waarbij het gelet op het hiervoor overwogene niet anders kan zijn dan dat [medeverdachte] , die tijdens de ten laste gelegde periode bestuurder was van [medeverdachte bedrijf] en de bewuste contracten heeft ondertekend, minst genomen voorwaardelijk opzet had op de valsheid van de stukken en het gebruik daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook hier geldt dat een eventueel (aanpalend) fiscaal motief, wat daar ook van zij, aan het voorgaande niet afdoet. Het rechtvaardigt zoals gezegd niet dat in contracten een onjuiste voorstelling van zaken wordt weergegeven. Al aangenomen dat men in dit verband heeft vertrouwd op advies, dan nog heeft de rechtbank geen aanknopingspunt kunnen vinden voor de conclusie dat dat vertrouwen gerechtvaardigd was. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is om te beginnen op geen enkele wijze gebleken van enig concreet, deskundig (fiscaal) advies dan wel een ‘tax ruling’ ter zake, nog los van het feit dat in zo’n advies of ruling bezwaarlijk kan zijn gesteld dat het juridisch is toegestaan om contracten te antedateren en daarin fictieve opdrachten te vermelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.2.6 Daderschap [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] De rechtbank stelt voorop dat een rechtspersoon als dader van een strafbaar feit kan worden aangemerkt indien de gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon toegerekend kan worden. De rechtbank overweegt hierover het volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden en de verklaring van [verdachte] , leidt de rechtbank af dat het opmaken (ondertekenen) van de ten laste gelegde contracten en het opmaken van de daarop betrekking hebbende facturen door (personen namens) [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] passend waren binnen de normale bedrijfsvoering, nu daarmee de vermeende afdekking met fictieve contracten van de geldstroom afkomstig van [bedrijf 4] werd gefaciliteerd. [bedrijf 3] en [bedrijf 2] werden zelfs exclusief hiervoor opgericht/aangewend. Het sluiten van de contracten en het opmaken van daarop gebaseerde facturen zijn [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] dienstig geweest, nu zij hiervoor een marge ontvingen bestaande uit het verschil tussen de ontvangen en betaalde geldbedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt voor het desgevraagd versturen van stukken aan de ING (feit 2, onderdeel 2). Een onderneming is immers verplicht mee te werken aan de KYC-procedure van de bank waar de onderneming klant is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde gedragingen hebben plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersonen en daarmee redelijkerwijs aan [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] kunnen worden toegerekend. Uit het hiervoor beschreven opzet van de personen die de gedragingen (kort gezegd het opmaken van de contracten en de facturen en versturen van dergelijke stukken aan de ING) feitelijk hebben verricht, kan eveneens het opzet van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] worden afgeleid. Dit betekent dat [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] kunnen worden aangemerkt als respectievelijke daders van het ten laste gelegde onder 1 tot en met 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.2.7 Medeplegen Gelet op de vastgestelde gang van zaken betreffende de samenwerking tussen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] met de (personen gelieerd aan) [bedrijf 4] en het administratieve team van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , dat werd aangestuurd door [verdachte] , ten aanzien van het opmaken van de verschillende valse contracten en de daarop gebaseerde valse facturen, hebben [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] het ten laste gelegde naar het oordeel van de rechtbank in nauwe en bewuste samenwerking gepleegd met anderen. De rolverdeling was hoofdzakelijk als volgt: personen gelieerd aan [bedrijf 4] leverden de (inhoud voor de) contracten aan, de administratieve krachten van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] pasten die zo nodig aan en maakten de facturen op en de bevoegde bestuurders ondertekenden de contracten. Ieder van hen leverde zo een wezenlijke bijdrage van voldoende gewicht. De rechtbank acht het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde medeplegen dan ook telkens wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het gebruik maken van valse geschriften in de vorm van het versturen van de contracten en de factuur namens [medeverdachte bedrijf] aan de ING.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.2.8 Feitelijke leidinggeven en opzet daarop De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of [verdachte] kan worden aangemerkt als feitelijke leidinggever van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Hierbij dient niet uitsluitend de juridische positie te worden betrokken maar ook de feitelijke positie van de verdachte bij de rechtspersoon en het gedrag dat de verdachte heeft vertoond of nagelaten op grond waarvan hij geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijke leiding te hebben gegeven. In feitelijke leidinggeven ligt een zelfstandig opzetvereiste op de verboden gedraging besloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de redengevende feiten en omstandigheden leidt de rechtbank het volgende af. [verdachte] is degene die benaderd is door (personen gelieerd aan) [bedrijf 4] voor een samenwerking met Nederlandse vennootschappen. Hij heeft daarvoor [bedrijf 3] en – het speciaal voor dit doel door hem opgerichte – [bedrijf 2] aangedragen, en ook [medeverdachte bedrijf] is op zijn initiatief ingezet voor de samenwerking. Verder onderhield [verdachte] de contacten met de betrokken personen vanuit en gelieerd aan [bedrijf 4] , zoals [naam 17] , [naam 1] en [naam 10] , en stuurde hij de werknemers aan die zich bezig hielden met het opmaken en afhandelen van de contracten en de facturen. Zo verklaart [naam 14] : ‘ [verdachte] was voor mij de directe leidinggevende dus de meeste vragen gingen zijn kant op.’ Ook was [verdachte] betrokken bij de dagelijkse gang van zaken aangaande de valse contracten en facturen. Hij heeft de ten laste gelegde contracten namens [bedrijf 3] ondertekend, ook nadat hij per 30 juni 2013 was uitgeschreven als bestuurder en een persoon gelieerd aan [bedrijf 4] dat stokje (formeel) overnam. Hij heeft geregeld dat [naam 23] op papier directeur werd van [bedrijf 2] , wiens enkele taak bestond uit het ondertekenen van de stukken die door [verdachte] of diens team werden aangeleverd. [naam 23] heeft [verdachte] omschreven als de grote baas van [bedrijf 2] en als degene die de dagelijkse werkzaamheden aanstuurde. Ook is gebleken dat [verdachte] zich bezig hield met de contracten die [medeverdachte bedrijf] sloot met [bedrijf 4] ; zo communiceerde hij met mensen van [bedrijf 4] wanneer zich compliance-issues dreigden voor te doen bij het verrichten van een betaling van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 8] en hielp hij [medeverdachte] bij de beantwoording van vragen van de ING naar aanleiding van de verstuurde (valse) contracten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de hiervoor weergegeven rol en positie van [verdachte] bij de vennootschappen is de rechtbank van oordeel dat hij onmiskenbaar kan worden aangemerkt als feitelijke leidinggevende van zowel [bedrijf 3] als [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] ten aanzien van de verweten gedragingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op al het voorgaande, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat [verdachte] van meet af aan heeft geweten dat het doel was een kunstmatige transactiestructuur op te zetten via de Nederlandse bedrijven, waarmee de geldstroom afkomstig van [bedrijf 4] op een met de werkelijkheid strijdige wijze werd afgedekt met fictieve contracten. Daarmee is zijn opzet gegeven. De verweren van de verdediging op dit punt worden verworpen onder verwijzing naar hetgeen is overwogen onder 4.4.2.5 Opzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht bewezen dat verdachte opzettelijk feitelijke leiding heeft gegeven aan [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] bij het meermalen plegen van valsheid in geschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.2.9 Conclusie met betrekking tot feiten 1 tot en met 3 De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] bij het meermalen medeplegen van valsheid in geschrifte en het door [medeverdachte bedrijf] gebruik maken van die valse geschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.3 Het oordeel van de rechtbank over feit 4: deelname aan een criminele organisatie De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie onder een organisatie in de zin van artikel 140 Sr wordt verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen ten minste twee personen. Van deelneming aan een dergelijke organisatie kan slechts sprake zijn als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning geeft aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in artikel 140 Sr bedoelde oogmerk. Voor deelneming is voldoende dat de deelnemer in zijn algemeenheid weet dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.3.1 Duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband Uit de hiervoor besproken feiten en omstandigheden volgt dat over een periode van meerdere jaren sprake is geweest van een georganiseerde samenwerking tussen een vaste groep (rechts)personen. Dit betroffen (onder anderen) de natuurlijke personen [verdachte] en [naam 1] . Deze samenwerking had gezien de jarenlange duur en het aantal contracten en daarop gebaseerde facturen een duurzaam karakter. Daarnaast was de samenwerkings gestructureerd van aard. Uit de feiten en omstandigheden, in het bijzonder de aangehaalde e-mails, volgt dat sprake was van een vooropgezet plan, dat heeft geleid tot een gecoördineerde handelswijze en een vaste rolverdeling. Door [bedrijf 4] werden contracten, facturen, betalingsinstructies en contractspartijen aangeleverd, terwijl [verdachte] en zijn team van administratieve medewerkers ervoor moesten zorgen dat namens de Nederlandse ondernemingen de contracten werden ondertekend en betalingen op grond van het BC-contract werden uitgevoerd aan de Offshore entiteiten gelieerd aan [bedrijf 4] .</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.3.2 Oogmerk Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden omtrent [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , in onderlinge samenhang bezien, volgt dat het oogmerk van [verdachte] en de andere (rechts)personen bestond uit het opstellen van valse contracten en daarop gebaseerde valse facturen op naam van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] om zo via schijnconstructies een ogenschijnlijk legitiem karakter te geven aan het telkens weer doorsluizen van grote geldbedragen. Naar het oordeel van de rechtbank was het oogmerk van dit samenwerkingsverband daarmee gericht op het plegen van valsheid in geschrifte.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.3.3 Deelneming verdachte De rechtbank acht tevens wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] heeft deelgenomen aan de criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van valsheid in geschrifte. [verdachte] had de kartrekkersrol in Nederland; hij selecteerde in overleg met [bedrijf 4] geschikte bedrijven, stuurde die aan, alsook de administratieve medewerkers die de contracten en facturen controleerden, lieten ondertekenden en verwerkten in de bedrijfsadministratie. Ook heeft [verdachte] zelf contracten ondertekend en anderen naar voren geschoven en/of geïnstrueerd om de contracten te ondertekenen. Uiteindelijk leidde dit tot een samenwerkingsverband waarin de Nederlandse vennootschappen (waaraan verdachte feitelijke leiding heeft gegeven) een cruciale schakel vormden voor het internationaal doorsluizen van verschillende geldbedragen. Met betrekking tot het verweer van de verdediging dat het opzet op deelname aan de criminele organisatie niet aanwezig was nu [verdachte] uitging van een motief van fiscale planning, verwijst de rechtbank naar wat zij hiervoor heeft overwogen ten aanzien van het opzet op de verweten gedragingen en het feitelijke leidinggeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.3.4 Deelneming [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals hiervoor besproken ziet de rechtbank [verdachte] als de kartrekker van de door [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] gepleegde valsheden. Uit de feiten en omstandigheden volgt dat [bedrijf 3] en [bedrijf 2] exclusief werden aangewend voor de beoogde samenwerking. Ook ten aanzien van [medeverdachte bedrijf] heeft [verdachte] verklaard dat hij de onderneming van zijn broer uitsluitend heeft aangewend voor de door hem beoogde samenwerking met [bedrijf 4] . Het voorgaande brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat - hoewel de rechtspersonen op zichzelf deel uitmaken van de organisatie - het strafbaar handelen van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] zozeer is te vereenzelvigen met het handelen van [verdachte] , dat geen sprake is van een samenwerkingsverband van één natuurlijk persoon met meerdere rechtspersonen, maar van één natuurlijk persoon die meerdere rechtspersonen als ‘werktuigen’ heeft gebruikt voor het plegen van misdrijven, in dit geval valsheid in geschrifte. Bezien vanuit het uitgangspunt dat een dergelijk samenwerkingsverband tussen een natuurlijk persoon en ‘zijn rechtspersoon’ niet kan leiden tot het oordeel dat sprake is van een strafbare samenwerking, en zo’n werktuig (dus) niet kan worden aangemerkt als zelfstandige deelnemer aan een criminele organisatie, zal [verdachte] partieel worden vrijgesproken van het vormen van een criminele organisatie met [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] .</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4.3.5 Conclusie met betrekking tot feit 4 De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] een criminele organisatie heeft gevormd met (onder andere) [naam 1] .</p>\n<p class=\"lf-p\">4.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>[bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. (ontbonden op 31 december 2015) (hierna: [bedrijf 3] ) op tijdstippen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 1] en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en Brazilië en elders ter wereld, telkens tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, A.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 13 november 2012 met contractnummer [contractnummer 1] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 17 december 2012; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] d.d. 25 november 2013 met kenmerk [factuurnummer 1] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 22 januari 2013 met contractnummer [contractnummer 2] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 4 februari 2013; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] en [bedrijf 3] d.d. 21 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 3] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] Inc d.d. 28 februari 2014; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 23 november 2014 met kenmerk [factuurnummer 2] en B. de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] B.V., elk zijnde een geschrift en/of een samenstel van geschriften dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, immers hebben [bedrijf 3] en (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in deze contracten en/of die facturen voornoemd telkens werkzaamheden en/of leveringen en/of diensten vermeld, althans laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 3] zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>- die contracten voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans die geschriften geantedateerd, en vervolgens voornoemde contracten en/of facturen opgenomen en/of laten opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] , zulks telkens met het oogmerk om deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>[medeverdachte bedrijf] B.V. (hierna: [medeverdachte bedrijf] ) op tijdstippen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente Noordwijk en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en Brazilië en elders ter wereld, telkens tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, A.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] Inc. d.d. 14 juni 2012; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 9] LTD d.d. 5 juli 2012; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 16 december 2013 met kenmerk [factuurnummer 3] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>- een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A. d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] ; en B. de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] B.V., elk zijnde een geschrift en/of een samenstel van geschriften dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, immers hebben [medeverdachte bedrijf] en (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in deze contracten en/of die facturen voornoemd telkens werkzaamheden en/of leveringen en/of diensten vermeld, althans laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [medeverdachte bedrijf] zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>die contracten voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans die geschriften geantedateerd, en vervolgens voornoemde contracten en/of facturen opgenomen en/of laten opnemen in de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] , zulks telkens met het oogmerk om deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;</div>\n<p class=\"lf-p\">En [medeverdachte bedrijf] B.V. in de periode van 5 februari 2018 tot en met 1 november 2018 in de gemeente [vestigingsplaats 1] en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valselijk opgemaakte geschriften te weten,</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A. d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] , terwijl [medeverdachte bedrijf] , wist dat deze geschriften bestemd waren om als echt en onvervalst te gebruiken, en bestaande dat gebruikmaken hierin dat [medeverdachte bedrijf] deze geschriften heeft verzonden en/of doen toekomen aan (een) medewerker(s) van de [bedrijf 11] N.V. , hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>[bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) (ontbonden op 23-10-2015), op tijdstippen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 oktober 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 2] en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland en Brazilië en elders ter wereld, telkens tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, A.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 9] LTD en [bedrijf 2] d.d. 20 februari 2012; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>- een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 5 maart 2012; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 6 december 2012 met kenmerk [factuurnummer 5] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 18 juni 2013 met contractnummer [contractnummer 5] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. d.d. 1 juli 2013; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 6] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een factuur van [bedrijf 12] S.A. aan [bedrijf 2] d.d. 27 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 7] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 17 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 6] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] S.A. d.d. 24 februari 2014; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 april 2014 met kenmerk [factuurnummer 16] ; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een factuur van [bedrijf 13] S.A aan [bedrijf 2] d.d. 6 mei 2014 met kenmerk [factuurnummer 8] en B. de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] B.V., elk zijnde een geschrift en/of een samenstel van geschriften dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst immers hebben [bedrijf 2] en (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in deze contracten en/of die facturen voornoemd telkens werkzaamheden en/of leveringen en/of diensten vermeld, althans laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 2] zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>die contracten voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans die geschriften geantedateerd, en vervolgens voornoemde contracten en/of facturen opgenomen en/of laten opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] , zulks telkens met het oogmerk om deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;</div>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij in de periode vanaf 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 1] en gemeente Voorschoten en gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland en Brazilië en elders ter wereld, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hij, verdachte en [naam 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het meermaals medeplegen van valsheid in geschrift op meerdere tijdstippen.</div>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</p>\n<p class=\"lf-p\">5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 5.1 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft betoogd dat ten aanzien van het onder feiten 1, 2 en 3 telkens ten laste gelegde onderdeel ‘opnemen van de valse geschriften in de bedrijfsadministratie’ de strafuitsluitingsgrond van artikel 42 Sr van toepassing is en daarmee ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen, nu de aan artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) gekoppelde bewaarplicht van de administratie meebrengt dat ook valse stukken dienen te worden opgenomen in de bedrijfsadministratie. [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] waren volgens de verdediging dan ook wettelijk gehouden om de (valse) documenten op te nemen in de bedrijfsadministratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat het opnemen van de valse contracten en facturen in de bedrijfsadministratie een keuze was. Daarmee is sprake is van een vorm van culpa in causa waardoor [verdachte] geen (geslaagd) beroep op de strafuitsluitingsgrond toekomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt als volgt. De oorzaak van de valse bedrijfsadministratie en de daaraan ten grondslag liggende valse stukken moet niet worden gevonden in (het voldoen aan) het wettelijke voorschrift van artikel 52 AWR, maar in vrijwillig handelen. Men was immers niet op grond van enige wettelijke bepaling gehouden om valse stukken op te maken. Daarmee kan naar het oordeel van de rechtbank de bewaarplicht van artikel 52 AWR geen rechtvaardiging vormen voor het opmaken van valse stukken die vervolgens worden opgenomen in de bedrijfsadministratie van een onderneming. De rechtbank verwerpt het beroep op deze strafuitsluitingsgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 51, 140 en 225 Sr. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 en feit 3 telkens het misdrijf: feitelijke leidinggeven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd; feit 2 telkens het misdrijf: feitelijke leidinggeven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd; en feitelijke leiding geven aan opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon; feit 4 het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, waarbij rekening is gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard en ernst van de feiten [verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijke leidinggeven aan drie ondernemingen bij het plegen van valsheid in geschrifte door het opmaken van valse contracten en facturen en het vervalsen van de bedrijfsadministratie. Deze gedragingen vonden plaats in georganiseerd verband. Met de valse contracten en facturen werd voorgewend dat Nederlandse ondernemingen (engineerings)werkzaamheden zouden hebben uitgevoerd dan wel uitbesteed waar zij in werkelijkheid geen betrokkenheid bij hebben gehad. In werkelijkheid werden zodoende internationale geldstromen afkomstig van [bedrijf 4] afgedekt met fictieve transacties. [verdachte] heeft hierin een cruciale rol gespeeld. Hij is de samenwerking met [bedrijf 4] aangegaan en heeft hiervoor Nederlandse ondernemingen gebruikt met geen ander doel dan het faciliteren van de fraude.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook heeft hij hiervoor de onderneming van zijn broer, medeverdachte [medeverdachte] , gebruikt. [verdachte] werd hierbij ogenschijnlijk enkel gedreven door een financieel belang en verdiende zo gedurende een lange tijd op makkelijke wijze ten onrechte veel geld. Hoewel de rechtbank op basis van het dossier niet precies heeft kunnen becijferen voor welk totaalbedrag is gefraudeerd, staat wel vast dat het om zeer aanzienlijke bedragen gaat. Alleen al op basis van de ten laste gelegde contracten en facturen zijn tientallen miljoenen via de bankrekeningen van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] doorgesluisd, waarvan miljoenen zijn achtergebleven bij deze vennootschappen. [verdachte] heeft tenminste via de door hem gehouden aandelen in alle drie de vennootschappen financieel geprofiteerd van de marge die de ondernemingen toekwam in ruil voor hun deelname aan de fraudestructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met zijn handelen heeft [verdachte] misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld en ook moet kunnen worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming, zoals de in de onderhavige zaak aan de orde zijnde contracten, facturen en bedrijfsadministraties. De rechtbank neemt dit [verdachte] zeer kwalijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon van de verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende [verdachte] van 2 oktober 2025. Hieruit blijkt dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Redelijke termijn De rechtbank is van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden. [verdachte] is op 26 februari 2019 in verzekering gesteld. [verdachte] kon daaraan in redelijkheid de verwachting ontlenen dat door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zou worden ingesteld. De rechtbank stelt aldus vast dat op 26 februari 2019 de redelijke termijn, waarbinnen [verdachte] dient te worden berecht, is aangevangen. Als algemeen uitgangspunt geldt dat de behandeling ter terechtzitting moet worden afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Van bijzondere omstandigheden is - gelet op de omvang van de zaak en het voorbereidend onderzoek - in deze zaak naar het oordeel van de rechtbank sprake, waardoor de redelijke termijn in deze zaak zal worden gesteld op tweeënhalf jaar. De datum van dit vonnis is 20 april 2026; dat betekent dat de redelijke termijn met meer dan vier jaren en zeven maanden is overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding moet leiden tot strafvermindering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De op te leggen straf Gelet op de ernst en omvang van de bewezenverklaarde feiten als ook de cruciale rol die [verdachte] als kartrekker heeft gehad bij het plegen van deze feiten, is naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend en geboden. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank een korting van zes maanden toepassen, en een gevangenisstraf opleggen van dertig maanden, met aftrek van de tijd die [verdachte] in verzekering heeft doorgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.4 De inbeslaggenomen voorwerpen De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de op de beslaglijst vermelde ordners met daarin verschillende documenten kunnen worden teruggeven aan [verdachte] , met uitzondering van de (eventueel) daarin opgenomen valse stukken. Deze stukken dienen volgens de officier van justitie te worden onttrokken aan het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdediging heeft zich verzet tegen het onttrekken van stukken aan het verkeer ten aanzien van documenten die zich niet in het dossier bevinden. Voor het overige kan de verdediging zich vinden in het standpunt van de officier van justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde ordners niet vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, met uitzondering van de documenten waarvan is bewezen verklaard dat die vals zijn; dit betreft immers voorwerpen waarmee de feiten zijn begaan. Voor het overige kunnen de ordners worden teruggeven aan verdachte, nu de ordners en de daarin neergelegde documenten niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">8De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.</p>\n<p class=\"lf-p\">9De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; strafbaarheid feiten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1 en feit 3 telkens het misdrijf: feitelijke leidinggeven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd; feit 2 het misdrijf: feitelijke leidinggeven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd; en feitelijke leiding geven aan opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon; feit 4 het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; strafbaarheid verdachte</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 tot en met 4 bewezen verklaarde; straf</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; de in beslag genomen voorwerpen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 19 en 20, althans voor zover zich daarin documenten bevinden die zijn genoemd in de bewezenverklaring;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gelast de teruggave van de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 19 en 20, althans voor zover zich daarin documenten bevinden die niet zijn genoemd in de bewezenverklaring.</div>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-002, inhoudende Plea agreement &amp; Statement of Facts USA against [bedrijf 4] S.A., p. 2335 t/m p. 2408.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-006, inhoudende Sheets 1 &amp; 28 van presentatie Federal Police Brazil, p. 2455 en p. 2456.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal verstrekking documenten Belastingdienst aan FIOD, AMB-001, p. 455 en p. 456.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-003, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen van FIU inzake [bedrijf 4] d.d 15 mei 2018, p. 2409 t/m p. 2418.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p. 459.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal Bezoek aan Curitiba — Brazilië februari 2019, AMB-023, losbladig, p. 1 t/m p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtshulpverzoek Brazilië – Definitief en getekend, RHV-001-1, p. 1784 t/m p. 1791.</p>\n<p class=\"lf-p\">PV Uitvoering rechtshulpverzoek Brazilië, RHV-001-4, p. 1824 t/m p. 1829.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 3] (vertaling), deel 1 t/m deel 3, G-011-1 t/m G-011-3, p. 1589 t/m p. 1632, het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 2] (vertaling), deel 1 t/m deel 7, G-012-1 t/m G-012-7, p. 1633 t/m p. 1701, en het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 1] (vertaling), deel 1 t/m deel 3, G-013-1 t/m G-013-3, p. 1702 t/m p. 1737.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-045, inhoudende uitlevering Brazilië augustus 2020, p. 2867 t/m p. 2918, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-046, inhoudende Anexo 1a verklaring [naam 1] , p. 2919 t/m p. 2921, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-143, inhoudende Anexo 01d verklaring [naam 1] , p. 3792 t/m p. 3801.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verwerking &amp; gebruik van gegevens verkregen n.a.v. een rechtshulpverzoek aan Brazilië AMB-022, losbladig, p. 1 en p. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad, 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad, 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913; Hoge Raad, 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad, 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p. 457 t/m p. 481.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p 461, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-003, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen van FIU inzake [bedrijf 4] van 15 mei 2018, p. 2409 t/m p. 2418.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p. 480 en p. 481.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 3] (vertaling), deel 1 t/m deel 3, G-011-1 t/m G-011-3, p. 1589 t/m p. 1632, het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 2] (vertaling), deel 1 t/m deel 7, G-012-1 t/m G-012-7, p. 1633 t/m p. 1701, en het proces-verbaal van verklaring getuige [naam 1] (vertaling), deel 1 t/m deel 3, G-013-1 t/m G-013-3, p. 1702 t/m p. 1737.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-045, inhoudende uitlevering Brazilië augustus 2020, p. 2867 t/m p. 2918, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-046, inhoudende Anexo 1a verklaring [naam 1] , p. 2919 t/m p. 2921, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-143, inhoudende Anexo 01d verklaring [naam 1] , p. 3792 t/m p. 3901.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/ FIOD met nummer 62670/Maquina. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van bevindingen ex artikel 27, lid 1 Wetboek van Strafvordering van 12 juli 2018, AMB-002, p. 457 t/m p. 481, en het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 3] B.V., p. 2546 t/m p. 2551.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-018, inhoudende een KvK-uittreksel betreffende [bedrijf 2] B.V. van 7 november 2018, p. 2552 t/m p. 2557.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-019, inhoudende een KvK-uittreksel van [medeverdachte bedrijf] B.V., p. 2558 t/m p. 2563.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van onderzoek betrokkenheid bestuurder [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , AMB-003, p. 498, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 3] B.V., p. 2546 t/m p. 2551.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van onderzoek betrokkenheid bestuurder [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , AMB-003, p. 498, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-018, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 2] B.V., p. 2552 t/m p. 2557, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-030, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 16] B.V., p. 2827 t/m p. 2829.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van onderzoek betrokkenheid bestuurder [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , AMB-003, p. 498, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-019, inhoudende een KvK-uittreksel van [medeverdachte bedrijf] B.V., p. 2558 t/m p. 2563.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 178, in samenhang met schriftelijke bescheiden met documentcodes DOC-031 t/m DOC-033, inhoudende overzicht aandeelhouders 2012-2015 [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , p. 2830 t/m p. 2832.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 178, in samenhang met het proces-verbaal van verhoor van de getuigen [naam 15] , G-004, p. 1508 t/m p. 1517, [naam 13] , G-009, p. 1567 t/m p. 1571, en [naam 14] , G-010, p. 1572 t/m p. 1588.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijv. het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 13] van 27 februari 2019, p. 1567 t/m p. 1571, i.h.b. p. 1569, het proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 15] , G-004-01, p. 1508 t/m p. 1516, i.h.b. p. 1510, het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , G-010-01, p. 1572 t/m p. 1588, i.h.b. p. 1574 en p. 1579, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 15] bij de rechter-commissaris van 19 juni 2023, p. 1 t/m p. 22, i.h.b. p. 2, p. 5, p. 6, p. 8, p. 10, p. 11, p. 16 t/m p. 21 en het proces-verbaal van het verhoor van getuige [naam 14] bij de rechter-commissaris van 20 juni 2023, p. 1 t/m p. 15, i.h.b. p. 3, p. 6, p. 7, p. 9 en p. 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie bijvoorbeeld een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-107, inhoudende een e-mail van 14 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , p. 3374 t/m p. 3377, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-145, inhoudende een e-mail van [bijnaam 3] van 28 januari 2014, inclusief bijlagen, p. 3817 t/m p. 3820 of een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-147, inhoudende een e-mail van [naam 1] van 31 januari 2014, inclusief bijlagen, p. 3829 t/m p. 3832.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 14] bij de rechter-commissaris van 20 juni 2013, p. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 15] , G-004-01, p. 1516, en het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , G-010-01, p. 1576.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schriftelijke bescheiden met documentcodes DOC-031 t/m DOC-033, inhoudende overzicht aandeelhouders 2012-2015 [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] , p. 2830 t/m p. 2832.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 122, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-049, inhoudende een e-mail van [naam 17] van 6 september 2007, p. 2931 t/m p. 2933.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 122 t/m p. 124, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-050, inhoudende een e-mail(string) van [verdachte] van 29 februari 2008, p. 2934 t/m p. 2938, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-051, inhoudende een e-mail van [verdachte] van 2 november 2008, p. 2939 t/m p. 2943.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 124 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-053, inhoudende een e-mail van [verdachte] van 8 oktober 2008, p. 2950.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 124 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-054, inhoudende een e-mail van [naam 17] van 19 februari 2009, inclusief bijlagen, p. 2954 t/m p. 2964.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 125, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een KvK-uittreksel van [bedrijf 3] B.V., p. 2546 t/m p. 2551.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] bij de rechter-commissaris van 12 december 2023, proces-verbaal vastgesteld op 25 maart 2024, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 125, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-055, inhoudende een e-mail(string) van [verdachte] van 17 september 2009, p 2965 t/m p. 2969.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 1] bij de rechter-commissaris van 26 februari 2024, p. 12, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 17] bij de rechter-commissaris van 4 maart 2024, p. 12, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-002, inhoudende Plea agreement &amp; Statement of Facts USA against [bedrijf 4] S.A., p. 2376.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 168 t/m p. 173, en het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026, het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , G-010-01, p. 1584 en p. 1585.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 384.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-099, inhoudende loonlijst [bedrijf 3] 2012-2015, p. 3192 t/m p. 3203.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 13] , G-009-01, p. 1570.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 13] , G-009-01, p. 1570.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 21] van 27 februari 2019, G-008-01, p. 1555, p. 1557 en p. 1563 en een schriftelijk bescheid met documentcodes DOC-031, inhoudende overzicht aandeelhouders 2012-2015 van [bedrijf 3] .</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modus operandi, AMB-015, p. 125 en p. 126 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-058, inhoudende een e-mail(string) van [verdachte] van 13 april 2010, p. 2976 t/m p. 2981.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 252.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-101, inhoudende een e-mail van 17 juli 2014, afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3212, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een ‘engineering services agreement’ tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4] S.A gedateerd 13 november 2012, p. 3212 en p. 3230 t/m p. 3241.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 217, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-017, inhoudende een ‘engineering services agreement’ tussen [bedrijf 4] S.A en [bedrijf 3] van 13 november 2012, p. 3231.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-104, inhoudende een ‘engineering services agreement’ tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. van 17 december 2012, p. 3301 t/m p. 3311.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 219.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-106, inhoudende een e-mail van 14 november 2013 afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3338 t/m p. 3373.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-107, inhoudende een e-mail van 14 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , p. 3374 t/m p. 3377.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-111, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , inclusief bijlagen, p. 3427 t/m p. 3440, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-112, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 10] / [bijnaam 2] , inclusief bijlagen, p. 3441 t/m p. 3453, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-112a, inhoudende een overzicht bestandseigenschappen Word-document, p. 3454.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-110, inhoudende een e-mail van 27 november 2013 afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3412 t/m p. 3426, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-111, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , inclusief bijlagen, p. 3427 t/m p. 3440.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-111, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 1] / [bijnaam 1] , inclusief bijlagen, p. 3439.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-114, inhoudende bankafschriften op naam van [bedrijf 3] , p. 3468 en p. 3472.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 225 en p. 226, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-115, inhoudende bankafschriften op naam van [bedrijf 3] , p. 3476 en p. 3488.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-101, inhoudende een e-mail van 17 juli 2014, afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3212 en p. 3242 t/m p. 3254.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-012, inhoudende een ‘engineering services agreement’ tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] van 4 februari 2013, p. 2484 t/m p. 2491.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-112, inhoudende een e-mail van 26 november 2013 afkomstig van [naam 10] / [bijnaam 2] , inclusief bijlagen, p. 3441 t/m p. 3453 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-112a, inhoudende een overzicht bestandseigenschappen Word-document, p. 3454.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-113, inhoudende een e-mail van 17 november 2013, afkomstig van [naam 14] namens [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, p. 3455 t/m p. 3467 in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-116, inhoudende e-mail van 26 november 2013 verstuurd door [naam 1] , inclusief bijlagen, p. 3492 t/m p. 3511.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 231 en p. 232, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-114, inhoudende bankafschriften op naam van [bedrijf 3] , p. 3468 t/m p. 3472.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 3] [bedrijf 1] BV, AMB-016, p. 231 en p. 232, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-115, inhoudende bankafschriften op naam van [bedrijf 3] , p. 3476 en p. 3487.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-126, inhoudende een ‘services agreement’ tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 3] van 21 februari 2014, p. 3649 t/m p. 3659.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-131, inhoudende een e-mail afkomstig van [bedrijf 3] , inclusief bijlagen, waaronder een ‘services agreement’ tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] van 28 februari 2014, p. 3710 t/m p. 3725.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-128, inhoudende een e-mail van [naam 10] / [bijnaam 2] ’ van 4 december 2014, inclusief bijlagen, p. 3668 t/m p. 3695.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-130, inhoudende een e-mail van 14 april 2015 verstuurd namens [bedrijf 3] , afzender onbekend, inclusief bijlagen, p. 3702 t/m p. 3709.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-127, inhoudende een bankafschrift nr. 5 van de USD-rekening op naam van [bedrijf 3] , p. 3665 t/m p. 3667.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-132, inhoudende een bankafschrift nr. 7 van de USD-rekening op naam van [bedrijf 3] , p. 3726 t/m p. 3729.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 12] [naam 23] van 26 februari 2019, G-002-01, p. 1491, p. 1492 en p. 1494.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 280, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-166, inhoudende verzamelloonstaten [bedrijf 2] , p. 4029.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 357 en p. 358.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-159, inhoudende een e-mail van [naam 14] van 3 december 2012, inclusief bijlagen, p. 3934, p. 3935 en p. 3939 t/m p. 3953, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-159b, inhoudende overzicht bestandseigenschappen [bedrijf 9] x [bedrijf 2] contract, p. 3955.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 284, in samenhang met schriftelijke bescheiden met documentcodes DOC-164 en DOC-165, inhoudende twee exemplaren contract tussen [bedrijf 9] en [bedrijf 2] van 20 februari 2012, p. 4000 t/m p. 4028.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 284, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-164, inhoudende het contract tussen [bedrijf 9] en [bedrijf 2] van 20 februari 2012, p. 4000 t/m p. 4013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-164, inhoudende het contract tussen [bedrijf 9] en [bedrijf 2] van 20 februari 2012, p. 4003, p. 4008 en p. 4009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-156, inhoudende contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] van 5 maart 2012, p. 3903 t/m p. 3912.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 292, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-156, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] van 5 maart 2012, p. 3907.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 288.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-185, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 4 december 2012, p. 4485 t/m p. 4488, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-178, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [bedrijf 2] van 6 december 2012, inclusief bijlagen, p. 4442 t/m p. 4445, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-178a, inhoudende overzicht bestandseigenschappen [bedrijf 9] Invoice [factuurnummer 23] , p. 4446.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-025, inhoudende transactieoverzicht [rekeningnummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] , p. 2820 en p. 2821.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 288.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-163, inhoudende e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 14 december 2012, inclusief bijlagen, p. 3984 t/m p. 3997.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schriftelijk bescheiden met documentcode DOC-163a en DOC-163b, inhoudende overzicht bestandseigenschappen Word-documenten subcontract [bedrijf 2] x [bedrijf 6] en Invoice [bedrijf 6] , p. 3998 en p. 3999.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-162, inhoudende een e-mail(string) van [naam 14] van 17 december 2012, p. 3974 t/m p. 3983.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-177, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [bedrijf 2] van 21 december 2012, inclusief bijlagen, p. 4438 t/m p. 4441.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-025, inhoudende transactieoverzicht [rekeningnummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] , p. 2820 en p. 2821.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 299.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, waaronder subcontract no. [bestandsnaam 5] tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013, p. 4542 en p. 4554 t/m p. 4562.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 301, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-193, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013, p. 4568 t/m p. 4575.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-193, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013, p. 4568 t/m p. 4575.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-193, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013, p. 4571.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] van 1 juli 2013, p. 4542 t/m p. 4553.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 303 en p. 304, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] van 1 juli 2013, p. 4547 en p. 4548.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-259, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 22 augustus 2013, inclusief bijlagen, p. 5350 t/m p. 5360 , in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-259a, inhoudende bestandseigenschappen Word-document subcontract [bedrijf 2] x [bedrijf 12] , p. 5361.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-261, inhoudende een e-mail van [naam 15] , p. 5376 en p. 5377.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 304, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, p. 4542.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-025, inhoudende transactieoverzicht [rekeningnummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] , p. 2820 en p. 2821.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, p. 4566.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 306.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-025, inhoudende transactieoverzicht [rekeningnummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] , p. 2820 en p. 2821.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-192, inhoudende een e-mail van ‘ [bijnaam 3] ’ van 29 juli 2013, inclusief bijlagen, p. 4542 en p. 4563.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 307, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-253, inhoudende een e-mail van [naam 1] van 16 juli 2014, inclusief bijlagen, p. 5253 t/m p. 5257.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-196, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 17 februari 2014, p. 4629 t/m p. 4633.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-196, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 17 februari 2014, p. 4630.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-196, inhoudende een contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 17 februari 2014, p. 4630 t/m p. 4633.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-222, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 19 mei 2014, inclusief bijlagen, p. 4854 t/m p. 4865, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-222a, inhoudende bestandseigenschappen Word-document subcontract [bedrijf 2] x [bedrijf 13] , p. 4866.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-224, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] van 24 februari 2014, p. 4879 t/m p. 4886.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 337, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-224, inhoudende een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] van 24 februari 2014, p. 4881 en p. 4882.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-221, inhoudende een e-mail van [naam 14] namens [bedrijf 2] van 10 april 2014, inclusief bijlagen, p. 4835 t/m p. 4853.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-222, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 19 mei 2014, inclusief bijlagen, p. 4854 t/m p. 4865.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-223, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [bedrijf 2] van 28 juli 2014, inclusief bijlagen, p. 4867 t/m p. 4878.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 338.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-008, inhoudende een transactieoverzicht [bedrijf 2] [rekeningnummer 4] van 2014, p. 2468 en een schriftelijk bescheiden met documentcodes DOC-225 t/m DOC-232, inhoudende bankafschriften van de ING-Bank op naam van [bedrijf 2] , p. 4887 t/m p. 4910.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-225, inhoudende bankafschrift nr. 15 van de ING-Bank op naam van [bedrijf 2] , inclusief bijlagen, p. 4887 t/m 4891, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-226, inhoudende bankafschrift nr. 18 van de ING-Bank op naam van [bedrijf 2] , inclusief bijlagen, p. 4892 t/m p. 4895.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [bedrijf 2] BV, AMB-019, p. 343 en p. 351.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-147, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 31 januari 2014, inclusief bijlagen, waaronder een ‘agency agreement’ tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] van 14 juni 2012, p. 3829, p. 3831 en p. 3832.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-147, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 31 januari 2014, inclusief bijlagen, waaronder een ‘agency agreement’ tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] van 14 juni 2012, p. 3829, p. 3831 en p. 3832.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-147, inhoudende een e-mail van [naam 1] / [bijnaam 1] van 31 januari 2014, inclusief bijlagen, p. 3829 t/m p. 3832.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 390 en p. 391, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-144, inhoudende een contract tussen [bedrijf 9] en [medeverdachte bedrijf] van 5 juli 2012, p. 3802 t/m p. 3816.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-145, inhoudende een e-mail van [bijnaam 3] van 28 januari 2014, inclusief bijlagen, p. 3817 t/m p. 3820.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 395 en p. 396, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-146, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] van 31 januari 2014, p. 3825, en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-151, inhoudende een e-mail inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] van 31 januari 2014, p. 3844 t/m p. 3848.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 397 t/m p. 399, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-146, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] van 31 januari 2014, p. 3822 t/m p. 3828.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 397 t/m p. 399, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-146, inhoudende een e-mail van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] van 31 januari 2014, p. 3822 en p. 3823.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van beschrijving modes operandi, AMB-015, p. 167.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 403 en p. 404.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 407, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-254, inhoudende een e-mail van [naam 14] van 3 juni 2014, inclusief bijlage, inhoudende een ‘agency agreement’ tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] van 17 juni 2013, p. 5260 t/m p. 5263.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 407.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 407 t/m p. 409, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-255, inhoudende een e-mail van [naam 14] , inclusief bijlagen, waaronder een contract tussen [bedrijf 7] SA en [medeverdachte bedrijf] van 1 juli 2013, p. 5294 t/m p. 5315.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 409.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 416, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-262, inhoudende een e-mail van [naam 14] aan [medeverdachte] van 1 mei 2014, p. 5378 t/m p. 5383 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-262a, inhoudende een overzicht bestandseigenschappen Word-document [medeverdachte bedrijf] Agency Agreement, p. 5384, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-263, inhoudende een e-mailstring van 1 augustus 2014 afkomstig van [naam 15] namens [medeverdachte bedrijf] , inclusief bijlagen, p. 5385 t/m p. 5392.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 411, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-238, inhoudende een e-mail van [naam 14] namens [medeverdachte bedrijf] van 27 maart 2014, inclusief bijlagen, p. 4968 t/m p. 4986, specifiek p. 4969, p. 4971, p. 4975, p. 4981 en p. 4985.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 413 en p. 414, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-240, inhoudende een e-mail van 22 april 2014 afkomstig van [naam 15] , p. 5017 en p. 5018 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-241, inhoudende een e-mail van 25 april 2014 afkomstig van [naam 15] , p. 5049 en p. 5050.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 414.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 417 en p. 418, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-241, inhoudende een e-mail van 25 april 2014 afkomstig van [naam 15] , p. 5049 en p. 5070 t/m p. 5072.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 424 en p. 425, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-250, inhoudende een brief van [medeverdachte] namens [medeverdachte bedrijf] van 1 oktober 2014, p. 5174 t/m p. 5176.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-257, inhoudende een e-mail van 12 november 2014 van [naam 26] , inclusief bijlagen, p. 5320 t/m p. 5327.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-256, inhoudende een e-mail van 24 november 2014 van [bijnaam 3] , inclusief bijlagen, p. 5316 t/m p. 5319.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van bevindingen contracten [medeverdachte bedrijf] BV, AMB-019, p. 430 en p. 431.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van de terechtzittingen van 9 en 10 maart 2026.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-002, inhoudende Plea agreement &amp; Statement of Facts USA against [bedrijf 4] S.A., p. 2338.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad, 2 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:AB8155.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-149, inhoudende een vragenbrief van de ING-Bank [nummer] van 18 april 2018, p. 3835 t/m p. 3839.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-150, inhoudende een ongedateerde brief namens [medeverdachte] met daarin een reactie op de vragen van de ING-Bank, p. 3840 t/m p. 3843.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-258, inhoudende factuur ‘invoice [factuurnummer 19] ’ van 16 oktober 2025 en met pen geschreven ‘vraag 5’, p. 5327.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 en 10 maart 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad, 29 mei 1984, ECLI:NL:HR:1984:AC8436, NJ 1985, 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] bij de rechter-commissaris van 20 juni 2023, p. 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Raad, 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5140.</p></div>", "next": 0}