{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Criminele organisaties als deze hebben een ontwrichtend en ondermijnend effect op de samenleving als geheel. Niet alleen vanwege de hiervoor beschreven gevolgen maar ook omdat de hiermee door criminele organisaties behaalde winsten moeten worden witgewassen. Gebleken is dat verdachte zich ook hieraan schuldig heeft gemaakt. Verdachte verdiende immers goed aan al deze criminele activiteiten. Witwassen leidt tot ontwrichting van het economische en financiële verkeer, omdat daarbij de (criminele) herkomst van gelden wordt verhuld. Door de vermenging van illegaal geld met legale geldstromen wordt de integriteit van het financieel en economisch stelsel ernstig schade toegebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit alles is de reden dat op dergelijke feiten zware straffen zijn gesteld. Verdachte heeft met zijn handelen aan dit alles een wezenlijke bijdrage geleverd. Om al deze gevolgen heeft hij zich niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag. Hij heeft de rechtsstaat aldus ernstig ondermijnd en geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn handelen genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten waaronder witwassen. Zoals hiervoor overwogen past de rechtbank daarom bij de strafoplegging de strafverzwarende omstandigheid van artikel 43a Sr toe waardoor het strafmaximum voor de op het bewezenverklaarde gewoontewitwassen gestelde vrijheidsstraf kan worden verhoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De strafoplegging De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten, in het bijzonder het ondermijnende karakter daarvan en het te beschermen belang van de volksgezondheid, geen ruimte laten voor een andere straf dan een langdurige, onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, waarbij in aanmerking is genomen dat het strafmaximum van de bewezenverklaarde overtreding van de Geneesmiddelenwet (twee jaar) lager is dan bij een soortgelijke overtreding van de Opiumwet. Ook heeft de rechtbank de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht van de rechtbanken en hoven (LOVS) ten aanzien van artikel 2 Opiumwet en witwassen in aanmerking genomen. Gelet hierop en de strafverzwarende omstandigheid van artikel 43a Sr, komt de rechtbank tot een gevangenisstraf van elf jaar. De leidinggevende rol die verdachte heeft ingenomen met betrekking tot de door hem gepleegde feiten waarbij sprake is geweest van zeer professioneel handelen, weegt daarbij zwaar mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering gevangenneming De rechtbank is van oordeel dat nu verdachte wordt veroordeeld voor de tenlastegelegde feiten en dit gepaard gaat met een langdurige gevangenisstraf, het voor de maatschappij onbegrijpelijk is als verdachte zijn straf in vrijheid mag afwachten. Er wordt voldaan aan de in artikel 67 en 67a Sv gestelde voorwaarden. Er is immers sprake van misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en er zijn ernstige bezwaren jegens verdachte. Daarnaast blijkt uit bepaalde omstandigheden van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, welke de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert. Zo moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. Ook moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Verder is naar het oordeel van de rechtbank gebleken van een ernstig gevaar voor vlucht. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte tot op heden zijn aanhouding heeft weten te ontlopen en evenmin op de oproeping voor de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak is verschenen hoewel hij zich wel door een raadsman heeft laten vertegenwoordigen. Daaruit blijkt dat verdachte zich aan het zicht van de justitiële autoriteiten onttrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank zal de vordering tot gevangenneming daarom toewijzen. Zij beveelt de gevangenneming van verdachte met ingang van heden en bepaalt dat de tenuitvoerlegging zal geschieden in een huis van bewaring of in een andere wettige plaats van detentie in Nederland. Deze beslissing zal ook worden vastgelegd in een afzonderlijke beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Het beslag 7.1 De onttrekking aan het verkeer Onder verdachte zijn verdovende middelen in beslag genomen (nummer 48 van de beslaglijst). Artikel 13a van de Opiumwet houdt in dat onverminderd het bepaalde in de artikelen 33 tot en met 34 van het Wetboek van Strafrecht (verbeurdverklaring) en de artikelen 36b tot en met 36d van het Wetboek van Strafrecht (onttrekking aan het verkeer) en artikel 6:1:12 van het Wetboek van Strafvordering, de in lijst I of II bedoelde middelen verbeurd of aan het verkeer onttrokken worden verklaard. De rechtbank zal de verdovende middelen die in beslag genomen zijn en waarvan verdachte geen afstand heeft gedaan, onttrekken aan het verkeer omdat het bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder verdachte zijn tevens twee wapens en munitie in beslag genomen (nummers 39, 40, 49 en 50 van de beslaglijst). Deze voorwerpen zijn op grond van artikel 36b, 36c en 36d vatbaar voor onttrekking aan het verkeer waartoe de rechtbank ook zal beslissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.2 De verbeurdverklaring Onder verdachte zijn diverse geldbedragen in beslag genomen. Voor wat betreft de geldbedragen die vermeld zijn op de beslaglijst onder de nummers 12 (€ 125.000,-), 19 (€ 593.415,-) 20 (€ 132.680,-) 21 (€ 329.645,-) en 22 (€ 20.000) geldt dat is gebleken dat deze geldbedragen aan verdachte toebehoorden en dat feit 3 is begaan met betrekking tot deze geldbedragen. Dit betreft namelijk de € 125.000,- die is aangetroffen in de woning aan [adres 1] en het geldbedrag van € 1.075.740,- dat in de loods aan de [adres 2] is aangetroffen. Hierdoor zijn deze geldbedragen vatbaar voor verbeurdverklaring waartoe de rechtbank ook zal beslissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder verdachte is verder administratie in beslag genomen (nummer 33 van de beslaglijst). Gebleken is dat deze administratie aan verdachte toebehoorde en dat de feiten zijn begaan of voorbereid met behulp van dit voorwerp. Hierdoor is dit voorwerp vatbaar voor verbeurdverklaring waartoe de rechtbank ook zal beslissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.3 De teruggave Onder verdachte zijn diverse geldbedragen in beslag genomen (nummers 5 tot en met 10 en 13 tot en met 18 van de beslaglijst). Op al deze voorwerpen is naast klassiek beslag tevens conservatoir beslag gelegd, tot bewaring van het recht tot verhaal voor een op te leggen ontnemingsmaatregel. Aan de verdachte is bij vonnis van 14 februari 2025 een betalingsverplichting aan de Staat opgelegd van een bedrag van € € 9.651.883,60 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met deze zaak. Aangezien tevens conservatoir beslag is gelegd op voornoemde voorwerpen, zullen deze in geval van een beslissing tot teruggave aan de verdachte, en dus opheffing van het klassiek beslag, feitelijk niet aan de verdachte worden teruggegeven, maar worden uitgewonnen ter verhaal van de opgelegde ontnemingsmaatregel. Gelet op deze feiten en omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om – conform de vordering van het Openbaar Ministerie – de teruggave aan de verdachte te gelasten van voornoemde in beslag genomen geldbedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 43a, 47, 57, 140 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10, 11b en 13a van de Opiumwet, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 38 van de Geneesmiddelenwet en artikel 26 en 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">9De beslissing De rechtbank:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorvragen</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;</div>\n<p class=\"lf-p\">Bewezenverklaring</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</div>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; feit 2: (Medeplegen) van gewoontewitwassen; feit 3: Medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, meermalen gepleegd; feit 4: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; feit 5: Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet en deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart verdachte strafbaar;</div>\n<p class=\"lf-p\">Strafoplegging</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van elf jaar;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</div>\n<p class=\"lf-p\">Beslag</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd als 39, 40, 48, 49 en 50;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd als 12, 19 t/m 22 en 33;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd als 5 t/m 10 en 13 t/m 18;</div>\n<p class=\"lf-p\">Gevangenneming</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beveelt de gevangenneming van verdachte. Deze beslissing is apart opgemaakt.</div>\n<p class=\"lf-p\">Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.J. Kok, voorzitter, mr. M.H.M. Collombon en mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. de Jonge, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 februari 2025.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I De tenlastelegging 1 hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 september 2022 tot en met 22 november 2022 te Steenbergen en/of Schiedam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (totaal) (ongeveer) 302 kilogram/blokken cocaïne en/of 200 kilogram/blokken cocaïne en/of 70 kilogram/blokken cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op lijst I bij de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een of meer middel(en) vermeld op lijst I bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet (artt 2 jo 10 Opiumwet) ( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij in of omstreeks de periode van 09 december 2022 tot en met 03 februari 2023 te Steenbergen en/of Enschede en/of Schiedam en/of Numansdorp, gemeente Hoeksche Waard en/of Diemen en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) van één of meerdere (contante) geldbedrag(en), te weten * in de periode van 9 tot en met 15 december 2022 te Enschede en/of Steenbergen, althans in Nederland een of meer (contant) geldbedrag(en) van 450.000 en/of 500.000 en/of 500.000 euro, in (totaal) (ongeveer) 1.450.000 euro, althans enig (groot) (contant) geldbedrag en/of * op of omstreeks 20 december 2022 te Numansdorp, gemeente Hoeksche Waard en/of te Steenbergen, althans in Nederland een of meer (contant) geldbedrag(en) van (totaal) (ongeveer) 373.000 euro, althans enig (groot) (contant) geldbedrag en/of * op of omstreeks 28 december 2022 te Steenbergen, althans in Nederland een of meer (contant) geldbedrag(en) van (totaal) (ongeveer) 400.000 euro, althans enig (groot) (contant) geldbedrag en/of * op of omstreeks 30 januari 2023 te Diemen en/of Amsterdam , althans in Nederland een of meer (contant) geldbedrag(en) van (totaal) (ongeveer) 1.000.000,- euro, althans enig (groot) (contant) geldbedrag en/of</p>\n<p class=\"lf-p\">* op of omstreeks 03 februari 2023 te Steenbergen, althans in Nederland een of meer (contant) geldbedrag(en) van (totaal) (ongeveer) 128.100,- euro, althans enig (groot) (contant) geldbedrag en/of * op of omstreeks 3 februari 2023 te Steenbergen, althans in Nederland cryptovaluta ter waarde van (ongeveer) 277.900,74 USD en/of * op of omstreeks 3 februari 2023 te Steenbergen, althans in Nederland een of meer (contant) geldbedrag(en) van (totaal) (ongeveer) 1.075.820 euro, althans enig (groot) (contant) geldbedrag en/of * op of omstreeks 3 februari 2023 te Steenbergen, althans in Nederland een of meer (contant) geldbedrag(en) van (totaal) (ongeveer) 1.094.460,-, althans enig (groot) (contant) geldbedrag de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld, wie de rechthebbende op dit/deze geldbedrag/geldbedrag(en) en/of cryptovaluta is/zijn en/of wie dit/deze geldbedrag/geldbedragen en/of cryptovaluta voorhanden had en/of dit/deze geldbedrag/geldbedrag(en) en/of cryptovaluta verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl hij verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) dan wel redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit geldbedrag/geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig misdrijf terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan ( art 420bis lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht, art.</p>\n<p class=\"lf-p\">420quater lid 1Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) ( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 420ter lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) (artikel 430 Wetboek van Strafrecht) 3 hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 december 2022 tot en met 03 februari 2023 in Duitsland en/of te Steenbergen en/of te De Heen, gemeente Steenbergen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk meermalen, althans eenmaal, zonder registratie (telkens) (een) (grote hoeveelheid van een) werkzame stof(fen) te weten ketamine (waaronder 300 kilogram en/of 600 kilogram en/of 525 kilogram en/of 425 kilogram en/of 525 kilogram en/of 1700 kilogram), heeft bereid en/of ingevoerd en/of afgeleverd en/of uitgevoerd en/of te verhandelen en/of in voorraad gehad (artikel 38 lid 1 Geneesmiddelenwet) EN/OF hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 december 2022 tot en met 03 februari 2023 in Duitsland en/of te Steenbergen en/of te De Heen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, meermalen, althans eenmaal een geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning geldt, in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of ter hand gesteld en/of ingevoerd of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht te weten:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>300 kilogram ketamine en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>600 kilogram ketamine en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>525 kilogram ketamine en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>425 kilogram ketamine en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>525 kilogram ketamine en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>1700 kilogram ketamine althans (telkens) een (grote) hoeveelheid ketamine, bevattende de werkzame stof ketamine (artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet); ( art 40 lid 2 Geneesmiddelenwet ) 4 hij op of omstreeks 03 februari 2023 te Steenbergen en/of elders in Nederland, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie te weten 50 patronen, althans een aantal patronen voorhanden heeft gehad. ( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie ) ( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie ) 5 Hij in of omstreeks de periode van 16 september 2022 tot en met 03 februari 2023 te Steenbergen, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en [medeverdachte 2] en/of, [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het bereiden, bewerken en/of verwerken en/of het verkopen en/of afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, althans een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I (art. 10 lid 4, art. 2 ahf/onder B Opiumwet) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>( gewoonte) witwassen (art 420ter lid 1 en/of art.420bis lid 1 en/of art. 420quater lid 1. Wetboek van Strafrecht en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het zonder registratie bereiden en/of invoeren en/of afleveren en/of uitvoeren of verhandelen van ketamine (art. 38 Geneesmiddelenwet) en/of het zonder handelsvergunning in voorraad hebben en/of verkopen en/of afleveren en/of ter hand stellen en/of invoeren of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied brengen van ketamine (art. 40 Geneesmiddelenwet) van welke organisatie verdachte de leider was. ( art 140 lid 4 Wetboek van Strafrecht ) ( art 140 lid 4 Wetboek van Strafrecht )</div></div>", "next": 0}