In het kort
Wet van 6 mei 1878 die de toelating en beëdiging van beëdigde vertalers regelt en de rechtsgevolgen van hun vertalingen.
Wat het regelt
- Regelt de beëdiging als vertaler door de arrondissementsrechtbank van de woonplaats, met eisen van talenkennis en een verklaring omtrent het gedrag (art. 1-2).
- Regelt de eedsaflegging en de uitreiking van een akte van toelating (art. 3).
- Regelt de legalisatie van de handtekening en de landelijke geldigheid van de akte (art. 4-5).
- Regelt de herroeping van de toelating en de verplichte vertaling van vreemdtalige stukken in openbare registers (art. 6, 8).
Voor wie
- (Aspirant-)beëdigde vertalers en degenen die vreemdtalige stukken officieel moeten laten vertalen.
Belangrijkste punten
- Wie bevoegd is tot middelbaar onderwijs in vreemde talen en voldoende kennis van het Nederlands heeft, wordt op verzoek door de rechtbank als vertaler beëdigd; ook anderen kunnen worden beëdigd (art. 1-2).
- De akte van toelating geeft de bevoegdheid om in het hele Rijk als beëdigd vertaler op te treden voor de vermelde talen (art. 5).
- De toelating kan te allen tijde worden herroepen als de vertaler onbekwaam of onbetrouwbaar blijkt, met openbare aankondiging (art. 6).
- Vreemdtalige stukken die in openbare registers moeten worden ingeschreven, vereisen een letterlijke vertaling door een bevoegd beëdigd vertaler (art. 8).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.