{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">uit het hem gemaakte legaat vervallen, en voorziet de uiterste wil hierin niet, dan rust de hem opgelegde verplichting, tenzij uit haar aard iets anders voortvloeit, op degenen die met het hem gemaakte legaat waren belast; zij kunnen echter volstaan met voldoening aan de sublegataris van het aan de belaste persoon gelegateerde of van de waarde daarvan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 119</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Degenen op wie een legaat rust, alsmede de executeur, dragen zorg dat de legataris zo spoedig mogelijk van het legaat wordt kennis gegeven. Is het adres van een legataris hun onbekend gebleven, dan delen zij dit mede aan de kantonrechter, die hun het doen van nasporingen of een bepaalde wijze van oproeping kan gelasten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 120</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Schulden van de nalatenschap uit een legaat worden slechts ten laste van de nalatenschap voldaan, indien alle andere schulden van de nalatenschap daaruit ten volle kunnen worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor zover de nalatenschap niet toereikend is om de schulden uit legaten te voldoen uit de erfdelen van de erfgenamen op wie zij rusten, worden zij verminderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Tenzij uit de uiterste wil een andere wijze van vermindering voortvloeit, ondergaan deze verplichtingen alle een evenredige vermindering, met dien verstande dat, voor zover de prestatie is te beschouwen als voldoening aan een natuurlijke verbintenis van de erflater, die verplichting pas na de andere voor vermindering in aanmerking komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Vermindering geschiedt door een verklaring aan de legataris door de met het legaat belaste erfgenamen of, indien de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig artikel 13 , de echtgenoot van de erflater. Voor zover de prestatie reeds is verricht, blijft de rechtsgrond daarvoor in stand, behoudens de mogelijkheid van terugvordering en verhaal als bedoeld in de artikelen 216 en 220 lid 3 .</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Ondanks de vermindering blijven de erfgenamen die met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn, gehouden tot voldoening voor het geheel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 121</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een legataris is bevoegd de hem opgelegde sublegaten en tot een uitgave in geld of goed verplichtende lasten te verminderen, voor zover de waarde van het hem gelegateerde ontoereikend is of door inkorting of vermindering ontoereikend wordt om aan de hem opgelegde verplichtingen te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tenzij uit de uiterste wil een andere wijze van vermindering voortvloeit, ondergaan deze verplichtingen alle een evenredige vermindering, met dien verstande dat voor zover de prestatie is te beschouwen als voldoening aan een natuurlijke verbintenis van de erflater, die verplichting pas na de andere voor vermindering in aanmerking komt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 122</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een legataris wiens legaat wordt ingekort of verminderd, is bevoegd volledige voldoening van het legaat te verlangen, mits hij het bedrag van de inkorting of vermindering in geld oplegt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Maakt de legataris geen gebruik van deze bevoegdheid, dan kan de wederpartij ermede volstaan hem de waarde van het ingekorte of verminderde legaat uit te keren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 123</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De rechter kan op verzoek van de legataris of van hem die met het legaat belast is, de verbintenissen uit een legaat wijzigen of geheel of gedeeltelijk opheffen op grond van na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de andere partij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van die verbintenissen niet mag verwachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij een wijziging of opheffing neemt de rechter zoveel mogelijk de bedoeling van de erflater in acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De artikelen 258 leden 1, tweede zin, 2 en 3 van Boek 6 en 260 leden 1 en 2 van Boek 6 zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 124</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Tenzij de erflater anders heeft beschikt, heeft een legataris aan wie een bepaald goed der nalatenschap of het vruchtgebruik van een zodanig goed, van de gehele nalatenschap of van een aandeel daarin is vermaakt, recht op uitkering van de vruchten van het hem vermaakte die de erfgenamen hebben geïnd nadat zijn vordering opeisbaar is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtsvordering tot uitkering van deze vruchten verjaart door verloop van drie jaren nadat zij zijn geïnd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 125</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een legaat van een geldsom wordt zes maanden na het overlijden van de erflater opeisbaar, tenzij hij anders heeft beschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Nochtans kan een erfgenaam aan wie een goed der nalatenschap is gelegateerd tegen vergoeding van de waarde of een gedeelte daarvan, de betaling van die vergoeding opschorten tot de verdeling van de nalatenschap, tenzij de erflater anders heeft beschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Degene op wie de schuld uit een legaat van een geldsom rust, komt niet in verzuim door het enkele verstrijken van een voor de voldoening bepaalde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op legaten van een geldsom is artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2. Giften en andere handelingen die worden aangemerkt als legaten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 126</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een schenking of andere gift wordt, voor zover deze de strekking heeft dat zij pas na het overlijden van de schenker of gever wordt uitgevoerd, en zij niet reeds tijdens het leven van de schenker of gever is uitgevoerd, voor de toepassing van hetgeen in dit Boek is bepaald betreffende inkorting en vermindering aangemerkt als een legaat ten laste van de gezamenlijke erfgenamen. In afwijking van de artikelen 87 lid 2 en 120 lid 3 komt de schenking of andere gift, indien daarbij niet anders is bepaald, als laatste voor inkorting en vermindering in aanmerking. Kan de schenking of andere gift tot aan het overlijden van de schenker of gever worden herroepen, dan mist de tweede zin toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Lid 1 is van overeenkomstige toepassing op: a. een beding dat een goed van een der partijen onder opschortende voorwaarde of onder opschortende tijdsbepaling zonder redelijke tegenprestatie op een ander overgaat of kan overgaan, voor zover het beding wordt toegepast in geval van overlijden van degene aan wie het goed toebehoort; wederkerigheid van het beding geldt niet als tegenprestatie; b. een begunstiging bij een sommenverzekering, voor zover de uitkering die door het overlijden van de verzekeringnemer verschuldigd wordt, als een gift geldt; c. een omzetting van een natuurlijke verbintenis in een rechtens afdwingbare, voor zover deze de strekking heeft dat de verbintenis pas na het overlijden van de schuldenaar zal worden nagekomen, en deze verbintenis niet reeds tijdens diens leven is nagekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De artikelen 66 en 68 zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 127</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Betreft de inkorting of de vermindering een begunstiging bij een sommenverzekering of een andere begunstiging bij een beding ten behoeve van een derde, dan heeft zij tot gevolg dat de begunstigde verplicht is tot vergoeding van de waarde van het ingekorte of in mindering komende gedeelte aan de gezamenlijke erfgenamen, voor zover dit niet, alle omstandigheden in aanmerking genomen, onredelijk is. Indien de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig artikel 13 , is de in de eerste zin bedoelde vergoeding verschuldigd aan de echtgenoot van de erflater. Een begunstiging als bedoeld in de eerste zin kan slechts worden ingekort of verminderd binnen drie jaar nadat de begunstigde de prestatie heeft ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 128</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Hetgeen met betrekking tot legatarissen is bepaald in de artikelen 29 lid 3 en 30 lid 3 is van overeenkomstige toepassing op degenen die zijn bevoordeeld door een handeling als bedoeld in artikel 126 . Met gelegateerde goederen als bedoeld in artikel 30 lid 5 worden gelijkgesteld goederen die zijn verkregen krachtens een handeling als bedoeld in artikel 126 . Hetgeen met betrekking tot legatarissen is bepaald in de artikelen 216 en 220 lid 3 is van overeenkomstige toepassing op degenen die zijn bevoordeeld door een handeling als bedoeld in artikel 126 leden 1 en 2, onder c , alsmede, voor zover dit niet, alle omstandigheden in aanmerking genomen, onredelijk is, door een handeling als bedoeld in artikel 126 lid 2, onder b .</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 129</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Bij uiterste wilsbeschikking kan een voorwaarde als bedoeld in artikel 82 worden verbonden aan een handeling als bedoeld in artikel 126 .</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3. Testamentaire lasten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 130</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een testamentaire last is een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan de gezamenlijke erfgenamen of aan een of meer bepaalde erfgenamen of legatarissen een verplichting oplegt, die niet bestaat in de uitvoering van een legaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een testamentaire last kan ook worden opgelegd aan een executeur. De hem opgelegde verplichting rust mede op de gezamenlijke erfgenamen, tenzij uit haar aard of uit de uiterste wil iets anders voortvloeit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 120 is van overeenkomstige toepassing op een last die strekt tot een uitgave van geld of van een goed uit de nalatenschap; deze wordt tegelijk met een legaat en in gelijke mate verminderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 131</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een erfgenaam of legataris op wie een testamentaire last rust, verkrijgt zijn recht onder de ontbindende voorwaarde dat het wegens niet-uitvoering van de last wordt vervallen verklaard door de rechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De vervallenverklaring kan door de rechter worden uitgesproken op verzoek van elke onmiddellijk bij de vervallenverklaring belanghebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een erfgenaam die met zijn gehele vermogen jegens schuldeisers van de erflater en legatarissen aansprakelijk was, blijft jegens hen na de vervallenverklaring van zijn recht tot voldoening gehouden, onverminderd zijn recht van verhaal op degenen aan wie het door hem geërfde opkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 132</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Is een last aan een bepaalde persoon als erfgenaam of legataris opgelegd en is hij niet erfgenaam of legataris geworden of is zijn recht vervallen, dan rust de hem opgelegde verplichting, tenzij uit haar aard of uit de uiterste wil iets anders voortvloeit, op degenen aan wie zijn erfdeel toevalt of die met het hem gemaakte legaat waren belast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 133</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is de vervulling van een aan een testamentaire last toegevoegde opschortende voorwaarde belet door degene op wie de last rust, dan geldt de voorwaarde als vervuld, indien de redelijkheid en billijkheid dit verlangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Is de vervulling van een aan een testamentaire last toegevoegde ontbindende voorwaarde teweeggebracht door degene op wie de last rust, dan geldt de voorwaarde als niet vervuld, indien de redelijkheid en billijkheid dit verlangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 140 lid 1 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 134</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De rechter kan op verzoek van degene op wie de last rust of van het openbaar ministerie de last wijzigen of geheel of gedeeltelijk opheffen: a. op grond van na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheden welke van dien aard zijn dat de ongewijzigde instandhouding van de last uit een oogpunt van de daarbij betrokken persoonlijke en maatschappelijke belangen ongerechtvaardigd zou zijn; b. op grond dat de last door inkorting of vermindering van de last, of van de making waaraan hij is verbonden, bezwaarlijk of onmogelijk uitvoerbaar is geworden; c. in geval de last ingevolge artikel 132 op een ander is komen te rusten dan degenen aan wie hij bij de uiterste wilsbeschikking is opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij een wijziging of opheffing neemt de rechter zoveel mogelijk de bedoeling van de erflater in acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De artikelen 258 leden 1, tweede zin, 2 en 3 van Boek 6 en 260 leden 1 en 2 van Boek 6 zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 4. Stichtingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 135</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer een erflater iets heeft vermaakt aan een stichting die hij in een bij notariële akte gemaakte uiterste wilsbeschikking heeft in het leven geroepen, is de stichting erfgenaam of legataris, naar gelang het haar vermaakte aan een erfstelling of aan een legaat beantwoordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Heeft hij bij een in andere vorm gemaakte uiterste wil verklaard een stichting in het leven te roepen, dan wordt deze beschikking aangemerkt als een aan de gezamenlijke erfgenamen opgelegde last om die stichting op te richten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Degene op wie een last om een stichting op te richten rust, kan daartoe op vordering van het openbaar ministerie worden veroordeeld door de rechtbank van het sterfhuis of, indien de erflater zijn laatste woonplaats niet in Nederland had, door de rechtbank Den Haag. De rechter kan bepalen dat het vonnis dezelfde rechtskracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van hem die tot de rechtshandeling gehouden is, of dat een door de rechter aan te wijzen vertegenwoordiger de handeling zal verrichten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 5. Makingen onder tijdsbepaling en onder voorwaarde</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 136</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bevat een uiterste wil een erfstelling onder tijdsbepaling, dan wordt deze beschikking aangemerkt als een dadelijk ingaande erfstelling van degene die, bij uitvoering van de uiterste wil zoals deze luidt, het laatst tot het erfdeel zou zijn geroepen, belast met een legaat van vruchtgebruik van het erfdeel voor de gestelde tijd ten behoeve van degene die het eerst tot het erfdeel zou zijn geroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In geval van een erfstelling onder een ontbindende tijdsbepaling zonder een daarbij aansluitende erfstelling onder opschortende tijdsbepaling komt de eerstgeroepene vruchtgebruik met bevoegdheid tot vervreemding en vertering toe, voor zover de erflater deze bevoegdheid niet heeft uitgesloten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 137</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Om aan een making onder opschortende voorwaarde een recht te kunnen ontlenen, moet men nog bestaan op het ogenblik dat de voorwaarde wordt vervuld, tenzij uit de uiterste wil of uit de aard van de beschikking het tegendeel voortvloeit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 138</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer een erfstelling onder een voorwaarde is gemaakt, wordt degene aan wie het vermaakte tot de vervulling der voorwaarde toekomt, als de uitsluitend rechthebbende aangemerkt voor zover het betreft de door en tegen derden uit te oefenen rechten en rechtsvorderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor het overige vinden, zolang de vervulling der voorwaarden onzeker is, de wettelijke voorschriften betreffende het vruchtgebruik, zoals geregeld in titel 8 van Boek 3 , overeenkomstige toepassing. Dientengevolge is hij verplicht het vermaakte gelijk een vruchtgebruiker te bewaren en in stand te houden, tenzij de erflater hem de bevoegdheid heeft toegekend om de goederen te verteren en onvoorwaardelijk te vervreemden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In geval van een erfstelling onder een ontbindende voorwaarde zonder een daarbij aansluitende erfstelling onder opschortende voorwaarde is hij jegens degene aan wie het vermaakte bij vervulling van de voorwaarde toekomt, bevoegd de goederen te vervreemden en te verteren op dezelfde voet als een vruchtgebruiker aan wie deze bevoegdheid is gegeven, voor zover de erflater niet anders heeft bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 139</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is de vervulling van een aan een erfstelling toegevoegde voorwaarde belet door iemand aan wie het vermaakte toekomt zolang de voorwaarde niet is vervuld, dan geldt zij als vervuld, indien de redelijkheid en billijkheid dit verlangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Is de vervulling van de voorwaarde teweeggebracht door iemand aan wie het vermaakte bij vervulling van de voorwaarde toekomt, dan geldt zij als niet vervuld, indien de redelijkheid en billijkheid dit verlangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 140</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is een aan een erfstelling toegevoegde voorwaarde dertig jaren na het overlijden van de erflater nog niet vervuld, dan vervalt de beschikking, wanneer het een opschortende voorwaarde is; is het een ontbindende voorwaarde, dan vervalt de voorwaarde. Hiermede strijdige beschikkingen van de erflater zijn nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het vorige lid vindt mede toepassing op een legaat van een bepaald goed der nalatenschap of van een beperkt recht op een zodanig goed.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 141</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Het voorgaande artikel vindt geen toepassing op een making onder een ontbindende voorwaarde en een daarbij aansluitende making onder opschortende voorwaarde, volgens welke het vermaakte of het onverteerde deel daarvan op het tijdstip van overlijden van de bezwaarde of op een eerder tijdstip zal ten deel vallen aan de verwachter, indien deze het aangewezen tijdstip overleeft.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 6. Executeurs</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 142</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een erflater kan bij uiterste wilsbeschikking een of meer executeurs benoemen. Hij kan aan een executeur de bevoegdheid toekennen een of meer andere executeurs aan zich toe te voegen of in zijn plaats te stellen; hij kan ook beschikken dat wanneer een benoemde executeur komt te ontbreken, de kantonrechter bevoegd is op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Zijn er twee of meer executeurs, dan kan, tenzij de erflater anders heeft beschikt, ieder van hen alle werkzaamheden alleen verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij verschil van mening tussen de executeurs beslist op verzoek van een van hen de kantonrechter. Deze kan een verdeling van de werkzaamheden of van het hun toekomende loon vaststellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 143</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Men wordt executeur door aanvaarding van zijn benoeming na het overlijden van de erflater.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter kan op verzoek van een belanghebbende een termijn stellen, na afloop waarvan de benoeming niet meer kan worden aanvaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Handelingsonbekwamen, zij van wie één of meer goederen onder een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 zijn gesteld, en zij die in staat van faillissement verkeren of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, kunnen niet executeur worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 144</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Onverminderd de testamentaire lasten die de erflater aan de executeur mocht hebben opgelegd, heeft deze, voor zover de erflater niet anders heeft beschikt, tot taak de goederen der nalatenschap te beheren en de schulden der nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tenzij bij uiterste wil anders is geregeld, komt de executeur, of als er meer dan een executeur is, hun tezamen, een ten honderd van de waarde van het vermogen van de erflater op diens sterfdag toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 159 leden 2 en 3 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 145</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is een executeur benoemd, die tot taak heeft goederen der nalatenschap te beheren, dan kunnen de erfgenamen, tenzij hij zijn benoeming niet aanvaardt, niet zonder zijn medewerking of machtiging van de kantonrechter over die goederen of hun aandeel daarin beschikken, voordat zijn bevoegdheid tot beheer is geëindigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedurende zijn beheer vertegenwoordigt hij bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 146</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De executeur die met het beheer van de nalatenschap is belast, kan een boedelnotaris aanwijzen; deze geeft van de aanvaarding van zijn opdracht kennis aan de erfgenamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Hij moet met bekwame spoed een boedelbeschrijving met inbegrip van een voorlopige staat van de schulden der nalatenschap opmaken en de hem bekende schuldeisers oproepen tot indiening van hun vorderingen bij de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, bij een der executeurs. De aanmelding van een vordering stuit de verjaring.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 147</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De executeur is bevoegd door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap en de nakoming der hem opgelegde lasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tenzij de erflater anders heeft beschikt, treedt de executeur omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking zoveel mogelijk in overleg met de erfgenamen en stelt hij, zo bij een erfgenaam bezwaar bestaat tegen een voorgenomen tegeldemaking, die erfgenaam in de gelegenheid de beslissing van de kantonrechter in te roepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De erflater kan bepalen dat de executeur voor de tegeldemaking van een goed de toestemming van de erfgenamen behoeft. Deze toestemming kan echter vervangen worden door een machtiging van de kantonrechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het in de vorige leden ten aanzien van de erfgenamen bepaalde geldt mede ten aanzien van hen aan wie het vruchtgebruik van de nalatenschap of van een aandeel daarin is vermaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 148</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De executeur moet aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 149</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De taak van een executeur eindigt: a. wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid; b. door tijdverloop, indien hij voor een bepaalde tijd was benoemd; c. door zijn dood, het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, zijn faillietverklaring, zijn ondercuratelestelling of door de instelling van een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 over een of meer van zijn goederen; d. wanneer de nalatenschap overeenkomstig de derde afdeling van de zesde titel moet worden vereffend; e. in de bij de uiterste wil bepaalde gevallen; f. door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het ontslag wordt hem verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve. Hangende het onderzoek kan de kantonrechter voorlopige voorzieningen treffen en de executeur schorsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een gewezen executeur blijft verplicht te doen wat niet zonder nadeel voor de afwikkeling van de nalatenschap kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer van de nalatenschap bevoegd is, dit heeft aanvaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Eindigt de hoedanigheid van executeur door diens faillissement of ondercuratelestelling dan rust de in het vorige lid bedoelde verplichting op de curator, indien deze van de executele kennis draagt; eindigt de hoedanigheid van executeur door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of de onderbewindstelling van een of meer van zijn goederen, dan geldt hetzelfde voor de in die gevallen optredende bewindvoerder. Eindigt de hoedanigheid van executeur door diens dood, dan zijn de erfgenamen verplicht, indien zij van de executele kennis dragen, het overlijden van de executeur mede te delen aan de erfgenamen van degene die hem heeft benoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 150</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een executeur die zijn taak, met het oog waarop hem het beheer was opgedragen, heeft volbracht, is bevoegd zijn beheer te beëindigen door de goederen ter beschikking van de erfgenamen te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De erfgenamen kunnen de bevoegdheid van een executeur tot beheer beëindigen: a. na voldoening van de schulden der nalatenschap en nakoming der lasten, waarvan de afwikkeling reeds tot zijn taak behoort of nog binnen het jaar na het overlijden van de erflater tot zijn taak zou kunnen gaan behoren; b. wanneer een jaar en zes maanden is verlopen sedert een of meer der executeurs de nalatenschap in beheer hebben kunnen nemen. De kantonrechter kan deze termijn, ook na het verstrijken daarvan, op verzoek van een executeur een of meer malen verlengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Wanneer de erfgenamen de nodige middelen voor de in lid 2 onder a bedoelde afwikkeling ter beschikking van de executeur stellen, kunnen zij zijn beheersbevoegdheid voor het overige beëindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Zijn niet alle erfgenamen bekend of niet allen bereid de goederen in ontvangst te nemen, dan zijn de artikelen 225 en 226 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 151</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, is verplicht aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is, rekening en verantwoording af te leggen, op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 152</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Voor de toepassing van de bepalingen van deze afdeling wordt de echtgenoot van de erflater die een recht van vruchtgebruik heeft krachtens afdeling 2 van titel 3 , als een erfgenaam aangemerkt. De bevoegdheden, bedoeld in artikel 150 leden 2 en 3 , komen mede aan die echtgenoot toe.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 7. Testamentair bewind</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1. Algemene bepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 153</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een erflater kan bij uiterste wilsbeschikking bewind instellen over een of meer door hem nagelaten of vermaakte goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tenzij de erflater anders heeft bepaald, treedt het bewind in werking op het tijdstip van zijn overlijden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 154</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Tenzij bij de instelling anders is bepaald, omvat het bewind ook de goederen die geacht moeten worden in de plaats van een onder bewind staand goed te treden, benevens de vruchten en andere voordelen die zulk een goed oplevert, zolang de vruchten niet zijn uitgekeerd aan degene die daarop recht heeft ingevolge artikel 162 .</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 155</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bewind over een erfdeel of een legaat wordt vermoed te zijn ingesteld in het belang van de rechthebbende, tenzij een der volgende leden van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het bewind over een vruchtgebruik wordt vermoed zowel in het belang van de vruchtgebruiker als van de hoofdgerechtigde te zijn ingesteld. Hetzelfde geldt voor het bewind over de rechten van gebruik en bewoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het bewind over een voorwaardelijke making wordt vermoed te zijn ingesteld in het belang van zowel degene die het goed bij vervulling der voorwaarde verkrijgt, als van degene die het alsdan verliest.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het bewind over goederen of aandelen in goederen die gemeenschappelijk beheerd dienen te worden, wordt vermoed te zijn ingesteld in een gemeenschappelijk belang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 156</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Is het bewind uitsluitend of mede ingesteld in het belang van een ander dan de rechthebbende op de onder bewind gestelde goederen, dan wordt die ander, zolang niet vaststaat wie hij is, voor de toepassing van deze afdeling aangemerkt als iemand die niet in staat is zijn wil te bepalen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2. De bewindvoerder</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 157</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien de uiterste wil niet voorziet in de regeling der benoeming van een bewindvoerder, wijst de kantonrechter een of meer bewindvoerders aan op verzoek van de rechthebbende, een erfgenaam, legataris of andere belanghebbende dan wel van de executeur. De kantonrechter vergewist zich van de bereidheid van de door hem te benoemen personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Handelingsonbekwamen, zij van wie een of meer goederen onder een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 zijn gesteld, zij die in staat van faillissement verkeren of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, alsmede de personen genoemd in artikel 59 kunnen niet tot bewindvoerder worden benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid kunnen tot bewindvoerder worden benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Zo nodig kan een tijdelijke bewindvoerder worden benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De door de rechter benoemde wordt bewindvoerder daags nadat de griffier hem van zijn benoeming mededeling heeft gedaan, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De niet door de rechter benoemde wordt bewindvoerder daags nadat hij de benoeming heeft aanvaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 158</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Zijn er twee of meer bewindvoerders, dan kan ieder van hen alle werkzaamheden die tot het bewind behoren alleen verrichten, tenzij de uiterste wil of de kantonrechter anders bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij verschil van mening tussen de bewindvoerders beslist op verzoek van een van hen de kantonrechter, tenzij bij uiterste wil een andere regeling is getroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De kantonrechter kan desverzocht, indien daartoe een gewichtige reden bestaat, een verdeling van de werkzaamheden vaststellen of wijzigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 159</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Tenzij bij uiterste wil anders is geregeld, komt de bewindvoerder, of als er meer dan een bewindvoerder is, hun tezamen, per jaar een ten honderd van de waarde aan het einde van dat jaar van het onder bewind staande vermogen toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Zijn er twee of meer bewindvoerders en bevat de uiterste wil geen regeling omtrent de verdeling van hun beloning, dan ontvangt elk van hen een gelijke beloning, tenzij de kantonrechter anders bepaalt of zij tezamen anders overeenkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op grond van onvoorziene omstandigheden kan de kantonrechter, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de bewindvoerder, van de rechthebbende of iemand in wiens belang het bewind is ingesteld, voor bepaalde of voor onbepaalde tijd de beloning anders regelen dan bij de uiterste wil of de wet is aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 160</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bewindvoerder moet zo spoedig mogelijk een beschrijving opmaken van de goederen waarop het bewind betrekking heeft. Is hij door de rechter benoemd, dan moet hij een afschrift van de beschrijving tegen ontvangstbewijs inleveren ter griffie van de rechtbank van de woonplaats van de rechthebbende. Tot het stellen van zekerheid is hij slechts verplicht, indien dit bij de instelling van het bewind is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tenzij bij de instelling van het bewind anders is bepaald, moet de bewindvoerder het bewind en zijn benoeming doen inschrijven: a. in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 , indien het bewind betrekking heeft op registergoederen; b. in het register van aandeelhouders, bedoeld in de artikelen 85 en 194 van Boek 2 , indien het bewind betrekking heeft op aandelen op naam in een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid; c. in het handelsregister indien het bewind betrekking heeft op een onderneming of een aandeel in een vennootschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 161</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bewindvoerder legt, tenzij andere tijdstippen zijn bepaald, jaarlijks en aan het einde van zijn bewind rekening en verantwoording af aan de rechthebbende en aan degenen in wier belang het bewind is ingesteld. Aan het einde van zijn bewind legt hij rekening en verantwoording mede af aan degene die hem in het beheer van de goederen opvolgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de bewindvoerder benoemd door de rechter, dan legt hij ten overstaan van deze de rekening en verantwoording af.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de rechthebbende of een belanghebbende niet in staat is tot het opnemen van de rekening, of het onzeker is wie de rechthebbende of belanghebbende is, wordt de rekening en verantwoording aan de kantonrechter afgelegd, tenzij de uiterste wil iets anders bepaalt. Goedkeuring van deze rekening en verantwoording door de kantonrechter belet niet dat de rechthebbende of belanghebbende na het einde van het bewind nogmaals over dezelfde tijdsruimte rekening en verantwoording vraagt, voor zover dit niet onredelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De kantonrechter kan de bewindvoerder – hetzij op diens verzoek, hetzij ambtshalve</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>vrijstelling van de verplichting tot het afleggen van de periodieke rekening en verantwoording te zijnen overstaan verlenen; hij kan ook beschikken dat de bewindvoerder de rekening en verantwoording op deze wijze slechts eens in een bepaald aantal jaren zal afleggen.</div>\n<p class=\"lf-p\">4 Voor het overige vindt het bepaalde aangaande de voogdijrekening in de paragrafen 10 en 11 van afdeling 6 van titel 14 van Boek 1 overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 162</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voor zover bij de instelling van het bewind niet anders is bepaald, wordt telkens bij het afleggen van de rekening en verantwoording hetgeen de goederen netto aan vruchten hebben opgebracht, onder aftrek van de verschuldigde beloning, uitgekeerd aan degene die daarop recht heeft. Op verzoek van deze kan de kantonrechter andere tijdstippen voor de uitkering vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Zolang er onzekerheid bestaat wie de rechthebbende is of de rechthebbende niet tot ontvangst in staat is, blijft de netto-opbrengst onder het bewind van de bewindvoerder, tenzij de uiterste wil of de kantonrechter anders bepaalt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 163</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De bewindvoerder is jegens de rechthebbende aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 164</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De hoedanigheid van bewindvoerder eindigt: a. bij het einde van het bewind; b. door tijdsverloop, indien hij voor een bepaalde tijd was benoemd; c. door zijn dood, het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, zijn faillietverklaring, zijn ondercuratelestelling of door de instelling van een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 over een of meer van zijn goederen; d. in de bij de uiterste wil bepaalde gevallen; e. door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het ontslag wordt hem verleend hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen, zulks op verzoek van een medebewindvoerder, van de rechthebbende, van iemand in wiens belang het bewind is ingesteld of van het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hangende het onderzoek kan de kantonrechter voorlopige voorzieningen in het bewind treffen en de bewindvoerder schorsen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 165</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De gewezen bewindvoerder draagt de goederen die hij wegens het bewind beheert af aan degene die na hem tot het beheer daarover bevoegd is. Hij mag de afdracht opschorten tot de voldoening van een hem toekomend saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De gewezen bewindvoerder blijft voorts al datgene doen, wat niet zonder nadeel voor de rechthebbende of de belanghebbende kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer der goederen bevoegd is, dit heeft aanvaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Eindigt de hoedanigheid van bewindvoerder door diens faillissement of ondercuratelestelling dan rust de in lid 2 bedoelde verplichting op de curator, indien deze van het bewind kennis draagt; eindigt de hoedanigheid van bewindvoerder door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of de onderbewindstelling van een of meer van zijn goederen, dan geldt hetzelfde voor de in die gevallen optredende bewindvoerder. Eindigt de hoedanigheid van bewindvoerder door diens dood, dan zijn de erfgenamen verplicht, indien zij van het bewind kennis dragen, de kantonrechter te verzoeken een andere bewindvoerder te benoemen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3. De gevolgen van het bewind</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 166</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De rechthebbende is naast de bewindvoerder bevoegd tot handelingen dienende tot gewoon onderhoud van de goederen die hij in gebruik heeft en tot handelingen die geen uitstel kunnen lijden. Voor het overige komt het beheer uitsluitend toe aan de bewindvoerder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 167</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien het bewind is ingesteld in het belang van de rechthebbende, is deze slechts met medewerking of toestemming van de bewindvoerder bevoegd tot andere handelingen dan die in het vorige artikel bedoeld, welke een onder bewind staand goed rechtstreeks betreffen. Hetzelfde geldt voor de bevoegdheden van een vruchtgebruiker met betrekking tot de goederen waarop onder bewind gesteld vruchtgebruik rust en die verder gaan dan het gebruik daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien het bewind is ingesteld in het belang van een ander dan de rechthebbende of in een gemeenschappelijk belang, is de rechthebbende slechts onder voorbehoud van het bewind bevoegd tot het verrichten van een handeling als bedoeld in lid 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien het bewind zowel in het belang van de rechthebbende als van een of meer anderen of in een gemeenschappelijk belang is ingesteld, dan is de rechthebbende slechts met medewerking of toestemming van de bewindvoerder en onder voorbehoud van dat bewind bevoegd tot het verrichten van een handeling als bedoeld in lid 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 168</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een rechtshandeling die ondanks zijn uit de artikelen 166 en 167 voortvloeiende onbevoegdheid is verricht door of gericht tot de rechthebbende is niettemin geldig, indien de wederpartij het bewind kende noch behoorde te kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettemin is geen veroordeling mogelijk tot nakoming van een uit de rechtshandeling voortvloeiende verbintenis tot vervreemding of bezwaring van een onder het bewind staand goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De uit het bewind voortvloeiende ongeldigheid van beschikking door de rechthebbende over een goed als bedoeld in artikel 88 van Boek 3 , staat niet in de weg aan de geldigheid van een latere overdracht daarvan indien de derde verkrijger te goeder trouw is. De vorige zin is van overeenkomstige toepassing op de vestiging, overdracht en afstand van een beperkt recht op zulk een goed.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 169</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bewindvoerder mag met toestemming van de rechthebbende: a. de in artikel 167 lid 1 bedoelde handelingen verrichten; b. geld lenen of de rechthebbende als borg of hoofdelijk schuldenaar verbinden; c. een overeenkomst tot beëindiging van een geschil aangaan; hij behoeft deze toestemming niet in het geval van artikel 87 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering , of indien het voorwerp van het geschil een waarde van € 700 niet te boven gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Is het bewind uitsluitend of mede in het belang van een ander dan de rechthebbende of in hun gemeenschappelijk belang ingesteld, dan is ook toestemming van die ander vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Verleent iemand wiens toestemming is vereist deze niet, dan kan de kantonrechter haar desverzocht door zijn machtiging vervangen. De kantonrechter kan de machtiging verlenen onder zodanige voorwaarden als hij geraden acht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 170</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Behoren de goederen die onder het bewind staan of die met een onder het bewind staand beperkt recht zijn belast tot een gemeenschap, dan is de bewindvoerder bevoegd tot het vorderen van verdeling en is hij, met toestemming van de rechthebbende, bevoegd tot het aangaan van een overeenkomst tot uitsluiting van verdeling voor een bepaalde tijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De bewindvoerder is met toestemming van de rechthebbende bevoegd tot medewerking aan de verdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De leden 2 en 3 van artikel 169 zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 171</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij de uiterste wil kunnen de bevoegdheden en verplichtingen van de bewindvoerder nader worden geregeld; zij kunnen daarbij ruimer of beperkter worden vastgesteld dan uit de voorgaande bepalingen van deze afdeling voortvloeit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De kantonrechter kan op verzoek van de bewindvoerder, de rechthebbende of een persoon in wiens belang het bewind uitsluitend of mede is ingesteld, de regels omtrent het voeren van het bewind wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden. De kantonrechter kan het verzoek toewijzen onder door hem te stellen voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 172</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bewindvoerder die, anders dan in de vorm van medewerking of toestemming, zijn taak uitoefent, is bevoegd daarbij de rechthebbende te vertegenwoordigen of in eigen naam te zijnen behoeve op te treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De bepalingen van titel 3 van Boek 3 zijn in geval van vertegenwoordiging van overeenkomstige toepassing op de rechten en verplichtingen van een wederpartij. Regels die de bevoegdheid van de bewindvoerder betreffen, en feiten die voor een oordeel omtrent zijn bevoegdheid van belang zijn, kunnen niet aan de wederpartij worden tegengeworpen, indien deze met die regels of feiten niet bekend was of behoorde te zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 173</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De bewindvoerder vertegenwoordigt de rechthebbende in gedingen ter zake van onder het bewind staande goederen. Hij kan zich, alvorens in rechte op te treden, te zijner verantwoording doen machtigen door de rechthebbende en degenen in wier belang het bewind uitsluitend of mede is ingesteld. Wordt de machtiging niet verleend, dan kan de kantonrechter haar door zijn machtiging vervangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 174</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De rechthebbende is, onverminderd het bepaalde in artikel 172 van Boek 6 , aansprakelijk voor alle schulden die voortspruiten uit rechtshandelingen die de bewindvoerder in zijn hoedanigheid in naam van de rechthebbende verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor zover de rechthebbende onder het bewind staande goederen aanwijst die voldoende verhaal bieden, kunnen zijn overige goederen niet worden uitgewonnen voor de in lid 1 bedoelde schulden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 175</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Tijdens het bewind kunnen de onder het bewind staande goederen ten laste van de rechthebbende slechts worden uitgewonnen voor: a. de schulden van de nalatenschap, voor zover die schulden ten laste van die goederen kunnen worden gebracht; b. de schulden die de goederen betreffen; c. de schulden voortvloeiend uit rechtshandelingen die door de rechthebbende binnen de grenzen van zijn in de artikelen 166 en 167 bedoelde bevoegdheid zijn verricht; d. de schulden voortvloeiend uit rechtshandelingen die ondanks onbevoegdheid van de rechthebbende krachtens artikel 168 lid 1 geldig zijn, tenzij de bewindvoerder goederen van de rechthebbende aanwijst die niet onder bewind staan en die geheel of gedeeltelijk verhaal bieden; e. de schulden waarvoor de rechthebbende overeenkomstig artikel 174 wegens gedragingen van de bewindvoerder aansprakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De goederen kunnen voor de in lid 1 onder e bedoelde schulden ook worden uitgewonnen, nadat ze onder last van het bewind op een andere rechthebbende zijn overgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De goederen worden vrij van het bewind uitgewonnen, tenzij dit uitsluitend of mede in het belang van een ander dan de rechthebbende of in een gemeenschappelijk belang is ingesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 176</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien het bewind uitsluitend is ingesteld in het belang van een ander dan de rechthebbende, dan wel in een gemeenschappelijk belang, kunnen de onder bewind gestelde goederen ten laste van de rechthebbende ook voor andere schulden worden uitgewonnen, doch dan slechts onder de last van het bewind.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4. Einde van het bewind</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 177</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bewind eindigt door het verstrijken van de termijn waarvoor het werd ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het bewind eindigt door verwerping van de nalatenschap of het legaat waarbij de goederen zijn vermaakt, indien het door het bewind gediende belang daarmede vervalt. De beëindiging door verwerping heeft geen terugwerkende kracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 178</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bewind eindigt door het overlijden van de rechthebbende indien het uitsluitend in diens belang was ingesteld. Is deze een rechtspersoon, dan eindigt het door diens ontbinding, en voorts door diens opzegging wanneer dertig jaren na het overlijden van de erflater zijn verlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De rechtbank kan een zodanig bewind ook opheffen op verzoek van de bewindvoerder op grond van onvoorziene omstandigheden en voorts indien aannemelijk is dat de rechthebbende de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. Na verloop van vijf jaren na het overlijden van de erflater kan het bewind op deze laatste grond ook worden opgeheven op verzoek van de rechthebbende. Bij afwijzing van een verzoek tot opheffing kan de rechtbank desverzocht de regels omtrent het bewind, al dan niet onder door haar te stellen voorwaarden, wijzigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 179</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voor zover het bewind is ingesteld in het belang van een ander dan de rechthebbende, eindigt het, wanneer dat belang vervalt, alsmede wanneer de rechthebbende en degene in wiens belang de instelling geschiedde, een gemeenschappelijk besluit tot opheffing schriftelijk ter kennis van de bewindvoerder brengen. Het besluit tot opheffing kan ook slechts een of meer der onder bewind gestelde goederen betreffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Is het bewind ingesteld in het belang van degene die is bevoordeeld bij een legaat onder opschortende tijdsbepaling of opschortende voorwaarde of bij een testamentaire last, dan kan het, wanneer dertig jaren na het overlijden van de erflater zijn verstreken, door opzegging worden beëindigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 180</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voor zover het bewind is ingesteld in het gemeenschappelijk belang van de rechthebbende en een of meer anderen, eindigt het wanneer dat belang vervalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het bewind kan eveneens worden beëindigd door opzegging, wanneer vijf jaren na het overlijden van de erflater zijn verstreken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 181</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De in de vorige artikelen bedoelde opzegging kan slechts geschieden door de rechthebbende, en dat wel schriftelijk en met inachtneming van een termijn van een maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De opzegging moet worden gericht tot de bewindvoerder en tot de belanghebbenden zo die er zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 6. Gevolgen van de erfopvolging</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 1. Algemene bepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 182</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Met het overlijden van de erflater volgen zijn erfgenamen van rechtswege op in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap. De eerste zin geldt niet wanneer de nalatenschap ingevolge artikel 13 wordt verdeeld; in dat geval volgt de echtgenoot van rechtswege op in het bezit en houderschap van de erflater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Zij worden van rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan. Is een prestatie deelbaar, dan is ieder van hen verbonden voor een deel, evenredig aan zijn erfdeel, tenzij zij hoofdelijk zijn verbonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 183</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een erfgenaam kan de goederen van de nalatenschap met inbegrip van die welke de erflater op het tijdstip van zijn overlijden voor derden hield, opvorderen van iedere derde die deze goederen zonder recht houdt. Is de nalatenschap verdeeld overeenkomstig artikel 13 , dan komt de in de vorige zin bedoelde bevoegdheid uitsluitend toe aan de echtgenoot van de erflater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 184</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Schuldeisers van de nalatenschap kunnen hun vorderingen op de goederen der nalatenschap verhalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een erfgenaam is niet verplicht een schuld der nalatenschap ten laste van zijn overig vermogen te voldoen, tenzij hij: a. zuiver aanvaardt, behalve voor zover de schuld niet op hem rust of hij deze geheel of gedeeltelijk niet hoeft te voldoen ingevolge artikel 194a lid 2 en onverminderd de artikelen 14 lid 3 en 87 lid 5 ; b. de voldoening van de schuld verhindert en hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt; c. opzettelijk goederen der nalatenschap zoek maakt, verbergt of op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers der nalatenschap onttrekt; of d. vereffenaar is, in de vervulling van zijn verplichtingen als zodanig in ernstige mate tekortschiet, en hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In ieder geval kunnen, wanneer uit de nalatenschap een uitkering heeft plaatsgevonden aan een erfgenaam die de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, de schuldeisers van de nalatenschap zich op het vermogen van die erfgenaam verhalen tot de waarde van hetgeen hij uit de nalatenschap heeft verkregen. Artikel 223 lid 1 vindt daarbij overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Hij die ingevolge lid 2 onder b of c met zijn gehele vermogen aansprakelijk is geworden, blijft dit ook na verwerping van de nalatenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Lid 2 is van overeenkomstige toepassing op de verplichting van een erfgenaam tot nakoming van een last die bestaat uit een uitgave van geld of van een goed dat niet tot de nalatenschap behoort.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 185</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Gedurende drie maanden na het overlijden van de erflater kan op goederen van een nalatenschap die niet door alle erfgenamen zuiver is aanvaard, geen verhaal worden genomen, tenzij de schuldeiser hiertoe ook in geval van faillissement van de erflater had kunnen overgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedurende die tijd kan de kantonrechter op verzoek van een belanghebbende de maatregelen voorschrijven die hij in diens belang nodig acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De termijn kan voor de afloop daarvan door de kantonrechter ten aanzien van bepaalde schuldeisers een of meer malen op grond van bijzondere omstandigheden worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verlenging wordt in het boedelregister ingeschreven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 186</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De griffiers van de rechtbanken houden een openbaar boedelregister, waarin krachtens wettelijk voorschrift feiten worden ingeschreven, die voor de rechtstoestand van opengevallen nalatenschappen van belang zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een notaris die is betrokken bij de afwikkeling van de nalatenschap, doet zich in het boedelregister inschrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De wijze van inrichting en raadpleging van het boedelregister worden bij algemene maatregel van bestuur geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de openbare boedelregisters, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van het eerste lid door een ander of door anderen dan de griffiers van de rechtbanken worden gehouden. Bij algemene maatregel van bestuur kan eveneens worden bepaald dat de verstrekking van gegevens ter inschrijving in het openbaar boedelregister door degenen die daartoe bevoegd of die daartoe gehouden zijn, uitsluitend op een in die maatregel aan te geven wijze plaats vindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 187</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Hij die is afgegaan op de in een verklaring van erfrecht vermelde feiten, geldt te dezen aanzien als te goeder trouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een schuldenaar die, afgaande op de in een verklaring van erfrecht vermelde feiten, heeft betaald aan iemand die niet bevoegd was de betaling te ontvangen, kan aan degene aan wie betaald moest worden, tegenwerpen dat hij bevrijdend heeft betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het in de vorige leden bepaalde lijdt uitzondering, indien degene die op de verklaring is afgegaan, wist of door grove nalatigheid niet wist, dat de inhoud van de verklaring niet met de werkelijkheid overeenstemt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 188</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een verklaring van erfrecht is een notariële akte waarin een notaris een of meer van de volgende feiten vermeldt: a. dat een of meer in de verklaring genoemde personen, al dan niet voor bepaalde erfdelen, erfgenaam zijn of de enige erfgenamen zijn, met vermelding of zij de nalatenschap reeds hebben aanvaard; b. dat al dan niet aan de echtgenoot van de erflater het vruchtgebruik van een of meer tot de nalatenschap behorende goederen krachtens afdeling 2 van titel 3 toekomt, met vermelding of aan hem een machtiging tot vervreemden of bezwaren of een bevoegdheid tot vervreemding en vertering is verleend, alsmede of en tot welk tijdstip de echtgenoot een beroep toekomt op artikel 29 leden 1 en 3 ; c. dat de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig artikel 13 , met vermelding of en tot welk moment de echtgenoot de bevoegdheid toekomt als bedoeld in artikel 18 lid 1 ; d. dat al dan niet het beheer van de nalatenschap aan executeurs, bewindvoerders of krachtens de derde afdeling van deze titel benoemde vereffenaars is opgedragen, met vermelding van hun bevoegdheden; of e. dat een of meer in de verklaring genoemde personen executeur, bewindvoerder of vereffenaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften omtrent de inhoud en de opstelling van deze verklaringen worden vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 188a</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De notaris geeft op verzoek een Europese erfrechtverklaring af als bedoeld in artikel 62 van de verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring (PbEU 2012, L 201). De aanvraag kan worden gedaan met behulp van het formulier als bedoeld in artikel 65 lid 2 van de verordening in de Nederlandse taal of in een andere officiële taal van de EU, mits de notaris die taal begrijpt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 189</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien en voor zover een erflater geen erfgenamen heeft, worden de goederen der nalatenschap op het ogenblik van zijn overlijden door de Staat onder algemene titel verkregen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2. Aanvaarding en verwerping van nalatenschappen en van legaten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 190</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een erfgenaam kan een nalatenschap aanvaarden of verwerpen. Een aanvaarding kan zuiver geschieden of onder voorrecht van boedelbeschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De erflater kan de erfgenamen in hun keuze niet beperken. Evenmin kan een erfgenaam dienaangaande vóór het openvallen der nalatenschap een beslissing nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De keuze kan alleen onvoorwaardelijk en zonder tijdsbepaling geschieden. Zij kan niet een deel van het erfdeel betreffen. Hetgeen aan een erfgenaam die reeds aanvaard heeft, opkomt door de vervulling van een door de erflater aan een erfstelling toegevoegde voorwaarde kan evenwel nog afzonderlijk aanvaard of verworpen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Een eenmaal gedane keuze is onherroepelijk en werkt terug tot het ogenblik van het openvallen der nalatenschap. Een aanvaarding of verwerping kan niet op grond van dwaling, noch op grond van benadeling van een of meer schuldeisers worden vernietigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 191</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De in het vorige artikel bedoelde keuze wordt gedaan door het afleggen van een daartoe strekkende verklaring ter griffie van de rechtbank van het sterfhuis. De verklaring wordt in het boedelregister ingeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Zolang de nalatenschap niet door alle erfgenamen is aanvaard, kan de kantonrechter de maatregelen voorschrijven die hij tot behoud van de goederen nodig acht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 192</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een erfgenaam aanvaardt de nalatenschap zuiver wanneer hij zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt doordat hij overeenkomsten aangaat strekkende tot vervreemding of bezwaring van goederen van de nalatenschap of deze op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers onttrekt. De eerste volzin is niet van toepassing indien de erfgenaam zijn keuze reeds eerder heeft gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een erfgenaam zijn keuze nog niet heeft gedaan, kan de kantonrechter hem daarvoor op verzoek van een belanghebbende een termijn stellen, die ingaat op de dag nadat de belanghebbende deze beschikking aan de erfgenaam heeft doen betekenen en de beschikking onder vermelding van de gedane betekening heeft doen inschrijven in het boedelregister.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter kan op verzoek van de erfgenaam de termijn voor de afloop daarvan een of meer malen verlengen; de verlenging wordt in het boedelregister ingeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Laat de erfgenaam de termijn verlopen zonder inmiddels een keuze te hebben gedaan, dan wordt hij geacht de nalatenschap zuiver te aanvaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Een erfgenaam die nog geen keuze heeft gedaan, wordt geacht beneficiair te aanvaarden, wanneer een of meer zijner mede-erfgenamen door een verklaring beneficiair aanvaarden, tenzij hij alsnog de nalatenschap zuiver aanvaardt of verwerpt binnen drie maanden nadat hij van die beneficiaire aanvaarding kennis heeft gekregen of, indien voor hem op het tijdstip van die beneficiaire aanvaarding een overeenkomstig het tweede lid gestelde of verlengde termijn liep, binnen die termijn. De zuivere aanvaarding kan slechts geschieden op de wijze als bepaald in het eerste lid van het vorige artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam kan voor deze niet zuiver aanvaarden en behoeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter. Hij is verplicht een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping af te leggen binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap, of een aandeel daarin, de erfgenaam toekomt. Deze termijn kan overeenkomstig artikel 192 lid 2, tweede zin , worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Heeft hij de termijn laten verlopen, dan geldt de nalatenschap als door de erfgenaam beneficiair aanvaard. De kantonrechter kan hiervan aantekening doen houden in het boedelregister.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing in het geval, bedoeld in artikel 41 van de Faillissementswet .</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 194</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een uiterste wil, volgens welke de legaten en lasten die hij moet voldoen, tot een geringer bedrag uit zijn erfdeel kunnen worden bestreden dan zonder die uiterste wil het geval zou zijn geweest, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden. Nochtans komen de schulden der nalatenschap met uitzondering van de hem tevoren niet bekende legaten, alsmede de hem tevoren reeds bekende lasten, ten laste van zijn gehele vermogen voor zover hij deze ook zonder die uiterste wil niet uit zijn erfdeel had kunnen bestrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een uiterste wil, volgens welke zijn erfdeel groter is dan het zonder die uiterste wil zou zijn geweest, of met een na zijn aanvaarding voorgevallen gebeurtenis waardoor zijn erfdeel is vergroot, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd alsnog beneficiair te aanvaarden. Nochtans moet hij de schulden der nalatenschap en de lasten met zijn gehele vermogen voldoen, voor zover dat ook zonder die uiterste wil of zonder die gebeurtenis het geval zou zijn geweest</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 194a</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer een erfgenaam na vereffening of verdeling van de nalatenschap bekend wordt met een schuld, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, kan hij de kantonrechter, binnen de in het eerste lid genoemde termijn, verzoeken om te worden ontheven van zijn verplichting de schuld uit zijn vermogen te voldoen voor zover deze niet uit hetgeen hij krachtens erfrecht uit de nalatenschap heeft verkregen, kan worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kantonrechter verleent deze ontheffing, tenzij de erfgenaam zich zodanig heeft gedragen dat de schuldeiser erop mocht vertrouwen dat de erfgenaam deze schuld uit zijn overige vermogen voldoet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 195</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is een nalatenschap door een of meer erfgenamen beneficiair aanvaard en moet zij uit dien hoofde overeenkomstig de volgende afdeling van deze titel worden vereffend, dan zijn alle erfgenamen vereffenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor de toepassing van de bepalingen van deze en de volgende afdeling inzake vereffening wordt de echtgenoot van de erflater die een recht van vruchtgebruik heeft krachtens afdeling 2 van titel 3 , als een erfgenaam aangemerkt, tenzij uit de strekking van de bepalingen anders voortvloeit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 196</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De kantonrechter kan, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve, de erfgenamen gelasten de beneficiaire aanvaarding bekend te maken in de Staatscourant.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 197</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een notaris die op verzoek van een erfgenaam als boedelnotaris voor de beneficiair aanvaarde nalatenschap optreedt, doet zich als zodanig inschrijven in het boedelregister en geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de overige erfgenamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op een verzoek, uiterlijk een maand na die kennisgeving gedaan door de meerderheid van de erfgenamen of door een of meer erfgenamen die samen voor meer dan de helft gerechtigd zijn in de nalatenschap, kan de kantonrechter een andere notaris, die daartoe bereid is, als boedelnotaris aanwijzen. Deze doet de vervanging inschrijven en brengt haar zo spoedig mogelijk ter kennis van de eerstaangewezene en de erfgenamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In geval van bekendmaking van de beneficiaire aanvaarding overeenkomstig het vorige artikel, wordt de aanwijzing van een boedelnotaris op dezelfde wijze, onder vermelding van zijn naam en adres, bekendgemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 198</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Tenzij de kantonrechter anders bepaalt, oefenen de erfgenamen hun bevoegdheden als vereffenaars van de beneficiair aanvaarde nalatenschap tezamen uit, doch kunnen daden van gewoon onderhoud en tot behoud van de goederen, en in het algemeen daden die geen uitstel kunnen lijden, door ieder van hen zo nodig zelfstandig worden verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 199</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Op verzoek van een belanghebbende of van de boedelnotaris kan de kantonrechter een of meer erfgenamen van een nalatenschap die beneficiair aanvaard is, gelasten zekerheid te stellen voor hun beheer en de nakoming van hun overige verplichtingen. De kantonrechter stelt het bedrag en de aard van de zekerheid vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer een erfgenaam blijkt dat de schulden der beneficiair aanvaarde nalatenschap de baten overtreffen, doet hij hiervan ten spoedigste mededeling aan de kantonrechter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 200</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Met betrekking tot een erfgenaam die onder voorrecht van boedelbeschrijving heeft aanvaard, geldt tot het einde van de vereffening het in de volgende leden bepaalde, tenzij hij voor de op hem rustende schulden der nalatenschap met zijn gehele vermogen aansprakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Vorderingen van de erflater op de erfgenaam en beperkte rechten van de erflater op een goed van de erfgenaam, alsmede vorderingen van de erfgenaam op de erflater en beperkte rechten van de erfgenaam op een goed van de erflater gaan niet door vermenging teniet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Heeft de erfgenaam een schuld der nalatenschap uit zijn overig vermogen voldaan, dan treedt hij op als schuldeiser van de nalatenschap voor het bedrag van die schuld in de rang die zij had. De vorige zin is van overeenkomstige toepassing op een last die verplicht tot een uitgave in geld ten laste van de nalatenschap welke de erfgenaam uit zijn overige vermogen heeft gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 201</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een legaat wordt verkregen zonder dat een aanvaarding nodig is, behoudens de bevoegdheid van de legataris om het legaat te verwerpen zolang hij het niet aanvaard heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De kantonrechter kan op verzoek van een belanghebbende aan de legataris een termijn stellen, waarbinnen deze moet verklaren of hij al dan niet verwerpt; bij gebreke van een verklaring binnen de gestelde termijn verliest de legataris de bevoegdheid om te verwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De verwerping van een legaat moet op ondubbelzinnige wijze geschieden, maar is aan geen vorm gebonden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3. Vereffening van de nalatenschap</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 202</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een nalatenschap wordt, behoudens het in artikel 221 bepaalde, overeenkomstig de in deze afdeling gegeven voorschriften vereffend: a. wanneer zij door een of meer erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, tenzij er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen der nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden der nalatenschap te voldoen; geschillen dienaangaande worden door de kantonrechter beslist; b. wanneer de rechtbank een vereffenaar heeft benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien het saldo van de nalatenschap positief is kan de wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam die voor deze beneficiair heeft aanvaard de kantonrechter verzoeken om ontheffing van de verplichting om te vereffenen volgens de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een nalatenschap die overeenkomstig artikel 13 is verdeeld, wordt in afwijking van lid 1 onder a slechts vereffend volgens de wet wanneer de echtgenoot van de erflater haar beneficiair heeft aanvaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 203</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Na een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving kan de rechtbank een vereffenaar benoemen: a. op verzoek van een erfgenaam; b. op verzoek van een belanghebbende of van het openbaar ministerie, wanneer hij die met het beheer der nalatenschap belast is in ernstige mate in de vervulling van zijn verplichtingen tekortschiet, daartoe ongeschikt is of niet voldoet aan een last tot zekerheidstelling, wanneer de schulden der nalatenschap de baten blijken te overtreffen, of wanneer tot een verdeling van de nalatenschap wordt overgegaan voordat deze vereffend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De door de rechter benoemde persoon treedt als vereffenaar in de plaats van de erfgenamen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 204</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is een nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard, dan kan de rechtbank een vereffenaar benoemen: a. op verzoek van een belanghebbende of van het openbaar ministerie, wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn, of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten; b. op verzoek van een schuldeiser van de nalatenschap, wanneer tot een verdeling van de nalatenschap wordt overgegaan voordat de opeisbare schulden daarvan zijn voldaan, of wanneer voor hem het gevaar bestaat dat hij niet ten volle of niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan, hetzij omdat de nalatenschap niet toereikend is of niet behoorlijk beheerd en afgewikkeld wordt, hetzij omdat een schuldeiser zich op de goederen van de nalatenschap gaat verhalen; c. op verzoek van een of meer andere schuldeisers van een erfgenaam, wanneer hun belangen door een gedraging van de erfgenamen of van de executeur ernstig worden geschaad.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig artikel 13 , is lid 1, onder b en c, van overeenkomstige toepassing op het geheel van de goederen die hebben behoord tot de huwelijksgemeenschap van de erflater en zijn echtgenoot, de in die gemeenschap gevallen of daarop verhaalbare schulden, alsmede hetgeen daarvoor in de plaats is getreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 205</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Wanneer een schuldeiser van een erfgenaam die de nalatenschap verworpen heeft, hierdoor klaarblijkelijk is benadeeld, kan de rechtbank op zijn verzoek bepalen dat de nalatenschap mede in het belang van de schuldeisers van degene die verworpen heeft zal worden vereffend, en kan zij zo nodig een vereffenaar benoemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 206</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De rechtbank beslist niet op het verzoek tot benoeming van een vereffenaar dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de verzoeker, alsmede voor zover zij bestaan en bekend zijn, van de erfgenamen, de boedelnotaris en de executeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De rechtbank kan als vereffenaar onder de nodige door haar te bepalen waarborgen een erfgenaam, een executeur of een andere persoon aanwijzen. Benoemt zij twee of meer vereffenaars, dan kan, tenzij bij de benoeming of later door de kantonrechter anders wordt bepaald, ieder van hen alle werkzaamheden alleen verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een door de rechter benoemde vereffenaar heeft recht op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Hij wordt vereffenaar op de dag, waarop de beslissing die de benoeming inhoudt in kracht van gewijsde is gegaan, of – zo deze uitvoerbaar bij voorraad is verklaard</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>daags nadat de griffier hem van zijn benoeming mededeling heeft gedaan.</div>\n<p class=\"lf-p\">5 Hij kan worden ontslagen hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een medevereffenaar, een erfgenaam, een schuldeiser van de nalatenschap of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve. Hangende het onderzoek kan de rechtbank voorlopige voorzieningen treffen en de vereffenaar schorsen. De taak van de vereffenaar eindigt door zijn dood, het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, zijn faillietverklaring, zijn ondercuratelestelling of indien een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 over een of meer van zijn goederen wordt ingesteld. De rechter benoemt een of meer vereffenaars waar dezen ontbreken voordat de vereffening is geëindigd; hij kan een opengevallen plaats doen bezetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De griffier doet de benoeming van een vereffenaar, alsmede het eindigen van zijn hoedanigheid onverwijld in het boedelregister inschrijven. De vereffenaar maakt haar bekend in de Staatscourant.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 207</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Hij die als vereffenaar door een ander is opgevolgd, is verplicht aan zijn opvolger rekening en verantwoording af te leggen op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 208</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij de benoeming van een vereffenaar of bij een latere beschikking kan de rechtbank een harer leden tot rechter-commissaris benoemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een rechter-commissaris is benoemd, worden a. de overeenkomstig deze afdeling aan de kantonrechter toekomende taken en bevoegdheden door de rechter-commissaris uitgeoefend, tenzij de wet anders bepaalt; b. de in de artikelen 211 lid 3 , 214 lid 5 en 218 lid 1 bedoelde stukken, zo een boedelnotaris ontbreekt, ter griffie van de rechtbank neergelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 209</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien de geringe waarde der baten van een nalatenschap daartoe aanleiding geeft, kan de kantonrechter op verzoek van de vereffenaar of een belanghebbende hetzij de kosteloze vereffening van de nalatenschap, hetzij de opheffing van de vereffening bevelen. Op een verzoek tot opheffing wordt de verzoeker gehoord of behoorlijk opgeroepen, alsmede voor zover zij bestaan en bekend zijn, de erfgenamen, de vereffenaar en de boedelnotaris. Indien een rechter-commissaris is benoemd, komt de in de eerste zin bedoelde bevoegdheid, op voordracht van de rechter-commissaris, aan de rechtbank toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij het bevel tot opheffing van de vereffening stelt de kantonrechter onderscheidenlijk de rechtbank tevens het bedrag der reeds gemaakte vereffeningskosten vast, en brengt dat ten laste van de boedel of, wanneer de boedel daartoe onvoldoende is, ten laste van de erfgenamen, voor zover dezen met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Na de opheffing is artikel 226 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De opheffing wordt op dezelfde wijze als de benoeming van een vereffenaar ingeschreven en bekend gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien na de opheffing van een vereffening de benoeming van een vereffenaar wordt verzocht, is de verzoeker verplicht aan te tonen dat er voldoende baten aanwezig zijn om de kosten van de vereffening te bestrijden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 210</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Vereffenaars geven aan de kantonrechter alle door deze gewenste inlichtingen en zijn verplicht diens aanwijzingen bij vereffening te volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een rechter-commissaris is benoemd, is deze bevoegd ter opheldering van alle omstandigheden, de vereffening betreffende, getuigen en deskundigen te horen op dezelfde wijze als voor een rechter-commissaris in geval van faillissement is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 211</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een vereffenaar heeft tot taak de nalatenschap als een goed vereffenaar te beheren en te vereffenen. Voor de vereffening wordt een last die tot een uitgave van geld of van een goed uit de nalatenschap verplicht, gelijkgesteld met een legaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Hij vertegenwoordigt bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij zijn niet bevoegd zonder zijn medewerking of machtiging van de kantonrechter over de goederen der nalatenschap of hun aandeel daarin te beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Hij moet met bekwame spoed een onderhandse of notariële boedelbeschrijving opmaken of doen opmaken, waarin de schulden der nalatenschap in de vorm van een voorlopige staat zijn opgenomen. Hij moet deze ten kantore van de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, ter griffie van de rechtbank neerleggen, ter inzage van de erfgenamen en de schuldeisers der nalatenschap; andere schuldeisers van een erfgenaam, ook indien deze de nalatenschap verworpen heeft, kunnen tot inzage gemachtigd worden door de kantonrechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De kantonrechter kan in geval van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving de erfgenamen ontheffen van de verplichting om de boedelbeschrijving ter inzage te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Een door de rechter benoemde vereffenaar kan een boedelnotaris aanwijzen, indien dit nog niet is geschied. De notaris die deze opdracht heeft aanvaard, geeft daarvan kennis aan de erfgenamen en doet zich inschrijven in het boedelregister.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 212</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Wanneer de wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam of een door de rechter benoemde vereffenaar aan schuldeisers der nalatenschap schade heeft toegebracht, doordat hij opzettelijk goederen der nalatenschap aan het verhaal van de schuldeisers heeft onttrokken, kunnen zij van hem de voldoening van hun vordering eisen, voor zover hij niet bewijst dat hun schade op een lager bedrag moet worden gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 213</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Is de erflater gehuwd geweest in een gemeenschap van goederen, dan kan de rechtbank op verzoek van de vereffenaar van de nalatenschap een vereffenaar van de ontbonden huwelijksgemeenschap benoemen, in welk geval zij met overeenkomstige toepassing van het in deze afdeling bepaalde wordt vereffend. De eerste zin is niet van toepassing indien de huwelijksgemeenschap reeds voor het overlijden van de erflater was verdeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 214</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een vereffenaar roept de schuldeisers der nalatenschap, zo dit nog niet is geschied, openlijk op om hun vorderingen vóór een door de kantonrechter bepaalde datum bij de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, bij hemzelf in te dienen. De oproeping geschiedt op dezelfde wijze als de bekendmaking van de beneficiaire aanvaarding of de benoeming van de vereffenaar en zoveel mogelijk tegelijkertijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De vereffenaar moet bovendien de hem bekende schuldeisers der nalatenschap per brief oproepen. Is hem het adres van een schuldeiser der nalatenschap onbekend gebleven, dan deelt hij dit mede aan de kantonrechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Aanmelding van een vordering stuit de verjaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De vereffenaar geeft, indien hij zich met een ingediende vordering of een ingeroepen voorrang niet kan verenigen, daarvan onverwijld onder opgave van redenen kennis aan hem die de vordering heeft ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de bij de oproep der schuldeisers gestelde termijn legt de vereffenaar een lijst van de door hem erkende en betwiste vorderingen en aanspraken op voorrang ten kantore van de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, ter griffie van de rechtbank neer, ter inzage van de erfgenamen, de legatarissen en allen die zich als schuldeiser hebben aangemeld. Hij geeft ieder van hen van deze neerlegging kennis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 215</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De vereffenaar maakt de goederen der nalatenschap te gelde, voor zover dit voor de voldoening van de schulden der nalatenschap nodig is. Goederen die een schuldeiser der nalatenschap te vorderen heeft, worden zoveel mogelijk in de laatste plaats te gelde gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking treedt de vereffenaar zoveel mogelijk in overleg met de erfgenamen. Bestaat tegen de voorgenomen tegeldemaking van een goed bezwaar bij een erfgenaam of een schuldeiser die het goed te vorderen heeft dan stelt de vereffenaar hem in de gelegenheid de beslissing van de kantonrechter in te roepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het in het vorige lid ten aanzien van de erfgenamen bepaalde geldt mede ten aanzien van hen aan wie het vruchtgebruik van de nalatenschap of van een aandeel daarin is vermaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Artikel 68 van Boek 3 is op de vereffenaar van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Met betrekking tot door de erflater gesloten sommenverzekeringen zonder onherroepelijk geworden aanwijzing van een derde als begunstigde, is artikel 22a Faillissementswet van overeenkomstige toepassing, waarbij dient te worden gelezen voor: a. de curator: de vereffenaar b. de rechter-commissaris: de kantonrechter c. de verzekeringnemer: de erfgenamen dan wel, indien de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig afdeling 1 van titel 3 , de echtgenoot van de erflater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 216</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een door de rechter benoemde vereffenaar kan hetgeen uit de nalatenschap aan een legataris is uitgekeerd, binnen drie jaar daarna terugvorderen, voor zover dit nodig is om schulden als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met g te voldoen. Artikel 122 lid 1 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 217</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien iemand zowel schuldenaar als schuldeiser van de nalatenschap is, zijn de bepalingen van de Faillissementswet omtrent de bevoegdheid tot verrekening van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien iemand met de erflater deelgenoot was in een gemeenschap die tijdens de vereffening wordt verdeeld, is artikel 56 van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 218</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een vereffenaar is verplicht binnen zes maanden nadat de voor het indienen van vorderingen gestelde tijd is verstreken, een rekening en verantwoording benevens een uitdelingslijst ten kantore van de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, ter griffie van de rechtbank ter kennisneming van een ieder neer te leggen. De kantonrechter kan deze termijn verlengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De vereffenaar maakt de neerlegging op dezelfde wijze openlijk bekend als de oproep tot aanmelding van vorderingen en bovendien per brief aan de erfgenamen, de legatarissen en allen die zich als schuldeiser hebben aangemeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Binnen een maand na deze openlijke bekendmaking kan iedere belanghebbende tegen de rekening en verantwoording of tegen de uitdelingslijst bij de kantonrechter of, indien een rechter-commissaris is benoemd, bij de rechtbank in verzet komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Verbintenissen die tot levering van een goed der nalatenschap of tot vestiging van een beperkt recht op een zodanig goed verplichten, worden in een geldschuld omgezet, voor zover een tekort dit nodig maakt. Andere verbintenissen die niet in geld luiden, en verbintenissen onder een opschortende voorwaarde worden in de uitdelingslijst slechts op verzoek van de schuldeiser opgenomen; in dat geval worden zij omgezet in een geldschuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering van een legitimaris wordt, indien zij ingevolge artikel 81 lid 2 , een voorwaarde als bedoeld in artikel 82 of een beschikking als bedoeld in artikel 83 niet opeisbaar is, niet in de uitdelingslijst opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Voor het overige vinden bij de berekening van ieders vordering, het opmaken van de uitdelingslijst en het verzet daartegen de dienaangaande in de Faillissementswet voorkomende voorschriften zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 219</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Wanneer de rechter heeft bepaald dat de nalatenschap mede in het belang van de schuldeisers van iemand die haar verworpen heeft, wordt vereffend, kunnen ook deze schuldeisers hun vorderingen indienen. Zij worden in de uitdelingslijst opgenomen, doch slechts batig gerangschikt voor zover een overschot aan hun schuldenaar zou zijn toegekomen, indien deze niet verworpen had; te dien einde kan de vereffenaar voor zoveel nodig verdeling van de nalatenschap vorderen en aan de verdeling deelnemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 220</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Na het verbindend worden van een uitdelingslijst is de vereffenaar verplicht een ieder het hem volgens de uitdelingslijst toekomende uit te keren. Geldsbedragen waarover niet binnen zes maanden is beschikt of die gereserveerd zijn, geeft een door de rechter benoemde vereffenaar in bewaring ter plaatse tot het ontvangen van gerechtelijke consignatiën aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Schuldeisers van de nalatenschap die pas na het verbindend worden van een uitdelingslijst opkomen, hebben, onverminderd hun verhaal op de goederen van erfgenamen die met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn, alleen recht van verhaal op de alsdan nog onverkochte goederen en op het saldo der nalatenschap. Zij worden daaruit voldaan naar gelang zij zich aanmelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bovendien hebben schuldeisers als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met g die niet voldaan zijn, nog een recht van verhaal tegen legatarissen, voor zover dezen een uitkering hebben ontvangen en niet voldoende goederen voor verhaal als bedoeld in het vorige lid aanwijzen. Het recht van verhaal tegen een legataris vervalt drie jaren na het verbindend worden van de uitdelingslijst, volgens welke de uitkering aan hem is geschied.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Wanneer een ingevolge artikel 218 lid 4, derde zin , niet in de uitdelingslijst opgenomen vordering van een legitimaris opeisbaar wordt, kan de legitimaris, onverminderd zijn verhaal overeenkomstig de leden 2 en 3, voor het gedeelte van de schuld aan hem dat overeenkomstig artikel 87 leden 5 en 6 op een erfgenaam of legataris rust, deze erfgenaam of legataris aanspreken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 221</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De in de artikelen 214, eerste en vijfde lid , en 218 omschreven verplichtingen rusten op de erfgenamen die uit hoofde van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving vereffenaar zijn, slechts indien de kantonrechter dit bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een door de rechter benoemde vereffenaar behoeft een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst niet neer te leggen, wanneer alle hem voor de afloop van de in artikel 218, eerste lid , bedoelde termijn bekend geworden schulden ten volle worden voldaan, of wanneer de kantonrechter hem van deze neerlegging vrijstelt. Deze vrijstelling wordt niet verleend, wanneer een schuldeiser daartegen bezwaar maakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Wordt de rekening en verantwoording niet neergelegd, dan geschiedt zij aan hen die een recht op het overschot hebben, op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 222</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Gedurende de vereffening zijn van titel 7 van Boek 3 slechts van toepassing de artikelen 166 , 167 , 169 , 170 lid 1 en 194 lid 2 .</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 223</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Gedurende de vereffening is een schuldeiser alleen bevoegd zijn vordering op goederen der nalatenschap ten uitvoer te leggen, indien deze bevoegdheid hem ook in geval van faillissement van de erflater zou zijn toegekomen. De artikelen 57 tot en met 60 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in de artikelen 58 lid 1 , 59a leden 3 en 5 en 60 lid 3 bedoelde bevoegdheden van de rechter-commissaris, zo ter zake van de vereffening geen rechter-commissaris is benoemd, uitgeoefend worden door de kantonrechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ook tijdens de vereffening kan een schuldeiser van de nalatenschap zijn vorderingsrecht, of de voorrang die zijn vordering toekomt, bij vonnis doen vaststellen. Een vonnis waarbij een vordering tegen een vereffenaar is vastgesteld, kan op de persoonlijke goederen van een erfgenaam die met zijn gehele vermogen aansprakelijk is, alleen worden ten uitvoer gelegd, indien deze in het geding partij is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op verzoek van een vereffenaar kunnen reeds gelegde beslagen, voor zover dat voor de vereffening nodig is, door de kantonrechter worden opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 224</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Eerst nadat de bekende schuldeisers van de vereffende nalatenschap volledig zijn voldaan, hebben de overige schuldeisers van een erfgenaam recht van verhaal op de goederen der nalatenschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 225</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer niet alle erfgenamen bekend zijn of daaromtrent onzekerheid bestaat, is een vereffenaar verplicht door oproepingen in veel gelezen dagbladen of door andere doelmatige middelen de erfgenamen op te sporen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Is een vereffenaar benoemd omdat de nalatenschap geheel of ten dele onbeheerd werd gelaten, dan neemt de vereffening een einde, zodra alle erfgenamen het beheer hebben aanvaard en de reeds gemaakte kosten van vereffening hebben voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 226</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is de vereffening voltooid en met een overschot geëindigd, dan geeft een door de rechter benoemde vereffenaar de overgebleven goederen af aan de erfgenamen dan wel, indien de nalatenschap ingevolge artikel 13 is verdeeld, aan de echtgenoot van de erflater. Zijn er geen erfgenamen, is het niet bekend of er erfgenamen zijn, of zijn de erfgenamen niet bereid de goederen in ontvangst te nemen, dan geeft hij deze aan de Staat af.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Zijn de erfgenamen die zich tot de inontvangstneming bereid tonen, slechts tot een deel van de nalatenschap gerechtigd, dan draagt de vereffenaar zorg dat de nalatenschap eerst wordt verdeeld. Daarna geeft hij hetgeen is toegedeeld aan erfgenamen die onbekend zijn of hebben nagelaten tot de verdeling mede te werken, aan de Staat af.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De Staat is bevoegd de hem afgegeven goederen te verkopen; registergoederen mag hij slechts in het openbaar verkopen, tenzij de kantonrechter hem tot onderhandse verkoop machtigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Is een goed van de nalatenschap of hetgeen daarvoor in de plaats is gekomen binnen twintig jaren nadat de nalatenschap is opengevallen door niemand opgeëist, dan vervalt het aan de Staat.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 4. Verdeling van de nalatenschap</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 227</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Onverminderd de voorschriften die voor de verdeling van iedere gemeenschap gelden, zijn op de verdeling van een nalatenschap de navolgende bepalingen van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 228</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Tot de schulden van een erfgenaam, die bij de verdeling op verlangen van een of meer der overige erfgenamen op zijn aandeel worden toegerekend, behoort hetgeen hij aan de erflater schuldig is gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ook schulden als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder f tot en met h van een erfgenaam aan een mede-erfgenaam worden, voor zover zij bij de verdeling opeisbaar zijn, op verlangen en ten behoeve van de mede-erfgenaam toegerekend op het aandeel van de schuldenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 229</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Erfgenamen zijn verplicht ten behoeve van hun mede-erfgenamen de waarde van de hun door de erflater gedane giften in te brengen, voor zover de erflater dit, hetzij bij de gift hetzij bij uiterste wilsbeschikking, heeft voorgeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een bij de gift opgelegde verplichting tot inbreng kan bij uiterste wilsbeschikking worden ongedaan gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Erfgenamen die bij plaatsvervulling opkomen, moeten behalve de door henzelf ontvangen giften, ieder naar de mate van zijn erfdeel de giften inbrengen, die hij wiens plaats zij innemen, had moeten inbrengen, was hij erfgenaam geweest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 231</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Ook als de begiftigde in een gemeenschap van goederen of deelgenootschap is gehuwd, komt de gehele gift voor inbreng in aanmerking, tenzij de erflater het tegendeel heeft bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 232</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De aansprakelijkheid van de erfgenamen jegens de schuldeisers van de nalatenschap wordt door een verplichting tot inbreng niet gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij overgang van het erfdeel van een erfgenaam gaat zijn recht op of verplichting tot inbreng mede over.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 233</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Verplichting tot inbreng betekent dat bij de verdeling van de nalatenschap de waarde van de gift in mindering komt van het aandeel van de tot inbreng verplichte erfgenaam in het hem en de erfgenamen, te wier behoeve de inbreng verplicht is, uit de nalatenschap toekomende gedeelte, vermeerderd met de onderling in te brengen bedragen. De waarde van de giften wordt berekend op de wijze als uit artikel 66 voortvloeit; deze waarde wordt verhoogd met een rente van zes procent per jaar vanaf de dag dat de nalatenschap is opengevallen. De artikelen 68 en 70 lid 3 zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Inbreng is niet verplicht voor zover de waarde van de gift groter is dan het aandeel van de erfgenaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Permanente link naar versie regeling Voor een permanente link naar de door u bekeken versie, inwerkinggetreden op , kopieer één van de onderstaande links of verfijn de link in de Linktool.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kopieer een link link met citeertitel url juriconnect-verwijzing Verfijn in Linktool Met behulp van de Linktool van LiDO is het mogelijk om een bredere link of een meer gedetailleerde link te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ga naar de Linktool Externe relaties (0) Op linkeddata.overheid.nl zijn onderstaande relaties bekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergelijk versies Er is geen andere versie beschikbaar waarmee u de huidige geselecteerde versie , inwerkinggetreden op , kan vergelijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Selecteer een andere versie van de regeling waarmee u de huidige versie , inwerkinggetreden op , wilt vergelijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergelijken van \" Burgerlijk Wetboek Boek 4 \", inwerkinggetreden op , met versie die inwerking is getreden op .</p>\n<p class=\"lf-p\">Doordat er een grote regeling is gekozen kan de vergelijking enkele minuten duren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding Selecteer een datum...</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergelijk Keuze afdrukken regeling U kunt kiezen voor het toevoegen van de wetstechnische informatie aan de tekst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdrukken regeling Exclusief wetstechnische informatie Inclusief wetstechnische informatie Exporteer regeling U kunt kiezen in welk formaat de tekst geëxporteerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Formaat XML (De tekst zal worden geleverd in een .xml-bestand) TXT (De tekst zal worden geleverd in een .txt-bestand) RTF (Maak deze keuze als u de tekst wilt (her)gebruiken in een tekstverwerkingsprogramma) U kunt de tekst inclusief afbeeldingen exporteren. De afbeeldingen worden dan met de tekst in een .zip-bestand geleverd Afbeeldingen Tekst zonder afbeeldingen exporteren Tekst met afbeeldingen exporteren Europese richtlijn Via deze link kunt u meer informatie krijgen over de Europese richtlijn of verordening waarnaar in de tekst van de regeling verwezen wordt, inclusief de tekst daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">U wordt hiervoor doorgeleid naar EUR-LEX, de online databank van de Europese Unie waarin de Europese wetgeving is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit scherm in het vervolg niet meer tonen Doorgaan Meer informatie sluiten Over deze website Contact English Help Zoeken Informatie hergebruiken Privacy en cookies Toegankelijkheid Sitemap Kwetsbaarheid melden Linked Data Overheid Powersearch MijnOverheid.nl Rijksoverheid.nl Ondernemersplein Werkenbijdeoverheid.nl</p></div>", "next": 0}