{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 157</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bij de vordering behorende nevenrechten worden na het tijdstip van de overgang tegen de nieuwe in plaats van tegen de oude schuldenaar uitgeoefend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tot zekerheid van de overgegane schuld strekkende rechten van pand en hypotheek op een aan een der partijen toebehorend goed blijven bestaan; die op een niet aan partijen toebehorend goed en rechten uit borgtocht gaan door de overgang teniet, tenzij de pand- of hypotheekgever of borg tevoren in handhaving heeft toegestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voorrechten op bepaalde goederen waarop de schuldeiser niet tevens een verhaalsrecht jegens derden heeft, gaan door de overgang teniet, tenzij de schuldoverneming plaatsvindt ter uitvoering van de overdracht van een onderneming waartoe ook het goed waarop het voorrecht rust, behoort. Voorrechten op het vermogen van de schuldenaar gelden na de overgang als voorrechten op het vermogen van de nieuwe schuldenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bedongen rechten en boeten, alsmede dwangsommen die vóór de overgang aan de schuldenaar werden opgelegd, worden door de nieuwe in plaats van door de oude schuldenaar verschuldigd, voor zover zij na het tijdstip van de overgang zijn opeisbaar geworden of verbeurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 158</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien de rechtsverhouding tussen de vorige en de nieuwe schuldenaar op grond waarvan de schuld is overgenomen, nietig, vernietigd of ontbonden is, kan de schuldeiser de schuld weer op de vorige schuldenaar doen overgaan door daartoe strekkende kennisgevingen aan de beide betrokken partijen; elk van hen kan de schuldeiser daartoe een redelijke termijn stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 159</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een partij bij een overeenkomst kan haar rechtsverhouding tot de wederpartij met medewerking van deze laatste overdragen aan een derde bij een tussen haar en de derde opgemaakte akte.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Hierdoor gaan alle rechten en verplichtingen over op de derde, voor zover niet ten aanzien van bijkomstige of reeds opeisbaar geworden rechten of verplichtingen anders is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 156 en de leden 1-3 van artikel 157 zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 4. Afstand en vermenging</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 160</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een verbintenis gaat teniet door een overeenkomst van de schuldeiser met de schuldenaar, waarbij hij van zijn vorderingsrecht afstand doet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een door de schuldeiser tot de schuldenaar gericht aanbod tot afstand om niet geldt als aanvaard, wanneer de schuldenaar van het aanbod heeft kennisgenomen en het niet onverwijld heeft afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De artikelen 48 leden 1 en 2 en 49 leden 1-3 zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 161</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een verbintenis gaat teniet door vermenging, wanneer door overgang van de vordering of de schuld de hoedanigheid van schuldeiser en die van schuldenaar zich in één persoon verenigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het vorige lid is niet van toepassing: a. zolang de vordering en de schuld in van elkaar gescheiden vermogens vallen; b. in geval van overdracht overeenkomstig artikel 93 van Boek 3 van een vordering aan toonder of order; c. indien de voormelde vereniging van hoedanigheden het gevolg is van een rechtshandeling onder ontbindende voorwaarde, zolang niet vaststaat dat de voorwaarde niet meer in vervulling kan gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Tenietgaan van een verbintenis door vermenging laat de op de vordering rustende rechten van derden onverlet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 3. Onrechtmatige daad</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 1. Algemene bepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 162</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 163</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 164</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een gedraging van een kind dat de leeftijd van veertien jaren nog niet heeft bereikt, kan aan hem niet als een onrechtmatige daad worden toegerekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 165</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De omstandigheid dat een als een doen te beschouwen gedraging van een persoon van veertien jaren of ouder verricht is onder invloed van een geestelijke of lichamelijke tekortkoming, is geen beletsel haar als een onrechtmatige daad aan de dader toe te rekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Is jegens de benadeelde tevens een derde wegens onvoldoende toezicht aansprakelijk, dan is deze derde jegens de dader verplicht tot bijdragen in de schadevergoeding voor het gehele bedrag van zijn aansprakelijkheid jegens de benadeelde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 166</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Zij moeten onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding bijdragen, tenzij in de omstandigheden van het geval de billijkheid een andere verdeling vordert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 167</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer iemand krachtens deze titel jegens een ander aansprakelijk is ter zake van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard, kan de rechter hem op vordering van die ander veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door de rechter aan te geven wijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Hetzelfde geldt, indien aansprakelijkheid ontbreekt, omdat de publicatie aan de dader wegens diens onbekendheid met de onjuistheid of onvolledigheid niet als een onrechtmatige daad is toe te rekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In het geval van lid 2 kan de rechter die de vordering toewijst bepalen dat de kosten van het geding en van de openbaarmaking van de rectificatie geheel of gedeeltelijk moeten worden gedragen door degene die de vordering heeft ingesteld. Elk der partijen heeft voor het gedeelte van de kosten van het geding en van de openbaarmaking van de rectificatie dat ingevolge de uitspraak door hem moet worden gedragen, verhaal op ieder die voor de door de publicatie ontstane schade aansprakelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 168</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De rechter kan een vordering, strekkende tot verbod van een onrechtmatige gedraging, afwijzen op de grond dat deze gedraging op grond van zwaarwegende maatschappelijke belangen behoort te worden geduld. De benadeelde behoudt zijn recht op vergoeding van de schade overeenkomstig de onderhavige titel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In het geval van artikel 170 is de ondergeschikte voor deze schade niet aansprakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Wordt aan een veroordeling tot schadevergoeding of tot het stellen van zekerheid daarvoor niet voldaan, dan kan de rechter alsnog een verbod van de gedraging opleggen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2. Aansprakelijkheid voor personen en zaken</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 169</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voor schade aan een derde toegebracht door een als een doen te beschouwen gedraging van een kind dat nog niet de leeftijd van veertien jaren heeft bereikt en aan wie deze gedraging als een onrechtmatige daad zou kunnen worden toegerekend als zijn leeftijd daaraan niet in de weg zou staan, is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over het kind uitoefent, aansprakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor schade, aan een derde toegebracht door een fout van een kind dat de leeftijd van veertien jaren al wel maar die van zestien jaren nog niet heeft bereikt, is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over het kind uitoefent, aansprakelijk, tenzij hem niet kan worden verweten dat hij de gedraging van het kind niet heeft belet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 170</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voor schade, aan een derde toegebracht door een fout van een ondergeschikte, is degene in wiens dienst de ondergeschikte zijn taak vervult aansprakelijk, indien de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en degene in wiens dienst hij stond, uit hoofde van hun desbetreffende rechtsbetrekking zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Stond de ondergeschikte in dienst van een natuurlijke persoon en was hij niet werkzaam voor een beroep of bedrijf van deze persoon, dan is deze slechts aansprakelijk, indien de ondergeschikte bij het begaan van de fout handelde ter vervulling van de hem opgedragen taak.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Zijn de ondergeschikte en degene in wiens dienst hij stond, beiden voor de schade aansprakelijk, dan behoeft de ondergeschikte in hun onderlinge verhouding niet in de schadevergoeding bij te dragen, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Uit de omstandigheden van het geval, mede gelet op de aard van hun verhouding, kan anders voortvloeien dan in de vorige zin is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 171</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien een niet ondergeschikte die in opdracht van een ander werkzaamheden ter uitoefening van diens bedrijf verricht, jegens een derde aansprakelijk is voor een bij die werkzaamheden begane fout, is ook die ander jegens de derde aansprakelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 172</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien een gedraging van een vertegenwoordiger ter uitoefening van de hem als zodanig toekomende bevoegdheden een fout jegens een derde inhoudt, is ook de vertegenwoordigde jegens de derde aansprakelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 173</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bezitter van een roerende zaak waarvan bekend is dat zij, zo zij niet voldoet aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden aan de zaak mag stellen, een bijzonder gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van ontstaan daarvan zou hebben gekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de zaak niet aan de in het vorige lid bedoelde eisen voldoet wegens een gebrek als bedoeld in afdeling 3 van titel 3 , bestaat geen aansprakelijkheid op grond van het vorige lid voor schade als in die afdeling bedoeld, tenzij a. alle omstandigheden in aanmerking genomen, aannemelijk is dat het gebrek niet bestond op het tijdstip waarop het produkt in het verkeer is gebracht of dat het gebrek op een later tijdstip is ontstaan; of b. het betreft zaakschade ter zake waarvan krachtens afdeling 3 van titel 3 geen recht op vergoeding bestaat op grond van de in die afdeling geregelde franchise.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De vorige leden zijn niet van toepassing op dieren, schepen en luchtvaartuigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 174</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtsrecht. Bij openbare wegen en waterstaatswerken rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg of het waterstaatswerk in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij ondergrondse werken rust de aansprakelijkheid op degene die op het moment van het bekend worden van de schade het werk in de uitoefening van zijn bedrijf gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien na het bekend worden van de schade een ander gebruiker wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden gebruiker was. Indien de schade is bekend geworden na beëindiging van het gebruik van het ondergrondse werk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste gebruiker was.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Degene die in de openbare registers als eigenaar van de opstal of van de grond staat ingeschreven, wordt vermoed de bezitter van de opstal te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder openbare weg mede begrepen het weglichaam, alsmede de weguitrusting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 175</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf een stof gebruikt of onder zich heeft, terwijl van deze stof bekend is dat zij zodanige eigenschappen heeft, dat zij een bijzonder gevaar van ernstige aard voor personen of zaken oplevert, is aansprakelijk, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt. Onder degene die een bedrijf uitoefent, wordt mede begrepen elke rechtspersoon die de stof in de uitoefening van zijn taak gebruikt of onder zich heeft. Als bijzonder gevaar van ernstige aard geldt in elk geval dat de stof ontplofbaar, oxyderend, ontvlambaar, licht ontvlambaar of zeer licht ontvlambaar, dan wel vergiftig of zeer vergiftig is indien de stof als zodanig is ingedeeld overeenkomstig de artikelen 3 en 4 en titel II van verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PbEU L 353).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bevindt de stof zich in de macht van een bewaarder die er zijn bedrijf van maakt zodanige stoffen te bewaren, dan rust de aansprakelijkheid uit het eerste lid op deze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een zodanige bewaarder wordt gelijkgesteld de vervoerder, expediteur, stuwadoor, bewaarder of soortgelijke ondernemer, die de stof ten vervoer of uit hoofde van een met het vervoer samenhangende overeenkomst in ontvangst heeft genomen, zulks voor de periode waarin de stof zich in zijn macht bevindt zonder dat afdeling 4 van titel 6 , 4 van titel 11 , 1 van titel 14 of 4 van titel 19 van Boek 8 van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bevindt de stof zich in een leiding, dan rust de aansprakelijkheid uit het eerste lid op de leidingbeheerder, behalve voor zover de leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dit gebouw of werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Is de schade een gevolg van verontreiniging met de stof van lucht, water of bodem, dan rust de aansprakelijkheid uit het eerste lid op degene die bij de aanvang van de tot verontreiniging leidende gebeurtenis door dit artikel als aansprakelijke persoon werd aangewezen. Heeft de verontreiniging plaatsgevonden doordat de stof in verpakte toestand in water of bodem is gekomen of op de bodem is achtergelaten, dan wordt die gebeurtenis geacht op dit tijdstip reeds te zijn aangevangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Vormt de stof, al of niet tezamen met andere bestanddelen, een roerende zaak als bedoeld in artikel 173 lid 1 , is zij in een zodanige zaak verpakt of is zij opgeslagen in een daartoe bestemd gebouw of werk als bedoeld in artikel 174, vierde lid , dan rust de aansprakelijkheid uit de artikelen 173 en 174 , voor wat betreft de schade die door verwezenlijking van het aan de stof verbonden gevaar is veroorzaakt, op dezelfde persoon als op wie krachtens de voorgaande leden aansprakelijkheid ter zake van de stof rust.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Een stof wordt geacht aan de omschrijving van de eerste zin van het eerste lid te voldoen, wanneer zij bij algemene maatregel van bestuur als zodanig is aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stof kan in elk geval worden aangewezen als zij is ingedeeld overeenkomstig de artikelen 3 en 4 en titel II van verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PbEU L 353). De aanwijzing kan worden beperkt tot bepaalde concentraties van de stof, tot bepaalde in de algemene maatregel van bestuur te omschrijven gevaren die aan de stof verbonden zijn, en tot bepaalde daarin te omschrijven situaties waarin de stof zich bevindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 176</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De exploitant van een stortplaats is aansprakelijk voor de schade die voor of na de sluiting van de stortplaats ontstaat als gevolg van verontreiniging van lucht, water of bodem met de daar voor die sluiting gestorte stoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In dit artikel wordt onder exploitant van een stortplaats verstaan: a. degene voor wie een omgevingsvergunning geldt als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 aanhef en onder b van de Omgevingswet om op het in lid 6 bedoelde terrein een stortplaats op te richten, te veranderen of de werking daarvan te veranderen of in werking te hebben; b. een ieder die de stortplaats exploiteert zonder dat voor hem een zodanige vergunning geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien na het bekend worden van de schade een ander exploitant van de stortplaats wordt, blijft de aansprakelijkheid voor die schade rusten op degene die tijdens dit bekend worden exploitant was.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien de schade is bekend geworden na de sluiting van de stortplaats, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant was. Geen aansprakelijkheid op grond van dit artikel bestaat, wanneer op het tijdstip waarop de schade bekend wordt, meer dan twintig jaren waren verstreken nadat de stortplaats was gesloten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften, of de schade een gevolg is van gebruik van de grond in strijd met hetgeen wegens de aanwezigheid van de gesloten stortplaats omtrent dit gebruik is voorgeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien de exploitatie als stortplaats wettelijk is toegelaten, zijn degenen die de stoffen waardoor de verontreiniging is opgetreden, daar hebben gestort of doen storten, noch aansprakelijk krachtens artikel 175 , noch krachtens afdeling 4 van titel 6 , 4 van titel 11 , 1 van titel 14 of 4 van titel 19 van Boek 8 . Indien op de stortplaats een zaak als bedoeld in artikel 173 of een stof als bedoeld in artikel 175 is gestort, rust de aansprakelijkheid uit die artikelen op degene die krachtens de voorgaande leden als exploitant van de stortplaats aansprakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Onder stortplaats is begrepen elk terrein dat door de exploitant daarvan is bestemd voor het storten van al of niet verpakte, geheel of ten dele van anderen afkomstige stoffen met als doel dat de exploitant of die anderen zich van die stoffen ontdoen door ze daar op of in de bodem te brengen. Onder storten wordt mede begrepen elke vorm van deponeren of afgeven van de stof op de stortplaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 177</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht .] 1 De exploitant van een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door: a. uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Mijnbouwwet als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het werk zijn ontketend; b. beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In dit artikel wordt onder exploitant van een mijnbouwwerk verstaan: a. de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 6 , 24b of 25 van de Mijnbouwwet , die een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft; b. een ieder die, anders dan als ondergeschikte, een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft zonder dat hij houder is van een vergunning als bedoeld in onderdeel a, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een vergunning als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor schade door uitstroming van delfstoffen is aansprakelijk degene die ten tijde van de gebeurtenis waardoor de uitstroming plaatsvindt, exploitant van een mijnbouwwerk is. Indien na deze gebeurtenis een ander exploitant wordt van het mijnbouwwerk, blijft de aansprakelijkheid voor deze schade rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was. Indien de gebeurtenis plaatsvindt nadat het mijnbouwwerk is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het werk was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het werk was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Voor schade door beweging van de bodem is aansprakelijk degene die ten tijde van het bekend worden van deze schade exploitant is. Indien na het bekend worden een ander exploitant wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden exploitant was. Indien deze schade bekend wordt na sluiting van het mijnbouwwerk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant was.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming of de beweging van de bodem is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173 , 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, wat betreft de door die uitstroming of beweging van de bodem veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het mijnbouwwerk rust.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Op verzoek van de wederpartij verstrekt de exploitant alle informatie waarover hij beschikt ten aanzien van de exploitatie, de bodemstructuur en bodembewegingen die benodigd is om te kunnen beoordelen of zijn verweer gegrond is. Het verstrekken van informatie kan achterwege blijven indien daarvoor gewichtige redenen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Onverminderd de artikelen 5.1 en 5.2 van de wet open overheid staat de informatie ten aanzien van de exploitatie, de bodemstructuur en bodembewegingen waarover publiekrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek , alsmede hun adviserende instanties beschikken op verzoek van de exploitant ter beschikking van de wederpartij, voor zover die informatie benodigd is om te kunnen beoordelen of het verweer van de exploitant gegrond is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 177a</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk zou kunnen zijn, wordt vermoed dat die schade veroorzaakt is door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De benadeelde kan zich slechts beroepen op het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, indien hij de exploitant, bedoeld in artikel 177 , op diens verzoek de relevante bescheiden betreffende het gebouw of werk ter inzage geeft indien hij daarover beschikt, en de exploitant genoegzaam gelegenheid geeft de schade te onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen een of meer gebieden worden vastgesteld waarbinnen het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval geldt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 178</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Geen aansprakelijkheid krachtens artikel 175 , 176 of 177 bestaat indien: a. de schade is veroorzaakt door gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer of muiterij; b. de schade is veroorzaakt door een natuurgebeuren van uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard, behoudens de in artikel 177 lid 1 bedoelde ondergrondse natuurkrachten in het geval van dat artikel; c. de schade is veroorzaakt uitsluitend door voldoening aan een bevel of dwingend voorschrift van de overheid; d. de schade is veroorzaakt bij een handeling met een stof als bedoeld in artikel 175 in het belang van de benadeelde zelf, waarbij het jegens deze redelijk was hem aan het gevaar voor schade bloot te stellen; e. de schade is veroorzaakt uitsluitend door een handelen of nalaten van een derde, geschied met het opzet schade te veroorzaken, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 170 en 171 ; f. het gaat om hinder, verontreiniging of andere gevolgen, ter zake waarvan aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken, zo zij door de aangesprokene bewust zouden zijn veroorzaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 179</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De bezitter van een dier is aansprakelijk voor de door het dier aangerichte schade, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier waardoor de schade werd toegebracht, in zijn macht zou hebben gehad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 180</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 In de gevallen van de artikelen 173 , 174 en 179 zijn medebezitters hoofdelijk aansprakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In geval van overdracht van een zaak onder opschortende voorwaarde van voldoening van een tegenprestatie rust de aansprakelijkheid die de artikelen 173 , 174 en 179 op de bezitter leggen, vanaf het tijdstip van deze overdracht op de verkrijger.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 181</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Worden de in de artikelen 173 , 174 en 179 bedoelde zaken, opstallen of dieren gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, dan rust de aansprakelijkheid uit de artikelen 173 lid 1 , 174 lid 1 en lid 2, eerste zin , en 179 op degene die dit bedrijf uitoefent, tenzij het een opstal betreft en het ontstaan van de schade niet met de uitoefening van het bedrijf in verband staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer de zaken, opstallen of dieren in de uitoefening van een bedrijf worden gebruikt door ze ter beschikking te stellen voor gebruik in de uitoefening van het bedrijf van een ander, dan wordt die ander als de uit hoofde van het vorige lid aansprakelijke persoon aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Wanneer een stof als bedoeld in artikel 175 in de uitoefening van een bedrijf wordt gebruikt door deze stof ter beschikking te stellen voor gebruik in de uitoefening van het beroep of bedrijf van een ander, wordt die ander als de uit hoofde van artikel 175 lid 1 aansprakelijke persoon aangemerkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 182</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien er in de gevallen van de artikelen 176 en 177 tegelijkertijd twee of meer al of niet gezamenlijk handelende exploitanten zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 183</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Ter zake van aansprakelijkheid op grond van deze afdeling kan de aangesprokene geen beroep doen op zijn jeugdige leeftijd of geestelijke of lichamelijke tekortkoming.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Degene die het ouderlijk gezag of voogdij uitoefent over een kind dat nog niet de leeftijd van veertien jaren heeft bereikt, is in zijn plaats uit de artikelen 173 en 179 voor de daar bedoelde zaken en dieren aansprakelijk, tenzij deze worden gebruikt in de uitoefening van een bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 184</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Onder de schade waarvoor op grond van de artikelen 173-182 aansprakelijkheid bestaat, vallen ook: a. de kosten van iedere redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van schade door wie dan ook genomen, nadat een ernstige en onmiddellijke dreiging is ontstaan dat schade zal worden veroorzaakt die krachtens die artikelen voor vergoeding in aanmerking komt; b. schade en verlies veroorzaakt door zulke maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de maatregelen, bedoeld in het vorige lid, door een ander worden genomen dan degene die de schade zou hebben geleden ter zake waarvan de ernstige en onmiddellijke dreiging is ontstaan, kan deze ander slechts vergoeding van de in het vorige lid bedoelde kosten, schaden en verliezen vorderen, voor zover zij gevorderd hadden kunnen worden door degene die de dreigende schade zou hebben geleden, en kan de aangesprokene jegens die ander hetzelfde verweer voeren als hem jegens deze ten dienste zou hebben gestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3. Produktenaansprakelijkheid</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 185</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn produkt, tenzij: a. hij het produkt niet in het verkeer heeft gebracht; b. het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet bestond op het tijdstip waarop hij het produkt in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat dit gebrek later is ontstaan; c. het produkt noch voor de verkoop of voor enige andere vorm van verspreiding met een economisch doel van de producent is vervaardigd, noch is vervaardigd of verspreid in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf; d. het gebrek een gevolg is van het feit dat het produkt in overeenstemming is met dwingende overheidsvoorschriften; e. het op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het tijdstip waarop hij het produkt in het verkeer bracht, onmogelijk was het bestaan van het gebrek te ontdekken; f. wat de producent van een grondstof of fabrikant van een onderdeel betreft, het gebrek is te wijten aan het ontwerp van het produkt waarvan de grondstof of het onderdeel een bestanddeel vormt, dan wel aan de instructies die door de fabrikant van het produkt zijn verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De aansprakelijkheid van de producent wordt verminderd of opgeheven rekening houdende met alle omstandigheden, indien de schade is veroorzaakt zowel door een gebrek in het produkt als door schuld van de benadeelde of een persoon voor wie de benadeelde aansprakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De aansprakelijkheid van de producent wordt niet verminderd, indien de schade is veroorzaakt zowel door een gebrek in het produkt als door de gedraging van een derde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 186</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een produkt is gebrekkig, indien het niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder a. de presentatie van het produkt; b. het redelijkerwijs te verwachten gebruik van het produkt; c. het tijdstip waarop het produkt in het verkeer werd gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een produkt mag niet als gebrekkig worden beschouwd uitsluitend omdat nadien een beter produkt in het verkeer is gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 187</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Onder product wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan een roerende zaak, ook nadat deze een bestanddeel is gaan vormen van een andere roerende of onroerende zaak, alsmede elektriciteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onder \"producent\" wordt voor de toepassing van artikel 185 tot en met 193 verstaan de fabrikant van een eindprodukt, de producent van een grondstof of de fabrikant van een onderdeel, alsmede een ieder die zich als producent presenteert door zijn naam, zijn merk of een ander onderscheidingsteken op het produkt aan te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onverminderd de aansprakelijkheid van de producent, wordt een ieder die een produkt in de Europese Economische Ruimte invoert om dit te verkopen, te verhuren, te leasen of anderszins te verstrekken in het kader van zijn commerciële activiteiten, beschouwd als producent; zijn aansprakelijkheid is dezelfde als die van de producent.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien niet kan worden vastgesteld wie de producent van het produkt is, wordt elke leverancier als producent ervan beschouwd, tenzij hij de benadeelde binnen een redelijke termijn de identiteit meedeelt van de producent of van degene die hem het produkt heeft geleverd. Indien ten aanzien van een in de Europese Economische Ruimte geïmporteerd produkt niet kan worden vastgesteld wie de importeur van dat produkt is, wordt eveneens elke leverancier als producent ervan beschouwd, tenzij hij de benadeelde binnen een redelijke termijn de identiteit meedeelt van de importeur in de Europese Economische Ruimte of van een leverancier binnen de Europese Economische Ruimte die hem het produkt heeft geleverd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 188</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De benadeelde moet de schade, het gebrek en het oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade bewijzen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 189</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien verschillende personen op grond van artikel 185, eerste lid , aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, is elk hunner voor het geheel aansprakelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 190</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 185, eerste lid , bestaat voor a. schade door dood of lichamelijk letsel; b. schade door het produkt toegebracht aan een andere zaak die gewoonlijk voor gebruik of verbruik in de privésfeer is bestemd en door de benadeelde ook hoofdzakelijk in de privésfeer is gebruikt of verbruikt, met toepassing van een franchise ten belope van € 500.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt bij algemene maatregel van bestuur aangepast, indien op grond van artikel 18, tweede lid, van de EEG-richtlijn van 25 juli 1985 ( PbEG nr. L 210) de in die richtlijn genoemde bedragen worden herzien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 191</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De rechtsvordering tot schadevergoeding van de benadeelde tegen de producent ingevolge artikel 185, eerste lid , verjaart door verloop van drie jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde met de schade, het gebrek en de identiteit van de producent bekend is geworden of had moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het recht op schadevergoeding van de benadeelde jegens de producent ingevolge artikel 185, eerste lid , vervalt door verloop van tien jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de producent de zaak die de schade heeft veroorzaakt, in het verkeer heeft gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt voor het recht van een derde die mede voor de schade aansprakelijk is, terzake van regres jegens de producent.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 192</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De aansprakelijkheid van de producent uit hoofde van deze afdeling kan jegens de benadeelde niet worden uitgesloten of beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Is jegens de benadeelde tevens een derde aansprakelijk die het produkt niet gebruikt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, dan kan niet ten nadele van die derde worden afgeweken van de regels inzake het regres.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Het recht op schadevergoeding jegens de producent uit hoofde van deze afdeling komt de benadeelde toe, onverminderd alle andere rechten of vorderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 3A. Oneerlijke handelspraktijken Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193a</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht .] 1 In deze afdeling wordt verstaan onder: a. consument: natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf; b. handelaar: natuurlijk persoon of rechtspersoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf of degene die ten behoeve van hem handelt; c. product: goed of dienst, met inbegrip van elektriciteit, digitale diensten en digitale inhoud; d. handelspraktijk: iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een handelaar, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product aan consumenten; e. besluit over een overeenkomst: een door een consument genomen besluit over de vraag of, en, zo ja, hoe en op welke voorwaarden hij een product koopt, geheel of gedeeltelijk betaalt, behoudt of van de hand doet, of een contractueel recht uitoefent in verband met het product, ongeacht of de consument overgaat tot handelen; f. professionele toewijding: normale niveau van bijzondere vakkundigheid en van zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een handelaar ten aanzien van consumenten mag worden verwacht, in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiend uit de voor die handelaar geldende professionele standaard en eerlijke marktpraktijken; g. uitnodiging tot aankoop: commerciële boodschap die de kenmerken en de prijs van het product op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument aldus in staat stelt een aankoop te doen; h. ongepaste beïnvloeding: uitbuiten van een machtspositie ten aanzien van de consument om, zelfs zonder gebruik van of dreiging met fysiek geweld, pressie uit te oefenen op een wijze die het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen, aanzienlijk beperkt; i. gedragscode: regels die vaststellen hoe handelaren die zich aan de code binden, zich gedragen met betrekking tot een of meer bepaalde handelspraktijken of bedrijfssectoren en die niet bij of krachtens wettelijke voorschriften zijn vastgesteld; j. houder van een gedragscode: rechtspersoon of groep van handelaren die verantwoordelijk is voor het opstellen en herzien van een gedragscode of het toezien op de naleving van de gedragscode door degenen die zich hieraan hebben gebonden; k. richtlijn: richtlijn nr. 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese</p>\n<p class=\"lf-p\">Unie van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt (PbEG L 149); l. rangschikking: het relatieve belang dat wordt gegeven aan producten zoals gepresenteerd, georganiseerd of meegedeeld door de handelaar, ongeacht de voor die presentatie, organisatie of mededeling gebruikte technologische middelen; m. onlinemarktplaats: dienst die gebruikmaakt van software, waaronder een website, een deel van een website of een door of namens een handelaar beheerde applicatie, die consumenten in staat stelt een overeenkomst op afstand te sluiten met andere handelaren of consumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In deze afdeling wordt mede verstaan onder gemiddelde consument: het gemiddelde lid van een specifieke groep waarop de handelaar zich richt of het gemiddelde lid van een specifieke groep waarvan de handelaar redelijkerwijs kan voorzien dat die groep wegens hun geestelijke of lichamelijke beperking, hun leeftijd of goedgelovigheid bijzonder vatbaar is voor de handelspraktijk of voor het onderliggende product.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Deze afdeling is niet van toepassing op de certificering van goederen van edelmetaal en de vermelding van het edelmetaalgehalte voor deze goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193b</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een handelaar handelt onrechtmatig jegens een consument indien hij een handelspraktijk verricht die oneerlijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een handelspraktijk is oneerlijk indien een handelaar handelt: a. in strijd met de vereisten van professionele toewijding, en b. het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt of kan worden beperkt, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een handelspraktijk is in het bijzonder oneerlijk indien een handelaar: a. een misleidende handelspraktijk verricht als bedoeld in de artikelen 193c tot en met 193g , of b. een agressieve handelspraktijk verricht als bedoeld in de artikelen 193h en 193i .</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De gangbare en rechtmatige reclamepraktijk waarbij overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen, maken een reclame op zich niet oneerlijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193c</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht .] 1 Een handelspraktijk is misleidend indien informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, al dan niet door de algemene presentatie van de informatie, zoals ten aanzien van: a. het bestaan of de aard van het product; b. de voornaamste kenmerken van het product, zoals beschikbaarheid, voordelen, risico’s, uitvoering, samenstelling, accessoires, klantenservice en klachtenbehandeling, procédé en datum van fabricage of verrichting, levering, geschiktheid voor het gebruik, gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciële oorsprong, van het gebruik te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op het product verrichte tests of controles; c. de verplichtingen van de handelaar, de motieven voor de handelspraktijk en de aard van het verkoopproces, een verklaring of een symbool in verband met directe of indirecte sponsoring of erkenning van de handelaar of het product; d. de prijs of de wijze waarop de prijs wordt berekend, of het bestaan van een specifiek prijsvoordeel; e. de noodzaak van een dienst, onderdeel, vervanging of reparatie; f. de hoedanigheid, kenmerken en rechten van de handelaar of zijn tussenpersoon, zoals zijn identiteit, vermogen, kwalificaties, status, erkenning, affiliatie, connecties, industriële, commerciële of eigendomsrechten of zijn prijzen, bekroningen en onderscheidingen; g. de rechten van de consument waaronder het recht van herstel of vervanging van de afgeleverde zaak of het recht om de prijs te verminderen, of de risico’s die de consument eventueel loopt, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een handelspraktijk is eveneens misleidend indien: a. door de marketing van het product waaronder het gebruik van vergelijkende reclame verwarring wordt geschapen ten aanzien van producten, handelsmerken, handelsnamen of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent; b. de handelaar een verplichting die is opgenomen in een gedragscode niet nakomt, voor zover:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de verplichting concreet en kenbaar is, en 2°. de handelaar aangeeft dat hij aan die gedragscode gebonden is, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen; c. sprake is van marketing van een goed in één lidstaat, waarbij het goed als identiek wordt voorgesteld aan een goed dat in een andere lidstaat op de markt is, terwijl de samenstelling of kenmerken van dat goed aanzienlijk verschillen en hiervoor geen rechtvaardiging bestaat op grond van legitieme en objectieve factoren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193d</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een handelspraktijk is bovendien misleidend indien er sprake is van een misleidende omissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een misleidende omissie is iedere handelspraktijk waarbij essentiële informatie welke de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, wordt weggelaten, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Van een misleidende omissie is eveneens sprake indien essentiële informatie als bedoeld in lid 2 verborgen wordt gehouden of op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze dan wel laat verstrekt wordt, of het commerciële oogmerk, indien dit niet reeds duidelijk uit de context blijkt, niet laat blijken, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij de beoordeling of essentiële informatie is weggelaten of verborgen is gehouden worden de feitelijke context, de beperkingen van het communicatiemedium alsook de maatregelen die zijn genomen om de informatie langs andere wegen ter beschikking van de consument te stellen, in aanmerking genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193e</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht .] 1 In het geval van een uitnodiging tot aankoop is de volgende informatie, voor zover deze niet reeds uit de context blijkt, essentieel als bedoeld in artikel 193d lid 2 : a. de voornaamste kenmerken van het product, in de mate waarin dit gezien het medium en het product passend is; b. de identiteit en het geografisch adres van de handelaar, zijn handelsnaam en, in voorkomend geval, de identiteit en het geografisch adres van de handelaar namens wie hij optreedt; c. de prijs, inclusief belastingen, of, als het om een product gaat waarvan de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs wordt berekend en, in voorkomend geval, de extra vracht-, leverings- of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat deze extra kosten moeten worden betaald; d. de wijze van betaling, levering en uitvoering, indien deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding; e. indien er een recht op herroeping of annulering is, het bestaan van dit recht; f. indien het product op een onlinemarktplaats wordt aangeboden, een vermelding door de aanbieder van de onlinemarktplaats op basis van een verklaring van de derde, of de derde die het product op de onlinemarktplaats aanbiedt al dan niet een handelaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien consumenten de mogelijkheid wordt geboden om te zoeken naar producten die worden aangeboden door verschillende handelaren of door consumenten op basis van een zoekopdracht in de vorm van een trefwoord, zin of andere invoer, is, ongeacht het sluiten van de overeenkomst, het beschikbaar stellen van algemene informatie, in een specifiek deel van de online interface dat rechtstreeks en eenvoudig toegankelijk is vanaf de pagina waar de zoekresultaten worden gepresenteerd, over de belangrijkste parameters ter bepaling van de rangschikking van producten die aan de consument wordt gepresenteerd als resultaat van de zoekopdracht en het relatieve belang van die parameters ten opzichte van andere parameters, essentieel als bedoeld in artikel 193d lid 2 . Dit lid is niet van toepassing op aanbieders van online zoekmachines als bedoeld in artikel 2, onderdeel 6, van verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten (PbEU L 186/57).</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien een handelaar toegang biedt tot consumentenbeoordelingen van producten, is informatie over of en hoe de handelaar verzekert dat de gepubliceerde beoordelingen afkomstig zijn van consumenten die het product daadwerkelijk hebben gebruikt of aangekocht, essentieel als bedoeld in artikel 193d lid 2 .</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193f</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien er sprake is van commerciële communicatie, reclame of marketing daaronder begrepen, is de informatie genoemd bij of krachtens de volgende artikelen in ieder geval essentieel als bedoeld in artikel 193d lid 2 : a. artikel 15d leden 1 en 2 en artikel 15e lid 1 van Boek 3 ; b. artikelen 230m lid 1, onderdelen a, b en c, e tot en met h, o en p en 230v, leden 1 tot en met 3, 5, alsmede lid 6, eerste zin, en lid 7, van Boek 6 ; c. artikel 502 leden 1 tot en met 3 van Boek 7 ; d. artikelen 73 tot en met 75 van de Geneesmiddelenwet ; e. artikelen 4:20 en 4:25b van de Wet op het financieel toezicht ; f. artikel 2b van de Prijzenwet ; g. artikel 6 van Verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PbEU 2017, L 168).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193g</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht .] De volgende handelspraktijken zijn onder alle omstandigheden misleidend: a. beweren aan een gedragscode gebonden te zijn en daarnaar te handelen, wanneer dit niet het geval is; b. een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label aanbrengen zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben gekregen; c. beweren dat een gedragscode door een publieke of andere instantie is erkend wanneer dit niet het geval is; d. beweren dat een handelaar of een product door een openbare of particuliere instelling is aanbevolen, erkend of goedgekeurd terwijl dat niet het geval is, of iets dergelijks beweren zonder dat aan de voorwaarde voor de aanbeveling, erkenning of goedkeuring is voldaan; e. producten tegen een genoemde prijs te koop aanbieden zonder dat de handelaar aangeeft dat er een gegrond vermoeden bestaat dat hij deze producten of gelijkwaardige producten niet tegen die prijs kan leveren of door een andere handelaar kan doen leveren gedurende een periode en in hoeveelheden die, rekening houdend met het product, de omvang van de voor het product gevoerde reclame en de aangeboden prijs, redelijk zijn; f. producten tegen een genoemde prijs te koop aanbieden en vervolgens:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. weigeren het aangeboden artikel aan de consument te tonen, of 2°. weigeren een bestelling op te nemen of het product binnen een redelijke termijn te leveren, of 3°. een exemplaar van het artikel met gebreken tonen, met de bedoeling een ander product aan te prijzen; g. bedrieglijk beweren dat het product slechts gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn of dat het slechts onder speciale voorwaarden gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn om de consument onmiddellijk te doen beslissen en hem geen kans of onvoldoende tijd te geven een geïnformeerd besluit te nemen; h. de consument met wie de handelaar voorafgaand aan de transactie heeft gecommuniceerd in een taal die geen officiële taal is van de lidstaat waar de handelaar gevestigd is, beloven een klantendienst te verschaffen en deze dienst vervolgens enkel beschikbaar te stellen in een andere taal zonder dit duidelijk aan de consument te laten weten alvorens de consument de overeenkomst aangaat; i. beweren of anderszins de indruk wekken dat een product legaal kan worden verkocht terwijl dit niet het geval is; j. wettelijke rechten van consumenten voorstellen als een onderscheidend kenmerk van het aanbod van de handelaar; k. redactionele inhoud in de media, waarvoor de handelaar heeft betaald, gebruiken om reclame te maken voor een product, zonder dat dit duidelijk uit de inhoud of uit duidelijk door de consument identificeerbare beelden of geluiden blijkt; l. feitelijk onjuiste beweringen doen betreffende de aard en de omvang van het gevaar dat de persoonlijke veiligheid van de consument of zijn gezin zou bedreigen indien de consument het product niet koopt; m. een product dat lijkt op een door een bepaalde fabrikant vervaardigd product op een zodanige wijze aanbevelen dat bij de consument doelbewust de verkeerde indruk wordt gewekt dat het product inderdaad door die fabrikant is vervaardigd, terwijl dit niet het geval is; n. een piramidesysteem opzetten, beheren of aanbevelen waarbij de consument tegen betaling kans maakt op een vergoeding die eerder voortkomt uit het aanbrengen van nieuwe consumenten in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van goederen; o. beweren dat de handelaar op het punt staat zijn zaak te beëindigen of te verhuizen, indien dit niet het geval is; p. beweren dat producten het winnen bij kansspelen kunnen vergemakkelijken; q. bedrieglijk beweren dat een product ziekten, gebreken of misvormingen kan genezen; r. feitelijk onjuiste informatie verstrekken over marktomstandigheden of de mogelijkheid</p>\n<p class=\"lf-p\">het product te bemachtigen met de bedoeling de consument het product te doen aanschaffen tegen voorwaarden die minder gunstig zijn dan de normale marktvoorwaarden; s. in de context van een handelspraktijk beweren dat er een wedstrijd wordt georganiseerd of prijzen worden uitgeloofd zonder de aangekondigde prijzen of een redelijk alternatief daadwerkelijk toe te kennen; t. een product als gratis, voor niets of kosteloos te omschrijven als de consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijke kosten om in te gaan op het aanbod en het product af te halen dan wel dit te laten bezorgen; u. marketingmateriaal voorzien van een factuur of een soortgelijk document waarin om betaling wordt gevraagd, waardoor bij de consument de indruk wordt gewekt dat hij het aangeprezen product al heeft besteld terwijl dat niet het geval is; v. op bedrieglijke wijze beweren of de indruk wekken dat de handelaar niet optreedt ten behoeve van zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep of zich op bedrieglijke wijze voordoen als consument; w. op bedrieglijke wijze de indruk wekken dat voor een bepaald product service na verkoop beschikbaar is in een andere lidstaat dan die waar het product wordt verkocht; x. het verschaffen van zoekresultaten in reactie op een online zoekopdracht van een consument zonder duidelijk aan te geven dat het een betaalde reclame betreft of er een betaling is gedaan die specifiek was bedoeld om een hogere rangschikking voor producten te verkrijgen; y. het doorverkopen van tickets aan consumenten indien de handelaar deze heeft verkregen door gebruik te maken van elektronische middelen, bedoeld om ingestelde limieten over het aantal tickets dat een persoon mag kopen of andere regels die van toepassing zijn op de aankoop van tickets, te omzeilen; z. beweren dat beoordelingen van producten zijn ingediend door consumenten die het product daadwerkelijk hebben gebruikt of aangekocht, zonder dat de handelaar redelijke en proportionele stappen heeft genomen om na te gaan of deze beoordelingen daadwerkelijk afkomstig zijn van dergelijke consumenten; aa. het plaatsen of doen plaatsen van valse beoordelingen of aanbevelingen van consumenten of op misleidende wijze voorstellen van consumentenbeoordelingen of sociale media-aanbevelingen, teneinde producten te promoten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193h</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een handelspraktijk is in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, agressief indien door intimidatie, dwang, waaronder het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de gemiddelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk wordt beperkt of kan worden beperkt waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij de bepaling of een handelspraktijk agressief is, wordt rekening gehouden met: a. het tijdstip, de plaats, de aard en de vasthoudendheid die bij de handelspraktijk wordt gedemonstreerd; b. het gebruik van dreigende gedragingen of dreigende of grove taal; c. het uitbuiten door de handelaar van bepaalde tegenslagen of omstandigheden die zo ernstig zijn dat zij het beoordelingsvermogen van de consument kunnen beperken, hetgeen de handelaar bekend is, met het oogmerk het besluit van de consument met betrekking tot het product te beïnvloeden; d. bezwarende of disproportionele niet-contractuele belemmeringen die door de handelaar zijn opgelegd ten aanzien van een consument die zijn rechten uit de overeenkomst wenst uit te oefenen waaronder het recht om de overeenkomst te beëindigen of een ander product te kiezen; e. het dreigen met maatregelen die wettelijk niet kunnen worden genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193i</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De volgende handelspraktijken zijn onder alle omstandigheden agressief: a. de indruk geven dat de consument het pand niet mag verlaten alvorens er een overeenkomst is opgesteld; b. het verzoek van de consument om zijn huis te verlaten of niet meer terug te komen, te negeren, behalve indien, en voor zover wettelijk gerechtvaardigd wordt beoogd een contractuele verplichting te doen naleven; c. hardnekkig en ongewenst aandringen per telefoon, fax, e-mail of andere afstandsmedia tenzij, voorzover wettelijk gerechtvaardigd, wordt beoogd een contractuele verplichting te doen naleven; d. een consument die op grond van een verzekeringspolis een vordering indient, om documenten vragen die redelijkerwijs niet relevant kunnen worden geacht om de geldigheid van de vordering te beoordelen, dan wel systematisch weigeren antwoord te geven op daaromtrent gevoerde correspondentie met de bedoeling de consument ervan te weerhouden zijn contractuele rechten uit te oefenen; e. kinderen in reclame er rechtstreeks toe aanzetten om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen ertoe over te halen die producten voor hen te kopen; f. vragen om onmiddellijke dan wel uitgestelde betaling of om terugzending of bewaring van producten die de handelaar heeft geleverd, maar waar de consument niet om heeft gevraagd; g. de consument uitdrukkelijk meedelen dat, als hij het product of de dienst niet koopt, de baan of de bestaansmiddelen van de handelaar in het gedrang komen; h. de bedrieglijke indruk wekken dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen dan wel door een bepaalde handeling te verrichten een prijs zal winnen of een ander soortgelijk voordeel zal behalen, als er in feite:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. geen sprake is van een prijs of een ander soortgelijk voordeel; of 2°. als het ondernemen van stappen om in aanmerking te komen voor de prijs of voor een ander soortgelijk voordeel afhankelijk is van de betaling van een bedrag door de consument of indien daaraan voor hem kosten zijn verbonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193j</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een vordering wordt ingesteld, of een verzoek als bedoeld in artikel 305d lid 1 onder a van Boek 3 wordt ingediend ingevolge de artikelen 193b tot en met 193i , rust op de handelaar de bewijslast ter zake van de materiële juistheid en volledigheid van de informatie die hij heeft verstrekt als dat passend lijkt, gelet op de omstandigheden van het geval en met inachtneming van de rechtmatige belangen van de handelaar en van elke andere partij bij de procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien op grond van artikel 193b onrechtmatig door de handelaar is gehandeld, is hij voor de dientengevolge ontstane schade aansprakelijk, tenzij hij bewijst dat zulks noch aan zijn schuld is te wijten noch op andere grond voor zijn rekening komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, is vernietigbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 3B. Schending van mededingingsrecht Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193k</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op In deze afdeling wordt verstaan onder: a. inbreuk op het mededingingsrecht: een inbreuk op artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, het mededingingsrecht van een lidstaat van de Europese Unie dat parallel wordt toegepast aan artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1) of artikel 6 of 24 van de Mededingingswet ; b. inbreukpleger: een onderneming of ondernemersvereniging die een inbreuk op het mededingingsrecht heeft gepleegd; c. mededingingsautoriteit: de Europese Commissie, of een overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2003 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003 L 1) door een lidstaat aangewezen autoriteit die bevoegd is de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie toe te passen, of beide, indien de omstandigheden dit vereisen dan wel de Autoriteit Consument en Markt, voor zover het de toepassing van artikel 6 of 24 van de Mededingingswet betreft; d. kartel: een overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen twee of meer concurrenten met als doel hun concurrentiegedrag op de markt te coördineren of de relevante parameters van mededinging te beïnvloeden via praktijken zoals onder meer, doch niet uitsluitend, het bepalen of coördineren van aan- of verkoopprijzen of andere contractuele voorwaarden, onder meer met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, de toewijzing van productie- of verkoopquota, de verdeling van markten en klanten, met inbegrip van offertevervalsing, het beperken van importen of exporten of mededingingsverstorende maatregelen tegen andere concurrenten; e. ontvanger van immuniteit: een onderneming waaraan of een natuurlijk persoon aan wie door een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieregeling vrijwaring van geldboetes is verleend; f. clementieregeling: een regeling met betrekking tot de toepassing van artikel 101 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie of een overeenkomstige bepaling in het nationale recht van een lidstaat van de Europese Unie op basis waarvan een deelnemer aan een geheim kartel onafhankelijk van de andere bij het kartel betrokken ondernemingen meewerkt</p>\n<p class=\"lf-p\">aan een onderzoek van een mededingingsautoriteit door vrijwillig informatie te verschaffen over de kennis die deze deelnemer heeft van het kartel en de rol die hij daarin speelt, in ruil waarvoor de deelnemer, op grond van een besluit of door de procedure stop te zetten, immuniteit wordt verleend tegen geldboetes voor betrokkenheid bij het kartel of een vermindering van deze boetes krijgt; g. meerkosten: het verschil tussen de daadwerkelijk betaalde prijs en de prijs die zonder de inbreuk op het mededingingsrecht van toepassing was geweest; h. directe afnemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die rechtstreeks van een inbreukpleger producten of diensten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht; i. indirecte afnemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die niet van een inbreukpleger maar van een directe afnemer of een volgende afnemer producten of diensten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht, of producten of diensten waarin deze zijn verwerkt of die daarvan zijn afgeleid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193l</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een kartel, dat een inbreuk op het mededingingsrecht vormt, wordt vermoed schade te veroorzaken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193m</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien ondernemingen door een gemeenschappelijk optreden een inbreuk hebben gepleegd op het mededingingsrecht, is elk van hun voor het geheel van de door de inbreuk veroorzaakte schade aansprakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Mits volledige vergoeding van schade kan worden verkregen van de andere bij de inbreuk betrokken ondernemingen, is in afwijking van het bepaalde in lid 1 een kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie die een inbreuk op het mededingingsrecht heeft gepleegd slechts jegens zijn directe en indirecte afnemers aansprakelijk, indien: a. haar marktaandeel op de relevante markt tijdens de inbreuk voortdurend minder dan vijf procent bedroeg, en b. de toepassing van lid 1 haar economische levensvatbaarheid onherstelbaar in gevaar zou brengen en haar vermogensbestanddelen al hun waarde zou doen verliezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Lid 2 mist toepassing indien de onderneming: a. een leidinggevende rol heeft gespeeld bij de inbreuk of andere ondernemingen heeft aangezet hieraan deel te nemen, of b. eerder schuldig is bevonden aan een inbreuk op het mededingingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van het bepaalde in lid 1 is een ontvanger van immuniteit slechts jegens zijn directe en indirecte afnemers en leveranciers hoofdelijk verbonden tot vergoeding van de schade die voortvloeit uit de inbreuk, tenzij geen volledige vergoeding van schade kan worden verkregen van de andere bij de inbreuk betrokken ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193n</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De bijdrage van een ontvanger van immuniteit in de onderlinge verhouding met de andere bij de inbreuk betrokken inbreukplegers aan de vergoeding van de schade van hun directe en indirecte afnemers en leveranciers, bedraagt ten hoogste de vergoeding van de schade van zijn directe en indirecte afnemers en leveranciers, in evenredigheid met de mate waarin de aan hem toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193o</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Na een schikking wordt de vordering tot schadevergoeding van de bij de schikking betrokken benadeelde verminderd met het aandeel dat de bij de schikking betrokken inbreukpleger heeft gehad in de schade die de benadeelde door de inbreuk op het mededingingsrecht heeft geleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een bij een schikking betrokken benadeelde kan alleen een niet bij de schikking betrokken inbreukpleger aanspreken voor de vergoeding van de na de schikking resterende vordering tot schadevergoeding. De niet bij de schikking betrokken inbreukpleger kan met betrekking tot deze vordering tot schadevergoeding geen bijdrage vorderen van de bij de schikking betrokken inbreukpleger.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien niet bij een schikking betrokken inbreukplegers na een schikking niet bij machte zijn om de met de resterende vordering tot schadevergoeding overeenstemmende schade van een bij de schikking betrokken benadeelde te vergoeden, is de bij de schikking betrokken inbreukpleger ook aansprakelijk voor deze schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Lid 3 mist toepassing indien uitdrukkelijk anders is bepaald in de voorwaarden van de schikking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193p</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een partij kan het verweer voeren dat de benadeelde de door de inbreuk op het mededingingsrecht veroorzaakte meerkosten heeft doorberekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193q</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een indirecte afnemer wordt vermoed het bewijs van doorberekening te hebben geleverd indien hij aantoont dat: a. de inbreukpleger een inbreuk op het mededingingsrecht heeft gepleegd, b. de inbreuk heeft geleid tot meerkosten voor de directe afnemer van de inbreukpleger, en c. de indirecte afnemer de goederen of diensten heeft verworven die het voorwerp waren van de inbreuk, of goederen of diensten waarin deze zijn verwerkt of die daarvan zijn afgeleid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193r</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De rechter kan een procedure waarin vergoeding van schade wordt gevorderd wegens een inbreuk op het mededingingsrecht voor ten hoogste twee jaar aanhouden, indien partijen betrokken zijn bij buitengerechtelijke geschillenbeslechting in verband met die vordering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193s</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een rechtsvordering tot vergoeding van schade door een inbreuk op het mededingingsrecht verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de inbreuk is stopgezet en de benadeelde met de inbreuk, de schade die hij dientengevolge lijdt en de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden of redelijkerwijs bekend kan worden geacht, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de inbreuk is stopgezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193t</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een procedure tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting is een grond voor verlenging van de verjaringstermijn tussen de daarbij betrokken partijen. In geval van mediation eindigt de procedure doordat een van de partijen of de mediator aan de andere partij schriftelijk heeft meegedeeld dat de mediation is geëindigd of doordat in de mediation gedurende een periode van zes maanden door geen van de partijen enige handeling is verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een handeling van een mededingingsautoriteit verricht in het kader van een onderzoek of procedure met betrekking tot de inbreuk op het mededingingsrecht waarop de rechtsvordering betrekking heeft, is een grond voor verlenging van de verjaringstermijn. De verlenging vangt aan de dag na het verstrijken van de verjaringstermijn. De duur van de verlenging is gelijk aan de periode benodigd voor de vaststelling van een definitieve inbreukbeslissing of het op andere wijze beëindigen van de procedure, vermeerderd met een jaar.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 4. Misleidende en vergelijkende reclame</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 194</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Hij die omtrent goederen of diensten die door hem of degene ten behoeve van wie hij handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf worden aangeboden, een mededeling openbaar maakt of laat openbaar maken, handelt onrechtmatig jegens een ander die handelt in de uitoefening van zijn bedrijf, indien deze mededeling in een of meer opzichten misleidend is, zoals ten aanzien van: a. de aard, samenstelling, hoeveelheid, hoedanigheid, eigenschappen of gebruiksmogelijkheden; b. de herkomst, de wijze op het tijdstip van vervaardigen; c. de omvang van de voorraad; d. de prijs of de wijze van berekenen daarvan; e. de aanleiding of het doel van de aanbieding; f. de toegekende onderscheidingen, getuigschriften of andere door derden uitgebrachte beoordelingen of gedane verklaringen, of de gebezigde wetenschappelijke of vaktermen, technische bevindingen of statistische gegevens; g. de voorwaarden, waaronder goederen worden geleverd of diensten worden verricht of de betaling plaatsvindt; h. de omvang, inhoud of tijdsduur van de garantie; i. de identiteit, hoedanigheden, bekwaamheid of bevoegdheid en degene door wie, onder wiens leiding of toezicht of met wiens medewerking de goederen zijn of worden vervaardigd of aangeboden of de diensten worden verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een mededeling, openbaar of specifiek gericht op een ander, is in ieder geval misleidend indien sprake is van een misleidende omissie, waarbij essentiële informatie welke hij die handelt in de uitoefening van een beroep, bedrijf of organisatie, nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, wordt weggelaten, waardoor hij die handelt in de uitoefening van een beroep, bedrijf of organisatie, een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Van een misleidende omissie is eveneens sprake indien essentiële informatie als bedoeld in lid 2 verborgen wordt gehouden of op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze dan wel laat verstrekt of gepresenteerd wordt, of het commerciële oogmerk, indien dit niet reeds duidelijk uit de context blijkt, niet laat blijken, waardoor hij die handelt in de uitoefening van een beroep, bedrijf of organisatie, een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij de beoordeling of sprake is van een misleidende omissie als bedoeld in lid 2 en 3, zijn artikel 193d, lid 4 , en artikel 193e, onderdelen a tot en met d , van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 194a</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Onder vergelijkende reclame wordt verstaan elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd op voorwaarde dat deze: a. niet misleidend of een misleidende handelspraktijk als bedoeld in de artikelen 193c tot en met 193g is; b. goederen of diensten vergelijkt die in dezelfde behoeften voorzien of voor hetzelfde doel zijn bestemd; c. op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze goederen en diensten, zoals de prijs, met elkaar vergelijkt; d. er niet toe leidt dat op de markt de adverteerder wordt verward met een concurrent, of de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen of diensten van de adverteerder met die van een concurrent; e. niet de goede naam schaadt van of zich niet kleinerend uitlaat over de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen, diensten, activiteiten of omstandigheden van een concurrent; f. voor producten met een benaming van oorsprong in elk geval betrekking heeft op producten met dezelfde benaming; g. geen oneerlijk voordeel oplevert ten gevolge van de bekendheid van een merk, handelsnaam of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent dan wel van de oorsprongsbenamingen van concurrerende producten; en h. niet goederen of diensten voorstelt als een imitatie of namaak van goederen of diensten met een beschermd merk of beschermde handelsnaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Elke vergelijking die verwijst naar een speciale aanbieding, moet duidelijk en ondubbelzinnig het einde en, zo de speciale aanbieding nog niet loopt, het begin aangeven van de periode gedurende welke de speciale prijs of andere specifieke voorwaarden gelden dan wel vermelden dat de speciale aanbieding loopt zo lang de voorraad strekt of de diensten kunnen worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 195</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een vordering ingevolge artikel 194 of artikel 194a wordt ingesteld tegen iemand die inhoud en inkleding van de mededeling geheel of ten dele heeft bepaald of doen bepalen, rust op hem de bewijslast ter zake van de juistheid of volledigheid van de feiten die in de mededeling zijn vervat of daardoor worden gesuggereerd en waarop het beweerde misleidende karakter van de mededeling berust onderscheidenlijk waarop de ongeoorloofdheid van de vergelijkende reclame berust.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval van vergelijkende reclame dient degene die inhoud en inkleding van de mededeling geheel of ten dele zelf heeft bepaald of doen bepalen binnen korte termijn de bewijzen aan te dragen waarop de materiële juistheid en volledigheid van de feitelijke gegevens in de reclame rust.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien volgens artikel 194 en artikel 194a onrechtmatig is gehandeld door iemand die inhoud en inkleding van de mededeling geheel of ten dele zelf heeft bepaald of doen bepalen, is hij voor de dientengevolge ontstane schade aansprakelijk, tenzij hij bewijst dat zulks noch aan zijn schuld is te wijten noch op andere grond voor zijn rekening komt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 196</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien iemand door het openbaar maken of laten openbaar maken van een in artikel 194 omschreven mededeling of een ongeoorloofde vergelijkende reclame, of door het specifiek richten of laten richten van die mededeling op een ander, aan een ander schade heeft toegebracht of dreigt toe te brengen, kan de rechter hem op vordering van die ander niet alleen het openbaar maken of laten openbaar maken van zodanige mededeling of zodanige ongeoorloofde vergelijkende reclame, of het specifiek richten of laten richten van zodanige mededeling op een ander, verbieden, maar ook hem laten veroordelen tot het op een door de rechter aangegeven wijze openbaar maken of laten openbaar maken van een rectificatie van die mededeling of die ongeoorloofde vergelijkende reclame.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een vordering als in het vorige lid bedoeld wordt toegewezen jegens iemand die niet tevens aansprakelijk is voor de in artikel 195 lid 2 bedoelde schade, is artikel 167 lid 3 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 4A. Aansprakelijkheid bij elektronisch rechtsverkeer Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 196b</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 10-03-2017]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 196c</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 04-02-2025]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 5. Tijdelijke regeling verhaalsrechten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 197</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De artikelen 165 , 166 , 169 , 171 , 173 , 174 , 175 , 176 , 177 en 185 , alsmede de afdelingen 4 van titel 6 , 4 van titel 11 , 1 van titel 14 en 4 van titel 19 van Boek 8 blijven buiten toepassing: a. bij de vaststelling van het totale bedrag waarvoor aansprakelijkheid naar burgerlijk recht zou bestaan, vereist voor de berekening van het bedrag waarvoor verhaal bestaat krachtens artikel 107a en de artikelen 99 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen , 90 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering , 69 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen , 4:2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten , 52a van de Ziektewet , 61 van de Algemene nabestaandenwet , artikel 10.2.2 van de Wet langdurige zorg , artikel 2.4.3 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en 8 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen ; b. bij de vaststelling van het bedrag, bedoeld in artikel 3 van de Verhaalswet ongevallen ambtenaren waarboven de gehoudenheid krachtens die wet of krachtens artikel 75 van de Wet privatisering ABP zich niet uitstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Rechten uit de artikelen 165 , 166 , 169 , 171 , 173 , 174 , 175 , 176 , 177 en 185 , alsmede de afdelingen 4 van titel 6 , 4 van titel 11 , 1 van titel 14 en 4 van titel 19 van Boek 8 zijn niet vatbaar voor subrogatie krachtens artikel 962 van Boek 7 , behoudens voor zover de uitkering door de verzekeraar de aansprakelijkheid van de verzekerde betreft en een ander krachtens deze artikelen mede aansprakelijk was.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Degene wiens verhaal of subrogatie door de vorige leden wordt uitgesloten, kan de in het tweede lid bedoelde rechten evenmin krachtens overeenkomst verkrijgen of te zijnen behoeve door de gerechtigde op diens naam doen uitoefenen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 4. Verbintenissen uit andere bron dan onrechtmatige daad of overeenkomst</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 1. Zaakwaarneming</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 198</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 199</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De zaakwaarnemer is verplicht bij de waarneming de nodige zorg te betrachten en, voor zover dit redelijkerwijze van hem kan worden verlangd, de begonnen waarneming voort te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De zaakwaarnemer doet, zodra dit redelijkerwijze mogelijk is, aan de belanghebbende verantwoording van hetgeen hij heeft verricht. Heeft hij voor de belanghebbende gelden uitgegeven of ontvangen, dan doet hij daarvan rekening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 200</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De belanghebbende is, voor zover zijn belang naar behoren is behartigd, gehouden de zaakwaarnemer de schade te vergoeden, die deze als gevolg van de waarneming heeft geleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Heeft de zaakwaarnemer in de uitoefening van een beroep of bedrijf gehandeld, dan heeft hij, voor zover dit redelijk is, bovendien recht op een vergoeding voor zijn verrichtingen, met inachtneming van de prijzen die daarvoor ten tijde van de zaakwaarneming gewoonlijk werden berekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 201</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een zaakwaarnemer is bevoegd rechtshandelingen te verrichten in naam van de belanghebbende, voor zover diens belang daardoor naar behoren wordt behartigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 202</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Heeft iemand die is opgetreden ter behartiging van eens anders belang, zich zonder redelijke grond daarmede ingelaten of dit belang niet naar behoren behartigd, dan kan de belanghebbende door goedkeuring van het optreden zijn bevoegdheid prijsgeven jegens hem het gebrek in te roepen. Aan de belanghebbende kan door hem een redelijke termijn voor de goedkeuring worden gesteld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2. Onverschuldigde betaling</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 203</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, is gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Betreft de onverschuldigde betaling een geldsom, dan strekt de vordering tot teruggave van een gelijk bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Degene die zonder rechtsgrond een prestatie van andere aard heeft verricht, heeft eveneens jegens de ontvanger recht op ongedaanmaking daarvan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 204</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Heeft de ontvanger in een periode waarin hij redelijkerwijze met een verplichting tot teruggave van het goed geen rekening behoefde te houden, niet als een zorgvuldig schuldenaar voor het goed zorg gedragen, dan wordt hem dit niet toegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Degene die namens een ander, maar onbevoegd een niet aan die ander verschuldigde geldsom heeft ontvangen, is van zijn verplichting tot teruggave bevrijd, voor zover hij die geldsom aan die ander heeft doorbetaald in een periode waarin hij redelijkerwijze met die verplichting geen rekening behoefde te houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 205</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Heeft de ontvanger het goed te kwader trouw aangenomen, dan is hij zonder ingebrekestelling in verzuim.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 206</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De artikelen 120 , 121 , 123 en 124 van Boek 3 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot hetgeen daarin is bepaald omtrent de afgifte van vruchten en de vergoeding van kosten en schade.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 207</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De ontvanger heeft, tenzij hij het goed te kwader trouw heeft aangenomen, binnen de grenzen van de redelijkheid ook recht op vergoeding van de kosten van het ontvangen en teruggeven van het goed, alsmede van uitgaven in de in artikel 204 bedoelde periode die zouden zijn uitgebleven als hij het goed niet had ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 208</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De ontvanger verliest zijn recht op de in de beide vorige artikelen bedoelde vergoedingen, indien de wederpartij afstand doet van haar recht op terugvordering en, voor zover nodig, het onverschuldigd betaalde ter bevrijding van deze vergoedingen op haar kosten aan de ontvanger overdraagt. De ontvanger is verplicht aan een zodanige overdracht mede te werken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 209</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Op de onbekwame die een onverschuldigde betaling heeft ontvangen, rusten de in deze afdeling omschreven verplichtingen slechts, voor zover het ontvangene hem tot werkelijk voordeel heeft gestrekt of in de macht van zijn wettelijke vertegenwoordiger is gekomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 210</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Op de ongedaanmaking van prestaties die niet in het geven van een goed hebben bestaan, zijn de artikelen 204-209 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Sluit de aard van de prestatie uit dat zij ongedaan wordt gemaakt, dan treedt, voor zover dit redelijk is, vergoeding van de waarde van de prestatie op het ogenblik van ontvangst daarvoor in de plaats, indien de ontvanger door de prestatie is verrijkt, indien het aan hem is toe te rekenen dat de prestatie is verricht, of indien hij erin had toegestemd een tegenprestatie te verrichten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 211</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Kan een prestatie die op grond van een nietige overeenkomst is verricht, naar haar aard niet ongedaan worden gemaakt en behoort zij ook niet in rechte op geld te worden gewaardeerd, dan is een tot ongedaanmaking van een tegenprestatie of tot vergoeding van de waarde daarvan strekkende vordering, voor zover deze deswege in strijd met redelijkheid en billijkheid zou zijn, eveneens uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Is ingevolge het vorige lid terugvordering van een overgedragen goed uitgesloten, dan brengt de nietigheid van de overeenkomst niet de nietigheid van de overdracht mede.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3. Ongerechtvaardigde verrijking</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 212</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, is verplicht, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor zover de verrijking is verminderd als gevolg van een omstandigheid die niet aan de verrijkte kan worden toegerekend, blijft zij buiten beschouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Is de verrijking verminderd in de periode waarin de verrijkte redelijkerwijze met een verplichting tot vergoeding van de schade geen rekening behoefde te houden, dan wordt hem dit niet toegerekend. Bij de vaststelling van deze vermindering wordt mede rekening gehouden met uitgaven die zonder de verrijking zouden zijn uitgebleven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 5. Overeenkomsten in het algemeen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 1. Algemene bepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 213</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op overeenkomsten tussen meer dan twee partijen zijn de wettelijke bepalingen betreffende overeenkomsten niet toepasselijk, voor zover de strekking van de betrokken bepalingen in verband met de aard van de overeenkomst zich daartegen verzet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 214</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een overeenkomst door een der partijen gesloten in de uitoefening van haar bedrijf of beroep, is behalve aan de wettelijke bepalingen ook onderworpen aan een standaardregeling, wanneer voor de bedrijfstak waartoe het bedrijf behoort, of voor het beroep ten aanzien van zodanige overeenkomst een standaardregeling geldt. De bijzondere soorten van overeenkomsten waarvoor standaardregelingen kunnen worden vastgesteld en de bedrijfstak of het beroep, waarvoor elk dezer regelingen bestemd is te gelden, worden bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een standaardregeling wordt vastgesteld, gewijzigd en ingetrokken door een daartoe door Onze Minister van Justitie te benoemen commissie. Bij de wet worden nadere regelen gesteld omtrent de wijze van samenstelling en de werkwijze van de commissies.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De vaststelling, wijziging of intrekking van een standaardregeling wordt niet van kracht voordat zij door Ons is goedgekeurd en met Ons goedkeuringsbesluit in de Nederlandse Staatscourant is afgekondigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij een standaardregeling kan worden afgeweken van wettelijke bepalingen, voor zover daarvan ook afwijking bij overeenkomst, al of niet met inachtneming van een bepaalde vorm, is toegelaten. De vorige zin lijdt uitzondering, wanneer uit een wettelijke bepaling iets anders voortvloeit.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Partijen kunnen in hun overeenkomst van een standaardregeling afwijken. Een standaardregeling kan echter voor afwijking een bepaalde vorm voorschrijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 215</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Voldoet een overeenkomst aan de omschrijving van twee of meer door de wet geregelde bijzondere soorten van overeenkomsten, dan zijn de voor elk van die soorten gegeven bepalingen naast elkaar op de overeenkomst van toepassing, behoudens voor zover deze bepalingen niet wel verenigbaar zijn of de strekking daarvan in verband met de aard van de overeenkomst zich tegen toepassing verzet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 216</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Hetgeen in deze en de volgende vijf afdelingen is bepaald, vindt overeenkomstige toepassing op andere meerzijdige vermogensrechtelijke rechtshandelingen, voor zover de strekking van de betrokken bepalingen in verband met de aard van de rechtshandeling zich daartegen niet verzet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2. Het tot stand komen van overeenkomsten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 217</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De artikelen 219-225 zijn van toepassing, tenzij iets anders voortvloeit uit het aanbod, uit een andere rechtshandeling of uit een gewoonte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 218</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een aanbod is geldig, nietig of vernietigbaar overeenkomstig de regels voor meerzijdige rechtshandelingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 219</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een aanbod kan worden herroepen, tenzij het een termijn voor de aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid ervan op andere wijze uit het aanbod volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De herroeping kan slechts geschieden, zolang het aanbod niet is aanvaard en evenmin een mededeling, houdende de aanvaarding is verzonden. Bevat het aanbod de mededeling dat het vrijblijvend wordt gedaan, dan kan de herroeping nog onverwijld na de aanvaarding geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een beding waarbij één der partijen zich verbindt om, indien de wederpartij dit wenst, met haar een bepaalde overeenkomst te sluiten, geldt als een onherroepelijk aanbod.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 220</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een bij wijze van uitloving voor een bepaalde tijd gedaan aanbod kan wegens gewichtige redenen worden herroepen of gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In geval van herroeping of wijziging van een uitloving kan de rechter aan iemand die op grond van de uitloving met de voorbereiding van een gevraagde prestatie is begonnen, een billijke schadeloosstelling toekennen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 221</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een mondeling aanbod vervalt, wanneer het niet onmiddellijk wordt aanvaard, een schriftelijk aanbod, wanneer het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een aanbod vervalt, doordat het wordt verworpen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 222</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een aanbod vervalt niet door de dood of het verlies van handelingsbekwaamheid van een der partijen, noch doordat een der partijen de bevoegdheid tot het sluiten van de overeenkomst verliest als gevolg van een bewind.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 223</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De aanbieder kan een te late aanvaarding toch als tijdig gedaan laten gelden, mits hij dit onverwijld aan de wederpartij mededeelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een aanvaarding te laat plaatsvindt, maar de aanbieder begrijpt of behoort te begrijpen dat dit voor de wederpartij niet duidelijk was, geldt de aanvaarding als tijdig gedaan, tenzij hij onverwijld aan de wederpartij mededeelt dat hij het aanbod als vervallen beschouwt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 224</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien een aanvaarding de aanbieder niet of niet tijdig bereikt door een omstandigheid op grond waarvan zij krachtens artikel 37 lid 3, tweede zin, van Boek 3 niettemin haar werking heeft, wordt de overeenkomst geacht tot stand te zijn gekomen op het tijdstip waarop zonder de storende omstandigheid de verklaring zou zijn ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 225</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een aanvaarding die van het aanbod afwijkt, geldt als een nieuw aanbod en als een verwerping van het oorspronkelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wijkt een tot aanvaarding strekkend antwoord op een aanbod daarvan slechts op ondergeschikte punten af, dan geldt dit antwoord als aanvaarding en komt de overeenkomst overeenkomstig deze aanvaarding tot stand, tenzij de aanbieder onverwijld bezwaar maakt tegen de verschillen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Verwijzen aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden, dan komt aan de tweede verwijzing geen werking toe, wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 226</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Stelt de wet voor de totstandkoming van een overeenkomst een vormvereiste, dan is dit voorschrift van overeenkomstige toepassing op een overeenkomst waarbij een partij in wier belang het strekt, zich tot het aangaan van een zodanige overeenkomst verbindt, tenzij uit de strekking van het voorschrift anders voortvloeit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 227</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De verbintenissen die partijen op zich nemen, moeten bepaalbaar zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 227a</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien uit de wet voortvloeit dat een overeenkomst slechts in schriftelijke vorm geldig of onaantastbaar tot stand komt, is aan deze eis tevens voldaan indien de overeenkomst langs elektronische weg is totstandgekomen en a. raadpleegbaar door partijen is; b. de authenticiteit van de overeenkomst in voldoende mate gewaarborgd is; c. het moment van totstandkoming van de overeenkomst met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld; en d. de identiteit van de partijen met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Lid 1 is niet van toepassing op overeenkomsten waarvoor de wet de tussenkomst voorschrijft van de rechter, een overheidsorgaan of een beroepsbeoefenaar die een publieke taak uitoefent.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 227b</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voordat een overeenkomst langs elektronische weg tot stand komt verstrekt degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent als bedoeld in artikel 15d lid 3 van Boek 3 de wederpartij ten minste op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze informatie over: a. de wijze waarop de overeenkomst tot stand zal komen en in het bijzonder welke handelingen daarvoor nodig zijn; b. het al dan niet archiveren van de overeenkomst nadat deze tot stand zal zijn gekomen, alsmede, indien de overeenkomst wordt gearchiveerd, op welke wijze deze voor de wederpartij te raadplegen zal zijn; c. de wijze waarop de wederpartij van door hem niet gewilde handelingen op de hoogte kan geraken, alsmede de wijze waarop hij deze kan herstellen voordat de overeenkomst tot stand komt; d. de talen waarin de overeenkomst kan worden gesloten; e. de gedragscodes waaraan hij zich heeft onderworpen en de wijze waarop deze gedragscodes voor de wederpartij langs elektronische weg te raadplegen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De dienstverlener stelt voor of bij het sluiten van de overeenkomst de voorwaarden daarvan, niet zijnde algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 231 , op zodanige wijze aan de wederpartij ter beschikking, dat deze door hem kunnen worden opgeslagen zodat deze voor hem toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Lid 1 is niet van toepassing op overeenkomsten die uitsluitend door middel van de uitwisseling van elektronische post of een soortgelijke vorm van individuele communicatie tot stand zijn gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van het niet naleven door de dienstverlener van zijn in lid 1, aanhef en onder a, c of d, genoemde verplichtingen, is vernietigbaar. Indien de dienstverlener zijn in lid 1, aanhef en onder a of c genoemde verplichting niet is nagekomen, wordt vermoed dat een overeenkomst onder invloed daarvan tot stand is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Gedurende de tijd dat de dienstverlener de informatie, bedoeld in lid 1, onder b en e en lid 2, niet heeft verstrekt, kan de wederpartij de overeenkomst ontbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Tussen partijen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf kan van lid 1 worden afgeweken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 227c</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Degene die een dienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d lid 3 van Boek 3 verleent, stelt de wederpartij passende, doeltreffende en toegankelijke middelen ter beschikking waarmee de wederpartij voor de aanvaarding van de overeenkomst van door hem niet gewilde handelingen op de hoogte kan geraken en waarmee hij deze kan herstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een wederpartij van een dienstverlener langs elektronische weg een verklaring uitbrengt die door de dienstverlener mag worden opgevat hetzij als een aanvaarding van een door hem langs elektronische weg gedaan aanbod, hetzij als een aanbod naar aanleiding van een door hem langs elektronische weg gedane uitnodiging om in onderhandeling te treden, bevestigt de dienstverlener zo spoedig mogelijk langs elektronische weg de ontvangst van deze verklaring. Zolang de ontvangst van een aanvaarding niet is bevestigd, kan de wederpartij de overeenkomst ontbinden. Het niet tijdig bevestigen van de ontvangst van een aanbod geldt als verwerping daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een verklaring als bedoeld in lid 2 en de ontvangstbevestiging worden geacht te zijn ontvangen, wanneer deze toegankelijk zijn voor de partijen tot wie zij zijn gericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de overeenkomst uitsluitend door middel van de uitwisseling van elektronische post of een soortgelijke vorm van individuele communicatie tot stand komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van het niet naleven door de dienstverlener van zijn in lid 1 genoemde verplichting, is vernietigbaar. Indien de dienstverlener zijn in lid 1 genoemde verplichting niet is nagekomen, wordt vermoed dat een overeenkomst onder invloed daarvan tot stand is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Van dit artikel kan slechts worden afgeweken tussen partijen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 228</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar: a. indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten; b. indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten; c. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De vernietiging kan niet worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 229</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een overeenkomst die de strekking heeft voort te bouwen op een reeds tussen partijen bestaande rechtsverhouding, is vernietigbaar, indien deze rechtsverhouding ontbreekt, tenzij dit in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van degene die zich op dit ontbreken beroept, behoort te blijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bevoegdheid tot vernietiging op grond van de artikelen 228 en 229 vervalt, wanneer de wederpartij tijdig een wijziging van de gevolgen van de overeenkomst voorstelt, die het nadeel dat de tot vernietiging bevoegde bij intstandhouding van de overeenkomst lijdt, op afdoende wijze opheft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bovendien kan de rechter op verlangen van een der partijen, in plaats van de vernietiging uit te spreken, de gevolgen van de overeenkomst ter opheffing van dit nadeel wijzigen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2a. Informatie over dienstverrichters en hun diensten naar aanleiding van</h3>\n<p class=\"lf-p\">de dienstenrichtlijn Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230a</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op In deze afdeling wordt verstaan onder: afnemer: natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of die rechten heeft die hem door communautaire besluiten zijn verleend, of een rechtspersoon in de zin van artikel 48 van het Verdrag die in een lidstaat is gevestigd en, al dan niet voor beroepsdoeleinden, van een dienst gebruik maakt of wil maken; bevoegde instantie: bestuursorgaan, een ander orgaan of een autoriteit, dat of die een toezichthoudende, vergunningverlenende of regelgevende rol vervult ten aanzien van diensten; centraal loket: het centraal loket, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Dienstenwet ; dienst: economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt, als bedoeld in artikel 50 van het Verdrag; dienstverrichter: natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of een rechtspersoon in de zin van artikel 48 van het Verdrag, die in een lidstaat is gevestigd en die een dienst aanbiedt of verricht; lidstaat: lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte; vergunning: beslissing, uitdrukkelijk of stilzwijgend, over de toegang tot of de uitoefening van een dienst; vergunningstelsel: procedure die voor een dienstverrichter of afnemer de verplichting inhoudt bij een bevoegde instantie stappen te ondernemen ter verkrijging van een vergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230b</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De dienstverrichter die diensten verricht als bedoeld in richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU L 376), stelt de afnemer van die diensten de volgende gegevens ter beschikking:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>zijn naam, rechtspositie en rechtsvorm, het geografisch adres waar hij is gevestigd, zijn adresgegevens, zodat de afnemers hem snel kunnen bereiken en rechtstreeks met hem kunnen communiceren, eventueel langs elektronische weg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>wanneer de dienstverrichter in een handelsregister of in een vergelijkbaar openbaar register is ingeschreven, de naam van dat register en het nummer waaronder hij is ingeschreven, of gelijkwaardige gegevens uit dat register die ter identificatie dienen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>wanneer voor de activiteit een vergunningstelsel geldt, de adresgegevens van de bevoegde instantie of van het centraal loket;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>wanneer de dienstverrichter een btw-plichtige activiteit uitoefent, het nummer bedoeld in artikel 214, eerste lid, onder a, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2006 betreffende het Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>voor gereglementeerde beroepen: elke beroepsorde of vergelijkbare organisatie waarbij de dienstverrichter is ingeschreven, alsmede de beroepstitel en de lidstaat waar die is verleend;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>in voorkomend geval, de algemene voorwaarden en bepalingen die de dienstverrichter hanteert;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>het eventuele bestaan van door de dienstverrichter gehanteerde contractuele bepalingen betreffende het op de overeenkomst toepasselijke recht of de bevoegde rechter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>het eventuele bestaan van niet bij wet voorgeschreven garantie na verkoop;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>de prijs van de dienst wanneer de dienstverrichter de prijs van een bepaald soort dienst vooraf heeft vastgesteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>de belangrijkste kenmerken van de dienst wanneer deze niet uit de context blijken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>de in artikel 23, lid 1 van de in de aanhef van dit artikel genoemde richtlijn, bedoelde verzekering of waarborgen, met name de adresgegevens van de verzekeraar of de borg en de geografische dekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>adresgegevens, met name een postadres, faxnummer of e-mailadres en een telefoonnummer, waar alle afnemers, ook die die in andere lidstaten verblijven, een klacht kunnen indienen of informatie over de verrichte dienst kunnen vragen. Indien dit niet hun gebruikelijke correspondentieadres is, wordt hun wettelijke adres verstrekt. Op eventuele klachten wordt zo snel mogelijk gereageerd en alles wordt in het werk gesteld om een bevredigende oplossing te vinden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>wanneer een dienstverrichter gebonden is aan een gedragscode of lid is van een handelsvereniging of beroepsorde die voorziet in een regeling voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting, wordt dienaangaande informatie verstrekt. De dienstverrichter vermeldt dit in elk document waarin zijn diensten in detail worden beschreven en geeft daarbij aan hoe toegang kan worden verkregen tot gedetailleerde informatie over de kenmerken en toepassingsvoorwaarden van deze regeling.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230c</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De in artikel 230b bedoelde informatie, naar keuze van de dienstverrichter, bedoeld in artikel 230b, aanhef:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>wordt op eigen initiatief door de dienstverrichter verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>is voor de afnemer gemakkelijk toegankelijk op de plaats waar de dienst wordt verricht of de overeenkomst wordt gesloten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>is voor de afnemer gemakkelijk elektronisch toegankelijk op een door de dienstverrichter meegedeeld adres;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>is opgenomen in alle door de dienstverrichter aan de afnemer verstrekte documenten waarin deze diensten in detail worden beschreven.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230d</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De dienstverrichters, bedoeld in artikel 230b, aanhef , verstrekken de afnemer van diensten op diens verzoek de volgende aanvullende informatie:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>wanneer de dienstverrichter de prijs van een bepaald soort dienst niet vooraf heeft vastgesteld, de prijs van de dienst of, indien de precieze prijs niet kan worden gegeven, de manier waarop de prijs wordt berekend, zodat de afnemer de prijs kan controleren, of een voldoende gedetailleerde kostenraming;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>voor gereglementeerde beroepen, een verwijzing naar de in de lidstaat van vestiging geldende beroepsregels en de wijze waarop hierin inzage kan worden verkregen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>informatie over hun multidisciplinaire activiteiten en partnerschappen die rechtstreeks verband houden met de betrokken dienst, en over de maatregelen die zij ter voorkoming van belangenconflicten hebben genomen. Deze informatie is opgenomen in elk informatiedocument waarin dienstverrichters hun diensten in detail beschrijven;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>gedragscodes die op dienstverrichters van toepassing zijn, alsmede het adres waar zij elektronisch kunnen worden geraadpleegd en de beschikbare talen waarin deze codes kunnen worden geraadpleegd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230e</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De informatie, bedoeld in deze afdeling, is correct, helder en ondubbelzinnig. De informatie wordt tijdig voor de sluiting van een schriftelijke overeenkomst of, indien er geen schriftelijke overeenkomst is, voor de verrichting van de dienst meegedeeld of beschikbaar gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230f</span><span class=\"lf-art-t\">Toon relaties in LiDO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Druk het regelingonderdeel af</p></div>", "next": 239973}