{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing: a. artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en c. artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-690\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen ondergronds bouwwerk met betrekking tot een voorbereidingsbesluit, aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht of een bestemmings- of inpassingsplan 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de regels over het bouwen, in standhouden en gebruiken van bouwwerken in dit omgevingsplan wordt de omgevingsvergunning voor ondergronds bouwen geweigerd als: a. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet van kracht is; b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden; c. een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; d. een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of e. een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.2.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfswoning bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-691\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.91</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een bedrijfswoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is ook van toepassing op het bouwen van overige bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. het bouwen van een hoofdgebouw. Hierop is paragraaf 6.2.2 van toepassing; b. het bouwen van een woonschip. Hierop is paragraaf 6.2.3 van toepassing; c. het bouwen van een woonark. Hierop is paragraaf 6.2.4 van toepassing; d. het bouwen van een woonwagen. Hierop is paragraaf 6.2.5 van toepassing; e. het bouwen van een hoofdgebouw, voor zover er sprake is van ondergronds bouwen. Hierop is paragraaf 6.2.6 van toepassing; f. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk. Hierop is paragraaf 6.2.8 van toepassing; g. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg. Hierop is paragraaf 6.2.9 van toepassing; h. het bouwen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw. Hierop is paragraaf 6.2.10 van toepassing; i. het veranderen van een hoofdgebouw, waarbij het volume niet toeneemt. Hierop is paragraaf 6.2.11 van toepassing; en j. het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Hierop is paragraaf 6.2.12 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-692\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.92</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het bewaken van de eenheid van het stedenbouwkundig ensemble; c. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; e. het beschermen van cultuurhistorische waarden; f. beschermen van het woon- en leefklimaat; g. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken en de aangrenzende erven; en h. het beschermen van de gezondheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-693\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.93</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzen vergunningplichtige gevallen bouwen bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken te bouwen of te veranderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-694\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.94</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen of veranderen bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin aangetoond wordt dat een bedrijfswoning noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; b. een opgave van de bouwkosten; c. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; e. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing met in het bijzonder de ligging, omvang kavel, bouwmassa, gevelbeeld, materiaalgebruik en kapvorm; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>de ligging van de bedrijfswoning in het landschap;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>de ligging van de bedrijfswoning ten opzichte van het karakteristieke slotenpatroon; f. de hoogte van de bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen; g. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; h. gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; i. voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; j. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; k. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-695\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.95</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten in verband met beoordeling bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de resultaten van onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. als de waarde toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 6.100, derde tot en met vijfde lid, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende maatregel wordt getroffen; en c. als sprake is van overschrijding van de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering, bedoeld in bijlage Vd van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een onderbouwing dat de overschrijding niet leidt tot een risico voor de gezondheid bij het gebruik van de bodemgevoelige locatie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>in aanvulling op het eerste lid, onder a wordt bij de aanwezigheid van asbestverdacht bouw- of sloopafval of asbestverdacht recyclinggranulaat in de bodem, het resultaat van een onderzoek verstrekt dat is verricht overeenkomstig NEN 5897 als sprake is van meer dan 50% bodem-vreemd materiaal;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>in aanvulling op het eerste lid, wordt op locaties binnen de 'locatie uitgebreid bodemonderzoek bouwen bodemgevoelige gebouwen' een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving uitgevoerd, ook als op grond van een vooronderzoek bodem als bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving geen verdenking bestaat op de aanwezigheid van een specifieke verontreiniging van de bodem;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving als uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, blijkt dat de locatie onverdacht is of de gerezen verdenkingen een verkennend onderzoek als bedoeld in het derde lid niet rechtvaardigen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de resultaten van een bodemonderzoek worden verstrekt in: a.</div>\n<p class=\"lf-p\">PDF-formaat; en b. ook in het XML-formaat volgens SIKB0101, voor zover het gaat om gegevens die zich daarvoor lenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-696\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.96</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-697\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.97</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning met betrekking tot het uiterlijk van een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in het derde lid, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, dan wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid genoemde belang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-698\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.98</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.93 schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.97.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt; of b. is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van een beoordeling door de gemeentelijke adviescommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-699\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.99</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen of veranderen bedrijfswoning tijdelijk deel omgevingsplan Ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt, in afwijking van artikel 6.96 dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen, in standhouden en gebruiken van een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in deze paragraaf en de in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6100\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.100</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken alleen verleend als: a. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of b. als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt genomen als de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem wel wordt overschreden; en c. het bevoegd gezag van oordeel is dat er geen verontreiniging van de bodem is, die zodanig is dat schade te verwachten is voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw; of d. het bevoegd gezag van oordeel is dat er een verontreiniging van de bodem is, anders dan bedoeld onder b, die zodanig is dat schade te verwachten is voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw, maar aannemelijk is dat met een of meer maatregelen de bodem of het gebouw toch geschikt kan worden gemaakt voor het beoogde gebruiksdoel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie wordt onder een sanerende of andere beschermende maatregel verstaan: a. sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving of afdeling 1.3 van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d - Bodem Aalsmeer; of b. sanering waarop artikel 3.1 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet van toepassing is en waarmee een vergelijkbaar saneringsresultaat wordt bereikt als bij toepassing onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het overschrijden van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem is sprake als: a. voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA, bij het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. bij de aanwezigheid van PFAS in meer dan 25 m3 bodemvolume een of meer van de volgende waarden worden overschreden waarbij het gaat om de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">59 µg/kg ds bij PFOS;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">60 µg/kg ds bij PFOA of een mengsel van PFAS; of 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">59 µg/kg ds bij overige PFAS.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, is ook sprake van overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem bij 25m3 of minder bodemvolume als asbest aanwezig is en de gemeten concentratie hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA, bij het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, is ook sprake van overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem als lood aanwezig is en: a. de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie meer dan 370 mg/kg ds is ongeacht het bodemvolume; en b. het gaat om een tuin of andere buitenruimte bij een woning, kinderdagverblijf of school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.101</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningvoorschriften met betrekking tot een bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van de artikel 6.100, eerste lid, wordt ook het voorschrift verbonden dat voorafgaand aan de ingebruikname van het bodemgevoelige gebouw, of een gedeelte daarvan, een sanerende of beschermende maatregel is uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van de artikel 6.100, eerste lid, onder b, kan het voorschrift worden verbonden dat: a. voldoende ventilatievoorzieningen in het gebouw worden aangebracht; b. een dampdichte laag wordt aangebracht; c. een afdeklaag wordt aangebracht; of d. de grond wordt ontgraven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als aan een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie een voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt verbonden, wordt ook het voorschrift verbonden dat ten minste een week voordat het gebouw of een gedeelte daarvan in gebruik wordt genomen het bevoegd gezag wordt geïnformeerd over de manier waarop de maatregelen of voorzieningen zijn genomen of aangebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.102</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de regels over het bouwen, in standhouden en gebruiken van bouwwerken in dit omgevingsplan, met uitzondering van de artikelen 5.2, 5.4, 6.3 en 6.201 kan de omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing: a. artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en c. artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.103</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen bedrijfswoning met betrekking tot een voorbereidingsbesluit, aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht of een bestemmings- of inpassingsplan 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de regels over het bouwen, in standhouden en gebruiken van bouwwerken in dit omgevingsplan wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bedrijfswoning en overige bijbehorende bouwwerken geweigerd als: a. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet van kracht is; b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden; c. een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; d. een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of e. een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.2.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bijbehorend bouwwerk bouwen Subparagraaf 6.2.8.1 Algemene regels bijbehorend bouwwerk bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.104</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van bijbehorende bouwwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. het bouwen van een woonschip. Hierop is paragraaf 6.2.3 van toepassing; b. het bouwen van een woonwagen. Hierop is paragraaf 6.2.5 van toepassing; c. het bouwen van een recreatief nachtverblijf. Hierop is subparagraaf 6.2.10.2 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.105</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht en verbod bijbehorend bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen of te veranderen, met uitzondering van de bijbehorende bouwwerken in de subparagrafen 6.2.8.2 tot en met 6.2.8.7, 6.2.8.9 en paragraaf 6.2.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het bepaalde in lid 1 is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen bij een woonwagen, woonschip of woonark.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.106</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels bijbehorend bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bijbehorend bouwwerk of het veranderen hiervan ligt aan of bij, of is een uitbreiding van, een hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder een hoofdgebouw bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan: a. een woonwagen; b. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die omgevingsvergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld te hebben; en c. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bijbehorende bouwwerken in de subparagrafen 6.2.8.2 tot en met 6.2.8.7, 6.2.8.9 en paragraaf 6.2.9 is geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit benodigd, indien deze voldoen aan de algemene regels in die betreffende subparagrafen en paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bijbehorende bouwwerken in de subparagrafen 6.2.8.2 tot en met 6.2.8.7, 6.2.8.9 en paragraaf 6.2.9 die niet voldoen aan de algemene regels in die betreffende subparagrafen en paragraaf gelden de volgende beoordelingsregels voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk: a. ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, veranderen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk; b. de omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk wordt alleen verleend als:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit, met dien verstande dat:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. of sprake is van een onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit beoordeeld wordt volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. het bevoegd gezag, ondanks een afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit, van oordeel kan zijn dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. voor zover in de beleidsregels, bedoeld onder I, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk te doen aan een goede omgevingskwaliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">IV. aan een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk voorschriften kunnen worden verbonden die nodig zijn met het oog op het belang van een goede omgevingskwaliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">V. het bevoegd gezag voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies inwint bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit over of voldaan wordt aan de beoordelingsregels onder I, tenzij in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt, of is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van door de gemeentelijke adviescommissie;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>wordt voldaan aan de beoordelingsregels ten aanzien van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, zoals opgenomen in artikel 6.36, waarbij 'hoofdgebouw' wordt gelezen als 'bijbehorend bouwwerk', met dien verstande dat:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. de aanvraagvereisten in artikel 6.31 van toepassing zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 6.37 aan de omgevingsvergunning kan worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de omgevingsvergunning voor de bijbehorende bouwwerken bedoeld in het vierde lid, zijn de aanvraagvereisten in artikel 6.30 van toepassing, waarbij ‘hoofdgebouw’ wordt gelezen als ‘bijbehorend bouwwerk’.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.107</span><span class=\"lf-art-t\">Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in deze paragraaf bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is het deel dat op minder dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.8.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen in het achtererfgebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.108</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.109</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.110</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels bijbehorend bouwwerk bouwen in het achtererfgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan in het achtererfgebied staat het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding op de grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover wordt gebouwd op een afstand van ten hoogste 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding niet hoger dan; a.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 meter; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en c. het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw en voor zover het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding hoger is dan 3 m: a. wordt deze voorzien van een schuin dak; b. is de dakvoet niet hoger dan 3 meter; en c. wordt de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: a. bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50 % van dat bebouwingsgebied; b. bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en c. bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bijbehorend bouwwerk biedt alleen verblijfsgebied in de eerste bouwlaag.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bijbehorend bouwwerk is niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 7 is een dakterras bouwen op een bijbehorend bouwwerk bij een woning in het achtererfgebied toegestaan als wordt voldaan aan artikel 6.139.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.8.3 Berging of overkapping bouwen in het voorerfgebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.111</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een berging of overkapping in het voorerfgebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.112</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.113</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels berging of overkapping bouwen in het voorerfgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een berging of overkapping staat op de grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een berging of overkapping wordt alleen bij een woning gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt maximaal 1 berging of overkapping per woning gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte van een berging of overkapping is maximaal 10 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwhoogte van een berging of overkapping is maximaal 2 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De naar het openbaar gebied gerichte kant van een berging of overkapping bedraagt niet meer dan 2/3 van de voorgevel of zijgevel van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De langste zijde van de berging of overkapping wordt haaks op de voorgevel van de woning gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied is niet meer dan 50% van het totale voorerfgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.8.4 Erker bouwen aan de voorgevel of aan de zijgevel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.114</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een erker aan de voorgevel of aan een zijgevel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.115</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.116</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels erker bouwen aan de voorgevel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erker wordt bij een woning gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erker wordt alleen gebouwd aan een hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erker is niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erker aan de voorgevel is niet breder dan maximaal 3/5 deel van de voorgevelbreedte van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diepte van een erker is maximaal 1 meter waarbij een strook van minimaal 1 meter tot openbaar toegankelijk gebied onbebouwd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De borstwering van de erker, het gedeelte van een muur tussen de vloer en de onderkant van het kozijn, is tussen de 0,45 meter en de 0,75 meter hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kozijnen staan op de borstwering en zijn gevuld met helder glas.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dak van de erker mag als balkon of dakterras worden ingericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied is niet meer dan 50% van het totale voorerfgebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.117</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels erker bouwen aan de zijgevel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erker wordt bij een woning gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erker wordt alleen gebouwd aan een hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erker is niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erker aan de zijgevel is niet breder dan maximaal 3/5 deel van de oorspronkelijke gevelbreedte waar tegenaan wordt gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diepte van de erker is maximaal 1 meter waarbij een strook van minimaal 1 meter tot openbaar toegankelijk gebied onbebouwd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De borstwering van de erker, het gedeelte van een muur tussen de vloer en de onderkant van het kozijn, is tussen de 0,45 meter en de 0,75 meter hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kozijnen staan op de borstwering en zijn gevuld met helder glas.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dak van de erker mag als balkon of dakterras worden ingericht als de erker gericht is naar het openbaar toegankelijk gebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.118</span><span class=\"lf-art-t\">Erker niet toegestaan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een erker wordt niet gebouwd als er in hetzelfde gevelvlak een entreeportaal is of wordt gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.8.5 Entreeportaal bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.119</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een entreeportaal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6120\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.120</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.121</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels entreeportaal bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een entreeportaal wordt opgericht ter plaatse van en aansluitend op de toegang van een hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte van een entreeportaal is maximaal 5 m².</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een entreeportaal is niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bouwen van een entreeportaal blijft een strook van minimaal 1 meter tot openbaar gebied onbebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied is niet meer dan 50% van het totale voorerfgebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.122</span><span class=\"lf-art-t\">Entreeportaal niet toegestaan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een entreeportaal wordt niet gebouwd als er in hetzelfde gevelvlak een erker is of wordt gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.8.6 Dakkapel bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.123</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een dakkapel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.124</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.125</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels dakkapel bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dakkapel wordt voorzien van een plat dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderzijde van een dakkapel ligt meer dan 0,5 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bovenzijde van van een dakkapel ligt meer dan 0,5 meter onder de daknok.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zijkanten van een dakkapel liggen meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per dakvlak is één dakkapel toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.8.7 Dakkaper bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.126</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van dakkaper bij een woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.127</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.128</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels dakkaper bouwen bij een woning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dakkaper wordt alleen geplaatst op een woning met een dakhelling van 35o of minder.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhoging van de nok ten opzichte van de bestaande nok is maximaal 1,75 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dakhelling van de dakkaper is gelijk aan de dakhelling van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderkant van de dakkaper heeft een afstand tot de bestaande/ huidige goot van minimaal de lengte van 3 dakpannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen de onderkant van het kozijn van de dakkaper en het dakvlak is geen borstwering aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dakkaper op een tussenwoning wordt gebouwd over de volledige breedte van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dakkaper op een hoekwoning sluit aan op de woningscheidende wand met de naastgelegen woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dakkaper op een hoekwoning en vrijstaande woning wordt gerealiseerd op ten minste 1 meter afstand van de kopgevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.8.8 Dakopbouw bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.129</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van dakopbouw bij een woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.130</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.131</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzen vergunningplichtige gevallen bouwen dakopbouw</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een dakopbouw te bouwen of te veranderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.132</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een dakopbouw worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 3. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; c. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; d. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>tekeningen van het bouwwerk waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.133</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen dakopbouw</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.134</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning met betrekking tot het uiterlijk van een dakopbouw</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een dakopbouw wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in het derde lid, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, dan wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een dakopbouw kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid genoemde belang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.135</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.131 schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.134.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt; of b. is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van een beoordeling door de gemeentelijke adviescommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.136</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen dakopbouw tijdelijk deel omgevingsplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen, in standhouden en gebruiken van een dakopbouw alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een dakopbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.8.9 Dakterras bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.137</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een dakterras.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.138</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het woon- en leefklimaat;; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.139</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels dakterras bouwen op een bijbehorend bouwwerk bij een woning in het achtererfgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dakterras wordt gebouwd op een bijbehorend bouwwerk aan een woning dat is gelegen in het achtererfgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dakterras wordt gebouwd tot een afstand van maximaal 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dakterras is bereikbaar via een deur op de eerste verdieping van de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dakterras is voorzien van een hekwerk met een hoogte van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de bovenkant van het dak.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.2.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwen van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg buiten de bebouwde kom</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6140\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.140</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk voor mantelzorg buiten de bebouwde kom.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.141</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze paragraaf zijn ook gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de gezondheid; b. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.142</span><span class=\"lf-art-t\">Mantelzorg - functioneel verbonden met het hoofdgebouw</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van deze paragraaf wordt huisvesting in verband met mantelzorg bij een woning aangemerkt als 'functioneel verbonden met het hoofdgebouw' als bedoeld in de definitie van een bijbehorend bouwwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.143</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels bijbehorend bouwwerk voor mantelzorg bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bijbehorend bouwwerk staat op de grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bijbehorend bouwwerk is of wordt gebouwd in het achtererfgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bijbehorend bouwwerk is in zijn geheel of in delen verplaatsbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk is maximaal 100 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bijbehorend bouwwerk ligt buiten de bebouwde kom.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.2.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Andere gebouwen bouwen Subparagraaf 6.2.10.1 Het bouwen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.144</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn niet van toepassing op: a. het bouwen van een recreatief nachtverblijf dat niet vergunningplichtig is. Hierop is subparagraaf 6.2.10.2 van toepassing; b. het bouwen van een hoofdgebouw. Hierop is paragraaf 6.2.2 van toepassing; c. het bouwen van een woonschip. Hierop is paragraaf 6.2.3 van toepassing; d. het bouwen van een woonark. Hierop is paragraaf 6.2.4 van toepassing; e. het bouwen van een woonwagen. Hierop is paragraaf 6.2.5 van toepassing; f. het bouwen van een bedrijfswoning. Hierop is paragraaf 6.2.7 van toepassing; g. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk. Hierop is paragraaf 6.2.8 van toepassing; h. het veranderen van een hoofdgebouw, waarbij het volume niet toeneemt. Hierop is paragraaf 6.2.11 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzen vergunningplichtige gevallen bouwen ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk te bouwen of te veranderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het bouwen of veranderen van een recreatief nachtverblijf, mits wordt voldaan aan de regels zoals opgenomen in artikel 6.154.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.146</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten bouwen ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het gebouw ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g. gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; j. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.147</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten in verband met beoordeling bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de resultaten van onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. als de waarde toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 6.151, derde tot en met vijfde lid, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende maatregel wordt getroffen; en c. als sprake is van overschrijding van de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering, bedoeld in bijlage Vd van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een onderbouwing dat de overschrijding niet leidt tot een risico voor de gezondheid bij het gebruik van de bodemgevoelige locatie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>in aanvulling op het eerste lid, onder a wordt bij de aanwezigheid van asbestverdacht bouw- of sloopafval of asbestverdacht recyclinggranulaat in de bodem, het resultaat van een onderzoek verstrekt dat is verricht overeenkomstig NEN 5897 als sprake is van meer dan 50% bodem-vreemd materiaal;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>in aanvulling op het eerste lid, wordt op locaties binnen de 'locatie uitgebreid bodemonderzoek bouwen bodemgevoelige gebouwen' een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving uitgevoerd, ook als op grond van een vooronderzoek bodem als bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving geen verdenking bestaat op de aanwezigheid van een specifieke verontreiniging van de bodem;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving als uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, blijkt dat de locatie onverdacht is of de gerezen verdenkingen een verkennend onderzoek als bedoeld in het derde lid niet rechtvaardigen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de resultaten van een bodemonderzoek worden verstrekt in: a.</div>\n<p class=\"lf-p\">PDF-formaat; en b. ook in het XML-formaat volgens SIKB0101, voor zover het gaat om gegevens die zich daarvoor lenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.148</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk tijdelijk deel omgevingsplan Ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen, in standhouden en gebruiken van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.149</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning met betrekking tot het uiterlijk van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in het derde lid, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, dan wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid genoemde belang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6150\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.150</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.145 schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.149.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt; of b. is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van een beoordeling door de gemeentelijke adviescommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.151</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk alleen verleend als: a. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; b. als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt genomen als de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem wel wordt overschreden; en c. het bevoegd gezag van oordeel is dat er geen verontreiniging van de bodem is, die zodanig is dat schade te verwachten is voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw; of d. het bevoegd gezag van oordeel is dat er een verontreiniging van de bodem is, anders dan bedoeld onder b, die zodanig is dat schade te verwachten is voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw, maar aannemelijk is dat met een of meer maatregelen de bodem of het gebouw toch geschikt kan worden gemaakt voor het beoogde gebruiksdoel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie wordt onder een sanerende of andere beschermende maatregel verstaan: a. sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving of afdeling 1.3 van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d - Bodem Aalsmeer; of b. sanering waarop artikel 3.1 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet van toepassing is en waarmee een vergelijkbaar saneringsresultaat wordt bereikt als bij toepassing onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het overschrijden van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem is sprake als: a. voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA, bij het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. bij de aanwezigheid van PFAS in meer dan 25 m3 bodemvolume een of meer van de volgende waarden worden overschreden waarbij het gaat om de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">59 µg/kg ds bij PFOS;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">60 µg/kg ds bij PFOA of een mengsel van PFAS; of 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">59 µg/kg ds bij overige PFAS.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, is ook sprake van overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem bij 25m3 of minder bodemvolume als asbest aanwezig is en de gemeten concentratie hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA, bij het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, is ook sprake van overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem als lood aanwezig is en: a. de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie meer dan 370 mg/kg ds is ongeacht het bodemvolume; en b. het gaat om een tuin of andere buitenruimte bij een woning, kinderdagverblijf of school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.152</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningvoorschriften met betrekking tot een bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van de artikel 6.151, eerste lid, wordt ook het voorschrift verbonden dat voordat het gebouw of gedeelte daarvan in gebruik wordt genomen: a. een of meer sanerende maatregelen zijn genomen; en b. het bevoegd gezag ten minste een week voor het in gebruik nemen wordt geïnformeerd over de manier waarop er een of meer sanerende maatregelen zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van de artikel 6.151, eerste lid, onder b, kan het voorschrift worden verbonden dat: a. voldoende ventilatievoorzieningen in het gebouw worden aangebracht; b. een dampdichte laag wordt aangebracht; c. een afdeklaag wordt aangebracht; of d. de grond wordt ontgraven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als aan een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie een voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt verbonden, wordt ook het voorschrift verbonden dat ten minste een week voordat het gebouw of een gedeelte daarvan in gebruik wordt genomen het bevoegd gezag wordt geïnformeerd over de manier waarop de maatregelen of voorzieningen zijn genomen of aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.10.2 Recreatief nachtverblijf bouwen of veranderen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.153</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen of veranderen van een recreatief nachtverblijf dat geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.154</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels bouwen van een recreatief nachtverblijf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een recreatief nachtverblijf staat op de grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een recreatief nachtverblijf is niet hoger dan 5 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte van een recreatief nachtverblijf is maximaal 70 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een recreatief nachtverblijf bouwen, veranderen of in stand houden is alleen toegestaan op locaties waar het gebruik ten behoeve van recreatief nachtverblijf of verblijfsrecreatie is toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.2.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Veranderen van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.155</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het veranderen van een bouwwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.156</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzen vergunningplichtige gevallen veranderen van een bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwwerk te veranderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. het veranderen van een bouwwerk, mits wordt voldaan aan de regels gesteld in de artikelen 6.157, 6.158 en 6.159.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.157</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels veranderen van een bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het veranderen van een bouwwerk wordt het bebouwde oppervlakte niet groter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het veranderen van een bouwwerk wordt het bouwvolume niet groter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels wijziging van een bestaand kozijn of gevelopening of indeling van een dakkapel in de voorgevel of zijgevel grenzend aan openbaar gebied 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestaande kozijn of de gevelopening of indeling van een bestaande dakkapel wordt niet vergroot.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid genoemde verbod op het vergroten van een bestaande dakkapel geldt niet voor zover deze niet afwijkt van de genoemde algemene bouwregels voor een dakkapel in artikel 6.125</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.159</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke voorziening bouwen in een (plat) dak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De constructie van een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke voorziening steekt niet meer dan 0,6 meter uit buiten het dakvlak, respectievelijk het platte dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zijkanten, onder- en bovenzijde van een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke voorziening liggen meer dan 0,5 meter van de randen van het dakvlak of het platte dak.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.2.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen Subparagraaf 6.2.12.1 Algemene bepalingen bouwen bouwwerk, geen gebouw zijnde</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.160</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.161</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzen vergunningplichtige gevallen bouwen bouwwerk, geen gebouw zijnde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwwerk, geen gebouw zijnde te bouwen of te veranderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat voldoet aan de regels in de subparagrafen 6.2.12.2 tot en met 6.2.12.16, met uitzondering van het verbod in artikel 6.166; b. een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.162</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 3. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; c. de hoogte van het bouwwerk, geen gebouw zijnde ten opzichte van het peil; d. voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; e. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>tekeningen van het bouwwerk waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.163</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen bouwwerk, geen gebouwen zijnde tijdelijk deel omgevingsplan Ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen, in standhouden en gebruiken van een bouwwerk, geen gebouwen zijnde alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.164</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning met betrekking tot het uiterlijk van een bouwwerk, geen gebouw zijnde 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in het derde lid, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, dan wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een omgevingsvergunning voor voor het bouwen of veranderen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid genoemde belang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.165</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.161, eerste lid, schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.164.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt; of b. is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van een beoordeling door de gemeentelijke adviescommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.166</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod bouwwerk, geen gebouw zijnde bij woonschepen en woonarken bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om een bouwwerk, geen gebouw zijnde, te bouwen of te veranderen op de oever bij een woonschip of ark, tenzij in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan anders is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.12.2 Erf- of perceelafscheiding bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.167</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen van: a. een erf- of perceelafscheiding; b. een penant; en c. een toegangspoort.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.168</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op: a. het benadrukken van de grens tussen publieke en private ruimte en private ruimte onderling; b. het bevorderen van de sociale veiligheid; c. het behouden van de openheid van het voorerf; en d. het waarborgen van voldoende privacy.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.169</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels erf- of perceelafscheiding bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwhoogte van een erf- of perceelafscheiding is maximaal: a. voor zover gelegen in het voorerfgebied: 1 meter; of b. voor zover gelegen in het achtererfgebied: 2 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erf- of perceelafscheiding staat op een gebouwerf of perceel waarop al een hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6170\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.170</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels erf- of perceelafscheiding bij bedrijfsgebouwen bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.171</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels erf- of perceelafscheiding bij woningen in het voorerfgebied en achtererfgebied grenzend aan openbaar toegankelijk gebied bouwen In afwijking van artikel 6.169, eerste lid, is de bouwhoogte van erf- of perceelafscheiding bij woningen, in het voorerfgebied en achtererfgebied grenzend aan openbaar toegankelijk gebied, maximaal 2 meter ten opzichte van het aansluitend terrein, mits: a. de erf- of perceelafscheiding in het voorerfgebied voor in totaal 50% van de gehele erfafscheiding bestaat uit een transparant rasterwerk, dat open van structuur is en zich leent voor begroeiing; b. voor erf- en perceelafscheidingen die gebouwd worden in het voorerfgebied, de diepte van het voorerfgebied ten opzichte van de voorgevel minimaal 2,5 meter is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels penanten en toegangspoorten bij woningen in het voorerfgebied en achtererfgebied grenzend aan openbaar toegankelijk gebied bouwen 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Penanten en toegangspoorten worden alleen gebouwd bij: a. vrijstaande woningen; b. twee-onder-een kap woningen; c. hoekwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwhoogte van een penant of toegangspoort is maximaal 2 meter ten opzichte van het aansluitend terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een toegangspoort: a. maakt onderdeel uit van de erf- of perceelafscheiding; of b. wordt geplaatst tussen groenvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De breedte van een toegangspoort is maximaal 4 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.12.3 Palen en masten bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.173</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van palen en masten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze subparagraaf is niet van toepassing op het bouwen van: a. palen en masten voor of met een antenne-installatie; b. palen en masten voor de verlichting van straten of wegen; c. lichtmasten voor terreinverlichting binnen de activiteit sport in de buitenlucht; en d. lichtmasten voor terreinverlichting van bedrijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.174</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels palen en masten bouwen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de bouwhoogte is maximaal: a.</div>\n<p class=\"lf-p\">6 meter bij een woning; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 meter bij een ander hoofdgebouw; en c.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 meter voor palen en masten ten behoeve van het algemeen nut.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het aantal palen en masten per perceel is maximaal: a. bij een woning: 1; en b. bij een ander hoofdgebouw: 3.</div>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.12.4 Lichtmast bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.175</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd] Subparagraaf 6.2.12.5 Zwembad, zwemvijver, whirlpool of jacuzzi bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.176</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen of veranderen van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver bij een woning in het achtererfgebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.177</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver, wordt gebouwd in het achtererfgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver is maximaal 50 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 50% van het achtererfgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een zwembad of zwemvijver steekt niet meer dan 0,5 meter boven het aansluitende terrein uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver wordt niet voorzien van een overkapping.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.12.6 Transformatorbox bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.178</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd] Subparagraaf 6.2.12.7 Terrasafscheiding bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.179</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd] Subparagraaf 6.2.12.8 Kunstwerk of kunstobject bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6180\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.180</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd] Subparagraaf 6.2.12.9 Gereedschapskist op volkstuinen bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.181</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd] Subparagraaf 6.2.12.10 Ballenvanger bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.182</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd] Subparagraaf 6.2.12.11 Tribune bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.183</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd] Subparagraaf 6.2.12.12 Sport- of speeltoestel bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.184</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen of veranderen van een sport- of speeltoestel dat niet bestemd is voor particulier gebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.185</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels sport- of speeltoestel bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwhoogte van een sport- of speeltoestel is maximaal 4 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het sport- of speeltoestel functioneert alleen met behulp van zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.12.13 Paardenbak bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.186</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd] Subparagraaf 6.2.12.14 Windturbine bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.187</span><span class=\"lf-art-t\">Gereserveerd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd] Subparagraaf 6.2.12.15 Steiger bouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.188</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen van een privésteiger bij een woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.189</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels steiger bouwen bij woningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per woonperceel wordt maximaal één steiger gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De breedte van een steiger bedraagt maximaal 1 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lengte van een steiger bedraagt maximaal 15 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De steiger wordt evenwijdig aan de oeverlijn gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrije doorvaart bij een in gebruik genomen steiger blijft ten minste 2 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrije doorvaart bij een in gebruik genomen steiger in het openbaar toegankelijk gebied (vaarwater) blijft ten minste 4,5 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximum bouwhoogte van de steiger mag niet meer bedragen dan de aansluitende beschoeiing of oever.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Steigers worden niet bebouwd of voorzien van een afrastering.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de woonbebouwing langs de Herenweg, Kudelstaartseweg en de Stommeerweg, grenzend aan de Westeinderplassen is het toegestaan om haaks op de steiger een steiger met een lengte van maximaal 15 meter te plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het negende lid bedraagt de breedte van de steiger maximaal 1 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.2.12.16 Agrarisch bouwwerk, geen gebouw zijnde</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6190\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.190</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen of veranderen van een agrarisch bouwwerk, geen gebouw zijnde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.191</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels agrarisch bouwwerk, geen gebouw zijnde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een agrarisch bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt alleen gebouwd in het achtererfgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximale bouwhoogte van een voedersilo is 11 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximale bouwhoogte van een water- of mestsilo is 6 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximale bouwhoogte van een ander agrarisch bouwwerk, geen gebouw zijnde, is 2 meter.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">In stand houden van een bouwwerk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.192</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het in stand houden van bouwwerken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.193</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen dat het uiterlijk van een bouwwerk:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>past bij de activiteiten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>bestaande architectonische bijzonderheden respecteert;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>past bij de omgeving; en b. het waarborgen dat de omgeving:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>vrij is van aanstootgevende symbolen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>sociaal veilig en toegankelijk is; en c. het bewerkstelligen van een beeld van een bouwwerk of kunstwerk dat duidelijk is; en d. een gebalanceerd gebruik van vorm, kleur en materiaal.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.194</span><span class=\"lf-art-t\">Repressief welstandstoezicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om: a. een in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; b. een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Slopen van een bouwwerk</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten op open erven en terreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.195</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling gaat over het gebruiken van open erven en terreinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.196</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 6.3 houdt voor het gebruiken van een open erf of terrein in ieder geval in dat: a. de eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren; b. degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren; en c. degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en 3. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.197</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 6.197 aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 6.197 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse 1 Omschrijving Verpakkingsgroep Toegestane maximum hoeveelheid 2 UN 1950 spuitbussen &amp; UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">50 kg 3 Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 liter 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 liter 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 kg 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 liter 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 liter 1 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in de tabel 6.197 in het eerste lid aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de verpakking tegen normale behandeling bestand is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61° C en 100° C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.198</span><span class=\"lf-art-t\">Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Woonruimte gebruiken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.199</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het gebruiken van gebouwen als woonruimte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6200\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.200</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen en beperken van hinder; en c. het beschermen van de gezondheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.201</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels over het gebruiken van een woonruimte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen mag alleen in een woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In één woning woont slechts één huishouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid geldt als één huishouden ook een huishouden dat mantelzorg verleent, waarbij de ontvanger van mantelzorg in de woning woont of in een gebouw dat bij de woning hoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woonruimte niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; b. in afwijking van onderdeel 1 wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan één persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vierde lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het erf bij een woning wordt niet gebruikt voor bedrijfsmatige opslag van afval en goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden niet gebruikt voor zelfstandige bewoning, met uitzondering van mantelzorg en een agrarisch bedrijfswoning.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit van de fysieke leefomgeving en (milieu) normering</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geluid</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geur</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lucht</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodem</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Natuur</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Klimaatadaptatie en duurzaamheid</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Externe veiligheid</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Windhinder</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Trillingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Licht</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Parkeernormering</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Locatiespecifieke beperkingen en aanwijzingen fysieke leefomgeving</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel  8.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebieden met beperkingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Waterkeringen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aardkundige waarden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Archeologische waarden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Locaties met cultuurhistorische waarden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beschermd stads- en dorpsgezicht en monumenten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Externe veiligheid</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Luchtvaartverkeerszone</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beschermingszone landschap en natuur</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">UNESCO-erfgoed</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Stiltegebieden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beschermd landschap</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdgroenstructuur</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel  8.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Objecten met beperkingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijke monumenten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Regels gebiedsontwikkeling en transformatie</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel  9.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Transformatiegebieden en -locaties</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel  9.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelingsgebieden en -locaties</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beheer en onderhoud</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  10.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onderhouds- en instandhoudingsverplichtingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  10.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gedoogplichten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Financiële bepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  11.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kostenverhaal</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  11.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Financiële bijdrage</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  11.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Nadeelcompensatie</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Procedureregels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  12.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Advies</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  12.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijk draagvlak</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  12.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Andere bestuursorganen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  13.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Strafbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  13.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitsborging en afstemming uitvoering en handhaving</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Monitoring en informatie</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Monitoring</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsregels tijdelijk deel omgevingsplan</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  15.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Cultureel erfgoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling van archeologisch onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.303, eerste lid, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  16.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lopende procedures en beschikkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lopende procedures voor besluiten op aanvraag of ambtshalve besluiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing wordt en voor dat moment een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing wordt en voor dat moment een ontwerp van een ambtshalve te nemen besluit ter inzage is gelegd op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing wordt en voor dat moment voor een ambtshalve te nemen besluit toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht of het besluit is bekendgemaakt, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht vergunningplichtige activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht meldingen, kennisgeving en maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht handhavingszaken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Eerbiedigende werking</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan bestaande activiteit die in strijd is met de regels van dit plan, mag, voor zover het een activiteit als bedoeld in hoofdstuk 5 en 6 betreft, worden voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een met het omgevingsplan strijdige activiteit te veranderen, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Niet hervatten na onderbreking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit, bedoeld in artikel 16.5 na het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden de activiteit daarna te hervatten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die reeds in strijd zijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 16.5 is niet van toepassing op activiteiten die reeds in strijd zijn met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.8</span><span class=\"lf-art-t\">Voorrangsregel eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover dit plan elders regels bevat over eerbiedigende werking hebben deze regels voorrang op de regels in deze paragraaf.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Uitgestelde werking</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.9</span><span class=\"lf-art-t\">Uitgestelde werking bestaande activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Gereserveerd]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.1.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Reken- en meetvoorschriften (bestaande activiteiten)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.10</span><span class=\"lf-art-t\">Reken- en meetvoorschriften bestaande activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een bestaande activiteit door nieuwe of gewijzigde reken- en meetvoorschriften in strijd met regels van het omgevingsplan wordt verricht, mag de activiteit in strijd met die regels worden verricht</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.1.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht tijdelijk deel omgevingsplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.11</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht bestaande bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  17</h3>\n<p class=\"lf-p\">gereserveerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  18</h3>\n<p class=\"lf-p\">gereserveerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  19</h3>\n<p class=\"lf-p\">gereserveerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  20</h3>\n<p class=\"lf-p\">gereserveerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  21</h3>\n<p class=\"lf-p\">gereserveerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  22</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten (bruidsschat)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  22.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">ALGEMEEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorrangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.287, 22.288, 22.290 tot en met 22.293 en 22.295 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  22.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.4</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften [vervangen door artikel 5.3 en 6.4]</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.5</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil [vervangen door artikel 6.14]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.6</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwen en in stand houden van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.7</span><span class=\"lf-art-t\">Repressief welstand [vervangen door artikel 6.194]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor elektriciteit [vervangen door artikel 6.17]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor gas [vervangen door artikel 6.18]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor warmte [vervangen door artikel 6.19]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor drinkwater [vervangen door artikel 6.20]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater [vervangen door artikel 6.21]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.13</span><span class=\"lf-art-t\">Bluswatervoorziening [vervangen door artikel 6.22]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.14</span><span class=\"lf-art-t\">Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten [vervangen door artikel 6.23]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.15</span><span class=\"lf-art-t\">Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen [vervangen door artikel 6.24]</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.16</span><span class=\"lf-art-t\">Overbewoning woonruimte [vervangen door artikel 6.201]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.17</span><span class=\"lf-art-t\">Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk [vervangen door artikel 5.4]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.18</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk [vervangen door artikel 5.2, 6.3 en 6.13]</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.19</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken [vervangen door artikel 6.197]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.20</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen [vervangen door artikel 6.196]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.21</span><span class=\"lf-art-t\">Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk [vervangen door artikel 6.198]</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Cultureel erfgoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.22</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling van archeologisch onderzoek [vervangen door artikel 15.1]</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken Subparagraaf 22.2.7.1 Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.23</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene afbakeningseisen [vervangen door artikel 6.16]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.24</span><span class=\"lf-art-t\">Meetbepalingen [vervangen door artikel 6.15]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.25</span><span class=\"lf-art-t\">Mantelzorg [vervangen door artikel 6.142]</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken [vervangen door artikel 5.5, 6.29, 6.42, 6.55, 6.68, 6.81, 6.93, 6.131, 6.145 en 6.161]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing [vervangen door artikel 6.110, 6.125, 6.154, 6.157, 6.161 tweede lid onder b, 6.169, 6.177, 6.185 en 6.191]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.28</span><span class=\"lf-art-t\">Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed [vervangen door artikel 6.25]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen [vervangen door artikel 5.6, 6.33, 6.36, 6.46, 6.49, 6.59, 6.62, 6.72, 6.75, 6.87, 6.97, 6.100, 6.134, 6.149, 6.151, 6.164, 6.194]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie [vervangen door artikel 6.36, 6.49, 6.62, 6.75, 6.87, 6.100, 6.151]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit [vervangen door artikel 6.36, 6.49, 6.62, 6.75, 6.87, 6.100, 6.151]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht [vervangen door artikel 6.38, 6.51, 6.64, 6.77, 6.89, 6.102]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht [vervangen door artikel 6.39, 6.52, 6.65, 6.78, 6.90, 6.103]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken [vervangen door artikel 15.2]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken [vervangen door artikel 6.30, 6.31, 6.43, 6.44, 6.56, 6.57, 6.69, 6.70, 6.82, 6.83, 6.94, 6.95, 6.132, 6.146, 6.147, 6.162] Subparagraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan [vervangen door artikel 6.106, 6.110, 6.169]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.37</span><span class=\"lf-art-t\">Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen [vervangen door artikel 6.107, 6.143]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.38</span><span class=\"lf-art-t\">Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed [vervangen door artikel 6.25]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.39</span><span class=\"lf-art-t\">Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid [vervangen door artikel 6.26]</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht bestaande bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.40</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht bestaande bouwwerken [vervangen door artikel 16.11]</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  22.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.41</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 22.3.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.42</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, waaronder:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en 3. een doelmatig beheer van afvalstoffen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.43</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat [vervangen door artikel 1.3]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.44</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 22.42, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en b. de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2245\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.45</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 22.44, 22.49 en 22.50 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 22.49 en 22.50 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 22.42.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2246\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.46</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden [vervangen door artikel 1.4]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2247\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.47</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat [vervangen door artikel 1.5]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2248\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders [vervangen door artikel 1.6]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2249\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.49</span><span class=\"lf-art-t\">Informeren over een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2250\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.50</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Energiebesparing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.51</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.52</span><span class=\"lf-art-t\">Energie: maatregelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar worden getroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing: a. als het energieverbruik van de activiteit en andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar kleiner is dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen; b. als artikel 15.51 of 16.5 van de Wet milieubeheer van toepassing is; of c. op energiebesparende maatregelen aan een gebouw of gedeelte daarvan als bedoeld in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan door het treffen van de maatregelen die zijn opgenomen in bijlage VII, onderdeel 16, bij de Omgevingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing tot 1 december 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gegevens en bescheiden zijn verstrekt of hadden moeten worden verstrekt, blijven de uit artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, volgende verplichtingen en de verplichtingen volgend uit de regels die bij of krachtens dat artikel in samenhang met artikel 1.7, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn gesteld, tot 1 december 2023 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een activiteit waarop het vijfde lid van toepassing is, is gedurende de periode, bedoeld in dat lid, het eerste lid tot en met het vierde lid niet van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Zwerfafval</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.53</span><span class=\"lf-art-t\">Afval: zwerfvuil</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen worden binnen een straal van 25 m rond de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen verwijderd die van de activiteit afkomstig zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geluid Subparagraaf 22.3.4.1 Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.54</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit: a. op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en c. op een niet-geluidgevoelige gevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van: a. het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als: a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of b. een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.55</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als: a. de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.56</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 22.41 worden voor de toepassing van paragraaf 22.3.4 als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.57</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waar waarden gelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden voor het geluid door een activiteit gelden: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; c. in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en d. als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in een geluidgevoelige ruimte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.58</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.59</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: voormalige functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor geluid niet van toepassing op of in een geluidgevoelig gebouw dat: a. op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor geluid niet van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.60</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht: a. als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen; b. bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt; d. bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden; e. bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken; f. bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; g. bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; h. bij een buitenschietbaan als bedoeld in artikel 22.79; en i. als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: i.</div>\n<p class=\"lf-p\">70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of ii.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of 2. in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het eerste lid, onder a, het aantal transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan: a. de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.4.2, 22.3.4.3 en 22.3.4.4; of b. de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a en b, worden overschreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.61</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.60 en het eerste en tweede lid, zijn de regels als bedoeld in het vierde tot en met het zevende lid van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde tot en met zevende lid is niet van toepassing op een activiteit waar: a. tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn; b. het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1; c. in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht; d. in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is; e. geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel; f. geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt; g. geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s; h. geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en i. geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde tot en met zevende lid is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, het eerste en tweede lid of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in het derde lid worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de grenzen van het terrein; en 2. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</div>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit als bedoeld in het derde lid wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.4.2 Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.62</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 22.3.4.3 en 22.3.4.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid waarvoor bij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is ook niet van toepassing op een windpark met 3 of meer windturbines.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.63</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van het eerste lid, het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 75 dB(A) 70 dB(A) 65 dB(A) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.64</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p></div>", "next": 239849}