{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Als voor 1 januari 2024 voor het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden of pony’s die gehouden worden voor het berijden, op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in het eerste lid, mag, bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden: a. die afstand niet afnemen; en b. het aantal landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.23</span><span class=\"lf-art-t\">Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: afstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, is de afstand tot een geurgevoelig gebouw binnen de bebouwingscontour geur niet kleiner dan 100 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, is de afstand tot een geurgevoelig gebouw buiten de bebouwingscontour geur niet kleiner dan 50 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op locaties met afwijkende afstanden in verband met voormalige geurverordening waarop onmiddellijk voor 1 januari 2024 rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in dat artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een geval als bedoeld in het derde lid mag het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen en de afstand tot een geurgevoelig gebouw niet afnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.3.2.3 Opslaan van vaste mest</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.24</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van vaste mest met een totaal volume van ten minste 3 m3 en ten hoogste 600 m3 .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing: a. op het opslaan van vaste mest, korter dan twee weken op één plek; b. als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.90, 3.200, 3.208, 3.211, 3.215 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat; of c. op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-525\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.25</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht voor het opslaan van vaste mest</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin of het wijzigen van een activiteit als bedoeld in artikel 3.39, 5.24 en artikel 18.58 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de grenzen van het terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de ligging en de indeling van de gebouwen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het gebruik van de te onderscheiden ruimten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de ligging van de bedrijfsriolering;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>of de punten waarop afvalwater wordt geloosd, zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en 7. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-526\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.26</span><span class=\"lf-art-t\">Geur bij opslaan vaste mest</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaste mest wordt opgeslagen: a. in een afgesloten voorziening voor een periode van ten hoogste twee weken; of b. op ten minste 50 meter afstand vanaf de begrenzing van de opslag van vaste mest tot een geurgevoelig gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het opslaan van vaste mest afkomstig van landbouwhuisdieren of van paarden en pony’s die worden gehouden voor het berijden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.3.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Exploiteren van zuiveringtechnische werken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-527\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.27</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in artikel 3.173 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-528\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.28</span><span class=\"lf-art-t\">Geur: waar waarden gelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden in deze paragraaf gelden voor de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw: a. als het gaat om een geurgevoelig gebouw: op de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: op of tot de locatie waar een gevel mag komen; en c. in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonwagen: op of tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van de woonwagen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-529\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.29</span><span class=\"lf-art-t\">Geur zuiveringtechnisch werk: waarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geur vanwege het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig gebouw binnen de bebouwingscontour geur bedraagt niet meer dan de norm binnen de bebouwingscontour geur (zuiveringstechnische werken).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geur vanwege het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig gebouw buiten de bebouwingscontour geur bedraagt niet meer dan de norm buiten de bebouwingscontour geur (zuiveringstechnische werken).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geur op een geurgevoelig gebouw binnen de bebouwingscontour geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, is niet hoger dan 1,5 ouE/m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geur op een geurgevoelig gebouw buiten de bebouwingscontour geurdoor het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, is niet hoger dan 3,5 ouE/m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarden, bedoeld in het eerste en het tweede lid, zijn niet van toepassing op de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk waarvoor tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, op geurgevoelige gebouwen die: a. op het moment van verlening van de vergunning niet aanwezig waren en voor 1 januari 2024 zijn gebouwd; of b. in de vergunning niet als geurgevoelig werden beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het wijzigen van een zuiveringtechnisch werk als bedoeld het derde en het vijfde lid, is de waarde van de geur op een geurgevoelig gebouw als gevolg van dat zuiveringtechnisch werk niet hoger dan de waarde voor geur op een geurgevoelig gebouw, voorafgaand aan de verandering, tenzij de waarden, bedoeld in het eerste, niet worden overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het berekenen van de geur in artikel 5.29 is artikel 6.13 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.3.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Parkeergelegenheid in een parkeergarage</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-530\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.30</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen die voorzien is van mechanische ventilatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.31</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht parkeergarage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin en wijzigingen van het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 30 parkeerplaatsen worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de grenzen van het terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de ligging en de indeling van de gebouwen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het gebruik van de te onderscheiden ruimten; en 4. de ligging van de bedrijfsriolering; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.32</span><span class=\"lf-art-t\">Lucht en geur: afvoeren emissies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter voorkoming of beperking van geurhinder: a. worden de aanzuigopeningen voor de ventilatie van de parkeergarage in een verkeersluwe omgeving, of, als dat niet mogelijk is, op ten minste 5 m boven het straatniveau en buiten de beïnvloeding van de uitblaasopeningen aangebracht; b. wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het straatniveau of, als binnen 25 m van de uitblaasopening een gebouw is gelegen met een hoogste daklijn die meer dan vijf meter boven het straatniveau is gelegen, ten minste één meter boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en c. bedraagt de snelheid van de uitgeblazen lucht, gemeten bij de rand van de uitblaasopening, ten minste tien meter per seconde.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: a. een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; b. voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor 1 januari 2024.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.3.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of uitsnijden van vlees, vis of organen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.33</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op: a. het slachten van ten hoogste 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten; b. het uitsnijden van vlees van karkassen of karkasdelen; c. het uitsnijden van vis; of d. d. het uitsnijden en pekelen van organen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing als een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Informatieplicht bij het slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of uitsnijden van vlees, vis of organen Ten minste vier weken voor het begin of wijzigen van een activiteit als bedoeld in artikel 3.42, artikel 5.33 en artikel 18.63 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de grenzen van het terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de ligging en de indeling van de gebouwen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het gebruik van de te onderscheiden ruimten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de ligging van de bedrijfsriolering; en 5. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-535\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geur: beperken of voorkomen van geurhinder bij het slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of uitsnijden van vlees, vis of organen 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het slachten van dieren wordt de vaste dierlijke mest die vrijkomt bij het slachten in afgesloten, lekvrije tonnen of bakken opgeslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dampen en gassen van het broeien of koken van dierlijke bijproducten worden afgezogen, als deze op de buitenlucht worden geëmitteerd: a. ten minste 2 meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen gebouwen afgevoerd; of b. geleid door een doelmatige ontgeuringsinstallatie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.3.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verwerken polyesterhars</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-536\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.36</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.3.6 is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-537\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.37</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens voor de omgevingsvergunning verwerken polysterhars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.38 wordt een beschrijving verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om de emissie van styreen te beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-538\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.38</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning het verwerken van polyesterhars waarbij 1 kg of meer organische peroxiden van ADR klasse 5.2 aanwezig is, te beginnen of te veranderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als geurhinder wordt voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.3.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voedselbereiding, geen voedingsmiddelenindustrie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-539\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.39</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen met: a. keukenapparatuur; b. grootkeukenapparatuur; c. een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of d. een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing als een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat, met uitzondering van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-540\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.40</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht lozen bij voedselbereiding, geen voedingsmiddelenindustrie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin of wijzigen van een activiteit als bedoeld in artikel 18.47 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de grenzen van het terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de ligging en de indeling van de gebouwen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het gebruik van de te onderscheiden ruimten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de ligging van de bedrijfsriolering; en 5. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.41</span><span class=\"lf-art-t\">Geur bij voedselbereiding, geen voedingsmiddelenindustrie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afgezogen dampen en gassen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd: a. ten minste 2 meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd; of b. geleid door een ontgeuringsinstallatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dampen die vrijkomen bij het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur door frituren, bakken in olie of vet of grillen, anders dan met houtskool, worden afgezogen en geleid door een vetvangend filter 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing: a. op het bereiden van voedingsmiddelen met keukenapparatuur; en b. als het mogelijke effect van de geuremissie van de uittredende lucht van een afzuiginstallatie beperkt blijft tot een industrieterrein of locatie met een geluidproductieplafond of een bedrijventerrein met minder dan één geurgevoelig gebouw per hectare.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.3.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voedingsmiddelenindustrie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.42</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.43</span><span class=\"lf-art-t\">Geur: beginnen of uitbreiden activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beginnen of uitbreiden in capaciteit van een activiteit als bedoeld in artikel 5.42 is alleen toegestaan als nieuwe geurhinder op een geurgevoelig gebouw wordt voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is ook van toepassing op het wijzigen van de activiteit, als die wijziging leidt tot een grotere of andere geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig gebouw.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geluid</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebieden en locaties Subparagraaf 6.1.1.1 Beperkingengebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Beperkingengebied lokale spoorweg - (gereserveerd)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.1.1.2 Functie (gereserveerd)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Agrarisch gebied (gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Bedrijventerrein (gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Industrieterrein waarvoor geluidsproductieplafond als omgevingswaarden zijn vastgesteld (gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene indieningsvereisten, oogmerken en toepassingsbereik</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in hoofdstuk 6 zijn niet van toepassing op: a. een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een voor 1 januari 2024 onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor 1 januari 2024 en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijk wordt. b. een niet-geluidgevoelige gevel van een geluidgevoelig gebouw; c. het geluid van een milieubelastende activiteit op een toekomstig geluidgevoelig gebouw die:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>voor 1 januari 2024 wordt verricht; en 2. is toegelaten op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan; of 3. waarvoor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is aangevraagd voor 1 januari 2024; d. op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV; e. een geluidgevoelig gebouw dat gedeeltelijk of geheel gelegen is op een industrieterrein of locatie met een geluidproductieplafond; f. het geluid op of in een geluidgevoelig gebouw veroorzaakt door:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>wonen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>een evenement dat:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. plaatsvindt op een locatie aangewezen in afdeling 14.2 en past binnen de in deze afdeling gestelde regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. evenementen waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend op grond van artikel 4.59;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; of IV. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen; of 9. detailhandel waarbij:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van minder of gelijk dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of II. een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder of gelijk dan 130 kW.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of het beperken van geluidhinder; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit overstijgende regels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 6.18, 6.20 en 6.19, blijft buiten beschouwing: a. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; b. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; c. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten; d. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor het primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs; e. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang; f. het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden; en g. het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax), bedoeld in de artikelen 6.18, 6.20 en 6.19 blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximale geluidniveaus (LAmax), bedoeld in de artikelen 6.18, 6.20 en 6.19, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als: a. voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 6 worden als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: voormalige functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor geluid niet van toepassing op of in een geluidgevoelig gebouw dat: a. op grond van het tijdelijk deel omgevingsplan of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor geluid niet van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waar waarden gelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden voor het geluid door een activiteit gelden: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; c. in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van die woonwagen; en d. als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in een geluidgevoelige ruimte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-612\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering generieke geluidsvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De generieke geluidsvoorschriften in afdeling 6.2 gelden niet voor: a. windturbines voor het opwekken van elektriciteit met een rotordiameter kleiner dan 2 meter; b. activiteiten waarbij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit; of c. civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen;</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.1.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verboden gebruik van gronden en bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-613\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik als crossterrein, beoefenen modelvliegsport of andere geluidsoverlast veroorzakende activiteiten Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken als crossterrein, voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport of andere geluidsoverlast veroorzakende activiteiten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Generieke regels voor geluid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-614\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens onderzoek binnen een industrieterrein of een locatie waarvoor een geluidproductieplafond is vastgesteld 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het onderzoek bedoelt in artikel 6.16 betrekking heeft op locatie op een industrieterrein of locatie met een geluidproductieplafond worden in elk geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de grenzen van het terrein; en 2. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onderzoek als bedoelt in artikel 6.14, eerste lid hoeft niet te worden verstrekt voor een activiteit waar: a. tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn; b. het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1. c. in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht; d. in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is; e. geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel; f. geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt; g. geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s; h. geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; i. geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt; en j. een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 6.16 of een ander artikel in deze paragraaf een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-615\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht: a. als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen; b. bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt; d. bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden; e. bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken; f. bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; g. bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; h. bij een buitenschietbaan als bedoeld in tijdelijk deel omgevingsplan; en i. als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:</div>\n<p class=\"lf-p\">I.</p>\n<p class=\"lf-p\">70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of II.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of 2. in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het eerste lid, onder a, het aantal transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan: a. de waarden, bedoeld in hoofdstuk 6; of b. de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a en b, worden overschreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-616\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens rapport geluidonderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het onderzoek als bedoeld in artikel 6.15 of artikel 6.14 wordt aan het college van burgemeester en wethouders verstrekt ten minste vier weken voor: a. het begin van de activiteit; of b. de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-617\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.17</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in deze afdeling, zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-618\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het geluid is door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 6.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 6.2.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, is het geluid van een activiteit die wordt verricht op een bedrijventerrein, op geluidgevoelige gebouwen op dat bedrijventerrein niet hoger dan de standaardwaarden, als bedoeld in tabel 6.2.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 6.2.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een bedrijventerrein 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 75 dB(A) 70 dB(A) 65 dB(A) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het geluid door een activiteit is, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 6.2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 6.2.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 45 dB(A) 45 dB(A) 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-619\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.19</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen is, in afwijking van artikel 6.18, eerste lid, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 5.2.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5.2.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit 06.00 – 19.00 uur 19.00 – 22.00 uur 22.00 – 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen is, in afwijking van artikel 6.18, derde, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 5.2.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5.2.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit 06.00 – 19.00 uur 19.00 – 22.00 uur 22.00 – 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-620\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.20</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het geluid is, in afwijking van artikel 6.18, eerste, derde en vierde lid, door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 6.2.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 6.2.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden 07.00 – 21.00 uur 21.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 40 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-621\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een industrieterrein of locatie met een geluidproductieplafond Als de activiteit wordt verricht op een industrieterrein of locatie met een geluidproductieplafond gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in de artikelen 6.18, eerste lid, en 6.20, eerste lid ook op een afstand van 50 meter vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke regels voor geluid - diversen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22</span><span class=\"lf-art-t\">Antihagelkanon in werking hebben</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een installatie in werking te hebben waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding worden gebracht met als doel het opwekken van een schokgolf.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.22 voor het in werking hebben van een installatie waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding gebracht, worden de volgende gegevens verstrekt: a. de aard en omvang van de geluidemissies; b. de door de activiteit veroorzaakte geluidimmissie; en c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het verlenen van een omgevingsvergunning zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-623\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid bij windturbines</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 meter, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een geluidgevoelig gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op een windpark met 3 of meer windturbines.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark op een geluidgevoelig gebouw bedraagt ten hoogste 47 Lden en 41 Lnight.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-624\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.24</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens registratie gegevens civiele schietbanen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende gegevens worden geregistreerd: a. dagelijks het aantal schoten of ontploffingen per wapentype, per dag-, avond- en nachtperiode, per baan; en b. voor de duur van de handhavingsmeting, bedoeld in onderdeel 4.4.1 van bijlage XXVII bij de Omgevingsregeling, de gebruikte wapens en verschoten munitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-625\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens registratie gegevens windturbines</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende gegevens worden geregistreerd: a. de emissieterm LE, bedoeld in onderdeel 3.1 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling, gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar; en b. de voor de duur van een handhavingsmeting benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte, bedoeld in paragraaf 1.6 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bepalen van het geluid Lden of Lnight, bedoeld in artikel 6.23, derde lid, is artikel 6.8 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-626\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.26</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid bij civiele buitenschietbanen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het geluid op een geluidgevoelig gebouw door het exploiteren van een kleiduivenschietvereniging, een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of een gebouw met een open zijde gelegen civiele schietbaan waar met vuurwapens wordt geschoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het schietgeluid vanwege een civiele buitenschietbaan bedraagt op een geluidgevoelig gebouw ten hoogste 50 Bs,dan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bepalen van het geluid Bs,dan, bedoeld in artikel 6.26, derde lid, is artikel 6.9 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende gegevens worden geregistreerd en 5 jaar bewaard: a. dagelijks het aantal schoten of ontploffingen per wapentype, per dag-, avond- en nachtperiode, per baan; en b. voor de duur van de handhavingsmeting, bedoeld in onderdeel 4.4.1 van bijlage XXVII bij de Omgevingsregeling, de gebruikte wapens en verschoten munitie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-627\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.27</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: festiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarden, bedoeld in de in artikelen 6.7, 6.18, 6.20, 6.19, en 6.21, zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van: a. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en b. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in deze afdeling, zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-628\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.28</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 6.18, 6.20 en 6.19, blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het stomen van grond met een installatie van derden worden maatregelen of voorzieningen getroffen die betrekking hebben op: a. de periode waarin het stomen van grond plaatsvindt; b. de locatie waarop de installatie wordt opgesteld; en c. het aanbrengen van geluidbeperkende voorzieningen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke regels bij aanleggen of wijzigingen van wegen of spoorwegen zonder geluidsproductieplafonds</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-629\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.29</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen of wijzigen van een weg of spoorweg, tenzij: a. aan de aanleg of wijziging een besluit tot vaststelling van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten grondslag ligt; of b. het een rijksweg, provinciale weg of bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-630\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.30</span><span class=\"lf-art-t\">Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als op grond van een omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg of spoorweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als: a. deze is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; b. een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt; c. de snelheid wordt verlaagd; d. een wegdeklaag wordt vervangen door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking; e. de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold voor een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma als bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of f. het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>niet meer dan 50 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>als een hogere waarde is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 2 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende waarde lager is, de heersende waarde; of 3. als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1 januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een hogere waarde is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 48 dB: niet meer dan 2 dB meer dan de heersende waarde 3.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op een spoorweg als: a. de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beide wordt gewijzigd waardoor het geluid onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van het geluid gedurende de drie jaren voorafgaand aan de wijziging; b. spoorstaven horizontaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 2 m; c. spoorstaven verticaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 1 m; d. de baanconstructie wordt vervangen door een baanconstructie die niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie; of e. het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>niet meer dan 3 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan de heersende waarde; en 2. niet meer dan 63 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw 4.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 6.30, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch onderzoek naar:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1°, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging; b. een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4°; en c. een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</div>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, worden voorschriften verbonden die ertoe strekken dat: a. maatregelen als bedoeld in het vierde lid, onder a, onder 4°, worden getroffen, als deze doelmatig zijn; en b. maatregelen als bedoeld in het vierde lid onder c, worden getroffen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Grondexploitatie inclusief doelgroepen en nadeelcompensatie</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroepen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling gaat over het reguleren van sociale huur- en koopwoningen en geliberaliseerde middenhuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is bij alle transacties voor nieuw te bouwen sociale huur-, sociale koop- en middenhuur woningen én bij doorverkoop van deze woningen binnen de in artikel 7.5 genoemde termijnen van instandhouding van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een omgevingsplanwijziging, een Tijdelijke Alternatieve Maatregel of een omgevingsvergunning waar afspraken over het kostenverhaal, locatie eisen en termijnen via een anterieure overeenkomst wordt geregeld, gelden de in deze afdeling opgenomen regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van voldoende betaalbare woonruimte; b. het bevorderen van doorstroming in de woningmarkt;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als doelgroep voor sociale huurwoning worden aangemerkt: a. huishouden met een huishoudinkomen zoals opgenomen in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 of opvolgende wetgeving. b. woningcorporaties hebben de mogelijkheid sociale huurwoningen vrij toe wijzen. Hierbij moeten zij de voorrangsregels uit het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in acht nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als doelgroep voor de sociale koopwoning worden de volgende categorieën aangemerkt: a. voor sociale koop rijenwoningen met een koopprijs tot € 253.000,= VON (sociale koop laag) starters op de koopmarkt met een maximaal bruto huishoudinkomen in het peiljaar van € 47.000,=; b. voor sociale koop rijenwoningen met een koopprijs tot € 285.000,= VON (sociale koop midden) starters op de koopmarkt met een maximaal bruto huishoudinkomen in het peiljaar van € 58.000,=; c. voor sociale koop woningen met een koopprijs tot € 338.000,= VON (sociale koop hoog) starters en doorstromers op de koopmarkt d. voor sociale koop appartementen met een koopprijs tot € 227.000,= VON (sociale koop appartementen) starters op de koopmarkt met een maximaal bruto huishoudinkomen in het peiljaar van €42.000,=.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als doelgroep voor een geliberaliseerde woning voor de middenhuur worden aangemerkt: a. huishoudens met een huishoudinkomen in het peiljaar van maximaal 1,5 keer de DAEB-norm. De geliberaliseerde woningen voor middenhuur hebben een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en ten hoogste € 1.184,82 per maand all-in (prijspeil 2025). Jaarlijkse indexering van de aanvangshuurprijs vindt plaats overeenkomstig de mate van indexering van de sociale huurprijsgrens.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het tweede lid genoemde VON-prijzen en huishoudinkomens worden geïndexeerd aan de hand van de CBS-reeks 'CAO lonen particuliere bedrijven'. Daarbij wordt de index van het eerste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het jaar van indexering gebruikt. De geïndexeerde bedragen worden in duizendtallen naar beneden afgerond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsing inkomenscriterium doelgroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De toetsing of een huishouden gelet op het inkomenscriterium behoort tot de doelgroep is alleen van toepassing op het moment dat een woning verkocht of verhuurd wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Instandhouding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale huurwoningen gemeente Rijssen - Holten dienen gedurende een termijn van ten minste 30 jaar na eerste ingebruikname voor de doelgroep beschikbaar te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociale koopwoningen gemeente Rijssen - Holten (laag, midden, hoog en appartementen) dienen gedurende een termijn van 10 jaar na eerste ingebruikname voor de doelgroep beschikbaar te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het tweede lid wordt op de locatie sociale koopwoningen herontwikkeling Larenseweg 56 in Holten het minimum aantal sociale koopwoningen in stand gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geliberaliseerde woningen voor middenhuur dienen gedurende een termijn van tenminste 10 jaar na eerste ingebruikname voor de doelgroep beschikbaar te blijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door of namens de eigenaar dient voor de verhuur van sociale of geliberaliseerde woningen voor middenhuur jaarlijks een overzicht te worden overlegd aan het college waarin aangetoond wordt dat de huurprijzen in lijn zijn met het omgevingsplan. Dit geldt gedurende de in artikel 7.5 gestelde instandhoudingstermijn voor het betreffende woningsegment.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verkoop en doorverkoop van sociale koopwoning dient gedurende de in artikel 7.5 gestelde instandhoudingstermijn, door of namens verkoper uiterlijk binnen 4 weken na ondertekening van de koopovereenkomst schriftelijk te worden gemeld bij burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college is bevoegd in geval waarin de toepassing van de bepalingen uit deze afdeling naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt af te wijken van deze afdeling.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Grondexploitatie (gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kostenverhaal (gereserveerd) Subparagraaf 7.2.1.1 Aanwijzing gebieden en locaties (gereserveerd) Subsubparagraaf 7.2.1.1.1 Functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Kostenverhaalgebied (gereserveerd)</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Indieningsvereisten en procedures (aanwijzing en instrumenten)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Generieke indieningsvereisten activiteiten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  8.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebieden en locaties (gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  8.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Generieke indieningsvereisten, oogmerken en toepassingsbereik voor milieubelastende activiteiten Subparagraaf 8.1.2.1 Milieubelastende activiteiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, melding of informatieplicht bij een milieubelastende activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 8.2, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens op verzoek van het college van burgemeester en wethouders</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels uit dit omgevingsplan en maatwerkvoorschriften op grond van dit omgevingsplan voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Informeren over een ongewoon voorval en gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Procedures</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  8.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzen afkoppelgebieden hemelwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Plicht tot afkoppelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is in de daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden verboden om: a. een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool; of b. bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen vrijkomend grondwater te lozen in het openbaar vuilwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebiedsaanwijzingen heeft geen betrekking op bedrijven met milieubelastende activiteiten als zodanig aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving en op de openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met het gemeentelijk Programma Water en Riolering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de 5e week na de dag waarop zij bekend is gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, indien van de eigenaar van hete bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van hemelwater kan worden gevergd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  8.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzen gemeentelijke monumenten en karakteristieke bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag omgevingsvergunning rijksmonument</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college zendt onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonument voor advies aan de monumentencommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzen objecten met cultuurhistorische of landschappelijke waarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan archeologische en gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, karakteristieke bouwwerken, beeldbepalende stedelijke of landschapsstructuren aanwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebeurt vanwege het bijzondere belang voor de gemeente vanwege schoonheid, betekenis voor de wetenschap, cultuurhistorische of landschappelijke waarde van de aan te wijzen zaak, het object of element.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan ten behoeve van de aanwijzing bepalen dat nader onderzoek wordt verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voornemen om een archeologisch of gemeentelijk monument aan te wijzen wordt door het college schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat een gebouw dat gebruikt wordt voor het belijden van een godsdienst of levensovertuiging als gemeentelijk monument wordt aangewezen, voert het college overleg over het voornemen met de eigenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college vraagt over het voornemen om toepassing te geven aan het eerste lid advies: a. voor archeologische en gemeentelijke monumenten: de adviescommissie omgevingskwaliteit; b. voor beeldbepalende landschapselementen: een gemeentelijke landschapsarchitect; en c. voor karakteristieke bouwwerken; een ter zake deskundige 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwijzing van een gemeentelijk monument bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwijzing van een gemeentelijk monument wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra een aanwijzing van een gemeentelijk monument onherroepelijk is geworden wordt het monument onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan ambtshalve overgaan tot het schrappen van een gemeentelijk monument uit het gemeentelijk erfgoedregister. De bepalingen over de aanwijzing uit dit artikel zijn in dat geval van toepassing op het schrappen. Als een gemeentelijk monument onherroepelijk is aangewezen als provinciaal- of rijksmonument schrapt het college de aanwijzing ambtshalve uit het register.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als het college een besluit heeft genomen over de aanwijzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Spoedprocedure aanwijzen gemeentelijke monumenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan het college in een spoedeisend geval een gemeentelijk monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk of archeologisch monument. In afwijking van het zesde lid wordt in dat geval aan de adviescommissie omgevingskwaliteit advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 8.8, zesde lid wordt in dat geval aan de adviescommissie omgevingskwaliteit advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een voorlopig aangewezen monument zijn artikel 4.12, 4.66, 4.68 en hoofdstuk 13 van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  8.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Intrekken en wijzigingen omgevingsvergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.10</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken omgevingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college trekt een omgevingsvergunning in als: a. de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  8.2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Melding omgevingsplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.11</span><span class=\"lf-art-t\">Melding omgevingsplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een activiteit wordt niet eerder gestart dan 4 weken na ontvangst van melding bij het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding wordt in elk geval een geschaalde situatieschets gevoegd van de bestaande en nieuwe situatie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Landschap en natuur</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  9.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  9.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebieden en locaties Subparagraaf 9.1.1.1 Functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bebouwingscontour houtkap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is een gebied aangewezen als bebouwingscontour houtkap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Beschermde landschapselementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het plan zijn locaties aangewezen als beschermde landschapselementen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Buiten bebouwingscontour houtkap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is een gebied aangewezen als buiten de bebouwingscontour houtkap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Waardevolle bomen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het plan zijn locaties aangewezen als waardevolle bomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  9.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene indieningsvereisten, oogmerken en toepassingsbereik</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 9 is van toepassing op het aanleggen, beheer, instand houden en onderhoud van het landschap en de natuur.</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op; a. het behouden en herstellen van waardevolle landschappelijke elementen; b. het behouden en versterken van het coulisselandschap als onderdeel van de cultuurhistorie; c. het behoud van solitaire bomen als beeldbepalend element in het landschap; d. het behoud van stedelijk groen als beeldvormend element; e. het behoud van bomen vanwege hun ecologische waarde; f. het vergroten van de (recreatieve) belevingswaarde van de natuur zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit; g. het bevorderen van de volksgezondheid; h. het beschermen en bevorderen van de biodiversiteit; i. het tegengaan van hittestress met name in stedelijke omgeving en j. het behoud van een duurzaam en veilig bomenbestand.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  9.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verboden bouwwerken of functies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hyperscale datacentre</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om een hyperscale datacentra te bouwen of bouwwerken of gronden te gebruiken ten behoeve van een hyperscale datacentrum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.8</span><span class=\"lf-art-t\">Zonnevelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het realiseren van een andere zelfstandige opstelling van zonnepanelen dan bedoelt in artikel 4.44 is verboden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.9</span><span class=\"lf-art-t\">Glastuinbouw</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een glastuinbouwbedrijf op te richten of bouwwerken te gaan gebruiken als glastuinbouwbedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Stort- of opslagplaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden onbebouwde grond als stort- of opslagplaats van aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud te gebruiken of te laten gebruiken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Mestvergisting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden mest te vergisten de daarbij vrijkomende energie te verhandelen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  9.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kappen van bomen en verwijderen van beplanting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-912\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.12</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunning kappen bomen of verwijderen beplanting binnen bebouwingscontour houtkap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen de bebouwingscontour houtkap waardevolle bomen te kappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een week voor aanvang van een activiteit zoals omschreven in het eerste lid wordt het college hierover schriftelijk geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-913\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.13</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunning kappen bomen of verwijderen beplanting buiten bebouwingscontour houtkap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning buiten de bebouwingscontour houtkap een boom te kappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningplicht van artikel 9.13 eerste lid is alleen van toepassing op het kappen van: a. houtopstanden op erven of in tuinen; b. populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, als zij:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>ten minste eens per 10 jaar worden geoogst;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid, die bestaat uit aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 meter; en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013; en c. houtopstanden die een kleinere oppervlakte grond beslaan dan 10 a, of bestaan uit een rijbeplanting die 20 of minder bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningplicht van artikel 9.13 eerste lid is niet van toepassing op het kappen: a. vanwege de Plantgezondheidswet; b. vanwege een aanschrijving door het college van burgemeester en wethouders; c. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, als deze niet ouder zijn dan 20 jaar; d. van niet-geknotte populieren of wilgen die als wegbeplantingen of eenrijïge beplantingen op of langs landbouwgrond staan; e. van vruchtbomen in en windschermen om boomgaarden; f. van kweekgoed; of g. van bomen of beplanting die voor de instandhouding van andere bomen worden gekapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een week voor aanvang van een activiteit zoals omschreven in het eerste lid wordt het college hierover schriftelijk geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-914\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.14</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunning voor het wijzigen van een beschermd landschapselement</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning beschermde landschapselementen te wijzigen, te beschadigen of te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het verlenen van een omgevingsvergunning kunnen voorwaarden worden verbonden in verband met het herstel van het beschermde landschapselement. De verplichtingen rondom het herstel van het beschermde landschapselement kunnen ook zelfstandig worden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid is normaal onderhoud toegelaten mits voorafgaand advies is gevraagd aan de gemeentelijke landschapsdeskundige.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om omgevingsvergunning worden de gegevens zoals omschreven in artikel 9.19 verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een week voor aanvang van een activiteit zoals omschreven in het eerste lid wordt het college hierover schriftelijk geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-915\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.15</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels beeldbepalende landschapselementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning beschermde landschapselementen te wijzigen, te beschadigen of te verwijderen; a. de omgevingsvergunning voor het wijzigen of verwijderen van een beschermd landschapselement kan alleen worden verleend indien is aangetoond dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de landschappelijke waarde van het beschermde landschapselement niet wordt aangetast;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de cultuurhistorische waarde van het beschermde landschapselement niet wordt aangetast;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de beeldbepalende waarde van het beschermde landschapselement niet wordt aangetast; en b. een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt altijd getoetst door de gemeentelijke landschapsdeskundige.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de belangenafweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het wijzigen, beschadigen of verwijderen van beschermde landschapselementen worden de oogmerken van artikel 9.6 a, b, c, e, f, g, h en j betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de belangenafweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het wijzigen, beschadigen of verwijderen van beschermd landschapselement - holle weg, beschermd landschapselement - geaccidenteerde houtopstanden of beschermd landschapselement - holle weg met houtopstanden wordt in aanvulling op de oogmerken van het tweede lid het cultuurhistorisch belang van de weg betrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-916\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.16</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels kappen bomen of verwijderen beplanting binnen de bebouwingscontour houtkap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het kappen van waardevolle bomen binnen de bebouwingscontour houtkap wordt gemaakt op basis van; a. het behoud van stedelijk groen als beeldvormend element; b. het behoud van bomen vanwege hun ecologische waarde; c. het vergroten van de (recreatieve) belevingswaarde van de natuur zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit; d. het bevorderen van de volksgezondheid; e. het beschermen en bevorderen van de biodiversiteit; f. het tegengaan van hittestress met name in stedelijke omgeving en g. het behoud van een duurzaam en veilig bomenbestand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-917\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.17</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels kappen bomen of verwijderen beplanting buiten bebouwingscontour houtkap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de belangenafweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom buiten de bebouwingscontour houtkap worden de oogmerken van artikel 9.6 a, b, c, e, f, g, h en j betrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-918\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.18</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere verplichtingen voor de bestrijding van boomziekten en insecten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan een rechthebbende opdragen één of meer bomen te kappen of te behandelen als die boom of bomen een risico vormen bij de verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden, in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-919\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.19</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of wijzigen beschermd landschapselememt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.12 of 9.13 of artikel 9.14, identificeert de aanvrager op de aanduiding, bedoeld in artikel 7.3, onder d, van de Omgevingsregeling, iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per genummerde houtopstand worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de soort houtopstand; b. de locatie van de houtopstand op het voor-, zij-, of achtererf; c. de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; en d. de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-920\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.20</span><span class=\"lf-art-t\">Herplantplicht en termijn omgevingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders kan bij het verlenen van de omgevingsvergunning of zelfstandig: a. een herplantplicht opleggen met voorwaarden of;b. een geldigheidsduur van de te verlenen omgevingsvergunning bepalen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Licht</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  10.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  10.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebieden en locaties (gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  10.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene indieningsvereisten, oogmerken en toepassingsbereik</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing een milieubelastende activiteit als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in hoofdstuk 10 zijn niet van toepassing op: a. een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een voor 1 januari 2024 onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor 1 januari 2024 en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijk wordt. b. lichtemissie bij of door:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>wonen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>een evenement dat:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. plaatsvindt op een locatie aangewezen in afdeling 14.2 en past binnen de in deze afdeling gestelde regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. evenementen waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend op grond van artikel 4.59;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt;</p>\n<p class=\"lf-p\">IV. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar of;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen;</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beperken van slagschaduw; b. het beperken van lichthinder; c. het beschermen van de gezondheid</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  10.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lichtschittering en (slag)schaduwwerking</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  10.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Opwekken van elektriciteit met een windturbine</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving als: a. die slagschaduw veroorzaakt in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; b. die lichtschittering veroorzaakt; of c. op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>in het tijdelijk deel omgevingsplan; of 2. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor 1 januari 2024.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. slagschaduw door een windturbine, in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; b. een windpark met 3 of meer windturbines; c. op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het tijdelijk deel omgevingsplan; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor 1 januari 2024.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Lichtschittering: beperken van reflectie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lichtschittering wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voorkomen of zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het uitvoeren van een meting van reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Slagschaduw: stilstandvoorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een windturbine is voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt als gemiddeld meer dan zeventien dagen per jaar gedurende meer dan twintig minuten per dag slagschaduw kan optreden in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw en voor zover de afstand tussen de windturbine en een slagschaduwgevoelig gebouw minder dan twaalf maal de rotordiameter bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine: a. tot de gevel van een slagschaduwgevoelig gebouw; en b. tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonwagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een agrarische activiteit is artikel 10.5 niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat: a. op grond van het tijdelijk deel omgevingsplan of een voor 1 januari 2024 aangevraagde omgevingsvergunning behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is bepaald dat regels voor slagschaduw niet van toepassing zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  10.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Sportverlichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.7</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht sportverlichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin of het wijzigen van een activiteit als bedoeld in artikel 10.6 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de grenzen van het terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de ligging en de indeling van de gebouwen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het gebruik van de te onderscheiden ruimten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de ligging van de bedrijfsriolering; en 5. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Meldplicht incidentele festiviteiten waarbij verlichting langer aan is ten behoeve van sportactiviteiten 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 10.9, eerste lid, is het met een melding toegestaan om tijdens maximaal 4 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding dient ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit gedaan te zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verlichting bij sportvelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verlichting die hoort bij een gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht uitgeschakeld: a. tussen 23.00 uur en 07.00 uur; en b. als er geen sport wordt beoefend en geen onderhoud plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met: a. de viering van festiviteiten die bij of krachtens een gemeentelijke verordening zijn aangewezen in de gebieden in de gemeente waarvoor de verordening geldt; b. de viering van andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens een gemeentelijke verordening aan te wijzen dagen of dagdelen niet meer mag bedragen dan twaalf per kalenderjaar; of c. door het college van burgemeester en wethouders aangewezen activiteiten, anders dan festiviteiten als bedoeld onder b, waarbij het aantal aan te wijzen dagen of dagdelen gebaseerd op dit artikel samen niet meer bedraagt dan twaalf dagen per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een festiviteit of activiteit als bedoeld in het tweede lid die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt hierbij beschouwd als plaatshebbende op één dag.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Maatwerkvoorschriften</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  11.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  11.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebieden en locaties (gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  11.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene indieningsvereisten, oogmerken en toepassingsbereik</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk gaat over de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften en het creëren van zorgplichten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maatwerkvoorschriften of zorgplichten op grond van dit hoofdstuk worden gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. b.het beschermen van de gezondheid; en c. c.het beschermen van het milieu, waaronder:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.een doelmatig beheer van afvalstoffen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  11.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Maatwerkvoorschriften</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over: a. afdeling 4.2 en afdeling 17.2 met uitzondering van reken- en meetbepalingen; of b. de artikelen 8.5 en 17.47 en hoofdstuk 2, afdeling 3.3, afdeling 5.3, hoofdstuk 6, hoofdstuk 10, hoofdstuk 16, afdeling 17.4 en afdeling 18.2, afdeling 18.3 en paragraaf 18.4.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over: a. afdeling 4.2 en afdeling 17.2 met uitzondering van reken- en meetbepalingen; of b. de artikelen 8.5 en hoofdstuk 2, afdeling 3.3, afdeling 5.3, hoofdstuk 6, hoofdstuk 10, hoofdstuk 16, afdeling 17.4 en afdeling 18.2, afdeling 18.3 en paragraaf 18.4.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 11.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Monitoring, toezicht en handhaving (gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Monumenten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  13.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebieden en locaties Subparagraaf 13.1.1.1 Functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.1</span><span class=\"lf-art-t\">Archeologische monumenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn locaties aangewezen als archeologisch monument. De monumentale waarden van het monument zijn opgenomen in bijlage (gereserveerd).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gemeentelijke monumenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn locaties aangewezen als gemeentelijk monument gemeentelijk monument . De monumentale waarden van het monument zijn opgenomen in bijlage (gereserveerd).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.3</span><span class=\"lf-art-t\">Verzamelgroep monumenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De locaties archeologisch monument en gemeentelijk monument vormen samen de locatie monumenten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene indieningsvereisten, oogmerken en toepassingsbereik</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.4</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 13 en artikel 4.12, tweede en derde lid wordt onder een gemeentelijk monument of een archeologisch monument ook een voorlopig aangewezen gemeentelijk monument of archeologisch monument verstaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.5</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in dit hoofdstuk worden gesteld met het oog op: a. het behoud van monumenten; b. het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit van bouwwerken passend in de directe omgeving; en c. het behoud van bestaande karakteristieke bouwwerken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.6</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens omgevingsplanactiviteit: gemeentelijk monument algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die betrekking heeft op een (voorbeschermd) gemeentelijk monument of archeologisch monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de aanvraag ziet op het gebruiken van een (voorbeschermd) monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht wordt een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens omgevingsplanactiviteit: gemeentelijk monument voor zover het gaat om een (voorbeschermd) archeologisch monument Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 13.6, worden, voor zover het gaat om een (voorbeschermd) archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving; e. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek; f. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en g. voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen. h.</div>\n<p class=\"lf-p\">Zo nodig worden de volgende gegevens verstrekt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. de exacte locatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. de omvang; en III. de diepte ten opzichte van het maaiveld;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. een bestek met bijbehorende tekeningen; of II. een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of 6. als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. i.</div>\n<p class=\"lf-p\">Tekeningen als bedoeld in dit artikel hebben een schaal die niet kleiner is dan:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:2000, als het gaat om een topografische kaart;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:50, als het gaat om een detailtekening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een (voorbeschermd) monument of een karakteristiek bouwwerk Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 13.6, worden, voor zover het gaat om het slopen van een karakteristiek bouwwerk of een (voorbeschermd) gemeentelijk monument , de volgende gegevens verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. plattegronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. doorsneden;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; en 3. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of 4. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten. e.</div>\n<p class=\"lf-p\">Tekeningen voldoen aan de volgende eisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>ze hebben een schaal die niet kleiner is dan:</div>\n<p class=\"lf-p\">I.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:1000, als het gaat om een situatietekening;</p>\n<p class=\"lf-p\">II.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:100, als het gaat om een algemene geveltekening;</p>\n<p class=\"lf-p\">III.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging;</p>\n<p class=\"lf-p\">IV.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht; en V.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:1, 1:2 of 1:5 als het gaat om een detailtekening en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een situatietekening is voorzien van een noordpijl waaruit de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen blijkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. balklagen zijn gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen en getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en IV. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.9</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een (voorbeschermd) gemeentelijk monument</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 13.6, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een (voorbeschermd) gemeentelijk monument , de volgende gegevens verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>overzichtsfoto’s van de bestaande situatie;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>foto’s van de bestaande toestand; en 3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. plattegronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. doorsneden;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</p>\n<p class=\"lf-p\">I. plattegronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. doorsneden;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of 5. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen. g.</div>\n<p class=\"lf-p\">Tekeningen voldoen aan de volgende eisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>ze hebben een schaal die niet kleiner is dan:</div>\n<p class=\"lf-p\">I.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:1000, als het gaat om een situatietekening;</p>\n<p class=\"lf-p\">II.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:100, als het gaat om een algemene geveltekening;</p>\n<p class=\"lf-p\">III.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging;</p>\n<p class=\"lf-p\">IV.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht; en V.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:1, 1:2 of 1:5 als het gaat om een detailtekening en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een situatietekening is voorzien van een noordpijl waaruit de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen blijkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. balklagen zijn gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen en getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en IV. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een (voorbeschermd) monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 13.6, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een (voorbeschermd) gemeentelijk monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. plattegronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. doorsneden;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. plattegronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. doorsneden;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; en 5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. d.</div>\n<p class=\"lf-p\">Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of 7. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie. e.</div>\n<p class=\"lf-p\">Tekeningen voldoen aan de volgende eisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>ze hebben een schaal die niet kleiner is dan:</div>\n<p class=\"lf-p\">I.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:1000, als het gaat om een situatietekening;</p>\n<p class=\"lf-p\">II.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:100, als het gaat om een algemene geveltekening;</p>\n<p class=\"lf-p\">III.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging;</p>\n<p class=\"lf-p\">IV.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht; en V.</p>\n<p class=\"lf-p\">1:1, 1:2 of 1:5 als het gaat om een detailtekening en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een situatietekening is voorzien van een noordpijl waaruit de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen blijkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. balklagen zijn gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen en getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en IV. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  13.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsplanactiviteit archeologische- en gemeentelijke monumenten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in, aan of op een (voorbeschermd) gemeentelijk monument of archeologisch monument 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning voor een (voorbeschermd) gemeentelijk monument of archeologisch monument kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de omgevingsvergunning ziet op een kerkelijk monument neemt het bevoegd gezag niet eerder een beslissing dan na overleg met de eigenaar. Voor zover het een beslissing betreft waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat monument in het geding zijn, neemt het bevoegd gezag geen beslissing dan in overeenstemming met de eigenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 13.12.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvergunning voor het activiteiten in, aan of op een (voorbeschermd) gemeentelijk of archeologisch monument Het is verboden een (voorbeschermd) gemeentelijk monument of (voorbeschermd) archeologisch monument anders dan door bouwen of slopen te; a. beschadigen; b. daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is; c. herstellen, gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; d. ontsieren; of e. op enige andere wijze te wijzigen waardoor de monumentale waarden worden aangetast</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dat in het tijdelijk deel omgevingsplan is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.8, tweede lid is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Openbare ruimte</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  14.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebieden en locaties (gereserveerd) Subparagraaf 14.1.1.1 Functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Evenemententerrein</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het plan zijn locaties aangewezen met de functie evenemententerrein.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  14.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene indieningsvereisten, oogmerken en toepassingsbereik</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op evenementen, festiviteiten, opslaan van roerende zaken, standplaatsen en terrassen bij openbare inrichtingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in dit hoofdstuk worden gesteld met het oog op: a. de de volksgezondheid ; b. het beschermen van het woon- en leefklimaat c. het faciliteren van evenementen; en d. de bescherming van het milieu.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Evenementen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Evenemententerreinen - aanwijzing locaties en aantallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een evenement is in overeenstemming met dit omgevingsplan als wordt voldaan aan de voorwaarden in het tweede, derde, vierde of vijfde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op evenemententerrein 1 per locatie: a. maximaal zeven evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 1; b. maximaal zes evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 2; en c. maximaal vijf evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op evenemententerrein 2 per locatie: a. maximaal zeven evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 1; b. maximaal vijf evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 2; en c. maximaal drie evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op evenemententerrein 3 per locatie: a. maximaal zeven evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 1; b. maximaal vier evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 2; en c. maximaal één evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op evenemententerrein 4: a. maximaal nul evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 1; b. maximaal nul evenementen per kalenderjaar in evenement categorie 2; en c. maximaal twee evenement per kalenderjaar in evenement categorie 3.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Roerende zaken opslaan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens: omgevingsplanactiviteit opslaan roerende zaken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van roerende zaken in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard van de roerende zaken; en b. de omvang van de opslag van de roerende zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een ander dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming roerende zaken opslaat, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres, en de woonplaats van die ander.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Standplaatsen (gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Terrassen (gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Uitritten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in afdeling 14.6 zijn van toepassing op het maken, gebruiken of veranderen van een uitrit op een weg in beheer bij de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op; a. veilig en doelmatig gebruik van de weg; b. het behoud van openbare parkeerplaatsen; c. het behoud van openbaar groen; d. het behoud van de uitstraling van de omgeving; e. het functioneren van openbare nutsvoorzieningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het maken, gebruiken of veranderen van een uitrit op de weg 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning voor de uitrit binnen de bebouwde kom (woonwijken en centra) kan worden verleend als; a. er nog geen uitrit bij het perceel aanwezig is; b. de breedte niet meer dan drie meter is; c. er geen onveilige verkeersituatie kan ontstaan; d. de bruikbaarheid van de weg niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; e. de aanleg niet onnodig ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; f. het openbaar groen niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; g. het aanzien van de openbare ruimte niet wordt aangetast; en h. het functioneren van aanwezige openbare (nuts)voorzieningen op of aan de weg door het maken van de uitrit niet op onaanvaardbare wijze wordt belemmerd of teniet gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning voor de uitrit in het buitengebied en op het bedrijventerrein kan worden verleend als; a. er geen onveilige verkeersituatie kan ontstaan; b. de bruikbaarheid van de weg niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; c. de aanleg niet onnodig ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; d. het openbaar groen niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; e. het aanzien van de openbare ruimte niet wordt aangetast; en f. het functioneren van aanwezige openbare (nuts)voorzieningen op of aan de weg door het maken van de uitrit niet op onaanvaardbare wijze wordt belemmerd of teniet gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een tweede uitrit toestaan, mits wordt voldaan aan de voorwaarden uit eerste lid, onderdeel b tot en met h, of tweede lid, onderdeel a tot en met f, als de noodzaak van de tweede uitrit wordt aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in het kader van verkeersveiligheid en het doelmatig gebruik van de uitrit besluiten een bredere uitrit toe te staan met een maximale breedte van 5 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens voor de omgevingsvergunning voor het maken, gebruiken of veranderen van een uitrit op de weg Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.10, voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf; b. de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan; c. de te gebruiken materialen; en d. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.10</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunning voor het maken, gebruiken of veranderen van een uitrit op de weg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit op een gemeentelijke weg te: a. maken; b. gebruiken; of c. veranderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag omgevingsvergunning worden de gegevens beschreven in artikel 14.9 verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Provinciale Omgevingsverordening of de Waterschapsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk bevat overgangsrecht voor activiteiten en functies die niet (meer) in overeenstemming met het omgevingsplan zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met oog op: a. het veilig gebruik van gronden en bouwwerken; b. de stedenbouwkundige opzet en samenhang van bebouwing; en c. het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit van bouwwerken passend in de directe omgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Bouwwerken (ver)bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een legaal bouwwerk dat op het moment van vaststelling van een regel van dit omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, of dat op dat moment legaal gebouwd kan worden, en afwijkt van die regel, mag, als deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, als de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik gronden en bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik dat op het moment van vaststelling van een regel in dit omgevingsplan niet meer is toegestaan, mogen worden voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik dat op basis van het eerste lid is toegestaan, mag niet veranderen of over gaan in een andere strijdige activiteit, behalve als de afwijking door deze verandering naar aard en omvang kleiner wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik, bedoeld in het eerste lid, dat na het tijdstip van vaststelling van de regel langer dan 6 maanden wordt onderbroken, mag niet worden hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op gebruik dat in strijd is met het tijdelijk deel omgevingsplan, met inbegrip van het daarin opgenomen overgangsrecht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Trillingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  16.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebieden en locaties (gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene indieningsvereisten, oogmerken en toepassingsbereik</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing een milieubelastende activiteit als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten: a. op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; b. in het tijdelijk deel omgevingsplan voor een duur van niet meer dan tien jaar; of c. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor 1 januari 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in hoofdstuk 16 zijn niet van toepassing op: a. een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een voor 1 januari 2024 onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor 1 januari 2024 en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijk wordt. b. trillingen op of in een trillinggevoelig gebouw veroorzaakt door:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>wonen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>een evenement dat:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. plaatsvindt op een locatie aangewezen in afdeling 14.2 en past binnen de in deze afdeling gestelde regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. evenementen waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend op grond van artikel 4.59;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt;</p>\n<p class=\"lf-p\">IV. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar of;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen; c. een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een industrieterrein of locatie met een geluidproductieplafond; of d. een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling zijn gesteld met oog op: a. het voorkomen of het beperken van trillinghinder door continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit overstijgende regels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden voor trillingen zijn niet van toepassing op trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het bepalen van de continue trillingen, bedoeld in deze paragraaf, is artikel 6.11 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 16 wordt als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Voormalige functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor trillingen niet van toepassing in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat: a. op grond van het tijdelijk deel omgevingsplan, of op grond van een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.85 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor trillingen niet van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Waarden voor continue trillingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel14.1.1:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 14.1.1 Waarde voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten Soort waarden 07.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur A1 trillingssterkte Vmax 0,1 0,1 A2 trillingssterkte Vmax 0,4 0,2 A3 trillingssterkte Vper 0,05 0,05 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 14.1.1.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  17</h3>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid en gezondheid</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  17.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  17.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing gebieden en locaties Subparagraaf 17.1.1.1 Functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bebouwingscontour jacht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is een gebied bebouwingscontour jacht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Belemmeringengebied - buisleiding - gas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een belemmeringengebied aangewezen buisleiding - gas.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies en gebiedsaanwijzingen, mede aangewezen voor aardgastransportleiding en daarbij behorende voorzieningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Brandaandachtsgebied - aanwijzing (gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Brandvoorschriftengebied (gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Buiten bebouwingscontour jacht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is een gebied buiten de bebouwingscontour jacht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Explosievoorschriftengebied (gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.7</span><span class=\"lf-art-t\">Risicogebied externe veiligheid (gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.8</span><span class=\"lf-art-t\">Spuitzone (gereserveerd)</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  17.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene indieningsvereisten, oogmerken en toepassingsbereik</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.9</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op: a. een milieubelastende activiteit als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet; b. een jachtgeweeractiviteit; of c. een bouwactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in hoofdstuk 17 zijn niet van toepassing op: a. een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een voor 1 januari 2024 onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor 1 januari 2024 en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijk wordt. b. milieubelastende activiteiten genoemd in dit hoofdstuk veroorzaakt bij of door:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>wonen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>een evenement dat:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. plaatsvindt op een locatie aangewezen in afdeling 14.2 en past binnen de in deze afdeling gestelde regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. evenementen waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend op grond van artikel 4.59;</p>\n<p class=\"lf-p\">III. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt;</p>\n<p class=\"lf-p\">IV. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar of;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen;</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.10</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van de gezondheid van de bewoners van bouwwerken; c. het waarborgen van de veiligheid bij het gebruik van bouwwerken en gronden;</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  17.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit overstijgende regels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.11</span><span class=\"lf-art-t\">Locaties met inperkingen vergunningsvrij bouwen vanwege externe veiligheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 4.14 en 4.64 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijk deel omgevingsplan, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijk deel omgevingsplan niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; of 14.</div></div>", "next": 239868}