{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">3 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt door het dagelijks bestuur aan de ambtenaar met een volledig dienstverband buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(n) verleend : a om, indien hij daartoe door een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in het eerste lid, onder a of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>om bestuurlijke en/of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen die centrale of die daarbij aangesloten vereniging, onderscheidenlijk binnen het gemeentelijk apparaat, welke ertoe strekken de doelstellingen van deze centrale van overheidspersoneel en/of de daarbij aangesloten vereniging te ondersteunen, het geheel voor ten hoogste 216 uren per kalenderjaar;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>als vakbondsconsulent, voor ten hoogste 50 uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400 medewerkers en ten hoogste 100 voor een organisatie met meer dan 400 medewerkers;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>als arbeidsvoorwaardenadviseur voor ten hoogste 50 uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400 medewerkers en ten hoogste 100 uur voor een organisatie met meer dan 400 medewerkers met dien verstande dat per vakcentrale per organisatie verlof wordt toegekend aan maximaal een arbeidsvoorwaardenadviseur b voor het - op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren - als cursist deelnemen aan een cursus welke door of ten behoeve van de leden van die vereniging van ambtenaren wordt gegeven, alles te samen voor ten hoogste 43,2 uren per twee kalenderjaren.</div>\n<p class=\"lf-p\">4 Van het buitengewoon verlof met behoud van beloning van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder dan 36 uur, wordt het aantal uren genoemd in het derde lid onder a en b, naar evenredigheid verminderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid tezamen, kan voor de ambtenaar met een volledig dienstverband niet meer bedragen dan ten hoogste 244,8 uren per kalenderjaar, echter met dien verstande dat ten hoogste 316,8 uren verlof kan worden verleend aan de ambtenaar die: a lid is van het hoofdbestuur van een centrale van overheidspersoneel, genoemd in het eerste lid onder a, nr. 1 of 2 en/of van een vereniging van ambtenaren die rechtstreeks bij die centrale is aangesloten. b lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in het eerste lid onder a, nr. 3 en/of bestuurslid is van een sector of sectie van de centrale.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het buitengewoon verlof met behoud van beloning van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder dan 36 uur, wordt het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid tezamen, naar evenredigheid verminderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Verlof, bedoeld in de vorige leden, kan slechts worden verleend aan de ambtenaar die lid is van een vereniging van ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder b.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen als lid van de commissie, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(n) verleend voor het bijwonen van de vergadering van die commissie, alsmede voor een voorvergadering per uitgeschreven commissievergadering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetgeen ten aanzien van de voorvergadering is bepaald, geldt eveneens voor de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen als plaatsvervangend lid van de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Het dagelijks bestuur kan omtrent het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen, waarbij het te verlenen verlof, bedoeld in het tweede, derde en vijfde lid, op een lager aantal uren kan worden gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4-2a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4:2a</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kortdurend zorgverlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar met een volledig dienstverband kan voor maximaal 72 uur in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden aanspraak maken op het kortdurend zorgverlof op grond van de Wazo.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het maximum van 72 uur, als genoemd in het eerste lid, wordt voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week naar evenredigheid verminderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het verlof komt voor de helft voor de rekening van de werkgever en voor de helft voor de rekening van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het dagelijks bestuur bepaalt in overleg met de ambtenaar nader de wijze waarop de verrekening van het verlof met hem plaatsvindt. Verrekening met de vakantie bedoeld in artikel 6:2 is mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Non-activiteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij non-activiteit, bedoeld in artikel 125c, eerste lid, van de Ambtenarenwet bestaat geen recht op doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) en vakantietoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar uit hoofde van zijn benoeming of verkiezing, bedoeld in artikel 125c, tweede lid, Ambtenarenwet, aanspraak heeft op een vaste vergoeding - niet zijnde een onkostenvergoeding - wordt op zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n) over de tijd dat hij het op grond van dat artikellid verleende verlof geniet een inhouding toegepast. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als vergoeding voor de met het verlof overeenkomende tijd niet te boven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het dagelijks bestuur kan ter uitvoering van de vorige leden nadere regels vaststellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4-4a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4:4a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het dagelijks bestuur kan de ambtenaar met zijn instemming op non-actief stellen, waardoor hij wordt ontheven van zijn werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het besluit om de ambtenaar op non-actief te stellen bevat in ieder geval een aanduiding van het tijdstip waarop de non-activiteit ingaat en een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de non-activiteit. Indien de ambtenaar dat wenst, bevat het besluit tevens een aanduiding van de omstandigheden die tot de non-activiteit aanleiding hebben gegeven. Het besluit wordt door de ambtenaar voor akkoord getekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedurende de periode van non-activiteit blijft deze arbeidsvoorwaardenregeling en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen in beginsel onverminderd van kracht; slechts met instemming van de ambtenaar kunnen aan de non-activiteit afwijkende bepalingen worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige redenen buitengewoon verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4:5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur kan aan een ambtenaar op diens verzoek, met behoud van het genot van zijn gehele of gedeeltelijke salaris en de toegekende salaristoelage(n) en al dan niet onder bepaalde nadere voorwaarden, verlof verlenen om andere redenen dan die welke zijn genoemd in artikel 6:4 tot en met artikel 6:4:4. Het verlof wordt verleend voor maximaal één jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4-5a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4:5a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het dagelijks bestuur kan aan de ambtenaar die benoemd is tot bezoldigd bestuurder van een vereniging van ambtenaren op diens verzoek onbetaald verlof verlenen voor de duur van de vervulling van de functie voor ten hoogste twee jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedurende de periode van het verlof is het verhaal van de pensioenpremies en de premie voor de voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdrage die voor de ambtenaar zijn verschuldigd. Bij deeltijd verlof wordt het verhaal naar rato vastgesteld. Het verhaal is, voor wat betreft de pensioenpremies, niet aan de orde in het geval dat het verlof voor ten hoogste drie maanden is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitengewoon verlof is geen vakantie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4:6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het buitengewoon verlof dat volledig doorbetaald wordt, wordt niet in mindering gebracht op de vakantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouderschapsverlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op ouderschapsverlof, heeft, voor zover lokaal een regeling betaald ouderschapsverlof is of wordt vastgesteld, over de uren dat hij dit verlof geniet, maar ten hoogste over 13 maal de formele arbeidsduur per week, aanspraak op doorbetaling van een percentage van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het percentage bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de ambtenaar die wordt gesalarieerd volgens: a schaal 1: 90% b schaal 2: 85% c schaal 3: 80% d schaal 4: 70% e schaal 5: 60% f schaal 6 en hoger: 50% 3 Het is niet toegestaan dat de ambtenaar gedurende de uren dat het betaald ouderschapsverlof wordt genoten betaalde arbeid verricht. Het dagelijks bestuur kan hieromtrent nadere regels stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op de ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op ouderschapsverlof is artikel 6:9 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De ambtenaar kan op grond van onvoorziene omstandigheden een verzoek indienen om toegekend ouderschapsverlof niet op te nemen. Tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet, stemt het dagelijks bestuur hiermee in. Instemming heeft tot gevolg dat het resterende ouderschapsverlof wordt opgeschort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5:1</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Meerlingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij twee- of meerlingen bestaat slechts voor één kind aanspraak op betaald ouderschapsverlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De bepalingen uit artikel 6:5:1, 6:5:3, 6:5:4 en 6:5:7 zijn van overeenkomstige toepassing indien er, voor het tweede en de meerdere kinderen van een twee- of meerling, gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid onbetaald ouderschapsverlof te genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ziekte</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5:3</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Opbouw vakantie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De duur van de vakantie van een ambtenaar die ouderschapsverlof geniet, wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het ouderschapsverlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terugbetaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5:5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen zes maanden daarna ontslag wordt verleend op grond van artikel 8:1, eerste lid, of artikel 8:13, is verplicht het salaris en de toegekende salaristoelage(n), die hij op grond van artikel 6:5 heeft genoten, terug te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Geen terugbetalingsverplichting ontstaat indien het ontslag als bedoeld in artikel 8:1, eerste lid: a het gevolg is van het aanvaarden van een dienstverband bij een gemeente of gemeenschappelijke regeling, die de CAR van toepassing heeft verklaard; b en evenmin indien de betrokkene aanspraak heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, vanwege werkloosheid, die is ontstaan doordat de ambtenaar ontslag heeft gevraagd omdat hij de echtgenoot of geregistreerde partner volgt, die door geheel buiten hem liggende oorzaken noodzakelijk van standplaats moet wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen drie maanden daarna op eigen verzoek een functie aanvaardt voor minder uren dan hij direct voorafgaande aan het ouderschapsverlof vervulde, is verplicht het salaris en de toegekende salaristoelage(n), die hij op grond van artikel 6:5 heeft genoten over de uren waarmee zijn aanstelling wordt verminderd, terug te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar die van het betaald ouderschapsverlof gebruik maakt, dient zich tevoren schriftelijk akkoord te verklaren met het in het eerste en derde lid bepaalde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5:6</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5:7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet, kan het dagelijks bestuur een bijzondere regeling treffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht ouderschapsverlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5a</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5a</span><span class=\"lf-art-t\">1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:6</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zwangerschaps- en bevallingsverlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De vrouwelijke ambtenaar die op grond van de Wazo zwangerschaps- en bevallingsverlof geniet, heeft gedurende dit verlof aanspraak op doorbetaling van haar volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De Wazo-uitkering van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt in mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op grond van het eerste lid recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar is, wanneer zij recht heeft op zwangerschaps- en bevallingsverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de uitbetaling van de Wazo-uitkering door Veiligheidsregio Twente bij en door het UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de vrouwelijke ambtenaar de Wazo-uitkering nog niet tot uitbetaling is gekomen, vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, danwel het recht op de Wazo-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan haar schuld of toedoen te wijten is, wordt de Wazo-uitkering op het salaris en de toegekende salaristoelage(n) in mindering gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Adoptie- en pleegzorgverlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op adoptie- of pleegzorgverlof, heeft gedurende dit verlof aanspraak op doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De Wazo-uitkering van het adoptie- of pleegzorgverlof wordt in mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op grond van het eerste lid recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar is, wanneer hij recht heeft op adoptie- of pleegzorgverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de uitbetaling van de Wazo-uitkering door Veiligheidsregio Twente bij en door het UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de Wazo-uitkering nog niet tot uitbetaling is gekomen, vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, danwel het recht op de Wazo-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt de Wazo-uitkering op het salaris en de toegekende salaristoelage(n) in mindering gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het adoptie- en pleegzorgverlof schort de termijnen, bedoeld in artikel 7:3, niet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbetaald verlof onder meer t.b.v. de gemeentelijke levensloopregeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die langer dan een jaar in dienst is van Veiligheidsregio Twente kan het dagelijks bestuur verzoeken hem onbetaald verlof te verlenen voor een periode van ten minste 1 maand en ten hoogste 18 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar geniet in een periode van vijf jaar maximaal 18 maanden onbetaald verlof. Per jaar heeft de ambtenaar recht op maximaal één periode van onbetaald verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het dagelijks bestuur kan afwijken van de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het verzoek van de ambtenaar heeft functie op de volledige arbeidsduur of op een deel daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De ambtenaar dient het verzoek ten minste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum in. Het dagelijks bestuur stelt vast hoe het verzoek wordt ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Het dagelijks bestuur beslist zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek. De ambtenaar ontvangt schriftelijk bericht van de beslissing van het dagelijks bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Indien de ambtenaar betaalde arbeid verricht over de uren dat hij onbetaald verlof geniet, kan het dagelijks bestuur het verlof intrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Onverminderd het zevende lid kan het onbetaalde verlof niet tussentijds worden beëindigd tenzij het dagelijks bestuur en de ambtenaar hiermee instemmen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Het dagelijks bestuur kent een verzoek om onbetaald verlof dat functie heeft op een periode direct voorafgaand aan de pensionering toe, tenzij zwaarwegende dienstbelangen zich daartegen verzetten. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het verlof verleend voor een periode van maximaal drie jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanspraken tijdens het verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De duur van de vakantie van de ambtenaar die onbetaald verlof geniet wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het onbetaald verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedurende de periode van verlof bestaat geen aanspraak op uitkeringen, tegemoetkomingen, toeslagen, toelagen en (kosten)vergoedingen. Bij deeltijd verlof wordt dit naar rato vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedurende de periode van het verlof bestaat aanspraak op de gehele vergoeding als bedoeld in artikel 3:26.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Gedurende de periode van het verlof is het verhaal van de pensioenpremies en de premie voor de voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdrage die voor de ambtenaar zijn verschuldigd. Bij deeltijd verlof wordt het verhaal naar rato vastgesteld. Het verhaal is, voor wat betreft de pensioenpremies, niet aan de orde in het geval dat het verlof voor ten hoogste drie maanden is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop met ziekte</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het verlof van de ambtenaar die voor een deel van zijn dienstverband onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen ziek is, eindigt met ingang van de vijftiende kalenderdag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het dagelijks bestuur kan besluiten het verlof van de ambtenaar die volledig onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen ziek is, in schrijnende gevallen te beëindigen. Dit kan niet wanneer er sprake is van verlof voorafgaand aan pensionering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop met zwangerschaps- en bevallingsverlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het onbetaalde verlof eindigt op de eerste dag van het zwangerschaps- en bevallingsverlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">6a De gemeentelijke levensloopregeling Begripsomschrijvingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a gemeentelijke levensloopregeling: een regeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964; b instelling: een door de ambtenaar gekozen kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 19g, vierde lid, Wet op de loonbelasting 1964; c levenslooprekening: een bij de instelling door de ambtenaar geopende geblokkeerde rekening, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort; d levensloopverzekering: een bij de instelling door de ambtenaar afgesloten verzekering, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort; e levenslooptegoed: het tegoed op een levenslooprekening onderscheidenlijk het verzekerd kapitaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) Verzoek tot deelname levensloopregeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die deel wil nemen aan de gemeentelijke levensloopregeling meldt dit bij het dagelijks bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het dagelijks bestuur verwerkt de melding uiterlijk met ingang van de derde kalendermaand na ontvangst, tenzij niet wordt voldaan aan de eisen zoals genoemd in artikel 6a:4.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het dagelijks bestuur stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden deelname levensloopregeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar informeert het dagelijks bestuur schriftelijk over de instelling waarbij de levenslooprekening of de levensloopverzekering wordt aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het dagelijks bestuur of hij een levenslooptegoed heeft opgebouwd bij een of meer gewezen inhoudingsplichtigen tenzij een andere werkgever bij wie de ambtenaar in dienst is geacht wordt inhoudingsplichtig te zijn ten aanzien van dit levenslooptegoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar stemt er schriftelijk mee in dat de instelling aan het dagelijks bestuur informatie verstrekt over de omvang van het levenslooptegoed van de ambtenaar tenzij dit levenslooptegoed geacht wordt te zijn opgebouwd bij een andere inhoudingsplichtige bij wie de ambtenaar in dienst is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het dagelijks bestuur dat hij voldoet aan de voorwaarden die de Wet op de loonbelasting 1964 aan deelname stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inleg</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar vermeldt bij zijn melding om deel te nemen aan de gemeentelijke levensloopregeling het gewenste bedrag van de inleg per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar kan eenmaal per jaar op een door het dagelijks bestuur aangewezen wijze en tijdstip de hoogte van de inleg wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De inleg bestaat uit een of meerdere van de in artikel 6a:6 genoemde bronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bronnen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse inleg van de ambtenaar in het kader van de gemeentelijke levensloopregeling bestaat uit een of meer van de volgende bronnen: a het salaris; b het IKB indien het dagelijks bestuur de levensloopregeling op grond van artikel 3:29 lid 2 heeft aangewezen als bestedingsdoel van het IKB c de geldelijke vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren, bedoeld in artikel 3:36; d het opgebouwde verloftegoed, bedoeld in artikel 4:9 lid 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Levensloopbijdrage</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) Uitbetaling levensloopbijdrage 2008</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">7a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) Beëindiging deelname levensloopregeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het dagelijks bestuur beëindigt de deelname aan de levensloopregeling uiterlijk twee maanden na ontvangst van de kennisgeving hiertoe door de ambtenaar. Het dagelijks bestuur stelt vast hoe de kennisgeving moet plaatsvinden 2 Deelname aan de gemeentelijke levensloopregeling eindigt daarnaast: a bij overlijden van de ambtenaar; b bij ontslag van de ambtenaar; c op de laatste dag van de maand voorafgaand aan de maand waarin de ambtenaar 65 jaar wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opname levenslooptegoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om over het levenslooptegoed te kunnen beschikken ten behoeve van de opname van onbetaald verlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg en hoofdstuk 6 meldt de ambtenaar tenminste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum het dagelijks bestuur dat hij wil beschikken over (een deel van zijn) levenslooptegoed. Het dagelijks bestuur stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is niet van toepassing op ambtenaren bedoeld in hoofdstuk 9 en 9b, met uitzondering van de ambtenaar op wie paragraaf 5 van hoofdstuk 9b van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke regeling ambtenaren die werkzaam zijn in een functie bij het gemeentelijk stadsvervoer</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6a</span><span class=\"lf-art-t\">11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) 7 Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 1</span><span class=\"lf-art-t\">Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Definities</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:1</span><span class=\"lf-art-t\">1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd; b werkzaamheden in het kader van de re-integratie: loonvormende arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid; c scholing in het kader van de re-integratie: scholing die gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid; d arbeidsongeschiktheid in en door de dienst: arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken die in overwegende mate haar oorzaak vindt in:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de aard van de opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht of;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in een dienstongeval verband houdende met de aard van de opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waarin deze werkzaamheden moesten worden verricht; en die niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten; e restverdiencapaciteit: het door UWV vast te stellen inkomen dat de ambtenaar met zijn vaardigheden en bekwaamheden, gelet op zijn beperkingen, nog kan verdienen; f arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet; g inactieve: de oud-ambtenaar met een WW-uitkering, aanvullende uitkering, na-wettelijke uitkering, WAO-uitkering, WIA-uitkering of wachtgelduitkering, die direct voorafgaand aan de uitkering in dienst was van een gemeente of gemeenschappelijke regeling, die de CAR van toepassing heeft verklaard; h postactieve: de oud-ambtenaar met een uitkering functioneel leeftijdsontslag, ouderdomspensioen van het ABP of ABP keuzepensioen, die direct voorafgaand aan deze uitkering of dit pensioen in dienst was van een gemeente of gemeenschappelijke regeling, die de CAR van toepassing heeft verklaard of inactieve was;</div>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span><span class=\"lf-art-t\">Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arbodienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheidsregio Twente laat zich bijstaan door een arbodienst of gecertificeerd deskundige(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsgeneeskundige begeleiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar heeft het recht op bedrijfsgeneeskundige begeleiding overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar geschiedt door een arbodienst of gecertificeerd deskundige(n), overeenkomstig door het dagelijks bestuur te stellen regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Consulteren arts door ambtenaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar heeft het recht een arts van de arbodienst rechtstreeks te consulteren ter zake van gezondheidsproblemen die naar zijn mening met zijn arbeidssituatie kunnen samenhangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Periodiek geneeskundig onderzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2:4</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geneeskundig onderzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2:5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het dagelijks bestuur is bevoegd de arbodienst opdracht te geven de ambtenaar aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen: a indien naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijkerwijs aanleiding bestaat tot twijfel aan een goede gezondheidstoestand van de ambtenaar; b indien de ambtenaar niet of niet langer volledig geschikt is gebleken voor het naar behoren vervullen van zijn functie, zulks ten einde na te gaan of hiervoor medische oorzaken zijn aan te wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar is verplicht zich aan een onderzoek, bedoeld in het eerste lid, te onderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitendienststelling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2:6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien bij een onderzoek, bedoeld in artikel 7:2:5 blijkt van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand van de ambtenaar, dat naar het oordeel van de arbodienst de belangen van de ambtenaar, die van de dienst of van bij de dienstuitoefening betrokken derden zich tegen voortzetting van zijn werkzaamheden verzetten, wordt de ambtenaar door het dagelijks bestuur buiten dienst gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt niet plaats indien, naar het oordeel van de arbodienst, de lichamelijke of geestelijke toestand van de ambtenaar het wenselijk maakt dat hij tijdelijk met andere werkzaamheden wordt belast, indien en voor zover deze voorhanden zijn. In dat geval is artikel 7:18:1 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van de overige artikelen van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een verhindering wegens ziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatregelen of voorzieningen in belang herstel ambtenaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2:7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien daartoe naar het oordeel van de arbodienst aanleiding bestaat, verzoekt het dagelijks bestuur het UWV de ambtenaar in aanmerking te laten komen voor maatregelen of voorzieningen in het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar wordt van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk in kennis gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanspraken tijdens ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Recht op salaris en de toegekende salaristoelage(n)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek vanaf de eerste dag van die ongeschiktheid gedurende de eerste zes maanden recht op doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid gedurende de zevende tot en met de twaalfde maand recht op doorbetaling van 90% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 12 maanden gedurende de dertiende tot en met de vierentwintigste maand recht op doorbetaling van 75% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 24 maanden tot het einde van zijn dienstverband recht op doorbetaling van 70% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ziekte ook gebreken verstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De ambtenaar heeft recht op de doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n) over de uren waarop hij: a zijn arbeid verricht; b passende arbeid verricht; c werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie verricht; d scholing volgt in het kader van zijn re-integratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 De ambtenaar behoudt na afloop van de termijn van zes maanden recht op de doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n) bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 De ambtenaar bedoeld in het derde en vierde lid, die gedurende ten minste 50% van zijn formele arbeidsduur zijn arbeid, passende arbeid, werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie verricht of scholing volgt in het kader van zijn re-integratie, genoemd in het zesde lid van dit artikel, heeft recht op een extra percentage van 5% berekend over het salaris en de toegekende salaristoelage(n) waar hij recht op heeft ingevolge dit artikel. Hierbij geldt als maximum het salaris en de toegekende salaristoelage(n) zoals genoemd in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 De ambtenaar heeft ten minste recht op het wettelijk minimumloon, berekend naar rato van zijn formele arbeidsduur.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 De periode waarover de ambtenaar voorafgaand aan de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in artikel 6:7, ziek is als gevolg van de zwangerschap, schort de periode, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, op.</p>\n<p class=\"lf-p\">11 Voor de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt genoten, bedoeld in artikel 6:7, tenzij in dat geval de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) zoals genoemd in het eerste, tweede, derde en vierde lid, eindigt indien de ambtenaar definitief wordt herplaatst in een andere functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot het recht op beloning tijdens arbeidsongeschiktheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">14 Het dagelijks bestuur zal rekening houden met individuele gevallen van terminale ziekte. In die gevallen zal de afweging worden gemaakt of ook na afloop van de termijn van zes maanden, bedoeld in het eerste lid, het volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n) wordt doorbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorbetaling tijdens ziekte onbetaald/gedeeltelijk betaald verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die onbetaald dan wel gedeeltelijk betaald verlof geniet heeft recht op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n) als bedoeld in artikel 7:3, met dien verstande dat de ambtenaar nooit een hoger bedrag doorbetaald kan krijgen, dan hij zou hebben gekregen, indien hij niet ziek zou zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Aan de gewezen ambtenaar die recht heeft op een WGA- of IVA--uitkering wordt, bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst, een aanvullende uitkering verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De aanvullende uitkering genoemd in het eerste lid is voor de ambtenaar met een WGA- of IVA-uitkering, gelijk aan het bedrag dat nodig is om de aan de ambtenaar toegekende WGA- of IVA-uitkering, vermeerderd met een aan de ambtenaar toegekende bovenwettelijke aanvulling ingevolge het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, aan te vullen tot een bepaald percentage van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) die de ambtenaar heeft genoten in het jaar voorafgaand aan zijn ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit percentage is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van:</p>\n<p class=\"lf-p\">80% of meer: 95% 65 tot 80% 68,875% 55 tot 65% 57% 45 tot 55% 47,5% 35 tot 45% 38% 3 De aanvullende uitkering eindigt: a indien de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden of; b met ingang van de eerste dag van de maand waarin de ambtenaar 65 jaar wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De gewezen ambtenaar die recht heeft op een uitkering op grond van dit artikel, is verplicht om het dagelijks bestuur op de hoogte te stellen van wijzigingen in zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering of bovenwettelijke aanvulling ingevolge het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overlijdensuitkering bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:6</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vergoeding kosten geneeskundige verzorging bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst worden aan de ambtenaar vergoed de te zijner laste blijvende, naar het oordeel van het dagelijks bestuur noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het dagelijks bestuur kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere voorschriften geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere regels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststelling refertetijdvak toelagen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:8:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het refertetijdvak dat in acht wordt genomen voor de vaststelling van de gemiddelde hoogte van de toegekende salaristoelage(n) ten behoeve van de vaststelling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) tijdens ziekte, dient in een lokale regeling nader te worden uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Periodieke salarisverhoging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-8-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:8:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het onderwerp periodieke salarisverhogingen tijdens ziekte dient in een lokale regeling nader te worden uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werktijd bij toepassing van artikel 2:7a</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-8-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:8:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar wiens arbeidsduur is aangepast op grond van artikel 2:7a, kan voor de duur van de periode waarvoor toepassing van dit artikel is bepaald, worden verplicht tot aanvaarding van arbeid waarvan de arbeidsduur overeenkomt met deze tijdelijke uitgebreide arbeidsduur. Wanneer de periode waarvoor de toepassing van artikel 2:7a is verstreken, geldt de verplichting voor de ambtenaar ten aanzien van de aanvaarding van een nieuwe functie voor de formele arbeidsduur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 4</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen en sancties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verplichtingen dagelijks bestuur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het dagelijks bestuur is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen arbeid of passende arbeid te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en binnen de openbare dienst van Veiligheidsregio Twente geen passende arbeid voorhanden is, bevordert het dagelijks bestuur de inschakeling van de ambtenaar in passende arbeid buiten de openbare dienst van Veiligheidsregio Twente.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Uit hoofde van zijn verplichting, genoemd in het eerste en tweede lid, stelt het dagelijks bestuur in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid van WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het dagelijks bestuur stelt een protocol vast, waarin de regels zijn opgenomen met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van ziekteverzuim, verplichtingen omtrent ziek- en herstelmeldingen daaronder begrepen, de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplichting ambtenaar tot informatieverstrekking bij ziekte</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar verstrekt op verzoek van het dagelijks bestuur alle informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplichting tot verlening van medewerking aan re-integratie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, is verplicht: a gevolg te geven aan, door het dagelijks bestuur of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het dagelijks bestuur of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in artikel 7:9; b zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:9, derde lid; c zich te gedragen naar de regels die in het protocol, bedoeld in artikel 7:9, vierde lid, zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn functie te vervullen, in staat is passende arbeid als bedoeld in artikel 7:1 te verrichten en hij door het dagelijks bestuur of een andere werkgever daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij verplicht die arbeid te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplichtingen ambtenaar medisch onderzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar is verplicht zich te onderwerpen aan een door of vanwege de arbodienst in te stellen medisch onderzoek ter beantwoording van de vragen: a of er sprake is van verhindering tot het vervullen van zijn functie wegens ziekte; b in welke mate er sprake is van verhindering als bedoeld onder a; c of de ambtenaar de verhindering tot het vervullen van zijn functie opzettelijk heeft veroorzaakt; d of de ambtenaar ten onrechte nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften hem door de behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd; e of de ambtenaar zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; f of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid; g wanneer en in welke mate de vervulling van de functie kan worden hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de redenen van medisch onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen aanspraak op doorbetaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-13-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:13:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen aanspraak op salaris en de toegekende salaristoelage(n) als bedoeld in artikel 7:3 en geen opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28 bestaat: a indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7:12, sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar opzettelijk de verhindering tot het vervullen van zijn functie heeft veroorzaakt, tenzij de ambtenaar daarvan op grond van zijn geestelijk toestand geen verwijt kan worden gemaakt; b indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na de in artikel 2:3, eerste lid, bedoelde geneeskundige keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring dat tegen de vervulling van zijn functie uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan, ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Staken van de doorbetaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-13-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:13:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 7:3 en de opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt, wordt gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: a weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting tot het verlenen van medewerking aan een door of vanwege de arbodienst in te stellen medische onderzoek na te komen; b blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten onrechte heeft nagelaten zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen; c blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt, met uitzondering van voorschriften om mee te werken aan een ingreep van heelkundige aard; d zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; e er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een door de arbodienst aangewezen arts niet kan plaatshebben; f tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de arbodienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht en het dagelijks bestuur daartoe toestemming heeft verleend; g weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid, die hij heeft in verband met het verrichten van door de arbodienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of derden; h zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de arbodienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de arbodienst als geldig erkende reden heeft opgegeven; i weigert om – op verzoek van het dagelijks bestuur – informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) en de opbouw van het IKB vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het lid 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen ambtenaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel c, wordt disciplinair gestraft wegens plichtsverzuim.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 7:3, en de opbouw van het IKB bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: a weigert mee te werken aan, door het dagelijks bestuur of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel a, die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen de eigen passende arbeid te verrichten; b weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel b; c weigert aangeboden passende arbeid te verrichten, waartoe hij op grond van artikel 7:11 lid 2 verplicht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), en de opbouw van het IKB, bedoeld in lid 2, vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het lid 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betaling aan anderen en nabetaling aan ambtenaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:15:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het dagelijks bestuur kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat de op grond van de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 het niet uitbetaalde salaris en de toegekende salaristoelage(n), geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar zal worden uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor zover het dagelijks bestuur van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de ingevolge de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde salaris en de toegekende salaristoelage(n) alsnog aan de ambtenaar uitbetaald wanneer de ambtenaar op grond van de second opinion die hij conform artikel 32 van de wet SUWI, heeft aangevraagd inzake het oordeel over de ongeschiktheid tot werken in het gelijk gesteld wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Herplaatsing in passende arbeid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:16</span><span class=\"lf-art-t\">1 Passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, wordt de ambtenaar opgedragen:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a door plaatsing in een andere functie voor tijdelijke duur, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; b door plaatsing in een andere functie bij wijze van proef, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; c bij een andere werkgever, door een tijdelijke detachering, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, aan de ambtenaar opgedragen door definitieve herplaatsing. Deze definitieve herplaatsing vindt plaats door wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid zijn volledige restverdiencapaciteit benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die 35% of meer, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid 50% van zijn restverdiencapaciteit of meer benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt onder een andere functie mede verstaan het verrichten van dezelfde werkzaamheden onder andere voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van o ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 De termijn van 24 maanden wordt verlengd: a met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en b met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 De ambtenaar verleent alle medewerking en verstrekt alle informatie die nodig is om de restverdiencapaciteit vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terugkeer in functie na ziekte</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn functie te vervullen, kan worden bepaald dat hij zijn functie slechts weer zal mogen vervullen, indien het dagelijks bestuur daarvoor toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate waarin de hervatting kan geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten behoeve van de bepaling van het eerste lid zal mede worden gelet op het advies van de arbodienst of van het UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De in het eerste lid bedoelde toestemming is in ieder geval vereist indien de ambtenaar gedurende meer dan een jaar volledig verhinderd is geweest zijn functie te vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomsten uit of in verband met arbeid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot het in mindering brengen op de beloning van de ambtenaar, van inkomsten uit passende arbeid of werkzaamheden in het kader van diens re-integratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomsten uit andere functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-18-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:18:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen van zijn functie, op grond van een aan het dagelijks bestuur uitgebracht advies door de arbodienst of door het UWV, in het belang van zijn genezing of zijn re-integratie, dan wel in het kader van herplaatsing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, worden de inkomsten uit deze arbeid in mindering gebracht op het salaris en de toegekende salaristoelage(n) waar de ambtenaar recht op heeft krachtens artikel 7:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tot de in het eerste lid bedoelde inkomsten wordt tevens gerekend een herplaatsingstoelage, toegekend op grond van hoofdstuk 12 van het pensioenreglement, alsmede elke andere toelage, onder welke benaming ook, die geacht kan worden functie te hebben op arbeid bedoeld in het eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 5</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere situaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop met een ZW-uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk recht heeft op een ZW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de ZW gestelde termijnen en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen ZW-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, dan wel het recht op de ZW-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar verleent op verzoek van het dagelijks bestuur alle medewerking aan het via het dagelijks bestuur tot uitbetaling laten komen van de ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het meerdere aan de ambtenaar uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop met een WW-uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar ter zake van het dienstverband waarbij de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft op een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop met een uitkering op grond van de WIA</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende verhindering tot het vervullen van zijn functie recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft. Wanneer de ambtenaar recht heeft op een IVA-uitkering dan wel een WGA-uitkering in verband met volledige, maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid, heeft de ambtenaar ten minste recht op een bedrag ter hoogte van deze IVA- of WGA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering uit hoofde van twee of meer dienstverbanden, wordt die uitkering naar rato van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) uit de verschillende functies, in mindering gebracht op de functie op grond waarvan de betaling wordt gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de ambtenaar geen WGA- of IVA-uitkering aanvraagt binnen de in de WIA gestelde termijnen en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen WGA- of IVA-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar niet kan worden vastgesteld of de ambtenaar in aanmerking komt voor een WGA- of een IVA-uitkering en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door betrokkene de WGA- of IVA-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de WGA- of IVA-uitkering zoals die werd genoten voor vermindering of gehele of gedeeltelijke weigering van het bedrag plaatsvond.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De ambtenaar verleent op verzoek van het dagelijks bestuur alle medewerking aan het via het dagelijks bestuur tot uitbetaling laten komen van de WGA- of IVA-uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7:21 is van overeenkomstige toepassing, wanneer de ambtenaar in aanvulling op de WGA- of IVA-uitkering, bedoeld in artikel 7:21, recht heeft op een bovenwettelijke aanvulling op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">WAJONG/WAZ</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar op grond van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op een WAJONG- of WAZ-uitkering, worden deze uitkeringen voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een uitkering op grond van de WIA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 6</span><span class=\"lf-art-t\">Tegemoetkoming kosten zorgverzekering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zorgverzekering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De VNG sluit voor de zorgverzekering van gemeenteambtenaren, postactieven en inactieven een overeenkomst als bedoeld in artikel 18 van de Zorgverzekeringswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegemoetkoming kosten zorgverzekering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24a</span><span class=\"lf-art-t\">(Verplaatst naar hoofdstuk 3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoogte tegemoetkoming</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25</span><span class=\"lf-art-t\">(Verplaatst naar hoofdstuk 3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere dienstverbanden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar uit hoofde van een ander dienstverband een tegemoetkoming krijgt voor ziektekosten, wordt dit verrekend met de tegemoetkoming op grond van artikel 7:24a en artikel 7:25. De ambtenaar is verplicht Veiligheidsregio Twente te informeren, indien hij een dergelijke tegemoetkoming ontvangt uit hoofde van een andere dienstbetrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhouding ziektekostenpremies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25b</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:1</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:2</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-2a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:2a</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:3</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:4</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 7</span><span class=\"lf-art-t\">Overige bepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die wegens ziekte op 31 december 2000 recht heeft op salarisbetaling of uitkering op grond van dit hoofdstuk en waarvan de ziekte ook na deze datum voortduurt, blijven de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals deze luidden op 31 december 2000 van kracht tot het moment dat de ziekte van de betrokkene eindigt, dan wel tot de dag met ingang waarvan de betrokkene recht krijgt op een uitkering krachtens de Ziektewet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De betrokkene is verplicht de onverschuldigde betalingen aan hem, die op grond van dit artikel zijn verricht, terug te betalen, indien hem met terugwerkende kracht een uitkering krachtens de Ziektewet wordt toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Garantie-uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die herplaatst is op grond van artikel 7:6, tweede lid onder c, zoals dat luidde voor 1 januari 2003, heeft, indien naderhand maar voor 1 januari 2001, de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld, recht op een garantie-uitkering, indien hem geen aanvullende gangbare arbeid is aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is om zijn toegenomen restverdiencapaciteit te benutten. Onder gangbare arbeid wordt in dit artikel verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe betrokkene in staat is, gezien zijn krachten en bekwaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De garantie-uitkering bedraagt te rekenen vanaf de datum van aanvang van de ziekte in de oorspronkelijke functie 18 maanden 100%, vervolgens 39 maanden 80% en daarna 33 maanden 70% van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) die de ambtenaar genoot in de oorspronkelijke functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de ambtenaar ontvangt uit het dienstverband waarin hij is herplaatst en, in voorkomend geval, met het recht op WAO-uitkering, invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf verkregen op of na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien de betrokkene nalaat van de gelegenheid gebruik te maken die kan leiden tot het verkrijgen van gangbare arbeid, indien hij weigert gangbare arbeid te aanvaarden of indien hij opzettelijk inkomsten uit gangbare arbeid verloren laat gaan, wordt het bedrag van de garantie-uitkering verminderd met het bedrag van de verzuimde of de verloren gegane inkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De garantie-uitkering eindigt: a met ingang van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt; b bij ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsartikel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 zoals die golden op 31 december 2005, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen op of na 1 januari 2004 en die op grond van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21, zoals die golden op 31 december 2005, van toepassing, waarbij de verwijzing in artikel 7:21, eerste lid, naar artikel 7:3, eerste lid, gelezen moet worden als een verwijzing naar artikel 7:3, zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2006.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het dagelijks bestuur stelt per 1 januari 2006 voor de ambtenaren van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, is gelegen op of na 1 januari 2004, de duur van de ongeschiktheid vast. De hoogte van de loondoorbetaling vanaf 1 januari 2006 wordt bij voortduring van de ongeschiktheid berekend op basis van het bepaalde in artikel 7:3, eerste tot en met het vierde lid.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 is artikel 7:18:1 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 7:18:1 zoals dat gold op 31 december 2005, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28b</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 7:16 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Ontslag Ontslag op verzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:1:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1, wordt niet verleend met ingang van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 (Vervallen) 2 Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen, indien de ambtenaar hiermede instemt, van het bepaalde in het eerste lid afwijken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst is getreden van Veiligheidsregio Twente, alsmede de aanstelling of arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 8:2 lid 2 wordt beëindigd wanneer een van de partijen dat wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van lid 1 geldt in geval van ziekte een opzegtermijn van 13 weken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2:1</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens reorganisatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van zijn functie of wegens verandering in de inrichting van het dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen uitgezonderd, ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Over het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, wordt overleg gepleegd in de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Daarna wordt het aan de betrokken ambtenaren medegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:4</span><span class=\"lf-art-t\">1 Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt verstaan:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een WGA-uitkering; b arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van volledige ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ontslag als bedoeld in het tweede lid mag slechts plaatsvinden indien er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het dagelijks bestuur betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid het resultaat van de claimbeoordeling van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het dagelijks bestuur stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat een ontslagprocedure als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het zesde lid, genomen is, moet het dagelijks bestuur, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 De termijn van 24 maanden, als bedoeld in het derde lid wordt verlengd: a met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en b met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van gedeeltelijke ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een ontslag als bedoeld in het eerste lid mag slechts plaatsvinden indien: a er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte gedurende een periode van 36 maanden; b het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de ambtenaar binnen Veiligheidsregio Twente passende arbeid op te dragen, als bedoeld in artikel 7:9.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het dagelijks bestuur betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid het resultaat van de claimbeoordeling op grond van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het dagelijks bestuur stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid op grond waarvan de ontslagprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 33e maand na de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, genomen is, moet het dagelijks bestuur, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 De termijn van 36 maanden, als genoemd in het tweede lid, onderdeel a, wordt verlengd: a met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en b met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Indien voor de ambtenaar buiten Veiligheidsregio Twente passende arbeid als bedoeld in artikel 7:16, derde of vierde lid, aanwezig is, is ontslag vanaf 24 maanden na de eerste dag van ongeschiktheid op grond van dit artikel mogelijk. Bij het bepalen van de termijn van 24 maanden worden het zesde, zevende en achtste lid van artikel 7:16 overeenkomstig toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte of gebrek kan ontslag verleend worden indien hij zonder deugdelijke grond weigert: a gevolg te geven aan door het dagelijks bestuur of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het dagelijks bestuur of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of passende arbeid te verrichten, als bedoeld in artikel 7:9; b arbeid als bedoeld in artikel 7:11, tweede lid te verrichten waartoe het dagelijks bestuur hem in de gelegenheid stelt; c zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA; d een uitkering op grond van de WIA aan te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, wint het dagelijks bestuur een hierop functie hebbend advies van het UWV in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige ontslaggronden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:7</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">sub a verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie geldt; sub b aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de functie zou uitsluiten; sub c staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; sub d toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; sub e onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; sub f het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:7:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behalve in het geval, bedoeld in artikel 8:7, onder e, wordt een ontslag op grond van eerder genoemd artikel eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan op de dag volgend op die waarop de reden voor het ontslag voor het eerst aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een ambtenaar die vast is aangesteld kan eervol worden ontslagen op een bij het besluit omschreven grond, niet vallende onder de gronden in vorige artikelen van dit hoofdstuk genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:8:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De grond waarop het ontslag berust, dat is verleend ingevolge artikel 8:8, wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij was benoemd of verkozen tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens pré-Vut Artikelen 8:10 en 8:10:1 (vervallen) Ontslag wegens FPU</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:11</span><span class=\"lf-art-t\">(Vervallen)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:11:1</span><span class=\"lf-art-t\">(Vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke urenuitbreiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is van rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het dienstverband feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een aanstelling is verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor bepaalde tijd is aangegaan, is, voor zover het die urenuitbreiding betreft, van rechtswege ontslagen op de datum dat de urenuitbreiding eindigt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, de urenuitbreiding feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een urenuitbreiding is verleend, wordt de tijdelijke urenuitbreiding geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd kan ontslag worden verleend indien de omstandigheid die tot de aanstelling leidde is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd is aangegaan, kan, voor zover het die urenuitbreiding betreft, ontslag worden verleend, indien de omstandigheid die tot de urenuitbreiding leidde, is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het ontslag als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kan niet plaatsvinden wanneer de termijnen als genoemd in artikel 2:4 zijn overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Het dagelijks bestuur kan omtrent de opzegtermijnen voor het ontslag uit een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd nadere regels stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, eerste en tweede lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opzegtermijn bij beëindiging tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding voor onbepaalde tijd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij een ontslag als bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, wordt een opzegtermijn in acht genomen: a van drie maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken twaalf maanden heeft geduurd; b van twee maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken zes maanden of langer, doch korter dan twaalf maanden, heeft geduurd; c van één maand, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken korter dan zes maanden heeft geduurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Over de tijd die aan de in het eerste lid bedoelde opzegtermijn mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag als disciplinaire straf</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:14</span><span class=\"lf-art-t\">1 In dit artikel wordt verstaan onder:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a wet: Wet op de ondernemingsraden; b ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in de wet; c ambtenaar: de persoon zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden: a wegens de plaatsing van de ambtenaar op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de wet; b wegens het lidmaatschap van een ondernemingsraad; c wegens het lidmaatschap van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet; d van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een ondernemingsraad; e van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden wegens het feit dat de ambtenaar door een toegelaten organisatie als bedoeld in artikel 12:1, derde lid, of door een daarbij aangesloten bond is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten bond c.q. binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van het gestelde in het tweede en derde lid kan ontslag op grond van artikel 8:8 plaatsvinden wanneer de betrokkene schriftelijk in het ontslag toestemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris heeft toegevoegd, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op die secretaris .</p>\n<p class=\"lf-p\">Schorsing als ordemaatregel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd het bepaalde in artikel 16:1:2 kan de ambtenaar door het dagelijks bestuur worden geschorst: a wanneer hem het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan; b wanneer tegen hem volgens de terzake geldende bepalingen van het Wetboek van Strafvordering een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis wordt ten uitvoer gelegd; c wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf wordt ingesteld; d in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het belang van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval: a een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat; b een nauwkeurige aanduiding van de in het eerste lid bedoelde omstandigheid of omstandigheden welke tot de schorsing aanleiding heeft of hebben gegeven; c een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder b of c, kunnen het salaris en de toegekende salaristoelage(n) voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag van de salaris en de toegekende salaristoelage(n), plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder a, kan tot de in de strafaanzegging of -oplegging genoemde datum van ingang van het ontslag de doorbetaling geheel of gedeeltelijk worden gestaakt, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van de datum van het ontslag wordt de doorbetaling geheel gestaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het betaalbare gedeelte van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan het op hem verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde salaris en de toegekende salaristoelage(n) wordt alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of ook indien en in zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde salaris en de toegekende salaristoelage(n) wordt alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevoegdheid tot ontslagverlening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de functie, laatstelijk door de ambtenaar vervuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het besluit tot het verlenen van ontslag wordt op schrift gesteld, met vermelding van de datum van ingang van het ontslag dan wel een omschrijving of aanduiding van die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opzegtermijnen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:1</span><span class=\"lf-art-t\">(vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overlijdensuitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:2</span><span class=\"lf-art-t\">(Verplaatst naar hoofdstuk 3)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:3</span><span class=\"lf-art-t\">(Verplaatst naar hoofdstuk 3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16a</span><span class=\"lf-art-t\">(Verplaatst naar hoofdstuk 3)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen arbeidsduur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien door de werkgever de formele arbeidsduur per week gedeeltelijk wordt teruggebracht, al dan niet na een tijdelijke uitbreiding daarvan, dient dit te geschieden door een gedeeltelijk ontslag op grond van dit hoofdstuk, behalve in het geval van wijziging van de aanstelling op grond van artikel 7:16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen op of na 1 januari 2004, maar die op grond van de WAO recht hebben op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in artikel 8:5, is gelegen voor 1 juli 2007 is artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 8:5, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 8:4 of artikel 8:5 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 (Vervallen) FLO-betrekkingen en leeftijdsgrenzen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-9-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:9:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor functioneel leeftijdsontslag waren tot 1 januari 2006 leeftijdsgrenzen van toepassing voor de ambtenaren bij de beroepsbrandweer belast met repressieve diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze leeftijdsgrenzen waren bij de gemeente Almelo:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>55 jaar voor de ambtenaar belast met de actieve deelname aan de repressieve brandbestrijding;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>60 jaar voor de commandant brandweer.</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze leeftijdsgrenzen waren bij de gemeente Borne:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>55 jaar voor de ondercommandant, postverantwoordelijke, adviseur preventie en administratie medewerker;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>60 jaar voor de commandant brandweer.</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze leeftijdsgrenzen waren bij de gemeente Enschede:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>55 jaar voor de ambtenaar met de rang van adspirant-brandwacht tot adjunct hoofdbrandmeester, indien deze werkzaamheden werden verricht in een 24-uurs-dienstrooster;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>60 jaar voor de ambtenaar vanaf en met inbegrip van de rang van adjunct hoofdbrandmeester;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>60 jaar voor de commandant brandweer.</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze leeftijdsgrenzen waren bij de gemeente Hengelo:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>55 jaar voor de ambtenaar belast met deelname aan de repressieve brandbestrijding, hulpverlening bij rampen, ongelukken e.d. in de rang van aspirant-brandwacht tot adjunct hoofdbrandmeester, indien deze werkzaamheden werden verricht in een repressief dienstrooster;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>60 jaar voor de ambtenaar die op grond van rooster belast was met coördinerende of leidinggevende taken bij brandbestrijding of hulpverlening bij rampen, ongelukken e.d., vanaf de rang van adjunct hoofdbrandmeester, inclusief de plaatsvervangend commandant en commandant.</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze leeftijdsgrenzen waren bij Regio Twente:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>60 jaar voor de ambtenaar bij de regionale brandweer belast met repressieve diensten in een 24 uurs-dienstrooster.</div>\n<p class=\"lf-p\">9a Ambtenaren die vanaf 1 januari 2006 in dienst zijn getreden op een bezwarende functie 2 Bij de invoering van het nieuwe hoofdstuk 3 CAR per 1 januari 2017, zijn de met dat hoofdstuk corresponderende terminologie en verwijzingen in de overige hoofdstukken van de CARUWO aangepast. Dat geldt niet voor dit hoofdstuk; dat is in ongewijzigde vorm gehandhaafd. E.e.a. betekent dat voor verwijzingen en de betekenis van gehanteerde begrippen in dit hoofdstuk, de CARUWO van vóór 1 januari 2017 moet worden geraadpleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die vanaf 1 januari 2006 in dienst is getreden op een bezwarende functie, die op 31 december 2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Definities</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a bezwarende functie: een functie met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; b de tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van Veiligheidsregio Twente of buiten de organisatie van Veiligheidsregio Twente die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie en die past bij de richting zoals afgesproken is in het loopbaanplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medische keuring</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">3 (vervallen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het loopbaanplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar blijft maximaal 20 jaar werkzaam in een bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar heeft recht op een loopbaanplan, waardoor het de ambtenaar mogelijk is na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen binnen of buiten Veiligheidsregio Twente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van hoofdstuk 17 gelden voor de ambtenaar de volgende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar leggen in een persoonlijk loopbaanplan de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden, alsmede de in dat kader door de ambtenaar te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten, die nodig zijn om na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in een bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het loopbaanplan omvat in ieder geval die opleidingselementen die nodig zijn om de ambtenaar die bij de brandweer werkzaam is, in 20 jaar op te leiden tot MBO-niveau. Hierbij moet het gaan om opleidingen die extern erkend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar zijn verplicht medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het loopbaanplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het loopbaanplan wordt in het jaar van indiensttreding opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Het loopbaanplan wordt ten minste een keer per drie jaar geëvalueerd, geactualiseerd en zo nodig bijgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Bij het loopbaanplan wordt rekening gehouden met zowel de belangen van het dagelijks bestuur als met de belangen van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 In het loopbaanplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van het dagelijks bestuur die de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte afspraken uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 De kosten die gemaakt zullen worden in het kader van de in het loopbaanplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door het dagelijks bestuur vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 In het loopbaanplan worden, indien mogelijk, ten aanzien van de activiteiten en de opleiding in ieder geval de volgende aspecten vastgelegd: a het aanspreekpunt binnen de organisatie; b het beroep of de richting die als tweede loopbaan gekozen wordt; c de keuze van opleidingsvorm of het instituut, waar de activiteit plaatsvindt; d de te maken kosten; e de start- en einddatum van de te ondernemen activiteit of de te volgen scholing; f de te maken voortgang binnen de activiteit of scholing; g de minimaal te behalen resultaten van de activiteit of scholing; h de planning van vervolgafspraken; i de omstandigheden onder welke een te volgen opleiding of te ondernemen activiteit kan worden onderbroken of gestopt; j eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terugbetaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die evident misbruik maakt van de loopbaanfaciliteiten die het dagelijks bestuur biedt, is verplicht de kosten, verband houdende met de activiteiten dan wel opleidingen, die door het dagelijks bestuur zijn vergoed, terug te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede loopbaan binnen / buiten Veiligheidsregio Twente</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Plaatsing van een ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan binnen of buiten Veiligheidsregio Twente vindt definitief plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Definitieve plaatsing binnen Veiligheidsregio Twente vindt plaats door aanpassing van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Definitieve plaatsing buiten Veiligheidsregio Twente vindt plaats door ontslag op grond van artikel 8:1 uit de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Disciplinaire straf</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die de verplichtingen, zoals neergelegd in het loopbaanplan, niet nakomt, wordt disciplinair gestraft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer de tweede loopbaan na 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie door schuld of toedoen van de ambtenaar niet begonnen kan worden, wordt de ambtenaar op grond van artikel 8:13 disciplinair ontslag verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevolgen niet starten tweede loopbaan</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar blijft na 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam wanneer: a de tweede loopbaan niet begonnen kan worden, omdat het dagelijks bestuur zijn verplichtingen uit het loopbaanplan niet nakomt; b de tweede loopbaan niet begonnen wordt, omdat het dagelijks bestuur en de ambtenaar daar gezamenlijk toe besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarde is dat de ambtenaar medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het loopbaanplan wordt voortgezet tot de tweede loopbaan begonnen wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid na 20 jaar niet medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, geldt de procedure, bedoeld in artikel 9a:10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medisch niet meer geschikt; overbruggingsuitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die niet meer medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, ontvangt een overbruggingsuitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De duur van de overbruggingsuitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat betrokkene in een bezwarende functie werkzaam is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Per dienstjaar in een bezwarende functie is de duur van de overbruggingsuitkering 12/10 maand. De maximumduur van de overbruggingsuitkering is 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Zodra de medische ongeschiktheid voor de bezwarende functie is vastgesteld, stopt de opbouw van de overbruggingsuitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De hoogte van de overbruggingsuitkering bedraagt de eerste 12 maanden 100% van het salaris en de maanden daarna 80% van het salaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De duur van de overbruggingsuitkering wordt in mindering gebracht op de duur van de loondoorbetaling, bedoeld in artikel 7:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 De overbruggingsuitkering komt tot uitbetaling voor zover deze hoger is dan de loondoorbetaling bij ziekte, bedoeld in artikel 7:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Garantiesalaris en afbouw toelagen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In dit artikel wordt onder oude bezoldiging verstaan de optelsom van: a het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, sub b, b de vakantieuitkering, c de eindejaarsuitkering, d de functioneringstoelage, e de waarnemingstoelage en f de in de lokale bezoldigingsverordening genoemde andere toelagen en emolumenten, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het begin van de tweede loopbaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een keuze van de ambtenaar leidt tot een wijziging van de feitelijke uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel c, werkt die wijziging van de feitelijke uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel c door in de oude bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van het tweede lid werkt een verhoging of verlaging van de feitelijke uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel c bij uitruil in het kader van de uitwisseling van arbeidsvoorwaarden genoemd in hoofdstuk 4a niet door in de oude bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar die binnen de organisatie van Veiligheidsregio Twente de tweede loopbaan begint, krijgt een garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen het oude en het nieuwe salaris. Het oude salaris wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Op de garantietoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoelage de oude bezoldiging overstijgt. De oude bezoldiging wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De ambtenaar die als gevolg van de tweede loopbaan binnen de organisatie van Veiligheidsregio Twente de toelagen en vergoedingen verliest, die behoorden bij de bezwarende functie, krijgt een aflopende afbouwtoelage ter hoogte van een percentage van het verschil tussen de oude toelagen en vergoedingen en eventuele toelagen en vergoedingen die bij de nieuwe functie behoren. De afbouwtoelage bedraagt: a het eerste jaar 100%; b het tweede jaar 75%; c het derde jaar 50%; d het vierde jaar 25%.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oude toelagen en vergoedingen worden niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Op de afbouwtoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoelage en de afbouwtoelage de oude bezoldiging overstijgt. De oude bezoldiging wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 De ambtenaar die een tweede loopbaan begint buiten de organisatie van Veiligheidsregio Twente ontvangt een afkoopbedrag ter hoogte van 175% van het verschil tussen de oude bezoldiging en het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen. Het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen, wordt berekend naar het bedrag dat voor de ambtenaar bij indiensttreding bij de nieuwe werkgever is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">9b Overgangsrecht ambtenaren in een functie die op 31 december 2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag 3 Bij de invoering van het nieuwe hoofdstuk 3 CAR per 1 januari 2017, zijn de met dat hoofdstuk corresponderende terminologie en verwijzingen in de overige hoofdstukken van de CARUWO aangepast. Dat geldt niet voor dit hoofdstuk; dat is in ongewijzigde vorm gehandhaafd. E.e.a. betekent dat voor verwijzingen en de betekenis van gehanteerde begrippen in dit hoofdstuk, de CARUWO van vóór 1 januari 2017 moet worden geraadpleegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene bepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Werkingssfeer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die: a op 31 december 2005 werkzaam was bij een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps of bij een gemeentelijke ambulancedienst; en b op 31 december 2005 een functie vervulde, waarvoor door het dagelijks bestuur krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald; en c sinds 31 december 2005 onafgebroken de functie heeft vervuld, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of ouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid is overeenkomstig van toepassing voor de ambtenaar die a overstapt naar een andere functie bij dezelfde gemeente (lees: Veiligheidsregio Twente) of ambulancedienst, of b overstapt naar een andere gemeentelijk beroepsbrandweerkorps, dan wel naar een andere gemeentelijke ambulancedienst tenzij bij de overstap tussen de werkgever en ambtenaar andere afspraken zijn gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Als voorwaarde bij de toepassing van het tweede lid geldt dat de functie waarnaar de ambtenaar overstapt ook een bezwarende functie is, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of ouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Dit hoofdstuk is alleen van toepassing indien en voor zover er geen afwijkende bepaling uit hoofdstuk 9f van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a bezoldiging: de optelsom van i het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel b, ii de vakantie-uitkering; iii de eindejaarsuitkering; iv de functioneringstoelage; v de waarnemingstoelage en vi de in de lokale bezoldigingsverordening genoemde andere toelagen en emolumenten, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, met uitzondering van de levensloopbijdrage bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a, berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan de datum, die voortvloeit uit de toepassing van artikel 9b:4, artikel 9b:20, artikel 9b:25, zesde lid, artikel 9b:26, artikel 9b:47 en artikel 9b:52. De bezoldiging wordt, met uitzondering van de bezoldiging bedoeld in artikel 9b:20 en 9b:25, na deze datum geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen. Indien verlofopname door de ambtenaar in deze 12 maanden heeft geleid tot een wijziging van de feitelijke uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel c, werkt die wijziging door in de bezoldiging. b bezwarende functie: een functie met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; c dienstjaren voor brandweerpersoneel: de jaren in dienst van een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps, de jaren werkzaam als buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was, die op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag en de jaren als vrijwilliger bij de brandweer, mits het om jaren gaat waarin daadwerkelijk en regelmatig in de uitruk is ingezet en men niet tegelijkertijd een aanstelling had als beroepsbrandweer. Bij twijfel over het aantal dienstjaren als vrijwilliger dient de ambtenaar aannemelijk te maken hoeveel jaren hij als vrijwilliger is ingezet; d dienstjaren voor ambulancepersoneel: de jaren werkzaam bij een gemeentelijke ambulancedienst, de jaren werkzaam bij een ambulancedienst van een ziekenhuis of bij een ambulancedienst in de particuliere sector en de jaren werkzaam als buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was, die op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag; e (Vervallen) e niet-bezwarende functie: een functie die niet valt onder de definitie van onderdeel b; f tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van Veiligheidsregio Twente of buiten de organisatie van Veiligheidsregio Twente die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie;</p>\n<p class=\"lf-p\">g onbezoldigd volledig verlof: verlof voor de formele arbeidsduur per week, zonder behoud van bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: h AOW-hiaat: de periode waarin de ambtenaar van 65 jaar of ouder geen recht had op en AOW-uitkering met een maximum van 24 maanden. § 2 De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen Werkingssfeer</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had in een bezwarende functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keuzemogelijkheid voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar wordt op zijn verzoek vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging. Voor zover het dienstbelang het toelaat, kan de ambtenaar vanaf de datum bedoeld in de eerste volzin in plaats van het volledig buitengewoon verlof als hiervoor bedoeld, een keuze maken uit de volgende mogelijkheden: a 100% werken, waarbij voor ieder vol jaar dat gewerkt wordt een bonus wordt verstrekt van 20% van het voor de ambtenaar geldende jaarsalaris in het jaar voorafgaande aan toekenning van de bonus; b 50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken, tegen doorbetaling van 90% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging; c volledig ontslag op grond van artikel 8:1, waarbij een bonus wordt verstrekt van 100% van het voor de ambtenaar geldende jaarsalaris in het jaar voorafgaande aan toekenning van de bonus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dit voor het behouden van vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is en de werkgever dit kan aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als alternatief voor onderdeel b: 60% van een volledige functie werken tegen doorbetaling van 95% van de daarbij behorende bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar maakt zes kalendermaanden voor de in het eerste lid bedoelde datum het dagelijks bestuur door middel van een verzoek bekend naar welke variant zijn voorkeur uitgaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:11, gaat de datum, bedoeld in het eerste lid zoveel later in als het dagelijks bestuur op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar die kiest voor het in het eerste lid gestelde onder a en b moet medisch geschikt zijn om in de bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met inachtneming van het derde lid, de in het eerste lid gestelde keuzemogelijkheden later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet, met inachtneming van het derde lid, het dagelijks bestuur uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 De ambtenaar die eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan, voor zover het dienstbelang dat toelaat, gedurende de periode tot het moment, bedoeld in artikel 9b:11, zijn keuze herzien, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid. Hierbij geldt als voorwaarde dat als tweede en eventueel volgende keuze alleen een optie in aanmerking komt waarbij minder gewerkt wordt dan bij de eerdere keuze. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 De ambtenaar die in de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari 2011 gebruik maakt van de mogelijkheid, bedoeld in de eerste zin van het eerste lid van dit artikel, en direct daaraan voorafgaand een functie bekleedde waaraan salarisschaal 6 of lager was verbonden, ontvangt gedurende die periode € 500,- netto per kalenderjaar. De ambtenaar die in deze periode geen volledig kalenderjaar gebruik maakt van de genoemde mogelijkheid, ontvangt een bedrag naar rato. Deze uitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december betaald. Aan de ambtenaar die op grond van lokaal beleid al een vergoeding heeft ontvangen, wordt alleen het deel van het totaalbedrag, waarop op grond van dit lid recht bestaat, uitbetaald dat hoger is dan de reeds ontvangen vergoeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pensioenopbouw tijdens keuzes van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Over de bonus, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a en c wordt geen pensioen opgebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:4, vindt opbouw van vakantie-uren plaats naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en vakantietoelage tijdens de periode van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid, eerste volzin en onder onderdeel a en b, zijn de artikelen 3:3 en 3:3:1, respectievelijk artikel 19a:8, artikel 3:6 en artikel 6:3 niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:4 volledig buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:4, eerste volzin of onder b, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:4 van toepassing is geworden, wordt op de doorbetaling van de bezoldiging een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de doorbetaalde bezoldiging samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:4 van toepassing is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel 9b:4.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het dagelijks bestuur besluiten een korting op de door te betalen bezoldiging toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbezoldigd volledig verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid, gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan wel die heeft gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a of b, wordt onbezoldigd volledig verlof verleend vanaf 1 januari 2019 als de ambtenaar op 29 oktober 2016 en 31 december 2018 gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet; de periode van gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof wordt hierdoor onderbroken met de periode van onbezoldigd volledig verlof. Op verzoek van de ambtenaar die niet het LOGA-pad als bedoeld in artikel 9e:2 tweede lid volgt, wordt geen inhoud gegeven aan de hiervoor bedoelde onderbreking. Het bevoegd gezag stelt de medewerker op de hoogte van deze mogelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid, gaat het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, wanneer het dagelijks bestuur op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het onbezoldigd volledig verlof wordt uitgesteld met die periode, waarmee de keuze van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:4, later is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, wanneer het dagelijks bestuur op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbezoldigd volledig verlof later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het dagelijks bestuur uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Premieverdeling bij pensioenopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid, langer is dan drie jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de premie voor de voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, tweede lid, langer is dan twee jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de premie voor de voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Premie IZA-verzekering tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) Vakantieopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) Ziekte tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ziekte tijdens de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, leidt niet tot stopzetting van het onbezoldigd volledig verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambtsjubileumgratificatie tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, telt niet mee voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar, genoemd in het eerste lid, wordt hersteld verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De datum, bedoeld in het tweede lid gaat zoveel later in als het dagelijks bestuur op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op de ambtenaar, genoemd in het tweede lid, zijn vanaf de datum van herstel, voor zover de medische geschiktheid dat toelaat, artikel 9b:4 tot en met artikel 9b:18 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 55 jaar en die wegens ziekte ongeschikt wordt om zijn functie te vervullen, wordt niet ziek gemeld. Vanaf de datum dat de door deze ambtenaar gemaakte keuze op grond van artikel 9b:4, eerste lid, vanwege medische geschiktheid niet meer mogelijk is, verandert deze keuze in een keuze die op grond van zijn medische geschiktheid nog wel mogelijk is, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid. Op hem blijft artikel 9b:11 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De datum, bedoeld in het vijfde lid gaat zoveel later in als het dagelijks bestuur op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisgarantie bij definitieve herplaatsing bij ziekte</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die op grond van hoofdstuk 7 binnen de organisatie van Veiligheidsregio Twente definitief herplaatst wordt, heeft recht op een garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen de oude bezoldiging en het nieuwe totaalinkomen van de ambtenaar. Tot het totaalinkomen wordt de nieuwe bezoldiging gerekend, alsmede de uitkeringen die de ambtenaar in verband met zijn arbeidsongeschiktheid ontvangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer de ambtenaar op grond van hoofdstuk 7 definitief herplaatst wordt in een functie met een lager totaalinkomen buiten de organisatie van Veiligheidsregio Twente, maken het dagelijks bestuur en de ambtenaar afspraken over een financiële regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Levensloop voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het dagelijks bestuur op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld, is de levensloopregeling van hoofdstuk 9e van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkoop OP voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten behoeve van de ambtenaar wordt, onder de voorwaarde dat hij daarvoor fiscale ruimte beschikbaar heeft, op de leeftijd van 53 jaar een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte van 57% van het geïndexeerde loon maal de leeftijdsafhankelijke factor, die behoort bij de leeftijd van 53 jaar. Hierbij is het geïndexeerde loon het gemiddelde pensioengevend inkomen zoals dat bij ABP bekend is over de dienstjaren tot 53 jaar maal de indexatie per betreffend dienstjaar zoals door ABP is vastgesteld. Indien het loon uit enig dienstjaar bij ABP niet bekend is, toont de ambtenaar wat het loon is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer er onvoldoende fiscale ruimte is, wordt hetgeen niet in ABP Extra Pensioen gestort kan worden, aan de ambtenaar ter beschikking gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ten behoeve van de ambtenaar die voor de leeftijd van 53 jaar uittreedt uit een bezwarende functie wordt, met inachtneming van het tweede lid, het in het eerste lid genoemde bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden, waarbij de leeftijdsafhankelijke factor wordt toegepast die hoort bij de leeftijd op het moment van uittreden en het gemiddelde loon wordt berekend tot het moment van uittreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1 van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De ambtenaar kan zijn werkgever eenmalig verzoeken om een indicatie van het verwachte te storten bedrag. Het dagelijks bestuur bepaalt, in overleg met de ambtenaar, het geschikte moment voor deze indicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeftijdsafhankelijke factor voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">22a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De in artikel 9b:22 genoemde leeftijdsafhankelijke factor is afhankelijk van de door ABP gehanteerde actuariële tarieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt: leeftijd factor leeftijd factor leeftijd factor 18 0,305 33 0,474 48 0,739 19 0,314 34 0,489 49 0,761 20 0,323 35 0,503 50 0,784 21 0,333 36 0,518 51 0,808 22 0,343 37 0,534 52 0,832 23 0,353 38 0,550 53 0,857 24 0,364 39 0,566 54 0,883 25 0,375 40 0,583 55 0,909 26 0,386 41 0,601 56 0,936 27 0,397 42 0,619 57 0,964 28 0,409 43 0,638 58 0,993 29 0,422 44 0,657 59 1,023 30 0,434 45 0,676 60 1,054 31 0,447 46 0,697 61 1,085 32 0,461 47 0,718 62 1,118 3 Wanneer de in lid 1 genoemde tarieven door ABP worden gewijzigd, stellen LOGA-partijen nieuwe leeftijdsafhankelijke factoren vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkoop OP bij regionalisering</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">22b</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9b:22, derde lid, wordt voor de ambtenaar</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, geen bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden. § 3 De ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen Werkingssfeer</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren had in een bezwarende functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorwerken zolang dat medisch verantwoord is en tenzij tweede loopbaan gestart wordt</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Zolang dit medisch verantwoord is, blijft de ambtenaar, onder toepassing van artikel 9b:26, in de bezwarende functie werkzaam tot het moment, bedoeld in artikel 9b:28.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid is niet van toepassing wanneer het dagelijks bestuur en de ambtenaar in het kader van het loopbaanplan hierover andere afspraken maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede loopbaan voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar is tot de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt hoofdstuk 9a van toepassing, met inachtneming van de volgende leden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De datum, bedoeld in het eerste lid gaat zoveel later in als het dagelijks bestuur op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor brandweerpersoneel geldt dat in het kader van de tweede loopbaan eerst gezocht wordt naar een functie binnen de organisatie van Veiligheidsregio Twente.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar met geen of onvoldoende diploma's kan via een procedure voor erkenning verworven competenties zijn competenties laten erkennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien dit behulpzaam is bij het vormgeven van de tweede loopbaan heeft de ambtenaar recht op vergoeding van de kosten, voor zover redelijk, van een extern loopbaanadvies.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De ambtenaar die in het kader van de tweede loopbaan een andere functie aanvaardt binnen de organisatie van Veiligheidsregio Twente, ontvangt, in afwijking van artikel 9a:11, eerste tot en met zevende lid, een garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen de oude bezoldiging en de nieuwe bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar maken in het kader van het loopbaanplan afspraken over een financiële regeling wanneer de ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan buiten de organisatie van Veiligheidsregio Twente een functie aanvaardt met een lager totaalinkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recht voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar gaat met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt 50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken tegen doorbetaling van 90% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging. Indien dit voor het behouden van vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is en de werkgever dit kan aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als alternatief 60% van een volledige functie werken tegen doorbetaling van 95% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:35, gaat de datum, bedoeld in het eerste lid, zoveel later in als het dagelijks bestuur op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar moet medisch geschikt zijn om op de wijze, bedoeld in het eerste lid, in zijn bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze, bedoeld in het eerste lid, in zijn bezwarende functie door te werken, wordt ziek gemeld. Op hem is artikel 9b:43, eerste lid, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met inachtneming van het tweede lid, het in het eerste lid bedoelde moment later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet, met inachtneming van het tweede lid, het dagelijks bestuur uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pensioenopbouw tijdens periode van artikel 9b:26</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en vakantietoelage tijdens de periode van artikel 9b:26</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">27a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid, zijn de artikelen 3:3 en 3:3:1, respectievelijk artikel 19a:8, artikel 3:6 en artikel 6:3 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeeltelijk doorbetaald buitengewoon verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren heeft, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij een bepaalde leeftijd bereikt, volledig buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van een bepaald percentage van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging. De leeftijd en het percentage zijn afhankelijk van het aantal dienstjaren op 1 januari 2006. De leeftijd waaraan de ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof is gekoppeld, en het percentage dat vanaf dat moment wordt betaald zijn bij een aantal dienstjaren op 1 januari 2006 van:</p>\n<p class=\"lf-p\">A 5 tot 10 jaar: 58 jaar en 75% B 10 tot 15 jaar: 57 jaar en 78% c 15 tot 20 jaar: 56 jaar en 80% 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:35, gaat de datum, bedoeld in het eerste lid, zoveel later in als het dagelijks bestuur op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De datum, bedoeld in het eerste lid wordt uitgesteld met die periode, waarmee het moment van de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pensioenopbouw tijdens periode van artikel 9b:28</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:28, bouwt de ambtenaar pensioen op over de volledige bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:28</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:28 volledig buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 75%, 78% of 80% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:26 en 9b:28</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en artikel 9b:28, vindt opbouw van vakantie-uren plaats naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:26 en artikel 9b:28</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en artikel 9b:28 inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is geworden, wordt op de doorbetaling van de bezoldiging een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de doorbetaalde bezoldiging samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is geworden.</p></div>", "next": 239819}