{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">of de ambtenaar zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid; wanneer en in welke mate de vervulling van de functie kan worden hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de redenen van medisch onderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-13-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Geen aanspraak op doorbetaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen aanspraak op doorbetaling van salaris en de toegekende salaristoelage(n) als bedoeld in artikel 7:3 en geen opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28, bestaat: indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7:12, sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar opzettelijk de verhindering tot het vervullen van zijn functie heeft veroorzaakt, tenzij de ambtenaar daarvan op grond van zijn geestelijk toestand geen verwijt kan worden gemaakt; indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een halfjaar na de in artikel 2:3, eerste lid, bedoelde geneeskundige keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring dat tegen de vervulling van zijn functie uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan, ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-13-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Staken van de doorbetaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 7:3 en de opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting tot het verlenen van medewerking aan een door of vanwege de arbo-dienst in te stellen medische onderzoek na te komen; blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten onrechte heeft nagelaten zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen; blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt, met uitzondering van voorschriften om mee te werken aan een ingreep van heelkundige aard; zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een door de arbo-dienst aangewezen arts niet kan plaatshebben; tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht en het college daartoe toestemming heeft verleend; weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid, die hij heeft in verband met het verrichten van door de arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of derden; zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de arbo-dienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de arbo-dienst als geldig erkende reden heeft opgegeven; weigert om - op verzoek van het college - informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) en de opbouw van het IKB vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het lid 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:14</span><span class=\"lf-art-t\">Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel c, wordt disciplinair gestraft wegens plichtsverzuim.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 7:3, en de opbouw van het IKB bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: weigert mee te werken aan, door het college of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel a, die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen de eigen passende arbeid te verrichten; weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel b; weigert aangeboden passende arbeid te verrichten, waartoe hij op grond van artikel 7:11 lid 2 verplicht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), en de opbouw van het IKB, bedoeld in lid 2, vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het lid 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-14-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:14:10</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:15:1</span><span class=\"lf-art-t\">Betaling aan anderen en nabetaling aan ambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat de op grond van de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 het niet uitbetaalde salaris en de toegekende salaristoelage(n), geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar zal worden uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor zover het college van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de ingevolge de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald wanneer de ambtenaar op grond van de second opinion die hij conform artikel 32, van de wet SUWI, heeft aangevraagd inzake het oordeel over de ongeschiktheid tot werken in het gelijk gesteld wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:16</span><span class=\"lf-art-t\">Herplaatsing in passende arbeid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, wordt de ambtenaar opgedragen: door plaatsing in een andere functie voor tijdelijke duur, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; door plaatsing in een andere functie bij wijze van proef, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; bij een andere werkgever, door een tijdelijke detachering, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, aan de ambtenaar opgedragen door definitieve herplaatsing. Deze definitieve herplaatsing vindt plaats door wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid zijn volledige restverdiencapaciteit benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die 35% of meer, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid 50% van zijn restverdiencapaciteit of meer benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt onder een andere functie mede verstaan het verrichten van dezelfde werkzaamheden onder andere voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.De termijn van 24 maanden wordt verlengd: met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.De ambtenaar verleent alle medewerking en verstrekt alle informatie die nodig is om de restverdiencapaciteit vast te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:17</span><span class=\"lf-art-t\">Terugkeer in functie na ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn functie te vervullen, kan worden bepaald dat hij zijn functie slechts weer zal mogen vervullen, indien het college daarvoor toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate waarin de hervatting kan geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Ten behoeve van de bepaling van het eerste lid zal mede worden gelet op het advies van de arbo-dienst of van het UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De in het eerste lid bedoelde toestemming is in ieder geval vereist indien de ambtenaar gedurende meer dan eenjaar volledig verhinderd is geweest zijn functie te vervullen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:18</span><span class=\"lf-art-t\">Inkomsten uit of in verband met arbeid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het in mindering brengen op de beloning van de ambtenaar, van inkomsten uit passende arbeid of werkzaamheden in het kader van diens reïntegratie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-18-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:18:1</span><span class=\"lf-art-t\">Inkomsten uit andere betrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen van zijn functie, op grond van een aan het college uitgebracht advies door de arbo-dienst of door het UWV, in het belang van zijn genezing of zijn reïntegratie, dan wel in het kader van herplaatsing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, worden de inkomsten uit deze arbeid in mindering gebracht op het salaris en de toegekende salaristoelage(n) waar de ambtenaar recht op heeft krachtens artikel 7:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Tot de in het eerste lid bedoelde inkomsten wordt tevens gerekend een herplaatsingstoelage, toegekend op grond van hoofdstuk 12 van het pensioenreglement, alsmede elke andere toelage, onder welke benaming ook, die geacht kan worden betrekking te hebben op arbeid bedoeld in het eerste lid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5 Bijzondere situaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:19</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met een ZW-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk recht heeft op een ZW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de ZW gestelde termijnen en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen ZW-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, dan wel het recht op de ZW-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het meerdere aan de ambtenaar uitbetaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:20</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met een WW-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar ter zake van het dienstverband waarbij de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft op een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:21</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met een uitkering op grond van de WIA</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende verhindering tot het vervullen van zijn functie recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft. Wanneer de ambtenaar recht heeft op een IVA-uitkering dan wel een WGAuitkering in verband met volledige, maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid, heeft de ambtenaar ten minste recht op een bedrag ter hoogte van deze IVA- of WGAuitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering uit hoofde van twee of meer dienstverbanden, wordt die uitkering naar rato van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) uit de verschillende functies, in mindering gebracht op de dienstverband op grond waarvan de betaling wordt gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien de ambtenaar geen WGA- of IVA-uitkering aanvraagt binnen de in de WIA gestelde termijnen en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen WGA- of IVA-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar niet kan worden vastgesteld of de ambtenaar in aanmerking komt voor een WGA- of een IVA-uitkering en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door betrokkene de WGA- of IVA-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de WGA- of IVA-uitkering zoals die werd genoten voor vermindering of gehele of gedeeltelijke weigering van het bedrag plaatsvond.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de WGA- of IVA-uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:22</span><span class=\"lf-art-t\">Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7:21 is van overeenkomstige toepassing, wanneer de ambtenaar in aanvulling op de WGA- of IVA-uitkering, bedoeld in artikel 7:21, recht heeft op een bovenwettelijke aanvulling op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-22-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:22:2</span><span class=\"lf-art-t\">Ziektewet als bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23</span><span class=\"lf-art-t\">Wajong/WAZ</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar op grond van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op een WAJONG- of WAZ-uitkering, worden deze uitkeringen voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een uitkering op grond van de WIA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24</span><span class=\"lf-art-t\">Tegemoetkoming ziektekosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De VNG sluit voor de zorgverzekering van ambtenaren, postactieven en inactieven een overeenkomst als bedoeld in artikel 18 van de Zorgverzekeringswet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6 Tegemoetkoming kosten zorgverzekering</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24a</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgverzekering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervalt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte tegemoetkoming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervalt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:2</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:3</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:4</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25a</span><span class=\"lf-art-t\">Meerdere dienstverbanden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervalt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25b</span><span class=\"lf-art-t\">Inhouding ziektekostenpremies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervalt</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7 Overige bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:26</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die wegens ziekte op 31 december 2000 recht heeft op salarisbetaling of uitkering op grond van dit hoofdstuk en waarvan de ziekte ook na deze datum voortduurt, blijven de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals deze luidden op 31 december 2000 van kracht tot het moment dat de ziekte van de betrokkene eindigt, dan wel tot de dag met ingang waarvan de betrokkene recht krijgt op een uitkering krachtens de Ziektewet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokkene is verplicht de onverschuldigde betalingen aan hem, die op grond van dit artikel zijn verricht, terug te betalen, indien hem met terugwerkende kracht een uitkering krachtens de Ziektewet wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:27</span><span class=\"lf-art-t\">Garantie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die herplaatst is op grond van artikel 7:6, tweede lid onder c, zoals dat luidde voor 1 januari 2003, heeft, indien naderhand maar voor 1 januari 2001, de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld, recht op een garantie-uitkering, indien hem geen aanvullende gangbare arbeid is aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is om zijn toegenomen restverdiencapaciteit te benutten. Onder gangbare arbeid wordt in dit artikel verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe betrokkene in staat is, gezien zijn krachten en bekwaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De garantie-uitkering bedraagt, te rekenen vanaf de datum van aanvang van de ziekte in de oorspronkelijke functie, 18 maanden 100%, vervolgens 39 maanden 80% en daarna 33 maanden 70% van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) die de ambtenaar genoot in de oorspronkelijke functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de ambtenaar ontvangt uit het dienstverband waarin hij is herplaatst en, in voorkomend geval, met het recht op WAO-uitkering, invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf verkregen op of na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Indien de betrokkene nalaat van de gelegenheid gebruik te maken die kan leiden tot het verkrijgen van gangbare arbeid, indien hij weigert gangbare arbeid te aanvaarden of indien hij opzettelijk inkomsten uit gangbare arbeid verloren laat gaan, wordt het bedrag van de garantie-uitkering verminderd met het bedrag van de verzuimde of de verloren gegane inkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De garantie-uitkering eindigt: met ingang van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt; bij ontslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 zoals die golden op 31 december 2005, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen op of na 1 januari 2004 en die op grond van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21, zoals die golden op 31 december 2005 , van toepassing, waarbij de verwijzing in artikel 7:21, eerste lid, naar artikel 7:3, eerste lid, gelezen moet worden als een verwijzing naar artikel 7:3, zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2006 .</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college stelt per 1 januari 2006 voor de ambtenaren van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, is gelegen op of na 1 januari 2004, de duur van de ongeschiktheid vast. De hoogte van de loondoorbetaling vanaf 1 januari 2006 wordt bij voortduring van de ongeschiktheid berekend op basis van het bepaalde in artikel 7:3, eerste tot en met het vierde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 is artikel 7:18:1 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 7:18:1 zoals dat gold op 31 december 2005 , van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28a</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28b</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 7:16 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 8 ONTSLAG</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag op verzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:1:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag op verzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1, wordt niet verleend met ingang van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan in bijzondere gevallen, indien de ambtenaar hiermede instemt, van het bepaalde in het eerste lid afwijken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2a</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst is getreden van de gemeente, alsmede de aanstelling of arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 8:2 lid 2, wordt beëindigd wanneer een van de partijen dat wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van lid 1 geldt in geval van ziekte een opzegtermijn van 13 weken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens reorganisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van zijn functie of wegens verandering in de inrichting van het dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen uitgezonderd, ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens reorganisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Over het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, wordt overleg gepleegd in de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Daarna wordt het aan de betrokken ambtenaren medegedeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:4</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt verstaan: arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een WGA-uitkering; arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van volledige ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Ontslag als bedoeld in het tweede lid mag slechts plaatsvinden indien er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid het resultaat van de claimbeoordeling van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat een ontslagprocedure als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het zesde lid, genomen is, moet het college, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.De termijn van 24 maanden, als bedoeld in het derde lid wordt verlengd: met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van gedeeltelijke ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een ontslag als bedoeld in het eerste lid mag slechts plaatsvinden indien: er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte gedurende een periode van 36 maanden; het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de ambtenaar binnen de gemeentelijke dienst passende arbeid op te dragen, als bedoeld in artikel 7:9.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid het resultaat van de claimbeoordeling op grond van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid op grond waarvan de ontslagprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 33e maand na de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, genomen is, moet het college, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie ten gevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.De termijn van 36 maanden, als genoemd in het tweede lid, onderdeel a, wordt verlengd met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.Indien voor de ambtenaar buiten de gemeentelijke dienst passende arbeid als bedoeld in artikel 7:16, derde of vierde lid, aanwezig is, is ontslag vanaf 24 maanden na de eerste dag van ongeschiktheid op grond van dit artikel mogelijk. Bij het bepalen van de termijn van 24 maanden worden het zesde, zevende en achtste lid van artikel 7:16 overeenkomstig toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5a</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte of gebrek kan ontslag verleend worden indien hij zonder deugdelijke grond weigert: gevolg te geven aan door het college of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het college of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of passende arbeid te verrichten, als bedoeld in artikel 7:9; arbeid als bedoeld in artikel 7:11, tweede lid te verrichten waartoe het college hem in de gelegenheid stelt; zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA; een uitkering op grond van de WIA aan te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, wint het college een hierop betrekking hebbend advies van het UWV in.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:6</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:7</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van: verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie geldt; aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de functie zou uitsluiten; staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van: verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie geldt; aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de functie zou uitsluiten; staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:7:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behalve in het geval, bedoeld in artikel 8:7, onder e, wordt een ontslag op grond van eerder genoemd artikel eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan op de dag volgend op die waarop de reden voor het ontslag voor het eerst aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:8</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een ambtenaar die vast is aangesteld kan eervol worden ontslagen op een bij het besluit omschreven grond, niet vallende onder de gronden in vorige artikelen van dit hoofdstuk genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De grond waarop het ontslag berust, dat is verleend ingevolge artikel 8:8, wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:9</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij was benoemd of verkozen tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het college niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:10</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens Pré-VUT</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:10:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:11</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens FPU</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervalt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:11:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens FPU</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervalt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke urenuitbreiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is van rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het dienstverband feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een aanstelling is verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor bepaalde tijd is aangegaan, is, voor zover het die urenuitbreiding betreft, van rechtswege ontslagen op de datum dat de urenuitbreiding eindigt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, de urenuitbreiding feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een urenuitbreiding is verleend, wordt de tijdelijke urenuitbreiding geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd kan ontslag worden verleend indien de omstandigheid die tot de aanstelling leidde is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd is aangegaan, kan, voor zover het die urenuitbreiding betreft, ontslag worden verleend, indien de omstandigheid die tot de urenuitbreiding leidde, is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het ontslag als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kan niet plaatsvinden wanneer de termijnen als genoemd in artikel 2:4 zijn overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college kan omtrent de opzegtermijnen voor het ontslag uit een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd nadere regels stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12:1</span><span class=\"lf-art-t\">Tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, eerste en tweede lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12:2</span><span class=\"lf-art-t\">Opzegtermijn bij beëindiging tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding voor onbepaalde tijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Bij een ontslag als bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, wordt een opzegtermijn in acht genomen: van drie maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken twaalf maanden heeft geduurd; van twee maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken zes maanden of langer, doch korter dan twaalf maanden, heeft geduurd; van één maand, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken korter dan zes maanden heeft geduurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Over de tijd die aan de in het eerste lid bedoelde opzegtermijn mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:13</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag als disciplinaire straf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:14</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslagbescherming leden ondernemingsraad en vakorganisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In dit artikel wordt verstaan onder: wet: Wet op de ondernemingsraden; ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in de wet; ambtenaar: de persoon zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden: wegens de plaatsing van de ambtenaar op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de wet; wegens het lidmaatschap van een ondernemingsraad; wegens het lidmaatschap van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet; van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een ondernemingsraad; van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden wegens het feit dat de ambtenaar door een toegelaten organisatie als bedoeld in artikel 12:1, derde lid, of door een daarbij aangesloten bond is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten bond c.q. binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.In afwijking van het gestelde in het tweede en derde lid kan ontslag op grond van artikel 8:8 plaatsvinden wanneer de betrokkene schriftelijk in het ontslag toestemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris heeft toegevoegd, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op die secretaris.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:1</span><span class=\"lf-art-t\">Schorsing als ordemaatregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd het bepaalde in artikel 16:1:2 kan de ambtenaar door het college worden geschorst: wanneer hem het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan; wanneer tegen hem volgens de terzake geldende bepalingen van het Wetboek van Strafvordering een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis wordt ten uitvoer gelegd; wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf wordt ingesteld; in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het belang van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval: een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat; een nauwkeurige aanduiding van de in het eerste lid bedoelde omstandigheid of omstandigheden welke tot de schorsing aanleiding heeft of hebben gegeven; een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:2</span><span class=\"lf-art-t\">Schorsing als ordemaatregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder b of c , kunnen het salaris en toegekende salaristoelage(n) voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag , plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder a , kan tot de in de strafaanzegging of -oplegging genoemde datum van ingang van het ontslag de doorbetaling geheel of gedeeltelijk worden gestaakt, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van de datum van het ontslag wordt de doorbetaling geheel gestaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het betaalbare gedeelte van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan het op hem verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde salaris inclusief de toegekende salaristoelage(n) wordt alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of ook indien en in zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde salaris en toegekende salaristoelage(n) wordt alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:3</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheid tot ontslagverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de functie, laatstelijk door de ambtenaar vervuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het besluit tot het verlenen van ontslag wordt op schrift gesteld, met vermelding van de datum van ingang van het ontslag dan wel een omschrijving of aanduiding van die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:1</span><span class=\"lf-art-t\">Opzegtermijnen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:2</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:3</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16a</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:17</span><span class=\"lf-art-t\">Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen arbeidsduur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien door de werkgever de formele arbeidsduur per week gedeeltelijk wordt teruggebracht, al dan niet na een tijdelijke uitbreiding daarvan, dient dit te geschieden door een gedeeltelijk ontslag op grond van dit hoofdstuk, behalve in het geval van wijziging van de aanstelling op grond van artikel 7:16.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:18</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen op of na 1 januari 2004, maar die op grond van de WAO recht hebben op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:19</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in artikel 8:5, is gelegen voor 1 juli 2007 is artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 8:5, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:20</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 8:4 of artikel 8:5 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 9 UITKERING FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens FLO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:1:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens FLO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-1-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:1:2</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens FLO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:2</span><span class=\"lf-art-t\">Bedrag en duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:3</span><span class=\"lf-art-t\">Bijdrage Vereveningsfonds FLO sector Gemeenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:4</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met FPU</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:4:1</span><span class=\"lf-art-t\">Verrekening inkomsten uit of in verband met arbeid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:4:2</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:4:3</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met aanspraken uit hoofde van ziekte of ongeval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:5</span><span class=\"lf-art-t\">Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-6-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:6:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-7-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:7:1</span><span class=\"lf-art-t\">Verval van uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-9-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:9:1</span><span class=\"lf-art-t\">FLO-betrekkingen en leeftijdsgrenzen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-10-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:10:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ingangsdatum ontslag wegens FLO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:11</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdelijke regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:12</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdelijke regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:13</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:14</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 9a AMBTENAREN DIE VANAF 1 JANURI IN DIENST ZIJN GETREDEN OP EEN BEZWARENDE FUNCTIE</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">1 Algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die vanaf 1 januari 2006 in dienst is getreden op een bezwarende functie, die op 31 december 2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">2 Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; de tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de gemeente of buiten de organisatie van de gemeente die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie en die past bij de richting zoals afgesproken is in het loopbaanplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">3 Medische Keuring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">4 Het loopbaanplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar blijft maximaal 20 jaar werkzaam in een bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar heeft recht op een loopbaanplan, waardoor het de ambtenaar mogelijk is na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen binnen of buiten de gemeentelijke dienst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">5 Het loopbaanplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van hoofdstuk 17 gelden voor de ambtenaar de volgende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college en de ambtenaar leggen in een persoonlijk loopbaanplan de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden, alsmede de in dat kader door de ambtenaar te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten, die nodig zijn om na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in een bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen. Het loopbaanplan omvat in ieder geval die opleidingselementen die nodig zijn om de ambtenaar die bij de brandweer werkzaam is, in 20 jaar op te leiden tot MBO-niveau. Hierbij moet het gaan om opleidingen die extern erkend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college en de ambtenaar zijn verplicht medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het loopbaanplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het loopbaanplan wordt in het jaar van indiensttreding opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het loopbaanplan wordt ten minste een keer per drie jaar geëvalueerd, geactualiseerd en zonodig bijgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Bij het loopbaanplan wordt rekening gehouden met zowel de belangen van het college als met de belangen van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.In het loopbaanplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van het college die de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte afspraken uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.De kosten die gemaakt zullen worden in het kader van de in het loopbaanplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door het college vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.In het loopbaanplan worden, indien mogelijk, ten aanzien van de activiteiten en de opleiding in ieder geval de volgende aspecten vastgelegd: het aanspreekpunt binnen de organisatie; het beroep of de richting die als tweede loopbaan gekozen wordt; de keuze van opleidingsvorm of het instituut, waar de activiteit plaatsvindt; de te maken kosten; de start- en einddatum van de te ondernemen activiteit of de te volgen scholing; de te maken voortgang binnen de activiteit of scholing; de minimaal te behalen resultaten van de activiteit of scholing; de planning van vervolgafspraken; de omstandigheden onder welke een te volgen opleiding of te ondernemen activiteit kan worden onderbroken of gestopt; d 3.Het college en de ambtenaar zijn verplicht medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het loopbaanplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het loopbaanplan wordt in het jaar van indiensttreding opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het loopbaanplan wordt ten minste een keer per drie jaar geëvalueerd, geactualiseerd en zonodig bijgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het loopbaanplan wordt rekening gehouden met zowel de belangen van het college als met de belangen van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het loopbaanplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van het college die de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte afspraken uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten die gemaakt zullen worden in het kader van de in het loopbaanplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door het college vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het loopbaanplan worden, indien mogelijk, ten aanzien van de activiteiten en de opleiding in ieder geval de volgende aspecten vastgelegd: het aanspreekpunt binnen de organisatie; het beroep of de richting die als tweede loopbaan gekozen wordt; de keuze van opleidingsvorm of het instituut, waar de activiteit plaatsvindt; de te maken kosten; de start- en einddatum van de te ondernemen activiteit of de te volgen scholing; de te maken voortgang binnen de activiteit of scholing; de minimaal te behalen resultaten van de activiteit of scholing; de planning van vervolgafspraken; de omstandigheden onder welke een te volgen opleiding of te ondernemen activiteit kan worden onderbroken of gestopt; eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">6 Terugbetaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die evident misbruik maakt van de loopbaanfaciliteiten die het college biedt, is verplicht de kosten, verband houdende met de activiteiten dan wel opleidingen, die door het college zijn vergoed, terug te betalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">7 Tweede loopbaan binnen / buiten de gemeentelijke dienst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Plaatsing van een ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan binnen of buiten de gemeentelijke dienst vindt definitief plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Definitieve plaatsing binnen de gemeentelijke dienst vindt plaats door aanpassing van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Definitieve plaatsing buiten de gemeentelijke dienst vindt plaats door ontslag op grond van artikel 8:1 uit de bezwarende functie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">8 Disciplinaire straf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die de verplichtingen, zoals neergelegd in het loopbaanplan, niet nakomt, wordt disciplinair gestraft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Wanneer de tweede loopbaan na 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie door schuld of toedoen van de ambtenaar niet begonnen kan worden, wordt de ambtenaar op grond van artikel 8:13 disciplinair ontslag verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">9 Gevolgen niet starten tweede loopbaan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar blijft na 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam wanneer: de tweede loopbaan niet begonnen kan worden, omdat het college zijn verplichtingen uit het loopbaanplan niet nakomt; de tweede loopbaan niet begonnen wordt, omdat het college en de ambtenaar daar gezamenlijk toe besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarde is dat de ambtenaar medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het loopbaanplan wordt voortgezet tot de tweede loopbaan begonnen wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid na 20 jaar niet medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, geldt de procedure, bedoeld in artikel 9a:10.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">10 Medisch niet meer geschikt; overbruggingsuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die niet meer medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, ontvangt een overbruggingsuitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De duur van de overbruggingsuitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat betrokkene in een bezwarende functie werkzaam is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Per dienstjaar in een bezwarende functie is de duur van de overbruggingsuitkering 12/10 maand. De maximumduur van de overbruggingsuitkering is 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Zodra de medische ongeschiktheid voor de bezwarende functie is vastgesteld, stopt de opbouw van de overbruggingsuitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De hoogte van de overbruggingsuitkering bedraagt de eerste 12 maanden 100% van het salaris en de maanden daarna 80% van het salaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De duur van de overbruggingsuitkering wordt in mindering gebracht op de duur van de loondoorbetaling, bedoeld in artikel 7:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De overbruggingsuitkering komt tot uitbetaling voor zover deze hoger is dan de loondoorbetaling bij ziekte, bedoeld in artikel 7:3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">11 Garantietoeslag, afbouwtoelage en afkoopbedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In dit artikel wordt onder berekeningsgrondslag verstaan: het inkomen dat wordt verkregen door de optelsom van: het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 3:3 en paragraaf 3van hoofdstuk 3; de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3:28 lid 2 sub a en b; de TOR, bedoeld in artikel 3:37; de toelagen en vergoedingen bedoeld in hoofdstuk 20 en de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het begin van de tweede loopbaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar die binnen de organisatie van de gemeente de tweede loopbaan begint, krijgt een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen het oude en het nieuwe salaris. Het oude salaris wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op de garantietoeslag wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele (salaris)toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoeslag de berekeningsgrondslag overstijgt. De berekeningsgrondslag wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De ambtenaar die als gevolg van de tweede loopbaan binnen de organisatie van de gemeente de toelagen en vergoedingen verliest, die behoorden bij de bezwarende functie, krijgt een aflopende afbouwtoelage ter hoogte van een percentage van het verschil tussen de oude toelagen en vergoedingen en eventuele toelagen en vergoedingen die bij de nieuwe functie behoren. De afbouwtoelage bedraagt: het eerste jaar 100%; het tweede jaar 75%; het derde jaar 50%; het vierde jaar 25%.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oude toelagen en vergoedingen worden niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen 5.Op de afbouwtoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoelage en de afbouwtoelage de berekeningsgrondslag overstijgt. De berekeningsgrondslag wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar die een tweede loopbaan begint buiten de organisatie van de gemeente ontvangt een afkoopbedrag ter hoogte van 175% van het verschil tussen de berekeningsgrondslag (op jaarbasis) en het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen. Het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen, wordt berekend naar het bedrag dat voor de ambtenaar bij indiensttreding bij de nieuwe werkgever is vastgesteld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 9b OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DIE OP 31 DECEMBER RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">1 Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die: op 31 december 2005 werkzaam was bij een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps of bij een gemeentelijke ambulancedienst; en op 31 december 2005 een betrekking vervulde, waarvoor door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald; en sinds 31 december 2005 onafgebroken de betrekking heeft vervuld, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of ouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het eerste lid is overeenkomstig van toepassing voor de ambtenaar die overstapt naar een andere functie bij dezelfde gemeente of ambulancedienst, of overstapt naar een ander gemeentelijk beroepsbrandweerkorps, dan wel naar een andere gemeentelijke ambulancedienst tenzij bij de overstap tussen de werkgever en ambtenaar andere afspraken zijn gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als voorwaarde bij de toepassing van het tweede lid geldt dat de functie waarnaar de ambtenaar overstapt ook een bezwarende functie is, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of ouder.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Dit hoofdstuk is alleen van toepassing indien en voor zover er geen afwijkende bepaling uit hoofdstuk 9f van toepassing is.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 2 De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">2 Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: berekeningsgrondslag: de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 9f:2 bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; dienstjaren voor brandweerpersoneel: de jaren in dienst van een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps, de jaren werkzaam als buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was, die op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag en de jaren als vrijwilliger bij de brandweer, mits het om jaren gaat waarin daadwerkelijk en regelmatig in de uitruk is ingezet en men niet tegelijkertijd een aanstelling had als beroepsbrandweer. Bij twijfel over het aantal dienstjaren als vrijwilliger dient de ambtenaar aannemelijk te maken hoeveel jaren hij als vrijwilliger is ingezet; dienstjaren voor ambulancepersoneel: de jaren werkzaam bij een gemeentelijke ambulancedienst, de jaren werkzaam bij een ambulancedienst van een ziekenhuis of bij een ambulancedienst in de particuliere sector en de jaren werkzaam als buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was, die op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag; niet-bezwarende functie: een functie die niet valt onder de definitie van onderdeel b; tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de gemeente of buiten de organisatie van de gemeente die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie; onbetaald volledig verlof: verlof voor de formele arbeidsduur per week, zonder doorbetaling van de berekeningsgrondslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">AOW-hiaat: de periode waarin de ambtenaar van 65 jaar of ouder geen recht had op een AOW-uitkering met een maximum van 24 maanden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">3 Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had in een bezwarende functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">4 Keuzemogelijkheid voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar wordt op zijn verzoek vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag. Voor zover het dienstbelang het toelaat, kan de ambtenaar vanaf de datum bedoeld in de eerste volzin in plaats van het volledig buitengewoon verlof als hiervoor bedoeld, een keuze maken uit de volgende mogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% werken, waarbij voor ieder vol jaar dat gewerkt wordt een bonus wordt verstrekt van 20% van het voor de ambtenaar geldende jaarsalaris in het jaar voorafgaande aan toekenning van de bonus;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken, tegen doorbetaling van 90% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag; volledig ontslag op grond van artikel 8:1, waarbij een bonus wordt verstrekt van 100% van het voor de ambtenaar geldende jaarsalaris in het jaar voorafgaande aan toekenning van de bonus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dit voor het behouden van vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is en de werkgever dit kan aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als alternatief voor onderdeel b: 60% van een volledige betrekking werken tegen doorbetaling van 95% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar maakt zes kalendermaanden voor de in het eerste lid bedoelde datum het college door middel van een verzoek bekend naar welke variant zijn voorkeur uitgaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:11, gaat de datum, bedoeld in het eerste lid zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De ambtenaar die kiest voor het in het eerste lid gestelde onder a en b moet medisch geschikt zijn om in de bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met inachtneming van het derde lid, de in het eerste lid gestelde keuzemogelijkheden later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet, met inachtneming van het derde lid, het college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De ambtenaar die eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan, voor zover het dienstbelang dat toelaat, gedurende de periode tot het moment, bedoeld in artikel 9b:11, zijn keuze herzien, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid. Hierbij geldt als voorwaarde dat als tweede en eventueel volgende keuze alleen een optie in aanmerking komt waarbij minder gewerkt wordt dan bij de eerdere keuze. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.De ambtenaar die in de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari 2011 gebruik maakt van de mogelijkheid, bedoeld in de eerste zin van het eerste lid van dit artikel, en direct daaraan voorafgaand een functie bekleedde waaraan salarisschaal 6 of lager was verbonden, ontvangt gedurende die periode € 500,- netto per kalenderjaar. De ambtenaar die in deze periode geen volledig kalenderjaar gebruik maakt van de genoemde mogelijkheid, ontvangt een bedrag naar rato. Deze uitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december betaald. Aan de ambtenaar die op grond van lokaal beleid al een vergoeding heeft ontvangen, wordt alleen het deel van het totaalbedrag, waarop op grond van dit lid recht bestaat, uitbetaald dat hoger is dan de reeds ontvangen vergoeding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">5 Pensioenopbouw tijdens keuzes van artikel 9b:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Over de bonus, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid onderdeel a en c, wordt geen pensioen opgebouwd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">6 Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:4, vindt opbouw van vakantie-uren plaats naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">7 Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en vakantietoelage tijdens de periode van artikel 9b:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar, bedoeld in artikel 9b:4 lid 1, eerste volzin en onder a en b heeft geen recht op een IKB, salaristoelage(n) of TOR op grond van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 20.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">9 Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:4 volledig buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">10 Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:4, eerste volzin of onder b, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:4 van toepassing is geworden, wordt op de doorbetaling van de berekeningsgrondslag, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de inkomsten en de doorbetaalde berekeningsgrondslag, samen de laatstelijk genoten berekeningsgrondslag te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:4 van toepassing is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel 9b:4.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen berekeningsgrondslag toe te passen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">11 Onbetaald volledig verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid, gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan wel die heeft gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a of b, wordt onbetaald volledig verlof verleend vanaf 1 januari 2019 als de ambtenaar op 29 oktober 2016 en 31 december 2018 gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet; de periode van gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof wordt hierdoor onderbroken met de periode van onbetaald volledig verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de ambtenaar die niet het LOGA-pad als bedoeld in artikel 9e:2 tweede lid volgt, wordt geen inhoud gegeven aan de hiervoor bedoelde onderbreking. Het bevoegd gezag stelt de medewerker op de hoogte van deze mogelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het eerste lid, gaat het onbetaald volledig verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het onbetaald volledig verlof wordt uitgesteld met die periode, waarmee de keuze van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:4, later is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, wanneer het college op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbetaald volledig verlof later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">12 Premieverdeling bij pensioenopbouw tijdens onbetaald volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Wanneer de periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid, langer is dan drie jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de premie voor de voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Wanneer de periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, tweede lid, langer is dan twee jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">13 Premie IZA-verzekering tijdens onbezoldigd volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">14 Vakantieopbouw tijdens onbetaald volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">17 Ziekte tijdens onbetaald volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ziekte tijdens de periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, leidt niet tot stopzetting van het onbetaald volledig verlof.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">18 Ambtsjubileumgratificatie tijdens onbetaald volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, telt niet mee voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">19 Garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie 1.Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar, genoemd in het eerste lid, wordt hersteld verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De datum, bedoeld in het tweede lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Op de ambtenaar, genoemd in het tweede lid, zijn vanaf de datum van herstel, voor zover de medische geschiktheid dat toelaat, artikel 9b:4 tot en met artikel 9b:18 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 55 jaar en die wegens ziekte ongeschikt wordt om zijn betrekking te vervullen, wordt niet ziek gemeld. Vanaf de datum dat de door deze ambtenaar gemaakte keuze op grond van artikel 9b:4, eerste lid, vanwege medische geschiktheid niet meer mogelijk is, verandert deze keuze in een keuze die op grond van zijn medische geschiktheid nog wel mogelijk is, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid. Op hem blijft artikel 9b:11 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De datum, bedoeld in het vijfde lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">20 Salarisgarantie bij definitieve herplaatsing bij ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die op grond van hoofdstuk 7 binnen de organisatie van de gemeente definitief herplaatst wordt, heeft recht op een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen de berekeningsgrondslag aangevuld met de toeslag bedoeld in artikel 3:28 lid 3 sub a en het nieuwe totaalinkomen van de ambtenaar. Tot het totaalinkomen wordt de berekeningsgrondslag aangevuld met de toeslag bedoeld in artikel 3:28 lid 3 sub a in de nieuwe functie gerekend, alsmede de uitkeringen die de ambtenaar in verband met zijn arbeidsongeschiktheid ontvangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar, op grond van hoofdstuk 7 definitief herplaatst wordt in een functie met een lager totaal inkomen buiten de organisatie van de gemeente, maken het college en de ambtenaar afspraken over een financiële regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">21 Levensloop voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld, is de levensloopregeling van hoofdstuk 9e van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">22 Inkoop OP voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Ten behoeve van de ambtenaar wordt, onder de voorwaarde dat hij daarvoor fiscale ruimte beschikbaar heeft, op de leeftijd van 53 jaar een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte van 57% van het geïndexeerde loon maal de leeftijdsafhankelijke factor, die behoort bij de leeftijd van 53 jaar. Hierbij is het geïndexeerde loon het gemiddelde pensioengevend inkomen zoals dat bij ABP bekend is over de dienstjaren tot 53 jaar maal de indexatie per betreffend dienstjaar zoals door ABP is vastgesteld. Indien het loon uit enig dienstjaar bij ABP niet bekend is, toont de ambtenaar wat het loon is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Wanneer er onvoldoende fiscale ruimte is, wordt hetgeen niet in ABP Extra Pensioen gestort kan worden, aan de ambtenaar ter beschikking gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Ten behoeve van de ambtenaar die voor de leeftijd van 53 jaar uittreedt uit een bezwarende functie wordt, met inachtneming van het tweede lid, het in het eerste lid genoemde bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden, waarbij de leeftijdsafhankelijke factor wordt toegepast die hoort bij de leeftijd op het moment van uittreden en het gemiddelde loon wordt berekend tot het moment van uittreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1 van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot de berekeningsgrondslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar kan zijn werkgever eenmalig verzoeken om een indicatie van het verwachte te storten bedrag. Het college bepaalt, in overleg met de ambtenaar, het geschikte moment voor deze indicatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">22a Leeftijdsafhankelijke factor voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De in artikel 9b:22 genoemde leeftijdsafhankelijke factor is afhankelijk van de door ABP gehanteerde actuariële tarieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De leeftijdafhankelijke factor bedraagt: leeftijd factor leeftijd factor leeftijd factor 18 0,305 33 0,474 48 0,739 19 0,314 34 0,489 49 0,761 20 0,323 35 0,503 50 0,784 21 0,333 36 0,518 51 0,808 22 0,343 37 0,534 52 0,832 23 0,353 38 0,550 53 0,857 24 0,364 39 0,566 54 0,883 25 0,375 40 0,583 55 0,909 26 0,386 41 0,601 56 0,936 27 0,397 42 0,619 57 0,964 28 0,409 43 0,638 58 0,993 29 0,422 44 0,657 59 1,023 30 0,434 45 0,676 60 1,054 31 0,447 46 0,697 61 1,085 32 0,461 47 0,718 62 1,118 3.Wanneer de in lid 1 genoemde tarieven door ABP worden gewijzigd, stellen LOGA-partijen nieuwe leeftijdafhankelijke factoren vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9b-255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9b</span><span class=\"lf-art-t\">22Inkoop OP bij regionalisering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9b:22, derde lid, wordt voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, geen bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 3 De ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">23 Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren had in een bezwarende functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en Eerbeekse Veld (Nationaal Park Veluwezoom) niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">24 Doorwerken zolang dat medisch verantwoord is en tenzij tweede loopbaan gestart wordt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zolang dit medisch verantwoord is, blijft de ambtenaar, onder toepassing van artikel 9b:26, in de bezwarende functie werkzaam tot het moment, bedoeld in artikel 9b:28.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing wanneer het college en de ambtenaar in het kader van het loopbaanplan hierover andere afspraken maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">25 Tweede loopbaan voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar zijn tot de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de uittredeleeftijd als bedoeld in artikel 9f:3 bereikt, de artikelen 9a:5 tot en met 9a:8 en 9a:10 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van: de periode van 20 jaar als bedoeld in 9a:5 lid 2 en 9a:8 lid 2 en artikel 9a:5, lid 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het bepaalde in artikel 9a:5 lid 4 wordt de ambtenaar een tweede loopbaanplan aangeboden op het moment dat is vastgesteld dat de ambtenaar om redenen van medische ongeschiktheid de bezwarende functie niet meer kan of mag vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor brandweerpersoneel geldt dat in het kader van de tweede loopbaan eerst gezocht wordt naar een functie binnen de organisatie van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar met geen of onvoldoende diploma's kan via een procedure voor erkenning verworven competenties zijn competenties laten erkennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dit behulpzaam is bij het vormgeven van de tweede loopbaan heeft de ambtenaar recht op vergoeding van de kosten, voor zover redelijk, van een extern loopbaanadvies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die in het kader van de tweede loopbaan een andere functie aanvaardt binnen de organisatie van de gemeente, ontvangt, in afwijking van artikel 9a:11, een garantietoeslag ter hoogte van het verschil tussen de berekeningsgrondslag aangevuld met de toeslag bedoeld in artikel 3:28 lid 3 sub a in de oude en de nieuwe functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college en de ambtenaar maken in het kader van het loopbaanplan afspraken over een financiële regeling wanneer de ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan buiten de organisatie van de gemeente een functie aanvaardt met een lager totaalinkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">26 [vervallen]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">27 Pensioenopbouw tijdens periode van artikel 9b:26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">27a [vervallen]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">28 Gedeeltelijk doorbetaald buitengewoon verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren heeft, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij een bepaalde leeftijd bereikt, volledig buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van een bepaald percentage van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag. De leeftijd en het percentage zijn afhankelijk van het aantal dienstjaren op 1 januari 2006. De leeftijd waaraan de ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof is gekoppeld, en het percentage dat vanaf dat moment wordt betaald, zijn bij een aantal dienstjaren op 1 januari 2006 van dienstjaren op 1 januari 2006 van:</p>\n<p class=\"lf-p\">5 tot 10 jaar: 58 jaar en 75% 10 tot 15 jaar: 57 jaar en 78% 15 tot 20 jaar: 56 jaar en 80% 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:35, gaat de datum, bedoeld in het eerste lid, zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De datum, bedoeld in het eerste lid wordt uitgesteld met die periode, waarmee het moment van de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">29 Pensioenopbouw tijdens periode van artikel 9b:28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:28, bouwt de ambtenaar pensioen op over de berekeningsgrondslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">30 Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:28 volledig buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 75%, 78% of 80% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">31 Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:26 en 9b:28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en artikel 9b:28, vindt opbouw van vakantie-uren plaats naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">34 Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:26 en artikel 9b:28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en artikel 9b:28,inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is geworden, wordt op de doorbetaling van de berekeningsgrondslag, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de inkomsten en de doorbetaalde berekeningsgrondslag, samen de laatstelijk genoten berekeningsgrondslag te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel 9b:26.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen berekeningsgrondslag toe te passen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">35 Onbetaald volledig verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar wordt onbetaald volledig verlof verleend vanaf 1 januari 2019, als de ambtenaar op 29 oktober 2016 en 31 december 2018 gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet; de periode van gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof wordt hierdoor onderbroken met de periode van onbetaald volledig verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de ambtenaar die niet het LOGA-pad als bedoeld in artikel 9e:2 tweede lid volgt, wordt geen inhoud gegeven aan hiervoor bedoelde onderbreking. Het bevoegd gezag stelt de medewerker op de hoogte van deze mogelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het eerste lid, gaat het onbetaald volledig verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de medewerker de leeftijd van 60 jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het onbetaald volledig verlof wordt uitgesteld met die periode, waarmee het moment van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, voor wie het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbetaald volledig verlof later laten ingaan, telkens met een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">36 Premieverdeling bij pensioenopbouw tijdens onbetaald volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Wanneer de periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, eerste lid, langer is dan drie jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de premie voor de voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Wanneer de periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, tweede lid, langer is dan twee jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">37 Premie IZA-verzekering tijdens onbezoldigd volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">38 Vakantieopbouw tijdens onbetaald volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">41 Ziekte tijdens onbetaald volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ziekte tijdens de periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, leidt niet tot stopzetting van het onbetaald volledig verlof.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">42 Ambtsjubileumgratificatie tijdens onbetaald volledig verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De periode van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, telt niet mee voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">43 Arbeidsongeschiktheid en garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar voor de ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie 1.De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid, in zijn bezwarende functie door te werken, wordt beter gemeld op de datum, bedoeld in artikel 9b:28.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De ambtenaar, genoemd in het tweede lid, wordt hersteld verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De datum, bedoeld in het derde lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Op de ambtenaar, genoemd in het derde lid, blijven vanaf de datum van herstel artikel 9b:26 tot en met artikel 9b:42 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">44 Levensloop voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld, is de levensloopregeling van hoofdstuk 9e van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">45 [vervallen]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">45a Leeftijdsafhankelijke factor voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">2.De leeftijdsafhankelijke bijdrage bedraagt: leeftijd factor leeftijd factor leeftijd factor 18 0,305 33 0,474 48 0,739 19 0,314 34 0,489 49 0,761 20 0,323 35 0,503 50 0,784 21 0,333 36 0,518 51 0,808 22 0,343 37 0,534 52 0,832 23 0,353 38 0,550 53 0,857 24 0,364 39 0,566 54 0,883 25 0,375 40 0,583 55 0,909 26 0,386 41 0,601 56 0,936 27 0,397 42 0,619 57 0,964 28 0,409 43 0,638 58 0,993 29 0,422 44 0,657 59 1,023 30 0,434 45 0,676 60 1,054 31 0,447 46 0,697 61 1,085 32 0,461 47 0,718 62 1,118 3.Wanneer de in lid 1 genoemde tarieven door ABP worden gewijzigd, stellen LOGA-partijen nieuwe leeftijdsafhankelijke factoren vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9b</span><span class=\"lf-art-t\">45bInkoop OP bij regionalisering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9b:45, vijfde lid, wordt voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, geen bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4 Vervallen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">46 Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">47 Aanvulling op FPU-uitkering voor de ambtenaar geboren voor 1950 in een bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">47a Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">48 Verrekening inkomsten na ontslag op grond van artikel 9b:47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">49 Ambtenaar, geboren voor 1950 in een bezwarende functie, die niet voldoet aan voorwaarden voor FPU</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5 De ambtenaar in een niet bezwarende functie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">50 Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar in een niet bezwarende functie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">51 De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006, in een niet bezwarende functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had, krijgt voor ieder jaar dat hij de niet bezwarende functie bekleed heeft, waarvoor door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 , leeftijdsgrenzen zijn bepaald, een levensloopbijdrage van 2% van het voor ambtenaar geldende jaarsalaris over het jaar dat de functie werd bekleed.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De levensloopbijdrage wordt betaald over maximaal 20 jaar, die direct voorafgaan aan 1 januari 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1, lid 1, sub g van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">52 Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">52a Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">53 Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen Paragraaf 6 De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die geen werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">54 Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had in een bezwarende functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 – als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9a in aanmerking kwam voor een WIA/WAO-uitkering en die geen werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">55 Analoge toepassing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 9b:4 tot en met artikel 9b:10, artikel 9b:20, artikel 9b:22, artikel 9b:22a en artikel 9b:22b zijn van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">56 Volledig buitengewoon verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid, gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan wel die heeft gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a of b, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 59 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof verleend voor een periode van 3 jaar, tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het eerste lid, gaat het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het volledig buitengewoon verlof wordt uitgesteld met die periode, waarmee de keuze van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:4, later is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, wanneer het college op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbetaald volledig verlof later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Indien de ambtenaar uittreedt uit een bezwarende functie voor aanvang van het volledig buitengewoon verlof dan heeft de ambtenaar bij uittreden recht op volledig buitengewoon verlof als bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Wanneer sprake is van een overstap van de ene bezwarende oud FLO-functie naar een andere bezwarende oud FLO-functie, als bedoeld in artikel 9b:1, tweede lid, waarbij het overgangsrecht voortgezet wordt, dan is het zesde lid niet van toepassing en behoudt de ambtenaar de rechten op grond van het eerste tot en met vijfde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">57 IKB, salaristoelagen en TOR tijdens de periode van artikel 9b:56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar bedoeld in artikel 9b:56 heeft geen recht op IKB, salaristoelage of een TOR op grond van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 20.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">58 Premie IZA-verzekering tijdens periode van artikel 9b:56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">59 Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:56 volledig buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">60 Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:56, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:56 van kracht is geworden, wordt op de doorbetaling van de berekeningsgrondslag, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de inkomsten en de doorbetaalde berekeningsgrondslag, samen de laatstelijk genoten berekeningsgrondslag te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:56 van kracht is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel 9b:56.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen berekeningsgrondslag toe te passen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">61 Vakantieopbouw tijdens volledig buitengewoon verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9b:56 vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">62 Ziekte tijdens volledig buitengewoon verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ziekte tijdens de periode van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9b:55, leidt niet tot stopzetting van het volledig buitengewoon verlof.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">63 Garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar, genoemd in het eerste lid, wordt hersteld verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De datum, bedoeld in het tweede lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Op de ambtenaar, genoemd in het tweede lid, zijn vanaf de datum van herstel, voor zover de medische geschiktheid dat toelaat, artikel 9b:4 tot en met artikel 9b:10 alsmede artikel 9b:56 tot en met 9b:62 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 55 jaar en die wegens ziekte ongeschikt wordt om zijn betrekking te vervullen, wordt niet ziek gemeld. Vanaf de datum dat de door deze ambtenaar gemaakte keuze op grond van artikel 9b:4, eerste lid, vanwege medische geschiktheid niet meer mogelijk is, verandert deze keuze in een keuze die op grond van zijn medische geschiktheid nog wel mogelijk is, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in artikel 9b:56, eerste lid. Op hem blijft artikel 9b:56 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De datum, bedoeld in het vijfde lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">64 Volledig buitengewoon verlof bij regionalisering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, blijft deze paragraaf van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 7 De ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop – in december 2006 - in aanmerking kwam voor een WAO/WIA uitkering en die geen werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">65 Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren had in een bezwarende functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop – in december 2006 - in aanmerking kwam voor een WAO/WIA uitkering en die geen werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">66 Analoge toepassing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 9b:24 tot en met artikel 9b:34, artikel 9b:45, artikel 9b:45a en artikel 9b:45b zijn van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">67 Volledig buitengewoon verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 59 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof verleend voor een periode van 3 jaar tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Wanneer op het moment bedoeld in het eerste lid nog geen 20 dienstjaren zijn bereikt, dan wordt het buitengewoon volledig verlof als bedoeld in het eerste lid verleend naar rato van het aantal dienstjaren, dat op dat moment is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van het eerste lid, gaat het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de medewerker de leeftijd van 60 jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het volledig buitengewoon verlof wordt uitgesteld met die periode, waarmee het moment van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, voor wie het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbetaald volledig verlof later laten ingaan, telkens met een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet het college uiterlijk zes kalendermaanden jaar voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Indien de ambtenaar uittreedt uit een bezwarende functie voor aanvang van het volledig buitengewoon verlof dan heeft de ambtenaar bij uittreden recht op buitengewoon verlof als bedoeld in het eerste lid naar rato van aantal dienstjaren op dat moment met een maximum van 20 dienstjaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Wanneer sprake is van een overstap van de ene bezwarende oud FLO-functie naar een andere bezwarende oud FLO-functie, als bedoeld in artikel 9b:1, tweede lid, waarbij het overgangsrecht voortgezet wordt, dan is het zevende lid niet van toepassing en behoudt de ambtenaar de rechten op grond van het eerste tot en met zesde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">68 IKB, salaristoelagen en TOR tijdens de periode van artikel 9b:67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar bedoeld in artikel 9b:68 heeft geen recht op IKB, salaristoelage of een TOR op grond van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 20.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">69 Premie IZA-verzekering tijdens de periode van artikel 9b:67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:62 gedeeltelijk betaald verlof is verleend, tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">71 Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:67 inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:67 van kracht is geworden, wordt op de doorbetaling van de berekeningsgrondslag, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de inkomsten en de doorbetaalde berekeningsgrondslag, samen de laatstelijk genoten berekeningsgrondslag te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of nonactiviteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:67 van kracht is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel 9b:67.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen berekeningsgrondslag toe te passen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">72 Vakantieopbouw tijdens volledig buitengewoon verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode van het gedeeltelijk betaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:67 vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">73 Ziekte tijdens volledig buitengewoon verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ziekte tijdens de periode van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9b:67, leidt niet tot stopzetting van het gedeeltelijk betaald volledig verlof.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">74 Arbeidsongeschiktheid en garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid, in zijn bezwarende functie door te werken, wordt beter gemeld op de datum, bedoeld in artikel 9b:28.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 50 jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De ambtenaar, genoemd in het tweede lid, wordt hersteld verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:26, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De datum, bedoeld in het derde lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Op de ambtenaar, genoemd in het derde lid, blijven vanaf de datum van herstel artikel 9b:26 tot en met artikel 9b:34 alsmede 9b:67 tot en met 9b:73 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">75 Volledig buitengewoon verlof bij regionalisering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, blijft deze paragraaf van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf8De ambtenaar die voor 1 januari 2013 gebruik is gaan maken van het FLO-overgangsrecht en inactief is op 29 oktober 2016</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9b</span><span class=\"lf-art-t\">76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar of de gewezen ambtenaar die vóór 1 januari 2013 gebruik is gaan maken van het bepaalde in artikel 9b:4 lid 1 of artikel 9b:26, of in artikel 9b:11 lid 2 of 9b:35 lid 2 en op 29 oktober 2016 met volledig buitengewoon verlof of onbetaald volledig verlof als bedoeld in dit hoofdstuk was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9b</span><span class=\"lf-art-t\">77</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De ambtenaar heeft gedurende zijn AOW-hiaat recht op een maandelijkse compensatie AOW.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De compensatie AOW is gelijk aan de bruto AOW-uitkering die voor de ambtenaar in de betreffende maand zou hebben bestaan, inclusief de inkomensondersteuning AOW en het vakantiegeld. Een korting op grond van artikel 13 AOW wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9b</span><span class=\"lf-art-t\">78</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De compensatie bedoeld in artikel 9b:77 wordt verlaagd met de door de ambtenaar ontvangen overbruggingsuitkering van de Sociale Verzekeringsbank. de hoogte van het bedrag dat de ambtenaar heeft ontvangen op grond van door de werkgever vanaf 2013 beschikbaar gestelde regelingen met als aantoonbaar doel de gevolgen van de verhoging van de AOW-leeftijd voor de ambtenaar te compenseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf9De ambtenaar die vanaf 1 januari 2013 gebruik is gaan maken van het FLO-overgangsrecht en inactief is op 29 oktober 2016</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9b</span><span class=\"lf-art-t\">79</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar of de gewezen ambtenaar die vanaf 1 januari 2013 gebruik is gaan maken van het bepaalde in artikel 9b:4 lid 1 of artikel 9b:26, of in artikel 9b:11 lid 2 of artikel 9b:35 lid 2 en op 29 oktober 2016 met volledig buitengewoon verlof of onbetaald volledig verlof als bedoeld in dit hoofdstuk was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9b</span><span class=\"lf-art-t\">80</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De ambtenaar heeft recht op compensatie AOW over de periode dat hij op grond van door de werkgever vastgesteld beleid niet langer kon doorwerken bedoeld in artikel 9b:4 lid 5 juncto artikel 9b:26 lid 5, of hij medisch niet geschikt was om langer door te werken bedoeld onder a, of zijn verzoek om langer door te werken bedoeld onder a is afgewezen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De periode bedoeld in lid 1 is niet langer dan zijn AOW-hiaat onder vermindering van het aantal maanden dat de ambtenaar langer heeft doorgewerkt vanaf een keuzemoment als bedoeld in artikel 9b:4 lid 5 of 9b:26 lid 5, vanaf 1 januari 2013.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Artikel 9b:77 lid 2 is van overeenkomstige toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9b</span><span class=\"lf-art-t\">81</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De ambtenaar die geen recht heeft op compensatie AOW als bedoeld in deze paragraaf kan bij de Landelijke Commissie Compensatieregeling AOW een verzoek indienen om alsnog in aanmerking te komen voor compensatie AOW.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het verzoek bedoeld in lid 1 kan de ambtenaar indienen als hij meent dat: medische ongeschiktheid de reden was om geen verzoek te doen om langer door te werken, of zijn verzoek om langer door te werken zou worden geweigerd op grond van disfunctioneren en hij om deze reden heeft afgezien van een verzoek om langer door te werken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het verzoek bedoeld in lid 1, wordt niet in behandeling genomen als de ambtenaar een bezwaarschrift als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht heeft ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college neemt een besluit op grond van het zwaarwegende advies van de Landelijke Commissie Compensatieregeling AOW.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf10Slotbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9b</span><span class=\"lf-art-t\">82</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bruto compensatie AOW wordt vanaf het moment waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt maandelijks aan de ambtenaar uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 9c TIJDELIJKE REGELING AMBTENAREN GEBOREN NA 1949 DIE WERKZAAM ZIJN IN EEN BETREKKING BIJ HET GEMEENTELIJK STADSVERVOER, WAARVOOR DOOR HET COLLEGE KRACHTENS ARTIKEL 8:3, ZOALS DAT LUIDDE OP 31 DECEMBER 2005, LEEFTIJDSGRENZEN ZIJN BEPAALD</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9c\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">1 Algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">2:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">2:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">3 Bedrag en duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">3:1 Verrekening inkomsten uit of in verband met arbeid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">3:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">3:3 Samenloop met aanspraken uit hoofde van ziekte of ongeval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">4 Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">5:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9c</span><span class=\"lf-art-t\">6:1 Overlijdensuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 9d [vervallen]</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9d</span><span class=\"lf-art-t\">1 Tijdelijke regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9d</span><span class=\"lf-art-t\">2 Tijdelijke regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9d</span><span class=\"lf-art-t\">3 Slotbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9d</span><span class=\"lf-art-t\">4 Slotbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 9e DE GEMEENTELIJKE LEVENSLOOPREGELING FLO-OVERGANGSRECHT</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9e</span><span class=\"lf-art-t\">1 Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar op wie paragraaf 2 of 3 van hoofdstuk 9b of hoofdstuk 9f van toepassing is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9e</span><span class=\"lf-art-t\">2 Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht: een regeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964; instelling: een door de ambtenaar gekozen kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 Wet financieel toezicht; levenslooprekening: een bij de instelling door de ambtenaar geopende geblokkeerde rekening, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort; levensloopverzekering: een bij de instelling door de ambtenaar afgesloten verzekering, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort; levenslooptegoed: het tegoed op een levenslooprekening onderscheidenlijk het verzekerd kapitaal; netto spaarverzekering: de bij Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance afgesloten verzekering met als productnaam “Aanvullingsplan Netto\", waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort; netto spaarverzekeringstegoed: het tegoed op de netto spaarverzekering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance: het product van Loyalis, speciaal ontwikkeld voor het FLO-overgangsrecht, dat bestaat uit een levensloopverzekering en een netto spaarverzekering. spaarrekening: de rekening geopend ter vervanging van de levensloopverzekering en de netto spaarverzekering van Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort; spaarrekeningtegoed; het tegoed op de spaarrekening; tranche: de extra salarisproductie aan het eind van het fiscale jaar 2.Met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden houdt het LOGA-pad in dat de ambtenaar: moet deelnemen aan Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance en, de volledige levensloopbijdrage beschikbaar moet stellen om in te leggen in Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance op het moment dat de werkgever deze levensloopbijdrage verstrekt en, niet tussentijds (vóór het bereiken van de 59- of 60-jarige leeftijd) tegoed opneemt uit Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance tenzij, het tegoed wordt opgenomen voor de periode als bedoeld in artikel 9b:11 eerste lid onder b respectievelijk 9b:35 eerste lid onder b, of het tegoed wordt opgenomen voor de periode als bedoeld in artikel 9f:3a en, uiterlijk voor 1 januari 2022 zijn netto spaarverzekeringstegoed overbrengt naar de netto spaarrekening.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het aanwezige bedrag aan levenslooptegoed wordt, als de ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof bedoeld in artikel 9f:3 ligt op of na 1 september 2021, in 3 tranches overgebracht naar de spaarrekening te weten een tranche fiscaal jaar 2019 en betreft 1/3e deel van het levenslooptegoed, een tranche fiscaal jaar 2020 en betreft 1/2e deel van het levenslooptegoed, en de laatste tranche fiscaal jaar 2021 en betreft het resterende bedrag levenslooptegoed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Ligt de ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof bedoeld in artikel 9f:3 in de periode 1 september 2020 en 1 september 2021 dan wordt het aanwezige bedrag aan levensloop in 2 tranches overgebracht naar de spaarrekening te weten een tranche fiscaal jaar 2019 en betreft 1/3e deel van het levenslooptegoed; en de laatste tranche fiscaal jaar 2021 en betreft het resterende bedrag levenslooptegoed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Ligt de ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof bedoeld in artikel 9f:3 in de periode 1 september 2019 en 1 september 2020 dan wordt het resterende bedrag levenslooptegoed op 1 januari 2022 in een tranche fiscaal jaar 2021 overgebracht naar de spaarrekening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Voor de toepassing van het derde tot en met vijfde lid wordt ten aanzien van de ambtenaar die het LOGA-pad niet volgt uitgegaan van het tegoed dat hij gehad zou hebben als hij het LOGA-pad wel zou hebben gevolgd (virtuele levenslooptegoed).</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9e</span><span class=\"lf-art-t\">3 Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van dit hoofdstuk hebben ten doel het treffen van een voorziening in geld uitsluitend ten behoeve van de financiering van een periode van (gedeeltelijk) onbetaald verlof door de ambtenaar. De gespaarde voorziening blijft qua omvang binnen de grenzen van artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9</span><span class=\"lf-art-t\">e4Verzoek tot deelname levensloopregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9e-260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9e</span><span class=\"lf-art-t\">5 Voorwaarden deelname levensloopregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9e</span><span class=\"lf-art-t\">6 Inleg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9e</span><span class=\"lf-art-t\">7 Bronnen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse inleg van de ambtenaar in het kader van de gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht bestaat uit een of meer van de volgende bronnen: het salaris de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3:28 lid 2 en 3; de levensloopbijdrage als genoemd in artikel 9e:8 en 9e:9a; de geldelijke vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren als bedoeld in artikel 3:36; het opgebouwde verloftegoed bedoeld in artikel 4:9 lid 3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-8e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:8e</span><span class=\"lf-art-t\">Levensloopbijdrage voor de ambtenaar bedoeld in paragraaf 2 en 3 van hoofdstuk 9b</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar op wie paragraaf 2 of 3 van hoofdstuk 9b van toepassing is, heeft recht op een levensloopbijdrage van de gemeente tot de datum van ingang van het onbetaald volledig verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar zodanig dat de ambtenaar bij het bereiken van de datum van ingang van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid of artikel 9b:35, eerste lid, en uitgaande van het bereikt kunnen hebben van 20 dienstjaren op de leeftijd van 59 jaar, een tegoed heeft overeenkomend met 210% van zijn berekeningsgrondslag als bedoeld in artikel 9b:2. Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het netto spaarverzekeringstegoed. De controle hierop vindt plaats binnen een half jaar na het bereiken van de datum van ingang van het onbetaald volledig verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar voor wiens functie een leeftijdsgrens was vastgesteld van 60 jaar zodanig, dat hij bij het bereiken van de datum van ingang van het onbetaald volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, tweede lid, een tegoed heeft overeenkomend met 140% van zijn berekeningsgrondslag als bedoeld in artikel 9b:2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het netto spaarverzekeringstegoed. De controle hierop vindt plaats binnen een half jaar na het bereiken van de datum van ingang van het onbetaald volledig verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarde voor de in het tweede en derde lid genoemde garantie van 210% respectievelijk 140% is dat de ambtenaar het LOGA-pad volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar op 59-jarige leeftijd respectievelijk 60-jarige leeftijd geen 20 dienstjaren zou hebben bereikt, voorziet de levensloopbijdrage in een tegoed naar rato van het aantal dienstjaren, dat op 59-jarige leeftijd respectievelijk 60-jarige leeftijd zou zijn bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel f van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">De levensloopbijdrage behoort niet tot het salaris, bedoeld in artikel 3:2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De levensloopbijdrage behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in artikel 9b:2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9e</span><span class=\"lf-art-t\">9 Levensloopbijdrage voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9e</span><span class=\"lf-art-t\">9aLevensloopbijdrage voor de ambtenaar bedoeld in hoofdstuk 9f</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar op wie hoofdstuk 9f van toepassing is, heeft recht op een levensloopbijdrage van de gemeente tot de datum van ingang van het volledig buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 9f:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van levenslooptegoed bedraagt op het moment als bedoeld in het eerste lid 210% van zijn berekeningsgrondslag als bedoeld in artikel 9f:2. Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het netto spaarverzekeringstegoed. De controle hierop vindt plaats binnen een half jaar na het bereiken van de datum van ingang van het volledig buitengewoon verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarde voor de in het tweede lid genoemde garantie van 210% is dat de ambtenaar het LOGA-pad volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar op 59-jarige leeftijd geen 20 dienstjaren zou hebben bereikt, voorziet de levensloopbijdrage in een tegoed naar rato van het aantal dienstjaren, dat op 59-jarige leeftijd zou zijn bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel f van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">De levensloopbijdrage behoort niet tot het salaris, bedoeld in artikel 3:2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De levensloopbijdrage behoort niet tot de berekeningsgrondslag zoals bedoeld in artikel 9f:2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9e</span><span class=\"lf-art-t\">10 Beëindiging deelname gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college beëindigt de deelname aan de levensloopregeling uiterlijk twee maanden na ontvangst van de kennisgeving hiertoe door de ambtenaar. Het college stelt vast hoe de kennisgeving moet plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Deelname aan de gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht eindigt daarnaast: bij overlijden van de ambtenaar; bij beëindiging van zijn bezwarende functie; op de dag voorafgaand aan die waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9e</span><span class=\"lf-art-t\">11 Afkoop levensloopbijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen) De ambtenaar, bedoeld in artikel 9e:8, derde lid, wiens deelname aan de levensloopregeling FLO-overgangsrecht eindigt op grond van artikel 9e:10, tweede lid, onder b, voordat hij het moment van ingang van onbetaald volledig verlof bereikt, bedoeld in artikel 9b:11, tweede lid, of 9b:35, tweede lid, heeft recht op een afkoopbedrag. bedoeld in artikel 9e:9a, wiens deelname aan de levensloopregeling FLO-overgangsrecht eindigt op grond van artikel 9e:10, tweede lid, onder b, voordat hij het moment van ingang van het volledig buitengewoon verlof bereikt, bedoeld in artikel 9f:3, heeft recht op een afkoopbedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van het afkoopbedrag is voor de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, zodanig, dat hij, uitgaande van de in het LOGA overeengekomen uitgangspunten, op de leeftijd van 59 jaar een tegoed heeft overeenkomend met 210% van de berekeningsgrondslag op het moment van ontslag. Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het netto spaarverzekeringstegoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van het afkoopbedrag is voor de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, zodanig, dat hij, uitgaande van de in het LOGA overeengekomen uitgangspunten, op de leeftijd van 60 jaar een tegoed heeft overeenkomend met 140% van de berekeningsgrondslag op het moment van ontslag. Hierbij is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het netto spaarverzekeringstegoed.</p></div>", "next": 239822}