{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten in oppervlaktewater 8.1 Inleiding In dit hoofdstuk staan uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten centraal. Het aanleggen van en het verwijderen van een uitstroomvoorziening of een onttrekkingspunt wordt hierin uitgewerkt. Dit zijn voorzieningen, bijvoorbeeld een pomp of gemaal, om water af te voeren naar oppervlaktewater, dan wel om water daaraan te onttrekken. Wat exact hieronder wordt verstaan, kunt u vinden in de begrippenlijst die als bijlage bij dit document is gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het realiseren van een uitstroomvoorziening of een onttrekkingspunt is niet zonder meer toegestaan. Het onderhouden van een watergang kan immers door een uitstroomvoorziening worden belemmerd. Daarom zijn er regels opgesteld ten behoeve van de ruimte die overblijft voor het doen van onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent om een uitstroomvoorziening of onttrekkingspunt aan te leggen of te verwijderen, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema’s De stroomschema’s zijn opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in de stroomschema’s zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 9 ‘Lozen op en het onttrekken van oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 15 ‘Versneld afvoeren en lozen van hemelwater vanaf nieuw verhard oppervlak op oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 31‘Uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2 Aanleggen van uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten in oppervlaktewater 8.2.1 Stroomschema aanleggen van uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten in oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 0 Deze regelgeving is alleen van toepassing wanneer er een uitstroomvoorziening of onttrekkingspunt wordt aangelegd in de kernzone of beschermingszone A van een watergang, de beschermingszone B van een beschoeiing of in de beschermingszone K van een kunstwerk. Hierbuiten geldt alleen de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Als het om een tijdelijke uitstroomvoorziening of tijdelijk onttrekkingspunt gaat dan geldt alleen de zorgplicht. Voorwaarde is uiteraard dat de uitstroomvoorziening of onttrekkingspunt na afloop van de werkzaamheden geheel uit de watergang wordt verwijderd. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om een lozingspunt voor een grondwateronttrekking of om bijvoorbeeld een onttrekkingspunt voor het opzetten van het waterpeil in een tijdelijke bouwkuip.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 2 Als de aan te leggen uitstroomvoorziening of het aan te leggen onttrekkingspunt zich binnen de beschermingszone B van een beschoeiing of binnen de beschermingszone K van een peilregelend kunstwerk bevindt, dan moet per geval worden beoordeeld wat zo’n constructie betekent voor die beschoeiing of dat peilregelende kunstwerk. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 3 Langs een primaire of secundaire watergang die vanaf de kant wordt onderhouden moet een obstakelvrij onderhoudspad aanwezig zijn, zodat onderhoudsvoertuigen bij de watergang kunnen komen. Als er een obstakelvrij onderhoudspad aanwezig is, kan worden volstaan met de zorgplicht. Is dit niet het geval dan moet per geval worden beoordeeld of dit acceptabel is. Daarom geldt voor die gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: tijdelijke constructies geen schade toebrengen aan beschoeiingen en kunstwerken die in beheer en onderhoud zijn van het waterschap; na afloop van de werkzaamheden het werk in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden; er rekening mee wordt gehouden dat bij toepassing van bepaalde materialen in het oppervlaktewater er uitloging van schadelijke stoffen kan plaatsvinden. Dit doet zich voor bij onder andere het gebruik van de volgende materialen: gecreosoteerd hout, gewolmaniseerd hout en verzinkt staal; wordt voorkomen dat als gevolg van onderhoudswerkzaamheden door derden (bijvoorbeeld het waterschap) de uitstroomvoorziening en/of onderhoudsmaterieel beschadigd raakt als gevolg van de werkzaamheden. Dit kan worden bereikt door de uitstroomvoorziening te verklikken middels een paal die zowel vanaf het maaiveld als vanaf het water zichtbaar is en blijft; en/of dat het onttrekken of lozen van water geen structurele en/of significante peilwijzigingen mag veroorzaken, aangezien dit lokaal kan leiden tot wateroverlast of waterschaarste. Onder significant wordt verstaan een dermate grote afwijking die op grond van het peilbesluit niet is toegestaan. De peilbesluiten zijn te raadplegen via de site van het waterschap: www.hdsr.nl/bestuur-organisatie/regelgeving. Hierin is opgenomen dat het waterschap de vastgestelde peilen nastreeft met een marge van 5 centimeter. Dit betekent dat het peil 5 centimeter mag stijgen en 5 centimeter mag dalen ten opzichte van het vastgestelde peil opgenomen in het peilbesluit. Grotere afwijkingen zijn niet toegestaan zonder overleg met het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2.3 Vergunningplicht Als u in het stroomschema uitkomt bij het gekleurde vakje waarin is aangegeven dat naast de zorgplicht een vergunningplicht geldt, dan mag de voorgenomen handeling niet zondermeer worden uitgevoerd. Er moet dan eerst een vergunning zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.3 Verwijderen van uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten in oppervlaktewater 8.3.1 Stroomschema verwijderen van uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten in oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Het verwijderen van uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten is een handeling die geen grote impact heeft op watergangen. Daarom geldt voor deze handeling uitsluitend de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.3.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Lozen op en het onttrekken van oppervlaktewater 9.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het lozen op oppervlaktewater en het onttrekken van oppervlaktewater centraal. Het lozen op oppervlaktewater en het onttrekken van oppervlaktewater is niet zonder meer toegestaan. Het watersysteem kan worden ontregeld door het lozen en het onttrekken van oppervlaktewater en om die reden zijn hiervoor regels opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent om op oppervlaktewater te lozen of oppervlaktewater te onttrekken aan een watergang, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema’s De stroomschema’s zijn opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in de stroomschema’s zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 ‘Uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten in oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 15 ‘Versneld afvoeren en lozen van hemelwater vanaf nieuw verhard oppervlak op oppervlaktewater’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.2 Lozen op oppervlaktewater 9.2.1 Stroomschema lozen op oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Het lozen op oppervlaktewater is een handeling die geen grote impact heeft op watergangen. Daarom geldt voor deze handeling uitsluitend de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Keur ziet alleen toe op waterkwantiteit, dus de hoeveelheid water die wordt geloosd. Daarnaast controleert het waterschap ook de waterkwaliteit. Regels hiervoor staan in het Besluit lozingen buiten inrichtingen (Blbi) en/of het Activiteitenbesluit. Bij het lozen op oppervlaktewater moet ook hiermee rekening worden gehouden. Vaak is het nodig dat u hiervoor een melding doet, maar in bepaalde gevallen is zelfs een vergunningaanvraag noodzakelijk. Raadpleeg daarom ook die besluiten op de site van het waterschap: www.hdsr.nl en/of www.wetten.nl of neem contact op met het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.2.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden; en/of het lozen van water geen structurele en/of significante peilwijziging mag veroorzaken, aangezien dit kan leiden tot wateroverlast. Onder significant wordt verstaan een dermate grote afwijking die op grond van het peilbesluit niet is toegestaan. De peilbesluiten zijn te raadplegen via de site van het waterschap: www.hdsr.nl/bestuur-organisatie/regelgeving. Hierin is opgenomen dat het waterschap de vastgestelde peilen nastreeft met een marge van 5 centimeter. Dit betekent dat het peil 5 centimeter mag stijgen en 5 centimeter mag dalen ten opzichte van het vastgestelde peil opgenomen in het peilbesluit. Grotere afwijkingen zijn niet toegestaan zonder overleg met het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3 Onttrekken van oppervlaktewater 9.3.1 Stroomschema onttrekken van oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Dit hoofdstuk geldt niet voor het realiseren en/of het hebben van een op- of onderbemaling of een hoogwatervoorziening. Voor die onderwerpen is hoofdstuk 20 ‘het realiseren en hebben van een afwijkend peil’ van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vragen 2 Voor het onttrekken van oppervlaktewater geldt in principe alleen de zorgplicht. Uitzondering hierop is het onttrekken van oppervlaktewater in de periode van nachtvorstschadebestrijding Hierbij moet worden voorkomen dat er een te kort aan oppervlaktewater ontstaat als gevolg van de vele oppervlaktewateronttrekkingen die tegelijkertijd plaatsvinden. Daarom zijn deze oppervlaktewateronttrekkingen vergunningplichtig.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: de onttrekking van oppervlaktewater geen schade veroorzaakt aan de bodem en taluds van een watergang. Uitspoeling van bodem en taluds kan een negatief effect hebben voor de ecologie en kan de doorstroming belemmeren; en/of het onttrekken van water geen structurele en/of significante peilwijziging veroorzaakt, aangezien dit lokaal kan leiden tot wateroverlast of waterschaarste. Onder significant wordt verstaan een dermate grote afwijking die op grond van het peilbesluit niet is toegestaan. De peilbesluiten zijn te raadplegen via de site van het waterschap: www.hdsr.nl/bestuur-organisatie/regelgeving. Hierin is opgenomen dat het waterschap de vastgestelde peilen nastreeft met een marge van 5 centimeter. Dit betekent dat het peil 5 centimeter mag stijgen en 5 centimeter mag dalen ten opzichte van het vastgestelde peil opgenomen in het peilbesluit. Grotere afwijkingen zijn niet toegestaan zonder overleg met het waterschap. er bij het onttrekken van oppervlaktewater rekening mee moet worden gehouden dat er in tijden van schaarste (bijvoorbeeld bij droogte) veel oppervlaktewateronttrekkingen gelijktijdig plaatsvinden. Het is dan zaak de beschikbare hoeveelheid water zoveel mogelijk onderling gelijk te verdelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.3.3 Vergunningplicht Als u in het stroomschema uitkomt bij het gekleurde vakje waarin is aangegeven dat naast de zorgplicht een vergunningplicht geldt, dan mag de voorgenomen handeling niet zondermeer worden uitgevoerd. Er moet dan eerst een vergunning zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Kabels en leidingen in, onder, over of langs oppervlaktewater 10.1 Inleiding In dit hoofdstuk staan kabels en leidingen centraal. Het aanleggen van kabels en leidingen en het verwijderen van kabels en leidingen wordt hierin uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen van en het verwijderen van kabels en leidingen is niet zonder meer toegestaan. Een watergang kan door het plaatsen of het verwijderen van kabels en leidingen worden gestremd. Om die reden zijn er regels opgesteld ten behoeve van het plaatsen en of het verwijderen van kabels en leidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent om een kabel of leiding aan te leggen of te verwijderen in, onder, over of langs een watergang, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema’s De stroomschema’s zijn opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in de stroomschema’s zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en algemene regel zonder meldplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 13 ‘Constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 32 ‘Kabels en leidingen bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.2 Aanleggen van kabels en leidingen in, onder, over of langs oppervlaktewater 10.2.1 Stroomschema aanleggen van kabels en leidingen in, onder, over of langs oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Deze regelgeving is alleen van toepassing wanneer er kabels en/of leidingen worden aangelegd in de kernzone of beschermingszone A van een watergang. Hierbuiten geldt alleen de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 2 In het geval er sprake is van een tertiaire watergang kan bij het aanleggen van kabels en leidingen volstaan worden met de zorgplicht. Er wordt hier uitsluitend over de kernzone van een tertiaire watergang gesproken aangezien een tertiaire watergang geen beschermingszone heeft. Voor primaire en secundaire watergangen geldt een algemene regel zonder meldplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als bij de aanleg van kabels en leidingen een watergang moet worden doorkruist door middel van het graven van een sleuf in open ontgraving dan kan het zijn dat de watergang moet worden gestremd. In dat geval moet hoofdstuk 13 van de uitvoeringsregels worden geraadpleegd. Bij primaire en secundaire watergangen en bij tertiaire watergangen die op kaart 11 staan is dit ongewenst omdat hierdoor (elders) wateroverlast of watertekort kan ontstaan. Daarom geldt vanuit de regelgeving in hoofdstuk 13 voor deze gevallen alsnog een vergunningplicht, waarbij het waterschap nagaat of de handeling onder het stellen van voorschriften toch kan worden toegestaan. Voor tertiaire watergangen die niet op kaart 11 staan geldt dan behalve de algemene regel zonder meldplicht van paragraaf 10.2.3 tevens een algemene regel zonder meldplicht van paragraaf 13.4.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.2.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig moeten worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater moeten worden verwijderd. Hierdoor zou de doorstroming kunnen worden belemmerd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden; een initiatiefnemer er rekening mee moet houden dat oevers van watergangen kunnen afkalven. Voorkomen moet worden dat kabels en leidingen hierdoor in de watergang terecht komen; kabels en leidingen zodanig worden aangelegd dat het (toekomstig) onderhoud door derden (waaronder het waterschap) mogelijk blijft zonder dat de kabels en leidingen moeten worden verlegd. Het waterschap adviseert daarom om kabels en leidingen zoveel mogelijk buiten de beschermingszone B van beschoeiingen en de beschermingszone K van kunstwerken te leggen. Indien er toch werkzaamheden plaatsvinden binnen de genoemde zones, adviseert het waterschap om in ieder geval voldoende afstand te houden tot de beschoeiing/het kunstwerk, de beschoeiing/het kunstwerk onderlangs te kruisen en de beschoeiing/het kunstwerk niet te beschadigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.2.3 Algemene regel zonder meldplicht In het stroomschema wordt verwezen naar één of meer algemene regels, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Keur. Deze algemene regel(s) is/(zijn) hieronder uitgewerkt. Naast de algemene regel is ook altijd de zorgplicht van toepassing. Als u het stroomschema heeft doorlopen en u komt uit bij het vakje ‘Algemene regel zonder meldplicht’ of ‘Algemene regel met meldplicht’, dient u te voldoen aan de regelgeving uitgewerkt in de betreffende algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te voldoen aan deze algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften van het volgende artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften uitvoering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.De bovenkant (van enig constructiedeel) van kabels en leidingen ligt minimaal 1 meter onder de in de legger aangegeven waterdiepte plus onderhoudsdiepte van de watergang. Voor vaarwegen geldt dat kabels en leidingen minimaal 2 meter onder de in de legger aangegeven waterdiepte plus onderhoudsdiepte moeten liggen. Als het werkelijke bodemniveau van de watergang lager ligt dan hierboven aangegeven, dan geldt dat de kabels en leidingen minimaal 1 meter respectievelijk 2 meter onder het werkelijke bodemniveau aangelegd moeten worden. b.Daar waar kabels en leidingen een watergang kruisen moet de gronddekking op de kabels en leidingen ter plaatste van de taluds loodrecht gemeten op de taluds minimaal 1 meter bedragen. c.De onderhoudsroutes moeten te allen tijde in stand worden gehouden, tenzij er gedurende de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden geen onderhoud zal plaatsvinden. De initiatiefnemer kan zich hierover laten informeren bij het waterschap. d.Wanneer kabels en leidingen niet meer wordt gebruikt, dan dient initiatiefnemer deze in zijn geheel te verwijderen en het profiel te herstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 1 Dit voorschrift is bedoeld om er voor te zorgen dat kabels en leidingen bij het kruisen van een watergang en/of onderhoudsroute, voldoende diep liggen, zodat bij het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden geen schade kan ontstaan en/of dat het onderhoud wordt belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.3 Verwijderen van kabels en leidingen in, onder, over of langs oppervlaktewater 10.3.1 Stroomschema verwijderen van kabels en leidingen in, onder, over of langs oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Het verwijderen van kabels en leidingen bij watergangen is een handeling die geen grote impact heeft op watergangen. Daarom geldt voor deze handeling uitsluitend de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als bij het verwijderen van kabels en leidingen een watergang moet worden doorkruist door middel van het graven van een sleuf in open ontgraving dan kan het zijn dat de watergang moet worden gestremd. In dat geval moet hoofdstuk 13 van de uitvoeringsregels worden geraadpleegd. Bij primaire en secundaire watergangen en bij tertiaire watergangen die op kaart 11 staan is dit ongewenst omdat hierdoor (elders) wateroverlast of watertekort kan ontstaan. Daarom geldt vanuit de regelgeving in hoofdstuk 13 voor deze gevallen alsnog een vergunningplicht, waarbij het waterschap nagaat of de handeling onder het stellen van voorschriften toch kan worden toegestaan. Voor tertiaire watergangen die niet op kaart 11 staan geldt dan een algemene regel zonder meldplicht van paragraaf 20.4.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.3.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">11 Beplanting bij oppervlaktewater 11.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het aanbrengen en het verwijderen van beplanting naast en in de watergang centraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanbrengen en/of het verwijderen van beplanting in of naast de watergang is niet zonder meer toegestaan. Door het aanbrengen en het verwijderen van beplanting kan de beschoeiing of het talud van de watergang beschadigd raken, waardoor de doorstroming van het water en het onderhoud aan de watergang wordt belemmerd. Om die reden zijn er regels opgesteld ten aanzien van het aanbrengen en het verwijderen van beplanting in of naast de watergang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent om beplanting aan te brengen of te verwijderen naast of in een watergang, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gras valt niet onder beplanting en hiervoor is dus enkel de zorgplicht van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema’s De stroomschema’s zijn opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in de stroomschema’s zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 14 ‘Aanleggen van natuurvriendelijke oevers en/of het verrichten van handelingen daarin of daarboven’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 33 ‘Beplanting bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.2 Aanbrengen van beplanting bij oppervlaktewater 11.2.1 Stroomschema aanbrengen van beplanting bij oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 0 Deze regelgeving is alleen van toepassing wanneer er beplanting wordt aangebracht in de kernzone of beschermingszone A van een watergang, de beschermingszone B van een beschoeiing of in de beschermingszone K van een kunstwerk. Hierbuiten geldt alleen de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Als er beplanting wordt aangebracht in het doorstroomprofiel van een watergang dan gaat dit ten koste van de doorstroming. Bovendien kan bladval in de watergang leiden tot ecologische en fysisch-chemische achteruitgang van de watergang. Dat is ongewenst en daarom geldt hiervoor een vergunningplicht. Deze vraag heeft geen betrekking op natuurvriendelijke oevers. Hiervoor geldt aparte regelgeving (zie hoofdstuk 14).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 2 Als er bomen, struiken of heggen worden aangeplant in de beschermingszone B van een beschoeiing of in de beschermingszone K van een peilregelend kunstwerk, dan geldt hiervoor een vergunningplicht. Het waterschap moet vooraf beoordelen of de bomen, struiken of heggen (in de toekomst) geen schade aanbrengen of onderhoud belemmeren. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat hier niet om planten die slechts ondiep wortelen. Deze zullen de beschoeiing immers niet beschadigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 3 Wanneer er beplanting wordt aangebracht bij een tertiaire watergang, dan geldt alleen de zorgplicht. Tertiaire watergangen hebben geen beschermingszone. Ook in het droge talud van tertiaire watergangen is het aanbrengen van planten geen probleem. Alleen de zorgplicht is hierop van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 4 Struiken en heggen kunnen in de loop der jaren breed uitgroeien, waarbij het gevaar bestaat dat dit ten koste gaat van het obstakelvrije onderhoudspad of van de mogelijkheid om maaisel en/of bagger op de kant te ontvangen. Per geval moet worden beoordeeld of het planten van struiken of heggen toegestaan is. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 5 en 6 Windsingels mogen wel in de beschermingszone A van een watergang worden aangebracht mits ze op een afstand van minimaal 3,75 meter uit de insteek van de watergang worden aangeplant. Op deze manier wordt het onderhoud aan de watergang niet gehinderd. Mocht het gewenst zijn de windsingel toch dichter naar de insteek van de watergang te plaatsen dan moet per geval worden beoordeeld of dit toegestaan is. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur 11.2, onder de toelichting bij vragen 7 en 8, is aangegeven waar een windsingel mag worden geplant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vragen 7 en 8 Als er bomen of planten worden aangeplant in de beschermingszone A van een watergang dan moeten ze geplant worden in de zone van 1,25 meter breed direct naast de watergang (zie figuur 11.1) of op een afstand van minimaal 3,75 meter uit de insteek van de watergang (zie figuur 11.2), zodat het onderhoud niet wordt gehinderd. Voor de zone van 1,25 meter breed direct naast de watergang gelden voor bomen bovendien voorwaarden voor de onderlinge afstand van die bomen. De onderlinge afstand bedraagt 7 meter, zodat de maaikorf van een onderhoudsvoertuig tussen de bomen door kan bewegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er bomen of planten worden aangebracht in het droge talud van de watergang dan gelden er alleen voorwaarden aan de onderlinge afstand van bomen als de watergang een beschermingszone heeft. In dat geval moet de maaikorf van een onderhoudsvoertuig tussen de bomen door kunnen bewegen. Hiervoor geldt de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de afstand van de boomkruin tot maaiveld minimaal 4 meter bedraagt (bij knotwilgen bedraagt die afstand 2 meter), geldt de zorgplicht. Indien andere maten worden aangehouden dan moet per geval worden beoordeeld of dit acceptabel is. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht. Niet alle bomen die worden aangeplant hebben een kruin op een hoogte van 4 meter boven het maaiveld. Deze bomen moeten echter zodanig worden onderhouden dat de uiteindelijk volgroeide kruin voldoet aan bovenstaande eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderstaand figuren 11.1 en 11.2 is bovenstaande nog eens inzichtelijk gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 11.1 Bovenaanzicht beplanting in de beschermingszone A van een watergang Figuur 11.2 Bovenaanzicht beplanting in de beschermingszone A van een watergang Voor de figuren wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.2.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: bomen en planten zodanig worden geplant dat oeververdedigingen (beschoeiingen) en taluds van watergangen niet beschadigen als gevolg van wortelgroei. Bovendien mag de watergang niet worden versmald als gevolg van uitgroeiende wortels of stammen van bomen. Ook varend onderhoud moet kunnen plaatsvinden zonder dat dit wordt bemoeilijkt door overhangende takken; en/of de watergang en de beplanting na afloop van de werkzaamheden altijd in nette staat worden achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.2.3 Vergunningplicht Als u in het stroomschema uitkomt bij het gekleurde vakje waarin is aangegeven dat naast de zorgplicht een vergunningplicht geldt, dan mag de voorgenomen handeling niet zondermeer worden uitgevoerd. Er moet dan eerst een vergunning zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.3 Verwijderen van beplanting bij oppervlaktewater 11.3.1 Stroomschema verwijderen van beplanting bij oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Het verwijderen van beplanting is een handeling die geen grote impact heeft op watergangen. Daarom geldt voor deze handeling uitsluitend de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.3.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden; en/of voorkomen wordt dat door het verwijderen van de beplanting het onderhoud door het waterschap aan de watergang wordt belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 Objecten (hekwerken, rasters e.d.), wegen en paden langs oppervlaktewater 12.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het aanleggen en verwijderen van objecten, wegen en paden naast een watergang centraal. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om het plaatsen van hekwerken of het aanleggen van een fietspad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen en/of het verwijderen van objecten (hekwerken, rasters e.d.), wegen en paden is niet zonder meer toegestaan. Door het aanleggen en het verwijderen kan de beschoeiing of het talud van de watergang beschadigd raken, waardoor de doorstroming van het water wordt belemmerd. Ook kunnen objecten het onderhoud aan de watergang belemmeren. Om die reden zijn er regels opgesteld ten aanzien van het aanleggen en het verwijderen van objecten, wegen en paden in of naast de watergang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent om binnen deze beschermingszones een object, een weg of een pad aan te leggen of te verwijderen, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema’s De stroomschema’s zijn opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in de stroomschema’s zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en algemene regel zonder meldplicht; zorgplicht en vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 13 ‘Constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 14 ‘Aanleggen van natuurvriendelijke oevers en/of het verrichten van handelingen daarin of daarboven’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 22 ‘Verrichten van handelingen in of boven een vaarweg’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 34 ‘Hekwerken en schuttingen bij een waterkering’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 35 ‘Objecten bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.2 Aanleggen van objecten, wegen en paden langs oppervlaktewater 12.2.1 Stroomschema aanleggen van objecten, wegen en paden langs oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 0 Deze regelgeving is alleen van toepassing wanneer er objecten, wegen en/of paden worden aangelegd langs een watergang, in de beschermingszone A van een watergang, het droge talud van een watergang, de beschermingszone B van een beschoeiing of in de beschermingszone K van een kunstwerk. Hierbuiten geldt alleen de zorgplicht. Voor het plaatsen van objecten in een watergang geldt de regelgeving, opgenomen in hoofdstuk 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Indien er langs de watergang een beschoeiing ligt die in beheer en onderhoud is bij het waterschap, dan is het niet wenselijk om objecten, wegen of paden binnen de beschermingszone aan te brengen. Hetzelfde geldt voor objecten, wegen of paden binnen de beschermingszone van een peilregelend kunstwerk. Als er toch de wens bestaat om in die zone objecten, wegen of paden aan te brengen dan moet per geval beoordeeld worden of dat acceptabel is. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 2 Wanneer objecten worden geplaatst bij een tertiaire watergang, dan geldt alleen de zorgplicht. Tertiaire watergangen hebben immers geen beschermingszone. Ook in het droge talud van tertiaire watergangen is het plaatsen van objecten geen probleem. Alleen de zorgplicht is hier van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 3 Als er parallel langs een primaire of secundaire watergang een weg of pad wordt aangelegd, dan moet er naast die weg of dat pad een apart onderhoudspad beschikbaar blijven met een breedte van minimaal 3,75 meter. Is dit niet het geval dan moet per geval worden beoordeeld of dit kan worden toegestaan. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 4 Als er in de beschermingszone A van een watergang hekwerken of afrasteringen zonder toegangspoorten aanwezig zijn die haaks op de watergang zijn gesitueerd, dan gaat dat ten koste van het uitvoeren van het onderhoud aan de watergang. Is er bij een dergelijk hekwerk of afrastering geen toegangspoort aanwezig dan moet per geval worden beoordeeld of dit acceptabel is. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 5 Doorgaande objecten, zoals hekwerken, langs een primaire of secundaire watergang moeten op een afstand van 1,25 meter uit de insteek van de watergang worden aangelegd en mogen niet hoger zijn dan 1,10 meter, omdat het anders lastig is om onderhoud uit te voeren over het hekwerk heen. Bovendien zorgen hogere objecten mogelijk voor slagschaduw over de watergang, hetgeen de ecologie nadelig kan beïnvloeden. De breedte is ook van belang om maaisel of bagger te kunnen ontvangen. Zijn er redenen om hiervan af te wijken dan moet per geval worden beoordeeld of dit kan worden toegestaan. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur 12.1 onder de toelichting bij vraag 7 is aangegeven waar een doorgaand object mag worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 6 Als de watergang geen beschermingszone heeft dan mogen er objecten worden aangebracht in het droge talud van de watergang. Hiervoor geldt alleen de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 7 Als er vrijstaande objecten worden aangebracht in de beschermingszone A van een watergang, dan moeten ze aangebracht worden in de zone van 1,25 meter direct naast de watergang (zie figuur 12.1) of op een afstand van minimaal 3,75 meter uit de insteek van de watergang (zie figuur 12.2). Voor de zone van 1,25 meter breed direct naast de watergang gelden bovendien voorwaarden voor de onderlinge afstand van die objecten, aangezien de maaikorf van een onderhoudsvoertuig tussen de objecten door moet kunnen bewegen. Voor doorgaande objecten geldt dat ze op een afstand van minimaal 3,75 meter uit de insteek van de watergang moeten worden geplaatst. Zodoende blijft als gevolg van de handeling altijd een onderhoudspad vrij met een breedte van 3,75 meter. Deze afstand is nodig om het onderhoud machinaal te kunnen uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er vrijstaande objecten worden aangebracht in het droge talud van de watergang dan gelden er alleen voorwaarden aan de onderlinge afstand van deze objecten als de watergang een beschermingszone heeft, aangezien ook dan geldt dat de maaikorf van een onderhoudsvoertuig tussen de objecten door moet kunnen bewegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderstaande figuren 12.1 en 12.2 is bovenstaande nog eens inzichtelijk gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 12.1 Bovenaanzicht objecten in de beschermingszone A van een watergang Figuur 12.2 Bovenaanzicht objecten in de beschermingszone A van een watergang Voor de figuren wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vragen bij 8 en 9 Objecten die over de watergang steken bemoeilijken het onderhoud aan de watergang. Objecten die in de watergang worden aangebracht belemmeren ook nog eens de doorstroming en veroorzaken vuilophoping. Is het toch wenselijk om objecten over of in de watergang aan te brengen dan moet per geval worden beoordeeld of dit kan worden toegestaan. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht. Een uitzondering is er voor zogenaamde waaiers. Hiervoor geldt de zorgplicht. Deze mogen maximaal 0,50 meter over de watergang hangen op een hoogte van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogst vastgestelde peil volgens het peilbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.2.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden; er rekening mee wordt gehouden dat de watergang niet versmald mag worden als gevolg van de objecten. Hiermee zou de doorstroming in het geding kunnen komen; en/of er wordt voorkomen dat door het aanleggen van objecten, wegen of paden, het onderhoud aan de watergang (door het waterschap) wordt belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.2.3 Algemene regel In het stroomschema wordt verwezen naar één of meer algemene regels, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Keur. Deze algemene regel(s) is/(zijn) hieronder uitgewerkt. Naast de algemene regel is ook altijd de zorgplicht van toepassing. Als u het stroomschema heeft doorlopen en u komt uit bij het vakje ‘Algemene regel zonder meldplicht’ of ‘Algemene regel met meldplicht’, dient u te voldoen aan de regelgeving uitgewerkt in de betreffende algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.2.3.1 Algemene regel zonder meldplicht Om te voldoen aan de algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in het volgende artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften uitvoering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.De onderhoudsroutes met een breedte van minimaal 3,75 meter moeten te allen tijde in stand worden gehouden, tenzij er gedurende de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden geen onderhoud zal plaatsvinden. De initiatiefnemer kan zich hierover laten informeren bij het waterschap. b.Wanneer objecten (hekwerken, rasters etc.) niet meer worden gebruikt, dan dient initiatiefnemer deze in zijn geheel te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 1 Deze voorschriften zijn bedoeld om te voorkomen dat onderhoud aan de watergang door het waterschap niet meer kan worden uitgevoerd. Hekwerken die niet meer van belang zijn kunnen beter worden verwijderd zodat de toegang niet onnodig wordt bemoeilijkt waardoor het onderhoud wordt belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.2.3.2 Algemene regel zonder meldplicht Om te voldoen aan de algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in het volgende artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften uitvoering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Hekwerken worden in de beschermingszone van de watergang voorzien van een poort met een breedte van minimaal 4 meter. Indien de poort is voorzien van een slot, moet initiatiefnemer een sleutel hiervan verstrekken aan het waterschap. b.Afrasteringen in de vorm van schrikdraad worden in de beschermingszone van de watergang voorzien van voldoende isolerende handgrepen. De handgrepen worden zodanig in de afrastering aangebracht, dat op eenvoudige wijze (dus zonder gebruik van sloten) een opening van minimaal 4 meter breed kan worden gemaakt. c.De onderhoudsroutes moeten te allen tijde in stand worden gehouden, tenzij er gedurende de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden geen onderhoud zal plaatsvinden. De initiatiefnemer kan zich hierover laten informeren bij het waterschap. d.Wanneer objecten (hekwerken, rasters etc.) niet meer worden gebruikt, dan dient de initiatiefnemer deze in zijn geheel te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 1 Deze voorschriften zijn bedoeld om te voorkomen dat onderhoud aan de watergang door het waterschap niet meer kan worden uitgevoerd. Het waterschap moet daarom vrije toegang hebben tot de omheinde strook grond gelegen in de beschermingszone. Hekwerken die niet meer van belang zijn kunnen beter worden verwijderd zodat de toegang niet onnodig wordt bemoeilijkt waardoor het onderhoud wordt belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.2.4 Vergunningplicht Als u in het stroomschema uitkomt bij het gekleurde vakje waarin is aangegeven dat naast de zorgplicht een vergunningplicht geldt, dan mag de voorgenomen handeling niet zondermeer worden uitgevoerd. Er moet dan eerst een vergunning zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.3 Verwijderen van objecten, wegen en paden langs oppervlaktewater 12.3.1 Stroomschema verwijderen van objecten, wegen en paden langs oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Het verwijderen van objecten, wegen of paden is een handeling die geen grote impact heeft op watergangen. Daarom geldt voor deze handeling uitsluitend de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.3.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater 13.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het plaatsen van constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven een watergang centraal. Deze handeling is niet zonder meer toegestaan. Het plaatsen van constructies, objecten en vaartuigen kan vergaande gevolgen hebben voor de doorstroming van een watergang en op het onderhoud dat het waterschap dient uit te voeren aan een watergang. Om die reden zijn er regels opgesteld voor het plaatsen van constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven een watergang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook het uitvoeren van werkzaamheden vanaf het water of het tijdelijk afdammen van een watergang vallen onder dit hoofdstuk. Dit kan bijvoorbeeld zijn het plaatsen van een beschoeiing vanaf een ponton. Het plaatsen van de beschoeiing valt dan onder hoofdstuk 7 en het werken vanaf het water valt dan onder dit hoofdstuk. Voor tijdelijke afdammingen van watergangen om bijvoorbeeld een dam met duiker aan te leggen hoeft niet ook nog eens hoofdstuk 20 te worden geraadpleegd om het peil tijdelijk te verlagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent een constructie, object of vaartuig in, op of boven een watergang te plaatsen, doorloop dan het stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk geldt niet voor: duikers en dammen met duiker, bruggen, steigers en vlonders, beschoeiingen en uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten. Hiervoor gelden specifieke regels (zie respectievelijk de hoofdstukken 4, 5, 6, 7 en 8).</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema Het stroomschema is opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in het stroomschema zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en algemene regel zonder meldplicht; zorgplicht en vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 12 ‘Objecten (hekwerken, rasters e.d.), wegen en paden langs oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 14 ‘Aanleggen van natuurvriendelijke oevers en/of het verrichten van handelingen daarin of daarboven’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 22 ‘Verrichten van handelingen in of boven een vaarweg’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voor het (tijdelijk) innemen van ligplaatsen in vaarwegen met een vaartuig, zowel gemotoriseerd als ongemotoriseerd, gelden het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en de betreffende Verkeersbesluiten. Ook provincie en gemeente kunnen hiervoor regelgeving hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.2 Stroomschema constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 0 Deze regelgeving is alleen van toepassing wanneer er constructies, objecten en/of vaartuigen worden geplaatst in, op of boven het doorstroomprofiel van een watergang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het plaatsen van objecten langs een watergang geldt de regelgeving, opgenomen in hoofdstuk 12. Hierbuiten geldt alleen de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vragen 1 en 2 Als het gaat om een tertiaire watergang, dan geldt alleen voor het tijdelijk afdammen van de watergang een algemene regel zonder meldplicht. Gaat het niet om het tijdelijk afdammen van een watergang dan geldt alleen de zorgplicht. Uiteraard blijft eventueel andere regelgeving (zoals de regels omtrent handelingen in of boven een natuurvriendelijke oever) hier ook nog van toepassing. Ook het definitief afdammen van een tertiaire watergang valt onder een ander hoofdstuk. Als het bijvoorbeeld gaat om een definitieve dam dan geldt hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vragen 3, 4 en 5 Het afdekken van tertiaire watergangen met bijvoorbeeld zonnepanelen kan invloed hebben op de waterkwaliteit en op de ecologie. Als de afdekking in totaal meer dan 10 m2 bedraagt dan moet beoordeeld worden wat de gevolgen zijn voor de waterkwaliteit en de ecologie. Daarom geldt hiervoor een vergunningplicht. Bedraagt de totale afdekking minder dan 10 m2, bevinden zich binnen een afstand van 100 meter geen andere afdekkende objecten, zoals zonnepanelen, in, op of boven dezelfde watergang en blijft de waterspiegel in het dwarsprofiel van de watergang voor meer dan 50% onbedekt dan zullen de gevolgen voor de watergang minimaal zijn en geldt alleen de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vragen 6, 7 en 8 Het innemen van een ligplaats met een vaartuig, zowel gemotoriseerd als ongemotoriseerd, valt onder de zorgplicht. Onder een vaartuig wordt verstaan een boot waar mee gevaren wordt en waarop niet wordt gewoond. Woonboten en woonarken en woonschepen vallen hier dus niet onder. Voor woonboten, woonarken en woonschepen geldt een vergunningplicht, behalve als het gaat om de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel of de Doorslag. Deze twee wateren zijn zodanig van omvang dat een woonboot, woonark of woonschip nauwelijks invloed heeft op de doorstroming. Raadpleeg voordat u de vergunning aanvraagt ook de provincie en/of de gemeente, omdat deze aanvullende regels kunnen hebben waar rekening mee moet worden gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is het innemen van een ligplaats in een vaarweg, voor zowel vaartuigen als ook woonboten, woonarken of woonschepen, geregeld in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en in Verkeersbesluiten. Raadpleeg daarom ook die regelgeving, voordat u de handeling uitvoert. Het kan dus zo zijn dat het innemen van een ligplaats is toegestaan volgens de regelgeving in dit hoofdstuk, maar dat het niet is toegestaan volgens het BPR. Daarnaast moet de initiatiefnemer rekening houden met eventueel regelgeving van de provincie en/of de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 9 Het afdekken van watergangen met bijvoorbeeld zonnepanelen kan invloed hebben op de waterkwaliteit, de ecologie en de wijze van onderhoud van de watergang. Het waterschap wil dit van geval tot geval beoordelen. Daarom geldt hiervoor een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 10 Als het gaat om een primaire of om een secundaire watergang dan moet beoordeeld worden of de constructie of het object het onderhoud aan de watergang niet belemmerd en of de watergang niet wordt versmald of zelfs geheel afgedamd. Als de watergang wordt versmald kan dat een onaanvaardbare opstuwing veroorzaken. Voor tijdelijke constructies en objecten die de watergang niet versmallen of afsluiten geldt de zorgplicht. Voor alle andere gevallen geldt een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook kan het plaatsen van objecten nabij peilregelende kunstwerken het onderhoud aan deze kunstwerken belemmeren en/of de werking van het kunstwerk verstoren. Aangezien hiervoor een vergunningplicht geldt kan hiervoor een afweging worden gemaakt of dit is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke pontons of andere tijdelijke drijvende constructies worden geacht de watergang niet te versmallen en vallen dan ook onder de zorgplicht. Onder tijdelijke constructies en objecten verstaan we constructies en objecten die tijdelijk in, op of boven de watergang worden geplaatst ten behoeve van het uitvoeren van werken of voor evenementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.3 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden; er rekening mee wordt gehouden dat bij toepassing van bepaalde materialen in het oppervlaktewater er uitloging van schadelijke stoffen kan plaatsvinden. Dit doet zich voor bij onder andere het gebruik van de volgende materialen: gecreosoteerd hout, gewolmaniseerd hout en verzinkt staal; er rekening mee wordt gehouden dat primaire en secundaire watergangen door het waterschap varend of vanaf de oever worden onderhouden. Constructies en objecten in een watergang kunnen dit onderhoud belemmeren. Het is dus zaak om daar bij het plaatsen van tijdelijke constructies en objecten in een watergang rekening mee te houden. Verder mogen constructies, objecten en vaartuigen in een watergang geen onaanvaardbare opstuwing tot gevolg hebben; en/of er rekening mee wordt gehouden dat de maatschappelijke functies van het watersysteem niet worden belemmerd, zoals bijvoorbeeld kanoroutes of officiële schaatsroutes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.4 Algemene regel zonder meldplicht In het stroomschema wordt verwezen naar één of meer algemene regels, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Keur. Deze algemene regel(s) is/(zijn) hieronder uitgewerkt. Naast de algemene regel is ook altijd de zorgplicht van toepassing. Als u het stroomschema heeft doorlopen en u komt uit bij het vakje ‘Algemene regel zonder meldplicht’ of ‘Algemene regel met meldplicht’, dient u te voldoen aan de regelgeving uitgewerkt in de betreffende algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te voldoen aan de algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in het volgende artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften uitvoering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.De tijdelijke afdamming wordt niet langer ingesteld dan strikt noodzakelijk voor de uit te voeren werkzaamheden. b.De aan- en afvoer van water naar achterliggende percelen wordt niet gestremd. Zo nodig worden aanvullende maatregelen getroffen om de water aan- en afvoer te waarborgen. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een duiker van voldoende afmetingen of met behulp van een pomp met voldoende debiet. c.Direct na afloop van de werkzaamheden wordt de afdamming ongedaan gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 1 In dit artikel zijn de voorschriften opgesomd waaraan de uit te voeren werkzaamheden dienen te voldoen. Tijdelijke afdammingen dienen niet langer in stand te worden gehouden dan strikt noodzakelijk omdat het peilbeheer door het waterschap hierdoor kan worden belemmerd. Ook kan elders schade ontstaan door wateroverlast of waterschaarste. De wateraan- en afvoer naar achterliggende percelen moet daarom gewaarborgd blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.4 Vergunningplicht Als u in het stroomschema uitkomt bij het gekleurde vakje waarin is aangegeven dat naast de zorgplicht een vergunningplicht geldt, dan mag de voorgenomen handeling niet zondermeer worden uitgevoerd. Er moet dan eerst een vergunning zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">14 Aanleggen van natuurvriendelijke oevers en/of het verrichten van handelingen daarin of daarboven 14.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het aanleggen van, of het verrichten van handelingen in of boven, een natuurvriendelijke oever centraal. Deze handelingen zijn niet zonder meer toegestaan. Het waterschap stimuleert het aanleggen van natuurvriendelijke oevers aangezien deze bijdragen aan een goede waterkwaliteit. Nadat de natuurvriendelijke oevers zijn aangelegd zijn handelingen in of boven de natuurvriendelijke oevers ook niet zonder meer toegestaan. Hiervoor zijn regels opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Het onderhouden van een natuurvriendelijke oever valt niet onder “het verrichten van handelingen in of boven natuurvriendelijke oevers”. Bij het onderhouden van een natuurvriendelijke oever is de zorgplicht van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleggen Als u van plan bent een natuurvriendelijke oever aan te leggen of een handeling in of boven een natuurvriendelijke oever te verrichten, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema’s De stroomschema’s zijn opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in de stroomschema’s zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en algemene regel met meldplicht; zorgplicht en vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 ‘Dempen van oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 13 ‘Constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 25 ‘Graafwerkzaamheden bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2 Aanleggen van natuurvriendelijke oevers 14.2.1 Stroomschema aanleggen van natuurvriendelijke oevers Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Voor primaire en secundaire watergangen waar een beschermingszone naast ligt, moet per geval worden beoordeeld of een natuurvriendelijke oever kan worden aangelegd. Het aanleggen van een natuurvriendelijke oever kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld het onderhoud. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Legger oppervlaktewateren is opgenomen of een watergang een beschermingszone heeft en hoe breed deze is. De Legger is te raadplegen via de site van het waterschap: www.hdsr.nl/bestuur-organisatie/regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 2 Als de natuurvriendelijke oever binnen het doorstroomprofiel van een watergang (zie figuur 14.1) wordt aangelegd, vindt er vernauwing plaats van het doorstroomprofiel. Bij primaire en secundaire watergangen kan de aanleg van een natuurvriendelijke oever in het doorstroomprofiel leiden tot problemen ten aanzien van de doorstroming en de bevaarbaarheid voor onderhoudsvaartuigen, hetgeen per geval moet worden beoordeeld. Daarom geldt voor deze gevallen bij alle type watergangen een vergunningplicht. Het peilbesluit is te raadplegen op de site van het waterschap: www.hdsr.nl/bestuur-organisatie/regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 14.1 Natuurvriendelijke oever buiten doorstroomprofiel watergang In situatie 1 van figuur 14.1 is het hoogst vastgestelde peil volgens het peilbesluit weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In situatie 2 van figuur 14.1 is aangegeven hoe de natuurvriendelijke oever buiten het doorstroomprofiel kan worden aangelegd, zodat er geen vergunning voor hoeft te worden aangevraagd. Het doorstroomprofiel wordt op deze wijze niet belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de figuur wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 3 Als er alleen sprake is van een taludverflauwing boven het hoogst vastgestelde peil volgens het peilbesluit, dan heeft dit geen invloed op watergangen. Wel heeft het invloed op de legger. Daarom geldt voor deze gevallen een algemene regel met meldplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vragen 4 en 5 Als de natuurvriendelijke oever wordt aangelegd als compensatie voor een demping, een dam (met duiker), een brug, nieuw verhard oppervlak of ter compensatie van een handeling in een bestaande natuurvriendelijke oever, dan worden er eisen gesteld aan de diepte van de aan te leggen natuurvriendelijke oever indien het een plasberm betreft. De diepte moet dan minimaal 0,30 meter ten opzichte van het laagst vastgestelde peil volgens het peilbesluit zijn omdat anders de kans op verlanding erg groot is. Er zijn gevallen denkbaar waar andere eisen gelden. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht. Het peilbesluit is te raadplegen op de site van het waterschap: www.hdsr.nl/bestuur-organisatie/regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2.3 Algemene regel In het stroomschema wordt verwezen naar één of meer algemene regels, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Keur. Deze algemene regel(s) is/(zijn) hieronder uitgewerkt. Naast de algemene regel is ook altijd de zorgplicht van toepassing. Als u het stroomschema heeft doorlopen en u komt uit bij het vakje ‘Algemene regel zonder meldplicht’ of ‘Algemene regel met meldplicht’, dient u te voldoen aan de regelgeving uitgewerkt in de betreffende algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2.3.1 Algemene regel met meldplicht Om te voldoen aan deze algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in de volgende artikelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften uitvoering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.De natuurvriendelijke oever is voldoende stabiel, zodat uitspoeling in het doorstroomprofiel van de watergang wordt voorkomen. b.De natuurvriendelijke oever wordt onderhouden door de initiatiefnemer. c.De onderhoudsroutes moeten te allen tijde in stand worden gehouden tijdens het aanleggen van de natuurvriendelijke oever, tenzij er gedurende de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden geen onderhoud aan de watergang zal plaatsvinden door het waterschap. De initiatiefnemer kan zich hierover laten informeren bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een melding gedaan bij het waterschap. b.Aan de melding wordt de volgende informatie toegevoegd: een duidelijke locatietekening van de aan te leggen natuurvriendelijke oever; een duidelijke tekening met daarop een dwarsprofiel met de taludverhouding van de natuurvriendelijke oever.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 1 De aanleg van natuurvriendelijke oevers is belangrijk om de waterkwaliteit te bevorderen. Voor de aanleg gelden wel regels om te voorkomen dat de doorstroming van de watergang belemmerd raakt. Ook is belangrijk dat onderhoud goed kan worden uitgevoerd om te voorkomen dat de natuurvriendelijke oevers verlanden, waardoor wateroppervlak verloren gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 2 Het aanleggen van een natuurvriendelijke oever dient te worden gemeld, omdat dit een wijziging van het profiel van de watergang betekent, die moet worden geregistreerd in de Legger. De melding kan worden ingediend bij het waterschap zelf (www.hdsr.nl) of via het Omgevingsloket (www.omgevingsloket.nl).</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2.3.2 Algemene regel met meldplicht Om te voldoen aan deze algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in de volgende artikelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften uitvoering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.De natuurvriendelijke oever is voldoende stabiel, zodat uitspoeling in het doorstroomprofiel van de watergang wordt voorkomen. b.Aanwezige oude beschoeiingresten of andere oeververdedigingen worden geheel uit de watergang verwijderd, tenzij deze een functie hebben voor het in stand houden van het talud. c.Beschoeiingen die onder water zijn aangelegd in primaire en secundaire watergangen worden om de 50 meter verklikt middels markeringspalen, op een zodanige wijze dat deze duidelijk zichtbaar zijn en blijven vanaf het water. d.De natuurvriendelijke oever wordt onderhouden door de initiatiefnemer. e.De onderhoudsroutes moeten te allen tijde in stand worden gehouden tijdens het aanleggen van de natuurvriendelijke oever, tenzij er gedurende de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden geen onderhoud aan de watergang zal plaatsvinden door het waterschap. De initiatiefnemer kan zich hierover laten informeren bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een melding gedaan bij het waterschap. b.Aan de melding wordt de volgende informatie toegevoegd: een duidelijke locatietekening van de aan te leggen natuurvriendelijke oever; een duidelijke tekening met daarop een dwarsprofiel met de taludverhouding van de natuurvriendelijke oever.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Zie paragraaf 14.2.3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2.3.3 Algemene regel met meldplicht Om te voldoen aan deze algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in de volgende artikelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften uitvoering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.De natuurvriendelijke oever is voldoende stabiel, zodat uitspoeling in het doorstroomprofiel van de watergang wordt voorkomen. b.Aanwezige oude beschoeiingresten of andere oeververdedigingen worden geheel uit de watergang verwijderd, tenzij deze een functie hebben voor het in stand houden van het talud. c.Beschoeiingen die onder water zijn aangelegd in primaire en secundaire watergangen worden om de 50 meter verklikt middels markeringspalen, op een zodanige wijze dat deze duidelijk zichtbaar zijn en blijven vanaf het water. d.De natuurvriendelijke oever wordt door de initiatiefnemer zodanig onderhouden dat verlanden wordt tegengegaan. Dit onderhoud houdt onder andere in: maaien, het verwijderen van houtgewassen en periodiek op de oorspronkelijke diepte terugbrengen van de watergang. e.De onderhoudsroutes moeten te allen tijde in stand worden gehouden tijdens het aanleggen van de natuurvriendelijke oever, tenzij er gedurende de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden geen onderhoud aan de watergang zal plaatsvinden door het waterschap. De initiatiefnemer kan zich hierover laten informeren bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een melding gedaan bij het waterschap. b.Aan de melding wordt de volgende informatie toegevoegd: een duidelijke locatietekening van de aan te leggen natuurvriendelijke oever; een duidelijke tekening met daarop een dwarsprofiel met de taludverhouding van de natuurvriendelijke oever; een duidelijk overzicht met het oppervlak van de aan te leggen natuurvriendelijke oever in m².</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Zie paragraaf 14.2.3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.2.4 Vergunningplicht Als u in het stroomschema uitkomt bij het gekleurde vakje waarin is aangegeven dat naast de zorgplicht een vergunningplicht geldt, dan mag de voorgenomen handeling niet zondermeer worden uitgevoerd. Er moet dan eerst een vergunning zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.3 Verrichten van handelingen in of boven natuurvriendelijke oevers 14.3.1 Stroomschema verrichten van handelingen in of boven natuurvriendelijke oevers Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Als het een natuurvriendelijke oever betreft die op de kaart 3 is aangegeven dan zijn handelingen in of boven deze oever niet zo maar toegestaan. Als de natuurvriendelijke oever niet op deze kaart is aangegeven dan is de zorgplicht van toepassing. Wel moet andere van toepassing zijnde regelgeving worden geraadpleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vragen 2, 3 en 4 Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te verbeteren. Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers past binnen dit beleidsdoel, terwijl het verwijderen van natuurvriendelijke oevers niet in dit streven past. In het geval een handeling van de initiatiefnemer een verlies van 2 m² aan natuurvriendelijke oever veroorzaakt, ontstaat er een verplichting om dit verlies voorafgaand of gelijktijdig met de handeling te compenseren middels het graven van een nieuwe natuurvriendelijke oever met hetzelfde oppervlak in hetzelfde peilgebied. In sommige situaties is dit niet mogelijk. Omdat dit per geval beoordeeld moet worden geldt hiervoor een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het verlies aan natuurvriendelijke oever kleiner is dan 2 m², dan hoeft dit verlies niet te worden gecompenseerd middels het graven van een nieuwe natuurvriendelijke oever. De handeling die het verlies aan natuurvriendelijke oever veroorzaakt dient wel te voldoen aan de regels die van toepassing zijn voor die handeling. Als er bijvoorbeeld een kleine steiger wordt aangelegd van maximaal 2 m² dan moet het aanleggen van deze steiger wel voldoen aan de regels opgenomen in hoofdstuk 6 betreffende de aanleg van steigers en vlonders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor primaire en secundaire watergangen die vanaf de oever worden onderhouden, geldt ook een vergunningplicht als er gecompenseerd moet worden middels het graven van een nieuwe natuurvriendelijke oever. Dit komt overeen met de regelgeving voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.3.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.3.3 Algemene regel met meldplicht In het stroomschema wordt verwezen naar één of meer algemene regels, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Keur. Deze algemene regel(s) is/(zijn) hieronder uitgewerkt. Naast de algemene regel is ook altijd de zorgplicht van toepassing. Als u het stroomschema heeft doorlopen en u komt uit bij het vakje ‘Algemene regel zonder meldplicht’ of ‘Algemene regel met meldplicht’, dient u te voldoen aan de regelgeving uitgewerkt in de betreffende algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te voldoen aan deze algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in de volgende artikelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften uitvoering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Nieuw aan te leggen natuurvriendelijke oevers die worden aangelegd ter compensatie van een verwijderde natuurvriendelijke oever, voldoen aan dezelfde afmetingen en hetzelfde profiel als de verwijderde natuurvriendelijke oever en voldoen aan de regelgeving in hoofdstuk 14.2 over het aanleggen van natuurvriendelijke oevers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Minimaal twee weken voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een melding gedaan bij het waterschap. b.Aan de melding wordt de volgende informatie toegevoegd: een duidelijke locatietekening van de uit te voeren handeling in of boven de natuurvriendelijke oever; een duidelijk overzicht van het verlies aan natuurvriendelijke oever en de te compenseren natuurvriendelijke oever in m²; een duidelijke locatietekening van de te compenseren natuurvriendelijke oever; de startdatum van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 1 Een natuurvriendelijke oever is aangelegd met het doel om de waterkwaliteit te verbeteren. Als ter compensatie een kleinere natuurvriendelijke oever wordt aangelegd, dan zou dit de waterkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden. Dat is niet wenselijk en daarom moet een oever van gelijke omvang worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 2 Het verrichten van handelingen in of boven een natuurvriendelijke oever dient te worden gemeld, omdat dit een wijziging van het profiel van de watergang betekent, die moet worden geregistreerd in de Legger. De melding kan worden ingediend bij het waterschap zelf (www.hdsr.nl) of via het Omgevingsloket (www.omgevingsloket.nl).</p>\n<p class=\"lf-p\">14.3.4 Vergunningplicht Als u in het stroomschema uitkomt bij het gekleurde vakje waarin is aangegeven dat naast de zorgplicht een vergunningplicht geldt, dan mag de voorgenomen handeling niet zondermeer worden uitgevoerd. Er moet dan eerst een vergunning zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">15 Versneld afvoeren en lozen van hemelwater vanaf nieuw verhard oppervlak op oppervlaktewater 15.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het versneld afvoeren en lozen van hemelwater vanaf nieuw verhard oppervlak op oppervlaktewater centraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een watersysteem is aangelegd om een bepaalde hoeveelheid hemelwater te kunnen opvangen en afvoeren. Indien er meer verhard oppervlak wordt aangelegd, waardoor hemelwater niet in de bodem kan trekken en versneld wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater, dan kan dit tot wateroverlast leiden. Dit komt omdat het watersysteem dan niet is berekend op de extra hoeveelheid water die geloosd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het versneld afvoeren en lozen is daarom niet zonder meer toegestaan. Het waterschap wil dit graag regelen. Om die reden zijn er regels opgesteld ten behoeve van het versneld afvoeren en lozen van hemelwater vanaf nieuw aangelegd verhard oppervlak op oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent hemelwater versneld af te voeren en te lozen vanaf nieuw verhard oppervlak, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema’s Het stroomschema is opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in het stroomschema zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en algemene regel met meldplicht; zorgplicht en vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 ‘Graven van of in oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 ‘Uitstroomvoorzieningen en onttrekkingspunten in oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 9 ‘Lozen op en het onttrekken van oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 14 ‘Aanleggen van natuurvriendelijke oevers en/of het verrichten van handelingen daarin of daarboven’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.2 Stroomschema versneld afvoeren en lozen vanaf nieuw verhard oppervlak op oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vragen 1 en 2 Er wordt een ondergrens gesteld aan de compensatieplicht. Deze grens is voor stedelijk gebied 500 m² en voor landelijk gebied 5.000 m². Deze grens is gesteld zodat niet iedere uitbreiding van verhard oppervlak gelijk leidt tot een compensatieplicht. In landelijk gebied heeft het uitbreiden van verhard oppervlak minder gevolgen voor het watersysteem dan in stedelijk gebied. Bovendien kan in stedelijk gebied wateroverlast tot grotere problemen leiden dan in landelijk gebied. Daarom is de ondergrens in landelijk gebied hoger dan in stedelijk gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">In landelijk gebied bestaat de uitbreiding van verhard oppervlak vaak uit het bouwen van stallen of schuren. Veel van die stallen of schuren hebben, inclusief nieuwe erfverhardingen, een oppervlak van minder dan 5.000 m². In die gevallen hoeven deze bouwwerken dus niet te worden gecompenseerd. Als de toename van verhard oppervlak van bouwwerk plus erfverharding groter dan 5.000 m² is, dan moet er wel gecompenseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het berekenen van het totaal aan nieuw verhard oppervlak moet buiten bebouwd gebied vijf jaren worden teruggekeken naar het oppervlak dat in deze periode nog niet gecompenseerd is. Dit betekent dat als nu een uitbreiding buiten bebouwd gebied van verhard oppervlak plaatsvindt van 2.200 m² en minder dan vijf jaren geleden heeft er een uitbreiding plaatsgevonden van 3.000 m², dan is de totale toename van verhard oppervlak 5.200 m². Er moet dan 5.200 m² worden gecompenseerd middels het graven van 520 m² oppervlaktewater (10% van 5.200 m²) (zie vraag 5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 3 Als de toename van verhard oppervlak meer dan 10.000 m² bedraagt, dan wordt per geval beoordeeld hoeveel compensatie er nodig is. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 4 Indien wordt voorkomen dat hemelwater van toegenomen verhard oppervlak versneld wordt afgevoerd, dan hoeft niet te worden gecompenseerd middels het graven van oppervlaktewater of het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Het voorkomen van een versnelde afvoer en lozing kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd middels het aanleggen van wadi’s, greppels of infiltratieriolen die niet rechtstreeks zijn aangesloten op het watersysteem. Het waterschap heeft richtlijnen waaraan bovengenoemde constructies moeten voldoen om een versnelde afvoer te voorkomen. Als wordt voldaan aan deze richtlijnen dan mag er van worden uitgegaan dat er geen sprake is van versnelde afvoer en lozing. Dit valt onder de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 5 en 6 Als de toename van verhard oppervlak minder is dan 10.000 m² (buiten bebouwd gebied gaat het hierbij om nog niet gecompenseerd verhard oppervlak over de afgelopen vijf jaren) en de toename wordt volledig gecompenseerd, dan geldt een algemene regel met meldplicht. Met volledig compenseren wordt in dit verband bedoeld dat er in stedelijk gebied een oppervlak van 15% van de toename van verhard oppervlak aan nieuw oppervlaktewater wordt gegraven en in landelijk gebied 10%. Dit oppervlaktewater mag ook bestaan uit natuurvriendelijke oevers. Voor het graven van nieuw oppervlaktewater en voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers moet de betreffende regelgeving geraadpleegd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De compensatie moet direct na of voorafgaand aan het aanleggen van de nieuwe verharding worden gerealiseerd om een tijdelijk negatief effect door de toename van verhard oppervlak op het watersysteem te voorkomen. Bovendien moet de watercompensatie plaatsvinden in hetzelfde peilgebied als waar de nieuwe verharding gerealiseerd wordt, of in een aangrenzend benedenstrooms peilgebied. of in een aangrenzend peilgebied met hetzelfde of een lager peil. [dit moet zijn: Bovendien moet de watercompensatie plaatsvinden in hetzelfde peilgebied als waar de nieuwe verharding gerealiseerd wordt, of in een aangrenzend benedenstrooms peilgebied.] In sommige gevallen kan hiervan worden afgeweken. Dit moet per geval worden beoordeeld. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.3 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: tijdens de werkzaamheden het onderhoud door het waterschap aan de watergang niet wordt belemmerd. het lozen van hemelwater vanaf nieuw verhard oppervlak geen structurele en/of significante peilwijziging mag veroorzaken, aangezien dit kan leiden tot wateroverlast. Onder significant wordt verstaan een dermate grote afwijking die op grond van het peilbesluit niet is toegestaan. De peilbesluiten zijn te raadplegen via de site van het waterschap: www.hdsr.nl. Hierin is opgenomen dat het waterschap de vastgestelde peilen nastreeft met een marge van 5 centimeter. Dit betekent dat het peil 5 centimeter mag stijgen en 5 centimeter mag dalen ten opzichte van het vastgestelde peil opgenomen in het peilbesluit. Grotere afwijkingen zijn niet toegestaan zonder overleg met het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.4 Algemene regel met meldplicht In het stroomschema wordt verwezen naar één of meer algemene regels, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Keur. Deze algemene regel(s) is/(zijn) hieronder uitgewerkt. Naast de algemene regel is ook altijd de zorgplicht van toepassing. Als u het stroomschema heeft doorlopen en u komt uit bij het vakje ‘Algemene regel zonder meldplicht’ of ‘Algemene regel met meldplicht’, dient u te voldoen aan de regelgeving uitgewerkt in de betreffende algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te voldoen aan de algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in het volgende artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Minimaal twee weken voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een melding gedaan bij het waterschap. b.Aan de melding wordt de volgende informatie toegevoegd: een duidelijke locatietekening van de toename van het verharde oppervlak; een duidelijk overzicht van de hoeveelheid nieuw verhard oppevlak in m²; een duidelijke locatietekening van het te compenseren oppervlaktewater; de startdatum van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 1 Het versneld afvoeren en lozen vanaf nieuw verhard oppervlak dient te worden gemeld, omdat het waterschap er op moet toezien dat het extra verhard oppervlak wordt gecompenseerd. De melding kan worden ingediend bij het waterschap zelf (www.hdsr.nl) of via het Omgevingsloket (www.omgevingsloket.nl).</p>\n<p class=\"lf-p\">15.5 Vergunningplicht Als u in het stroomschema uitkomt bij het gekleurde vakje waarin is aangegeven dat naast de zorgplicht een vergunningplicht geldt, dan mag de voorgenomen handeling niet zondermeer worden uitgevoerd. Er moet dan eerst een vergunning zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">16 Bouwwerken langs oppervlaktewater 16.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het aanleggen en het verwijderen van bouwwerken langs oppervlaktewater centraal. Onder bouwwerken verstaan we bijvoorbeeld schuren en/of tuinhuisjes. Hieronder verstaan we geen overhangende balkons (veranda’s). Over het water hangende balkons vallen onder de regelgeving voor steigers en vlonders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen en verwijderen van bouwwerken is niet zonder meer toegestaan. Door een bouwwerk aan te leggen in de beschermingszone A van een watergang, kan namelijk in sommige situaties geen onderhoud meer worden uitgevoerd aan de watergang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent een bouwwerk te plaatsen of te verwijderen langs een watergang, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema’s De stroomschema’s zijn opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in de stroomschema’s zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 13 ‘Constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 14 ‘Aanleggen van natuurvriendelijke oevers en/of het verrichten van handelingen daarin of daarboven’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 15 ‘Versneld afvoeren en lozen van hemelwater vanaf nieuw verhard oppervlak op oppervlaktewater’</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 36 ‘Bouwwerken bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">16.2 Aanleggen van bouwwerken langs oppervlaktewater 16.2.1 Stroomschema aanleggen van bouwwerken langs oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 0 Deze regelgeving is alleen van toepassing wanneer er een bouwwerk wordt gebouwd in de kernzone of beschermingszone A van een watergang, de beschermingszone B van een beschoeiing of in de beschermingszone K van een kunstwerk. Hierbuiten geldt alleen de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Indien het bouwwerk geplaatst wordt in een van de genoemde beschermingszones, dan moet per geval worden beoordeeld of het te plaatsen bouwwerk geen belemmering vormt voor het uitvoeren van onderhoud aan watergang, beschoeiing of peilregelend kunstwerk. Daarom geldt voor die gevallen een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 2 Indien het bouwwerk binnen de waterlijn bij het hoogst vastgestelde peil in het peilbesluit (zie figuur 16.1) komt te staan vindt er wellicht demping plaats of hangt het bouwwerk boven de watergang. Per geval moet beoordeeld worden of dit geen negatieve invloed heeft op de waterhuishouding. Daarom geldt voor die gevallen een vergunningplicht. Het van toepassing zijnde peilbesluit en de Legger zijn te raadplegen op de site van het waterschap via: www.hdsr.nl/bestuur-organisatie/regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 16.1 Plaatsing bouwwerken langs watergangen Voor de figuur wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">16.2.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden; en/of het plaatsen van een bouwwerk geen belemmering oplevert voor het onderhoud aan de watergang door het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">16.2.3 Vergunningplicht Als u in het stroomschema uitkomt bij het gekleurde vakje waarin is aangegeven dat naast de zorgplicht een vergunningplicht geldt, dan mag de voorgenomen handeling niet zondermeer worden uitgevoerd. Er moet dan eerst een vergunning zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan bij het waterschap worden aangevraagd (zie hiervoor www.hdsr.nl of www.omgevingsloket.nl). Na het indienen van het formulier zal uw aanvraag worden beoordeeld, waarbij er zal worden vastgesteld of de handeling kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Uitgangspunt hierbij is dat eventueel op te treden nadelige effecten van de handeling kunnen worden weggenomen door de te stellen voorschriften. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bedoeld in artikel 3.1 van de Keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader waar vergunningaanvragen aan worden getoetst kunt u nalezen in het document ‘Beleidsregels bij de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018’. Indien u nog verdere vragen heeft, kunt u ook contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening &amp; Handhaving van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">16.3 Verwijderen van bouwwerken langs oppervlaktewater 16.3.1 Stroomschema verwijderen van bouwwerken langs oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Het verwijderen van bouwwerken is een handeling die geen grote impact heeft op watergangen. Daarom geldt voor deze handeling uitsluitend de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">16.3.2 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van de werkzaamheden het werk altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater, waardoor de doorstroming zou kunnen worden belemmerd, worden verwijderd indien deze een gevolg zijn van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">17 Beweiden van gronden langs oppervlaktewater 17.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat de handeling het beweiden van gronden langs een watergang centraal. Het beweiden van grond in en nabij een watergang of een natuurvriendelijke oever is niet zonder meer toegestaan. Door de beweiding van gronden kan bijvoorbeeld de natuurvriendelijke oever beschadigd raken, waardoor de kwaliteitsdoelen van het waterschap niet worden behaald. Of het talud kan worden beschadigd waardoor uitspoeling kan ontstaan en de doorstroming van de watergang kan worden belemmerd. Om die reden is het beweiden van gronden niet zonder meer toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent grond te laten beweiden langs een watergang, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema Het stroomschema is opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in het stroomschema zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en algemene regel zonder meldplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 37 ‘Beweiden van gronden bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">17.2 Stroomschema beweiden van gronden langs oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 0 Deze regelgeving is alleen van toepassing wanneer de te beweiden grond zich bevindt in de kernzone of beschermingszone A van een watergang. Hierbuiten geldt alleen de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Als de te beweiden grond grenst aan een natuurvriendelijke oever (zie kaart 3) dan moeten er voorschriften worden opgenomen om deze natuurvriendelijke oever te beschermen. Daarom geldt in deze gevallen een algemene regel waarin voorschriften zijn opgenomen om de natuurvriendelijke oever te beschermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">17.3 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: wordt voorkomen dat door de beweiding schade ontstaat aan de taluds, waardoor uitspoeling kan ontstaan. Dit kan een negatief effect hebben voor de ecologie en de waterkwaliteit. Verder kan het de doorstroming van de watergang belemmeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">17.4 Algemene regel zonder meldplicht In het stroomschema wordt verwezen naar één of meer algemene regels, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Keur. Deze algemene regel(s) is/(zijn) hieronder uitgewerkt. Naast de algemene regel is ook altijd de zorgplicht van toepassing. Als u het stroomschema heeft doorlopen en u komt uit bij het vakje ‘Algemene regel zonder meldplicht’ of ‘Algemene regel met meldplicht’, dient u te voldoen aan de regelgeving uitgewerkt in de betreffende algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te voldoen aan de algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in het volgende artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften uitvoering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Natuurvriendelijke oevers moeten worden afgeschermd voor vee met een deugdelijke afrastering, zodanig dat het vee niet in de natuurvriendelijke oever kan komen. Indien er een beschermingszone A langs de watergang aanwezig is dan moet deze afrastering voldoen aan de regels voor het aanleggen en verwijderen van objecten, wegen en paden (hoofdstuk 12).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 1 Natuurvriendelijke oevers zijn aangelegd met het doel om de waterkwaliteit te verbeteren. Voorkomen moet worden dat de nieuw aangelegde oever beschadigd raakt en dat oevers worden vertrapt waardoor grond in de watergang kan komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">18 Grondboringen, sonderingen, peilbuizen en bodemenergiesystemen in of langs oppervlaktewater 18.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het uitvoeren van grondboringen en sonderingen, het plaatsen van peilbuizen en het aanleggen van bodemenergiesystemen nabij een watergang centraal. Deze handelingen zijn niet zonder meer toegestaan omdat er een risico bestaat dat de doorstroming van een watergang wordt belemmerd of dat het onderhoud aan de watergang wordt belemmerd. Om die reden zijn voor deze handelingen regels opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent een grondboring of sondering uit te voeren, een peilbuis te plaatsen of een bodemenergiesystemen aan te leggen in of langs een watergang, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema Het stroomschema is opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in het stroomschema zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomst(en) is/zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 13 ‘Constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 42 ‘Grondboringen, sonderingen, peilbuizen en bodemenergiesystemen in of bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">18.2 Stroomschema grondboringen, sonderingen, peilbuizen en bodemenergiesystemen in of langs oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Het uitvoeren van sonderingen en grondboringen, het plaatsen van peilbuizen en het aanleggen van bodemenergiesystemen zijn handelingen die geen grote impact hebben op watergangen. Daarom geldt voor deze handelingen uitsluitend de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">18.3 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: voorkomen moet worden dat het onderhoud door het waterschap aan de watergang door de uitvoering van de handeling, wordt gehinderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">19 Evenementen in oppervlaktewater 19.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het houden van evenementen in oppervlaktewater centraal. Op het moment dat u van plan bent een evenement te organiseren dient u in sommige gevallen het waterschap hiervan op de hoogte te stellen. Het gaat hierbij om een evenement waarbij gebruik wordt gemaakt van de kernzone van een watergang. Daarnaast dient u er rekening mee te houden dat u mogelijk een vergunning van de gemeente nodig heeft, dan wel toestemming van andere instanties en/of eigenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van een watergang is niet zonder meer toegestaan. De doorstroming van het water en het onderhoud door het waterschap kan hierdoor worden belemmerd. Om die reden wil het waterschap op de hoogte zijn van het houden van evenementen en zijn hiervoor regels opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent een evenement te houden in een watergang, doorloop dan het betreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema Het stroomschema is opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in het stroomschema zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht; zorgplicht en algemene regel met meldplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 13 ‘Constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 22 ‘Verrichten van handelingen in of boven een vaarweg’.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 43 ‘Evenementen bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">19.2 Stroomschema evenementen in oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Voor primaire en secundaire watergangen wil het waterschap in ieder geval geïnformeerd zijn in verband met mogelijke veiligheidsaspecten en om te bezien of het evenement al dan niet problemen oplevert voor het uitvoeren van het waterbeheer. Daarom geldt er een algemene regel met meldplicht indien het evenement geheel of gedeeltelijk plaats vindt in de kernzone van een primaire of secundaire watergang. Als het een tertiaire watergang betreft dan kan worden volstaan met de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zijn activiteiten in of op vaarwegen geregeld in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Raadpleeg daarom ook die regelgeving, voordat u de handeling uitvoert. Het kan dus zo zijn dat de activiteit die u wilt uitvoeren niet is toegestaan volgens het BPR.</p>\n<p class=\"lf-p\">19.3 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat: na afloop van het evenement de watergang altijd in nette staat wordt achtergelaten. Hiermee wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig worden afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater die als gevolg van het evenement zijn ontstaan, moeten worden verwijderd; en/of er moet worden voorkomen dat de doorstroming, de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit van de watergang zou kunnen worden aangetast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">19.4 Algemene regel met meldplicht In het stroomschema wordt verwezen naar één of meer algemene regels, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Keur. Deze algemene regel(s) is/(zijn) hieronder uitgewerkt. Naast de algemene regel is ook altijd de zorgplicht van toepassing. Als u het stroomschema heeft doorlopen en u komt uit bij het vakje ‘Algemene regel zonder meldplicht’ of ‘Algemene regel met meldplicht’, dient u te voldoen aan de regelgeving uitgewerkt in de betreffende algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te voldoen aan de algemene regel dient de initiatiefnemer te voldoen aan de voorschriften in de volgende artikelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.Minimaal vier weken voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een melding gedaan bij het waterschap. b.Aan de melding wordt minimaal de volgende informatie toegevoegd: een duidelijke locatietekening van het evenement; tijdstip en tijdsduur van het evenement; een duidelijke beschrijving van het evenement; het te verwachten aantal deelnemers; zonodig tekeningen van aan te leggen (tijdelijke) constructies; naam contactpersoon met mobiel telefoonnummer en e-mailadres.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende voorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het waterschap kan in voorkomende gevallen naar aanleiding van de melding besluiten om aanvullende voorschriften te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 1 In dit artikel is opgenomen dat voor de start van een evenement een melding moet worden ingediend bij het waterschap. De melding kan worden ingediend bij het waterschap zelf (www.hdsr.nl) of via het Omgevingsloket (www.omgevingsloket.nl).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij artikel 2 Als aanvullende voorschriften nodig zijn zal het waterschap na de melding specifieke aanvullende voorschriften opstellen ten behoeve van het te houden evenement. Omdat dit afhankelijk is van de aard van het evenement, kunnen die voorschriften pas na de melding worden opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de overige regels die van toepassing kunnen zijn bij het houden van een evenement kan ook een vergunning nodig zijn van een andere overheidsinstantie en/of toestemming van een eigenaar voor het uitvoeren van de handeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">20 Op- of onderbemalingen en peilafwijkingen in oppervlaktewater 20.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het realiseren van een afwijkend peil uitgewerkt, ten opzichte van de in het peilbesluit vastgestelde waterpeilen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een op- of onderbemaling, een hoogwatervoorziening of om een ander soort peilafwijking. Het realiseren van een afwijkend peil is niet zonder meer toegestaan, omdat dit elders tot wateroverlast of waterschaarste kan leiden. Om die reden zijn hiervoor regels opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tijdelijk afdammen van een watergang en daarin tijdelijk het peil verlagen ten behoeve van de uitvoering van werken (bijvoorbeeld de aanleg van een dam met duiker) valt niet onder dit hoofdstuk. Dat valt onder hoofdstuk 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u van plan bent om een afwijkend peil te realiseren, doorloop dan het desbetreffende stroomschema opgenomen in dit hoofdstuk. U ziet dan of de handeling is toegestaan en welke regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomschema Het stroomschema is opgebouwd uit een aantal vragen (criteria). De vragen in het stroomschema zijn nader toegelicht in de toelichting. Als het stroomschema doorlopen is, resulteert dat in een bepaalde uitkomst. Deze uitkomst kan zijn: zorgplicht en algemene regel zonder meldplicht; zorgplicht en vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitkomsten zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht en uitgewerkt in regelgeving die van toepassing is. Als u een handeling gaat uitvoeren, dient u de voorschriften en regelgeving die in de betreffende paragrafen zijn uitgewerkt na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende regelgeving Naast de regelgeving die in dit hoofdstuk is opgenomen kan er ook nog andere regelgeving van toepassing zijn. Ook die regelgeving moet dan worden opgevolgd. Zo kan bijvoorbeeld de volgende regelgeving van toepassing zijn:</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 13 ‘Constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater’</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 21 ‘Peilscheidende en peilregelende kunstwerken in en langs oppervlaktewater’</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 44 ‘Op- of onderbemalingen en tijdelijke peilafwijkingen bij een waterkering’.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder kan er naast de regelgeving die in dit hoofdstuk wordt uitgewerkt c.q. benoemd, ook nog andere wet- en regelgeving van toepassing zijn (de genoemde regelgeving is dus niet limitatief). Het is aan de initiatiefnemer zelf om na te gaan of hij ook nog aan andere uitvoeringsregels en/of andere regelgeving moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">20.2 Stroomschema op- of onderbemalingen en peilafwijkingen in oppervlaktewater Voor het stroomschema wordt verwezen naar de pdf versie van deze regeling in de bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij vraag 1 Het betreft hier een peil dat is opgenomen in het vigerende peilbesluit waarbij het beheer en onderhoud van de kunstwerken, waarmee het te hanteren peil in stand wordt gehouden, bij de initiatiefnemer ligt. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om een onderbemaling, een opmaling of om een hoogwatervoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het peil in een peilbesluit is verwerkt, dan geldt voor deze peilafwijkingen een algemene regel zonder meldplicht. In de algemene regel zijn voorschriften opgenomen ten aanzien van het beheer en onderhoud van de peilafwijking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let wel, in de peilbesluiten zijn nog niet alle peilafwijkingen opgenomen, zodat de algemene regel veelal nog niet kan worden toegepast. Hiervoor geldt dan een vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">20.3 Zorgplicht De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Keur is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat de zorgplicht ook van toepassing is op de handelingen die onder de algemene regels vallen of de handelingen die vergunningplichtig zijn. Zorgplicht kan bijvoorbeeld inhouden dat:</p></div>", "next": 239797}