{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het H21 - bouwvlak - Sappemeer - Middenstraat 27a worden gebouwd, mits:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>bijgebouwen en overkappingen ten minste 1 meter achter de voorgevel worden gebouwd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen op minder dan 10 meter achter de voorgevel ten hoogste 30 m² bedraagt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een bijbehorend bouwwerk uitsluitend wordt gebouwd binnen H21 - Wonen - Sappemeer - Middenstraat 27a; b. voor de voorgevel mogen erkers, entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken worden gebouwd, mits:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afstand van de voorgevel van de erker, entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 1,50 meter bedraagt, mits de horizontale diepte van het bouwperceel dat na de uitbreiding onbebouwd blijft, niet minder dan 2 meter zal bedragen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de breedte ten hoogste 50% van de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw bedraagt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de overbouwde oppervlakte van het gebouw moet passen binnen de overbouwde oppervlakte genoemd in artikel 21.123, sub h, en het maximale bebouwingspercentage genoemd in artikel 21.123, sub h;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; c. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 meter; d. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5 meter; e. het dak wordt afgedekt met kap, waarbij de dakhelling ten minste 45° en ten hoogste 55° bedraagt; f. in aanvulling op artikel 21.124, sub c, d en e geldt dat voorzover bebouwing met een bouwhoogte van meer dan 3 meter, op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd, de volgende voorwaarden gelden:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de nokrichting mag niet meer dan 30° afwijken ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens, tenzij sprake is van bijgebouwen op twee aangrenzende bouwpercelen die met elkaar zijn verbonden of sprake is van een wolfseind dat gericht is op de zijdelingse perceelsgrens; en 2. indien het gebouw van 1 hellend dakvlak is voorzien, moet de lage gootlijn op de dichtstbijzijnde perceelsgrens zijn gericht; g. de gezamenlijke overbouwde oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m2, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van de bouwwerken zoals genoemd in artikel 21.123, 21.124 en 21.125 ten hoogste 50% mag bedragen; h. de afstand tussen de gebouwen en overkappingen zoals genoemd in artikel 21.123 en 21.124 op een bouwperceel bedraagt ten minste 1 meter, tenzij de gebouwen en/of overkappingen aaneen worden gebouwd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.125</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwwerk, geen gebouw zijnde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende regels: a. binnen H21 - Wonen - Sappemeer - Middenstraat 27a mag de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m², met dien verstande dat het bebouwingspercentage van de bouwwerken zoals genoemd in artikel 21.123, 21.124 en 21.125 ten hoogste 50% mag bedragen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 meter en achter de voorgevel niet meer dan 2 meter; c. de bouwhoogte van palen en masten, niet zijnde reclamemasten, mag niet meer bedragen dan 8 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 meter en achter de voorgevel niet meer dan 5 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.126</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels voor vergunningplichtige bouwactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt in afwijking van artikelen 21.123 tot en met 21.125 ook in de volgende gevallen verleend, onder de voorwaarde dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, verkeersveiligheid, natuur en milieu, de parkeersituatie, gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, sociale veiligheid, stedenbouwkundige karakteristieke gebouwen en landschappelijke waarde: a. het bouwen van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak en/of op minder dan 3 meter uit de perceelgrens, voorzover het gaat om een uitbreiding van het hoofdgebouw binnen het gebied op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens, mits:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het betreffende gedeelte van het hoofdgebouw op ten minste 3 meter achter de voorgevel wordt gebouwd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de maatvoering van de bebouwing, met uitzondering van de bouwhoogte, ter plaatse voldoet aan het bepaalde in artikel 21.124 sub c, d, e en f;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het hoofdgebouw uitsluitend wordt gebouwd binnen H21 - Wonen - Sappemeer - Middenstraat 27a; b. het verhogen van het maximum aantal woningen, tot en met het maximum aantal wooneenheden dat ter plaatse van de bouwaanduiding verhogen maximum aantal wooneenheden is aangegeven; c. het verhogen van de maximum bouwhoogte, tot en met de maximum bouwhoogte die ter plaatse van de bouwaanduiding verhogen maximum bouwhoogte is aangegeven.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  21.6.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Sappemeer, Middenstraat</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.127</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over het overgangsrecht voor gebruik en voor bouwen in het gebied H21 - Sappemeer - Middenstraat 27a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.128</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht gebruiksactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.6 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Sappemeer, Middenstraat en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden het met de wijziging van dit omgevingsplan strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de wijziging van dit omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.6 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Sappemeer, Middenstraat voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of laten hervatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, onderdeel van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.129</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht bouwactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.6 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Sappemeer, Middenstraat aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd op grond van een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken en afwijkt van deze wijziging, mag, onder de voorwaarden dat de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, onder de voorwaarden dat de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning eenmalig afwijken van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.6 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Sappemeer, Middenstraat, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, onderdeel van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  21.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Oudeweg, Westerbroek</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  21.7.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.130</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 21.7 gaat over activiteiten die plaatsvinden in het gebied H21 - Westerbroek - Oudeweg 74.</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.131</span><span class=\"lf-art-t\">Voorrangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan hebben voorrang op de regels in deze afdeling: a. de regels van het Facetbestemmingsplan Parkeren, van de gemeente Midden-Groningen, vastgesteld op 28-11-2019, met identificatienummer NL.IMRO.1952.fbmigparkeren-va01; b. de regels van het Facetbestemmingsplan Paarden, van de gemeente Midden-Groningen, vastgesteld op 25-04-2024, met identificatienummer NL.IMRO.1952.fbmigpaarden-va01; c. de regels betreffende de algemene en overgangsregels, minus de dubbelbestemming ‘Waarde - Karakteristieke bebouwing', in het Bestemmingsplan Buitengebied, van de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer, vastgesteld op 23-08-2010, met identificatienummer NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling gaan voor op de volgende regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan: a. de regels betreffende de enkelbestemmingen, de dubbelbestemming ‘Waarde - Karakteristieke bebouwing' en de inleidende regels van het Bestemmingsplan Buitengebied, van de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer, vastgesteld op 23-08-2010, met identificatienummer NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.132</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende aanvraagvereisten uit bruidsschat van toepassing verklaren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van deze afdeling 21.7.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  21.7.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebruiksactiviteiten Subparagraaf 21.7.2.1 Wonen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.133</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over regels die van toepassing zijn op de functie Wonen in het gebied H21 - Wonen - Westerbroek - Oudeweg 74.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.134</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen gebruiksverbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.135</span><span class=\"lf-art-t\">Functie Wonen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter plaatse van de functie Wonen in het gebied Wonen Westerbroek - Oudeweg 74 is het toegestaan gronden te gebruiken voor de volgende functies: a. wonen, al dan niet in combinatie met een vrij beroep dat voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in de Beleidsnota aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven 2019 van de gemeente Midden-Groningen, en daaraan ondergeschikt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>groenvoorzieningen en water;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>parkeervoorzieningen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>wegen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>openbare nutsvoorzieningen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>fiets- en voetpaden, speelvoorzieningen, sierbestrating en overige verhardingen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>tuinen, erven, terreinen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.136</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels over wonen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het volgende gebruik is bij wonen verboden: a. het gebruiken van een vrijstaand bijgebouw ten behoeve van wonen; b. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een horecabedrijf, detailhandel en/of seksinrichting; c. het gebruik van gronden en opstallen voor reclamedoeleinden anders dan voor het op de gronden gevestigde bedrijf; d. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan voor de uitvoering van krachtens de functie toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; e. het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen; f. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen; g. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; h. het gebruik van gronden en bouwwerken voor kamerverhuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.137</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning overig aan huis verbonden bedrijf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden en gebouwen te gebruiken voor het uitoefenen van een overig aan-huis-verbonden bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de activiteit als bedoeld in het eerste lid, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als de woonfunctie in overwegende mate blijft behouden en er geen onevenredige hinder wordt toegebracht aan het woon- en leefmilieu en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden, waarbij moet worden voldaan aan hetgeen is gesteld in Beleidsnota aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot de activiteit als bedoeld in het eerste lid, worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde overig aan-huis-verbonden bedrijf wat ter plaatse zal worden uitgeoefend; b. een opgave van de arbeidskrachten van het overig aan-huis-verbonden bedrijf; c. het grondgebonden oppervlak van de woning; d. een opgave van het deel van het grondgebonden oppervlak van de woning wat voor het overig aan-huis-verbonden bedrijf zal worden gebruikt; e. in welke mate er detailhandel zal worden uitgeoefend; f. de inrichting van de parkeervoorzieningen op het eigen terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 21.7.2.2 Groen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.138</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over regels die van toepassing zijn op de functie Groen in het gebied H21 - Groen - Westerbroek - Oudeweg 74.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.139</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen gebruiksverbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21140\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.140</span><span class=\"lf-art-t\">Functie Groen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter plaatse van de functie Groen in het gebied Groen Westerbroek - Oudeweg 74 is het toegestaan gronden te gebruiken voor de volgende functies: a. groen- en speelvoorzieningen; b. water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. openbare nutsvoorzieningen; d. fiets- en voetpaden; e. parkeervoorzieningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  21.7.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwactiviteiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.141</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over regels die algemeen van toepassing zijn op bouwactiviteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.142</span><span class=\"lf-art-t\">Meetbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het toepassen van de regels in deze paragraaf wordt op de volgende wijze gemeten: a. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; b. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; c. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; d. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; e. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; f. afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel: vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel; g. het peil:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg waar deze grenst aan de hoofdtoegang;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>indien in of op het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterniveau gedurende een jaar ten opzichte van NAP; tevens de waterstand die zoveel mogelijk wordt gehandhaafd en die is vastgelegd in een peilbesluit.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.143</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning hoofdgebouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het H21 - bouwvlak - Westerbroek - Oudeweg 74 worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt niet minder respectievelijk meer dan ter plaatse van de bouwaanduiding minimum aantal wooneenheden en Maximum aantal wooneenheden is aangegeven; c. hoofdgebouwen worden gebouwd zoals is aangegeven ter plaatse van de bouwaanduiding twee-aaneen, rijwoning en appartementen; d. de voorgevel van het hoofdgebouw wordt in of achter de naar de weg gekeerde bouwgrens opgericht; e. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt niet minder dan 3 meter, met uitzondering van aangebouwde zijden van woningen; f. de goothoogte bedraagt niet meer dan ter plaatse de bouwaanduiding maximum goothoogte is aangegeven; g. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan ter plaatse de bouwaanduiding maximum bouwhoogte is aangegeven; h. de dakhelling bedraagt bedraagt niet minder respectievelijk meer dan ter plaatse de bouwaanduiding minimum dakhelling en maximum dakhelling is aangegeven; i. de overbouwde oppervlakte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 150 m² bedragen, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van de bouwwerken zoals genoemd in artikel 21.143, 21.144 en 21.145 ten hoogste 50% mag bedragen; j. de afstand tussen de gebouwen en overkappingen zoals genoemd in artikel 21.143 en 21.144 op een bouwperceel bedraagt ten minste 1 meter, tenzij de gebouwen en/of overkappingen aaneen worden gebouwd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.144</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bijbehorende bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende regels: a. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het H21 - bouwvlak - Westerbroek - Oudeweg 74 worden gebouwd, mits:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>bijgebouwen en overkappingen ten minste 1 meter achter de voorgevel worden gebouwd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen op minder dan 10 meter achter de voorgevel ten hoogste 30 m² bedraagt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een bijbehorend bouwwerk uitsluitend wordt gebouwd binnen H21 - bouwvlak - Westerbroek - Oudeweg 74; b. voor de voorgevel mogen erkers, entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken worden gebouwd, mits:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afstand van de voorgevel van de erker, entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 1,50 meter bedraagt, mits de horizontale diepte van het bouwperceel dat na de uitbreiding onbebouwd blijft, niet minder dan 2 meter zal bedragen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de breedte ten hoogste 50% van de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw bedraagt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de overbouwde oppervlakte van het gebouw moet passen binnen de overbouwde oppervlakte genoemd in artikel 21.143, sub i, en het maximale bebouwingspercentage genoemd in artikel 21.143, sub i;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; c. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 meter; d. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5 meter; e. het dak wordt afgedekt met kap, waarbij de dakhelling ten minste 45° en ten hoogste 55° bedraagt; f. in aanvulling op artikel 21.144, sub c, d en e geldt dat voorzover bebouwing met een bouwhoogte van meer dan 3 meter, op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd, de volgende voorwaarden gelden:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de nokrichting mag niet meer dan 30° afwijken ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens, tenzij sprake is van bijgebouwen op twee aangrenzende bouwpercelen die met elkaar zijn verbonden of sprake is van een wolfseind dat gericht is op de zijdelingse perceelsgrens; en 2. indien het gebouw van 1 hellend dakvlak is voorzien, moet de lage gootlijn op de dichtstbijzijnde perceelsgrens zijn gericht; g. de gezamenlijke overbouwde oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m2, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van de bouwwerken zoals genoemd in artikel 21.143, 21.144 en 21.145 ten hoogste 50% mag bedragen; h. de afstand tussen de gebouwen en overkappingen zoals genoemd in artikel 21.143 en 21.144 op een bouwperceel bedraagt ten minste 1 meter, tenzij de gebouwen en/of overkappingen aaneen worden gebouwd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.145</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwwerk, geen gebouw zijnde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende regels: a. binnen H21 - Wonen - Westerbroek - Oudeweg 74 mag de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m², met dien verstande dat het bebouwingspercentage van de bouwwerken zoals genoemd in artikel 21.143, 21.144 en 21.145 ten hoogste 50% mag bedragen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 meter en achter de voorgevel niet meer dan 2 meter; c. de bouwhoogte van palen en masten, niet zijnde reclamemasten, mag niet meer bedragen dan 8 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 meter en achter de voorgevel niet meer dan 5 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.146</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels voor vergunningplichtige bouwactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt in afwijking van artikelen 21.143 tot en met 21.145 ook in de volgende gevallen verleend, onder de voorwaarde dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, verkeersveiligheid, natuur en milieu, de parkeersituatie, gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, sociale veiligheid, stedenbouwkundige karakteristieke gebouwen en landschappelijke waarde: a. het bouwen van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak en/of op minder dan 3 meter uit de perceelgrens, voorzover het gaat om een uitbreiding van het hoofdgebouw binnen het gebied op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens, mits:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het betreffende gedeelte van het hoofdgebouw op ten minste 3 meter achter de voorgevel wordt gebouwd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de maatvoering van de bebouwing, met uitzondering van de bouwhoogte, ter plaatse voldoet aan het bepaalde in artikel 21.144 sub c, d, e en f;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het hoofdgebouw uitsluitend wordt gebouwd binnen H21 - Wonen - Westerbroek - Oudeweg 74.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  21.7.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Westerbroek, Oudeweg</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.147</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over het overgangsrecht voor gebruik en voor bouwen in het gebied H21 - Westerbroek - Oudeweg 74.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.148</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht gebruiksactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.7 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Westerbroek, Oudeweg en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden het met de wijziging van dit omgevingsplan strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de wijziging van dit omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.7 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Westerbroek, Oudeweg voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of laten hervatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, onderdeel van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.149</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht bouwactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.7 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Westerbroek, Oudeweg aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd op grond van een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken en afwijkt van deze wijziging, mag, onder de voorwaarden dat de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, onder de voorwaarden dat de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning eenmalig afwijken van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.7 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Westerbroek, Oudeweg, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, onderdeel van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  21.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Multatulistraat, Hoogezand</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  21.8.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21150\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.150</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 21.8 gaat over activiteiten die plaatsvinden in het gebied H21 - Hoogezand - Multatulistraat 26-28.</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.151</span><span class=\"lf-art-t\">Voorrangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan hebben voorrang op de regels in deze afdeling: a. de regels van het Facetbestemmingsplan Parkeren, van de gemeente Midden-Groningen, vastgesteld op 28-11-2019, met identificatienummer NL.IMRO.1952.fbmigparkeren-va01; b. de regels van het Facetbestemmingsplan Paarden, van de gemeente Midden-Groningen, vastgesteld op 25-04-2024, met identificatienummer NL.IMRO.1952.fbmigpaarden-va01; c. de regels betreffende de algemene en overgangsregels in het bestemmingsplan Woongebieden, van de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer, vastgesteld op 10-06-2013, met identificatienummer NL.IMRO.0018.BP096Woongebieden-31va.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling gaan voor op de volgende regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan: a. de regels betreffende de enkelbestemmingen en de inleidende regels van het bestemmingsplan Woongebieden, van de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer, vastgesteld op 10-06-2013, met identificatienummer NL.IMRO.0018.BP096Woongebieden-31va.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.152</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende aanvraagvereisten uit bruidsschat van toepassing verklaren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van deze afdeling 21.8.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  21.8.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebruiksactiviteiten Subparagraaf 21.8.2.1 Wonen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.153</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over regels die van toepassing zijn op de functie Wonen in het gebied H21 - Wonen - Hoogezand - Multatulistraat 26-28.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.154</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen gebruiksverbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.155</span><span class=\"lf-art-t\">Functie Wonen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter plaatse van de functie Wonen in het gebied Wonen Hoogezand - Multatulistraat 26-28 is het toegestaan gronden te gebruiken voor de volgende functies: a. wonen, al dan niet in combinatie met een vrij beroep dat voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in de Beleidsnota aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven 2019 van de gemeente Midden-Groningen, en daaraan ondergeschikt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>groenvoorzieningen en water;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>parkeervoorzieningen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>wegen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>openbare nutsvoorzieningen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>fiets- en voetpaden, speelvoorzieningen, sierbestrating en overige verhardingen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>tuinen, erven, terreinen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.156</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels over wonen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het volgende gebruik is bij wonen verboden: a. het gebruiken van een vrijstaand bijgebouw ten behoeve van wonen; b. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een horecabedrijf, detailhandel en/of seksinrichting; c. het gebruik van gronden en opstallen voor reclamedoeleinden anders dan voor het op de gronden gevestigde bedrijf; d. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan voor de uitvoering van krachtens de functie toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; e. het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen; f. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen; g. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; h. het gebruik van gronden en bouwwerken voor kamerverhuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.157</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning overig aan huis verbonden bedrijf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden en gebouwen te gebruiken voor het uitoefenen van een overig aan-huis-verbonden bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de activiteit als bedoeld in het eerste lid, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als de woonfunctie in overwegende mate blijft behouden en er geen onevenredige hinder wordt toegebracht aan het woon- en leefmilieu en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden, waarbij moet worden voldaan aan hetgeen is gesteld in Beleidsnota aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot de activiteit als bedoeld in het eerste lid, worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde overig aan-huis-verbonden bedrijf wat ter plaatse zal worden uitgeoefend; b. een opgave van de arbeidskrachten van het overig aan-huis-verbonden bedrijf; c. het grondgebonden oppervlak van de woning; d. een opgave van het deel van het grondgebonden oppervlak van de woning wat voor het overig aan-huis-verbonden bedrijf zal worden gebruikt; e. in welke mate er detailhandel zal worden uitgeoefend; f. de inrichting van de parkeervoorzieningen op het eigen terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 21.8.2.2 Groen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.158</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over regels die van toepassing zijn op de functie Groen in het gebied H21 - Groen - Hoogezand - Multatulistraat 26-28.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.159</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen gebruiksverbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.160</span><span class=\"lf-art-t\">Functie Groen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter plaatse van de functie Groen in het gebied Groen Hoogezand - Multatulistraat 26-28 is het toegestaan gronden te gebruiken voor de volgende functies: a. groen- en speelvoorzieningen; b. water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. openbare nutsvoorzieningen; d. fiets- en voetpaden; e. parkeervoorzieningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  21.8.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwactiviteiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.161</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over regels die algemeen van toepassing zijn op bouwactiviteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.162</span><span class=\"lf-art-t\">Meetbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het toepassen van de regels in deze paragraaf wordt op de volgende wijze gemeten: a. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; b. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; c. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; d. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; e. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; f. afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel: vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel; g. het peil:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg waar deze grenst aan de hoofdtoegang;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>indien in of op het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterniveau gedurende een jaar ten opzichte van NAP; tevens de waterstand die zoveel mogelijk wordt gehandhaafd en die is vastgelegd in een peilbesluit.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.163</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning hoofdgebouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het H21 - bouwvlak - Hoogezand - Multatulistraat 26-28 worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt niet meer dan ter plaatse van de bouwaanduiding Maximum aantal wooneenheden is aangegeven; c. hoofdgebouwen worden gebouwd zoals is aangegeven ter plaatse van de bouwaanduiding vrijstaand, twee-aaneen, rijwoning en appartementen. d. de voorgevel van het hoofdgebouw wordt in of achter de naar de weg gekeerde bouwgrens opgericht, met dien verstande dat ter plaatse van de bouwaanduiding gevellijn de voorgevel van het hoofdgebouw in of achter de gevellijn of het verlengde daarvan wordt gebouwd; e. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt niet minder dan 3 meter, met uitzondering van aangebouwde zijden van woningen; f. de goothoogte bedraagt niet meer dan ter plaatse de bouwaanduiding maximum goothoogte is aangegeven; g. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan ter plaatse de bouwaanduiding maximum bouwhoogte is aangegeven; h. de dakhelling bedraagt bedraagt niet minder respectievelijk meer dan ter plaatse de bouwaanduiding minimum dakhelling en maximum dakhelling is aangegeven; i. een hoofdgebouw plat wordt afgedekt ter plaatse de bouwaanduiding platte afdekking; j. de overbouwde oppervlakte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 150 m² bedragen, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van de bouwwerken zoals genoemd in artikel 21.166, 21.167 en 21.168 ten hoogste 50% mag bedragen; k. in afwijking van het bepaalde onder j bedraagt de oppervlakte van de bebouwing niet meer dan ter plaatse van de bouwaanduiding maximum bebouwingsoppervlakte is aangegeven; l. de afstand tussen de gebouwen en overkappingen zoals genoemd in artikel 21.166 en 21.167 op een bouwperceel bedraagt ten minste 1 meter, tenzij de gebouwen en/of overkappingen aaneen worden gebouwd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.164</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bijbehorende bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende regels: a. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het H21 - bouwvlak - Hoogezand - Multatulistraat 26-28 worden gebouwd, mits:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>bijgebouwen en overkappingen ten minste 1 meter achter de voorgevel worden gebouwd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen op minder dan 10 meter achter de voorgevel ten hoogste 30 m² bedraagt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een bijbehorend bouwwerk uitsluitend wordt gebouwd binnen H21 - bouwvlak - Hoogezand - Multatulistraat 26-28; b. voor de voorgevel mogen erkers, entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken worden gebouwd, mits:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afstand van de voorgevel van de erker, entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 1,50 meter bedraagt, mits de horizontale diepte van het bouwperceel dat na de uitbreiding onbebouwd blijft, niet minder dan 2 meter zal bedragen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de breedte ten hoogste 50% van de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw bedraagt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de overbouwde oppervlakte van het gebouw moet passen binnen de overbouwde oppervlakte genoemd in artikel 21.166, sub j, en het maximale bebouwingspercentage genoemd in artikel 21.166, sub j;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; c. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 meter; d. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5 meter; e. het dak wordt afgedekt met kap, waarbij de dakhelling ten minste 45° en ten hoogste 55° bedraagt; f. in aanvulling op artikel 21.167, sub c, d en e geldt dat voorzover bebouwing met een bouwhoogte van meer dan 3 meter, op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd, de volgende voorwaarden gelden:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de nokrichting mag niet meer dan 30° afwijken ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens, tenzij sprake is van bijgebouwen op twee aangrenzende bouwpercelen die met elkaar zijn verbonden of sprake is van een wolfseind dat gericht is op de zijdelingse perceelsgrens; en 2. indien het gebouw van 1 hellend dakvlak is voorzien, moet de lage gootlijn op de dichtstbijzijnde perceelsgrens zijn gericht; g. de gezamenlijke overbouwde oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 100 m2, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van de bouwwerken zoals genoemd in artikel 21.166, 21.167 en 21.168 ten hoogste 50% mag bedragen; h. de afstand tussen de gebouwen en overkappingen zoals genoemd in artikel 21.166 en 21.167 op een bouwperceel bedraagt ten minste 1 meter, tenzij de gebouwen en/of overkappingen aaneen worden gebouwd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.165</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwwerk, geen gebouw zijnde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende regels: a. binnen H21 - Wonen - Hoogezand - Multatulistraat 26-28 mag de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m², met dien verstande dat het bebouwingspercentage van de bouwwerken zoals genoemd in artikel 21.166, 21.167 en 21.168 ten hoogste 50% mag bedragen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 meter en achter de voorgevel niet meer dan 2 meter; c. de bouwhoogte van palen en masten, niet zijnde reclamemasten, mag niet meer bedragen dan 8 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 meter en achter de voorgevel niet meer dan 5 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.166</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels voor vergunningplichtige bouwactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt in afwijking van artikelen 21.166 tot en met 21.168 ook in de volgende gevallen verleend, onder de voorwaarde dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, verkeersveiligheid, natuur en milieu, de parkeersituatie, gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, sociale veiligheid, stedenbouwkundige karakteristieke gebouwen en landschappelijke waarde: a. het bouwen van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak en/of op minder dan 3 meter uit de perceelgrens, voorzover het gaat om een uitbreiding van het hoofdgebouw binnen het gebied op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens, mits:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het betreffende gedeelte van het hoofdgebouw op ten minste 3 meter achter de voorgevel wordt gebouwd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de maatvoering van de bebouwing, met uitzondering van de bouwhoogte, ter plaatse voldoet aan het bepaalde in artikel 21.166 sub c, d, e en f;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het hoofdgebouw uitsluitend wordt gebouwd binnen H21 - Wonen - Hoogezand - Multatulistraat 26-28; b. het verhogen van het maximum aantal woningen, tot en met het maximum aantal wooneenheden dat ter plaatse van de bouwaanduiding verhogen maximum aantal wooneenheden is aangegeven.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  21.8.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Multatulistraat, Hoogezand</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.167</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over het overgangsrecht voor gebruik en voor bouwen in het gebied H21 - Hoogezand - Multatulistraat 26-28.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.168</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht gebruiksactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.8 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Hoogezand, Multatulistraat en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden het met de wijziging van dit omgevingsplan strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de wijziging van dit omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.8 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Hoogezand, Multatulistraat voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of laten hervatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, onderdeel van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.169</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht bouwactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.8 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Hoogezand, Multatulistraat aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd op grond van een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken en afwijkt van deze wijziging, mag, onder de voorwaarden dat de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, onder de voorwaarden dat de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning eenmalig afwijken van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.8 Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Hoogezand, Multatulistraat, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, onderdeel van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  22</h3>\n<p class=\"lf-p\">ACTIVITEITEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  22.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">ALGEMEEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorrangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.287, 22.288, 22.290 tot en met 22.293 en 22.295 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  22.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.4</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.5</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.6</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwen en in stand houden van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.7</span><span class=\"lf-art-t\">Repressief welstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor elektriciteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor gas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor warmte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor drinkwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.13</span><span class=\"lf-art-t\">Bluswatervoorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.14</span><span class=\"lf-art-t\">Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.15</span><span class=\"lf-art-t\">Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.16</span><span class=\"lf-art-t\">Overbewoning woonruimte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.17</span><span class=\"lf-art-t\">Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.18</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.19</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de verpakking tegen normale behandeling bestand is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse1 Omschrijving Verpakkingsgroep Toegestane maximum hoeveelheid 2 UN 1950 spuitbussen &amp; UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">50 kg 3 Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 liter 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 liter 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 kg 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 liter 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 liter 1 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.20</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.21</span><span class=\"lf-art-t\">Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Cultureel erfgoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.22</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling van archeologisch onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken Subparagraaf 22.2.7.1 Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.23</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene afbakeningseisen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 22.27 en 22.36 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de toepassing van de artikelen 22.27 en 22.36 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.27, onder a, of 22.36, onder a, of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.24</span><span class=\"lf-art-t\">Meetbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.25</span><span class=\"lf-art-t\">Mantelzorg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.26</span><span class=\"lf-art-t\">Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.27</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>op de grond staand;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>gelegen in achtererfgebied;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>niet hoger dan 5 m;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>op de grond staand;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>niet hoger dan 5 m; en 3. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; c. een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>voorzien van een plat dak;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 6. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; d. een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>niet hoger dan 4 m; en 2. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; e. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; f. een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>op een erf of perceel waarop al een een hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 3. achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen; g. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een silo; of 2. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m; h. een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of i. een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.28</span><span class=\"lf-art-t\">Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.27 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 22.27, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4; b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en c. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als: a. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of b. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zinsdeel «in meer dan 25 m3 bodemvolume» in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 22.29.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing: a. artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en c. artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is: a. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden; c. een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; d. een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of e. een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.303, eerste lid, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.35</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g. gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; j. als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en 2. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en k. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.</div>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.36</span><span class=\"lf-art-t\">Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de overige bepalingen van deze afdeling en de bepalingen van afdeling 22.3 zijn in ieder geval in overeenstemming met dit omgevingsplan: a. het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.27, onder a, als in aanvulling op de in dat onderdeel gestelde eisen ook wordt voldaan aan de volgende eisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: i.</div>\n<p class=\"lf-p\">5 m; ii.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en iii. het hoofdgebouw;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: i. als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en ii. functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan: i. bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; ii. bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en iii. bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; en 4. uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan: i. een woonwagen; ii. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of iii. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; b. het bouwen, in stand houden en gebruiken van een erf- of perceelafscheiding als bedoeld in artikel 22.27, onder f; en c. het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.37</span><span class=\"lf-art-t\">Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.36, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in artikel 22.36, onder a, onder 3, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.38</span><span class=\"lf-art-t\">Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.36 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of b. op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.39</span><span class=\"lf-art-t\">Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.36, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; of 14. artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van laatstbedoeld artikel van toepassing is.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht bestaande bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.40</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht bestaande bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  22.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.41</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 22.3.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.42</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, waaronder:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en 3. een doelmatig beheer van afvalstoffen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.43</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan deze afdeling wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.44</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 22.42, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en b. de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2245\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.45</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 22.44, 22.49 en 22.50 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 22.49 en 22.50 en de paragrafen 22.3.2 tot en met 22.3.26.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 22.42.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2246\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.46</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2247\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.47</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 22.46, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2248\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.48</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels uit dit omgevingsplan en maatwerkvoorschriften op grond van dit omgevingsplan voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2249\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.49</span><span class=\"lf-art-t\">Informeren over een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2250\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.50</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Energiebesparing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.51</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.52</span><span class=\"lf-art-t\">Energie: maatregelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar worden getroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing: a. als het energieverbruik van de activiteit en andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar kleiner is dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen; b. als artikel 15.51 of 16.5 van de Wet milieubeheer van toepassing is; of c. op energiebesparende maatregelen aan een gebouw of gedeelte daarvan als bedoeld in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan door het treffen van de maatregelen die zijn opgenomen in bijlage VII, onderdeel 16, bij de Omgevingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met vierde lid zijn van toepassing tot 1 december 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gegevens en bescheiden zijn verstrekt of hadden moeten worden verstrekt, blijven de uit artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, volgende verplichtingen en de verplichtingen volgend uit de regels die bij of krachtens dat artikel in samenhang met artikel 1.7, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn gesteld, tot 1 december 2023 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een activiteit waarop het vijfde lid van toepassing is, is gedurende de periode, bedoeld in dat lid, het eerste lid tot en met vierde lid niet van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Zwerfafval</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.53</span><span class=\"lf-art-t\">Afval: zwerfvuil</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen worden binnen een straal van 25 m rond de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen verwijderd die van de activiteit afkomstig zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geluid Subparagraaf 22.3.4.1 Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.54</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit: a. op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en c. op een niet-geluidgevoelige gevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van: a. het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als: a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of b. een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.55</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als: a. de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.56</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 22.41 worden voor de toepassing van paragraaf 22.3.4 als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.57</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waar waarden gelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden voor het geluid door een activiteit gelden: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; c. in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en d. als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in een geluidgevoelige ruimte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.58</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.59</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: voormalige functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor geluid niet van toepassing op of in een geluidgevoelig gebouw dat: a. op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor geluid niet van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.60</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht: a. als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen; b. bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt; d. bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden; e. bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken; f. bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; g. bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; h. bij een buitenschietbaan als bedoeld in artikel 22.79; en i. als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: i.</div>\n<p class=\"lf-p\">70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of ii.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of 2. in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het eerste lid, onder a, het aantal transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan: a. de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.4.2, 22.3.4.3 en 22.3.4.4; of b. de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a en b, worden overschreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.61</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.60 en het eerste en tweede lid, zijn de regels als bedoeld in het vierde tot en met het zevende lid van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde tot en met zevende lid is niet van toepassing op een activiteit waar: a. tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn; b. het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1; c. in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht; d. in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is; e. geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel; f. geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt; g. geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s; h. geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en i. geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde tot en met zevende lid is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, het eerste en tweede lid of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in het derde lid worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de grenzen van het terrein; en 2. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</div>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit als bedoeld in het derde lid wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.4.2 Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.62</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 22.3.4.3 en 22.3.4.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid waarvoor bij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is ook niet van toepassing op een windpark met 3 of meer windturbines.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.63</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van het eerste lid, het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 75 dB(A) 70 dB(A) 65 dB(A) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.64</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste, derde en vierde lid, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden 07.00 – 21.00 uur 21.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 40 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 06.00 – 19.00 uur 19.00 – 22.00 uur 22.00 – 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, derde lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">06.00 – 19.00 uur 19.00 – 22.00 uur 22.00 – 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.66</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.7 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied 06.00 – 19.00 uur 19.00 – 22.00 uur 22.00 – 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is in afwijking van artikel 22.63, derde lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.8 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied 06.00 – 19.00 uur 19.00 – 22.00 uur 22.00 – 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het laden en lossen in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. het laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in de genoemde periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een activiteit wordt verricht in een concentratiegebied voor horecabedrijven of in een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening als zodanig is aangewezen en waarin andere waarden zijn opgenomen dan de waarden, bedoeld in artikel 22.63, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p></div>", "next": 239909}