{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Waar gaat deze afdeling over?</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 6.10 gaat over de functie wonen.</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-666\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.66</span><span class=\"lf-art-t\">Waar gelden deze regels?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in afdeling 6.10 gelden binnen het gebied wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.10.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toegestaan - Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-667\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.67</span><span class=\"lf-art-t\">Woningen en bijbehorende bouwwerken en voorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van gronden en bouwwerken voor woningen en de hierbij behorende bouwwerken en voorzieningen zijn binnen het gebied wonen toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-668\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.68</span><span class=\"lf-art-t\">Overig gebruik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tuinen, erven en erfontsluitingswegen voor woningen zijn toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hobbymatig houden van dieren en het telen van gewassen is in het landelijk gebied toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.10.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toegestaan - Specifiek Subparagraaf 6.10.3.1 Woningtype</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-669\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.69</span><span class=\"lf-art-t\">Toegestaan woningtype</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied woningtype is alleen het aangegeven woningtype toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.3.2 Aantal woningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-670\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.70</span><span class=\"lf-art-t\">Toegestaan aantal woningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied maximum aantal woningen is maximaal het aantal aangegeven woningen toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.3.3 Woningdifferentiatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-671\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.71</span><span class=\"lf-art-t\">Waarom gelden deze regels?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in subparagraaf 6.10.3.3 gelden met als doel dat voldaan wordt aan de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023). Wijzigt deze doelgroepenverordening, dan moet rekening worden gehouden met die wijziging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-672\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.72</span><span class=\"lf-art-t\">Waar gelden deze regels?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in subparagraaf 6.10.3.3 gelden binnen het gebied woningdifferentiatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-673\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.73</span><span class=\"lf-art-t\">Woningdifferentiatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale huurwoning minimaal het aangegeven percentage een sociale huurwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 25 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage middenhuurwoning minimaal het aangegeven percentage een middenhuurwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 15 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage goedkope koopwoning minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie goedkope koopwoning zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor tenminste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 1) minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie betaalbare koopwoning categorie 1 zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het totaal aantal woningen moet binnen het gebied minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 2) minimaal het aangegeven percentage een sociale koopwoning in de categorie betaalbare koopwoning categorie 2 zijn, waarbij de instandhouding voor de in de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023) omschreven doelgroep voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd, en rekening wordt gehouden met wijzigingen op de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.3.4 Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-674\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.74</span><span class=\"lf-art-t\">Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, als voldaan wordt aan de volgende regels: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen is niet toegestaan; b. de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter is. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; en c. bewoning slechts is toegestaan door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.10.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsplanactiviteiten Subparagraaf 6.10.4.1 Aan huis gebonden beroep of bedrijf</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-675\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.75</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is een ander beroep of bedrijf aan huis dan is opgenomen in de bijlage Algemeen - lijst van aan huis gebonden beroepen of bedrijven toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-676\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.76</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.75 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat het beroep of bedrijf aan huis naar aard, omvang en hinder vergelijkbaar is met één of meer in de bijlage Algemeen - lijst van aan huis gebonden beroepen of bedrijven genoemde beroepen en bedrijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-677\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.77</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.75 wordt alleen verleend als het andere beroep of bedrijf naar aard, omvang en hinder gelijk is te stellen met één of meer in de bijlage Algemeen - lijst van aan huis gebonden beroepen of bedrijven genoemde beroepen en bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.4.2 Wonen op kortere afstand tot bouwperceelsgrens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-678\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.78</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning kan de uitbreiding van de woonfunctie tot een afstand van minimaal 3 meter tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens worden toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-679\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.79</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.78 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat de bewoners van de uitbreiding deel uit maken van huishouden van de bijbehorende woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-680\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.80</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.78 wordt alleen verleend als: a. het niet gaat om een vrijstaand bijbehorende bouwwerk; b. het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorende bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; en c. bewoning alleen is toegestaan door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.4.3 Aan huis gebonden beroep of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken op kortere afstand tot bouwperceelsgrens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-681\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.81</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning kan het gebruik van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf worden toegestaan als de afstand tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 3 meter is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-682\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.82</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.81 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat de bewoners van de uitbreiding deel uit maken van huishouden van de bijbehorende woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-683\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.83</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.81 wordt alleen verleend als: a. het niet gaat om een vrijstaand bijbehorende bouwwerk; b. het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorende bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waar het gebruik groen, natuur, water, verkeer of daarmee vergelijkbaar gebruik is toegestaan; en c. bewoning gebeurd door personen die deel uitmaken van het huishouden van de bijbehorende woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.4.4 Aan huis gebonden beroep of bedrijf in vrijstaande bijbehorende bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-684\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.84</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is een aan huis gebonden beroep of bedrijf in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-685\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.85</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.84 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende regels: a. wanneer de vestiging van een dergelijk beroep of bedrijf in een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet mogelijk is vanwege architectuur of monumentale status van de woning; en b. wanneer het vrijstaande bouwwerk een ruimtelijke eenheid vormt met de woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.4.5 Bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-686\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.86</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning zijn bijbehorende bouwwerken voor de functie wonen buiten het bouwvlak toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-687\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.87</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.86 moet in elk geval een rapport of document ingediend worden waaruit blijkt dat: a. op de locatie in het verleden een bouwwerk heeft gestaan en herbouw uit cultuurhistorisch perspectief een meerwaarde heeft; en b. wanneer de locatie ligt binnen het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone er geen wezenlijke negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige landschappelijke waarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-688\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.88</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.86 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. aangetoond is dat op de locatie in het verleden een bouwwerk heeft gestaan en herbouw vanuit cultuurhistorisch perspectief een meerwaarde heeft; b. het bouwwerk aansluit bij de vorm en massa van het oorspronkelijke bouwwerk; c. de oppervlakte van het bijbehorende bouwwerk maakt onderdeel uit van de in artikel 7.11 genoemde maximale oppervlaktenorm (100 m2); d. de locatie niet ligt binnen het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone, tenzij er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, of geen noemenswaardig belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones; en e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies van de landschapsdeskundige, stedenbouwkundige of cultuurhistorisch deskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.4.6 Woningsplitsing naar twee woningen V4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-689\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.89</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning kan binnen het gebied programma - wonen landelijk gebied een vrijstaande woning, niet zijnde een bedrijfswoning, worden gesplitst zoals is het programma Wonen Landelijk gebied is opgenomen naar een twee-aaneen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-690\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.90</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.89 voor het splitsen van een woning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; of b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-691\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.91</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.89 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. de twee-aaneen woning bevat maximaal 2 woningen in één gebouw; b. één van de woningen een maximale inhoud van 425 m3 heeft, met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2; c. het geheel de uitstraling blijft houden van één volume, de woningsplitsing mag niet afleesbaar zijn; d. elke woning maximaal 75 m2 aan bijbehorende bouwwerken heeft; e. in afwijking van onderdeel c geldt dat wanneer in de bestaande situatie meer dan 150m2 aan bijbehorende bouwwerken aanwezig is moeten de vierkante meters bijbehorende bouwwerken gezocht worden binnen de bestaande oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, waarbij geldt dat bij elke woning minimaal 75 m2 aan bestaande bijbehorende bouwwerken zijn toebedeeld. (nieuwe bijbehorende bouwwerken uitgesloten); f. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 6 meter; g. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 3 meter, als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter; h. de inrichting is in overeenstemming met het landschapstype en het advies van de deskundige op het gebied van landschap over de inrichting is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning; of i. voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.10.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geboden Subparagraaf 6.10.5.1 Bergingscapaciteit hemelwater Subsubparagraaf 6.10.5.1.1 Bergingscapaciteit hemelwater - Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-692\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.92</span><span class=\"lf-art-t\">Bergingscapaciteit hemelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied minimum bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van de aangegeven minimale bergingscapaciteit in mm per m2 verhard oppervlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsubparagraaf 6.10.5.1.2 Bergingscapaciteit hemelwater - Specifiek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-693\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.93</span><span class=\"lf-art-t\">Bergingscapaciteit hemelwater - Terborgseweg naast 119 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied Terborgseweg naast 119 - gebod bergingscapaciteit hemelwater mag alleen bebouwd worden en vervolgens in stand worden gehouden als de waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 80 mm per m2 verhard oppervlak, zoals opgenomen in bijlage Terborgseweg naast 119 Doetinchem - hemelwaterberging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.5.2 Landschappelijke inpassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-694\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.94</span><span class=\"lf-art-t\">Landschappelijke inpassing - Bultensweg 12 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege de ontwikkelingen binnen het gebied Bultensweg 12 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Bultensweg 12 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Bultensweg 12 en 14 Doetinchem - landschappelijk inpassingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-695\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.95</span><span class=\"lf-art-t\">Landschappelijke inpassing - Bultensweg 14 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Bultensweg 14 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Bultensweg 14 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Bultensweg 12 en 14 Doetinchem - landschappelijk inpassingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-696\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.96</span><span class=\"lf-art-t\">Landschappelijke inpassing - IJzevoordseweg 7 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied IJzevoordseweg 7 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage IJzevoordseweg 7 Doetinchem - versterkingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-697\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.97</span><span class=\"lf-art-t\">Landschappelijke inpassing - Kempsestraat 1-3 Wehl</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Kempsestraat 1-3 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Kempsestraat 1-3 zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Kempsestraat 1-3 Wehl - Landschappelijk inpassingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-698\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.98</span><span class=\"lf-art-t\">Landschappelijke inpassing - Kilderseweg naast 39 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Kilderseweg naast 39 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Kilderseweg naast 39zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Kilderseweg naast 39 - landschappelijke inpassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-699\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.99</span><span class=\"lf-art-t\">Landschappelijke inpassing - Oude Terborgseweg 313 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Oude Terborgseweg 313 - gebod landschappelijke inpassing de landschappelijke inpassing voor het perceel Oude Terborgseweg 313zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Oude Terborgseweg 313 - Landschappelijke inpassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6100\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.100</span><span class=\"lf-art-t\">Landschappelijke inpassing - Terborgseweg naast 119 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - gebod landschappelijk inpassing de landschappelijke inpassing zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Terborgseweg naast 119 Doetinchem - inrichtingsschets.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.5.3 Inrichtingsplannen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.101</span><span class=\"lf-art-t\">Inrichtingsplan - Akkerhof Gaanderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet binnen het gebied Akkerhof - gebod inrichtingsplan de inrichting voor het perceel Akkerhof zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Akkerhof - Inrichtingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.102</span><span class=\"lf-art-t\">Inrichtingsplan - Rijksweg 288 Gaanderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden en bouwwerken moet vanwege ontwikkelingen binnen het gebied Rijksweg 288 - gebod inrichtingsplan de inrichting voor het perceel Rijksweg 288 Gaanderenzijn gerealiseerd en in stand worden gehouden zoals is opgenomen in bijlage Rijksweg 288 Gaanderen - inrichtingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.5.4 Beeldkwaliteitsplannen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.103</span><span class=\"lf-art-t\">Beeldkwaliteitsplan - Amphionpark Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied Amphionpark - gebod beeldkwaliteitsplan moet bijlage Amphionpark Doetinchem - beeldkwaliteitsplan worden betrokken bij de toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. Wanneer het beeldkwaliteitsplan strijdig is met dit omgevingsplan gaan de regels uit het omgevingsplan voor.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.104</span><span class=\"lf-art-t\">Beeldkwaliteitsplan - Ribesstraat 4 Gaanderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied Ribesstraat 4 - gebod beeldkwaliteitsplan moet bijlage Ribesstraat 4 Gaanderen - beeldkwaliteitsplan worden betrokken bij de toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. Wanneer het beeldkwaliteitsplan strijdig is met dit omgevingsplan gaan de regels uit het omgevingsplan voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.5.5 Trillingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.105</span><span class=\"lf-art-t\">Trillingen - Akkerhof Gaanderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied Akkerhof - gebod trillingen mag de in afdeling 6.10 omschreven functie alleen gerealiseerd worden en vervolgens in stand gehouden worden, als voldaan wordt aan de streefwaarden uit de Meet- en Beoordelingsrichtlijn, deel B, 'Hinder voor personen in gebouwen 2006' Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR Richtlijn B). Als deze richtlijn gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 6.10.5.6 Afwijken geboden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.106</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning kan een gebod bergingscapaciteit hemelwater, gebod landschappelijke inpassing, gebod trillingen, gebod inrichtingsplan of gebod beeldkwaliteitsplan als bedoeld in paragraaf 6.10.5 anders worden uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.107</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.106 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend, waaruit blijkt dat: a. de landschappelijke inpassing zoals deze moet worden gerealiseerd is vastgelegd; en b. de deskundige het rapport of ander document heeft beoordeeld en advies heeft gegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.108</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.106 wordt alleen verleend als: a. aangetoond is dat een afwijking van het gebod noodzakelijk is en dat de afwijking zich uitsluitend daartoe beperkt; b. aangetoond is dat aan de bedoeling van het gebod waarvan wordt afgeweken onverminderd invulling wordt gegeven; c. de afwijking niet leidt tot een kwalitatieve verslechtering van het resultaat dat werd beoogd met het gebod waarvan wordt afgeweken; d. de afwijking gerealiseerd en in stand gehouden wordt binnen, of voor een bepaalde of onbepaalde termijn overeenkomstig het gebod waarvan wordt afgeweken; e. het advies van de deskundige is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; en f. over de afwijking zo nodig afstemming plaatsvindt met een overlegpartner als bijvoorbeeld het Waterschap, Omgevingsdienst, VNOG en Provincie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  7</h3>\n<p class=\"lf-p\">REGELS OVER BOUWEN, INSTANDHOUDEN EN GEBRUIKEN VAN BOUWWERKEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Waarom gelden deze regels?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in hoofdstuk 7 gelden voor de beoordeling van een ruimtelijke bouwactiviteit in relatie tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer mag er gebouwd worden?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwen van een bouwwerk is alleen toegestaan als het bouwwerk nodig is voor de instandhouding van de functie als bedoeld in hoofdstuk 6.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdgebouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Waar zijn hoofdgebouwen toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een hoofdgebouw is alleen toegestaan binnen het bouwvlak, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Welke bouwhoogte van een hoofdgebouw is toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied maximum bouwhoogte hoofdgebouw is voor hoofdgebouwen de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Welke goothoogte van een hoofdgebouw is toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied maximum goothoogte hoofdgebouw is voor hoofdgebouwen de maximaal aangegeven goothoogte toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Welke oppervlakte van hoofdgebouwen is toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het hoofdgebouw is maximaal de bestaande bebouwde oppervlakte toegestaan, vermeerderd met 10%, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied maximum bruto-vloeroppervlakte is voor het hoofdgebouw maximaal de aangeven bruto-vloeroppervlakte in vierkante meters toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Welke bebouwingspercentage van hoofdgebouwen is toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied maximum bebouwingspercentage is voor het hoofdgebouw maximaal het aangegeven bebouwingspercentage toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Woningen en bedrijfswoningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveel woningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied maximum aantal woningen en bedrijfswoningen is voor woningen en bedrijfswoningen het maximaal aangegeven aantal woningen toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.9</span><span class=\"lf-art-t\">Welke inhoud van woningen en bedrijfswoningen is toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied maximum inhoud woning en bedrijfswoning is voor woningen en bedrijfswoningen maximaal de aangegeven inhoud toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.10</span><span class=\"lf-art-t\">Welke inhoud van een woongebouw is toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied maximum inhoud woongebouw is voor één woongebouw maximaal de aangegeven inhoud toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bijbehorende bouwwerken Subparagraaf 7.2.3.1 Bijbehorende bouwwerken landelijk gebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.11</span><span class=\"lf-art-t\">Bijbehorende bouwwerken bij woningen en bedrijfswoningen in het landelijk gebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijbehorende bouwwerken bij een woning of bedrijfswoning in het landelijke gebied worden alleen binnen het bouwvlak, als bedoeld in artikel 7.3, gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke oppervlakte is maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning, waarbij rekening mee wordt gehouden dat niet meer dan 50% van het gebied mag worden bebouwd dat is toebedeeld met de functie waar de woning of bedrijfswoning bij hoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwhoogte is maximaal 6 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid is de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 per woning, als de grond oppervlakte bij een woning meer dan 1 hectare is.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste zijn bijbehorende bouwwerken alleen binnen het gebied bijbehorende bouwwerken - Kilderseweg naast 39 toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-712\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.12</span><span class=\"lf-art-t\">Bijbehorende bouwwerken - Uitsluiten vergunningvrij V4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de gronden binnen het gebied uitsluiten vergunningvrij worden artikel 22.27 onderdeel a en b en 22.36 onderdeel a buiten toepassing verklaard en gelden de regels in dit artikel in afwijking van artikel 7.11.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied uitsluiten vergunningvrij zijn bijbehorende bouwwerken alleen binnen de activiteitlocatie bijbehorende bouwwerken specifieke locatie toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is maximaal de binnen het gebied maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken aangegeven oppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwhoogte is maximaal 6 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.3.2 Bijbehorende bouwwerken stedelijk gebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-713\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.13</span><span class=\"lf-art-t\">Bijbehorende bouwwerken bij woningen en bedrijfswoningen in het stedelijk gebied V4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwen van bijbehorende bouwwerken is alleen binnen het bouwvlak, als bedoeld in artikel 7.3, toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 100 m2 per woning of bedrijfswoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor woningen geldt dat maximaal 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de bouwmogelijkheden voor de woning in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder tweedel id genoemde oppervlaktenorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijbehorende bouwwerken worden buiten het bouwvlak alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning of bedrijfswoning gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het bouwvlak worden bijbehorende bouwwerken op één lijn met de woning of bedrijfswoning gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijbehorende bouwwerken worden, wanneer rekening gehouden wordt met het bepaalde in het vierde lid, tot op de bouwperceelsgrenzen gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning of bedrijfswoning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning of bedrijfswoning, vermeerderd met 30 cm, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwhoogte is maximaal 6 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 m is, moet de afstand van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.3.3 Bijbehorende bouwwerken anders dan bij woningen en bedrijfswoningen V4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-714\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.14</span><span class=\"lf-art-t\">Waar is een bijbehorend bouwwerk toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een bijbehorend bouwwerk is alleen binnen het bouwvlak en 1 meter achter het hoofdgebouw toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerken geen gebouwen zijnde</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-715\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.15</span><span class=\"lf-art-t\">Bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied maximum bouwhoogte bouwwerk geen gebouw zijnde is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde de maximaal aangegeven bouwhoogte toegestaan, tenzij in dit omgevingsplan anders is aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde is de volgende hoogte toegestaan: a. achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 3 meter; of b. als het bouwwerk vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt geplaatst, is de bouwhoogte maximaal 1 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied wonen - landelijk gebied de volgende hoogte toegestaan: a. erf- en terreinafscheidingen op tenminste 1 meter achter de voorgevel maximaal 2 meter; b. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 meter; c. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 meter; of d. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied wonen - stedelijk gebied de volgende hoogte toegestaan: a. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 meter; b. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 meter; c. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter; of d. afschermingen van technische installatie(s) op platte daken tot maximaal 0,5 meter boven het dakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste of tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen de gebieden groen, verkeer en cultuur en ontspanning - stedelijk gebied de volgende hoogte toegestaan: a. speeltoestellen maximaal 6 meter; b. verlichting, vlaggenmasten, straatmeubilair (geen terrasinrichting), kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter; of c. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied water de volgende hoogte toegestaan: a. dammen, duikers en vergelijkbare bouwwerken maximaal 4 meter; b. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter; c. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter; of d. bruggen en vergelijkbare bouwwerken maximaal 20 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied natuur is alleen het bouwen van erfafscheidingen en extensieve recreatieve voorzieningen toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied cultuur en ontspanning - landelijk gebied de volgende hoogte toegestaan: a. erf- en terreinafscheidingen maximaal 2,5 meter; of b. antennedragers inclusief antennes, verlichting en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid zijn binnen het gebied erfafscheidingen - hoogte maximaal 1 meter erfafscheidingen van maximaal 1 meter hoog toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen de gebieden bedrijf en gemengd - Laborijnlocatie Doetinchem de volgende hoogte toegestaan: a. speeltoestellen bij een bedrijfswoning maximaal 3,5 meter; b. verlichting en vlaggenmasten maximaal 10 meter; c. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter; d. reclamemasten en reclamezuilen achter en tot maximaal 0,5 meter vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal de toegestane bouwhoogte als bedoeld in artikel 7.4; of e. een bouwwerk vóór 0,5 meter van (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid is voor een bouwwerk geen gebouw zijnde binnen het gebied agrarisch bedrijf gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte maximaal 1,2 meter; b. realisatie van kuilvoerplaten, tunnelkassen, mestopslag, silo's, paardrijbakken en trainingsmolens zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak; of c. in afwijking van het bepaalde onder a is de bouwhoogte van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak en op ten minste 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, maximaal 2 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>bouwwerken voor kuilvoerplaten maximaal 3 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>trainingsmolens maximaal 6 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>bouwwerken voor mestopslag maximaal 8 meter, waarbij een maximale goothoogte van 6 meter geldt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>silo's, luchtwassers, antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 meter; of 6. windmolens maximaal 15 meter.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-716\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.16</span><span class=\"lf-art-t\">Oppervlakte bouwwerken geen gebouwen zijnde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde is maximaal een gezamenlijke oppervlakte van 20 m2 toegestaan, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangegeven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerken - Specifiek Subparagraaf 7.2.5.1 Agrarisch bedrijf</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-717\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.17</span><span class=\"lf-art-t\">Mest/co-vergistingsinstallaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor mest/co-vergistingsinstallaties gelden de volgende regels: a. er is sprake van een installatie die dierlijke meststof produceert en gericht is op een bedrijfseigen activiteit, waarbij onderscheid gemaakt kan worden in:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>categorie A: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>categorie B: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt of naar derden afgevoerd; of 3. categorie C: verwerken aangevoerde mest en toevoegen van eigen of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt; b. de maximale verwerkingscapaciteit van de installatie is 35 ton dierlijke mest per dag; c. de installatie levert geen nieuwe belemmeringen op voor de omgeving en kan ook op basis van milieueisen; d. de installatie heeft geen negatief effect op de verkeerskundige situatie van de omgeving; en e. er zijn geen nevenactiviteiten bij het agrarische bedrijf aanwezig, als bedoeld in artikel 6.5.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-718\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.18</span><span class=\"lf-art-t\">Kassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor kassen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van kassen is maximaal 300 m2 per bouwvlak; en b. de bouwhoogte is maximaal 6 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.5.2 Verkeer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-719\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.19</span><span class=\"lf-art-t\">Parkeergarage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied parkeergarage is voor een parkeergarage de maximale bouwhoogte 14 meter.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Erkers en toegangspartijen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-720\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.20</span><span class=\"lf-art-t\">Erkers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied wonen gelden voor een erker de volgende regels: a. de erker wordt aan het hoofdgebouw vóór het verlengde van de voorgevel gebouwd; b. de bouwhoogte is maximaal 3 meter, waarbij de erker niet hoger is dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 centimeter; c. de breedte is maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning; en d. de diepte is maximaal 1,5 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-721\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.21</span><span class=\"lf-art-t\">Toegangspartijen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied wonen gelden voor een toegangspartij de volgende regels: a. de toegangspartij wordt aan het hoofdgebouw vóór het verlengde van de voorgevel gebouwd; b. de bouwhoogte is maximaal 3 meter, waarbij de toegangspartij niet hoger is dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 centimeter; c. de breedte is maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning; en d. de diepte is maximaal 1,5 meter.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsplanactiviteiten Subparagraaf 7.2.7.1 Bouwen buiten het bouwvlak binnen stedelijk gebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-722\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.22</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een deel van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-723\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.23</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.22 wordt alleen verleend als: a. het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied; b. de afstand tot het in sub a genoemde gebied minimaal 2 meter bedraagt; en c. de naar de weg gekeerde bouwgrens niet wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.2 Herbouw woning en bedrijfswoning binnen landelijk gebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-724\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.24</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is de herbouw van een bestaande woning of bedrijfswoning op een andere locatie dan de bestaande locatie toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-725\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.25</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.24 wordt alleen verleend als: a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de gebruiksmogelijkheden en waarden van aangrenzende gronden; en 2. de belangen van derden niet onevenredig worden aangetast; en b. de geluidbelasting van het industrielawaai, wegverkeer of railverkeer op de gevels van de nieuwe woning niet hoger is dan de standaardwaarden als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving.</div>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.3 Overkappingen bij woningen en bedrijfswoningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-726\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.26</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een overkapping bij de woning of bedrijfswoning vóór of op minder dan 1 meter achter de voorgevel toegestaan, als voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels uit artikel 7.27</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-727\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de goothoogte maximaal 3 meter is, tenzij:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>wordt aangebouwd aan een woning, dan geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; of 2. wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, dan geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 meter is, tenzij wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, dan geldt een bouwhoogte van maximaal 50 cm hoger dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk; c. de overkapping maximaal aan drie zijden is gesloten met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk, zoals een erfafscheiding;</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het eerste lid gelden de maximale oppervlakte en bebouwingspercentage als bedoeld in artikel 7.11.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het eerste lid: a. is de oppervlakte van de overkapping maximaal 30 m2; en b. mag het bouwperceel vóór de woning of bedrijfswoning en op minder dan 1 meter achter de voorgevel niet meer dan 50% worden bebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid onder b kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van een overkapping met een bouwhoogte van 6 meter, als de stedenbouwkundige situatie daarvoor geschikt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.4 Silo's</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-728\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.28</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is een silo tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-729\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.29</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.28 wordt alleen verleend als: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing en gebruiksmogelijkheden van die percelen; en b. de noodzaak voor een doelmatige bedrijfsvoering is aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.5 Pakketkluizen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-730\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.30</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is een pakketkluis toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-731\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.31</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.30 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het realiseren van een pakketkluis geen negatieve gevolgen heeft voor de omgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-732\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.32</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.30 wordt alleen verleend als: a. het realiseren van een pakketkluis geen negatieve gevolgen heeft voor de omgeving; en b. het advies van een deskundige is betrokken bij het besluit op de omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.6 Luifels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-733\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.33</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning zijn luifels toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-734\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.34</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.33 wordt alleen verleend als: a. de luifel wordt bevestigd aan de voorgevel of de zijgevel van het hoofdgebouw; b. de luifel maximaal 1,50 meter uit de gevel van het hoofdgebouw uitsteekt; en c. de breedte van de luifel niet meer is dan de totale breedte van de gevel waaraan de luifel wordt bevestigd met aan weerszijden een overstek van maximaal 0,75 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.7 Nieuwe bedrijfswoning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-735\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.35</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning in bestaande bebouwing toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-736\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.36</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.35 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de voortzetting van het bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-737\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.37</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.35 wordt alleen verleend als: a. wordt voldaan aan de woonvisie gemeente Doetinchem 2023-2036, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 12 april 2023; b. uit het onderzoek over de bedrijfstechnische noodzaak voor de woning blijkt dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de voortzetting van de bedrijfsvoering; en c. er nog geen bedrijfswoning aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.8 Bouwen voor de voorgevel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-738\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.38</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voor de voorgevel of op minder dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel toegestaan bij: a. een monument; b. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing binnen het gebied cultuurhistorie; of c. bebouwing met cultuurhistorische waarde binnen het gebied cultuurhistorische waarde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-739\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.39</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.38 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is voor de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, binnen het gebied cultuurhistorische waarden of binnen het gebied cultuurhistorie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-740\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.40</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.38 wordt alleen verleend als: a. het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is voor de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, binnen het gebied cultuurhistorische waarde of binnen het gebied cultuurhistorie; en b. het advies van de stedenbouwkundig of cultuurhistorisch adviseur is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.9 Inhoud van de woning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-741\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.41</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van de inhoud van een woning of bedrijfswoning met monumentale waarde of cultuurhistorische waarde toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-742\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.42</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.41 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt dat het vergroten van de maximale toegestane inhoud van de woning of bedrijfswoning bijdraagt aan de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of het monument.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-743\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.43</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.41 wordt alleen verleend als: a. het aantal woningen niet toeneemt; b. de woning of de bedrijfswoning wordt vergroot binnen de bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing bebouwing of het monument; c. het bijdraagt aan de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of het monument; en d. het advies van de stedenbouwkundig-cultuurhistorisch adviseur is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.10 Kleine woning op een bestaand woonerf V4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-744\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.44</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is één kleine woning toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-745\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.45</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.44 voor het bouwen van een kleine woning op een planologisch bestaand woonerf moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht; of c. hoe de ruimtelijke investering plaatsvindt zoals bedoeld in hoofdstuk 7 programma Wonen Landelijk gebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-746\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.46</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.44 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. de kleine woning is gelegen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen; b. de bestaande vrijstaande woning waar de kleine woning bij gebouwd wordt is volgens de regels van dit omgevingsplan of in het tijdelijk omgevingsplan gemaximaliseerd op 750 m3; c. het bestaande het werkingsgebied wonen of functievlak wonen heeft een minimale oppervlakte van minimaal 1500 m2; d. de goothoogte van de kleine woning is maximaal 3 meter; e. de bouwhoogte van de kleine woning is maximaal 6 meter; f. de kleine woning heeft een maximale inhoud van 425 m3 met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2; g. de oppervlakte van de kleine woning in alle gevallen kleiner is dan die van de hoofdwoning, waarbij een maximum geldt van 100 m2; h. ondergrondse bouwwerken zijn bij de kleine woning niet toegestaan (fundering uitgezonderd); i. de kleine woning is voorzien van een kap met een maximale helling 60 graden; j. de minimale afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van de kleine woning en de hoofdwoning is 3 meter; k. de maximale afstand tussen de verste gevel van de kleine woning en de dichtbijzijnde gevel van de hoofdwoning is 30 meter; l. de minimale afstand van de kleine woning tot aan de erfgrens is 5 meter; m. de uitstraling van de kleine woning ondergeschikt is aan het volume van de hoofdwoning, een eventuele dakkapel moet in het ontwerp worden meegenomen; n. parkeren op eigen terrein plaats vindt en de parkeervoorzieningen evenals de oprit gezamenlijk zijn; o. het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of p. voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.11 Transformatie bijgebouw tot één kleine woning V4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-747\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.47</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is het transformeren van een bestaand bijgebouw tot één kleine woning toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-748\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.48</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.47 voor het transformeren van een bestaand bijgebouw tot één kleine woning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht; of c. hoe de ruimtelijke investering plaatsvindt zoals bedoeld in hoofdstuk 7 programma Wonen Landelijk gebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-749\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.49</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.47 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. het bestaande bijgebouw moet binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen liggen; b. de kleine woning in een bestaand bijgebouw wordt gerealiseerd; c. de kleine woning heeft een maximale inhoud van 425 m3 met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2; d. de oppervlakte van de kleine woning is in alle gevallen kleiner dan die van de hoofdwoning, waarbij een maximum geldt van 100 m2; e. ondergrondse bouwwerken zijn bij de kleine woning niet toegestaan (fundering uitgezonderd); f. de uitstraling van de kleine woning ondergeschikt is aan het volume van de hoofdwoning, een eventuele dakkapel moet in het ontwerp worden meegenomen; g. de minimale afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van het te transformeren bijgebouwen de hoofdwoning is 3 meter; h. de maximale afstand tussen de verste gevel van het getransformeerde bijgebouw en de dichtstbijzijnde gevel van de hoofdwoning is 30 meter; i. de minimale afstand van het getransformeerde bijgebouw tot aan de erfgrens is 5 meter; j. parkeren op eigen terrein plaats vindt en de parkeervoorzieningen evenals de oprit gezamenlijk zijn; k. het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of l. voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.12 Vergroten van de inhoud van een vrijstaande woning in het landelijk gebied V4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-750\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.50</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning kan de bestaande inhoud van een vrijstaande woning die in dit omgevingsplan als ook in het tijdelijk omgevingsplan is gemaximaliseerd op 750 m3 in het landelijk gebied worden vergroot tot een maximum van 850 m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning kan de bestaande inhoud van een twee-aaneen woning die in dit omgevingsplan als ook in het tijdelijk omgevingsplan is gemaximaliseerd op 375 m3 in het landelijk gebied worden vergroot tot een maximum van 425 m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.13 Vergroten het totaal aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande woning V4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-751\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.51</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande woning tot maximaal 150 m2 toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-752\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.52</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.51 voor vergroten van het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-753\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.53</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.51 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het perceel is gelegen binnen het landelijk gebied; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijbehorende bouwwerken horen bij een vrijstaande woning binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijbehorende bouwwerken zijn in dit omgevingsplan of in het tijdelijk omgevingsplan gemaximaliseerd op 100 m2; d. bijbehorende bouwwerken mogen alleen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen worden gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangeven; e. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is na vergroting maximaal 150 m2; f. bijbehorende bouwwerken worden alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd; g. de goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter; h. de bouwhoogte is maximaal 6 meter; i. het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of j. voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 7.2.7.14 Vergroten het totaal aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een twee-aaneen woning V4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-754\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.54</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een twee-aaneen woning tot maximaal 75 m2 toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-755\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.55</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.54 voor vergroten van het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; of b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-756\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.56</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.54 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het perceel is gelegen binnen het landelijk gebied; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijbehorende bouwwerken horen bij een twee-aaneen woning binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen; c. bijbehorende bouwwerken mogen alleen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen worden gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangeven; d. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is na vergroting maximaal 75 m2; e. bijbehorende bouwwerken worden alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd; f. de goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter; g. de bouwhoogte is maximaal 6 meter; h. het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of i. voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Functie-ondersteunende bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-757\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.57</span><span class=\"lf-art-t\">Welke oppervlakte van een gebouw is toegestaan?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte van een gebouw is maximaal 20 m2.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  8</h3>\n<p class=\"lf-p\">REGELS OVER HET UITVOEREN VAN WERKEN, NIET ZIJNDE EEN BOUWWERK, OF VAN WERKZAAMHEDEN BIJ FUNCTIES</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Waar gaat dit hoofdstuk over?</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 gaat over werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als de bodem wordt bewerkt.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningplichtige activiteiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.3 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als bedoeld in artikel 8.4.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteit met omgevingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen of verharden van wegen en paden en het aanleggen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen van beplantingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vellen van beplantingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rooien van beplantingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen van watergangen en waterpartijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dempen van watergangen en waterpartijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verlagen van of het graven in de bodem en het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verlagen van het (grond)waterpeil.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten zonder omgevingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werken en werkzaamheden voor het normale onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van beplantingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van (tracés van) kabels en leidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werken en werkzaamheden die al mogen op basis van een vergunning.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende indieningsvereisten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.2 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend. Hieruit blijkt dat de waarden binnen het gebied worden betrokken en de gevolgen van de activiteit(en) op deze waarden worden aangetoond.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende beoordelingsregels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.2 wordt alleen verleend als: a. de waarden van het gebied niet in belangrijke mate worden geschaad; en b. de beoordeling en het advies van de deskundige is betrokken bij het besluit over de omgevingsvergunning.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  9</h3>\n<p class=\"lf-p\">REGELS OVER MILIEU</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel  9.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geluid</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  9.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geluid - algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Geluidwerende voorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geluidwerende voorzieningen zijn toegestaan, wanneer uit onderzoek blijkt dat deze nodig zijn voor het garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Warmte- en koudeopwekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een installatie te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven van voor warmte- of koudeopwekking, die zijn opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, waarbij op de perceelsgrens met een bouwwerkperceel voor een andere woonfunctie sprake is van een gecumuleerd geluidsniveau van installaties voor warmte- of koudeopwekking van meer dan 45 dB, berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  9.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geluid - specifiek</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  9.1.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Afwijken standaardwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Waar gelden deze regels?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in paragraaf 9.1.2.1 gelden binnen het gebied afwijken standaardwaarde geluid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Terborgseweg naast 119 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Terborgseweg naast 119 Doetinchem Woning Rekenpunt Hoogte (m +mv) Gezamenlijk geluid Lden B1_W1 9_B 4,5 65 B1_W2 7_B 4,5 65 B2_W1 24_A 3,3 66 B2_W2 23_A 3,3 66 B2_W3 22_A 3,3 65 B2_W4 19_A 3,3 61 B2_W6 27_A 3,3 59 B2_W7 24_B 6,3 65 B2_W8 23_B 6,3 65 B2_W9 22_B 6,3 65 B2_W10 19_B 6,3 61 B2_W12 27_B 6,3 59 B2_W13 24_C 9,3 65 B2_W14 23_C 9,3 65 B2_W15 22_C 9,3 65 B2_W16 19_C 9,3 61 B2_W18 27_C 9,3 58 B3_W1 47_A 3,3 64 B3_W2 46_A 3,3 64 B3_W3 44_A 3,3 64 B3_W4 43_A 3,3 64 B3_W5 42_A 3,3 64 B3_W6 40_A 3,3 64 B3_W7 47_B 6,3 64 B3_W8 46_B 6,3 64 B3_W9 44_B 6,3 64 B3_W10 43_B 6,3 64 B3_W11 42_B 6,3 64 B3_W12 40_B 6,3 64 B3_W13 47_C 9,3 64 B3_W14 46_C 9,3 64 B3_W15 44_C 9,3 64 B3_W16 43_C 9,3 64 B3_W17 42_C 9,3 64 B3_W18 40_C 9,3 64 B3_W19 47_D 12,3 64 B3_W20 46_D 12,3 63 B3_W21 44_D 12,3 63 B3_W22 43_D 12,3 64 B3_W23 42_D 12,3 64 B3_W24 40_D 12,3 64 B3_W25 47_E 15,3 63 B3_W26 43_E 15,3 63 B3_W27 42_E 15,3 63 B5_W3 58_A 3,3 60 B5_W6 53_B 6,3 54 B5_W7 58_C 9,3 60 Bron: Terborgseweg naast 119 Doetinchem - akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Laborijnlocatie Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Laborijnlocatie - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Laborijnlocatie Doetinchem Woning Rekenpunt Hoogte (m +mv) Gezamenlijk geluid Lden T1001 _A 2 72 T1001 _B 5 72 T1001 _C 8 72 T1001 _D 11 72 T1002 _A 2 63 T1002 _B 5 63 T1002 _C 8 63 T1002 _D 11 60 T1004 _A 2 61 T1004 _B 5 63 T1004 _C 8 63 T1004 _D 11 63 T1201 _C 8 59 T1201 _D 11 61 T1201 _E 14 62 T1202 _D 11 58 T1202 _E 14 59 T1204 _A 2 55 T1204 _B 5 57 T1204 _C 8 58 T1204 _D 11 58 T1204 _E 14 59 T1205 _C 8 57 T1205 _D 11 58 T1205 _E 14 58 T1206 _C 8 58 T1206 _D 11 58 T1206 _E 14 59 T1207 _B 8 59 T1207 _C 11 59 T1207 _D 14 60 T1208 _B 8 58 T1208 _C 11 59 T1208 _D 14 59 T1209 _A 5 56 T1209 _B 8 58 T1209 _C 11 59 T1209 _D 14 59 T1210 _A 5 57 T1210 _B 8 59 T1210 _C 11 59 T1210 _D 14 60 T401a _A 2 57 T401a _B 5 58 T401a _C 8 58 T401a _D 11 62 T401a _E 14 62 T401a _F 17 62 T401b _A 20 62 T401b _B 23 62 T401b _C 26 62 T401b _D 29 63 T401b _E 32 63 T401b _F 35 63 T403a _E 14 55 T403a _F 17 57 T403b _A 20 58 T403b _B 23 56 T403b _C 26 56 T403b _D 29 60 T403b _E 32 60 T403b _F 35 60 T404a _A 2 60 T404a _B 5 60 T404a _C 8 60 T404a _D 11 63 T404a _E 14 63 T404a _F 17 63 T404b _A 20 63 T404b _B 23 63 T404b _C 26 63 T404b _D 29 63 T404b _E 32 63 T404b _F 35 63 T405 _A 2 56 T405 _B 5 57 T405 _C 8 57 T405 _D 11 61 T405 _E 14 61 T406 _A 2 56 T406 _B 5 56 T406 _C 8 57 T406 _D 11 60 T406 _E 14 61 T413 _A 2 63 T413 _B 5 63 T413 _C 8 62 T413 _D 11 62 T501 _A 2 56 T501 _B 5 57 T501 _C 8 57 T501 _D 11 61 T501 _E 14 61 T501 _F 17 61 T502 _A 2 57 T502 _B 5 58 T502 _C 8 58 T502 _D 11 61 T502 _E 14 62 T502 _F 17 62 T507 _A 2 52 T507 _B 5 53 T507 _C 8 53 T507 _D 11 57 T507 _E 14 58 T507 _F 17 59 T601 _A 2 59 T601 _B 5 60 T601 _C 8 60 T601 _D 11 63 T601 _E 14 63 T602 _C 8 55 T602 _D 11 59 T602 _E 14 59 T605 _A 17 56 T606 _A 2 60 T606 _B 5 61 T606 _C 8 61 T606 _D 11 64 T606 _E 14 64 T606 _F 17 63 T607 _A 2 62 T607 _B 5 63 T607 _C 8 63 T607 _D 11 65 T607 _E 14 65 T607 _F 17 65 T608 _A 2 63 T608 _B 5 64 T608 _C 8 64 T608 _D 11 67 T608 _E 14 66 T608 _F 17 66 T611 _A 2 66 T611 _B 5 67 T611 _C 8 67 T611 _D 11 67 T611 _E 14 66 T612 _A 2 66 T612 _B 5 67 T612 _C 8 67 T612 _D 11 67 T612 _E 14 66 T613 _A 2 61 T613 _B 5 62 T613 _C 8 62 T613 _D 11 62 T613 _E 14 62 T614 _B 5 58 T614 _C 8 58 T614 _D 11 58 T614 _E 14 59 T619 _D 11 57 T701 _E 14 58 T709 _A 2 58 T709 _B 5 60 T709 _C 8 61 T709 _D 11 62 T718 _B 5 58 T718 _C 8 59 T718 _D 11 59 T718 _E 14 59 T719 _A 2 62 T719 _B 5 63 T719 _C 8 63 T719 _D 11 63 T719 _E 14 63 T720 _A 2 66 T720 _B 5 67 T720 _C 8 67 T720 _D 11 67 T720 _E 14 66 T722 _E 14 58 T724 _A 2 66 T724 _B 5 67 T724 _C 8 67 T724 _D 11 67 T725 _A 2 66 T725 _B 5 67 T725 _C 8 66 T725 _D 11 66 T726 _A 2 61 T726 _B 5 62 T726 _C 8 63 T726 _D 11 63 T727 _A 2 55 T727 _B 5 56 T727 _C 8 59 T727 _D 11 60 T901 _A 2 61 T901 _B 5 63 T901 _C 8 64 T901 _D 11 64 T905 _A 2 63 T905 _B 5 65 T905 _C 8 65 T905 _D 11 65 T906 _A 2 55 T906 _B 5 59 T906 _C 8 59 T906 _D 11 66 T909 _C 11 59 T910 _A 2 64 T910 _B 5 66 T911 _A 8 66 T912 _A 2 69 T912 _B 5 69 T913 _A 8 69 T914 _A 5 55 T914 _B 8 56 T916 _A 2 69 T916 _B 5 69 T916 _C 8 69 Bron: Laborijnlocatie Doetinchem - Akoestisch onderzoek 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de gevels van woningen waar de grenswaarde voor geluid wordt overschreden, zoals opgenomen in bijlage Laborijnlocatie Doetinchem - Akoestisch onderzoek, wordt bepaald dat dit ‘niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen’ zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Kilderseweg naast 39 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Kilderseweg naast 39 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Kilderseweg naast 39 Doetinchem Woning Rekenpunt Hoogte (m +mv) Gezamenlijk geluid Lden 1 1.4 2 57 5 57 2 2.3 2 56 5 56 2 2.4 2 56 5 56 3 3.4 2 52 5 52 3 3.5 2 52 5 52 3 3.6 2 52 5 52 4 4.2 2 55 5 55 4 4.3 2 55 5 55 4 4.4 2 55 5 55 5 5.1 2 56 5 56 5 5.5 2 56 5 56 5 5.6 2 56 5 56 Bron: Kilderseweg naast 39 Doetinchem - Akoestisch onderzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Oude Terborgseweg 313 Doetinchem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Oude Terborgseweg 313 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Oude Terborgseweg 313 Doetinchem Woning Rekenpunt Hoogte (m +mv) Gezamenlijk geluid Lden 1 1 2 53 1 1 5 54 Bron: Oude Terborgseweg 313 Doetinchem - Akoestisch Onderzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.8</span><span class=\"lf-art-t\">Rijksweg 288 Gaanderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Rijksweg 288 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Rijksweg 288 Gaanderen Woning Rekenpunt Hoogte (m +mv) Gezamenlijk geluid Lden W4 Wnp. 10 4,8 54 Wnp. 10 8,5 54 W5 Wnp. 11 4,8 57 Wnp. 11 8,5 55 Wnp. 12 4,8 55 Wnp. 12 8,5 55 Wnp. 13 1,9 57 Wnp. 13 4,8 55 Wnp. 13 8,5 56 W10 Wnp. 25 4,8 54 Wnp. 25 8,5 54 Wnp. 26 4,8 55 Wnp. 26 8,5 56 Wnp. 27 4,8 55 Wnp. 27 8,5 56 Bron: Rijksweg 288 Gaanderen - akoestisch onderzoek</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  9.1.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Evenementen Subparagraaf 9.1.2.2.1 Geluid bij evenementen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.9</span><span class=\"lf-art-t\">Geluidsgrenzen evenementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de gebieden evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem en evenementenlocatie - Mark Tennantplantsoen gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidsgrenzen Periode Meethoogte Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement 07:00-19:00 uur 1,5 meter 85 db(A) 99 db(A) 105 db(A) 19:00-01:00 uur 5 meter 85 db(A) 99 db(A) 105 db(A) 01:00-07:00 uur 5 meter 40 db(A) n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">40 db(A) Bron: Evenementenlocaties binnenstad Doetinchem en Mark Tennantplantsoen - akoestisch onderzoek 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidsgrenzen Periode Meethoogte Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement 07:00-19:00 uur 1,5 meter 50 db(A) n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 db(A) 19:00-01:00 uur 5 meter 45 db(A) n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 db(A) 01:00-07:00 uur 5 meter n.v.t n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bron:</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de gebieden evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem en evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidsgrenzen Periode Meethoogte Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement 07:00-19:00 uur 1,5 meter 70 db(A) 84 db(A) 80 db(A) 19:00-01:00 uur 5 meter 70 db(A) 84 db(A) 80 db(A) 01:00-07:00 uur 5 meter 40 db(A) n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bron:</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidsgrenzen Periode Meethoogte Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement 07:00-19:00 uur 1,5 meter 70 db(A) 84 db(A) 87 db(A) 19:00-01:00 uur 5 meter 70 db(A) 84 db(A) 88 db(A) 01:00-07:00 uur 5 meter 40 db(A) n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bron:</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidsgrenzen Periode Meethoogte Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement 07:00-19:00 uur 1,5 meter 75 db(A) 89 db(A) 87 db(A) 19:00-01:00 uur 5 meter 75 db(A) 89 db(A) 87 db(A) 01:00-07:00 uur 5 meter 40 db(A) n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bron:</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidsgrenzen Periode Meethoogte Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement 07:00-19:00 uur 1,5 meter 70 db(A) 84 db(A) 102 db(A) 19:00-01:00 uur 5 meter 70 db(A) 84 db(A) 102 db(A) 01:00-07:00 uur 5 meter 40 db(A) n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bron:</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de gebieden evenementenlocatie - Marktplein Doetinchem, evenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat, evenementenlocatie - centrum Wehl, evenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehl, evenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 Nieuw-Wehl, evenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderen, evenementenlocatie - centrum Gaanderen, evenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderen, evenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderen, evenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem en evenementenlocatie - IJzevoorde gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidsgrenzen Periode Meethoogte Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement 07:00-19:00 uur 1,5 meter 85 db(A) 99 db(A) 105 db(A) 19:00-01:00 uur 5 meter 85 db(A) 99 db(A) 105 db(A) 01:00-07:00 uur 5 meter 40 db(A) n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bron:</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het gebied evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidsgrenzen Periode Meethoogte Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement 07:00-19:00 uur 1,5 meter 50 db(A) n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 db(A) 19:00-01:00 uur 5 meter 45 db(A) n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">80 db(A) 01:00-07:00 uur 5 meter n.v.t. n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bron:</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 9.1.2.2.2 Omgevingsplanactiviteiten Subsubparagraaf 9.1.2.2.2.1 Hoger geluidniveau evenement evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsplanactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met een omgevingsvergunning is bij één evenement per kalenderjaar een hoger geluidniveau toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende indieningsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.10 moet in elk geval een akoestisch onderzoek worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-912\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de eerste aanvraag van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als in de periode tussen 07:00-23:00 uur: a. het maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidgevoelig object maximaal 90 dB(A) is, 1. in de periode 07:00-19:00 gemeten op 1,5 meter hoogte;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>in de periode 19:00-23:00 uur gemeten op 5 meter hoogte; en b. het equivalent geluidniveau LCeq op de gevel van een geluidgevoelig object maximaal 104 dB(C) is, 1. in de periode 07:00-19:00 gemeten op 1,5 meter hoogte;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>in de periode 19:00-23:00 uur gemeten op 5 meter hoogte.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van een advies van een deskundige waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het genoemde in het tweede lid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel  9.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Water</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  9.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Grondwaterkwaliteit</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  9.2.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-913\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.13</span><span class=\"lf-art-t\">Waarom gelden deze regels?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in afdeling 9.2.1 gelden met het doel het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  9.2.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen op of in de bodem Subparagraaf 9.2.1.2.1 Rechtstreeks lozen in het grondwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-914\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.14</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze regels?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 9.2.1.2 is van toepassing op het lozen op of in de bodem, als daarbij verontreinigende stoffen zonder doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-915\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.15</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod op rechtstreeks lozen in het grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden verontreinigende stoffen rechtstreeks in het grondwater te lozen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-916\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.16</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschrift</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van artikel 9.15 om rechtstreeks lozen van verontreinigende stoffen in het grondwater toe te staan, als daarbij wordt voldaan aan de vereisten van artikel 11, derde lid, onder j, van de Kaderrichtlijn Water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 9.2.1.2.2 Lozen van grondwater op of in de bodem</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-917\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.17</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze regels?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 9.2.1.2.2 is van toepassing op het lozen van grondwater op of in de bodem, afkomstig van het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in artikel 3.48f van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-918\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.18</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het lozen van grondwater op of in de bodem, afkomstig van een activiteit als bedoeld in artikel 9.17 zijn de artikelen 22.138, eerste en tweede lid, en 22.139, tweede lid, van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  10</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  11</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  12</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  13</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  14</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  15</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  16</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  17</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  18</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  19</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  20</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  21</h3>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  22</h3>\n<p class=\"lf-p\">ACTIVITEITEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  22.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">ALGEMEEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorrangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.287, 22.288, 22.290 tot en met 22.293 en 22.295 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  22.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.4</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.5</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.6</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwen en in stand houden van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.7</span><span class=\"lf-art-t\">Repressief welstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor elektriciteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor gas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor warmte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting op distributienet voor drinkwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.13</span><span class=\"lf-art-t\">Bluswatervoorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.14</span><span class=\"lf-art-t\">Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.15</span><span class=\"lf-art-t\">Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.16</span><span class=\"lf-art-t\">Overbewoning woonruimte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.17</span><span class=\"lf-art-t\">Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.18</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.19</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de verpakking tegen normale behandeling bestand is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoortals bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse 4 Omschrijving Verpakkingsgroep Toegestane maximum hoeveelheid 2 UN 1950 spuitbussen &amp; UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">50 kg 3 Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 liter excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 liter 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met waterbrandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 kg 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 liter 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 liter 4 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.20</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.21</span><span class=\"lf-art-t\">Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Cultureel erfgoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.22</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling van archeologisch onderzoek (verwijderen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.2.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken Subparagraaf 22.2.7.1 Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.23</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene afbakeningseisen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 22.27 en 22.36 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de toepassing van de artikelen 22.27 en 22.36 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.27, onder a, of 22.36, onder a, of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.24</span><span class=\"lf-art-t\">Meetbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.25</span><span class=\"lf-art-t\">Mantelzorg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.26</span><span class=\"lf-art-t\">Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.27</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>op de grond staand;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>gelegen in achtererfgebied;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>niet hoger dan 5 m;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>op de grond staand;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>niet hoger dan 5 m; en 3. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; c. een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>voorzien van een plat dak;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 6. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; d. een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>niet hoger dan 4 m; en 2. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; e. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; f. een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>op een erf of perceel waarop al een hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 3. achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen g. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een silo; of 2. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m; h. een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of i. een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.28</span><span class=\"lf-art-t\">Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.27 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 22.27, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4; b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en c. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als: a. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of b. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zinsdeel «in meer dan 25 m3 bodemvolume» in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 22.29.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing: a. artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en c. artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft: a. een voorbereidingsbesluit van kracht is als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht van kracht is als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden; c. voor de dag van ontvangst van de aanvraag een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of d. voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of e. voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.303, eerste lid, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.35</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g. gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; j. als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en 2. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en k. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.</div>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.36</span><span class=\"lf-art-t\">Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de overige bepalingen van deze afdeling en de bepalingen van afdeling 22.3 zijn in ieder geval in overeenstemming met dit omgevingsplan: a. het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.27, onder a, als in aanvulling op de in dat onderdeel gestelde eisen ook wordt voldaan aan de volgende eisen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: i.</div>\n<p class=\"lf-p\">5 m; ii.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en iii. het hoofdgebouw;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: i. als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en ii. functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan: i. bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; ii. bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en iii. bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; en 4. uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan: i. een woonwagen; ii. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of iii. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; b. het bouwen, in stand houden en gebruiken van een erf- of perceelafscheiding als bedoeld in artikel 22.27, onder f; en c. het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.37</span><span class=\"lf-art-t\">Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.36, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg en niet voldaan wordt aan het bepaalde in dat artikel, gelden in plaats van de in artikel 22.36, onder a, onder 3, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.38</span><span class=\"lf-art-t\">Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.36 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of b. op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.39</span><span class=\"lf-art-t\">Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.36, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of 14.</div></div>", "next": 239918}