{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">zich te gedragen naar de regels die in het protocol, bedoeld in artikel 7:9, vierde lid, zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn functie te vervullen, in staat is passende arbeid als bedoeld in artikel 7:1 te verrichten en hij door het bestuur of een andere werkgever daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij verplicht die arbeid te verrichten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-12-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:12</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen ambtenaar medisch onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar is verplicht zich te onderwerpen aan een door of vanwege de arbodienst in te stellen medisch onderzoek ter beantwoording van de vragen: of er sprake is van verhindering tot het vervullen van zijn functie wegens ziekte; in welke mate er sprake is van verhindering als bedoeld onder a; of de ambtenaar de verhindering tot het vervullen van zijn functie opzettelijk heeft veroorzaakt; of de ambtenaar ten onrechte nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften hem door de behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd; of de ambtenaar zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid; wanneer en in welke mate de vervulling van de functie kan worden hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de redenen van medisch onderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-13-1-233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Geen aanspraak op doorbetaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen aanspraak op doorbetaling van salaris en de toegekende salaristoelage(n) als bedoeld in artikel 7:3 en geen opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28, bestaat: indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7:12, sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar opzettelijk de verhindering tot het vervullen van zijn functie heeft veroorzaakt, tenzij de ambtenaar daarvan op grond van zijn geestelijk toestand geen verwijt kan worden gemaakt; indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een halfjaar na de in artikel 2:3, eerste lid, bedoelde geneeskundige keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring dat tegen de vervulling van zijn functie uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan, ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-13-2-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Staken van de doorbetaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 7:3 en de opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting tot het verlenen van medewerking aan een door of vanwege de arbodienst in te stellen medische onderzoek na te komen; blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten onrechte heeft nagelaten zich onder geneeskundige behandeling te stellen ofte blijven stellen; blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt, met uitzondering van voorschriften om mee te werken aan een ingreep van heelkundige aard; zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een door de arbodienst aangewezen arts niet kan plaatshebben; tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de arbodienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht en het bestuur daartoe toestemming heeft verleend; weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid, die hij heeft in verband met het verrichten van door de arbodienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of derden; zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de arbodienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de arbodienst als geldig erkende reden heeft opgegeven; weigert om - op verzoek van het bestuur - informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) en de opbouw van het IKB vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het lid 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-14-235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:14</span><span class=\"lf-art-t\">Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel c, wordt disciplinair gestraft wegens plichtsverzuim.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 7:3, en de opbouw van het IKB bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: weigert mee te werken aan, door het bestuur of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel a, die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen de eigen passende arbeid te verrichten; weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel b; weigert aangeboden passende arbeid te verrichten, waartoe hij op grond van artikel 7:11 lid 2 verplicht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), en de opbouw van het IKB, bedoeld in lid 2, vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het lid 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-15-1-236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:15:1</span><span class=\"lf-art-t\">Betaling aan anderen en nabetaling aan ambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het bestuur kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat de op grond van de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 het niet uitbetaalde salaris en de toegekende salaristoelage(n), geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar zal worden uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Voor zover het bestuur van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de ingevolge de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 het niet uitbetaalde salaris en de toegekende salaristoelage(n) alsnog aan de ambtenaar uitbetaald wanneer de ambtenaar op grond van de second opinion die hij conform artikel 32, van de wet SUWI, heeft aangevraagd inzake het oordeel over de ongeschiktheid tot werken in het gelijk gesteld wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-16-237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:16</span><span class=\"lf-art-t\">Herplaatsing in passende arbeid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, wordt de ambtenaar opgedragen: door plaatsing in een andere functie voor tijdelijke duur, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; door plaatsing in een andere functie bij wijze van proef, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; bij een andere werkgever, door een tijdelijke detachering, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, aan de ambtenaar opgedragen door definitieve herplaatsing. Deze definitieve herplaatsing vindt plaats door wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid zijn volledige restverdiencapaciteit benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die 35% of meer, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid 50% van zijn restverdiencapaciteit of meer benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt onder een andere functie mede verstaan het verrichten van dezelfde werkzaamheden onder andere voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie ten gevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 8 De termijn van 24 maanden wordt verlengd: met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 9 De ambtenaar verleent alle medewerking en verstrekt alle informatie die nodig is om de restverdiencapaciteit vast te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-17-238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:17</span><span class=\"lf-art-t\">Terugkeer in functie na ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn functie te vervullen, kan worden bepaald dat hij zijn functie slechts weer zal mogen vervullen, indien het bestuur daarvoor toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate waarin de hervatting kan geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Ten behoeve van de bepaling van het eerste lid zal mede worden gelet op het advies van de arbodienst of van het UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De in het eerste lid bedoelde toestemming is in ieder geval vereist indien de ambtenaar gedurende meer dan een jaar volledig verhinderd is geweest zijn functie te vervullen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-18-239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:18</span><span class=\"lf-art-t\">Inkomsten uit of in verband met arbeid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot het in mindering brengen op de beloning van de ambtenaar, van inkomsten uit passende arbeid of werkzaamheden in het kader van diens reïntegratie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-18-1-240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:18:1</span><span class=\"lf-art-t\">Inkomsten uit andere betrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen van zijn functie, op grond van een aan het bestuur uitgebracht advies door de arbodienst of door het UWV, in het belang van zijn genezing of zijn reïntegratie, dan wel in het kader van herplaatsing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, worden de inkomsten uit deze arbeid in mindering gebracht op het salaris en de toegekende salaristoelage(n) waar de ambtenaar recht op heeft krachtens artikel 7:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Tot de in het eerste lid bedoelde inkomsten wordt tevens gerekend toelagen, onder welke benaming ook, die de ambtenaar ontvangt die geacht kunnen worden betrekking te hebben op arbeid bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5Bijzondere situaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:19</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met een ZW-uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:20</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met een WW-uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:21</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met een uitkering op grond van de WIA</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:22</span><span class=\"lf-art-t\">Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23</span><span class=\"lf-art-t\">WAJONG/WAZ</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-19-247\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:19</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met een ZW-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk recht heeft op een ZW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de ZW gestelde termijnen en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen ZW-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, dan wel het recht op de ZW-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De ambtenaar verleent op verzoek van het bestuur alle medewerking aan het via het bestuur tot uitbetaling laten komen van de ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het meerdere aan de ambtenaar uitbetaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-20-248\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:20</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met een WW-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar ter zake van het dienstverband waarbij de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft op een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-21-249\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:21</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop met een uitkering op grond van de WIA</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende verhindering tot het vervullen van zijn functie recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft. Wanneer de ambtenaar recht heeft op een IVA-uitkering dan wel een WGA-uitkering in verband met volledige, maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid, heeft de ambtenaar ten minste recht op een bedrag ter hoogte van deze IVA- of WGA-uitkering Lid 2 Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering uit hoofde van twee of meer dienstverbanden, wordt die uitkering naar rato van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) uit de verschillende functies, in mindering gebracht op de dienstverband op grond waarvan de betaling wordt gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien de ambtenaar geen WGA- of IVA-uitkering aanvraagt binnen de in de WIA gestelde termijnen en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen WGA- of IVA-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar niet kan worden vastgesteld of de ambtenaar in aanmerking komt voor een WGA- of een IVA-uitkering en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door betrokkene de WGA- of IVA-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de WGA- of IVA-uitkering zoals die werd genoten voor vermindering of gehele of gedeeltelijke weigering van het bedrag plaatsvond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 De ambtenaar verleent op verzoek van het bestuur alle medewerking aan het via het bestuur tot uitbetaling laten komen van de WGA- of IVA-uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-22-250\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:22</span><span class=\"lf-art-t\">Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7:21 is van overeenkomstige toepassing, wanneer de ambtenaar in aanvulling op de WGA- of IVA uitkering, bedoeld in artikel 7:21, recht heeft op een arbeidsongeschiktheidspensioen van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23-251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:23</span><span class=\"lf-art-t\">Wajong/WAZ</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar op grond van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op een Wajong- of WAZ-uitkering, worden deze uitkeringen voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een uitkering op grond van de WIA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23-1-252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:23:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen) Paragraaf6Tegemoetkoming kosten zorgverzekering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24</span><span class=\"lf-art-t\">Tegemoetkoming ziektekosten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24a</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgverzekering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte tegemoetkoming</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25a</span><span class=\"lf-art-t\">Meerdere dienstverbanden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25b</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:2</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:3</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:4</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24-262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:24</span><span class=\"lf-art-t\">Tegemoetkoming ziektekosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De VNG sluit voor de zorgverzekering van gemeenteambtenaren, postactieven en inactieven een overeenkomst als bedoeld in artikel 18 van de Zorgverzekeringswet. Tot 1 januari 2025 kunnen ambtenaren in de zin van deze regeling hier mede gebruik van maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24a-263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:24a</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:25</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25a-265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:25a</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25b-266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:25b</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-1-267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:25:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-2-268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:25:2</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-3-269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:25:3</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-4-270\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:25:4</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen) Paragraaf7Overige bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:26</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:27</span><span class=\"lf-art-t\">Garantie-uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28a</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28b</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-26-277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:26</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die wegens ziekte op 31 december 2000 recht heeft op salarisbetaling of uitkering op grond van dit hoofdstuk en waarvan de ziekte ook na deze datum voortduurt, blijven de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals deze luidden op 31 december 2000 van kracht tot het moment dat de ziekte van de betrokkene eindigt, dan wel tot de dag met ingang waarvan de betrokkene recht krijgt op een uitkering krachtens de Ziektewet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De betrokkene is verplicht de onverschuldigde betalingen aan hem, die op grond van dit artikel zijn verricht, terug te betalen, indien hem met terugwerkende kracht een uitkering krachtens de Ziektewet wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-27-278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:27</span><span class=\"lf-art-t\">Garantie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die herplaatst is op grond van artikel 7:6, tweede lid onder c, zoals dat luidde voor 1 januari 2003, heeft, indien naderhand maar voor 1 januari 2001, de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld, recht op een garantie-uitkering, indien hem geen aanvullende gangbare arbeid is aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is om zijn toegenomen restverdiencapaciteit te benutten. Onder gangbare arbeid wordt in dit artikel verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe betrokkene in staat is, gezien zijn krachten en bekwaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De garantie-uitkering bedraagt te rekenen vanaf de datum van aanvang van de ziekte in de oorspronkelijke functie 18 maanden 100%, vervolgens 39 maanden 80% en daarna 33 maanden 70% van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) die de ambtenaar genoot in de oorspronkelijke functie Lid 3 Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de ambtenaar ontvangt uit het dienstverband waarin hij is herplaatst en, in voorkomend geval, met het recht op WAO-uitkering, invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf verkregen op of na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Indien de betrokkene nalaat van de gelegenheid gebruik te maken die kan leiden tot het verkrijgen van gangbare arbeid, indien hij weigert gangbare arbeid te aanvaarden of indien hij opzettelijk inkomsten uit gangbare arbeid verloren laat gaan, wordt het bedrag van de garantie-uitkering verminderd met het bedrag van de verzuimde, of de verloren gegane inkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 De garantie-uitkering eindigt: met ingang van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt; bij ontslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28-279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:28</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 zoals die golden op 31 december 2005, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen op of na 1 januari 2004 en die op grond van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21, zoals die golden op 31 december 2005 , van toepassing, waarbij de verwijzing in artikel 7:21, eerste lid, naar artikel 7:3, eerste lid, gelezen moet worden als een verwijzing naar artikel 7:3, zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Het bestuur stelt per 1 januari 2006 voor de ambtenaren van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, is gelegen op of na 1 januari 2004, de duur van de ongeschiktheid vast. De hoogte van de loondoorbetaling vanaf 1 januari 2006 wordt bij voortduring van de ongeschiktheid berekend op basis van het bepaalde in artikel 7:3, eerste tot en met het vierde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28-1-280\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:28:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 is artikel 7:18:1 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 7:18:1 zoals dat gold op 31 december 2005 , van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28a-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:28a</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28b-282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7:28b</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 7:16 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">8Ontslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag op verzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:1:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag op verzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1, wordt niet verleend met ingang van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:2</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het bestuur kan in bijzondere gevallen, indien de ambtenaar hiermede instemt, van het bepaalde in het eerste lid afwijken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:2:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:2a</span><span class=\"lf-art-t\">Opzegtermijn na bereiken AOW-gerechtigde leeftijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst is getreden van de gemeente, alsmede de aanstelling of arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 8:2 lid 2 wordt beëindigd wanneer een van de partijen dat wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 In afwijking van lid 1 geldt in geval van ziekte een opzegtermijn van 13 weken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:3</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens reorganisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van zijn functie of wegens verandering in de inrichting van het dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen uitgezonderd, ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:3:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens reorganisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Over het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, wordt overleg gepleegd in de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Daarna wordt het aan de betrokken ambtenaren medegedeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:4</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt verstaan: arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een WGA-uitkering; arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van volledige ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Ontslag als bedoeld in het tweede lid mag slechts plaatsvinden indien er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Het bestuur betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid het resultaat van de claimbeoordeling van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Het bestuur stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat een ontslagprocedure als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het zesde lid, genomen is, moet het bestuur, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 8 Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 9 Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 10 De termijn van 24 maanden, als bedoeld in het derde lid wordt verlengd: met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:5</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van gedeeltelijke ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Een ontslag als bedoeld in het eerste lid mag slechts plaatsvinden indien: er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte gedurende een periode van 36 maanden: het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de ambtenaar binnen de veiligheidsregio passende arbeid op te dragen, als bedoeld in artikel 7:9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het bestuur betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid het resultaat van de claimbeoordeling op grond van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Het bestuur stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid op grond waarvan de ontslagprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 33e maand na de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, genomen is, moet het bestuur, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie ten gevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 8 Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 9 De termijn van 36 maanden, als genoemd in het tweede lid, onderdeel a, wordt verlengd met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 10 Indien voor de ambtenaar buiten de organisatie van de veiligheidsregio passende arbeid als bedoeld in artikel 7:16, derde of vierde lid, aanwezig is, is ontslag vanaf 24 maanden na de eerste dag van ongeschiktheid op grond van dit artikel mogelijk. Bij het bepalen van de termijn van 24 maanden worden het zesde, zevende en achtste lid van artikel 7:16 overeenkomstig toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:5a</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte of gebrek kan ontslag verleend worden indien hij zonder deugdelijke grond weigert: gevolg te geven aan door het bestuur of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het bestuur of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of passende arbeid te verrichten, als bedoeld in artikel 7:9; arbeid als bedoeld in artikel 7:11, tweede lid te verrichten waartoe het bestuur hem in de gelegenheid stelt; zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA; een uitkering op grond van de WIA aan te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, wint het bestuur een hierop betrekking hebbend advies van het UWV in.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:5:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:6</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:7</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van: verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie geldt; aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de functie zou uitsluiten; staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:7:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behalve in het geval, bedoeld in artikel 8:7, onder e, wordt een ontslag op grond van eerder genoemd artikel eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan op de dag volgend op die waarop de reden voor het ontslag voor het eerst aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:8</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Een ambtenaar die vast is aangesteld kan eervol worden ontslagen op een bij het besluit omschreven grond, niet vallende onder de gronden in vorige artikelen van dit hoofdstuk genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De grond waarop het ontslag berust, dat is verleend ingevolge artikel 8:8, wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:9</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk bestuur, waarin hij was benoemd of verkozen tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het bestuur niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:10</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:10:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:11</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen per 1-4-2016)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:11:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:12</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke urenuitbreiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is van rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het dienstverband feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een aanstelling is verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor bepaalde tijd is aangegaan, is, voor zover het die urenuitbreiding betreft, van rechtswege ontslagen op de datum dat de urenuitbreiding eindigt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, de urenuitbreiding feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een urenuitbreiding is verleend, wordt de tijdelijke urenuitbreiding geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd kan ontslag worden verleend indien de omstandigheid die tot de aanstelling leidde is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd is aangegaan, kan, voor zover het die urenuitbreiding betreft, ontslag worden verleend, indien de omstandigheid die tot de urenuitbreiding leidde, is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Het ontslag als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kan niet plaatsvinden wanneer de termijnen als genoemd in artikel 2:4 zijn overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Het bestuur kan omtrent de opzegtermijnen voor het ontslag uit een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd nadere regels stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:12:1</span><span class=\"lf-art-t\">Tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, eerste en tweede lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:12:2</span><span class=\"lf-art-t\">Opzegtermijn bij beëindiging tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding voor onbepaalde tijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Bij een ontslag als bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, wordt een opzegtermijn in acht genomen: van drie maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken twaalf maanden heeft geduurd; van twee maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken zes maanden of langer, doch korter dan twaalf maanden, heeft geduurd; van één maand, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken korter dan zes maanden heeft geduurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Over de tijd die aan de in het eerste lid bedoelde opzegtermijn mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:13</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag als disciplinaire straf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:14</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslagbescherming leden ondernemingsraad en vakorganisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 In dit artikel wordt verstaan onder: wet:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet op de ondernemingsraden; ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in de wet; ambtenaar: de persoon zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden: wegens de plaatsing van de ambtenaar op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de wet; wegens het lidmaatschap van een ondernemingsraad; wegens het lidmaatschap van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet; van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een ondernemingsraad; van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden wegens het feit dat de ambtenaar door een toegelaten organisatie als bedoeld in artikel 12:1, derde lid, of door een daarbij aangesloten bond is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten bond c.q. binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 In afwijking van het tweede en derde lid kan ontslag op grond van artikel 8:8 plaatsvinden wanneer de betrokkene schriftelijk in het ontslag toestemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris heeft toegevoegd, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op die secretaris.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:15:1</span><span class=\"lf-art-t\">Schorsing als ordemaatregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 16:1:2 kan de ambtenaar door het bestuur worden geschorst: wanneer hem het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan; wanneer tegen hem volgens de terzake geldende bepalingen van het Wetboek van Strafvordering een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis wordt ten uitvoer gelegd; wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf wordt ingesteld; in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het belang van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval: een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat; een nauwkeurige aanduiding van de in het eerste lid bedoelde omstandigheid of omstandigheden welke tot de schorsing aanleiding heeft of hebben gegeven; een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:15:2</span><span class=\"lf-art-t\">Schorsing als ordemaatregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder b of c , kunnen het salaris en toegekende salaristoelage(n) voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag , plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder a , kan tot de in de strafaanzegging of -oplegging genoemde datum van ingang van het ontslag de doorbetaling geheel of gedeeltelijk worden gestaakt, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van de datum van het ontslag wordt de doorbetaling geheel gestaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het betaalbare gedeelte van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan het op hem verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Het ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde salaris inclusief de toegekende salaristoelage(n) wordt alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of ook indien en in zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde salaris en toegekende salaristoelage(n) wordt alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:15:3</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheid tot ontslagverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de functie, laatstelijk door de ambtenaar vervuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het besluit tot het verlenen van ontslag wordt op schrift gesteld, met vermelding van de datum van ingang van het ontslag dan wel een omschrijving of aanduiding van die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:16:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:16:2</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(verplaatst naar hoofdstuk 3)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:16:3</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(verplaatst naar hoofdstuk 3)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:16a</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(verplaatst naar hoofdstuk 3)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:17</span><span class=\"lf-art-t\">Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen arbeidsduur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien door de werkgever de formele arbeidsduur per week gedeeltelijk wordt teruggebracht, al dan niet na een tijdelijke uitbreiding daarvan, dient dit te geschieden door een gedeeltelijk ontslag op grond van dit hoofdstuk, behalve in het geval van wijziging van de aanstelling op grond van artikel 7:16.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:18</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen op of na 1 januari 2004, maar die op grond van de WAO recht hebben op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:19</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in artikel 8:5, is gelegen voor 1 juli 2007 is artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 8:5, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8:20</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 8:4 of artikel 8:5 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">9Uitkering functioneel leeftijdsontslag Vervallen hoofdstuk</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 9 is vervallen.</h3>\n<p class=\"lf-p\">9aAmbtenaren die vanaf 1 januari 2006 in dienst zijn getreden op een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">1Algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die vanaf 1 januari 2006 in dienst is getreden op een bezwarende functie, die op 31 december 2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 .</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">2Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; de tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de veiligheidsregio of buiten de organisatie van de veiligheidsregio die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie en die past bij de richting zoals afgesproken is in het loopbaanplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">3Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">4Het loopbaanplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar blijft maximaal 20 jaar werkzaam in een bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar heeft recht op een loopbaanplan, waardoor het de ambtenaar mogelijk is na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen binnen of buiten de veiligheidsregio.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">5Het loopbaanplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 In afwijking van hoofdstuk 17 gelden voor de ambtenaar de volgende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het bestuur en de ambtenaar leggen in een persoonlijk loopbaanplan de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden, alsmede de in dat kader door de ambtenaar te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten, die nodig zijn om na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in een bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het loopbaanplan omvat in ieder geval die opleidingselementen die nodig zijn om de ambtenaar die bij de brandweer werkzaam is, in 20 jaar op te leiden tot MBO-niveau. Hierbij moet het gaan om opleidingen die extern erkend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het bestuur en de ambtenaar zijn verplicht medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het loopbaanplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Het loopbaanplan wordt in het jaar van indiensttreding opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Het loopbaanplan wordt ten minste een keer per drie jaar geëvalueerd, geactualiseerd en zonodig bijgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Bij het loopbaanplan wordt rekening gehouden met zowel de belangen van het bestuur als met de belangen van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 In het loopbaanplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van het bestuur die de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte afspraken uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 8 De kosten die gemaakt zullen worden in het kader van de in het loopbaanplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door het bestuur vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 9 In het loopbaanplan worden, indien mogelijk, ten aanzien van de activiteiten en de opleiding in ieder geval de volgende aspecten vastgelegd: het aanspreekpunt binnen de organisatie; het beroep of de richting die als tweede loopbaan gekozen wordt; de keuze van opleidingsvorm of het instituut, waar de activiteit plaatsvindt; de te maken kosten; de start- en einddatum van de te ondernemen activiteit of de te volgen scholing; de te maken voortgang binnen de activiteit of scholing; de minimaal te behalen resultaten van de activiteit of scholing; de planning van vervolgafspraken; de omstandigheden onder welke een te volgen opleiding of te ondernemen activiteit kan worden onderbroken of gestopt; eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">6Terugbetaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die evident misbruik maakt van de loopbaanfaciliteiten die het bestuur biedt, is verplicht de kosten, verband houdende met de activiteiten dan wel opleidingen, die door het bestuur zijn vergoed, terug te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede loopbaan binnen / buiten de veiligheidsregio Lid 1 Plaatsing van een ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan binnen of buiten de veiligheidsregio vindt definitief plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Definitieve plaatsing binnen de veiligheidsregio vindt plaats door aanpassing van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Definitieve plaatsing buiten de veiligheidsregio vindt plaats door ontslag op grond van artikel 8:1 uit de bezwarende functie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">8Disciplinaire straf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die de verplichtingen, zoals neergelegd in het loopbaanplan, niet nakomt, wordt disciplinair gestraft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Wanneer de tweede loopbaan na 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie door schuld of toedoen van de ambtenaar niet begonnen kan worden, wordt de ambtenaar op grond van artikel 8:13 disciplinair ontslag verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">9Gevolgen niet starten tweede loopbaan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar blijft na 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam wanneer: de tweede loopbaan niet begonnen kan worden, omdat het bestuur zijn verplichtingen uit het loopbaanplan niet nakomt; de tweede loopbaan niet begonnen wordt, omdat het bestuur en de ambtenaar daar gezamenlijk toe besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarde is dat de ambtenaar medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het loopbaanplan wordt voortgezet tot de tweede loopbaan begonnen wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid na 20 jaar niet medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, geldt de procedure, bedoeld in artikel 9a:10.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">10Medisch niet meer geschikt; overbruggingsuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die niet meer medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, ontvangt een overbruggingsuitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De duur van de overbruggingsuitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat betrokkene in een bezwarende functie werkzaam is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Per dienstjaar in een bezwarende functie is de duur van de overbruggingsuitkering 12/10 maand. De maximumduur van de overbruggingsuitkering is 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Zodra de medische ongeschiktheid voor de bezwarende functie is vastgesteld, stopt de opbouw van de overbruggingsuitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 De hoogte van de overbruggingsuitkering bedraagt de eerste 12 maanden 100% van het salaris en de maanden daarna 80% van het salaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 De duur van de overbruggingsuitkering wordt in mindering gebracht op de duur van de loondoorbetaling, bedoeld in artikel 7:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 De overbruggingsuitkering komt tot uitbetaling voor zover deze hoger is dan de loondoorbetaling bij ziekte, bedoeld in artikel 7:3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9a</span><span class=\"lf-art-t\">11Garantietoeslag, afbouwtoelage en afkoopbedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 In dit artikel wordt onder berekeningsgrondslag verstaan: het inkomen dat wordt verkregen door de optelsom van: het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 3:3 en paragraaf 3 van hoofdstuk 3; de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3:28 lid 2 sub a en b; de TOR, bedoeld in artikel 3:37; de toelagen en vergoedingen bedoeld in hoofdstuk 20 en de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het begin van de tweede loopbaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar die binnen de organisatie van de veiligheidsregio de tweede loopbaan begint, krijgt een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen het oude en het nieuwe salaris. Het oude salaris wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze voor de veiligheidsregio’s wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Op de garantietoeslag wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele (salaris)toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoeslag de berekeningsgrondslag overstijgt. De berekeningsgrondslag wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze binnen de veiligheidsregio wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De ambtenaar die als gevolg van de tweede loopbaan binnen de organisatie van de veiligheidsregio de toelagen en vergoedingen verliest, die behoorden bij de bezwarende functie, krijgt een aflopende afbouwtoelage ter hoogte van een percentage van het verschil tussen de oude toelagen en vergoedingen en eventuele toelagen en vergoedingen die bij de nieuwe functie behoren. De afbouwtoelage bedraagt: het eerste jaar 100%; het tweede jaar 75%; het derde jaar 50%; het vierde jaar 25%.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oude toelagen en vergoedingen worden niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de binnen de veiligheidsregio wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Op de afbouwtoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoeslag en de afbouwtoelage de berekeningsgrondslag overstijgt. De berekeningsgrondslag wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze binnen de veiligheidsregio wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 De ambtenaar die een tweede loopbaan begint buiten de organisatie van de veiligheidsregio ontvangt een afkoopbedrag ter hoogte van 175% van het verschil tussen de berekeningsgrondslag (op jaarbasis) en het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen. Het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen, wordt berekend naar het bedrag dat voor de ambtenaar bij indiensttreding bij de nieuwe werkgever is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">9bOvergangsrecht ambtenaren in een functie die op 31 december 2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag [vervallen] 9cTijdelijke regeling ambtenaren geboren na 1949 die werkzaam zijn in een betrekking bij het gemeentelijk stadsvervoer, waarvoor door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald [vervallen] 9d [vervallen] 9eDe gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht [vervallen] 9fNieuw overgangsrecht Functioneel leeftijdsontslag per 1 januari 2018 [vervallen] 9gCompensatieregeling Paragraaf1Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9g\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">1 Werkingssfeer</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">2 Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">3 Doel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">4 Limitatieve opsomming toeslagen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">5 Nadeel toerekenen en vaststellen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9g-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">1Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar bedoeld in hoofdstuk 9i.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">2Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Transitie levenslooptegoed: de transitie van de bruto levenslooptegoeden bedoeld in artikel 9e:2, leden drie, vier en vijf, zoals dat artikel luidde op 31 december 2021, in de kalenderjaren 2019, 2020 en 2021 van de ambtenaar die het LOGA-pad volgt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Versneld sparen levensloop: de extra werkgeversbijdrage levensloop, bedoeld in artikel 9e:14 zoals dat artikel luidde op 31 december 2021;</p>\n<p class=\"lf-p\">FLO-functie: de functie waaruit de ambtenaar aanspraak ontleent aan het FLO-overgangsrecht, bedoeld in hoofdstuk 9f zoals dat artikel luidde op 30 september 2023;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeslag: de toeslag, bedoeld in artikel 9g:4;</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeslagpartner: de persoon of personen waarvan het inkomen meetelt ter bepaling van de hoogte van de toeslag;</p>\n<p class=\"lf-p\">LOGA-pad: het LOGA-pad, bedoeld in artikel 9e:2, tweede lid zoals dat artikel luidde op 31 december 2021;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadeel: het financiële nadeel dat de ambtenaar heeft als gevolg van de transitie van de levenslooptegoeden of de betaling van het versneld spaarbedrag levensloop, ongeacht het jaar waarin de ambtenaar dit heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordeel: het financiële voordeel dat de ambtenaar ondervindt als gevolg van de transitie van de levenslooptegoeden of de betaling van het versneld spaarbedrag levensloop;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekentool: het door Deloitte ontwikkelde VNG-rekenmodel inkomstenbelasting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Drempelbedrag:</p>\n<p class=\"lf-p\">0,5 % van het inkomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomen: het verzamelinkomen aanslag inkomstenbelasting of het toetsingsinkomen op basis waarvan de aanspraak op een toeslag wordt beoordeeld zonder de bedragen transitie levenslooptegoed en het versneld sparen levensloop;</p>\n<p class=\"lf-p\">Neveninkomsten: inkomsten uit of in verband met arbeid niet zijnde de inkomsten uit de FLO-functie.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Middelen: de regeling van de Belastingdienst om mensen met een wisselend inkomen tegemoet te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">3Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het doel van dit hoofdstuk is het bieden van compensatie van nadeel blijkende uit een hogere aanslag inkomstenbelasting of het geheel of gedeeltelijk wegvallen van toeslagen hieronder begrepen het niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking komen voor toeslagen als aangegeven in en onder de voorwaarden van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Voor compensatie komt in ieder geval niet in aanmerking een verhoging van alimentatie of contributie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">4Limitatieve opsomming toeslagen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De toeslagen of vergelijkbare toeslagen die voor compensatie in aanmerking kunnen komen zijn: huurtoeslag als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; kindgebonden budget als bedoeld in de Wet op het kindgebonden budget; kinderopvangtoeslag als bedoeld in het Besluit Kinderopvang; zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag; scheef wonen/-huur als bedoeld in de Wet Huurverhoging; studiefinanciering kinderen van de ambtenaar als bedoeld in de Wet Studiefinanciering 2000, of reiskostenvergoeding studerende kinderen (Dans- en muziekopleiding) als bedoeld in de Subsidieregeling reiskosten DAMU-leerlingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">5Nadeel toerekenen en vaststellen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het nadeel wordt toegerekend aan het kalenderjaar waarin de transitie levenslooptegoed of de betaling van het bedrag versneld sparen levensloop dat het nadeel veroorzaakt, heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Voor ieder kalenderjaar 2019, 2020 en 2021 wordt afzonderlijk het nadeel respectievelijk het voordeel als bedoeld in artikel 9g:9 en 9g:10 vastgesteld. Is sprake van een nadeel dan kan een drempelbedrag van toepassing zijn als bedoeld in artikel 9g:12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2Voorwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">6 Aanleveren gegevens - algemeen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">7 Aanleveren gegevens - toeslagen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">6Aanleveren gegevens - algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die voor compensatie van een nadeel over de kalenderjaren 2019, 2020 en 2021 in aanmerking wil komen overlegt daartoe alle gevraagde noodzakelijk geachte gegevens zijnde in ieder geval, de ingediende aangiftes en de definitief opgelegde aanslagen inkomstenbelasting 2019, 2020 en 2021, en de gesimuleerde aangiftes inkomstenbelasting 2019, 2020 en 2021 uitgaande van de aangiftes en aanslagen bedoeld onder a zonder de uitbetaalde bedragen transitie levenslooptegoed of versneld sparen levensloop op basis van de door de werkgever beschikbaar gestelde alternatieve jaaropgaves.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder b overlegt de ambtenaar die neveninkomsten heeft van meer dan € 9000 bruto of een vermogen groter dan het heffingsvrij vermogen gesimuleerde aangiftes inkomstenbelasting 2019, 2020 en 2021 uitgaande van de aangiftes en aanslagen bedoeld in artikel 9g:6, lid 1, onder a met maximaal € 9000 bruto aan neveninkomsten of het vermogen verminderd met de toename van het vermogen door de uitbetaalde bedragen transitie levenslooptegoed of het versneld sparen levensloop, en gesimuleerde aangiftes inkomstenbelasting als bedoeld in artikel 9g:6, lid 2, onder a zonder de uitbetaalde bedragen transitie levenslooptegoed of versneld sparen levensloop op basis van de door de werkgever beschikbaar gestelde alternatieve jaaropgaves.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">7Aanleveren gegevens - toeslagen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die voor compensatie van een nadeel, veroorzaakt door het geheel of gedeeltelijk wegvallen van een of meerdere toeslagen hieronder begrepen het niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking komen voor toeslagen, in aanmerking wil komen overlegt aanvullend aan de gegevens bedoeld in artikel 9g:6 in ieder geval de beschikking waaruit blijkt dat de toeslag is ingetrokken, verminderd of niet wordt toegekend, en de berekening waaruit de hoogte van een toeslag blijkt als geen sprake zou zijn geweest van de transitie levenslooptegoed of versneld sparen levensloop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Kan geen beschikking of berekening bedoeld in artikel 9g:7, eerste lid overlegd worden, dan maakt de ambtenaar op andere wijze het door hem geleden nadeel aannemelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf3Berekening nadeel/voordeel per kalenderjaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">8 Berekening nadeel/voordeel inkomstenbelasting</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">9 Berekening nadeel toeslagen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">10 Berekening nadeel/voordeel per kalenderjaar</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">8Berekening nadeel/voordeel inkomstenbelasting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het nadeel of voordeel inkomstenbelasting in een kalenderjaar is het verschil tussen de aanslag en de gesimuleerde aangifte, bedoeld in artikel 9g:6, eerste lid, onder a en artikel 9g:6, eerste lid, onder b, of de gesimuleerde aangiftes, bedoeld in artikel 9g:6, tweede lid, onder a en b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">9Berekening nadeel toeslagen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het nadeel wordt per toeslag vastgesteld en bedraagt het verschil tussen de beschikking en de berekening in een kalenderjaar als bedoeld in artikel 9g:7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">10Berekening nadeel/voordeel per kalenderjaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het nadeel of voordeel wordt per kalenderjaar vastgesteld en betreft per kalenderjaar de som van het voordeel of nadeel blijkend uit artikel 9g:8, en het nadeel blijkend uit artikel 9g:9 per toeslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4Drempelbedrag</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">11 Drempelbedrag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">11Drempelbedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Een drempelbedrag is van toepassing als de berekening van artikel 9g:10 een nadeel oplevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het drempelbedrag bedoeld in artikel 9g:11, eerste lid wordt voor ieder vastgesteld nadeel bedoeld in artikel 9g:8 of 9g:9 bepaald per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 In afwijking van artikel 9g:11, tweede lid is geen drempelbedrag aan de orde als sprake is van een nadeel inkomstenbelasting, als bedoeld in artikel 9g:8, waarin neveninkomsten zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Bij samenloop van vastgestelde nadelen bedoeld in artikel 9g:8 of 9g:9 wordt het drempelbedrag voor ieder nadeel berekend naar rato van het vastgestelde totale nadeel in dat kalenderjaar. De som van deze drempelbedragen is het drempelbedrag voor dat kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Wanneer het berekend nadeel als bedoeld in artikel 9g:8 na middelen lager is dan het toegekende compensatiebedrag, vindt herrekening van het compensatiebedrag plaats zonder daarbij het drempelbedrag toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5Compensatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">12 Compensatiebedrag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">13 Uitbetaling compensatiebedrag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">12Compensatiebedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het toe te kennen compensatiebedrag bedraagt de som van het vastgestelde nadeel of voordeel per kalenderjaar 2019, 2020 en 2021, bedoeld in artikel 9g:10, verminderd met het drempelbedrag, bedoeld in artikel 9g:11 voor dat kalenderjaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">13Uitbetaling compensatiebedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De netto compensatie wordt eenmalig aan de ambtenaar uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Een maatwerkoplossing wordt geboden als de ambtenaar blijvend financiële schade lijdt als gevolg van de transitie levenslooptegoed of versneld sparen levensloop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien de uitbetaling van het compensatiebedrag leidt tot een nadeel dan wordt dit nadeel niet gecompenseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf6Overige en slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">14 Toepassen middelen na toekenning compensatiebedrag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">15 Toetsing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9g</span><span class=\"lf-art-t\">16 Hardheidsclausule</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">14Toepassen middelen na toekenning compensatiebedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De medewerker die in aanmerking is gekomen voor een compensatieregeling stelt de werkgever terstond in kennis van een nadien gehonoreerd verzoek tot middelen door de Belastingdienst, door het overleggen van een afschrift van de uitspraak op het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Als middeling leidt tot een teruggave van belastingbedragen die is toe te schrijven aan de transitie levenslooptegoed, het versneld sparen levensloop of de afkoop FLO60 als bedoeld in 9f:4, zoals dit artikel luidde op 30 september 2023, verlaagt deze teruggave het drempelbedrag, toegeschreven aan dat kalenderjaar, met maximaal de hoogte van dat drempelbedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Na ontvangst van uitspraak van de Belastingdienst op het verzoek tot middelen beziet de commissie als bedoeld in 9g:15 of en in hoeverre deze uitspraak aanleiding geeft te komen tot een herziening van het eerder uitgebrachte advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Als de herziening van het eerder uitgebrachte advies leidt tot een lager toe te kennen compensatiebedrag, voegt de werkgever het verschil tussen de twee compensatiebedragen toe aan het virtueel Netto FLO Spaartegoed (NFST).</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Herrekening na middelen geeft geen aanspraak op een hoger vast te stellen compensatiebedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Voor de toepassing van dit artikel wordt het resultaat van de middeling in gelijke delen verdeeld over de kalenderjaren waar de middeling op is toegepast en zijn toe te rekenen tot de kalenderjaren 2019, 2020 of 2021.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">15Toetsing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Een centraal ingestelde paritair samengestelde commissie toetst de door de ambtenaar aangeleverde gegevens om in aanmerking te komen voor compensatie en brengt een zwaarwegend advies uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Steekproefsgewijs toetst een externe onafhankelijke partij deze adviezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9g</span><span class=\"lf-art-t\">16Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 In individuele gevallen kan van deze regeling worden afgeweken als toepassing ervan uit oogpunt van behoorlijk bestuur tot een voor de ambtenaar onevenredig nadelig besluit zou leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">9hRegeling Netto FLO-spaartegoed Paragraaf1Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9h\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">1 Werkingssfeer</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">2 Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">3 Methodische gelijkschakeling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">4 Doel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9h-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">1Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in hoofdstuk 9i.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">2Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: rekening: de rekening geopend door de ambtenaar ter vervanging van de levensloopverzekering en de netto spaarverzekering van Loyalis Levensloop Brandweer &amp; Ambulance; grootbanken:</p>\n<p class=\"lf-p\">ABN/AMRO, RABO, ING of SNS; kosten: de per jaar vastgestelde hoogste kosten van de goedkoopste rekening waarop de werkgever kan storten, aangeboden door één van de vier grootbanken; gemiddelde rentepercentage: het per kalenderjaar vastgestelde gemiddelde rentepercentage van de vier grootbanken van de goedkoopste rekening waarop de werkgever kan storten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Netto FLO-spaartegoed: het jaarlijks door de werkgever per 1 januari van ieder kalenderjaar vastgestelde virtuele tegoed; startsaldo spaartegoed 2022: het netto FLO-spaartegoed op 1 januari 2022; nettoresultaat: het bedrag dat resteert na een bruto-netto berekening van de berekeningsgrondslag, bedoeld in 9i:2 aanhef en onder a, uitgaande van het vigerende fiscaal regime en een pensioengevend inkomen gelijk aan deze berekeningsgrondslag; doelsaldo Netto FLO-spaartegoed: het bedrag te bereiken in de maand voorafgaand aan de leeftijd van 55 jaar van 225% van twaalf maal het nettoresultaat; werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed: de maandelijkse netto bijdrage van de werkgever vanaf 1 januari 2022.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">3Methodische gelijkschakeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die het LOGA-pad, bedoeld in artikel 9e:2, zoals dat artikel luidde op 31 december 2021, niet of niet meer volgt wordt methodisch gelijk behandeld met de ambtenaar die het LOGA-pad heeft gevolgd en wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk uitgegaan van bedragen die hij gehad zou hebben als hij het LOGA-pad wel zou hebben gevolgd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">4Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van dit hoofdstuk hebben ten doel het treffen van een voorziening in geld ten behoeve van de gedeeltelijke financiering van de periode van volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9i:3, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2Netto FLO-spaartegoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">5 Opgave Netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">6 Netto FLO-spaartegoed- algemeen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">7 Aanspraak werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">8 Vaststelling hoogte werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">5Opgave Netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan het begin van ieder kalender jaar, ook tijdens de periode van buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9i:3, ontvangt de ambtenaar een opgave van de hoogte van zijn netto FLO-spaartegoed.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">6Netto FLO-spaartegoed- algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Netto FLO-spaartegoed op 1 januari van een kalenderjaar bestaat uit het startsaldo spaartegoed 2022 of het laatst vastgestelde bedrag Netto FLO-spaartegoed verminderd met de kosten, verminderd met de vastgestelde maandelijkse opnames uit het Netto FLO-spaartegoed, bedoeld in artikel 9h:10, in het afgelopen kalenderjaar, vermeerderd of verminderd met het gemiddelde rentepercentage van dat kalenderjaar en vermeerderd met de ontvangen werkgeversbijdragen Netto FLO-spaartegoed, bedoeld in artikel 9h:7, in het afgelopen kalenderjaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">7Aanspraak werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar heeft maandelijks recht op een werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 54 jaar en 6 maanden bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed behoort niet tot: vervallen; het salaris, bedoeld in artikel 3:2; de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 9i:2 aanhef en onder a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">8Vaststelling hoogte werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Jaarlijks wordt de maandelijkse werkgeversbijdrage Netto-FLO spaartegoed vastgesteld op basis van: het laatstelijk vastgestelde Netto FLO-spaartegoed, de hoogte van het voor de ambtenaar geldende doelsaldo Netto FLO-spaartegoed, de leeftijd van de ambtenaar, het gemiddelde rentepercentage en de kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De hoogte van de werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed bedraagt in aanvang maximaal 12,5% van het fiscaal inkomen van de ambtenaar en kan oplopen tot 20% van het fiscaal inkomen van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De controle op het tijdig bereikt hebben van het doeltegoed vindt plaats in de 6 maanden voorafgaand aan het bereiken van de leeftijd van 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Op grond van de uitslag van de controle kan een incidentele werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed worden toegekend die niet meer dan 20% van het fiscaal inkomen van de ambtenaar bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf3Inzet Netto FLO-spaartegoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">9 Inzet Netto FLO-spaartegoed vanaf ingangsdatum volledig buitengewoon verlof</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">10 Hoogte inzet Netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">11 Keuze inzet netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">9Inzet Netto FLO-spaartegoed vanaf ingangsdatum volledig buitengewoon verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Netto FLO-spaartegoed wordt ter financiering van de 75% netto aanspraak ingezet in de periode van volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9i:3, onder de voorwaarden als in deze paragraaf bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">10Hoogte inzet Netto FLO-spaartegoed 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Ter vaststelling van de hoogte van de maandelijkse inzet van het Netto FLO-spaartegoed bij aanvang van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9i:3, eerste lid, wordt het laatst vastgestelde saldo Netto FLO-spaartegoed gedeeld door de duur van het volledig buitengewoon verlof in maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Ligt de aanvang van het volledig buitengewoon verlof voor 1 januari 2022 dan wordt ter bepaling van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, ingaande 1 januari 2022 het startsaldo spaartegoed 2022 gedeeld door de resterende uitkeringsduur in maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Jaarlijks wordt op basis van het per 1 januari vastgestelde Netto FLO-spaartegoed het bedrag van de inzet, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door dit spaartegoed te delen door de resterende uitkeringsduur in maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Het vastgestelde bedrag van de maandelijkse inzet vult werkgever aan tot 75% netto, bedoeld in artikel 9i:3, eerste lid, en maandelijks gebruteerd aan de ambtenaar uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 In de laatste maand van het volledig buitengewoon verlof vindt de eindafrekening plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">11Keuze inzet netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 In afwijking van het bepaalde in artikel 9h:10 kan de ambtenaar voor aanvang van de periode van buitengewoon verlof de keuze maken het Netto FLO-spaartegoed volledig in te zetten in de periode direct voorafgaande aan het ontslag, bedoeld in artikel 9i:20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De voorlopige vaststelling van de duur van de periode, bedoeld in het eerste lid, in maanden geschiedt bij aanvang van het volledig buitengewoon verlof door het laatst vastgestelde Netto FLO-spaartegoed te delen door het bedrag van de 75% netto, bedoeld in artikel 9i:3, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Ligt de aanvang van het volledig buitengewoon verlof voor 1 januari 2022 dan geschiedt de voorlopige vaststelling van de duur van de periode in maanden, bedoeld in het eerste lid, door het startsaldo spaartegoed 2022 te delen door het bedrag van de 75% netto, bedoeld in artikel 9i:3, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De berekening van de duur van de periode, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt definitief vastgesteld uiterlijk 6 maanden voor de voorlopig berekende ingangsdatum op grond waarvan vaststelling van de definitieve periode van het inzetten van het volledige Netto FLO-spaartegoed geschiedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Vanaf de ingangsdatum, bepaald op grond van het vierde lid, wordt jaarlijks op basis van het per 1 januari vastgestelde Netto FLO-spaartegoed het bedrag van de inzet van het netto FLO-spaartegoed vastgesteld door dit spaartegoed te delen door de resterende uitkeringsduur in maanden als in het vierde lid bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 6 Het vastgestelde bedrag van de maandelijkse inzet, bedoeld in het vijfde lid, vult werkgever aan tot 75% netto, bedoeld in artikel 9i:3, eerste lid, en betaalt dit maandelijks gebruteerd aan de ambtenaar uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 7 In de laatste maand van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9f:3, derde lid, vindt de eindafrekening plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4Vervallen aanspraak, afkoop en pensioenopbouw</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">12 Vervallen aanspraak werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">13 Afkoop</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9h</span><span class=\"lf-art-t\">14 Pensioenopbouw</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">12Vervallen aanspraak werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanspraak op de werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed eindigt in ieder geval: per de eerste van de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt; bij het overlijden van de ambtenaar; bij beëindiging van de werkzaamheden in de bezwarende functie voordat de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">13Afkoop</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar, bedoeld in artikel 9h:12 onder b en c, heeft recht op een afkoopbedrag tenzij het ontslag plaatsvindt op grond van artikel 8:13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De hoogte van het afkoopbedrag bedraagt het verschil tussen het doelsaldo Netto FLO-spaartegoed berekend op de datum van het ontslag of het overlijden en het saldo netto FLO-spaartegoed berekend op die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 afkoopbedrag behoort niet tot het pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel f van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; tot het salaris, bedoeld in artikel 3:2; de berekeningsgrondslag bedoeld in 9i:2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9h</span><span class=\"lf-art-t\">14Pensioenopbouw</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9i:3, bouwt de ambtenaar pensioen op over de volledige berekeningsgrondslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">9i OVERGANGSRECHT FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG VANAF 1 OKTOBER 2023</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-1\"><span class=\"lf-art-num\">§1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene bepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9i\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">1Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die: op 31 december 2005 werkzaam was bij een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps of bij een gemeentelijke ambulancedienst; en op 31 december 2005 een betrekking vervulde, waarvoor door het college van de betreffende gemeente krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald; en sinds 31 december 2005 onafgebroken de betrekking heeft vervuld, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of ouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het eerste lid is overeenkomstig van toepassing op de ambtenaar die overstapt naar een andere functie bij dezelfde veiligheidsregio, of overstapt naar een andere veiligheidsregio, tenzij bij de overstap tussen de werkgever en ambtenaar andere afspraken zijn gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als voorwaarde bij de toepassing van het tweede lid geldt dat de functie waarnaar de ambtenaar overstapt ook een bezwarende functie is, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of ouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.In afwijking van het bepaalde in lid 1 is dit hoofdstuk, met uitzondering van het bepaalde in de paragrafen 7 en 8, niet van toepassing op de ambtenaar die volledig inactief was op grond van het bepaalde in hoofdstuk 9b zoals dit hoofdstuk luidde op 30 september 2023 of waarvan de leeftijdsgrens was vastgesteld op 60 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">2Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: berekeningsgrondslag: de optelsom van: het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 1:1 onder qq en rr; de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3:28 lid 2 onder a en b; de TOR, bedoeld in artikel 3:37; de toelagen bedoeld in hoofdstuk 20 en de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, berekend over de maand onmiddellijk voorafgaande aan de ingangsdatum van de geheel of gedeeltelijke periode van buitengewoon verlof. Als sprake is van toegekende toelagen die in hoogte variëren dan wordt het gemiddelde berekend over de periode van de voorgaande 12 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van de berekeningsgrondslag wordt opnieuw vastgesteld bij een generieke salarisverhoging, waaronder begrepen de stijging van de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3:28 lid 2 onder a en b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als verlofopname door de ambtenaar in de voorgaande 12 maanden heeft geleid tot een wijziging van de feitelijke uitbetaling van de berekeningsgrondslag dan werkt die wijziging door in de berekeningsgrondslag. bruto uitkeringsbedrag: het bruto bedrag dat met toepassing van de witte loonheffingstabel en loonheffingskorting nodig is voor een berekeningsresultaat van 75% netto als bedoeld in artikel 9i:3 lid 1; bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de veiligheidsregio of buiten de organisatie van de veiligheidsregio die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie en die past bij de richting zoals afgesproken is in het loopbaanplan. dienstjaren: de jaren in dienst van een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps, de jaren werkzaam als buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was, die op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag en de jaren als vrijwilliger bij de brandweer, mits het om jaren gaat waarin men daadwerkelijk en regelmatig in de uitruk is ingezet en men niet tegelijkertijd een aanstelling had als beroepsbrandweer. Bij twijfel over het aantal dienstjaren als vrijwilliger dient de ambtenaar aannemelijk te maken hoeveel jaren hij als vrijwilliger is ingezet;</p>\n<p class=\"lf-p\">AOW-hiaat: de periode waarin de ambtenaar van 65 jaar of ouder geen recht had op een AOW-uitkering met een maximum van 24 maanden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Totaalinkomen: het met de bestanddelen van de berekeningsgrondslag overeenkomende inkomen in een nieuwe functie vermeerderd met uitkeringen die de ambtenaar in verband met arbeidsongeschiktheid ontvangt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-2\"><span class=\"lf-art-num\">§2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanspraken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 9h heeft de ambtenaar vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd, bedoeld in lid 2 bereikt, volledig buitengewoon verlof met een garantie van 75% netto van de voor de hem geldende berekeningsgrondslag volgens de fiscale regels zoals die gelden op de datum van uitbetaling als ware hij in actieve dienst met toepassing van de loonheffingskorting.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De uittredeleeftijd en duur van het toegekende volledig buitengewoon verlof zijn afhankelijk van het aantal dienstjaren in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en bedragen bij:</p>\n<p class=\"lf-p\">Uittredeleeftijd Duur buitengewoon verlof a.</p>\n<p class=\"lf-p\">20 dienstjaren of meer 56 jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">8 jaar b.</p>\n<p class=\"lf-p\">15 tot 20 dienstjaren 57 jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">7 jaar c.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 tot 15 dienstjaren 58 jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">6 jaar d.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 tot 10 dienstjaren 59 jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">5 jaar e.</p>\n<p class=\"lf-p\">0 tot 5 dienstjaren 59 jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">5 jaar 3.Voor de ambtenaar bedoeld in lid 2 onder d geldt het volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar gaat met ingang van de eerste dag volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 58 jaar bereikt 50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken. Hij heeft dan aanspraak op doorbetaling van 90% bruto van de voor hem geldende berekeningsgrondslag tot de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 59 jaar bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende deze periode vindt opbouw van vakantie-uren plaats naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar, bedoeld in lid a, moet medisch geschikt zijn om 50% in zijn bezwarende functie door te werken. Is hij dat niet dan wordt hij ziek gemeld op de leeftijd van 58 jaar en in ieder geval hersteld gemeld op de leeftijd van 59 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De jaren dat de ambtenaar op grond van dit artikel volledig buitengewoon verlof is verleend tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Als gevolg van ziekte vindt geen stopzetting van het toegekende buitengewoon verlof plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Met uitzondering van de periode als bedoeld in lid 3 onder b vindt gedurende de gehele periode van buitengewoon verlof geen opbouw van vakantie-uren plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Tijdens de periode van buitengewoon verlof bouwt de ambtenaar pensioen op over de berekeningsgrondslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">4Voortzetting deelnemerschap ABP</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar waarvan de leeftijdsgrens voor uittreden op 31 december 2005 was vastgesteld op 60 jaar en die een afkoopsom van zijn levensloopaanspraken heeft ontvangen, kan vanaf 1 januari 2023 voor een maximale periode van 24 maanden gebruik maken van de vrijwillige voortzetting deelnemerschap ABP voor rekening van de werkgever mits hij: een ontslagverzoek indient, een toekenningsverzoek ‘voortzetting deelnemerschap ABP’ indient, verklaart dat hij de afkoopsom van zijn levensloopaanspraken, bedoeld in artikel 9e:17 zoals dat luidde op 31 december 2021, vermeerderd met de som van het nettoresultaat van de uitbetalingen en het netto spaarverzekeringstegoed bedoeld in artikel 9e:16 zoals dat luidde op 31 december 2021, inzet om te voorzien in zijn inkomen gedurende deze periode, direct voorafgaande aan de ingangsdatum van zijn ontslag belast was met de uitvoering van een bezwarende functie/taken op grond waarvan de levensloopaanspraken zijn afgekocht en eerder dan 3 jaar voor de voor hem geldende vastgestelde AOW-leeftijd start met de vrijwillige voortzetting deelnemerschap ABP.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">4aOvergangsvergoeding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die buitengewoon verlof wordt verleend als bedoeld in artikel 9i:3 heeft recht op een overgangsvergoeding van: € 3.500,00 bruto als het om een ambtenaar gaat met 10 tot 20 dienstjaren op 1 januari 2006 als bedoeld in artikel 9i:3 lid 2, mits en voor zover de inkomensafhankelijke ziektekostenpremie volgens de lokale uitvoering van het FLO-overgangsrecht 2006 in de levensloopperiode werd doorbetaald door de werkgever onder toepassing van de groene loonheffingstabel; € 1.500,00 bruto als niet voldaan wordt aan de voorwaarden onder a gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De overgangsvergoeding, bedoeld in lid 1, wordt betaalbaar gesteld in de laatste maand in actieve dienst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-3\"><span class=\"lf-art-num\">§3</span><span class=\"lf-art-t\">Doorwerken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">5Doorwerken in repressieve functie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar kan de ingangsdatum van het volledige buitengewoon verlof later laten ingaan, telkens met een periode van één jaar. Voorwaarde is dat de ambtenaar geschikt is om door te werken in de bezwarende functie volgens een PPMO als bedoeld in artikel 19a:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar die van lid 1 gebruik wil maken, doet de aanvraag een jaar voorafgaand aan het bereiken van zijn uittredeleeftijd. De werkgever wijst de ambtenaar tijdig op de mogelijkheid om de uittredeleeftijd te verschuiven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien de ambtenaar de bezwarende functie door ziekte of gebrek niet kan vervullen voor aanvang van de periode van langer doorwerken of herhaald langer doorwerken en de bedrijfsarts herstel niet binnen zes maanden verwacht, wordt het verzoek om langer door te werken geweigerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De ambtenaar stopt uiterlijk met werken in een bezwarende functie met ingang van de dag volgend op de maand waarin hij 59 jaar wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maakt de ambtenaar gebruik van verlof als bedoeld in artikel 6:3a dan verschuift de uittredeleeftijd met de duur van dit spaarverlof ook als dit leidt tot overschrijding van de leeftijd van 59 jaar. De ambtenaar behorende tot het cohort 5 tot 10 dienstjaren kan het spaarverlof niet inzetten direct voorafgaand aan de periode bedoeld in artikel 9i:3, lid 3 (50/90%); dit kan wel na deze periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van het spaarverlof en het volledig buitengewoon verlof van de ambtenaar leidt niet tot een periode van buitengewoon verlof gelegen op of na de AOW-leeftijd van de medewerker.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassing van de duur van het vastgestelde spaarverlof of de periode buitengewoon verlof vindt niet plaats bij niet voorziene verlaging van de AOW-leeftijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De ambtenaar die van de mogelijkheid om langer door te werken gebruik maakt, kan geen gebruik maken van de inkomensaanvulling bedoeld in artikel 9i:7.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Lid 5 geldt vanaf het moment dat de werkgever de mogelijkheid van de inkomensaanvulling bedoeld in artikel 9i:7, aanbiedt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">6Eerder uittreden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Met uitzondering van de ambtenaar, bedoeld in artikel 9i:3 lid 2 onder e, kan de ambtenaar verzoeken om één jaar eerder uit te treden dan de uittredeleeftijd bedoeld in dat artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar die van lid 1 gebruik wil maken, doet de aanvraag een jaar voorafgaand aan het bereiken van de gewenste uittredeleeftijd. De werkgever wijst de ambtenaar tijdig op de mogelijkheid om op deze eerdere uittredeleeftijd uit te treden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-4\"><span class=\"lf-art-num\">§4</span><span class=\"lf-art-t\">Bijverdienen en verrekening van neveninkomsten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">7Inkomensaanvulling in een niet-repressieve functie bij de werkgever</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Tijdens de periode van buitengewoon verlof als bedoeld in 9i:3 mag de ambtenaar zijn inkomen bij de werkgever aanvullen tot bruto 100% van de berekeningsgrondslag op jaarbasis door niet-repressieve werkzaamheden te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar dient jaarlijks een aanvraag in om van de mogelijkheid, bedoeld in lid 1, gebruik te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De vergoeding van deze werkzaamheden wordt bepaald aan de hand van de zwaarte en de waardering van de beschikbare werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De werkgever bepaalt in overleg met de OR welke mogelijkheden de formatie biedt, welke werkzaamheden beschikbaar zijn alsmede onder welke voorwaarden deze werkzaamheden worden verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">8Verrekening inkomsten tijdens de periode van buitengewoon verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Wanneer de ambtenaar tijdens de periode van buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9i:3 inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of tijdens de periode van buitengewoon verlof, vindt een vermindering van zijn bruto uitkeringsbedrag plaats. Deze vermindering is het bedrag waarmee de inkomsten en het bruto uitkeringsbedrag samen de vastgestelde berekeningsgrondslag te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9i:3 van toepassing is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel 9i:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het bestuur besluiten een korting op het bruto uitkeringsbedrag toe te passen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-5\"><span class=\"lf-art-num\">§5</span><span class=\"lf-art-t\">Ziekte en arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">9Ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar, genoemd in het eerste lid, wordt in ieder geval hersteld verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9i:3, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de ingangsdatum van het toegekende volledig buitengewoon verlof wordt niet ziek gemeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">10 Arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De inkomenskorting als gevolg van ziekte, bedoeld in artikel 7:3, stopt uiterlijk twee maanden na dagtekening van de UWV-beschikking indien: sprake is van gedeeltelijke of volledige maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid volgens een beschikking van het UWV en de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 7:16 lid 1 vindt herplaatsing van de ambtenaar vanaf 55 jaar in een passende functie plaats door middel van detachering met behoud van de arbeidsvoorwaarden uit de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Bij ziekte tijdens de periode van het opnemen van spaarverlof voorafgaand aan de buitengewoon verlofperiode stopt de opname van het spaarverlof de dag na de ziekmelding en start op deze datum de periode van volledig buitengewoon verlof (art. 9i:3, lid 2). Uitbetaling van resterend spaarverlof aan de medewerker geschiedt via de loonbetaling voorafgaand aan de periode van buitengewoon verlof.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">11Salarisgarantie bij definitieve herplaatsing bij ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die op grond van hoofdstuk 7 binnen de organisatie van de veiligheidsregio definitief herplaatst wordt, heeft recht op een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen de berekeningsgrondslag en het nieuwe totaalinkomen van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Wanneer de ambtenaar, op grond van hoofdstuk 7 definitief herplaatst wordt in een functie met een lager totaalinkomen buiten de organisatie van de veiligheidsregio, maken het bestuur en de ambtenaar afspraken over een financiële regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-6\"><span class=\"lf-art-num\">§6</span><span class=\"lf-art-t\">Tweede loopbaan</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de ambtenaar zijn tot de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de uittredeleeftijd als bedoeld in artikel 9i:3 bereikt, de artikelen 9a:5 tot en met 9a:8 en 9a:10 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van: de periode van 20 jaar als bedoeld in 9a:5 lid 2 en 9a:8 lid 2 en artikel 9a:5 lid 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het bepaalde in artikel 9a:5 lid 4 wordt de ambtenaar een tweede loopbaanplan aangeboden op het moment dat is vastgesteld dat de ambtenaar om redenen van medische ongeschiktheid de bezwarende functie niet meer kan of mag vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In het kader van de tweede loopbaan wordt eerst gezocht naar een functie binnen de organisatie van de veiligheidsregio.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De ambtenaar met geen of onvoldoende diploma's kan via een procedure voor ‘erkenning verworven competenties’ zijn competenties laten erkennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Indien dit behulpzaam is bij het vormgeven van de tweede loopbaan heeft de ambtenaar recht op vergoeding van de kosten, voor zover redelijk, van een extern loopbaanadvies.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De ambtenaar die in het kader van de tweede loopbaan een andere functie aanvaardt binnen de organisatie van de veiligheidsregio, ontvangt, in afwijking van het bepaalde in artikel 9a:11, een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen de berekeningsgrondslag in de oude en de nieuwe functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Het bestuur en de ambtenaar maken in het kader van het loopbaanplan afspraken over een financiële regeling wanneer de ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan buiten de organisatie van de veiligheidsregio een functie aanvaardt met een lager totaalinkomen. §7compensatie verhoging AOW vóór 1 januari 2013 inactief</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">13werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar of de gewezen ambtenaar die vóór 1 januari 2013 gebruik is gaan maken van het bepaalde in artikel 9b:4 lid 1 of artikel 9b:26 zoals dat luidde op 30 september 2023, of in artikel 9b:11 lid 2 of 9b:35 lid 2 zoals dat luidde op 30 september 2023 en die op 29 oktober 2016 met volledig buitengewoon verlof of onbetaald volledig verlof was, als bedoeld in de hiervoor genoemde artikelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">14hoogte compensatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Na ontslag heeft de ambtenaar gedurende zijn AOW-hiaat recht op een maandelijkse compensatie AOW.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De compensatie AOW is gelijk aan de netto AOW-uitkering waarbij geen loonheffingskorting wordt toegepast, die voor de ambtenaar in de betreffende maand zou hebben bestaan, inclusief de inkomensondersteuning AOW en het vakantiegeld. Een korting op grond van artikel 13 AOW wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">15verlaging compensatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De compensatie bedoeld in artikel 9i:14 wordt verlaagd met: de door de ambtenaar ontvangen overbruggingsuitkering van de Sociale Verzekeringsbank. de hoogte van het bedrag dat de ambtenaar heeft ontvangen op grond van door de werkgever vanaf 2013 beschikbaar gestelde regelingen met als aantoonbaar doel de gevolgen van de verhoging van de AOW-leeftijd voor de ambtenaar te compenseren. §8compensatie verhoging AOW vanaf 1 januari 2013 inactief</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">16werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar of de gewezen ambtenaar die vanaf 1 januari 2013 gebruik is gaan maken van het bepaalde in artikel 9b:4 lid 1 of artikel 9b:26 zoals dat luidde op 30 september 2023, of In artikel 9b:11 lid 2 of artikel 9b:35 lid 2 zoals dat luidde op 30 september 2023 en die op 29 oktober 2016 met volledig buitengewoon verlof of onbetaald volledig verlof was als bedoeld in de hiervoor genoemde artikelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">17hoogte compensatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Na ontslag heeft de ambtenaar recht op een maandelijkse compensatie AOW over de periode dat hij op grond van door de werkgever vastgesteld beleid niet langer kon doorwerken bedoeld in artikel 9b:4, lid 5 juncto artikel 9b:26 lid 5 zoals die luidden op 30 september 2023, of hij medisch niet geschikt was om langer door te werken bedoeld onder a, of zijn verzoek om langer door te werken bedoeld onder a is afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De periode bedoeld in lid 1 is niet langer dan zijn AOW-hiaat onder vermindering van het aantal maanden dat de ambtenaar sinds 1 januari 2013 langer heeft doorgewerkt vanaf een keuzemoment als bedoeld in artikel 9b:4 lid 5 of artikel 9b:26 lid 5 zoals dat luidde op 30 september 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Artikel 9i:14 lid 2 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">18Landelijke Commissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar die geen recht heeft op compensatie AOW als bedoeld in deze paragraaf kan bij de Landelijke Commissie Compensatieregeling AOW een verzoek indienen om alsnog in aanmerking te komen voor compensatie AOW.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het verzoek bedoeld in lid 1 kan de ambtenaar indienen als hij meent dat: medische ongeschiktheid de reden was om geen verzoek te doen om langer door te werken, of zijn verzoek om langer door te werken zou worden geweigerd op grond van disfunctioneren en hij om deze reden heeft afgezien van een verzoek om langer door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het verzoek bedoeld in lid 1, wordt niet in behandeling genomen als de ambtenaar een bezwaarschrift als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht heeft ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het bestuur neemt een besluit op grond van het zwaarwegende advies van de Landelijke Commissie Compensatieregeling AOW.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">19uitbetaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De compensatie AOW bedoeld in paragraaf 7 en 8 van dit hoofdstuk wordt vanaf het moment waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt maandelijks aan de ambtenaar uitbetaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-9\"><span class=\"lf-art-num\">§9</span><span class=\"lf-art-t\">Slot- en overgangsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel9i</span><span class=\"lf-art-t\">20Ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend na afloop van de voor hem geldende periode van buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9i:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het ontslag gaat in op de dag die volgt op de laatste dag van dit buitengewoon verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het bestuur neemt een opzegtermijn van drie maanden in acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de opzegtermijn, bedoeld in lid 3, niet in acht wordt genomen dan gaat de ontslagdatum later in zonder dat dit gevolgen heeft voor de einddatum van het buitengewoon verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">10Vervallen hoofdstuk 10:1Vervallen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 10 is vervallen per 01-01-2023.</h3>\n<p class=\"lf-p\">10aVervallen hoofdstuk 10a:1Vervallen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 10a is vervallen per 01-01-2023.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk10c</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10c\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">1Werkingssfeer reparatie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of van wie de uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd, maar die op grond van de Werkloosheidswet zoals die gold op 31 december 2015 nog recht op een uitkering zou hebben gehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van lid 1 van dit artikel, is artikel 10c:7 van toepassing op de ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1, onderdeel a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">2Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: arbeidsverleden: arbeidsverleden als bedoeld in de Werkloosheidswet; sector: de veiligheidsregio waarop de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s van toepassing is; herleving: herleving overeenkomstig de Werkloosheidswet; indexatie: de reparatie-uitkering wordt geïndexeerd met de generieke salarisverhoging in de sector; reparatie-uitkering: uitkering die de toegekende WW-uitkering in opbouw en duur aanvult naar het niveau op 31 december 2015; sv-maandloon: sv-maandloon als bedoeld in de Werkloosheidswet met het maximum, bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen; werkloos: werkloos als bedoeld in de Werkloosheidswet; werkloosheidsuitkering: WW-uitkering en reparatie-uitkering tezamen;</p>\n<p class=\"lf-p\">WW-uitkering: uitkering op grond van de Werkloosheidswet;</p>\n<p class=\"lf-p\">WW: Werkloosheidswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">3Recht reparatie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De ambtenaar heeft recht op een reparatie-uitkering indien: de werkloosheid aansluitend op de WW-uitkering voortduurt; en de WW-opbouw lager is bij een arbeidsverleden vanaf 10 jaar op grond van de WW, dan zou hebben gegolden op grond van de WW op 31 december 2015; of een WW-uitkering met een kortere duur is toegekend op grond van de WW, dan zou hebben gegolden op grond van de WW op 31 december 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ambtenaar legt de benodigde gegevens en informatie van het UWV aan de veiligheidsregio over die van invloed kunnen zijn op het recht, de hoogte en de duur van de reparatie-uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">4Opbouw en duur reparatie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De opbouw van de reparatie-uitkering voor de ambtenaar die werkloos wordt met meer dan 10 jaar arbeidsverleden, bedraagt een halve maand per dienstjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De opbouw van de reparatie-uitkering voor de ambtenaar die werkloos wordt met meer dan 24 jaar arbeidsverleden, bedraagt een maand per verstreken kalender-kwartaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De duur van de reparatie-uitkering is gelijk aan het verschil tussen de duur van de WW-uitkering op 31 december 2015 en de duur van de WW-uitkering op of na 1 januari 2016 inclusief de opschuiving van de einddatum door herleving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">5Hoogte reparatie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De reparatie-uitkering heeft dezelfde hoogte als de WW-uitkering als deze niet zou zijn geëindigd. 2. De volledige reparatie-uitkering is gebaseerd op 36 uur per week werkloosheid. Als sprake is van minder dan 36 uur per week werkloosheid, wordt het bedrag van de reparatie-uitkering berekend naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">6Sancties reparatie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het bestuur maakt een sanctieregeling op grond waarvan sancties kunnen worden toegepast op de uitbetaling van de reparatie-uitkering. Onderdeel van de sanctieregeling is de plicht die de ambtenaar heeft om het bestuur te informeren over alles wat van invloed kan zijn op de duur en hoogte van de reparatie-uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">7Premie reparatie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het bestuur heft vanaf 1 januari 2018 maandelijks een werknemerspremie op het bruto salaris van de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De hoogte van de premie is vastgesteld 0,1% van het salaris en de toegekende salaristoelage(n). De hoogte van de premie kan jaarlijks worden bijgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De heffingsgrondslag is gemaximeerd tot het maximum-premieloon bedoeld in artikel 17 van de Wet financiering sociale verzekeringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">8Einde reparatie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De reparatie-uitkering eindigt na het verstrijken van de uitkeringsduur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De reparatie-uitkering eindigt op de dag waarop de werkloosheid eindigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De reparatie-uitkering eindigt op de dag waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. 4. De reparatie-uitkering eindigt na een periode van 13 weken van voortdurende arbeidsongeschiktheid door ziekte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">9Herleving reparatie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als het recht op een reparatie-uitkering gedeeltelijk of geheel is geëindigd en vervolgens de (ex)-ambtenaar na aanvaarding van een nieuw dienstverband wederom werkloos is geworden, herleeft op verzoek het recht op een reparatie-uitkering voor zover bij de beëindiging van het nieuwe dienstverband geen nieuw recht op een WW-uitkering op grond van de WW is ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De duur en de hoogte van de herleefde reparatie- uitkering zijn gelijk aan de duur en hoogte van de reparatie-uitkering waarop de (ex) ambtenaar nog recht zou hebben gehad indien hij onafgebroken werkloos zou zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De reparatie-uitkering kan niet meer herleven als de maximale uitkeringsduur van de reparatie-uitkering is volgemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10c</span><span class=\"lf-art-t\">10Afkoop reparatie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het bestuur kan eenmalig, aan het begin van de uitkeringsperiode, op verzoek van de ambtenaar, toestemming geven voor afkoop van de reparatie-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het bestuur bepaalt de hoogte van het afkoopbedrag en de voorwaarden waaronder de afkoop verstrekt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10dVan werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid Paragraaf1Werkingssfeer en begripsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">1 Werkingssfeer</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">2 Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10d-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">1Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die als gevolg van een organisatieverandering boventallig is geworden of op grond van, 8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen wordt en de ambtenaar die op grond van artikel 8:3, 8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">2Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: aanvullende uitkering: uitkering tijdens de werkloosheidsuitkering; grondslag: het gemiddelde van het salaris, de toegekende salaristoelage(n) en de toelage overgangsrecht (TOR) hoofdstuk 3, berekend over een periode van 12 maanden direct voorafgaand aan de start van de re-integratiefase of de start van het Van werk naar werk-traject, vermeerderd met het IKB, bedoeld in artikel 3:28 lid 2, onderdeel a en b. Deze wordt geïndexeerd met de generieke salarisverhoging overeengekomen in het LOAV voor het personeel in dienst van de veiligheidsregio’s; vervallen boventalligheid: de situatie dat een ambtenaar wegens reorganisatie niet kan terugkeren in de formatie na de reorganisatie; na-wettelijke uitkering: de uitkering na afloop van de werkloosheidsuitkering; werkloosheid: werkloosheid als bedoeld in de Werkloosheidswet, waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit de beëindiging van de aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de veiligheidsregio; reparatie-uitkering: uitkering die de WW-uitkering in opbouw en duur aanvult naar het niveau op 31 december 2015; werkloosheidsuitkering:</p>\n<p class=\"lf-p\">WW-uitkering en reparatie-uitkering tezamen;</p>\n<p class=\"lf-p\">WW-uitkering: uitkering op grond van Werkloosheidswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2Samenloop met lokale afspraken</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">3 Samenloop met lokale afspraken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">3Samenloop met lokale afspraken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Er kunnen lokaal aanvullende afspraken worden gemaakt op de bepalingen in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Wanneer voor 26 juni 2012 lokaal andere afspraken zijn overeengekomen, dan die in dit hoofdstuk zijn gesteld, bespreken bestuur en vakorganisaties in de Commissie voor Georganiseerd Overleg wanneer tot herziening zal worden overgegaan van deze lokale afspraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf3Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">4 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">4Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Voor de ambtenaar die op grond van artikel 8:8 ontslagen wordt, treft het bestuur een passende regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar wordt over de inhoud van de regeling voorafgaand door het bestuur gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het bestuur betrekt bij de vaststelling van de regeling de inhoud van de paragraaf over aanvullende uitkering bij ontslag uit dit hoofdstuk, voor zover dit redelijk en billijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4Procedure van re-integratie bij ontslag op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid (art 8:6)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">5 Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">6 Re-integratiefase voor ontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">7 Einde re-integratiefase</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">8 Verlenging reïntegratiefase bij nalatigheid gemeente</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">9 Verlenging re-integratiefase door middel van levensloop</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">10 Re-integratieplan</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">5Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: re-integratiefase: de fase voorafgaand aan ontslag, waarin door middel van een re-integratieplan afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de re-integratie van de ambtenaar het best tot stand kan komen en hieraan uitvoering wordt gegeven met als doelwerkloosheid zoveel als mogelijk te voorkomen; re-integratieplan: het plan van aanpak waarin de re-integratie-inspanningen van de veiligheidsregio en de ambtenaar beschreven staan, die tot doel hebben de re-integratie van de ambtenaar te bevorderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">6Re-integratiefase voor ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar die ontslagen wordt op grond van artikel 8:6 heeft recht op een re-integratiefase.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De re-integratiefase begint met een besluit tot ontslag op grond van artikel 8:6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De re-integratiefase gaat in op de eerste werkdag na verzending of overhandiging van het besluit tot ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De re-integratiefase is afhankelijk van de duur van het dienstverband bij de veiligheidsregio , waaruit ontslag plaatsvindt. Hierbij wordt de duur van het dienstverband gerekend vanaf de datum van indiensttreding bij de veiligheidsregio dan wel de rechtsvoorganger(s), waaruit ontslag plaatsvindt, tot de datum van de start van de re-integratiefase.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 De duur van de re-integratiefase bedraagt bij een dienstverband van:</p>\n<p class=\"lf-p\">2 tot 10 jaar 4 maanden 10 tot 15 jaar 8 maanden 15 jaar of meer 12 maanden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">7Einde re-integratiefase</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De re-integratiefase eindigt eerder dan na afloop van de voor de ambtenaar geldende termijn, indien de ambtenaar voor het aflopen van deze fase al dan niet in deeltijd een andere functie binnen of buiten de veiligheidsregio aanvaardt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De re-integratiefase eindigt eerder en het ontslag op grond van artikel 8:6 gaat direct in, indien de ambtenaar zich tijdens de re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het re-integratieplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien de re-integratiefase eerder eindigt om de in het tweede lid genoemde reden, vervallen de rechten op een aanvullende uitkering en een na-wettelijke uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">8Verlenging reïntegratiefase bij nalatigheid gemeente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De re-integratiefase wordt verlengd wanneer het bestuur zich tijdens de re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het re-integratieplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De verlenging duurt minimaal een maand en maximaal de helft van de oorspronkelijke re-integratiefase.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Tijdens de verlengde re-integratiefase herstelt het bestuur de nalatigheid naar de mate waarin dat mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Tijdens de verlengde re-integratiefase blijven de gemaakte afspraken uit het re-integratieplan van kracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">9Verlenging re-integratiefase door middel van levensloop</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 De ambtenaar kan het bestuur verzoeken de re-integratiefase met maximaal 12 maanden te verlengen door gebruik te maken van de mogelijkheid van onbetaald verlof als bedoeld in artikel 6:9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het bestuur stemt alleen in met het verzoek indien de ambtenaar tijdens de re-integratiefase redelijkerwijs niet heeft kunnen voldoen aan zijn re-integratieverplichtingen en indien: onbetaald verlof wordt opgenomen voor de volledige arbeidsduur; en tijdens de verlengde re-integratiefase activiteiten worden ondernomen of voortgezet die de re-integratie bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het bestuur en de ambtenaar maken nadere afspraken over de voorwaarden waaronder de inspanningen van het bestuur en de ambtenaar, zoals deze zijn neergelegd in het re-integratieplan, tijdens de verlenging van de re-integratiefase worden voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">7 is tijdens de verlenging van de re-integratiefase van overeenkomstige toepassing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">10Re-integratieplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het bestuur stelt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen een maand na aanvang van de re-integratiefase een re-integratieplan op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 De ambtenaar wordt over de inhoud van het plan voorafgaand door het bestuur gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 In het re-integratieplan worden afspraken opgenomen over de re-integratie-inspanningen die van het bestuur en de ambtenaar verlangd worden. In het re-integratieplan staan in ieder geval afspraken over: verlof, voor zover dat nodig is, voor activiteiten die neergelegd zijn in het re-integratieplan; scholing, indien die gevolgd gaat worden, welke scholing, het begin van die scholing, het einde van die scholing, de betaling en de te behalen resultaten; opstellen arbeidsmarktprofiel; sollicitatieactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 In het re-integratieplan worden afspraken gemaakt over de kosten voor de verschillende activiteiten uit het re-integratieplan. De kosten voor de activiteiten uit het re-integratieplan komen, mits redelijk en billijk, volledig voor rekening van het bestuur, met een maximum van € 7.500,=.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5Van werk naar werk-begeleiding bij boventalligheid Toelichting In deze paragraaf zijn de nieuwe bepalingen opgenomen voortvloeiende uit het Cao-akkoord 2011-2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">11 Toepassingsbereik</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">12 Duur van een Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">13 Inspanningsverplichting</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">14 Start Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud Van werk naar werk-traject</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">15 Van werk naar werk-onderzoek</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">16 Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">17 Uitvoering van het Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verlenging en einde Van werk naar werk-traject</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">18 Einde Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">19 Tussentijdse beëindiging</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">20 Advies loopbaanadviseur</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">21 Reguliere beëindiging Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">22 Verlenging Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">23 Niet-nakoming van afspraken uit Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Paritaire commissie voor toezicht op Van werk naar werk-trajecten</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">24 Paritaire commissie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">11Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die door het bestuur boventallig wordt verklaard, en die op de datum waarop deze boventalligheid ingaat, een dienstverband van tenminste twee jaar heeft bij de betreffende veiligheidsregio.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">12Duur van een Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De boventallig verklaarde ambtenaar heeft recht op een Van werk naar werk-traject dat maximaal twee jaar duurt, tenzij het bestuur besluit tot verlenging op grond van artikel 10d:20 en artikel 10d:22.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">13Inspanningsverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het Van werk naar werk-traject leveren zowel de boventallig verklaarde ambtenaar als het bestuur een actieve bijdrage aan de uitvoering van het Van werk naar werk-traject. De Van werk naar werk-inspanningen zijn gericht op plaatsing van de ambtenaar in een passende dan wel geschikte functie, of aanvaarding door de ambtenaar van een functie buiten de veiligheidsregio.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">14Start Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Van werk naar werk-traject start op de dag waarop het besluit tot boventalligverklaring in werking is getreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">15Van werk naar werk-onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Om richting te geven aan het Van werk naar werk-traject onderzoeken bestuur en ambtenaar gezamenlijk de wensen en ontwikkelingsmogelijkheden van de ambtenaar, binnen en buiten de veiligheidsregio. Hierbij worden tevens de kansen van de ambtenaar op de regionale arbeidsmarkt onderzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Bij het in het eerste lid bedoelde onderzoek kan een gecertificeerd loopbaanadviseur worden ingeschakeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het Van werk naar werk-onderzoek kan van start gaan vóór de datum waarop het Van werk naar werk-traject begint en is uiterlijk binnen een maand na die datum afgerond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">16Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Binnen drie maanden na afronding van het Van werk naar werk-onderzoek stellen bestuur en ambtenaar een Van werk naar werk-contract op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het in het eerste lid bedoelde contract bevat de doelen, de voorzieningen die nodig zijn om deze doelen te bereiken, nadere afspraken en daaraan verbonden termijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Afspraken kunnen worden gemaakt over: het al dan niet toekennen van professionele begeleiding en de tijdsduur daarvan; het al dan niet elders opdoen van werkervaring; de werkzaamheden die de ambtenaar gedurende het Van werk naar werk-traject verricht; het al dan niet volgen van een opleiding en het daarvoor beschikbare budget; eventuele beperkingen van de ambtenaar, die zijn gebleken uit het Van werk naar werk-onderzoek; de tijd die de ambtenaar beschikbaar heeft voor sollicitatieactiviteiten en andere inspanningen gericht op het vinden van een nieuwe werkkring. Deze tijd bedraagt tenminste 20% van de omvang van de aanstelling; het al dan niet gebruik maken van specifieke flankerende voorzieningen, zoals bedoeld in het artikel 17:7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 De noodzakelijke kosten van het Van werk naar werk-traject komen tot een bedrag van € 7.500,- voor rekening van het bestuur. Ten aanzien van kosten die dit bedrag overstijgen neemt het bestuur een afzonderlijk besluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">17Uitvoering van het Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de start van de uitvoering van het Van werk naar werk-contract wordt de nakoming van de wederzijds gemaakte afspraken gevolgd. Iedere drie maanden wordt de voortgang in het traject geëvalueerd. Hiervan wordt een verslag opgemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">18Einde Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Van werk naar werk-traject eindigt op het moment dat de ambtenaar - al dan niet in deeltijd - een andere functie binnen of buiten de veiligheidsregio aanvaardt, op grond van ontslag op eigen verzoek of ontslag om een andere reden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">19Tussentijdse beëindiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het Van werk naar werk-traject eindigt, indien de ambtenaar plaatsing in een passende of geschikte functie binnen de veiligheidsregio of de aanvaarding van een aangeboden functie buiten de veiligheidsregio weigert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het bestuur kan eveneens besluiten tot tussentijdse beëindiging van het Van werk naar werk-traject en ontslag, indien de ambtenaar zich niet houdt aan de afspraken uit het Van werk naar werk-contract.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Indien het Van werk naar werk-traject eerder eindigt om de in het eerste of tweede lid genoemde reden, wordt de ambtenaar ontslag verleend op grond van artikel 8:3 met ingang van de dag volgend op die waarop het Van werk naar werk-traject is beëindigd. In dit geval kan het bestuur aangeven dat sprake is van verwijtbare werkloosheid en vervallen de rechten op een aanvullende uitkering en een na-wettelijke uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">20Advies loopbaanadviseur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 21 maanden sinds de start ervan niet met een positief resultaat is afgesloten of om een andere reden is beëindigd, brengt een gecertificeerd loopbaanadviseur binnen een maand een advies uit aan het bestuur over het vervolgtraject. Hierbij worden in ieder geval de evaluatieverslagen als bedoeld in artikel 10d:17 in acht genomen. De ambtenaar ontvangt een afschrift van het advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het advies bedoeld in het eerste lid gaat in op de vraag of voortzetting van het Van werk naar werk-traject zinvol is, gelet op de vooruitzichten op korte termijn en de mate waarin voortzetting de kans op een passende of geschikte functie binnen afzienbare termijn vergroot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het bestuur beslist of het advies van de loopbaanadviseur wel of niet wordt overgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">21Reguliere beëindiging Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Na ontvangst van het advies van de loopbaanadviseur beslist het bestuur over het vervolg van het Van werk naar werk-traject, en stelt de ambtenaar in kennis van deze beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 24 maanden niet wordt voortgezet wordt de ambtenaar ontslag verleend op grond van artikel 8:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste dag na afloop van de Van werk naar werk-termijn van twee jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">22Verlenging Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien er zekerheid is, in de vorm van een schriftelijke toezegging van een werkgever, dat binnen een half jaar een functie voor de ambtenaar kan worden gevonden, of indien voortzetting van het Van werk naar werk-traject de kans op het vinden van een passende of geschikte functie aantoonbaar vergroot, kan het bestuur besluiten het Van werk naar werk-traject te verlengen. Deze verlenging beslaat een redelijke en nader gespecificeerde periode en kan niet meer dan één keer worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien aan het einde van de periode van verlenging het Van werk naar werk-traject niet tussentijds is beëindigd, verleent het bestuur de ambtenaar ontslag op grond van artikel 8:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste dag na afloop van de periode waarmee het Van werk naar werk-traject is verlengd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">23Niet-nakoming van afspraken uit Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Indien één van beide partijen van mening is dat de andere partij zich niet houdt aan de afspraken zoals vastgelegd in het Van werk naar werk-contract, maakt deze partij dit aan de andere partij in een gesprek kenbaar. Dit gesprek is erop gericht gezamenlijk afspraken te maken over verbetering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Indien één van beide partijen na het gesprek zoals bedoeld in het eerste lid in gebreke is gebleven ten aanzien van de in het Van werk naar werk-contract vastgelegde afspraken kan de andere partij eisen dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van het contract.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Ingeval de ambtenaar van het in het tweede lid bedoelde recht gebruik maakt, kan hij eisen dat het Van werk naar werk-traject wordt verlengd. Deze verlenging bedraagt een redelijke termijn, waarbij de periode die door de niet-nakoming verloren is gegaan als richtlijn kan dienen. Gedurende de periode van verlenging herstelt het bestuur zoveel als mogelijk de gebreken die bij de uitvoering van het Van werk naar werk-contract zijn ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Ingeval het bestuur van het in het tweede lid bedoelde recht gebruik maakt, kan hij het Van werk naar werk-traject tussentijds beëindigen op grond van artikel 10d:19 tweede lid en ontslag verlenen op grond van artikel 8:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 5 Indien over de nakoming van de afspraken in het Van werk naar werk-contract of de mogelijkheden zoals vastgelegd in dit artikel een geschil ontstaat, kunnen partijen dit geschil voorleggen aan de paritaire commissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">24Paritaire commissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het bestuur stelt een paritair samengestelde commissie in, die desgevraagd toeziet op de individuele toepassing van de bepalingen in deze paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Zowel de ambtenaar als het bestuur kan een geschil over de uitvoering van het Van werk naar werk-contract als bedoeld in artikel 10d:23 lid 5 voorleggen aan deze commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De commissie brengt een zwaarwegend advies uit over het geschil, bedoeld in lid 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Het bestuur stelt een reglement vast waarin de samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de commissie worden vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf6Aanvullende uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">25 Aanvullende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">26 Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">27 Duur aanvullende uitkering bij ontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">28 Sancties</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">29 Einde aanvullende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10d</span><span class=\"lf-art-t\">25Aanvullende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Recht op een aanvullende uitkering heeft de ambtenaar die: op grond van artikel 8:6 is ontslagen en de re-integratiefase heeft doorlopen, waarbij de situatie zoals beschreven in artikel 10d:7 tweede en derde lid niet aan de orde is; of op grond van artikel 8:3 is ontslagen en het Van werk naar werk-traject heeft doorlopen, waarbij de situatie zoals beschreven in artikel 10d:19 niet aan de orde is; en recht heeft op een werkloosheidsuitkering en deze werkloosheidsuitkering ontvangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2</p></div>", "next": 239805}