{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">3 Uit hoofde van zijn verplichting, genoemd in het eerste en tweede lid, stelt het college in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het college stelt een protocol vast, waarin de regels zijn opgenomen met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van ziekteverzuim, verplichtingen omtrent ziek- en herstelmeldingen daaronder begrepen, de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting ambtenaar tot informatieverstrekking bij ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar verstrekt op verzoek van het college alle informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:11</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting tot verlening van medewerking aan reïntegratie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, is verplicht: gevolg te geven aan, door het college of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het college of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in artikel 7:9; zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:9, derde lid; zich te gedragen naar de regels die in het protocol, bedoeld in artikel 7:9, vierde lid, zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn betrekking te vervullen, in staat is passende arbeid als bedoeld in artikel 7:1 te verrichten en hij door het college of een andere werkgever daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij verplicht die arbeid te verrichten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:12</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen ambtenaar medisch onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1De ambtenaar is verplicht zich te onderwerpen aan een door of vanwege de arbo-dienst in te stellen medisch onderzoek ter beantwoording van de vragen: of er sprake is van verhindering tot het vervullen van zijn betrekking wegens ziekte; in welke mate er sprake is van verhindering als bedoeld onder a; of de ambtenaar de verhindering tot het vervullen van zijn betrekking opzettelijk heeft veroorzaakt; of de ambtenaar ten onrechte nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften hem door de behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd; of de ambtenaar zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid; wanneer en in welke mate de vervulling van de betrekking kan worden hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de redenen van medisch onderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging als bedoeld in artikel 7:3 bestaat: indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7:12, sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar opzettelijk de verhindering tot het vervullen van zijn betrekking heeft veroorzaakt, tenzij de ambtenaar daarvan op grond van zijn geestelijk toestand geen verwijt kan worden gemaakt; indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na de in artikel 2:3, eerste lid, bedoelde geneeskundige keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring dat tegen de vervulling van zijn betrekking uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan, ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Staken van doorbetaling van de bezoldiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3, wordt gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting tot het verlenen van medewerking aan een door of vanwege de arbo-dienst in te stellen medische onderzoek na te komen; blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten onrechte heeft nagelaten zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen; blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt, met uitzondering van voorschriften om mee te werken aan een ingreep van heelkundige aard; zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een door de arbo-dienst aangewezen arts niet kan plaatshebben; tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht en het college daartoe toestemming heeft verleend; weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid, die hij heeft in verband met het verrichten van door de arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of derden; zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de arbo-dienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de arbo-dienst als geldig erkende reden heeft opgegeven; weigert om – op verzoek van het college – informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De doorbetaling van de bezoldiging vindt wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:14</span><span class=\"lf-art-t\">Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen ambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 7:11, eerste lid, onder c, wordt disciplinair gestraft wegens plichtsverzuim.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3, wordt gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: weigert mee te werken aan, door het college of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11, eerste lid, onder a, die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen de eigen passende arbeid te verrichten; weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:11, eerste lid, onder b. weigert aangeboden passende arbeid te verrichten, waartoe hij op grond van artikel 7:11, tweede lid, verplicht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De doorbetaling van de bezoldiging, als genoemd in het tweede lid, vindt wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het tweede lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:15:1</span><span class=\"lf-art-t\">Bezoldiging uitbetalen aan anderen en nabetaling aan ambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het college kan, indien daarvoor naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden aanleiding geven, bepalen, dat de op grond van de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde bezoldiging, geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar zal worden uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor zover het college van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de ingevolge de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald wanneer de ambtenaar op grond van de second opinion die hij conform artikel 32, van de wet SUWI, heeft aangevraagd inzake het oordeel over de ongeschiktheid tot werken in het gelijk gesteld wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:16</span><span class=\"lf-art-t\">Herplaatsing in passende arbeid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, wordt de ambtenaar opgedragen: door plaatsing in een andere betrekking voor tijdelijke duur, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; door plaatsing in een andere betrekking bij wijze van proef, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; bij een andere werkgever, door een tijdelijke detachering, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, aan de ambtenaar opgedragen door definitieve herplaatsing. Deze definitieve herplaatsing vindt plaats door wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid zijn volledige restverdiencapaciteit benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die 35% of meer, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid 50% van zijn restverdiencapaciteit of meer benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt onder een andere betrekking mede verstaan het verrichten van dezelfde werkzaamheden onder andere voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 De termijn van 24 maanden wordt verlengd: met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 De ambtenaar verleent alle medewerking en verstrekt alle informatie die nodig is om de restverdiencapaciteit vast te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:17</span><span class=\"lf-art-t\">Terugkeer in betrekking na ziekte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn betrekking te vervullen, kan worden bepaald dat hij zijn betrekking slechts weer zal mogen vervullen, indien het college daarvoor toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate waarin de hervatting kan geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten behoeve van de bepaling van het eerste lid zal mede worden gelet op het advies van de arbo-dienst of van het UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De in het eerste lid bedoelde toestemming is in ieder geval vereist indien de ambtenaar gedurende meer dan een jaar volledig verhinderd is geweest zijn betrekking te vervullen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:18</span><span class=\"lf-art-t\">Inkomsten uit of in verband met arbeid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het in mindering brengen van inkomsten uit passende arbeid of werkzaamheden in het kader van de reïntegratie op de bezoldiging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:18:1</span><span class=\"lf-art-t\">Inkomsten andere betrekking in mindering brengen op bezoldiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen van zijn betrekking, op grond van een aan het college uitgebracht advies door de arbo-dienst of door het UWV, in het belang van zijn genezing of zijn reïntegratie, dan wel in het kader van herplaatsing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, worden de inkomsten uit deze arbeid in mindering gebracht op de bezoldiging waar de ambtenaar recht op heeft krachtens artikel 7:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tot de in het eerste lid bedoelde inkomsten wordt tevens gerekend een herplaatsingstoelage, toegekend op grond van hoofdstuk 12 van het pensioenreglement, alsmede elke andere toelage, onder welke benaming ook, die geacht kan worden betrekking te hebben op arbeid bedoeld in het eerste lid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5 Bijzondere situaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:19</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop van bezoldiging bij ziekte met ZW-uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:20</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop van bezoldiging bij ziekte met een WW-uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:21</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop van bezoldiging bij ziekte met uitkering op grond van de WIA</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:22</span><span class=\"lf-art-t\">Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23</span><span class=\"lf-art-t\">WAJONG/WAZ</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgverzekering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24a</span><span class=\"lf-art-t\">Tegemoetkoming ziektekosten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:19</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop van bezoldiging bij ziekte met ZW-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk recht heeft op een ZW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de ZW gestelde termijnen en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen ZW-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, dan wel het recht op de ZW-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het meerdere aan de ambtenaar uitbetaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:20</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop van bezoldiging bij ziekte met een WW-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar ter zake van de dienstbetrekking waarbij de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft op een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:21</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop van bezoldiging bij ziekte met uitkering op grond van de WIA</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende verhindering tot het vervullen van zijn betrekking recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft.Wanneer de ambtenaar recht heeft op een IVA-uitkering dan wel een WGA-uitkering in verband met volledige, maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid, heeft de ambtenaar ten minste recht op een bedrag ter hoogte van deze IVA- of WGA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen, wordt die uitkering naar rato van de bezoldiging uit de verschillende functies, in mindering gebracht op de dienstbetrekking op grond waarvan de bezoldiging wordt doorbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de ambtenaar geen WGA- of IVA-uitkering aanvraagt binnen de in de WIA gestelde termijnen en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen WGA- of IVA-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar niet kan worden vastgesteld of de ambtenaar in aanmerking komt voor een WGA- of een IVA-uitkering en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door betrokkene de WGA- of IVA-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de WGA- of IVA-uitkering zoals die werd genoten voor vermindering of gehele of gedeeltelijke weigering van het bedrag plaatsvond.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de WGA- of IVA-uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:22</span><span class=\"lf-art-t\">Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7:21 is van overeenkomstige toepassing, wanneer de ambtenaar in aanvulling op de WGA- of IVA-uitkering, bedoeld in artikel 7:21, recht heeft op een bovenwettelijke aanvulling op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23</span><span class=\"lf-art-t\">WAJONG/WAZ</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar op grond van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op een WAJONG- of WAZ-uitkering, worden deze uitkeringen voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een uitkering op grond van de WIA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgverzekering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De VNG sluit voor de zorgverzekering van gemeenteambtenaren, postactieven en inactieven een overeenkomst als bedoeld in artikel 18 van de Zorgverzekeringswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24a</span><span class=\"lf-art-t\">Tegemoetkoming ziektekosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar, die een aanvullende verzekering Extra Zorg 3 of Extra Zorg 4 bij IZA Zorgverzekeraar NV, of Mijn Keuze 3 of Mijn Keuze 4 bij Zilveren Kruis Achmea heeft, heeft recht op een tegemoetkoming in zijn ziektekosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De tegemoetkoming in de ziektekosten wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij indiensttreding op of na 1 januari van een kalenderjaar heeft de ambtenaar naar evenredigheid recht op een tegemoetkoming in de ziektekosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6 Ziektekosten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte tegemoetkoming</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25a</span><span class=\"lf-art-t\">Meerdere dienstverbanden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25b</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:2</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:3</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:4</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte tegemoetkoming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 168,= per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 296,= per jaar als het salaris van de ambtenaar maal de deeltijdfactor lager is dan of gelijk is aan het bedrag dat hoort bij de hoogste periodiek van schaal 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">3De ambtenaar die gedurende het jaar in dienst treedt of ontslagen wordt ontvangt een tegemoetkoming in de ziektekosten naar rato van de tijd dat hij in dienst is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De peildatum voor de vergelijking van het tweede lid is de maand december. Voor de ambtenaar die gedurende het jaar uit dienst treedt is de peildatum voor de vergelijking van het tweede lid de laatste maand dat de ambtenaar in dienst is geweest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25a</span><span class=\"lf-art-t\">Meerdere dienstverbanden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar uit hoofde van een ander dienstverband een tegemoetkoming krijgt voor ziektekosten, wordt dit verrekend met de tegemoetkoming op grond van artikel 7:24a en artikel 7:25. De ambtenaar is verplicht de gemeente te informeren, indien hij een dergelijke tegemoetkoming ontvangt uit hoofde van een andere dienstbetrekking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25b</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:2</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:3</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:4</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7 Overige bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:26</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:27</span><span class=\"lf-art-t\">Garantie-uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28a</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28b</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:26</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die wegens ziekte op 31 december 2000 recht heeft op bezoldiging of uitkering op grond van dit hoofdstuk en waarvan de ziekte ook na deze datum voortduurt, blijven de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals deze luidden op 31 december 2000 van kracht tot het moment dat de ziekte van de betrokkene eindigt, dan wel tot de dag met ingang waarvan de betrokkene recht krijgt op een uitkering krachtens de Ziektewet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De betrokkene is verplicht de onverschuldigde betalingen aan hem, die op grond van dit artikel zijn verricht, terug te betalen, indien hem met terugwerkende kracht een uitkering krachtens de Ziektewet wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:27</span><span class=\"lf-art-t\">Garantie-uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die herplaatst is op grond van artikel 7:6, tweede lid onder c, zoals dat luidde voor 1 januari 2003, heeft, indien naderhand maar voor 1 januari 2001, de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld, recht op een garantie-uitkering, indien hem geen aanvullende gangbare arbeid is aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is om zijn toegenomen restverdiencapaciteit te benutten. Onder gangbare arbeid wordt in dit artikel verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe betrokkene in staat is, gezien zijn krachten en bekwaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De garantie-uitkering bedraagt te rekenen vanaf de datum van aanvang van de ziekte in de oorspronkelijke betrekking 18 maanden 100%, vervolgens 39 maanden 80% en daarna 33 maanden 70% van de bezoldiging die de ambtenaar genoot in de oorspronkelijke betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de ambtenaar ontvangt aan bezoldiging uit de betrekking waarin hij is herplaatst en, in voorkomend geval, met het recht op WAO-uitkering, invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf verkregen op of na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien de betrokkene nalaat van de gelegenheid gebruik te maken die kan leiden tot het verkrijgen van gangbare arbeid, indien hij weigert gangbare arbeid te aanvaarden of indien hij opzettelijk inkomsten uit gangbare arbeid verloren laat gaan, wordt het bedrag van de garantie-uitkering verminderd met het bedrag van de verzuimde of de verloren gegane inkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De garantie-uitkering eindigt: met ingang van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt; bij ontslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 zoals die golden op , van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen op of na 1 januari 2004 en die op grond van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21, zoals die golden op , van toepassing, waarbij de verwijzing in artikel 7:21, eerste lid, naar artikel 7:3, eerste lid, gelezen moet worden als een verwijzing naar artikel 7:3, zoals dat luidt met ingang van .</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het college stelt per 1 januari 2006 voor de ambtenaren van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, is gelegen op of na 1 januari 2004, de duur van de ongeschiktheid vast. De hoogte van de loondoorbetaling vanaf 1 januari 2006 wordt bij voortduring van de ongeschiktheid berekend op basis van het bepaalde in artikel 7:3, eerste tot en met het vierde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 is artikel 7:18:1 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 7:18:1 zoals dat gold op , van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28a</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is , van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28b</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsartikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is .</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Ontslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag op verzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:1:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag op verzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1, wordt niet verleend met ingang van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Aan de ambtenaar die voldoet aan de voorwaarden voor FPU, maar niet (geheel) gebruik maakt van dit recht, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de eerste van de maand volgend op die waarin hij de 65-jarige leeftijd bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Het college kan in bijzondere gevallen, indien de ambtenaar hiermede instemt, van het bepaalde in het eerste lid afwijken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2a</span><span class=\"lf-art-t\">Opzegtermijn na bereiken AOW-gerechtigde leeftijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst is getreden van de gemeente, alsmede de aanstelling of arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 8:2, derde lid, wordt beëindigd wanneer een van de partijen dat wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens reorganisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van zijn betrekking of wegens verandering in de inrichting van het dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen uitgezonderd, ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens reorganisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Over het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, wordt overleg gepleegd in de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Daarna wordt het aan de betrokken ambtenaren medegedeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:4</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt verstaan: arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een WGA-uitkering; arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van volledige ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Ontslag als bedoeld in het tweede lid mag slechts plaatsvinden indien er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid het resultaat van de claimbeoordeling van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat een ontslagprocedure als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het zesde lid, genomen is, moet het college, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 De termijn van 24 maanden, als bedoeld in het derde lid wordt verlengd: met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van gedeeltelijke ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een ontslag als bedoeld in het eerste lid mag slechts plaatsvinden indien: er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte gedurende een periode van 36 maanden; het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de ambtenaar binnen de gemeentelijke dienst passende arbeid op te dragen, als bedoeld in artikel 7:9.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid het resultaat van de claimbeoordeling op grond van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid op grond waarvan de ontslagprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 33e maand na de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, genomen is, moet het college, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 De termijn van 36 maanden, als genoemd in het tweede lid, onderdeel a, wordt verlengd met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 Indien voor de ambtenaar buiten de gemeentelijke dienst passende arbeid als bedoeld in artikel 7:16, derde of vierde lid, aanwezig is, is ontslag vanaf 24 maanden na de eerste dag van ongeschiktheid op grond van dit artikel mogelijk. Bij het bepalen van de termijn van 24 maanden worden het zesde, zevende en achtste lid van artikel 7:16 overeenkomstig toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5a</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte of gebrek kan ontslag verleend worden indien hij zonder deugdelijke grond weigert: gevolg te geven aan door het college of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het college of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of passende arbeid te verrichten, als bedoeld in artikel 7:9; arbeid als bedoeld in artikel 7:11, tweede lid te verrichten waartoe het college hem in de gelegenheid stelt; zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA; een uitkering op grond van de WIA aan te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, wint het college een hierop betrekking hebbend advies van het UWV in.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:6</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:7</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van: verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de betrekking geldt; aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de betrekking zou uitsluiten; staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:7:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behalve in het geval, bedoeld in artikel 8:7, onder e, wordt een ontslag op grond van evengenoemd artikel eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan op de dag volgende op die waarop de reden voor het ontslag voor het eerst aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:8</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een ambtenaar die vast is aangesteld kan eervol worden ontslagen op een bij het besluit omschreven grond, niet vallende onder de gronden in vorige artikelen van dit hoofdstuk genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De grond waarop het ontslag berust, dat is verleend ingevolge artikel 8:8, wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:9</span><span class=\"lf-art-t\">Overige ontslaggronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij was benoemd of verkozen tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het college niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:10</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:10:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:11</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens FPU</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de FPU-regeling wordt eervol ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting pensioenfonds Abp op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het in het eerste lid genoemde ontslag kan ook voor een gedeelte van de voor de ambtenaar geldende formele arbeidsduur per week worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het deeltijdontslag bedraagt ten minste 10% van de formele arbeidsduur per week. Het deeltijdontslag bedraagt telkenmale dat het wordt verleend, ten minste 10% van de oorspronkelijke formele arbeidsduur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:11:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag wegens FPU</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het ontslag, bedoeld in artikel 8:11, gaat eerst in met ingang van de dag waarop het recht op een uitkering ingevolge de FPU-regeling bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het bepaalde in artikel 8:1:1 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke urenuitbreiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is van rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het dienstverband feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een aanstelling is verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor bepaalde tijd is aangegaan, is, voor zover het die urenuitbreiding betreft, van rechtswege ontslagen op de datum dat de urenuitbreiding eindigt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, de urenuitbreiding feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een urenuitbreiding is verleend, wordt de tijdelijke urenuitbreiding geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd kan ontslag worden verleend indien de omstandigheid die tot de aanstelling leidde is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd is aangegaan, kan, voor zover het die urenuitbreiding betreft, ontslag worden verleend, indien de omstandigheid die tot de urenuitbreiding leidde, is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het ontslag als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kan niet plaatsvinden wanneer de termijnen als genoemd in artikel 2:4 zijn overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Het college kan omtrent de opzegtermijnen voor het ontslag uit een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd nadere regels stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12:1</span><span class=\"lf-art-t\">Tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, eerste en tweede lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12:2</span><span class=\"lf-art-t\">Opzegtermijn bij beëindiging tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding voor onbepaalde tijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij een ontslag als bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, wordt een opzegtermijn in acht genomen: van drie maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken twaalf maanden heeft geduurd; van twee maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken zes maanden of langer, doch korter dan twaalf maanden, heeft geduurd; van één maand, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken korter dan zes maanden heeft geduurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Over de tijd die aan de in het eerste lid bedoelde opzegtermijn mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van de bezoldiging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:13</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag als disciplinaire straf</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:14</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslagbescherming leden ondernemingsraad en vakorganisaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1In dit artikel wordt verstaan onder: wet:Wet op de ondernemingsraden; ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in de wet; ambtenaar: de persoon zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden: wegens de plaatsing van de ambtenaar op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de wet; wegens het lidmaatschap van een ondernemingsraad; wegens het lidmaatschap van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet; van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een ondernemingsraad; van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden wegens het feit dat de ambtenaar door een toegelaten organisatie als bedoeld in artikel 12:1, derde lid, of door een daarbij aangesloten bond is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten bond c.q. binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4In afwijking van het gestelde in het tweede en derde lid kan ontslag op grond van artikel 8:8 plaatsvinden wanneer de betrokkene schriftelijk in het ontslag toestemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris heeft toegevoegd, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op die secretaris.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:1</span><span class=\"lf-art-t\">Schorsing als ordemaatregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd het bepaalde in artikel 16:1:2 kan de ambtenaar door het college worden geschorst: wanneer hem het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan; wanneer tegen hem volgens de terzake geldende bepalingen van het Wetboek van Strafvordering een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis wordt ten uitvoer gelegd; wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf wordt ingesteld; in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het belang van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval: een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat; een nauwkeurige aanduiding van de in het eerste lid bedoelde omstandigheid of omstandigheden welke tot de schorsing aanleiding heeft of hebben gegeven; een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:2</span><span class=\"lf-art-t\">Schorsing als ordemaatregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder b of c, kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag van de bezoldiging, plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder a, kan tot de in de strafaanzegging of –oplegging genoemde datum van ingang van het ontslag de bezoldiging geheel of gedeeltelijk worden ingehouden, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van de datum van het ontslag wordt de uitkering van de bezoldiging geheel gestaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Het betaalbare gedeelte van de bezoldiging kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan het op hem verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of ook indien en in zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:3</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheid tot ontslagverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de betrekking, laatstelijk door de ambtenaar vervuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het besluit tot het verlenen van ontslag wordt op schrift gesteld, met vermelding van de datum van ingang van het ontslag dan wel een omschrijving of aanduiding van die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:1</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:2</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ambtenaar wordt aan de weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden vermeerderd met de vakantietoelage. Als maatstaf bij de berekening van het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt in aanmerking genomen de voor de ambtenaar op de dag van overlijden geldende bezoldiging per maand. Indien de overledene geen weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige, natuurlijke en pleegkinderen. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broeders of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de overledene geen betrekkingen, bedoeld in het tweede lid, nalaat, kan het daarbedoelde bedrag door het bevoegd bestuursorgaan geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op de uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van de ambtenaar ter zake van diens overlijden aanspraak kunnen maken krachtens enig wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:3</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Gedurende de maand waarin het overlijden van de ambtenaar plaatsvond en de daarop volgende drie maanden behouden de achterblijvende gezinsleden het gebruik van de dienstwoning waarin zij met de ambtenaar woonden. Daarvan kan echter worden afgeweken als het college dat in het belang van de dienst noodzakelijk acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien door de ambtenaar voor het gebruik van de dienstwoning een vergoeding verschuldigd was, voldoen de achtergebleven gezinsleden deze over de tijd gedurende welke zij het gebruik van de woning behouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16a</span><span class=\"lf-art-t\">Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Indien de ambtenaar overlijdt en zijn overlijden een rechtstreeks gevolg is van een ongeval in en door de dienst, dan wordt aan de weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner een uitkering verstrekt. Indien de overledene geen weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner nalaat, wordt de uitkering verstrekt aan de minderjarige wettige, natuurlijke en pleegkinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2De uitkering bedraagt één jaarbezoldiging, berekend over de 12 kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de maand van overlijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Indien het college een verzekering heeft afgesloten die tot uitkering komt in geval de ambtenaar overlijdt als gevolg van een ongeval in en door de dienst, bedraagt de uitkering in afwijking van het tweede lid het bedrag waarvoor het college zich terzake heeft verzekerd, met een minimum van één jaarbezoldiging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:17</span><span class=\"lf-art-t\">Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen formele arbeidsduur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien door de werkgever de formele arbeidsduur per week gedeeltelijk wordt teruggebracht, al dan niet na een tijdelijke uitbreiding daarvan, dient dit te geschieden door een gedeeltelijk ontslag op grond van dit hoofdstuk, behalve in het geval van wijziging van de aanstelling op grond van artikel 7:16.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:18</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op , van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a , is gelegen op of na 1 januari 2004, maar die op grond van de WAO recht hebben op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op , van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:19</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in artikel 8:5, is gelegen voor 1 juli 2007 is artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 8:5, , van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:20</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 8:4 of artikel 8:5 van toepassing, zoals dat gold op .</p>\n<p class=\"lf-p\">10d Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid 10d Nawettelijke uitkering (sancties na de WW-periode) Klik hier voor hoofdstuk 10d Klik hier voor de Nawettelijke uitkering (sancties na de WW-periode) van de UWO-II.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1 Werkingssfeer en begripsbepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">1 Werkingssfeer</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">2 Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">1 Werkingssfeer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die als gevolg van een organisatieverandering boventallig is geworden of op grond van, 8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen wordt en de ambtenaar die op grond van artikel 8:3, 8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">2 Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: aanvullende uitkeringuitkering tijdens de werkloosheidsuitkering; bezoldiginghet gemiddelde van de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, berekend over een periode van 12 maanden direct voorafgaand aan de start van de re-integratiefase of de start van het Van werk naar werk-traject, vermeerderd met de vakantietoelage en de eindejaarsuitkering; deze wordt geïndexeerd met de generieke salarisverhoging in de gemeentelijke sector; gemeentelijke sectorde gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, die de CAR van toepassing hebben verklaard; boventalligheid:de situatie dat een ambtenaar wegens reorganisatie niet kan terugkeren in de formatie na de reorganisatie; na-wettelijke uitkering de uitkering na afloop van de werkloosheidsuitkering; werkloosheidwerkloosheid als bedoeld in de Werkloosheidswet, waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit de beëindiging van de aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de gemeente; werkloosheidsuitkeringuitkering op grond van de Werkloosheidswet, welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling of arbeidsovereenkomst met de gemeente.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2 Samenloop met lokale afspraken</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">3 Samenloop met lokale afspraken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">3 Samenloop met lokale afspraken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Er kunnen lokaal aanvullende afspraken worden gemaakt op de bepalingen in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer voor 26 juni 2012 lokaal andere afspraken zijn overeengekomen, dan die in dit hoofdstuk zijn gesteld, bespreken college en vakorganisaties in de Commissie voor Georganiseerd Overleg wanneer tot herziening zal worden overgegaan van deze lokale afspraken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">4 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">4 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor de ambtenaar die op grond van artikel 8:8 ontslagen wordt, treft het college een passende regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar wordt over de inhoud van de regeling voorafgaand door het college gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het college betrekt bij de vaststelling van de regeling de inhoud van de paragraaf over aanvullende uitkering bij ontslag uit dit hoofdstuk, voor zover dit redelijk en billijk is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4 Procedure van re-integratie bij ontslag op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid (art 8:6)</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">5 Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">6 Re-integratiefase voor ontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">7 Einde re-integratiefase</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">8 Verlenging reïntegratiefase bij nalatigheid gemeente</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">9 Verlenging re-integratiefase door middel van levensloop</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">10 Re-integratieplan</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">5 Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: re-integratiefase: de fase voorafgaand aan ontslag, waarin door middel van een reintegratieplan afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de re-integratie van de ambtenaar het best tot stand kan komen en hieraan uitvoering wordt gegeven met als doel werkloosheid zoveel als mogelijk te voorkomen; re-integratieplan: het plan van aanpak waarin de re-integratie-inspanningen van gemeente en de ambtenaar beschreven staan, die tot doel hebben de re-integratie van de ambtenaar te bevorderen;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">6 Re-integratiefase voor ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die ontslagen wordt op grond van artikel 8:6 heeft recht op een re-integratiefase.</p>\n<p class=\"lf-p\">2De re-integratiefase begint met een besluit tot ontslag op grond van artikel 8:6.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De re-integratiefase gaat in op de eerste werkdag na verzending of overhandiging van het besluit tot ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De re-integratiefase is afhankelijk van de duur van het dienstverband bij de gemeente,waaruit ontslag plaatsvindt. Hierbij wordt de duur van het dienstverband gerekend vanaf de datum van indiensttreding bij de gemeente, waaruit ontslag plaatsvindt, tot de datum van de start van de re-integratiefase.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De duur van de re-integratiefase bedraagt bij een dienstverband van:</p>\n<p class=\"lf-p\">2 tot 10 jaar 4 maanden 10 tot 15 jaar 8 maanden 15 jaar of meer 12 maanden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">7 Einde re-integratiefase</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De re-integratiefase eindigt eerder dan na afloop van de voor de ambtenaar geldende termijn, indien de ambtenaar voor het aflopen van deze fase al dan niet in deeltijd een andere functie binnen of buiten de gemeente aanvaardt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De re-integratiefase eindigt eerder en het ontslag op grond van artikel 8:6 gaat direct in, indien de ambtenaar zich tijdens de re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het re-integratieplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de re-integratiefase eerder eindigt om de in het tweede lid genoemde reden, vervallen de rechten op een aanvullende uitkering en een na-wettelijke uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">8 Verlenging reïntegratiefase bij nalatigheid gemeente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De re-integratiefase wordt verlengd wanneer het college zich tijdens de re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het re-integratieplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De verlenging duurt minimaal een maand en maximaal de helft van de oorspronkelijke reintegratiefase.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Tijdens de verlengde re-integratiefase herstelt het college de nalatigheid naar de mate waarin dat mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Tijdens de verlengde re-integratiefase blijven de gemaakte afspraken uit het reintegratieplan van kracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">9 Verlenging re-integratiefase door middel van levensloop</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar kan het college verzoeken de re-integratiefase met maximaal 12 maanden te verlengen door gebruik te maken van de mogelijkheid van onbetaald verlof als bedoeld in artikel 6:9.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het college stemt alleen in met het verzoek indien de ambtenaar tijdens de reintegratiefase redelijkerwijs niet heeft kunnen voldoen aan zijn re-integratieverplichtingen en indien: onbetaald verlof wordt opgenomen voor de volledige arbeidsduur; en de ambtenaar tijdens het onbetaald verlof levenslooptegoed opneemt op grond van de gemeentelijke levensloopregeling; en tijdens de verlengde re-integratiefase activiteiten worden ondernomen of voortgezet die de re-integratie bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het college en de ambtenaar maken nadere afspraken over de voorwaarden waaronder de inspanningen van het college en de ambtenaar, zoals deze zijn neergelegd in het reintegratieplan, tijdens de verlenging van de re-integratiefase worden voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Artikel 10d:7 is tijdens de verlenging van de re-integratiefase van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">10 Re-integratieplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het college stelt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen een maand na aanvang van de re-integratiefase een re-integratieplan op.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar wordt over de inhoud van het plan voorafgaand door het college gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In het re-integratieplan worden afspraken opgenomen over de re-integratie-inspanningen die van het college en de ambtenaar verlangd worden. In het re-integratieplan staan in ieder geval afspraken over: verlof, voor zover dat nodig is, voor activiteiten die neergelegd zijn in het reintegratieplan; scholing, indien die gevolgd gaat worden, welke scholing, het begin van die scholing, het einde van die scholing, de betaling en de te behalen resultaten; opstellen arbeidsmarktprofiel; sollicitatieactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In het re-integratieplan worden afspraken gemaakt over de kosten voor de verschillende activiteiten uit het re-integratieplan. De kosten voor de activiteiten uit het re-integratieplan komen, mits redelijk en billijk, volledig voor rekening van het college, met een maximum van € 7.500,=.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5 Van werk naar werk-begeleiding bij boventalligheid</h3>\n<p class=\"lf-p\">ToelichtingIn deze paragraaf zijn de nieuwe bepalingen opgenomen voortvloeiende uit het Cao-akkoord 2011-2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">11 Toepassingsbereik</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">12 Duur van een Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">13 Inspanningsverplichting</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">14 Start Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud Van werk naar werk-traject</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">15 Van werk naar werk-onderzoek</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">16 Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">17 Uitvoering van het Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verlenging en einde Van werk naar werk-traject</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">18 Einde Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">19 Tussentijdse beëindiging</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">20 Advies loopbaanadviseur</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">21 Reguliere beëindiging Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">22 Verlenging Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">23 Niet-nakoming van afspraken uit Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Paritaire commissie voor toezicht op Van werk naar werk-trajecten</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">24 Paritaire commissie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">11 Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die door het college boventallig wordt verklaard, en die op de datum waarop deze boventalligheid ingaat, een dienstverband van tenminste twee jaar heeft bij de betreffende gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">12 Duur van een Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De boventallig verklaarde ambtenaar heeft recht op een Van werk naar werk-traject dat maximaal twee jaar duurt, tenzij het college besluit tot verlenging op grond van artikel 10d:20 en artikel 10d:22.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">13 Inspanningsverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het Van werk naar werk-traject leveren zowel de boventallig verklaarde ambtenaar als het college een actieve bijdrage aan de uitvoering van het Van werk naar werk-traject. De Van werk naar werk-inspanningen zijn gericht op plaatsing van de ambtenaar in een passende dan wel geschikte functie, of aanvaarding door de ambtenaar van een functie buiten de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">14 Start Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Van werk naar werk-traject start op de dag waarop het besluit tot boventalligverklaring in werking is getreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">15 Van werk naar werk-onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Om richting te geven aan het Van werk naar werk-traject onderzoeken college en ambtenaar gezamenlijk de wensen en ontwikkelingsmogelijkheden van de ambtenaar, binnen en buiten de gemeente. Hierbij worden tevens de kansen van de ambtenaar op de regionale arbeidsmarkt onderzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Bij het in het eerste lid bedoelde onderzoek kan een gecertificeerd loopbaanadviseur worden ingeschakeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Het Van werk naar werk-onderzoek kan van start gaan vóór de datum waarop het Van werk naar werk-traject begint en is uiterlijk binnen een maand na die datum afgerond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">16 Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Binnen drie maanden na afronding van het Van werk naar werk-onderzoek stellen college en ambtenaar een Van werk naar werk-contract op.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Het in het eerste lid bedoelde contract bevat de doelen, de voorzieningen die nodig zijn om deze doelen te bereiken, nadere afspraken en daaraan verbonden termijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Afspraken kunnen worden gemaakt over: het al dan niet toekennen van professionele begeleiding en de tijdsduur daarvan; het al dan niet elders opdoen van werkervaring; de werkzaamheden die de ambtenaar gedurende het Van werk naar werk-traject verricht; het al dan niet volgen van een opleiding en het daarvoor beschikbare budget; eventuele beperkingen van de ambtenaar, die zijn gebleken uit het Van werk naar werk-onderzoek; de tijd die de ambtenaar beschikbaar heeft voor sollicitatieactiviteiten en andere inspanningen gericht op het vinden van een nieuwe werkkring. Deze tijd bedraagt tenminste 20% van de omvang van de aanstelling; het al dan niet gebruik maken van specifieke flankerende voorzieningen, zoals bedoeld in het artikel 17:7.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De noodzakelijke kosten van het Van werk naar werk-traject komen tot een bedrag van € 7.500,- voor rekening van het college. Ten aanzien van kosten die dit bedrag overstijgen neemt het college een afzonderlijk besluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">17 Uitvoering van het Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de start van de uitvoering van het Van werk naar werk-contract wordt de nakoming van de wederzijds gemaakte afspraken gevolgd. Iedere drie maanden wordt de voortgang in het traject geëvalueerd. Hiervan wordt een verslag opgemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">18 Einde Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Van werk naar werk-traject eindigt op het moment dat de ambtenaar - al dan niet in deeltijd - een andere functie binnen of buiten de gemeente aanvaardt, op grond van ontslag op eigen verzoek of ontslag om een andere reden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">19 Tussentijdse beëindiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het Van werk naar werk-traject eindigt, indien de ambtenaar plaatsing in een passende of geschikte functie binnen de gemeente of de aanvaarding van een aangeboden functie buiten de gemeente weigert.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Het college kan eveneens besluiten tot tussentijdse beëindiging van het Van werk naar werk-traject en ontslag, indien de ambtenaar zich niet houdt aan de afspraken uit het Van werk naar werk-contract.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Indien het Van werk naar werk-traject eerder eindigt om de in het eerste of tweede lid genoemde reden, wordt de ambtenaar ontslag verleend op grond van artikel 8:3 met ingang van de dag volgend op die waarop het Van werk naar werk-traject is beëindigd. In dit geval kan het college aangeven dat sprake is van verwijtbare werkloosheid en vervallen de rechten op een aanvullende uitkering en een na-wettelijke uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">20 Advies loopbaanadviseur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 21 maanden sinds de start ervan niet met een positief resultaat is afgesloten of om een andere reden is beëindigd, brengt een gecertificeerd loopbaanadviseur binnen een maand een advies uit aan het college over het vervolgtraject. Hierbij worden in ieder geval de evaluatieverslagen als bedoeld in artikel 10d:17 in acht genomen. De ambtenaar ontvangt een afschrift van het advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Het advies bedoeld in het eerste lid gaat in op de vraag of voortzetting van het Van werk naar werk-traject zinvol is, gelet op de vooruitzichten op korte termijn en de mate waarin voortzetting de kans op een passende of geschikte functie binnen afzienbare termijn vergroot.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Het college beslist of het advies van de loopbaanadviseur wel of niet wordt overgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">21 Reguliere beëindiging Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Na ontvangst van het advies van de loopbaanadviseur beslist het college over het vervolg van het Van werk naar werk-traject, en stelt de ambtenaar in kennis van deze beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 24 maanden niet wordt voortgezet wordt de ambtenaar ontslag verleend op grond van artikel 8:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste dag na afloop van de Van werk naar werk-termijn van twee jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">22 Verlenging Van werk naar werk-traject</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien er zekerheid is, in de vorm van een schriftelijke toezegging van een werkgever, dat binnen een half jaar een functie voor de ambtenaar kan worden gevonden, of indien voortzetting van het Van werk naar werk-traject de kans op het vinden van een passende of geschikte functie aantoonbaar vergroot, kan het college besluiten het Van werk naar werk-traject te verlengen. Deze verlenging beslaat een redelijke en nader gespecificeerde periode en kan niet meer dan één keer worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Indien aan het einde van de periode van verlenging het Van werk naar werk-traject niet tussentijds is beëindigd, verleent het college de ambtenaar ontslag op grond van artikel 8:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste dag na afloop van de periode waarmee het Van werk naar werk-traject is verlengd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">23 Niet-nakoming van afspraken uit Van werk naar werk-contract</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien één van beide partijen van mening is dat de andere partij zich niet houdt aan de afspraken zoals vastgelegd in het Van werk naar werk-contract, maakt deze partij dit aan de andere partij in een gesprek kenbaar. Dit gesprek is erop gericht gezamenlijk afspraken te maken over verbetering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Indien één van beide partijen na het gesprek zoals bedoeld in het eerste lid in gebreke is gebleven ten aanzien van de in het Van werk naar werk-contract vastgelegde afspraken kan de andere partij eisen dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van het contract. Deze partij maakt dit schriftelijk aan de andere partij kenbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Ingeval de ambtenaar van het in het tweede lid bedoelde recht gebruik maakt, kan hij eisen dat het Van werk naar werk-traject wordt verlengd. Deze verlenging bedraagt een redelijke termijn, waarbij de periode die door de niet-nakoming verloren is gegaan als richtlijn kan dienen. Gedurende de periode van verlenging herstelt het college zoveel als mogelijk de gebreken die bij de uitvoering van het Van werk naar werk-contract zijn ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Ingeval het college van het in het tweede lid bedoelde recht gebruik maakt, kan hij het Van werk naar werk-traject tussentijds beëindigen op grond van artikel 10d:19 tweede lid en ontslag verlenen op grond van artikel 8:3.</p>\n<p class=\"lf-p\">5Indien over de nakoming van de afspraken in het Van werk naar werk-contract of de mogelijkheden zoals vastgelegd in dit artikel een geschil ontstaat, kunnen partijen dit geschil voorleggen aan de paritaire commissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">24 Paritaire commissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het college stelt een paritair samengestelde commissie in, die desgevraagd toeziet op de individuele toepassing van de bepalingen in deze paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Zowel de ambtenaar als het college kan een geschil over de uitvoering van het Van werk naar werk-contract, als bedoeld in artikel 10d:23, vijfde lid, voorleggen aan deze commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3De commissie brengt over een in het tweede lid bedoeld geschil een bindend advies uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Het college stelt een reglement vast waarin de samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de commissie worden vastgelegd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6 Aanvullende uitkering</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">25 Aanvullende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">26 Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">27 Duur aanvullende uitkering bij ontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">28 Sancties</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">29 Einde aanvullende uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">25 Aanvullende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Recht op een aanvullende uitkering heeft de ambtenaar die: op grond van artikel 8:6 is ontslagen en de re-integratiefase heeft doorlopen, waarbij de situatie zoals beschreven in artikel 10d:7 tweede en derde lid niet aan de orde is; of op grond van artikel 8:3 is ontslagen en het Van werk naar werk-traject heeft doorlopen, waarbij de situatie zoals beschreven in artikel 10d:19 niet aan de orde is; en recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet en deze ook daadwerkelijk ontvangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Voorwaarde voor het verkrijgen van een aanvullende uitkering is dat de ambtenaar ten aanzien van iedere betaling van de aanvullende uitkering alle gegevens aan de gemeente overlegt die van invloed kunnen zijn op de hoogte van zijn aanvullende uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">26 Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De aanvullende uitkering kent twee fases.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedurende de eerste fase bedraagt de aanvullende uitkering: voor ambtenaren met een bezoldiging tot een bedrag van € 4.375,= 10% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is; voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 4.375,= tot een bedrag van € 5.250,= 20% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is; voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 5.250,= 30% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedurende de tweede fase bedraagt de aanvullende uitkering: voor ambtenaren met een bezoldiging van € 4.375,= tot een bedrag van € 5.250,= 10% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is; voor ambtenaren met een bezoldiging van € 5.250,= tot een bedrag van € 6.560,= 20% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is; voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 6.560,= 30% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is. .</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">27 Duur aanvullende uitkering bij ontslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De eerste fase van de aanvullende uitkering is één jaar, te rekenen vanaf de dag na de dag van ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De tweede fase van de aanvullende uitkering begint direct na afloop van de eerste fase en duurt tot het einde van de werkloosheidsuitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">28 Sancties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Wanneer op grond van de Werkloosheidswet een sanctie wordt toegepast op de werkloosheidsuitkering, wordt deze sanctie evenredig toegepast op de aanvullende uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het college stelt voor de toepassing van sancties naast de sanctie op grond van het eerste lid, een sanctiebeleid op.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Wanneer op grond van de Werkloosheidswet een sanctie wordt toegepast kan het college besluiten om het recht op na-wettelijke uitkering geheel of gedeeltelijk te laten vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het college stelt ter uitvoering van het derde lid nadere regels op.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">29 Einde aanvullende uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvullende uitkering eindigt als de uitkeringsduur is verstreken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7 Na-wettelijke uitkering</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">30 Na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">31 Hoogte na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">32 Duur na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">33 Einde na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">34 Sancties na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">35 Afkoop</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">30 Na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die recht had op een aanvullende uitkering heeft recht op een na-wettelijke uitkering indien: de werkloosheid direct aansluitend op de werkloosheidsuitkering voortduurt; hij ten aanzien van iedere betaling alle gegevens aan de gemeente overlegt die van invloed kunnen zijn op de hoogte van zijn na-wettelijke uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij ontslag op grond van artikel 8:6 geldt als voorwaarde dat het ontslag gelegen is in omstandigheden binnen de werksfeer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">31 Hoogte na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De na-wettelijke uitkering bij werkloosheid voor 36 uur of meer heeft de hoogte van de WW-uitkering, als deze zou zijn voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer sprake is van minder dan 36 uur werkloosheid, wordt het bedrag van de uitkering berekend naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De na-wettelijke uitkering en het inkomen dat de ambtenaar uit of in verband met arbeid ontvangt, mag een hoogte van 90% van de oude bezoldiging niet overschrijden. Het meerdere wordt gekort op de na-wettelijke uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">32 Duur na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De na-wettelijke uitkering is één maand per dienstjaar in de gemeentelijke sector maal een correctiefactor. De correctiefactor is 1,4 voor dienstjaren tot de leeftijd van 40 jaar 2 voor dienstjaren vanaf de leeftijd van 40 tot de leeftijd van 50 jaar 3 voor dienstjaren vanaf de leeftijd van 50 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">33 Einde na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de uitkeringsduur is verstreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de werkloosheid eindigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Vanaf 15 juli 2014 eindigt de na-wettelijke uitkering op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">34 Sancties na-wettelijke uitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt een sanctiebeleid op, op grond waarvan sancties worden toegepast op de uitbetaling van de na-wettelijke uitkering. Onderdeel van de sanctieregeling is de plicht die de ambtenaar heeft om het college te informeren over alles wat van invloed kan zijn op de duur en hoogte van de na-wettelijke uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">35 Afkoop</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Het college kan eenmalig, aan het begin van de uitkeringsperiode, op verzoek van de ambtenaar, toestemming geven voor afkoop van de na-wettelijke uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Het college bepaalt de hoogte van het afkoopbedrag en de voorwaarden waaronder de afkoop verstrekt wordt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8 Bijzondere uitkering bij ontslag ingeval van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">36 Bijzondere uitkering bij ontslag of definitieve herplaatsing ingeval van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">37 Hoogte bijzondere uitkering bij ontslag op grond van artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel 7:16</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">38 Duur bijzondere uitkering bij ontslag op grond van artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel 7:16</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">39 Overgangsrecht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">36 Bijzondere uitkering bij ontslag of definitieve herplaatsing ingeval van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is en die gedurende het derde ziektejaar, bedoeld in artikel 7:16, derde lid, is ontslagen op grond van artikel 8:5 dan wel definitief is herplaatst op grond van artikel 7:16, heeft recht op een bijzondere uitkering indien en voor zolang hij arbeid heeft voor ten minste de restverdiencapaciteit, zoals deze door UWV definitief is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voorwaarde voor het recht op de bijzondere uitkering is dat de ambtenaar ten aanzien van iedere betaling alle gegevens aan de gemeente overlegt die van invloed kunnen zijn op de hoogte van zijn bijzondere uitkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">37 Hoogte bijzondere uitkering bij ontslag op grond van artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel 7:16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De bijzondere uitkering bedraagt 75% van het verschil tussen het totaalinkomen uit of in verband met arbeid en de bezoldiging voorafgaand aan aanvaarding van de nieuwe arbeid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op de bijzondere uitkering wordt de werkloosheidsuitkering in mindering gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">38 Duur bijzondere uitkering bij ontslag op grond van artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel 7:16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De maximale duur van de bijzondere uitkering is 5 jaar na aanvaarding van de nieuwe arbeid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10d</span><span class=\"lf-art-t\">39 Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 10d:31 is de duur van de na-wettelijke uitkering voor de ambtenaar die: op 1 juli 2008 20 dienstjaren of meer had in de gemeentelijke sector en ontslagen wordt binnen 10 jaar na 1 juli 2008 gelijk aan (0,25 + (0,195 + 0,015 * (X- 21)) * (X - Y) - (X-18) / 12 -2) jaar, met dien verstande dat de factor (X-18) gemaximeerd wordt op 38. Factor X staat hierbij voor de leeftijd in hele jaren op de dag van ontslag; factor Y voor de indiensttreedleeftijd in de gemeentelijke sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">12 Overleg met organisaties van overheidspersoneel 12 Overleg met organisaties van overheidspersoneel Klik hier voor hoofdstuk 12 Georganiseerd overleg van de UWO-II.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene bepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: de commissie: de in artikel 12:2 bedoelde commissie voor georganiseerd overleg; de ambtenaren: de ambtenaren in de zin van de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst; de organisaties: de plaatselijk werkende groeperingen van de landelijke verenigingen van overheidspersoneel, aangesloten bij de centrales welke zijn toegelaten tot het centraal overleg met het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Er is een commissie voor georganiseerd overleg, die is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onder toegelaten organisaties worden verstaan: de Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP) , de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijzend Personeel (CCOOP) en de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF) , dan wel een van de bij deze centrales aangesloten bonden, voorzover deze centrales, respectievelijk bonden voldoende representatief geacht kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De leden van ABVAKABO en NOVON die op 1 juli 1998 zitting hebben in de commissie namens ACOP of Ambtenarencentrum, dan wel namens ABVAKABO of NOVON, behouden hun zetels als vertegenwoordigers van ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON. Indien deze leden ophouden lid van de commissie te zijn, worden ze niet vervangen totdat het aantal leden namens ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON in overeenstemming is met het aantal als genoemd in de bepaling van de samenstelling van de commissie. Uiterlijk op 1 juli 2002 wordt het aantal leden in overeenstemming gebracht met de hier geldende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Andere vakorganisaties dan bedoeld in het derde lid kunnen toegelaten worden indien zij representatief geacht kunnen worden. Een desbetreffend verzoek wordt in het georganiseerd overleg besproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Organisaties die tot het georganiseerd overleg zijn toegelaten, verliezen hun toegang tot dit overleg zodra zij niet meer voldoende representatief geacht worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:1:1</span><span class=\"lf-art-t\">Samenstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur in de commissie, bedoeld in artikel 12:1, wijst het college uit zijn midden een of meer vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers aan. De aanwijzing geschiedt bij elke nieuwe zittingsperiode van de raad en voorts telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het college te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor de vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties in de commissie, bedoeld in artikel 12:1, worden per centrale, bedoeld in artikel 12:1, derde lid, twee leden en hun plaatsvervangers aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit de organisaties, welke een minimum aantal ambtenaren tot haar leden tellen. Indien verschillende organisaties deel uitmaken van een zelfde centrale, geldt het in de vorige zin bepaalde voor deze organisaties gezamenlijk. In een nader vast te stellen regeling wordt het bedoelde minimum aantal ambtenaren bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-1-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:1:2</span><span class=\"lf-art-t\">Samenstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in artikel 12:1:1 , tweede lid, aan college opgaaf van het aantal der op 1 januari van dat jaar bij haar aangesloten ambtenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Degene, die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie is aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie schriftelijk aan college doet weten dat zijn aanwijzing als vertegenwoordiger of plaatsvervanger is ingetrokken. In deze gevallen wordt zo spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-1-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:1:3</span><span class=\"lf-art-t\">Samenstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voorzitter van de commissie is de door het college aangewezen vertegenwoordiger of bij afwezigheid zijn plaatsvervanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het college wijst een ambtenaar, niet behorende tot de vertegenwoordiging van de organisaties, tot secretaris van de commissie aan, alsmede diens plaatsvervanger. Zo nodig stelt het college verder personeel voor het secretariaat ter beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-1-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:1:4</span><span class=\"lf-art-t\">Mededeling omtrent CAR en UWO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ingeval het LOGA tussen het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van overheidspersoneel leidt tot overeenstemming, als gevolg waarvan de tekst van de CAR wijzigt, doet het college daarvan mededeling aan de commissie voor georganiseerd overleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten aanzien van gemeenten die zijn aangesloten bij de UWO geldt dat, ingeval het LOGA, bedoeld in het eerste lid, leidt tot overeenstemming, als gevolg waarvan de tekst van de UWO wijzigt, het college daarvan mededeling doet aan de commissie voor georganiseerd overleg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-1-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:1:5</span><span class=\"lf-art-t\">Mededeling omtrent CAR en UWO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien door het bevoegde bestuursorgaan wordt voorgesteld verandering te brengen in de inrichting van enig dienstonderdeel, wijziging in de behoefte aan arbeidskrachten daaronder begrepen, stelt het college het overleg als bedoeld in artikel 12:2 hiervan op de hoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het college stelt in geval van een ingrijpende verandering in de inrichting van enig dienstonderdeel regels vast betreffende: de fase waarin ter zake van die verandering het overleg als bedoeld in artikel 12:2 wordt gevoerd; de wijze waarop en de fase waarin de bij die verandering betrokken ambtenaren worden gehoord; de personele gevolgen van die verandering.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Over het voornemen al dan niet regels, bedoeld in het vorig lid, vast te stellen wordt overleg gevoerd als bedoeld in artikel 12:2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2</span><span class=\"lf-art-t\">Taak en bevoegdheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De commissie voert overleg over alle aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd. De commissie kan niet overleggen over onderwerpen die voorbehouden zijn aan het LOGA tussen het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van overheidspersoneel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Er worden nadere regels gesteld over de werkwijze van de commissie voor georganiseerd overleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De nadere regels, bedoeld in het tweede lid, bevatten een bepaling hoe moet worden gehandeld indien een geschil niet tot overeenstemming leidt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:1</span><span class=\"lf-art-t\">Taak en bevoegdheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Besluiten omtrent de onderwerpen, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid, worden door het college en de raad niet genomen, noch voorstellen daaromtrent gedaan, dan nadat de commissie haar gevoelen over de concept-besluiten, respectievelijk voorstellen heeft kenbaar gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:2</span><span class=\"lf-art-t\">Taak en bevoegdheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties, is bevoegd aangaande de in artikel 12:2, eerste lid, bedoelde onderwerpen voorstellen te doen aan het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Heeft een voorstel betrekking op onderwerpen behorende tot de bevoegdheid van het college, dan neemt het college daaromtrent een beslissing. Behoort het voorstel tot de bevoegdheid van de raad, dan legt het college het voorstel voorzien van zijn advies ter besluitvorming voor aan de raad.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De besluiten, welke worden genomen naar aanleiding van voorstellen van de commissie, worden meegedeeld aan de vertegenwoordiging van de organisaties en aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde organisaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:3</span><span class=\"lf-art-t\">Taak en bevoegdheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De commissie kan een subcommissie instellen, bestaande uit door haar aan te wijzen voorzitter en leden, indien dit voor de behandeling van een bepaald onderwerp nodig wordt geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door degenen die ingevolge artikel 12:1:3, tweede lid, ter beschikking staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het bepaalde in artikel 12:2:7 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:4</span><span class=\"lf-art-t\">Vergaderingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt op door hem te bepalen tijdstippen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien ten minste drie leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen verzoeken en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het verzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:5</span><span class=\"lf-art-t\">Vergaderingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De commissie wordt tijdig, in de regel 14 dagen van tevoren, ter vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel mogelijk de te behandelen onderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een vergadering kan slechts plaatshebben indien de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur aanwezig is en tenminste de helft van de organisaties is vertegenwoordigd. Wanneer de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur bestaat uit twee of meer leden van het college kan de vergadering slechts plaatshebben indien ten minste de helft van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur aanwezig is en tenminste de helft van de organisaties is vertegenwoordigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het tweede lid een vergadering niet kan plaatshebben, worden de aan de orde zijnde onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een binnen 14 dagen te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die onderwerpen in elk geval kunnen worden behandeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:6</span><span class=\"lf-art-t\">Vergaderingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken door deze schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die onderwerpen zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de orde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:7</span><span class=\"lf-art-t\">Vergaderingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De vergaderingen zijn niet openbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De voorzitter kan hoofden van dienst of andere ambtenaren de vergadering laten bijwonen. Deze kunnen aan de besprekingen deelnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De vertegenwoordigers van de organisaties kunnen zich laten bijstaan door een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur van hun organisatie; zij zijn voorts bevoegd de onderwerpen van de agenda binnen de grenzen van een doelmatige en vertrouwelijke behandeling van zaken aan voorbespreking in eigen kring te onderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt niet ten opzichte van het college en van de raad, alsmede niet tegenover de hoofdbesturen van de vertegenwoordigende organisaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:8</span><span class=\"lf-art-t\">Vergaderingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls hij dit nodig acht, de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen tijd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:9</span><span class=\"lf-art-t\">Vergaderingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, één stem uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De stem van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur wordt bepaald door hoofdelijke stemming van de aanwezige leden in of buiten de vergadering. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De stem van de vertegenwoordiging van de organisaties wordt bepaald door stemming per vertegenwoordigende organisatie, waarbij voor elke organisatie zoveel stemmen worden uitgebracht als ambtenaren bij haar zijn aangesloten op de eerste dag van het lopende jaar, met dien verstande dat voor een organisatie niet meer stemmen in aanmerking komen dan het totaal aantal stemmen dat door de andere organisaties gezamenlijk wordt uitgebracht. Bij staking van stemmen wordt de vertegenwoordiging geacht tegen te hebben gestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien een organisatie in de loop van het jaar wordt vertegenwoordigd, geldt voor de toepassing van het derde lid het aantal aangesloten ambtenaren op dat tijdstip.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:10</span><span class=\"lf-art-t\">Vergaderingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de notulen, welke zo spoedig mogelijk in afschrift aan de leden worden gezonden, tenzij in het reglement, bedoeld in artikel 12:2:11, anders is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2:11</span><span class=\"lf-art-t\">Vergaderingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergaderingen wordt vastgesteld, behoeft dit de goedkeuring van het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3:1</span><span class=\"lf-art-t\">Advies- en arbitragecommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 12:3:2, 12:3:3, 12:3:4, 12:3:5, 12:3:6, 12:3:7 en 12:3:8 zijn slechts van toepassing in die gemeenten die zijn aangesloten bij de advies- en arbitragecommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3:2</span><span class=\"lf-art-t\">Advies- en arbitragecommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de artikelen 12:3:4, 12:3:5, 12:3:6, 12:3:7 en 12:3:8 wordt verstaan onder: deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties genoemd in artikel 12:1, derde lid; advies- en arbitragecommissie: de advies- en arbitragecommissie ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3:3</span><span class=\"lf-art-t\">Advies- en arbitragecommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 12:3:4, 12:3:5, 12:3:6, 12:3:7 en 12:3:8 zijn slechts van toepassing op geschillen inzake aangelegenheden, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid, voor zover die aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand van ambtenaren betreffen, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3:4</span><span class=\"lf-art-t\">Advies- en arbitragecommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg tot het oordeel komen dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst die de instemming van alle deelnemers aan het overleg zal hebben, brengen zij dat oordeel binnen zes dagen, nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben gegeven, schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het overleg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3:5</span><span class=\"lf-art-t\">Advies- en arbitragecommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Binnen tien dagen na de kennisgeving, bedoeld in artikel 12:3:4, schrijft de voorzitter een vergadering uit van de commissie voor georganiseerd overleg. De vergadering moet worden gehouden binnen zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tenzij door de commissie, bedoeld in het eerste lid, wordt besloten het overleg voort te zetten dan wel te beëindigen, wordt in de vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is en of een oplossing van dat geschil zal worden gezocht door middel van voortzetting van het overleg nadat het advies is ingewonnen van de advies- en arbitragecommissie dan wel door onderwerping van het geschil aan een arbitrale uitspraak van die commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Tot het inwinnen van advies zijn - ieder voor zich - de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een meerderheid van alle toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12:1, derde en vierde lid, bevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is overeenstemming vereist tussen de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12:1, derde en vierde lid. Het bepaalde in artikel 12:2:9 is hierbij onverkort van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3:6</span><span class=\"lf-art-t\">Advies- en arbitragecommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Binnen zes dagen na de vergadering, bedoeld in artikel 12:3:5, wordt het verzoek om advies ter kennis gebracht van de voorzitter van de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend door de deelnemers aan het overleg die zich voor inwinning van het advies hebben uitgesproken en bevat ten minste het onderwerp en de inhoud van het geschil. Indien in de vergadering bedoeld in artikel 12:3:5 geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan het overleg over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen zes dagen na eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van de advies- en arbitragecommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 12:3:5 wordt het verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek daartoe wordt ondertekend door alle deelnemers aan het overleg en dient ten minste te bevatten: het onderwerp en de inhoud van het geschil; de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent onderwerp en inhoud van het geschil.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3:7</span><span class=\"lf-art-t\">Advies- en arbitragecommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het geschil voortgezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3:8</span><span class=\"lf-art-t\">Advies- en arbitragecommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie heeft bindende kracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3:9</span><span class=\"lf-art-t\">Advies- en arbitragecommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college, na overleg met de commissie van georganiseerd overleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">13 Overgangsbepaling en slotbepalingen CAR</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangs- en slotbepaling CAR</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Deze regeling treedt in werking per............ (*1) Noot *1:De ingangsdatum wordt lokaal ingevuld. LOGA-partijen zijn overeengekomen dat als uiterste ingangsdatum geldt 1 januari 1996.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt, vervallen de bepalingen van het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel van die verordeningen, die tekstueel dan wel materieel gelijkluidend zijn aan de bepalingen van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement vervallen, waardoor aanspraken van individuele ambtenaren in neerwaartse of opwaartse zin worden bijgesteld, vindt overleg plaats over de gevolgen daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid hebben de artikelen 10:1, 10:6, 10:15 eerste en tweede lid, 10:19, 10:23 tweede lid, 11:1, 11:6 zevende en achtste lid, 11:13 eerste en tweede lid, 11:23, 11:24 en artikel 11:27 tweede lid, terugwerkende kracht tot en met 1 augustus 1993.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangs- en slotbepaling CAR</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van degene die per 31 december 1996 geen volledige betrekking bekleedt, geldt dat de omvang van deze betrekking per 1 januari 1997 naar rato is teruggebracht, tenzij betrokkene heeft verzocht om handhaving van het aantal uren van de betrekking per 31 december 1996 en dit verzoek niet is afgewezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangs- en slotbepaling CAR</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de toegekende FLO-uitkeringen, wachtgelden en uitkeringen ingevolge hoofdstuk 11 die voortduren tot na 1 januari 1997 geldt dat de artikelen 9:2, tweede lid, 10:5, eerste lid, en 11:5, eerste lid, terugwerkende kracht hebben tot en met 1 januari 1997.</p>\n<p class=\"lf-p\">14 Medezeggenschap 14 Medezeggenschap Klik hier voor hoofdstuk 14 Medezeggenschap van de UWO-II.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14:1</span><span class=\"lf-art-t\">Medezeggenschap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan het begin van iedere zittingsperiode van de OR sluiten de ondernemer en de (centrale) ondernemingsraad een convenant over de benodigde inzet voor het OR-werk, de compensatie daarvoor en het (maximum) aantal zittingstermijnen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14:1:1</span><span class=\"lf-art-t\">Medezeggenschap in ondernemingen met 35-50 werknemers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het bepaalde in artikel 5a, eerste lid van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) zijn gemeenten voor hun onderneming of onderdelen daarvan als bedoeld in artikel 4 van de WOR, verplicht een ondernemingsraad in te stellen indien en voor zolang in hun onderneming ten minste 35 personen werkzaam zijn als bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, van de WOR.</p>\n<p class=\"lf-p\">15 Overige rechten en verplichtingen 15 Overige rechten en verplichtingen Klik hier voor hoofdstuk 15 Overige rechten en verplichtingen van de UWO-II (Regeling functioneringsbeoordeling, Kledingregeling, Vergoedingsregeling van kosten bij dienstreizen, Regeling integriteitmeldingen gemeente Haarlemmermeer 2008).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is gehouden zijn betrekking nauwgezet en ijverig te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1a</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet, bij instructie of bij besluit van het college is voorgeschreven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1b</span><span class=\"lf-art-t\">Persoonlijk gebruik van goederen of diensten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is de ambtenaar verboden, behoudens toestemming verleend door of namens het college in bijzondere gevallen, ten eigen bate: diensten te laten verrichten door personen in gemeentedienst; aan de gemeente toebehorende eigendommen te gebruiken; gebruik te maken van hetgeen hem in of in verband met zijn betrekking ter kennis is gekomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1c\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1c</span><span class=\"lf-art-t\">Aannemen van geschenken en gelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is de ambtenaar verboden: in verband met zijn betrekking vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen, anders dan met toestemming van het college; steekpenningen aan te nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1d</span><span class=\"lf-art-t\">In acht nemen ordemaatregelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen van orde die ten aanzien van het verblijf in de kantoren, werkplaatsen of op andere arbeidsterreinen zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de ambtenaar verhinderd is zijn betrekking te vervullen, is hij verplicht dit zo spoedig mogelijk mede te delen of te doen mededelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1e</span><span class=\"lf-art-t\">Nevenwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar is verplicht aan het college, op een door dit orgaan te bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst, voorzover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Er wordt een registratie gevoerd op basis van de ingevolge het eerste lid gedane opgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Omtrent dit verbod kunnen nadere regels worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het college regelt de openbaarmaking van de in het eerste lid bedoelde nevenwerkzaamheden van de gemeentesecretaris en directeuren van gemeentelijke diensten en bedrijven, alsmede van andere ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van nevenwerkzaamheden noodzakelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1f\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1f</span><span class=\"lf-art-t\">Melding financiële belangen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het college wijst ambtenaren aan die zijn aangesteld in een functie waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar bedoeld in het eerste lid meldt aan het college, op een door dit orgaan te bepalen wijze, zijn financiële belangen respectievelijk bezit van en transacties in effecten, die de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Er wordt een registratie gevoerd van de meldingen bedoeld in het tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben, effecten te bezitten en transacties in effecten te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Omtrent dit verbod kunnen nadere regels worden gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1g\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1g</span><span class=\"lf-art-t\">Aanneming en levering ten behoeve van de openbare dienst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het is de ambtenaar verboden middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van de openbare dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het college kan regelen stellen betreffende het deelnemen van de ambtenaar, middellijk of onmiddellijk, aan aannemingen en leveringen ten behoeve van anderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:9</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen) De artikelen 15:1:1 tot en met 15:1:6 zijn vernummerd tot 15:1 tot en met 15:1e Artikel 15:1:8 is vernummerd tot 15:1g</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:10</span><span class=\"lf-art-t\">Staking bij een particuliere werkgever</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar kan niet worden verplicht, indien bij enig particulier werkgever een staking is uitgebroken of een uitsluiting plaats heeft, ter vervanging van stakers of uitgesloten werkzaamheden te verrichten of werknemers bij het verrichten van werkzaamheden behulpzaam te zijn, tenzij naar het oordeel van het college zulks met het oog op de openbare veiligheid of gezondheid of voor de regelmatige functionering van de openbare dienst van de gemeente noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Ter zake van de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt zo spoedig mogelijk overleg gepleegd in de commissie, bedoeld in artikel 12:1 tweede lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvaarden andere werkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar is verplicht, indien hij daartoe door of namens het college wordt aangewezen, in tijden van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden andere werkzaamheden te verrichten dan die welke hij gewoonlijk verricht, mits deze werkzaamheden strekken ter uitvoering van de taak die de gemeente in die tijden heeft of zal krijgen, dan wel ertoe strekken een zo goed en ongestoord mogelijke uitvoering van die taak te verzekeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar is verplicht, indien hij daartoe door het college wordt aangewezen, taken te verrichten in het kader van de Wet veiligheidsregio’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">3In geval van een ramp of crisis als bedoeld in artikel 1 Wet veiligheidsregio’s, is de ambtenaar die is aangewezen op grond van het tweede lid van dit artikel verplicht de taken in het kader van de Wet veiligheidsregio’s te verrichten onder leiding en toezicht van het bevoegd gezag van de veiligheidsregio waar de ramp of crisis plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De ambtenaar, op grond van het eerste of tweede lid aangewezen, is te allen tijde verplicht lessen te volgen en deel te nemen aan oefeningen welke verband houden met zijn in dat lid aangeduide taak.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid geschiedt slechts, indien de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar zulks redelijkerwijs toelaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:12</span><span class=\"lf-art-t\">Vergoeding van schade</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van door de gemeente geleden schade, voor zover deze aan zijn schuld of nalatigheid is te wijten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het bedrag van de schadevergoeding en de wijze van inhouding daarvan op zijn bezoldiging worden niet vastgesteld dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden en ter zake van de wijze van inhouding zijn wensen kenbaar te maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:13</span><span class=\"lf-art-t\">Plichten rekenplichtige ambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De rekenplichtige ambtenaar wordt voor de verplichting tot aanzuivering van een tekort geheel of gedeeltelijk ontheven naarmate hij het beheer nauwgezet heeft gevoerd en de nodige voorzorgen heeft genomen voor de bewaring van gelden en geldswaardige papieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Vloeit de verplichting tot aanzuivering van een tekort voort uit een aansprakelijkheid voor ondergeschikt personeel dan wordt bovendien in aanmerking genomen in hoeverre hij op de handelingen van dat personeel deugdelijk toezicht heeft gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De rekenplichtige ambtenaar is van zijn verantwoordelijkheid ontheven gedurende de tijd dat hij door ziekte of wettige afwezigheid zijn beheer niet persoonlijk heeft gevoerd, indien gedurende die tijd zijn betrekking wordt waargenomen krachtens aanwijzing door of namens het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:14</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:15</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling van de ambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het college kan bepalen, dat met inachtneming van door het college te stellen regelen over de ambtenaar periodiek een beoordeling wordt uitgebracht omtrent de wijze waarop hij zijn betrekking vervult en omtrent zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt met de ambtenaar zijn gedrag besproken tijdens de uitoefening van zijn betrekking of de wijze waarop hij zijn betrekking vervult, voor zover deze aanleiding geven tot aanmerkingen, waarbij tevens aandacht wordt geschonken aan de wijze waarop het gedrag of de wijze waarop hij zijn betrekking vervult naar het oordeel van het college verbeterd kan worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:16</span><span class=\"lf-art-t\">Dragen van uniform of dienstkleding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar is verplicht tijdens de vervulling van zijn betrekking de door het college voor die betrekking of voor bepaalde werkzaamheden voorgeschreven kleding of uniform en onderscheidingstekenen te dragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het deelnemen aan betogingen en optochten in het voorgeschreven uniform is de ambtenaar slechts toegestaan, indien daarvoor door of namens het college toestemming is gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het is de ambtenaar verboden om bij gekleed gaan in uniform insignes of andere onderscheidingstekens of in dienst uniformkledingstukken te dragen, een en ander voor zover die niet van gemeentewege zijn verstrekt of voorgeschreven of tot het dragen waarvan niet door het college vergunning is verleend. Dit verbod is niet van toepassing ten aanzien van ordetekenen tot het aannemen of dragen waarvan door het hoger bestuursorgaan verlof is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij afzonderlijke regeling kunnen regelen worden gesteld betreffende de verstrekking, reiniging en herstelling van de in het eerste lid bedoelde kleding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:17</span><span class=\"lf-art-t\">Standplaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien het dienstbelang dit eist, kan de ambtenaar de verplichting worden opgelegd in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onder standplaats dient te worden verstaan: de gemeente of het met name genoemde gedeelte van de gemeente, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het college kan ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde nadere regels stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:18</span><span class=\"lf-art-t\">Dienstwoning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar is verplicht, indien hem door het college een dienstwoning is aangewezen, deze te betrekken en zich ter zake van de bewoning en het gebruik te gedragen naar de voorschriften die daaromtrent zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Hij draagt de onderhoudskosten welke volgens de wet en het plaatselijk gebruik gemeenlijk voor rekening van de huurder zijn, tenzij terzake een afwijkende regeling is vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:19</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod betreden arbeidsterrein</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar kan door of namens het college de toegang tot de kantoren, werkplaatsen of andere arbeidsterreinen, dan wel het verblijf aldaar worden ontzegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:20</span><span class=\"lf-art-t\">Infectieziekten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die in contact staat of kort geleden gestaan heeft met een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens de Infectieziektewet bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn betrekking niet vervullen en heeft geen toegang tot de dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen voor zolang de hoofdinspecteur of de inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid niet heeft verklaard, dat hij het gevaar voor overbrenging van een infectieziekte, of het gevaar dat hij verdacht moet worden te lijden aan zodanige ziekte, geweken acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ambtenaar die verkeert in de in het vorige lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan het college. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door of vanwege het college gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar geniet over de tijd, gedurende welke het hem overeenkomstig het bepaalde in dit artikel verboden is zijn betrekking te vervullen, zijn volledige bezoldiging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:21</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:22</span><span class=\"lf-art-t\">Reis- en verblijfkosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar heeft recht op vergoeding van reis- en verblijfkosten ter zake van reizen in het belang van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Deze vergoeding wordt vastgesteld en uitgekeerd overeenkomstig de daarvoor door het college gestelde regelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:23</span><span class=\"lf-art-t\">Vergoeden van schade</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Aan de ambtenaar wordt de schade aan hem toebehorende kleding en uitrusting, geen motorrijtuig in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zijnde, vergoed welke hij buiten zijn schuld of nalatigheid lijdt ten gevolge van de vervulling van zijn betrekking, voor zover die schade niet bestaat uit de normale slijtage dier goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Aan de ambtenaar wordt schade vergoed aan een aan hem toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen welke hij lijdt ten gevolge van de vervulling van zijn betrekking, tenzij: die schade bestaat uit de normale slijtage of; er sprake is van aan opzet of bewuste roekeloosheid grenzende verwijtbaarheid of; de ambtenaar in de regel 10.000 of meer kilometers per jaar rijdt ten behoeve van de dienst en per kilometer een vergoeding ontvangt gelijk aan of hoger dan het belastingvrije bedrag per kilometer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:24</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik motorrijtuig</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is de ambtenaar slechts toegestaan een hem toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bij de vervulling van zijn betrekking te gebruiken, indien en voor zover hem daartoe door of namens het college toestemming is verleend. Aan deze toestemming kunnen bepaalde voorwaarden worden verbonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:25</span><span class=\"lf-art-t\">Schadeloosstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan bepalen in welke niet elders voorziene gevallen schadeloosstelling en vergoeding van kosten zullen worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:26</span><span class=\"lf-art-t\">Volgen van een opleiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is, indien het college dit bepaalt, verplicht zich voor het volgen van een bijzondere vakopleiding beschikbaar te stellen of enig ander door het college nader aan te duiden onderwijs te volgen. De aan het volgen van het in dit artikel bedoelde onderwijs verbonden kosten komen ten laste van de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:27</span><span class=\"lf-art-t\">Volgen van een opleiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar beneden de leeftijd van 18 jaar wordt, indien hij dit wenst en voor zolang de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten, gedurende ten hoogste één dag per week verlof met behoud van bezoldiging verleend voor het volgen van lessen aan inrichtingen voor voortgezet, herhalings- of vakonderwijs en vormingsinstituten voor leerplichtvrije jeugd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:28</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere prestaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wegens buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke vervulling van de betrekking kan aan de ambtenaar, naast een tevredenheidsbetuiging, een bijzondere beloning worden toegekend in de vorm van: extra verlof; gratificatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:29</span><span class=\"lf-art-t\">Onbekendheid met gemeentelijke bepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter zake van niet-naleving van bepalingen welke redelijkerwijs niet kunnen worden geacht de ambtenaar bekend te zijn, worden hem geen voordelen onthouden of nadelen toegebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:30</span><span class=\"lf-art-t\">Borstvoeding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de vrouwelijke ambtenaar, die een borstkind heeft, wordt gedurende ten hoogste 1 jaar na de geboorte van het kind de gelegenheid gegeven haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-1-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:1:31</span><span class=\"lf-art-t\">Benadeling positie gemeentelijke organisatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente draagt er zorg voor dat degene die als lid of als plaatsvervangend lid door een organisatie is aangewezen voor de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, dan wel activiteiten vervult waarvoor hij krachtens artikel 6:4:2 buitengewoon verlof kan genieten, niet uit hoofde van zijn lidmaatschap of activiteiten wordt benadeeld in zijn positie in de gemeentelijke organisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:2</span><span class=\"lf-art-t\">Klokkenluiders</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het college stelt een regeling vast voor het omgaan met vermoedens van misstanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ambtenaren en door het college aangewezen interne vertrouwenspersonen die misstanden conform de vast te stellen regeling aan de orde stellen, mogen niet om die reden worden ontslagen of anderszins in hun positie binnen de gemeente benadeeld worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15:3</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Vervallen) 16 Disciplinaire straffen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:1:1</span><span class=\"lf-art-t\">Plichtsverzuim</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt dan wel bij herhaling aanleiding geeft tot toepassing te zijnen aanzien van maatregelen van inhouding, beslag of korting, als bedoeld in de tweede titel van de Ambtenarenwet, kan deswege disciplinair worden gestraft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-1-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:1:2</span><span class=\"lf-art-t\">Disciplinaire straffen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Naast de mogelijkheid genoemd in artikel 8:13, kunnen de volgende disciplinaire straffen worden toegepast: schriftelijke berisping; arbeid buiten de voor de betrekking van de ambtenaar vastgestelde werktijden zonder vergoeding of tegen een lagere dan de normale vergoeding voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per dag en met dien verstande dat deze arbeid niet kan worden opgelegd op zondag en op de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen; vermindering van vakantie met ten hoogste 1/3 van het aantal uren waarop de ambtenaar voor het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft; geldboete tot ten hoogste 1% van het bedrag van het salaris per jaar; niet-betaling van het salaris, doch ten hoogste tot een bedrag overeenkomende met het salaris over een halve maand; stilstand van verhoging van salaris, met uitzondering van verhogingen als gevolg van algemene loonmaatregelen, een herwaardering van de betrekking daaronder begrepen, voor ten hoogste vier jaren; vermindering van salaris met ten hoogste het bedrag van de laatste twee periodieke verhogingen, of, indien aan de door de ambtenaar beklede betrekking geen schaal is verbonden, vermindering van het salaris met ten hoogste 5%, een en ander voor de tijd van niet langer dan twee jaren; plaatsing in een andere betrekking, al of niet in een ander onderdeel van de dienst, voor bepaalde of onbepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging; schorsing voor een bepaalde tijd zonder of met gedeeltelijk genot van bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De straffen genoemd in het eerste lid, onder a t/m g, worden opgelegd door het college; de straffen genoemd onder h en i, alsmede de straf genoemd in artikel 8:13, worden opgelegd door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de laatstelijk door de ambtenaar vervulde betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd indien de betrokken ambtenaar zich gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-1-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:1:3</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De verantwoording door de ambtenaar geschiedt, indien deze niet schriftelijk plaatsvindt, ten overstaan van het college of ten overstaan van een door het college aangewezen vertegenwoordiger. De verantwoording vindt niet eerder dan 6 maal 24 uur en niet later dan 12 maal 24 uur plaats. Op verzoek van de ambtenaar kan van deze termijn worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Geschiedt de verantwoording mondeling, dan wordt daarvan binnen 36 uur proces-verbaal opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door hem te wiens overstaan de verantwoording plaats heeft en door de ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt de ambtenaar uitgereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de ambtenaar zulks verlangt, worden hij en zijn raadsman in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de ambtelijke rapporten of andere bescheiden welke op de hem ten laste gelegde feiten betrekking hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-1-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:1:4</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar verstrekt het college een bewijs van ontvangst van het schriftelijk besluit tot strafoplegging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-1-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16:1:5</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij de strafoplegging onmiddellijke tenuitvoerlegging is bevolen.</p>\n<p class=\"lf-p\">17 Opleiding en ontwikkeling 17 Opleiding en ontwikkeling Klik hier voor hoofdstuk 17 Opleiding en ontwikkeling van de UWO-II.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17:1</span><span class=\"lf-art-t\">Ontwikkeling en mobiliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar is op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor zijn duurzame inzetbaarheid en loopbaanperspectief, waardoor diens positie op de interne en externe arbeidsmarkt verbetert.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In het belang van de organisatie en zichzelf ontwikkelt de ambtenaar zich door middel van scholing en het opdoen van werkervaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar maakt actief gebruik van het gemeentelijk loopbaanbeleid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17:2</span><span class=\"lf-art-t\">Ontwikkeling en mobiliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het college begeleidt en ondersteunt de ambtenaar bij het verbeteren en ontwikkelen van diens inzetbaarheid en mobiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het college voert een actief intern en extern mobiliteitsbeleid en onderhoudt loopbaanbeleid, gericht op mobiliteit en organisatieverandering.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het college wijst de ambtenaar op diens mogelijkheden binnen het gemeentelijk loopbaanbeleid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17:3</span><span class=\"lf-art-t\">Individueel loopbaanbudget</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ambtenaar heeft jaarlijks recht op een loopbaanbudget van € 500.-.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien bij inwerkingtreding van dit artikel het college een opleidingsplan heeft vastgesteld dat gelijkwaardige ruimte biedt aan loopbaanontwikkeling op basis van individuele wensen over loopbaanactiviteiten gericht op vergroting van inzetbaarheid kan dit opleidingsplan ongewijzigd worden voortgezet ongeacht het bepaalde in het eerste lid. Dit na instemming van de ondernemingsraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ambtenaar zet het loopbaanbudget in ten behoeve van loopbaangerelateerde activiteiten, zoals opleiding, training, scholing, loopbaanadvies, coaching en ontwikkeling, gericht op de vergroting van zijn inzetbaarheid en zijn arbeidsmarktpotentie ten behoeve van een andere functie binnen of buiten de organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De in het derde lid genoemde activiteiten dienen te zijn gericht op een reëel loopbaanperspectief.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Afspraken over de wijze van besteding van het loopbaanbudget worden vastgelegd in een (aanvulling op het) persoonlijk ontwikkelingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Het resterende budget dat na verloop van het kalenderjaar waarin de aanspraak is opgebouwd niet is benut, komt te vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7In afwijking op het bepaalde in het zesde lid kan de ambtenaar het loopbaanbudget gedurende maximaal drie jaar opsparen, om daarmee eenmalig een duurdere activiteit te financieren. Dit wordt vastgelegd in (een aanvulling op) het persoonlijk ontwikkelingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Indien na toepassing van het bepaalde in het zevende lid na verloop van de overeengekomen periode het budget niet of niet volledig is benut komt het resterende budget te vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Dit artikel is geldig in 2013, 2014 en 2015.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17:4</span><span class=\"lf-art-t\">Persoonlijk ontwikkelingsplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Naast de afspraken over het individueel loopbaanbudget leggen het college en de ambtenaar in een persoonlijk ontwikkelingsplan de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden van de ambtenaar, alsmede een in dat kader door hem te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt ten minste een keer per drie jaar opgesteld en door het college vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten passen in de doelstellingen, criteria en budgettaire voorwaarden van het gemeentelijk opleidingsbeleid, zoals neergelegd in het door het college vastgestelde opleidingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De kosten die gemaakt worden in het kader van de in het persoonlijk ontwikkelingsplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door het college vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van de zijde van de werkgever die de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte afspraken uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot een of meer van de volgende onderwerpen: de keuze van opleidingsvorm of instituut, alsmede de redelijkerwijs te maken kosten; de periode gedurende welke een studie gevolgd zal worden; de minimaal te behalen resultaten en te maken voortgang; de omstandigheden onder welke een te volgen studie kan worden onderbroken of gestopt; de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten vergoeding bij het voortijdig afbreken van een studie door de ambtenaar; de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten vergoeding bij het verlaten van de gemeentelijke dienst binnen een te bepalen periode na afronding van de studie; eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17:5</span><span class=\"lf-art-t\">Loopbaanadvies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar heeft na elke periode van vijf jaar recht op loopbaanadvies bij een door het college aangewezen interne of externe deskundige.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17:6</span><span class=\"lf-art-t\">Inzetbaarheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het persoonlijk ontwikkelingsplan van en het functioneringsgesprek met een ambtenaar van 50 jaar en ouder stelt het college zijn belasting en belastbaarheid aan de orde. Zo nodig worden naar aanleiding hiervan afspraken gemaakt over aanpassingen in het individuele takenpakket.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17:7</span><span class=\"lf-art-t\">Flankerend beleid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt vast welke mobiliteitsbevorderende voorzieningen beschikbaar kunnen worden gesteld aan ambtenaren die zich in een Van-werk-naar-werk-traject bevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">18 Verplaatsingskosten 18 Verplaatsingskosten Klik hier voor hoofdstuk 18 Bedrijfsvervoersplan en Verhuiskostenregeling van de UWO-II.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18:1:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: betrokkene: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in de zin van de CAR; woongebied: een door het college aan te wijzen gebied aansluitend aan het grondgebied van de gemeente; standplaats: de gemeente of het met name genoemde deel daarvan, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht;</p></div>", "next": 239826}